CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Quickscan Flora-Fauna Rembrandtweg 257.pdf

Gemeenteraad RK 1 juli 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Woningbouwontwikkeling Rembrandtweg 2576.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rembrandtweg 257 te Ridderkerk - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming -

Opdrachtgever

AKM projectontwikkeling b.v.

Datum veldbezoek

30 september 2020

Kenmerk rapport

Q2020.157- Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk

Datum rapport

16 oktober 2020

Versie

V1.0

Auteur

K.H. Eymael

Controle

ing. J.M. de Wever

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Abraham Teerlinkstraat 10, 7424 DM Deventer Bezoekadres: Engelenburgstraat 57, 7391 MV Twello www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT

5 5 5 5 5

2 ONDERZOEKSOPZET

6

2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK

6 6

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGENONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN 6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 VRIJBLIJVEND ADVIES

6 7 10 10 11 11 14 14 14 17 17 18

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 3

SAMENVATTING In opdracht van AKM projectontwikkeling b.v. heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Rembrandtweg 257 te Ridderkerk een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Ridderkerk en betreft een bedrijfsgebouw met bijbehorende tuin/ groenstructuren. De initiatiefnemer is voornemens het bedrijfsgebouw te amoveren ten behoeve van de realisatie van een appartementengebouw met circa 32 appartementen. In dit kader zullen mogelijk enkele bomen en struiken worden gekapt/ gerooid. Er zullen geen (oppervlakte)wateren worden gedempt. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderhavige quickscan is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft op 30 september 2020 plaatsgevonden. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat: → Het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt en er in Zuid-Holland geen externe werking van toepassing is. Verdere toetsing aan het NNN wordt niet noodzakelijk geacht; → Er geen significante aantasting wordt verwacht op soorten die voor de meest nabijgelegen Natura2000-gebieden zijn aangewezen (Wnb- Natura2000-soorten); → Er niet aan stikstof getoetst is (Wnb-Natura2000-stikstof).

Mogelijk is een AERIUSberekening noodzakelijk; → Er geen gevolgen zijn aangaande het onderdeel Wnb- houtopstanden; → Er geen nadelige gevolgen zijn aangaande streng en strikt beschermde soorten of hun beschermde verblijfplaats (Wnb-soorten); Een ontheffing niet noodzakelijk is; Er geen nader onderzoek hoeft plaats te vinden; → Voor algemeen voorkomende soorten een algemene vrijstelling geldt als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht altijd van toepassing is. Er geen procedurele gevolgen zijn ten gevolge van de voorgenomen ingrepen.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 4

1 INLEIDING In opdracht van AKM projectontwikkeling b.v. heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Rembrandtweg 257 te Ridderkerk een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens het bedrijfsgebouw te amoveren ten behoeve van de realisatie van een appartementengebouw met circa 32 appartementen. In dit kader zullen mogelijk enkele bomen en struiken worden gekapt/ gerooid. De initiatiefnemer gaf aan dat de nabijgelegen vijver geen onderdeel van het plangebied is. Derhalve zullen er geen oppervlaktewateren worden gedempt. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.

Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het NNN of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.

Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd nest dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 5

2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn het NDFF en diverse andere (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd. De waarnemingen zijn gedaan tussen 2015 en 2020. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen in het kilometer-/uurhok waarin het plangebied is gelegen. Diverse kaarten (waaronder NNN, Natura2000 en Natuurbeheerplan) van de provinciale site zuid-holland.nl zijn geraadpleegd in oktober 2020. Het door de opdrachtgever aangeleverde document ‘Principeverzoek Nieuwbouw appartementen aan de Rembrandtweg 257 te Ridderkerk’ AKM projectontwikkeling B.V., 25 maart 2020 is bestudeerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 30 augustus 2020 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was bewolkt en miezerde het bij een temperatuur van rond de 16°C. Het gehele plangebied was ten tijde van het veldbezoek toegankelijk, inclusief het dak. De directe omgeving van het plangebied is tijdens het veldbezoek eveneens bekeken. Tijdens het onderzoek is een baliemedewerker in het pand geïnterviewd.

