CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Quickscan Ecologie.pdf

Commissie Samen wonen RK 1 juni 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 3: Definitieve verklaring van geen bedenkingen '7 eengezinswoningen Blaak 3 t/m 15'4.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “opening”: 50

Flora en fauna quickscan Blaak te Ridderkerk

Rapportnr. Auteur Opdrachtgever Contactpersoon Datum uitgave

2018-N16 Sander D. Elzerman Woonvisie Dhr. S. Trouw 1 juni 2018

Quickscan Blaak Ridderkerk

Flora en fauna quickscan Blaak te Ridderkerk Aanleiding In het kader van een aanpassing in het woningenaanbod is Woonvisie zich aan het oriënteren op de mogelijkheden om de portiekwoningen aan de Blaak 1 t/m 95 in de gemeente Ridderkerk, provincie Zuid-Holland, aan te pakken (Figuur 1). De woningen zijn verouderd in technische kwaliteit en sluiten niet meer aan bij de huidige woonbehoefte (Woonvisie, 2012). In het centrum van Ridderkerk is een overschot aan portiekwoningen. Daarnaast heeft Woonvisie de ambitie om het woningenbestand te verduurzamen (Woonvisie, 2014). Ten tijde van de quickscan was nog geen keuze gemaakt in grootschalige renovatie of (gedeeltelijke) vervanging door nieuwbouw. Zowel (grootschalige) renovatie als sloop en nieuwbouw kunnen effect hebben op beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming. Daarom was het wenselijk om op voorhand in beeld te brengen wat de kans op beschermde flora en fauna in het projectgebied is. De flora en fauna quickscan is verkennend onderzoek dat hier antwoord op kan geven.

Figuur 1. De ligging van het projectgebied in het centrum van Ridderkerk is aangegeven met een rood kader.

Methodiek De quickscan richt zich op de beschermde soorten van de Wet natuurbescherming (Wnb) die sinds 1 januari 2017 van kracht is. Het gaat hierbij met name om de soorten van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De aanwezigheid van deze soorten kan leiden tot een ontheffingsaanvraag. De soorten, die op basis van art. 3.10 van de Wnb beschermd worden, vallen ook binnen de quickscan. Voor deze soorten is op basis van provinciale vrijstellingsbesluiten in veel gevallen geen ontheffing vereist, maar dient wel zorgvuldig gehandeld te worden. In veel gevallen kan op basis van de quickscan de aanwezigheid van beschermde flora en fauna worden vastgesteld of uitgesloten. Het kan echter mogelijk zijn dat vervolgonderzoek nodig is om het voorkomen van een beschermde soort te kunnen bepalen.

Elzerman Ecologisch Advies

2

Quickscan Blaak Ridderkerk

Het projectgebied ligt op grote afstand van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en het NatuurNetwerk Nederland (voormalige Ecologische Hoofdstructuur). De inrichting van het projectgebied gaat niet wezenlijk veranderen. Effecten op beschermde natuurgebieden kunnen daarmee worden uitgesloten. Het hoofdstuk gebiedsbescherming van de Wnb (Art. 2.1-2.11) wordt verder buiten beschouwing gelaten. De bomen in het projectgebied vallen buiten de het hoofdstuk beschermde houtopstanden (voormalige Boswet) van de Wnb (Art.4.1-4.7). De flora en fauna quickscan bestaat uit een bureauonderzoek aangevuld met een veldbezoek. Op basis van de beschikbare gegevens uit openbare bronnen met natuurgegevens en (online) verspreidingsatlassen (o.a. FLORON, 2018; Broekhuizen et al., 2016; SOVON, 2002) is een beeld verkregen van het voorkomen van beschermde soorten in de omgeving. Dit is verfijnd met de gegevens van de Natuurwaardenkaart van de BAR-organisatie (Elzerman, 2015 met aanvullingen 2016-2017). De Natuurwaardenkaart vormt een database waarin alle bekende locaties van beschermde soorten vermeld staan. De gemeenten zijn niet vlakdekkend geïnventariseerd, maar het geeft wel inzicht in de aandachtsgebieden. Vervolgens is het projectgebied geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde en kenmerkende soorten.

