PlanMER Gebiedsvisie Rivieroevers-concept definitief met bijlagen.pdf
Tekst van het document
RAPPORT PlanMER Gebiedsvisie Rivieroevers concept definitief
Klant:
Gemeente Ridderkerk
Referentie: BH6564-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status:
S3/P01
Datum:
1 oktober 2021
Open
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: PlanMER Gebiedsvisie Rivieroevers
Ondertitel: Referentie: BH6564-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status: P01/S3 Datum: 1 oktober 2021 Projectnaam: PlanMER Gebiedsvisie Ridderkerk Projectnummer: BH6564
Classificatie Open
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 1 oktober 2021
BH6564-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
ii
Open
Inhoud Samenvatting
1
1
Inleiding
8
1.1
Waarom een gebiedsvisie voor de Rivieroevers?
8
1.2
Waarom dit planMER?
8
1.3
De m.e.r.-procedure
9
1.4
Plangebied
10
1.5
Leeswijzer
11
2
Totstandkoming van de gebiedsvisie en participatie
12
2.1
Gebiedsvisie Rivieroevers
12
2.2
Wijze van participatie
12
3
Onderzoeksmethodiek
13
3.1
Wijze van onderzoeken
13
3.2
Beoordelingskader
15
3.3
Alternatieven
15
4
Referentiesituatie: Foto van de leefomgeving
18
4.1
Inleiding
18
4.2
People
18
4.3
Planet
19
4.4
Profit
23
5
Beoordeling van de alternatieven
24
5.1
Beschrijving van de alternatieven
24
5.2
Toetsing aan de hand van het beoordelingskader
39
5.3
Toetsing aan de ambities
66
5.4
Totstandkoming voorkeursalternatief
69
6
Het voorkeursalternatief
70
6.1
Toelichting van het voorkeursalternatief
70
6.2
Beoordeling effecten voorkeursalternatief
74
6.3
Doorkijk effecten lange termijn
99
6.4
Toetsing aan de ambities
101
6.5
Passende beoordeling
104
7
Conclusies
105
7.1
Effecten en aanbevelingen vervolg
105
1 oktober 2021
BH6564-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
iii
Open
7.2
Leemtes in kennis, monitoring en vervolg
111
Referenties
112
Bijlage 1: Referentiesituatie Rivieroevers
113
Bijlage 2: Nota van antwoord
114
Bijlage 3: Passende beoordeling
115
1 oktober 2021
BH6564-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
iv
Open
Samenvatting S.1
Waarom een MER?
In de Nederlandse wet staat dat voor plannen en besluiten die belangrijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben, een milieueffectrapportageprocedure (m.e.r.) moet worden gevolgd. De m.e.r.-procedure is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten: hiermee kan een goede keuze worden gemaakt tussen de gevolgen voor het milieu en andere belangen. De wet milieubeheer heeft milieueffectrapportages voor plannen (plan-m.e.r.) en voor projecten (besluit-m.e.r.). Voor de gebiedsvisie Ridderkerk moet een planMER 1 worden opgesteld, omdat hieruit ontwikkelingen kunnen volgen met een negatieve invloed op het milieu; zogenaamde m.e.r.(beoordelingsplichtige)activiteiten. Dit rapport gaat over het planMER en beschrijft de resultaten van het onderzoek naar de invloed van de gebiedsvisie op het milieu. Het planMER wordt tegelijk met de ontwerp gebiedsvisie ter inzage gelegd.
S.2
Gebiedsvisie Rivieroevers
De gemeente Ridderkerk kenmerkt zich onder andere door de oevers van de Nieuwe Maas en de Noord (hierna: Rivieroevers). De Rivieroevers zijn sinds lange tijd in gebruik voor (watergebonden) activiteiten en laten veel tegenstellingen zien. Behalve bedrijven zie je in het gebied namelijk ook woonlinten (lange rijen woningen) uit het verleden en vrijstaande woningen, natuur en voorzieningen voor recreatie. Daarom streeft gemeente Ridderkerk ernaar de ruimtelijke kwaliteit en de bereikbaarheid langs de oevers van haar rivieren te verbeteren. Veel partijen hebben (mogelijk) verschillende belangen in het gebied. De rivieroevers hebben een gebiedsvisie nodig, waarbij wonen, werken en groen in hun samenhang in evenwicht zijn. Om alle belangen zo goed mogelijk te kunnen meewegen, is participatie van alle belanghebbenden belangrijk. Binnen dit project zijn en worden de verschillende doelgroepen op verschillende momenten betrokken in de vorm van ‘labs’.
Figuur S.1 Ligging plangebied rivieroevers
Om tot een gebiedsvisie voor de Rivieroevers te komen wordt een aantal stappen gevolgd: inventarisatie & analyse, verkenning, andere mogelijkheden (alternatieven) en afweging en voorkeursalternatief.
1
m.e.r. staat voor de procedure van de milieueffectrapportage, planMER staat voor het rapport.
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
1
Open
S.3
Aanpak
Dit planMER brengt het volgende in beeld: A. Kwaliteiten van de leefomgeving in de referentiesituatie (Foto van de leefomgeving); Als eerste stap in het planMER is een Foto van de Leefomgeving gemaakt, ook wel de referentiesituatie genoemd. De referentiesituatie is de situatie waarmee de effecten (gevolgen) van de gebiedsvisie van Rivieroevers Ridderkerk zijn vergeleken. De referentiesituatie bestaat uit een beschrijving van de leefomgeving op dit moment, autonome ontwikkelingen meegerekend (zoals kleine woningbouwontwikkelingen). De volledige Foto van de leefomgeving met verdere toelichting van de onderwerpen is te vinden in Bijlage 1. B. Gevolgen van (alternatieven van) de gebiedsvisie Rivieroevers; In het planMER zijn vier alternatieven voor het invullen van de gebiedsvisie onderzocht. Hieruit is de beste mogelijkheid (voorkeursalternatief) gekozen die wordt vastgelegd in de gebiedsvisie. De vier alternatieven gaan uit van meer extreme situaties voor het invullen van de gebiedsvisie. Dat is gedaan om de gevolgen van keuzen te laten zien. Het moet helpen om te komen tot een voorkeursalternatief. De alternatieven gaan dus niet over een haalbaar eindpunt, maar helpen om een voorkeursalternatief te bereiken. C. Mate waarin wordt bijgedragen aan de ambities.
Naast de gevolgen van de alternatieven op de leefomgeving geeft dit MER ook aan welke doelen van de gebiedsvisie worden gehaald. De belangrijkste doelen zijn: o Ruimtelijke kwaliteit binnen Rivieroevers verbeteren. o Goed evenwicht tussen groen, wonen en (watergebonden) activiteiten. o Bereikbare oevers en water voor recreatief gebruik door wandelaars en fietsers. o Zorgen voor een gezonde woon-, werk- en leefomgeving. Een beoordelingskader met onderwerpen over de leefomgeving laat de kwaliteiten van de leefomgeving zien in de Foto van de Leefomgeving. Hierin zie je ook meteen de gevolgen van de alternatieven. Het beoordelingskader is opgebouwd volgens de indeling people, planet en profit. De beoordeling van de gevolgen is gedaan met een 7-puntsschaal.
S.4
Alternatieven en beoordeling
S.4.1 Beschrijving alternatieven Om te komen tot een goede invulling van de gebiedsvisie voor Rivieroevers zijn vier alternatieven beschreven. Elk alternatief is opgebouwd uit een raamwerk met zes pijlers en legt de nadruk op een ander onderwerp. De zes pijlers uit het raamwerk zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Cultuurhistorie als schatkaart; Ontbrekende schakels verbinden; Parels & knooppunten aan het water; Recreatieve ruggengraat langs de dijk; Kansen voor groen en klimaatadaptatie; Impuls voor duurzame mobiliteit.