Tijdens het veldonderzoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het onderzoek is uitgevoerd door ecoloog K.H. Eymael met een relevante MBO4 opleiding (ecologie en wildlife management). Tevens worden door de ecologen van EcoTierraecologisch adviesbureau diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker is in het bezit van diverse certificaten, waaronder de cursus diersporen voor ecologen (Weylin Tracking).

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 6

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Ridderkerk en betreft een bedrijfsgebouw. Verder zijn er enkele kleinere bomen en (lage) groenstructuren. Het kantoorgebouw was ten tijde van het veldbezoek in gebruik en beschikt over een plat dak zonder kiezels. Verder is er een spouw zonder open stootvoegen maar wel enkele ventilatiesleuven op maaiveld niveau aanwezig. De directe omgeving bestaat uit bedrijfsgebouwen, woningen en tuinen, groenstructuren, oppervlaktewater en infrastructuur.

Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: google maps).

Foto’s: Indrukken plangebied. Bedrijfsgebouw.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 7

Foto’s: Indrukken plangebied. Bedrijfsgebouw.

Foto’s: Indrukken plangebied. Bedrijfsgebouw.

Foto’s: Indrukken plangebied. Bedrijfsgebouw.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 8

Foto’s: Indrukken plangebied. Bedrijfsgebouw, binnen.

Foto’s: Indrukken perceel. Parkeergelegenheid en beplanting.

Foto’s: Directe omgeving. Vijver en Rembrandtweg.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 9

3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens het bedrijfsgebouw te amoveren ten behoeve van de realisatie van een appartementengebouw met circa 32 appartementen. In dit kader zullen mogelijk enkele bomen en struiken worden gekapt/ gerooid. De initiatiefnemer gaf aan dat de nabijgelegen vijver geen onderdeel van het plangebied is. Derhalve zullen er geen oppervlaktewateren worden gedempt. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In het document ‘Principeverzoek Nieuwbouw appartementen aan de Rembrandtweg 257 te Ridderkerk’ AKM projectontwikkeling B.V., 25 maart 2020 wordt het plan uitgebreider beschreven.

Afbeelding 2: Plattegrond gewenste situatie (bron: Ingenieursbureau AKM).

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 10

4 BEVINDINGENONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de databases van de provincie is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland en geen Natuurbeheertypen heeft meegekregen in het vigerende Natuurbeheerplan. Het plangebied is niet gelegen binnen een straal van 2.000 meter van een Natura2000gebied. Volgens de geraadpleegde bronnen (betreft vaak bronnen die met kilometer- of uurhokken werken) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd en relevant voor plangebied) als, eekhoorn, gewone, ruige en kleine dwergveermuis, laatvlieger, watervleermuis, franjestaart, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis, roek, gierzwaluw en huismus voorkomen. Er zijn geen relevante rapportages gevonden van planlocaties in de directe omgeving van onderhavige planlocatie. 4.2 Bevindingen veldonderzoek Interview De geïnterviewde baliemedewerker kon geen relevante informatie geven. Flora Beschermde flora is niet aangetroffen in het plangebied. Het plangebied bestaat voor het grootste gedeelte uit bebouwing en verharding. Het overige deel betreft tuin/ groenstructuren met voornamelijk cultivars.

Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het daadwerkelijke plangebied en de omgeving enkele vogels waargenomen zoals wilde eend, meerkoet, kauw, koolmees, pimpelmees, merel en zwarte kraai. Het te amoveren bedrijfsgebouw is onderzocht op sporen en geschiktheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest. De dakranden waren goed te onderzoeken met een verrekijker en vanaf het dak zelf. Binnen en rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen waargenomen. Tevens zijn nestlocaties van huismus niet te verwachten door het ontbreken van geschikte nestlocaties zoals holtes of een pannendak met dakbeschot. Ook andere holtebewoners, zoals de gierzwaluw, worden in het bedrijfsgebouw, door het ontbreken van geschikte holtes, niet verwacht. Er zijn dan ook geen sporen zoals nestresten en/of fecaliën aangetroffen van genoemde soorten. Er zijn eveneens geen nesten of sporen (veren, braakballen, fecaliën en dergelijke) van uilen aangetroffen. Verder zijn er ook geen horsten van roofvogels aanwezig. Het ontbreekt tevens aan sporen van genoemde soorten/soortgroepen. Het plangebied betreft geen foerageergebied voor roofvogels en uilen. Vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest zullen zeer waarschijnlijk broeden in de aanwezige bomen en struiken.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 11

Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Binnen het plangebied zijn geen concrete aanwijzingen aangetroffen, zoals latrines of prooiresten, die duiden op een vaste verblijfplaats van een steenmarter. Er zijn in het gebouw geen openingen die groot genoeg zijn voor steenmarter om in het gebouw te komen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten van eekhoorn aangetroffen. Algemeen voorkomende soorten zoals egel en huis- en veldmuis kunnen worden verwacht binnen en nabij het plangebied. Vleermuizen Het te amoveren bedrijfsgebouw was ten tijde van het veldbezoek goed te onderzoeken doordat ook het dak betreden kon worden.

Foto’s: Goed te onderzoeken (dak)constructie.

De opstal is niet geschikt bevonden voor vleermuizen. De opstal heeft voor vleermuizen geen toegankelijke spouw (enige openingen die toegang bieden tot de spouw zijn ventilatiesleuven op maaiveld niveau), pannendak met dakbeschot, gevelbetimmering waarachter geschikte ruimtes aanwezig zijn of andere plekken die geschikt zouden kunnen zijn voor gebouwbewonende vleermuizen. Vanaf de grond leken enkele openingen bij de dakrand mogelijk geschikt te zijn voor vleermuizen. Echter, vanaf het dak waren deze openingen goed te controleren. De openingen bieden geen toegang tot de spouw of andere geschikte ruimtes voor vleermuizen. Er zijn binnen het plangebied geen geschikte bomen (met holtes, scheuren of loszittend schors) aanwezig. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn derhalve uitgesloten. De verwachting is dat er gefoerageerd wordt door vleermuizen binnen het plangebied. Essentiële vliegroutes worden binnen het daadwerkelijke plangebied niet verwacht. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Er is wel oppervlaktewater aanwezig naast het daadwerkelijke plangebied waarin in potentie amfibieën kunnen voortplanten.

Mogelijk dat soorten weggekropen zitten onder de groene elementen, zoals de groenstructuren en de overige groene elementen binnen en nabij het plangebied. Het plangebied is niet geschikt bevonden voor reptielen door het ontbreken van geschikt leefgebied (zoals broeihopen en geschikt landhabitat).

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 12

Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden afwezig zijn.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 13

5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Het plangebied is niet gelegen nabij een Natura2000-gebied. Er zal derhalve geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting (door bijvoorbeeld verdroging) plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Mogelijk dient er in het kader van de Wnb-Natura2000 een AERIUSberekening uitgevoerd te worden. Mogelijk worden in het kader van de voorgenomen ingrepen enkele bomen gekapt en struiken gerooid. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is in onderhavige situatie niet van toepassing, daar er geen houtopstand wordt gekapt (houtopstand is onder andere gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat).

5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn diverse vogels waargenomen die een zogenaamd categorie 5 nest (nesten die als jaarrond beschermde verblijfplaats kunnen worden gekwalificeerd indien geen c.q. onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn) hebben, zoals koolmees en pimpelmees. De voorgenomen ingrepen zullen niet tot gevolg hebben dat de genoemde soorten niet meer kunnen broeden in de omgeving. Er is derhalve geen sprake van een jaarronde bescherming. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor roofvogels en uilen.