Het (potentiële) voorkomen van een beschermde plant of dier wordt hierbij zoveel mogelijk in kaart gebracht. Het veldbezoek is uitgevoerd op 8 mei 2018. De weersomstandigheden waren voldoende gunstig om een beeld te krijgen van de situatie (bewolkingsgraad 0/8, 26oC en 2Bft. Zuidoost).

Wet- en regelgeving Dit onderzoek richt zich op de beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming. Deze wet heeft per 1 januari 2017 de Flora- en faunawet, Boswet en Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. Hieronder is een overzicht gegeven van de Zorgplicht en verbodsbepalingen in de nieuwe wet. De Wnb verschilt van de oude wetten in de formulering van de Algemene Zorgplicht en de verbodsbepalingen. Daarnaast verschilt de lijst van beschermde soorten dieren en planten van de Flora- en faunawet. Algemene Zorgplicht (Art. 1.11) In beginsel zijn alle in Nederland in het wild levende dieren en planten beschermd. De bescherming wordt vormgegeven door verbodsbepalingen en een algemene Zorgplicht. De Wnb richt zich op de bescherming van soorten en gebieden. Echter, de intrinsieke waarde van elk individueel dier en plant wordt wel erkend. Mensen mogen hier dus niet onzorgvuldig mee omgaan. Vanuit deze gedachte is de Zorgplicht opgesteld:  

Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten:   

dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

De Zorgplicht is een algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.

Verbodsbepalingen Soortenbescherming (Art. 3.1 t/m 3.10) De bescherming van planten en dieren is gebaseerd op het ‘Nee, tenzij’-principe. Dit wil zeggen, dat in principe werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geen negatief effect mogen hebben op beschermde flora en fauna, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan.

Elzerman Ecologisch Advies

3

Quickscan Blaak Ridderkerk

Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkelingen. Wanneer de activiteiten geen negatief effect hebben op de flora en fauna dan is geen ontheffing nodig. In veel gevallen is dat echter moeilijk vooraf te bepalen. Daarom wordt vaak vooraf het voorkomen van beschermde soorten in kaart gebracht door een ecologisch adviseur. Hiermee wordt niet alleen de aanwezigheid van een soort binnen het plangebied bepaald, maar ook het gebiedsgebruik en daarmee het effect van de activiteiten. In de Wnb zijn de verbodsbepalingen gekoppeld aan de verschillende beschermde soorten vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en internationale verdragen. De verbodsbepalingen, die in het kader van een flora en fauna quickscan van belang zijn, worden besproken in Artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb: Artikel 3.1

3.5

3.10

Verbodsbepalingen Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels te doden, te vangen en te verstoren. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, beschadigen, weg te nemen, rapen en onder zicht te hebben. (Soorten genoemd in de Vogelrichtlijn) Het is verboden in het wild levende dieren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen, te verstoren. Het is verboden eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. (Soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) Het is verboden in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers opzettelijk te doden, te vangen, de vaste verblijf- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen. Het is verboden vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen, of te vernielen. (Aangewezen soorten in de bijlage, onderdeel A & B van de Wet natuurbescherming)

De Wnb deelt beschermde flora en fauna in drie groepen in:    

Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (Vogelrichtlijn). Alle internationaal beschermde flora en fauna (die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn). Alle nationaal beschermde flora en fauna (die genoemd zijn in Bijlage A & B van Wnb). Bij de laatste twee punten gaat het om de bescherming van verschillende inheemse soorten vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers, sporenplanten en vaatplanten in Nederland.

De drie gedefinieerde groepen hebben hetzelfde beschermingsniveau in de Wnb. Het is noodzakelijk om voor alle ruimtelijke ontwikkelingen en werkzaamheden een ontheffing aan te vragen indien beschermde flora en/of fauna in het plangebied aangetroffen of aangetoond is. Vogels Alle in Nederland voorkomende vogelsoorten worden in beginsel gelijkwaardig beschermd. Het is in het algemeen verboden om vogels te doden, te verontrusten, hun nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen te verstoren. In de praktijk gaat het met name om werkzaamheden gedurende het broedseizoen. Buiten het broedseizoen zullen veel activiteiten minder problemen geven voor de meeste vogelsoorten. Uitzondering hierop vormt een selectie aan vogelsoorten die jaarronde bescherming genieten (Ministerie van LNV, 2009). De nesten van deze soorten mogen ook buiten het broedseizoen niet verstoord worden. De jaarrond beschermde vogelsoorten zijn ingedeeld in vijf categorieën. Voor de soorten uit de vijfde categorie geldt alleen onder specifieke omstandigheden een ontheffingsplicht. Deze lijst is samengesteld onder de voormalige Flora- en faunawet, maar blijft (voorlopig) van toepassing binnen de huidige natuurwetgeving.