Alternatief 1: werkfunctie maximaal versterken Het eerste alternatief maakt de werkfunctie in het gebied zo sterk mogelijk. Dit betekent dat alle bedrijventerreinen blijven bestaan en duurzaam worden gemaakt. Daarnaast wordt de Brush locatie (Ringdijk 390) aangepast naar een distributiecentrum. De bereikbaarheid buitendijks wordt verbeterd net als de verbinding met het containertransferium.
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
2
Open
Figuur S.2 alternatief 1: Werkfunctie maximaal versterken
Figuur S.3 alternatief 2: Woonfunctie maximaal versterken
Alternatief 2: woonfunctie maximaal versterken Het tweede alternatief maakt de woonfunctie in het gebied zo sterk mogelijk. Dit betekent dat er zo veel als mogelijk bestaande, wat meer verspreide bedrijven aangepast worden naar wonen. Ook wordt gekeken naar nog meer geschikte plekken voor woningbouw binnen het plangebied. In totaal passen er ongeveer 1.500 woningen in het alternatief op drie plekken. De woningen worden zo veel als mogelijk energieneutraal en klimaatbestendig gebouwd. De aaneengesloten werkgebieden Donkersloot en Bolnes Noord blijven in dit alternatief bestaan. Deze worden duurzaam gemaakt. Daarnaast worden in dit alternatief drie groene corridors (langgerekte stroken met groen) gemaakt. De aanpassing van werken naar wonen biedt hier een kans voor recreatie. Alternatief 3: woon- en werkfunctie combineren: verspreid Het derde alternatief verspreidt de combinatie van wonen en werken. Dit betekent dat een aantal goed passende plekken wordt aangepast naar wonen. Hierbij wordt niet gelet op de werkterreinen eromheen. In totaal passen er ongeveer 1.100 woningen in dit alternatief op drie plaatsen. De woningen worden zo veel als mogelijk energieneutraal en klimaatbestendig gebouwd. Een groot deel van de werkterreinen in Bolnes en op de Schans blijven bestaan. Daarnaast wordt de Brush locatie aangepast naar een logistiek centrum en duurzaam gemaakt.
De bereikbaarheid buitendijks wordt verbeterd net als de verbinding met het containertransferium. Ook wordt in dit alternatief één groene corridor gemaakt. De aanpassing van werknaar woongebieden biedt hier een kans voor recreatie.
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
3
Open
Figuur S.4 alternatief 3: Woon- en werkfunctie combineren
Figuur S.5 alternatief 4 Woon- en werkfunctie combineren
Alternatief 4: woon- en werkfunctie combineren: geclusterd Het vierde alternatief voegt werken en wonen samen. Dit betekent aanpassing van wat meer apart liggende werkterreinen in de buurt van bestaande woningbouw bij Bolnes en de Schans. In totaal passen er ongeveer 800 woningen in dit alternatief op twee plaatsen. In dit alternatief blijft Schiepo als watergebonden activiteit bestaan. Daarnaast wordt de Brush locatie (Ringdijk 390) aangepast naar een distributiecentrum en duurzaam gemaakt. De bereikbaarheid buitendijks wordt verbeterd net als de verbinding met het containertransferium. Ook komen er in dit alternatief twee groene corridors. De verandering van werken naar wonen biedt hier een kans voor recreatie. S.4.2 Beoordeling effecten Hierna zijn de gevolgen beoordeeld. De gevolgen voor het raamwerk oeverpark zijn anders beoordeeld dan de alternatieven die gaan over de invulling van ‘wonen en werken’. Het raamwerk is apart beoordeeld om de verschillen tussen de alternatieven duidelijker te maken. Het raamwerk zit namelijk in elk alternatief en kan daarmee geen verschil laten zien. Ook wordt zo voorkomen dat kansen en risico’s tegen elkaar weggestreept worden. Het resultaat van de effectbeoordeling van de alternatieven is te zien in tabel S.1. Ook is getoetst hoe de alternatieven scoren op het bereiken van de doelen (zie tabel S.2).
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
4
Open
Beoordeling
Tabel S.1: Beoordeling effecten raamwerk, alternatieven en VKA
T a
Criteria Thema
People
Gezondheidbevordering
Veiligheid
Natuur & biodiversiteit
Planet
Bodem Water
--
-
-
0 0/-
0/+ --
--
0/-
0/-
0/0/-
0
0/-
0/-
0
0/-
0/-
0
+
0/+
+
++
++
0/+
+
+
+
+
++
0
-
-
0/-
-
-
0/0/-
---
---
-
-
-
0
--
--
-
-
0/-
0/+ 0/-
--
-
0/+ -
0/-
0/+ 0/-
Effect op de landschappelijke kwaliteit
0
0/+
0/+
+
+
++
Effect op cultuurhistorische waarden en erfgoed Effect op archeologische waarden Mate van verontreiniging in de bodem Mate van bodemdaling De kwaliteit en kwantiteit van grondwater en oppervlaktewater inclusief verzilting en zoetwatervoorraden Mate van verhard/versteend oppervlak en bouwdichtheid vs. oppervlak groen en water Kans op voorkomen en de gevolgen van wateroverlast Kans op toename overstromingen en/of gevolgen van overstromingen Mate van emissie van CO2 Het aandeel hernieuwbare energieopwekking
0/-
-
-
-
0/-
0/+
0 0 0 0/+
+ -
0/0/+ 0/-
0/0/+ 0/0/+
0/0/+ 0/0/+
0/0/+ 0/+
+
0/+
0/+
+
0/+
+
+
0/+
0/+
+
0/+
+
0
--
-
0/-
0/-
0/-
0/+
-+
-+
+
+
0 +
0
0
0
0
0
0
Het areaal en kwaliteit van vestigingslocaties (bedrijventerreinen, detailhandel en kantoren) Economische transitie Mate van duurzame bedrijven
+
-
0
+
0/+
+
+
0/+
+
+
+
+
Multifunctioneel ruimtegebruik Bereikbaarheid weg en water Wandel- en fietsnetwerk
Mate waarin functies worden gecombineerd
0
0
+
+
+
+
Mate van congestie
0/-
--
--
-
-
0/-
De kwaliteit en kwantiteit van het wandel- en fietsnetwerk De afstand tot en het aanbod (frequentie) van Openbaar vervoer openbaar vervoer Woningaanbod en De kwaliteit en kwantiteit van de behoefte woningvoorraad Voorzieningenaanbod Het aanbod en de spreiding van voorzieningen binnen een gebied en behoefte
0
++
0/+
+
++
++
0
0
0
0
0
+
0
++
++
+
+
+
0
0
0
0
0
0
Lichtuitstoot Gezonde leefomgeving
De mate van een beweegvriendelijke en recreatieve leefomgeving
Geur Geluidhinder
Groen- en water(beleving) Omgevingsveiligheid (externe veiligheid) Verkeersveiligheid Natura 2000gebieden Natuurnetwerk Nederland Biodiversiteit Landschappelijke kwaliteit Cultuurhistorie en erfgoed Archeologie Bodemkwaliteit Bodemdaling Grond- en oppervlaktewater Hitte
Klimaat
Wateroverlast Waterveiligheid
Duurzame energie en circulariteit
CO2-uitstoot Duurzame energieopwekking Circulariteit
De gemiddelde afstand tot openbaar groen en water en de aanwezigheid, beleefbaarheid en toegankelijkheid van groen en water De kans op en het risico van ongevallen irt blootstelling, de nabijheid en aanwezigheid van het aantal mensen Aantal verkeersdoden en -ongevallen Effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebieden Effecten wezenlijke kenmerken en waarden NNN Effecten op biodiversiteit Effecten op beschermde soorten
De hoeveelheid restafval en hergebruik
Vitaliteit werklocaties
Bedrijvigheid & ruimte
Profit
Mobiliteit
Wonen & voorzieningen
25 oktober 2021
VKA incl. raam werk
--
Beschermde soorten Landschap en cultuurhistorie
VKA
0/-
Verandering in de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10 en PM2.5), stikstofdioxiden (NO2) en EC Mate van geurhinder Mate van geluidbelasting industrielawaai, wegverkeerslawaai, overige bronnen en cumulatie Verandering in de hemelhelderheid ’s nachts
Luchtkwaliteit Gezondheidsbescherming
Alt. 1 Alt. 2 Alt. 3 Alt. 4
Aspect
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
5
0/-
Open
S.5 Het voorkeursalternatief S.5.1 Uitleg voorkeursalternatief In een BinnenLab 2 zijn de uitkomsten uit de beoordeling van de alternatieven gebruikt om richting te geven aan het voorkeursalternatief. Basis voor het voorkeursalternatief is alternatief 4: ‘geclusterd’. Dit alternatief geeft in verhouding de meeste kansen op positieve ontwikkelingen en de minste risico’s. Ook scoort dit alternatief het beste op het bereiken van de doelen voor de visie. Alternatief 4 is verder uitgewerkt tot een voorkeursalternatief. Hiervoor zijn ook ideeën uit eerdere fasen gebruikt. Voor negatieve effecten uit de alternatievenbeoordeling zijn waar mogelijk oplossingen of maatregelen genoemd. De kansen op positieve effecten zijn zoveel mogelijk groter gemaakt. Het voorkeursalternatief bestaat uit drie gebieden die aangepast worden; Bolnes, Huys ten Donck/Schiepo en de Schans. Als eerste wordt een aanpassing naar woningbouw uitgevoerd bij Bolnes, Huys ten Donck en bij de haven van de Schans. Dit gebeurt in fasen. Wat verder in de toekomst is verdere aanpassing naar wonen bij de Schans mogelijk.