Het is aannemelijk dat vogelsoorten zonder een jaarrond beschermd nest broeden binnen het plangebied. De voorgenomen ingrepen mogen geen bezette nesten vernietigen of verstoren,

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 14

derhalve dienen ze te starten voor de aanvang van het broedseizoen of geheel buiten deze periode plaats te vinden (broedseizoen loopt globaal van begin maart tot en met juli/ augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vogels, mits de genoemde voorwaarden worden nageleefd. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten, of verblijfplaatsen ervan, waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Mogelijk komen er algemeen voorkomende soorten voor. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Vleermuizen Door het ontbreken van geschikte opstallen en bomen zijn er geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen te verwachten binnen het plangebied. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn.

Er gaan geen vliegroutes verloren het kader van onderhavig project. De ingrepen zullen geen indirecte aantasting van eventueel aanwezige verblijfplaatsen buiten het plangebied tot gevolg hebben, bijvoorbeeld door het blokkeren van uit-/ invliegopeningen of verstoring door licht. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Mogelijk komen er algemeen voorkomende amfibiesoorten voor. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 15

De zorgplicht (art 1.11 Wnb) De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo mogen voor de start van het broedseizoen algemene soorten geweerd worden zoals een kauw in een schoorsteen of een merel in een struik tegen de woning aan.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 16

6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 Conclusie Onderdeel

Overtreding Wnb/ overige wetgeving Nee Nee

Nader onderzoek naar/ vervolg actie

Periode

Mitigatie

Nee Nee

N.v.t. N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Mogelijk, niet aan getoetst

Mogelijk AERIUS-berekening

N.v.t.

N.v.t.

Houtopstanden

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Flora Vogels - Jaarrond beschermde nesten

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t

- Functioneel leefgebied

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Niet jaarrond beschermde nesten

Nee

Zorgplicht

Broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot (en met) augustus

Ingrepen buiten broedseizoen uitvoeren of starten

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

Nee

Nee

Functioneel leefgebied Vleermuizen

Nee

Nee

Nee

Nee

- Vaste verblijfplaatsen Opstallen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Vaste verblijfplaatsen Bomen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Essentieel foerageergebied

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Essentiële vliegroute Amfibieën/ reptielen/vissen

Nee Nee

Nee Nee

N.v.t. N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

Ongewervelden/ overige soorten Vrijgestelde soorten en alle overige dieren en planten

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t

Nee

Zorgplicht

Gehele project

- Zoveel mogelijk werken buiten kwetsbare periodes als voortplantings- en winterperiode -voorkomen vestiging

NNN Ander provinciaal beschermd gebied Natura2000 -soorten Natura2000 - stikstof

Grondgebonden zoogdieren Habitatrichtlijn en Nationaal

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 17

6.2 Vrijblijvend advies Bij het project kan rekening worden gehouden met de in deze rapportage genoemde soorten. Er kunnen bijvoorbeeld speciale nestkasten voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen worden ingebouwd of worden aangebracht. Over dit zogenaamde natuur-inclusief bouwen is tegenwoordig veel te vinden op internet. Een goede site om informatie en inspiratie op te doen is www.bouwnatuurinclusief.nl. Het is raadzaam om wel een ecoloog/ ter zake kundige bij aanschaf en plaatsing te betrekken opdat er het hoogste rendement uit de kasten gehaald kan worden.

Voorbeelden voorzieningen (bron: Faunaprojecten.nl).

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 18

BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 19

Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 20

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).

- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 21

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.

Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 22

Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 23

(Bron: Website Ecologica, december 2019).

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 24

- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.

Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.

Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 25

De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 26

Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.

De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 27

omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 28

BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 29

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 30

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 31

BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN (CATEGORIE 1-4) Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 32

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 33

BIJLAGE 4 BRONNEN

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 34

www.google.nl minez.nederlandsesoorten.nl/soorten www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl

- Q2020.157-Quickscan flora en fauna Rembrandtweg 257 te Ridderkerk-

Pagina | 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/758/documents/29204