Elzerman Ecologisch Advies

4

Quickscan Blaak Ridderkerk

Voortplantings-, vaste rust- en verblijfplaatsen dieren Naast de dieren zelf worden ook hun voortplantings-, vaste rust- en verblijfplaatsen beschermd. Onder een voortplantingsplaats wordt niet alleen een nest van een vogel of kolonieverblijf voor vleermuizen verstaan, maar ook de functionele omgeving. Sommige faunasoorten zijn zeer kritisch wat betreft hun foerageerplek of slaapplaats. Zij stellen specifieke eisen aan het leefmilieu en kunnen ook moeilijk overschakelen op een veranderde situatie. Indien werkzaamheden invloed hebben op vaste rust- en verblijfplaatsen dient een ontheffing te worden aangevraagd. Vrijstellingsregeling van de verboden Voor internationaal en nationaal beschermde soorten geldt in sommige gevallen een algemene vrijstelling voor werkzaamheden. Iedere provincie heeft apart bepaald welke flora en fauna valt onder deze vrijstellingsregeling (Provinciale Staten van Zuid-Holland, 2016). De vrijstelling geldt voor de volgende werkzaamheden:    

De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; Bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; Bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; Bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied.

Vallen de activiteiten onder één van deze noemers dan is de vrijstellingsregeling van de verbodsbepalingen van de Wnb van toepassing. Als geen sprake is van dit type werkzaamheden dan is toch een ontheffingsaanvraag nodig. De algemene Zorgplicht blijft in alle gevallen wel van kracht.

Resultaten Het projectgebied is beschreven aan de hand van de landschappelijke en ecologische kenmerken. Vervolgens worden de aangetroffen en, indien van toepassing, de te verwachten soorten behandeld.

Beschrijving projectgebied De flora en fauna quickscan richt zich op twee portiekflats in het centrum van Ridderkerk (Figuur 1). De flats dateren uit de jaren vijftig en bestaan elk uit vier woonlagen met een berging (Figuur 2). In de flats is geen lift aanwezig; de woningen zijn bereikbaar via een intern trappenhuis. Zowel aan de voorals achterzijde zijn de appartementen voorzien van balkons (Figuur 3). De gevels van beide gebouwen bestaan geheel uit kunststofgevelbeplatingen met isolatie (Figuur 4). De naden tussen de gevelplaten zijn dichtgemaakt. Langs de dakrand bij de balkons, een deel van het hek op de balkons en de koof voor de afwatering zijn afgewerkt met trespa platen. De ramen hebben smalle hardhouten kozijnen.

Figuur 2. Overzicht van het projectgebied.

Elzerman Ecologisch Advies

Figuur 3. De achterzijde van de portiekflats.

5

Quickscan Blaak Ridderkerk

Aan de voorzijde zijn kleine plantvakken monotoon ingericht met bodembedekkers of lage struiken. De appartementen op de begane grond hebben een achtertuin. Over het algemeen zijn de achtertuinen groen ingericht met erfscheiding van ligusterhagen en houten schuttingen (Figuur 5). Binnen het projectgebied is geen open water aanwezig.

Figuur 4. Vooraanzicht van de noordelijke portiekflat.

Figuur 5. Langs de achtertuinen vormt een brandgang de erfscheiding met de achtertuinen van de Kerksingel.