Figuur S.6 Voorkeursalternatief gebiedsvisie Rivieroevers
2
Tijdens de BinnenLabs werken we met het projectteam en ambtenaren die bij de gemeente werken aan de gebiedsvisie.
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
6
Open
S.5.2 Beoordeling voorkeursalternatief Het voorkeursalternatief is beoordeeld met het beoordelingskader. De effecten (met en zonder het raamwerk) staan in tabel S.1. Ook is getoetst hoe het VKA bijdraagt aan deze ambities (zie tabel S.2). Het VKA helpt (ook door het raamwerk) bij het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit binnen Rivieroevers, het evenwicht tussen groen, wonen en bedrijvigheid, bereikbare oevers en water en een gezonde leefstijl en leefomgeving. Tabel S.2: Mate van doelbereik alternatieven en VKA
Ambities Ruimtelijke kwaliteit binnen Rivieroevers verbeteren Optimale balans tussen groen, wonen en (watergebonden) bedrijvigheid Toegankelijke oevers en water voor recreatief gebruik door wandelaars en fietsers Het creëren van een gezonde woon-, werk- en leefomgeving
S.6
Alt 1: Alt 2: max max werken wonen
+
+
0/+
Alt 3: Alt 4: VKA combi combi verspreid geclusterd
+
++
++
0/+
+
++
++
+
++
++
++
++
+
0/+
0/+
+
+
De gevolgen voor de toekomst
In de gebiedsvisie Rivieroevers wordt de mogelijkheid aangegeven om in de toekomst (over ongeveer 10 jaar) het Schiepo terrein aan te passen voor woningbouw. Het gaat daarbij om het stopzetten van de huidige activiteiten en het bouwen van woningen. Het planMER heeft de kansen en risico’s van deze aanpassing in de toekomst beschreven. De belangrijkste extra risico’s hangen samen met het aantrekken van meer verkeer. Gevolgen daarvan zijn bijvoorbeeld geluid, luchtkwaliteit en bereikbaarheid. Kansen zijn er op het gebied van wonen en klimaat
S.7
Passende beoordeling
De conclusie is dat de gebiedsvisie uit te voeren is binnen de Wet natuurbescherming (onderdeel Natura 2000) als er verzachtende maatregelen worden genomen.
S.8
Conclusies en aanbevelingen
Voor het uitwerken van de gebiedsvisie Rivieroevers zijn in dit planMER vier alternatieven ontwikkeld en onderzocht op gevolgen voor omgeving. De resultaten hiervan hebben geholpen bij het bereiken van een voorkeursalternatief. Het voorkeursalternatief beschrijft de ruimtelijke visie voor de inrichting van de Rivieroevers. Het is opgenomen in de ontwerp gebiedsvisie Rivieroevers. Onderdeel van het voorkeursalternatief is ook het raamwerk. Ook het VKA is beoordeeld in dit planMER. Hierbij zijn ook aandachtspunten en adviezen gegeven om risico’s te verkleinen en/of gebruik te maken van kansen (verzachtende maatregelen). Deze moeten worden meegenomen bij het sterker maken van de gebiedsvisie, of bij het uitwerken in een omgevingsplan of omgevingsprogramma.
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
7
Open
1
Inleiding
1.1
Waarom een gebiedsvisie voor de Rivieroevers?
De gemeente Ridderkerk kenmerkt zich onder meer door de oevers van de Nieuwe Maas en de Noord (hierna: Rivieroevers) zie, figuur 1.1. De Rivieroevers zijn van oudsher in gebruik voor (watergebonden) bedrijvigheid en worden gekarakteriseerd door veelvuldige contrasten. Naast bedrijvigheid bevinden zich in het gebied o.a. historische woonlinten en vrijstaande woningen, natuur en voorzieningen voor recreatie. Daarom streeft gemeente Ridderkerk er naar de ruimtelijke kwaliteit langs de oevers van de rivieren de Nieuwe Maas en de Noord te verbeteren en de toegankelijkheid te verbeteren.
Ridderkerk
Figuur 1.1: De omgeving van Rivieroevers (blauw is plangebied)
In toenemende mate zijn er (particuliere) initiatieven om niet-woonlocaties te transformeren naar woningbouw. Veel overheden, bevoegde gezagen en particulieren hebben (potentieel) tegenstrijdige belangen in het gebied. Daardoor kan er sprake zijn van conflicterende ruimteclaims, waardoor de ruimtelijke kwaliteit onder druk staat en het gebied gekenmerkt wordt door barrières met weinig groen. Bestaande initiatieven voor transformatie kunnen in impasses terechtkomen of zijn niet goed te beoordelen. Deze context vraagt om een integrale gebiedsvisie, waarbij sprake is van een balans tussen wonen, werken en groen in hun onderlinge samenhang. Hiervoor dienen goed onderbouwde keuzes te worden gemaakt waar alle stakeholders in zijn meegenomen voor voldoende draagvlak.
1.2
Waarom dit planMER?
In de Nederlandse wetgeving is verankerd dat voor plannen en besluiten die tot belangrijke effecten op het milieu kunnen leiden, een milieueffectrapportageprocedure (m.e.r.) moet worden doorlopen. De m.e.r.procedure is een hulpmiddel bij de besluitvorming, zodat er een goede afweging gemaakt kan worden 25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
8
Open
tussen de gevolgen voor het milieu en de overige belangen. De wet milieubeheer onderscheidt milieueffectrapportages voor plannen (plan-m.e.r.) en voor projecten (besluit-m.e.r.). Voor de gebiedsvisie Ridderkerk is sprake van een planMER 3-plicht omdat de visie een kader vormt voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. De voorgenomen activiteit (de transformatie van Rivieroevers) betreft namelijk een stedelijk ontwikkelingsproject zoals opgenomen in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Omdat de gebiedsvisie kaderstellend is voor toekomstige activiteiten die nadelige effecten op het milieu kunnen hebben, dient een planMER opgesteld te worden dat tegelijk met de ontwerp gebiedsvisie ter inzage gaat.