Aangetroffen (beschermde) soorten Vogels – jaarrond beschermde soorten Het veldbezoek is uitgevoerd in een periode dat het broedseizoen voor de meeste soorten al in volle gang was. Zo ook voor de meeste jaarrond beschermde vogels. Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde vogels waargenomen binnen het projectgebied. Binnen de bebouwde kom zijn broedgevallen van Buizerd Buteo buteo, Sperwer Accipiter nisus, Boomvalk Falco subbuteo, Kerkuil Tyto alba, Ransuil Asio otus, Huismus Passer domesticus en Gierzwaluw Apus apus bekend (Elzerman, 2015). Deze selectie aan vogelsoorten heeft een boom of gebouw nodig als nestgelegenheid. De bomen in de achtertuinen zijn niet groot genoeg voor een nest van een roofvogel of uil. Er is bovendien te weinig dekking en te veel verstoring in het projectgebied. De gebouwen zijn ontoegankelijk. Huismus en Gierzwaluw zijn vrij algemene broedvogels in Ridderkerk (Sovon, 2018). Ze hebben een voorkeur voor schuine daken met dakpannen, maar kennen een verscheidenheid aan broedplaatsen (SOVON, 2002). De gebouwen in het projectgebied bieden geen mogelijkheden voor deze soorten. De gevels zijn geheel afgesloten (Figuur 4 en Figuur 7). Langs de dakranden en bij aansluitingen op de balkons zijn geen spleten of kieren die groot genoeg zijn voor een Gierzwaluw om tussen te kruipen (Figuur 6).

Voor zover zichtbaar waren op de balkons geen nestkastjes aanwezig voor Huismussen. Vogels – overige soorten Naast de selectie aan jaarrond beschermde soorten zijn alle inheemse vogels in Nederland beschermd gedurende de broedtijd. In de tuinen waren enkele stadsvogels aanwezig, die hier mogelijk kunnen broeden. Tijdens het veldbezoek zijn Turkse tortel Streptopelia decaocto, Houtduif Columba palumbus, Merel Turdus merula en Heggenmus Prunella modularis waargenomen. De bomen in de achtertuinen bieden nestgelegenheid voor beide duiven, terwijl Merel en Heggenmus in de struiken kunnen broeden. De waargenomen soorten vormen niet een uitputtende lijst van potentiële broedvogels in het projectgebied, maar wijzen wel op het belang van een zorgvuldige planning voor het verwijderen van bomen en andere beplanting. Indien het noodzakelijk is om

Elzerman Ecologisch Advies

6

Quickscan Blaak Ridderkerk

beplanting te verwijderen dan wordt geadviseerd dit buiten het broedseizoen te doen. Zo niet, dan moet vooraf uitgesloten worden dat zich nesten bevinden in de te verwijderen beplanting. Zoogdieren De meeste strikt beschermde zoogdieren van de Europese Habitatrichtlijn kunnen op basis van hun biotoopvoorkeur worden uitgesloten. Binnen de bebouwde kom vinden weinig soorten zoogdieren geschikt leefgebied. Op voorhand moest op basis van de verspreiding vooral rekening gehouden worden met vleermuizen (Broekhuizen et al., 2016). In Ridderkerk komen diverse soorten voor, waarvan Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii en Laatvlieger Eptesicus serotinus de meeste algemene zijn. In het centrum van Ridderkerk zijn meerdere verblijfplaatsen van beide soorten dwergvleermuizen bekend (Elzerman, 2015). Niet alleen de dieren zelf, maar ook enkele gebiedsfuncties zijn strikt beschermd door de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij om verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden. Afhankelijk van de tijd van het jaar en de soort maken vleermuizen gebruik van gebouwen en bomen als verblijfplaatsen (Limpens et al., 1997). De gevels van de gebouwen zijn geheel afgesloten. De gevelplaten sluiten naadloos op elkaar aan (Figuur 7). Er zijn ook geen scheuren in de muren waargenomen.

Bij de dakranden, raamkozijnen en aansluitingen op balkons zijn geen openingen aanwezig (Figuur 6). Bovendien zijn de gevels voorzien van isolatiemateriaal. Hierdoor is geen ruimte achter de beplating. De bomen in de achtertuinen hebben een beperkte omvang, waardoor ze onvoldoende groot zijn voor een verblijfplaats van vleermuizen. Bovendien staan ze in de tuinen, waardoor veel verstoring in de directe omgeving is. Tussen de flats staan langs de Schepenstraat twee Valse acacia’s Robinia pseudoacacia. De stam van deze boomsoort is erg ruw met veel groeven. Het is niet uitgesloten dat zich in één van de bomen een holte bevindt waar een vleermuis in kan verblijven. De locatie is echter suboptimaal. De bomen staan in een klein groenvak direct naast de weg en staan aan de andere zijde direct naast de gevel van een flat. Op basis van de locatie kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat hier een verblijfplaats van vleermuizen is. Naast verblijfplaatsen zijn ook vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden beschermd. Vleermuizen gebruiken soms vaste vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebied. Opgaande landschapselementen, zoals bomenrijen of gebouwen, en rechtlijnige structuren, zoals watergangen of dijken, kunnen hierbij een begeleidende functie hebben (Limpens et al., 1989).

De flats staan naast elkaar waardoor ze een lijnvormige structuur vormen. De omgeving is echter sterk verlicht. Bovendien leidt de Blaak nergens naartoe. Het geheel versteende Koningsplein en omgeving vormt geen aantrekkelijk foerageergebied. Wanneer gekozen wordt voor de sloop van de portiekwoningen en het projectgebied een andere inrichting krijgt dan kunnen vleermuizen de watergang aan de westzijde van de Blaak gebruiken om over te vliegen. Van een essentieel foerageergebied is geen sprake. Het projectgebied heeft een beperkte omvang. Bovendien is de hoeveelheid en kwaliteit van het groen, en daarmee het voedselaanbod aan insecten, klein. In de omgeving van het projectgebied zijn betere foerageerplekken, zoals boven de singels van de Rembrandtweg en het Sint Jorispark (Elzerman, 2016). Beschermde gebiedsfuncties voor vleermuizen kunnen dus redelijkerwijs worden uitgesloten.

Elzerman Ecologisch Advies

7

Quickscan Blaak Ridderkerk

Figuur 6. Bij de aansluiting van de balkons op de gevel zijn geen mogelijkheden voor vleermuisverblijven.

Figuur 7. Zuidgevel van de zuidelijke flat.

Overige zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) zoogdieren waargenomen. De tuinen zijn geschikt als foerageergebied voor soorten als Egel Erinaceus europaeus en diverse muizensoorten. Onder de struiken kunnen ze een rustplaats vinden. Deze zoogdieren vallen onder de bescherming van Art. 3.10 ‘Overige soorten’. Ze zijn opgenomen op de vrijstellingslijst van de provincie Zuid-Holland (Provinciale Staten van Zuid-Holland, 2016). Dit betekent dat wanneer de ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de staat van instandhouding van de soort alleen de zorgplicht in acht genomen dient te worden. De werkzaamheden in het projectgebied hebben geen negatief effect op de staat van de instandhouding van de zoogdieren, vanwege de beperkte omvang van het gebied. Hier kan slechts een klein aantal dieren leven. De Zorgplicht ten aanzien van deze zoogdieren blijft onverminderd van kracht. Vaatplanten De tuinen zijn, voor zover te beoordelen, ingericht met gecultiveerde planten. Vooral langs de brandgang hebben zich wilde soorten gevestigd, zoals Grote brandnetel Urtica dioica, Paardenbloem Taraxacum officinale en Zevenblad Aegopodium podagraria (Figuur 5). Dit zijn algemeen voorkomende ruigtekruiden die goed gedijen onder voedselrijke omstandigheden (FLORON, 2018). Beschermde soorten zijn hier niet te verwachten.

Overige soorten Watergebonden beschermde soorten kunnen worden uitgesloten op basis van de afwezigheid van water binnen het projectgebied. De strikt beschermde soorten van andere soortgroepen kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten op basis van hun verspreiding en/of het biotoop binnen projectgebied dat ongeschikt is.