1.3
De m.e.r.-procedure
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. M.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. Het doel van m.e.r. is het bieden van voldoende informatie op basis waarvan gemeente Ridderkerk het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming over de gebiedsvisie Rivieroevers kan betrekken. Het planMER voor de Gebiedsvisie gaat niet alleen in op milieuaspecten, maar beschrijft ook breder de effecten op de leefomgevingskwaliteit zoals blijkt uit het beoordelingskader (zie paragraaf 3.2). De m.e.r.-procedure voor de Gebiedsvisie Rivieroevers verloopt in lijn met de wettelijke vereisten als volgt: 1. Openbare kennisgeving van het voornemen door bevoegd gezag De m.e.r.-procedure is gestart met een bekendmaking van het voornemen via een openbare kennisgeving en publicatie van voorliggende NRD voor de gebiedsvisie Rivieroevers. De bekendmaking heeft plaats gevonden via de officiële gemeenteberichten in de Blauwkai, persbericht, sociale media en het digitale platform. Kennisgeving heeft plaatsgevonden op 18 maart 2021. 2.
Raadplegen betrokken instanties over reikwijdte en detailniveau van het MER en vaststellen reikwijdte en detailniveau (voorjaar 2021) Bij de planvorming betrokken bestuursorganen en organisaties zijn actief geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van het planMER. Verder kon eenieder schriftelijk reageren op de NRD door het indienen van een zienswijze. De NRD heeft ter inzage gelegen van 19 maart 2021 tot en met 29 april 2021. De ontvangen zienswijzen en adviezen op de reikwijdte en het detailniveau zijn beantwoord in een nota van beantwoording en meegenomen bij het opstellen van het planMER (zie bijlage 2). Er zijn in totaal 12 zienswijzen ontvangen. 3. Opstellen planMER (tot medio 2021) Vervolgens is gestart met het opstellen van dit planMER. Het opstellen van het planMER heeft samengelopen met de uitwerking van de gebiedsvisie. 4. Ter inzage leggen planMER en ontwerp-Gebiedsvisie (september – oktober 2021) Dit planMER wordt na vrijgave door het College van B&W voor 6 weken ter inzage gelegd samen de ontwerp gebiedsvisie. Eenieder kan in deze 6 weken zienswijzen indienen op het planMER. De Commissie-m.e.r. toetst in deze periode de kwaliteit en volledigheid van het planMER en beoordeelt of de juiste (milieu)informatie aanwezig is om een besluit over de gebiedsvisie te kunnen nemen.
De ontvangen zienswijzen en adviezen op de gebiedsvisie en het MER worden beantwoord in een nota van beantwoording en meegenomen bij het vaststellen van de gebiedsvisie. 3
m.e.r. staat voor de procedure van de milieueffectrapportage, planMER staat voor het rapport.
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
9
Open
5. Besluit en vervolg (november - december 2021) De gebiedsvisie wordt vastgesteld door bevoegd gezag: de gemeenteraad van de gemeente Ridderkerk.
1.4
Plangebied
Het plangebied voor de gebiedsvisie Rivieroevers is weergegeven in figuur 2.1. Het gebied is ca. 7 km lang en bevindt zich buitendijks en deels binnendijks langs de Nieuwe Maas en de Noord. Aan de zuidzijde wordt het plangebied voor een groot gedeelte begrensd door wegen (o.a. Ringdijk, Benedenrijweg, Donkerslootsedijk, de Oostmolendijk en de A15). Het meest zuidelijke deel van het plangebied is gelegen in de Crezéepolder; een buitendijks natuurgebied van 75 hectare bestaande uit diverse getijdegeulen. Aangrenzend aan de noordzijde is de Gorzen gelegen. Dit betreft een heuvelachtig recreatiegebied met veel waterpartijen en recreatieve routes dat is gesitueerd op een oude vuilstort. Er zijn een aantal ontwikkelingen die aanleiding geven tot nader onderzoek en mogelijke uitwerking in een beheervisie, onder andere de ambities met het gebied vanuit de omgevingsvisie, aansluiting tussen Gorzen en Crezeépolder, stabiliteit bomen, dikte leeflaag, onderhoud paden en trappen, verzoek om een MBT-route, wens tot verplaatsing van de gemeentewerf, etc.
Bolnes
Figuur 2.1: Plangebied Rivieroevers 25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
10
Open
Het midden en het noorden van het plangebied wordt gekenmerkt door diverse bedrijven, zoals de Schiepo locatie, maar ook woningen. Ter hoogte van buitenplaats Huys ten Donck ligt langs de Nieuwe Maas een open en groen terrein, (de Voortuyn genaamd) waar recent het historische haventje is hersteld.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de procedure stappen van de m.e.r.-procedure en de wijze van participatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de wijze van onderzoeken en het beoordelingskader dat in dit planMER is gebruikt om de referentiesituatie en de alternatieven te toetsen op hun effecten op de leefomgeving. Hoofdstuk 4 gaat in op de staat van de leefomgeving in de huidige situatie en met autonome ontwikkelingen tot 2030. De alternatieven en de toetsing aan het beoordelingskader en aan de ambities is beschreven in Hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 is de toelichting en beoordeling van het voorkeursalternatief. Hoofdstuk 7 gaat in op de conclusies en geeft de aandachtspunten en aanbevelingen mee. Ook is het vervolgproces na het planMER beschreven.
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
11
Open
2
Totstandkoming van de gebiedsvisie en participatie
2.1
Gebiedsvisie Rivieroevers
Om tot een gebiedsvisie voor de Rivieroevers te komen wordt een aantal stappen doorlopen (zie figuur 2.1). Er is gestart met een inventarisatie en analyse van het gebied. Vervolgens heeft een ruimtelijke verkenning plaatsgevonden naar hoe het gebied momenteel functioneert en welke ideeën en initiatieven leven. Hiervoor is gesproken met de interne gemeentelijke organisatie (‘BinnenLab’), de in het gebied gevestigde bedrijven, instanties, initiatiefnemers en de vertegenwoordigers van de omliggende wijken en belangenorganisaties (‘buitenlab’) en alle overige geïnteresseerden die zich betrokken voelen (‘open lab’). Parallel aan de verkenning is gewerkt aan het beoordelingskader van het planMER (zie paragraaf 3.2.), de Foto van de Leefomgeving en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De Foto van de Leefomgeving beschrijft de referentiesituatie waarmee de effecten van de gebiedsvisie worden vergeleken (zie paragraaf 3.1). Begin 2021 zijn verschillende alternatieven voor de gebiedsvisie ontwikkeld (zie ook paragraaf 3.3). Het planMER geeft hiervoor inzicht in effecten van verschillende mogelijkheden om de visie vorm te geven. Mede op basis van de resultaten uit het planMER is uiteindelijk gekozen voor een voorkeursalternatief (VKA). Dit voorkeursalternatief is nader geoptimaliseerd, getoetst bij belanghebbenden, uitgewerkt en uiteindelijk geland in de concept ontwerp gebiedsvisie.
Ook dit voorkeursalternatief is in het planMER beoordeeld. Het planMER gaat samen met de ontwerp gebiedsvisie ter inzage in het derde kwartaal van 2021.
Figuur 2.1: processchema Gebiedsvisie en planMER Rivieroevers
Voor de gebiedsvisie zijn door het college 4 ambities op hoofdlijnen geformuleerd. Deze ambities zijn getoetst in het participatieproces en besproken met de Raadscommissie ‘Samen Wonen’. De ambities zijn: • Ruimtelijke kwaliteit binnen Rivieroevers verbeteren. • Optimale balans tussen groen, wonen en (watergebonden) bedrijvigheid. • Toegankelijke oevers en water voor recreatief gebruik door wandelaars en fietsers. • Het creëren van een gezonde woon-, werk- en leefomgeving.
2.2
Wijze van participatie
Om alle belangen zo goed mogelijk te kunnen meewegen, is participatie van alle belanghebbenden belangrijk. Binnen dit project zijn en worden de verschillende doelgroepen op verschillende momenten betrokken in de vorm van ‘labs’.
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
12
Open
Voor de participatie verdelen we de belanghebbenden in verschillende doelgroepen. Elke doelgroep doet op andere momenten mee en in een andere vorm. Dat wil zeggen via een OpenLab, BuitenLab of BinnenLab. Vanwege de coronamaatregelen heeft (en zal) alle participatie digitaal plaats gevonden. Hieronder leggen we de verschillende labs en doelgroepen uit. OpenLabs: Het OpenLab is een bijeenkomst die bedoeld is voor iedereen die daarbij aanwezig wil zijn. Tijdens de OpenLabs bespreken we verschillende onderwerpen. BuitenLabs: BuitenLabs organiseren we om in gesprek te gaan met direct belanghebbenden binnen of rond het gebied. BinnenLabs: Tijdens de BinnenLabs werken we met het projectteam en ambtenaren die bij de gemeente werken aan de gebiedsvisie.
3
Onderzoeksmethodiek
3.1
Wijze van onderzoeken
Dit planMER brengt het volgende in beeld: A. Kwaliteiten van de leefomgeving in de referentiesituatie (Foto van de leefomgeving); B. Effecten van (alternatieven van) de gebiedsvisie Rivieroevers; C. Mate waarin wordt bijgedragen aan de ambities. A. Foto van de Leefomgeving: de referentiesituatie Als eerste stap in het planMER is een Foto van de Leefomgeving opgesteld, ook wel de referentiesituatie genoemd. De referentiesituatie vormt de situatie waarmee de effecten van de gebiedsvisie van Rivieroevers Ridderkerk zijn vergeleken. De referentiesituatie bestaat uit een beschrijving van de huidige situatie van de leefomgeving inclusief autonome ontwikkelingen. De autonome ontwikkeling omvat alle ontwikkelingen en activiteiten die met enige zekerheid zullen plaatsvinden zonder dat de gebiedsvisie doorgaat. Het gaat dan om vastgestelde plannen en projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden of zich in de ontwerpfase bevinden. Voor het bepalen van de milieueffecten is als referentiejaar het jaar 2030 gehanteerd. De referentiesituatie is opgebouwd aan de hand van het beoordelingskader van het planMER en onderverdeeld in People, Planet en Profit. Elke laag is onderverdeeld in meerdere thema’s en beoordelingsaspecten (zie Tabel 3.1). De referentiesituatie geeft inzicht in het huidige gebruik van de ruimte en mogelijke knelpunten en aandachtspunten.
Bij het uitwerken van de gebiedsvisie kan rekening gehouden worden met de conclusies en aandachtspunten. B. Effecten van de gebiedsvisie De effecten op de leefomgeving van (de alternatieven van) de gebiedsvisie zijn beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Dit laat zien wat de verwachte effecten van de nieuwe gebiedsvisie zijn en in welke mate dat de kwaliteiten van de leefomgeving beïnvloedt. De visie voorziet in een kader en geeft randvoorwaarden voor toekomstige ontwikkelingen. Het biedt een toekomstperspectief, maar vormt geen ‘blauwdruk’ voor het gebied. Daarom heeft de visie over het algemeen een abstract karakter. De beoordeling van effecten in het planMER sluit aan op het abstractieniveau van de gebiedsvisie. Daarom worden de effecten van de alternatieven van de Gebiedsvisie in dit planMER beschreven in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Er vindt geen kwantitatief onderzoek plaats; er wordt kwalitatief en op basis van expert
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
13
Open
judgement beoordeeld. Daar waar relevant is de effectbeoordeling van het voorkeursalternatief concreter van aard. De visie is gelaagd opgebouwd. Daarmee bedoelen we dat wordt uitgegaan van een onderliggende laag groen en recreatief raamwerk (raamwerk Oeverpark) met daarop de laag met werken en/of wonen. Het raamwerk Oeverpark zorgt voor een toekomstvaste onderlegger waarbinnen wonen, werken, recreatie en ecologie in balans staan en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Deze onderliggende en integrale laag vormt daarmee de basis van de visie en komt daarmee in alle alternatieven op dezelfde wijze terug. Er is geen sprake van ‘’botsingen’’ onderling qua invulling van het raamwerk. In paragraaf 5.1.1 is een toelichting geven van dit raamwerk. Bij de beoordeling van de effecten is onderscheid gemaakt in de beoordeling van het raamwerk oeverpark en de alternatieven die gaan over de invulling van de laag ‘wonen en werken’. Het raamwerk is apart beoordeeld om de verschillen tussen de alternatieven beter zichtbaar te maken. Het raamwerk maakt immers onderdeel uit van elk alternatief en is daarmee niet onderscheidend. Bovendien wordt zo voorkomen dat kansen en risico’s tegen elkaar weggestreept worden. Het voorkeursalternatief is wel degelijk ook integraal beoordeeld (inclusief het raamwerk). Voor de beoordeling van het raamwerk is een 3-puntsschaal gehanteerd.
Er is één beoordeling toegekend aan het integrale raamwerk: Toelichting beoordeling raamwerk
Kans op positief effect ten opzichte van referentie
=
Geen effecten te verwachten ten opzichte van referentie Risico op negatief effect ten opzichte van referentie
Voor de beoordeling van de alternatieven van de laag ‘wonen en werken’ is onderscheid gemaakt in een 7puntsschaal voor de beoordeling: Score ++ + 0/+ 0 0/--
Toelichting beoordeling alternatieven
Grote kans op positief effect ten opzichte van referentie Kans op positief effect ten opzichte van referentie Kleine kans op positief effect ten opzichte van referentie Geen effecten te verwachten ten opzichte van referentie Klein risico op negatief effect ten opzichte van referentie Risico op negatief effect ten opzichte van referentie Groot risico op negatief effect ten opzichte van referentie
C. Mate van doelbereik Naast de effecten van de alternatieven op de leefomgeving is in dit MER ook bepaald in welke mate de beoogde inrichting van de Rivieroevers bijdraagt aan het halen van de ambities die met de gebiedsvisie worden nagestreefd. De ambities zijn beschreven in paragraaf 2.1. Voor de beoordeling van de mate van doelbereik is onderscheid gemaakt in een 7-puntsschaal voor de beoordeling:
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
14
Open
Score
Toelichting beoordeling alternatieven
3.2
Beoordelingskader
++ + 0/+ 0 0/--
Grote kans op positief effect ten opzichte van referentie Kans op positief effect ten opzichte van referentie Kleine kans op positief effect ten opzichte van referentie Geen effecten te verwachten ten opzichte van referentie Klein risico op negatief effect ten opzichte van referentie Risico op negatief effect ten opzichte van referentie Groot risico op negatief effect ten opzichte van referentie
Zowel de kwaliteiten van de leefomgeving in de Foto van de Leefomgeving, als de effecten van de alternatieven, worden in beeld gebracht aan de hand van een beoordelingskader met leefomgevingsthema’s. Het beoordelingskader is opgebouwd aan de hand van people, planet en profit. Het beoordelingskader is weergegeven in tabel 3.1.