Elzerman Ecologisch Advies

8

Quickscan Blaak Ridderkerk

Conclusie en aanbevelingen Woonvisie is van plan werkzaamheden uit te voeren aan twee portiekflats langs de Blaak in het centrum van Ridderkerk (provincie Zuid-Holland). Het projectgebied omvat de woningen aan de Blaak 1 t/m 95 (Figuur 1). De woningen zijn verouderd en voldoen niet meer aan de hedendaagse wooneisen. Het plan is om de woningen energiezuiniger te maken of te vervangen door nieuwbouw dat voldoet aan de toekomstige woonwensen. Ten tijde van de flora en fauna quickscan was nog geen keuze gemaakt tussen renovatie of sloop en nieuwbouw. Bij het beoordelen van de te verwachten effecten op beschermde soorten is rekening gehouden met beide scenario’s. Zowel renovatie als sloop en nieuwbouw kunnen effect hebben op beschermde planten en dieren. Daarom is een flora en fauna quickscan uitgevoerd om de aanwezigheid van beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. De quickscan is uitgevoerd middels een bureaustudie in combinatie met veldbezoek. Bij de literatuurstudie is ook gebruik gemaakt van de Natuurwaardenkaart van de BAR-organisatie (Elzerman, 2015 met aanvullingen uit 2016-2017). Hieronder volgen de resultaten per soortgroep: Vogels Alle inheemse vogels zijn gedurende de broedtijd beschermd, maar van een selectie aan soorten is het nest jaarrond beschermd. Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde vogels waargenomen.

Het projectgebied biedt hier ook geen geschikte nestplaatsen. De bomen zijn te klein, er is te weinig dekking en te veel verstoring door het dagelijkse aanwezigheid van mensen. Bij de gebouwen zijn geen nestplaatsen voorhanden. De gevels zijn geheel dicht (Figuur 4) en op de platte daken zijn besloten ruimtes waar een vogel in kan nestelen. In de achtertuinen kunnen wel algemeen voorkomende stadsvogels nestelen. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen. Zoogdieren Alle soorten vleermuizen in Nederland staan vermeld Europese Habitatrichtlijn en zijn daarmee strikt beschermd door de Wet natuurbescherming. Niet alleen de dieren zelf, maar ook verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden vallen onder de wetgeving. De gebouwen bieden geen mogelijkheden voor een verblijfplaats. De buitengevels bevatten geen kieren, spletenof gaten waar een vleermuis in kan kruipen. De naden tussen de gevelplaten zijn dicht, evenals de aansluitingen op de dakranden, raamkozijnen en balkons (Figuur 6). De bomen in het projectgebied zijn ongeschikt op basis van hun beperkte omvang en de omgeving met veel verlichting en verstoring door menselijke activiteiten.

De flats maken waarschijnlijk geen onderdeel uit van een vaste vliegroute, omdat het geen verbinding vormt tussen verblijfplaatsen en een aantrekkelijk foerageergebied (Figuur 1). Bovendien is de omgeving sterk verlicht door straatverlichting wat het onaantrekkelijk maakt voor vleermuizen. Van een essentieel foerageergebied is evenmin sprake. In de omgeving zijn beter geschikte foerageerplekken, zoals de singels langs de Rembrandtweg en het Sint Jorispark. Buiten de vleermuizen kunnen andere ontheffingsplichtige zoogdieren redelijkerwijs worden uitgesloten. Zoogdieren van de lijst ‘overige beschermde soorten (Art. 3.10 uit Wnb), zoals Egel, kunnen wel in het projectgebied worden aangetroffen. De tuinen bieden geschikt leefgebied. Voor deze soorten geldt de Zorgplicht. Planten De tuinen zijn ingericht met gecultiveerde soorten. Op enkele ‘onkruiden’ na hebben zich nauwelijks wilde planten in het gebied gevestigd (Figuur 5). Beschermde planten kunnen worden uitgesloten op basis van het biotoop. Overige soorten In het projectgebied is geen water aanwezig, waardoor watergebonden soorten konden worden uitgesloten. De overige strikt beschermde soorten konden redelijkerwijs worden uitgesloten op basis van hun verspreiding en/of het biotoop.

Conclusie Op basis van de flora en fauna quickscan zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling in het projectgebied geen bezwaren uit de Wet natuurbescherming. Dit geldt voor zowel de optie van renovatie als sloop en nieuwbouw. Er zijn wel enkele aandachtspunten met betrekking tot de aanwezige natuurwaarden om bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening mee te houden.

Elzerman Ecologisch Advies

9

Quickscan Blaak Ridderkerk

Aanbevelingen 

Algemene broedvogels De beplanting dient bij voorkeur buiten het broedseizoen verwijderd te worden. Het broedseizoen strekt zich globaal uit van half maart tot half juli, maar is geen wettelijk vastgestelde periode. Het nestgebruik is bepalend voor de bescherming. Een soort als Turkse tortel of Houtduif kan nog tot in september broeden. Controleer daarom altijd voor aanvang van de werkzaamheden op nesten en broedende vogels.