3.3
Alternatieven
In het planMER zijn vier alternatieven voor invullen van de gebiedsvisie onderzocht, gevolgd door een voorkeursalternatief dat wordt vastgelegd in de gebiedsvisie. De vier alternatieven gaan uit van meer extreme situaties qua mogelijke invullingen van de gebiedsvisie. Dat is gedaan om de gevolgen van keuzen inzichtelijk te maken. Dat moet helpen om te komen tot een zogenaamd voorkeursalternatief. De alternatieven betreffen dus niet een realistisch eindpunt, maar bieden door het gecreëerde inzicht handvatten om tot het voorkeursalternatief te komen. De basis van elk alternatief wordt gevormd door versterking van het groene en recreatieve karakter van het gebied: het zogenaamde ‘raamwerk oeverpark’. Een ambitie die de rode draad vormt door alle genoemde beleidskaders (zie bijlage 1 voor relevante beleidskaders). Dit raamwerk is bij alle alternatieven gelijk en bestaat bijvoorbeeld uit de aanleg van fiets- of wandelpaden of een natuurlijkere inrichting van de dijk. In paragraaf 5.1.1 is beschreven wat onder dit raamwerk wordt bedoeld. Het raamwerk is bij alle alternatieven dus gelijk. Vervolgens zijn ‘wonen en werken’ alternatieven ontwikkeld met maximalisatie van enerzijds (watergebonden) bedrijvigheid en anderzijds maximale gebiedstransformatie naar wonen. Ook zijn
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
15
Open
alternatieven ontwikkeld uitgaande van clustering of juist spreiding van ‘wonen en werken’. Hiermee wordt bedoeld woningen of bedrijven ruimtelijk bij elkaar plaatsen of juist meer verspreid over het gebied. Deze vier alternatieven zijn vertaald naar een indicatieve gebiedsinvulling. Op deze wijze zijn de zogenaamde ‘hoeken van het speelveld’ in beeld gebracht met als doel om inzicht te geven in de maximale effecten. Daarmee kan bij de besluitvorming gezocht worden naar een goede balans en ruimtelijke verdeling tussen groen/recreatie – bedrijvigheid en wonen. Uit de effecten volgt een beschrijving van de randvoorwaarden waaronder herontwikkeling uitvoerbaar is. Samen met de ruimtelijke verkenning (zie par 2.1.) volgt hieruit een voorkeursalternatief dat wordt uitgewerkt in de ontwerp gebiedsvisie.
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
16
Open
Tabel 3.1: beoordelingskader planMER Gebiedsvisie
Laag
Thema
Luchtkwaliteit Gezondheidsbescherming
Geur Geluidhinder Lichtuitstoot
People
Gezondheidbevordering
Veiligheid
Gezonde leefomgeving Groen- en water(beleving) Omgevingsveiligheid (externe veiligheid) Verkeersveiligheid Natura 2000-gebieden
Natuur & biodiversiteit
Landschap en cultureel erfgoed Bodem
Planet
Water
Klimaat Duurzame energie en circulariteit Bedrijvigheid & ruimte
Profit
Mobiliteit
Natuurnetwerk Nederland Biodiversiteit Beschermde soorten Landschappelijke kwaliteit Historische stedenbouw en geografie Archeologie Bodemkwaliteit Bodemdaling Grond- en oppervlaktewater Hitte & droogte Wateroverlast Waterveiligheid CO2-uitstoot Duurzame energieopwekking Circulariteit Vitaliteit werklocaties Economische transitie
25 oktober 2021
Verandering in de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10 en PM2.5), stikstofdioxiden (NO2) en EC Mate van geurhinder Mate van geluidbelasting industrielawaai, wegverkeerslawaai, overige bronnen en cumulatie Verandering in de hemelhelderheid ’s nachts De mate van een beweegvriendelijke en recreatieve leefomgeving De gemiddelde afstand tot openbaar groen en water en de aanwezigheid, beleefbaarheid en toegankelijkheid van groen en water De kans op en het risico van ongevallen in relatie tot de blootstelling, de nabijheid en aanwezigheid van het aantal mensen Aantal verkeersdoden en -ongevallen Effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebieden Effecten op wezenlijke kenmerken en waarden NNN Effecten op biodiversiteit Effecten op beschermde soorten Effect op de landschappelijke kwaliteit Effect op historisch (gebouwd) erfgoed en cultuurlandschap Effect op archeologische waarden Mate van verontreiniging in de bodem Mate van bodemdaling De kwaliteit en kwantiteit van grondwater en oppervlaktewater inclusief verzilting en zoetwatervoorraden Mate van hittestress en droogte Kans op voorkomen en de gevolgen van wateroverlast Kans op toename overstromingen en/of gevolgen van overstromingen Mate van emissie van CO2 Het aandeel hernieuwbare energieopwekking De hoeveelheid restafval en hergebruik Het areaal en kwaliteit van vestigingslocaties (bedrijventerreinen,
detailhandel en kantoren) Mate van duurzame bedrijven
Multifunctioneel ruimtegebruik
Mate waarin functies worden gecombineerd
Bereikbaarheid weg en water
Mate van congestie
Wandel- en fietsnetwerk Openbaar vervoer
Wonen & voorzieningen
Criteria
Aspect
Woningaanbod en behoefte Voorzieningenaanbod en behoefte
De kwaliteit en kwantiteit van het wandel- en fietsnetwerk De afstand tot en het aanbod (frequentie) van openbaar vervoer De kwaliteit en kwantiteit van de woningvoorraad Het aanbod en de spreiding van voorzieningen binnen een gebied (scholen, horeca, winkels, cultuur, welzijn, recreatie, sport en zorg)
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
17
Open
4
Referentiesituatie: Foto van de leefomgeving
4.1
Inleiding
Als eerste stap in het planMER is een Foto van de Leefomgeving opgesteld, ook wel de referentiesituatie genoemd. De referentiesituatie vormt de situatie waarmee de effecten van de gebiedsvisie van Rivieroevers Ridderkerk zijn vergeleken. De referentiesituatie bestaat uit een beschrijving van de huidige situatie van de leefomgeving inclusief autonome ontwikkelingen (zoals kleinschalige woningbouwontwikkelingen). Onderstaand is de Foto van de leefomgeving samengevat per thema. De volledige Foto van de leefomgeving met nadere toelichting van de thema’s is te vinden in Bijlage 1.
4.2
People
Gezondheid - gezondheidsbescherming De gemeente Ridderkerk streeft ernaar om te voldoen aan de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit. Binnen het plangebied voldoet de stikstofdioxideconcentratie (NO2) aan deze advieswaarden. Voor fijnstof (PM10 en PM2,5) binnen het plangebied kan niet met zekerheid gezegd worden dat wordt voldaan aan de advieswaarden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied dient rekening gehouden te worden met de WHO-advieswaarden, om te voldoen aan de ambitie van de gemeente. De maximale wettelijke geurbelasting is op bedrijven- en industrieterreinen hoger dan op andere locaties. Op deze plekken is dus ook meer kans op geurbelasting. Met name de RWZI, gelegen nabij bedrijventerrein Donkersloot, veroorzaakt nu geurhinder. Bij ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met geurwaarden en geurafstanden van de RWZI en eventueel van anderen bedrijven- en industrieterreinen in het plangebied. Op meerdere locaties binnen het plangebied is sprake van overschrijding van de gestelde voorkeursgrenswaarde voor geluidbelasting. Bij ontwikkeling van het plangebied moet rekening gehouden worden met de gebieden waar in de huidige situatie sprake is van een te hoge geluidbelasting.
Met name voor de ontwikkeling van woningbouw moet op voorhand zo veel mogelijk rekening worden gehouden met de ligging van geluidsbronnen, zo ook de geplande windturbine in de Stormpolder, om de omgang met geluidsbelasting goed te regelen. In de huidige situatie is er sprake van de relatief meeste lichtemissie rond het gebied Donkersloot Noord. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied is de aanbeveling om in de gebieden waar sprake is van een hoge lichtemissie vooraf te bepalen of nieuwe ontwikkelingen lichtgevoelig zijn. Gezondheid - Gezondheidsbevordering Gemeentebreed scoort de beweegvriendelijkheid in de gemeente Ridderkerk lager dan het landelijke gemiddelde. Ook zijn er in de gemeente relatief meer mensen met overgewicht en zijn er minder inwoners die voldoende bewegen, t.o.v. het landelijke gemiddelde. Aanbeveling is om bij de ontwikkeling van de Rivieroevers te kijken naar het toevoegen van beweegvriendelijke ruimte gebaseerd op de behoefte van gebruikers. In het plangebied is verspreid groen aanwezig. Groengebieden zijn echter niet altijd goed met elkaar verbonden of beleefbaar. Ook het water is niet overal goed beleefbaar vanuit het gebied. Dit biedt kansen voor verbetering. De gemeente Ridderkerk ziet het belang hiervan in. In de Omgevingsvisie en het Mobiliteitsplan is namelijk aandacht voor het recreatief verbinden van groengebieden.
Veiligheid Omgevingsveiligheid is een thema dat bij de ruimtelijke ontwikkeling van de Rivieroevers een aandachtspunt vormt door de aanwezigheid van risicobronnen. Per 1 juli 2022 gaat de Omgevingswet van kracht. Onder de Omgevingswet wordt het externe veiligheidsbeleid gemoderniseerd en wordt gesproken van omgevingsveiligheidsbeleid. Er loopt een gasleiding van de Gasunie door het plangebied en een ondergrondse hoogspanningsleiding, er vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over water en er bevinden zich enkele locaties met opslag van gevaarlijke stoffen in het plangebied. De aanwezigheid van hoogspanningsverbindingen vormt een risico voor woningen. Daarom adviseert het rijk om geen nieuwe 25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
18
Open
woningen te bouwen in de buurt van hoogspanningsverbindingen. Dit is dus een belemmering voor eventuele herontwikkelingen in het plangebied. Daarnaast loopt er een ‘’geprojecteerde buisleiding’’ (zie Structuurvisie Buisleidingen) door het plangebied. Hier dient rekening mee gehouden te worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij ontwikkelingen langs de oevers in het plangebied moet rekening worden gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor de scheepvaart. De (auto)verkeersonveiligheid ligt in Ridderkerk hoger dan het landelijk gemiddelde. Ruim tweederde van de 50 km/uur wegen in Ridderkerk heeft geen geslotenverklaring voor fietsers. Dit is in het plangebied ook deels het geval. De Benedenrijweg en Industrieweg hebben wel een geslotenverklaring voor fietsers, hier ligt het fietspad los van de autoweg, wat veiliger is voor fietsers. Bij de Ringdijk is dit niet het geval. Daarnaast is er een aantal kruisingen in het plangebied die door de inwoners van Ridderkerk zijn aangemerkt als verkeersonveilig. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied, die leiden tot een toename van verkeersbewegingen, is het verstandig om deze kruispunten aan te passen en de situatie voor fietsers te verbeteren.
4.3
Planet
Natuur en biodiversiteit Er bevinden zich vier Natura 2000-gebieden rondom het plangebied, waarvan het Natura 2000-gebied Boezem-Kinderdijk het dichtstbijzijnde is (minder dan 1 km afstand). Het betreft gebieden die als habitatrichtlijn en/of vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. De habitattypes, habitatrichtlijnsoorten en/of vogelrichtlijnsoorten waarvoor de verschillende Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, kennen elk een eigen instandhoudingsdoelstelling. Ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving kunnen een negatief effect op deze instandhoudingsdoelstellingen hebben. Voor het plangebied is het Natura 2000-gebied BoezemKinderdijk het meest relevant in dit opzicht. Het Natura 2000-gebied Biesbosch is het enige stikstofgevoelige gebied in de omgeving. Gezien de afstand tot het plangebied (ca. 12 km) wordt aangenomen dat dit de enige relevante storingsfactor is in dit gebied. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied dient rekening gehouden te worden met storingsfactoren om de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied te waarborgen. Binnen het plangebied bevinden zich gebieden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Hierbij geldt dat het al bestaande natuur is en dat er geen restantopgave voorzien is.
Voor het NNN geldt dat het beleid gericht is op behoud en herstel van groenstructuren en er een nee-tenzij principe gehanteerd wordt met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. De dijk die binnen het plangebied ligt maakt onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur van de gemeente en draagt bij aan de biodiversiteit. Buiten de grote groengebieden (NNN en de dijk) om, is er in de huidige situatie voornamelijk sprake van intensief beheer dat is gericht op het in standhouden van de huidige natuur. Hier wordt de ecologische potentie nog niet benut, net zoals op de bedrijventerreinen die zich binnen het plangebied bevinden. Deze bedrijventerreinen hebben wel potentie om te vergroenen. Binnen het plangebied zijn verschillende beschermde soorten aanwezig. Nieuwe activiteiten binnen het plangebied betekenen een verandering ten opzichte van de bestaande situatie, waardoor inzichtelijk gemaakt zal moeten worden of er mogelijk sprake kan zijn van effecten op de in het gebied aanwezige beschermde soorten. Landschap en cultureel erfgoed De rivieroevers van Ridderkerk maken onderdeel uit van een verstedelijkt rivierenlandschap waar de rivieren IJssel, Lek en Noord overgaan in de Nieuwe Maas. De rivieroevers zijn gefragmenteerd en door de beperkte toegankelijkheid vanaf land en water beperkt beleefbaar.
Hoewel gefragmenteerd, wordt het rivierenlandschap beschouwd als de groenblauwe structuurdrager van het landschap van het eiland van IJsselmonde. Dit rivierenlandschap onderscheidt zich door de invloed van het getij. Buitendijkse natuuren recreatiegebieden op de overgang van land naar rivier, die onderdeel uitmaken van Natuurnetwerk Nederland en groene buffers, zijn waardevolle structuren. De rivieroevers en waterfronten in de regio worden beschouwd als onderdeel van de groenblauwe ontwikkelingslijn Rivier als getijdenpark XL. Deze 25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
19
Open
draagt bij aan de kwaliteit van de groenblauwe Hoofdstructuur van het Landschapspark Zuidvleugel. Het plangebied grenst aan Nationaal Park het Groene Hart en Natura 2000-gebied Kinderdijkse Boezem. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de leefbaarheid van de rivieroevers als groenblauwe structuurdragers, toegankelijkheid en beleefbaarheid van de overgangen van water en land en het onderscheidende getijde rivierenlandschap in het bijzonder. Nieuwe ontwikkelingen en activiteiten in het plangebied dienen rekening te houden met de kernkwaliteiten van het Groene Hart en eventuele verstoring daarvan en met in acht neming van de doelstellingen van de Ridderkerkse Griend (enerzijds het behoud van het historische natuurgebied en anderzijds de creatie van een habitat voor bijzondere dier- en plantsoorten). Ontwikkelingen dragen ook bij aan de groene buffer die het rivierenlandschap verbindt met het open binnenlandschap en de Oude Maas. Het waterfront en de rivieroevers vertellen het verhaal van de ontwikkeling van het gebied. Cultuurhistorisch erfgoed (bovengronds) van de bloeiende machine en scheepsbouw wordt steeds zeldzamer omdat de waardering voor het industriële erfgoed zich pas recent ontwikkelde. Juist het kenmerkende karakter van de robuuste Ridderkerkse werkrivier dreigt verloren te gaan.