Algemene Zorgplicht (Art. 1.11 uit Wnb) Indien voor de werkzaamheden beplanting verwijderd moet worden, houdt dan rekening met de aanwezigheid van kleine zoogdieren. Geef de aanwezige dieren de mogelijkheid om te vluchten of verplaats de dieren zorgvuldig naar een geschikte plaats elders in de omgeving. Bij voorkeur worden struiken in de herfst verwijderd om te voorkomen dat deze zoogdieren hieronder een winterrustplaats creëren. Verstoring tijdens de winter kost veel energieverlies voor deze dieren.

Kapvergunning Indien bomen gekapt worden dan is hier mogelijk een kapvergunning voor nodig. Informeer bij de gemeente Ridderkerk naar de regelgeving omtrent de kapvergunning.

Natuurinclusief renoveren of bouwen De werkzaamheden bieden de mogelijkheid om niet alleen maatregelen te treffen voor een reductie van het energieverbruik, maar ook om meerwaarde te creëren voor de biodiversiteit (Vink, Vollaard & de Zwarte, 2017). Bij renovatie worden energiebesparende maatregelen uitgevoerd, zoals het isoleren van muren en daken. Dit biedt de kans om ook vleermuiskasten te integreren. Indien gekozen wordt voor sloop en nieuwbouw dan is het nuttig om in de ontwerpfase al te kijken naar mogelijkheden voor het creëren van nest- en verblijfplaatsen. Dergelijke maatregelen zijn geen wettelijke verplichting, maar dragen bij aan de biodiversiteit. De aanwezigheid van planten en dieren in de woonomgeving vergroten het woongenot.

Elzerman Ecologisch Advies

10

Quickscan Blaak Ridderkerk

Literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & J.C. Buijs (red). 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Elzerman, S.D. 2016. Onderzoek naar Flora- en faunawet soorten bij Rembrandtweg te Ridderkerk. Rapportnr. 2016-12. Elzerman Ecologisch Advies, Maasdam. FLORON. 2018. NDFF Verspreidingsatlas planten. Verkregen via https://www.verspreidingsatlas.nl/planten, geraadpleegd op 7 mei 2018. Nationale Databank Flora en Fauna, Nijmegen. Limpens, H., Helmer, W. van Winden, A. & K. Mostert. 1989. Vleermuizen (Chiroptera) en Lintvormige Landschapselementen. Lutra. 32(1): pp. 1-17. Limpens, H., Mostert, K. & W. Bongers (red). 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Ministerie van Landbouw, Natuurbehoud en Visserij. 2009. Wijziging beoordeling ontheffing Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen. 26 augustus 2009. Brief Dienst Regelingen, Den Haag. Provinciale Staten van Zuid-Holland. 2016. Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 9 November 2016, tot vaststelling van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland, met nummer 6949. Provinciaal Blad Nr. 6788, 20 december 2016. Provincie Zuid-Holland, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland. 2002.

Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000 – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Sovon. 2018. Voorlopige verspreidingskaart broedseizoen. Verkregen via http://www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/deel/B, geraadpleegd op 7 mei 2018. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Vink, J., Vollaard, J. & N. de Zwarte. 2017. Stadsnatuur maken/Making Urban Nature. Nai010 uitgevers, Rotterdam. Woonvisie. 2012. Werk aan de Woning. Woonvisie, Ridderkerk. Woonvisie. 2014. Strategische visie 2014 – 2024. Woonvisie, Ridderkerk.

Elzerman Ecologisch Advies

11

Quickscan Blaak Ridderkerk

Flora en fauna quickscan Blaak te Ridderkerk Status uitgave Rapport nr. Auteur Datum uitgave

Definitief 2018-N16 Sander D. Elzerman 1 juni 2018

Foto’s Kaartmateriaal

Sander D. Elzerman OpenStreetMap-auteurs 2018 (CC BY-SA)

Projectnr. 2018021 Opdrachtgever Woonvisie Contactpersoon Dhr. Sander Trouw

© Elzerman Ecologisch Advies Leeuwerik 20 3299 BZ Maasdam

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Elzerman Ecologisch Advies kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Elzerman Ecologisch Advies

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/944/documents/34826