Enkele bijzondere structuren als het Voortuyn van Huys ten Donck en het Ridderkerkse Griend (De Voortuyn van landgoed Huys ten Donck) herinneren aan een verleden van ambachtsheren en de gemeenschap van boeren en vissers. In het plangebied bevinden zich meerdere rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten die samen met de beschreven elementen en structuren uit de cultuurhistorische waardenkaarten waardevolle karakteristieke ensembles vormen aan het dijklint. In de cultuurhistorische waardenkaarten van de Woongebieden en het Buitengebied zijn zowel bouwhistorische als historische geografisch waardevolle elementen en structuren beschreven. Langs de rivierdijken en -oevers, op de overgang van land naar water bevindt zich een concentratie van objecten en ensembles van cultuurhistorische waarde die tezamen het gemengde en gefragmenteerde karakter van de ontwikkeling langs de werkrivier benadrukken. De dijklichamen zelf en de buitendijkse historische kaden-, dam- en oeverstructuren, relicten van havens, veerstoepen, werven en aanlegsteigers en de buitendijkse cultuurlandschappen als de Voortuyn van landgoed Huys ten Donck kunnen worden beschouwd als waardevolle onderdelen van een weliswaar gefragmenteerd maar ook karakteristieke structuur van de Ridderkerkse rivieroevers.
Bij ontwikkelingen in het plangebied dient rekening te worden gehouden met zowel de individuele cultuurhistorische waarden en beschermde monumenten alsook de samenhang en herkenbaarheid van karakteristiek van de rivierdijken en oevers. De waardevolle structuren en objecten in het plangebied zijn uitgebreid beschreven in de Cultuurhistorische Waardekaart Woongebied (2017) en Cultuurhistorische Waardekaart Buitengebied (concept 202). De kans bestaat dat er archeologische waarden in het plangebied aanwezig zijn. Bij ruimtelijke ontwikkeling van de Rivieroever moet een aantal regels in acht worden genomen. Indien nodig moet archeologisch vooronderzoek worden uitgevoerd om verstoring van archeologische waarden te voorkomen. Bodem In het plangebied zijn verschillende ernstige, maar niet urgente verontreinigingen en potentiële bodemverontreinigingen aanwezig. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied moet dus rekening gehouden worden met deze locaties. De kans bestaat dat nieuwe verontreinigingen ontdekt worden. Als dit het geval is dient de gemeente hiervan op de hoogte gesteld te worden en dient de Wet bodembescherming gevolgd te worden voor sanering. In het noorden van het plangebied loopt een geprojecteerde (gas)buisleiding (hoge druk aardgasleiding) en is er een boven- en ondergrondse hoogspanningskabel aanwezig.
Hiermee dient rekening gehouden te worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een deel van het plangebied ligt in een gebied dat bodemdalingsgevoelig is, dit komt met name door de aanwezigheid van een slappe bodem en betreft het noordelijke deel van het plangebied. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied geldt het aandachtspunt rekening te houden met mogelijke activiteiten of functies die bodemdaling versterken. Gezien de ligging van het plangebied, deels 25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
20
Open
buitendijks, geldt dat een toename in bodemdaling kan leiden tot een toename in o.a. wateroverlast door overstromingen. Water In het plangebied is weinig oppervlaktewater aanwezig. Het aanwezige oppervlaktewater in het zuidelijke deel van het plangebied staat in open verbinding met de Noord. Het plangebied grenst aan de Nieuwe Maas en de Noord waarvan de ecologische kwaliteit beoordeeld is als matig. Ten aanzien van de grondwaterstand in het plangebied kan er onderscheid gemaakt worden in het bebouwde deel van het plangebied en het onbebouwde deel in het zuiden bij De Gorzen en de Crezéepolder. Voor het bebouwde gebied geldt dat er sprake is van een lage gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG), beide liggen overwegend beneden de 2m-mv. Hier is mogelijk sprake van grondwateronderlast wat kan leiden tot verzakkingen en bodemdaling. Gezien het plangebied een buitendijks gelegen gebied is, is dit een aandachtspunt bij verdere ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied is grotendeels een boringsvrije zone en er zijn grondwaterbeschermingszones en een waterwingebied aanwezig. Dit kan ruimtelijke ontwikkelingen en toepassingen van Warmte Koude Opslag bemoeilijken. Ook is er door drinkwaterwinning meer kans op bodemdaling in het plangebied.
Daarnaast bestaat er in het plangebied het risico op verzilting, dit vormt bij ruimtelijke ontwikkelingen die gevoelig zijn voor verzilting een aandachtspunt. Klimaat Binnen het plangebied zijn plekken waar in de huidige situatie sprake is van een hoge mate van hittestress. Door klimaatverandering is het aannemelijk dat deze gebieden autonoom verder onder druk komen te staan. Bij de ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied kan met inpassing van maatregelen hittestress gereduceerd worden. Dit is afhankelijk van de locatie en of het de ontwikkeling van kwetsbare objecten betreft. Droogtestress is aanwezig in een deel van het plangebied, de verwachting is dat deze autonoom zal toenemen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het desbetreffende deel van het plangebied kunnen mitigerende maatregelen geïmplementeerd worden die de gevolgen van droogtestress kunnen reduceren. Gezien de neerslagintensiteit en frequentie in de toekomst als gevolg van klimaatverandering zal toenemen, is het aannemelijk dat wateroverlast ook toe zal nemen. In het plangebied zijn meerdere locaties aanwezig waar sprake is van een waterdiepte van meer dan 20 cm na extreme neerslag van 20 cm. Ook zijn er diverse kwetsbare panden aanwezig.
Het onbegaanbaar worden van ontsluitingswegen in het plangebied en het ontstaan van knelpunten rond de Boelewerf vormen aandachtspunten bij de ruimtelijke ontwikkeling van de Rivieroevers. Door in de ontwerpfase rekening te houden met waterberging, eventueel in combinatie met parkeervoorzieningen, kan wateroverlast zo veel mogelijk beperkt worden. De in het plangebied gelegen functies liggen buitendijks en zijn daarmee niet beschermd tegen een eventuele overstroming. Aandachtspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat eventuele inpassing van activiteiten met grote economische waarde in het plangebied als gevolg van een overstroming leiden tot een grote economische schade. De gemeente Ridderkerk volgt voor CO2-uitstoot de ambities zoals die zijn vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord. De lokale ambitie staat in de lokale Klimaatvisie en het Uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma staan de acties voor de komende vijf jaar, waarbij we de route naar de stip op de horizon (2050) niet uit het oog verliezen. We werken aan 5 thema's: energie, mobiliteit, circulaire samenleving, klimaatadaptatie en milieu met het doel om een CO2 neutrale en circulaire gemeente te zijn in 2050. Binnen de gemeente Ridderkerk zijn de gebouwde omgeving en verkeer en vervoer de twee hoofdsectoren die verreweg de meeste CO2 uitstoten.
Gemeentebreed is er een algemeen dalende trend van de CO2- uitstoot te zien. Binnen het plangebied is veel potentie om duurzame initiatieven bij bedrijven
25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
21
Open
te stimuleren, zoals het stimuleren en activeren van ondernemers en inwoners om energie te besparen en op te wekken.
Duurzame energie en circulariteit In het plangebied liggen kans om de klimaattransitie verder uit te rollen, zoals door realisatie van zonneenergie op daken en aardgasvrije oplossingen voor de gebouwde omgeving. Er gelden ook restricties ten aanzien van alle duurzame energieopwekking. Voor bodemenergie geldt dat de enige locatie zonder restricties binnen het plangebied De Gorzen is, dit maakt onderdeel uit aan van het Natuurnetwerk Nederland waardoor bepaalde randvoorwaarden kunnen gelden ten aanzien van de toepassing van bodemenergie. Binnen het plangebied is veel potentie voor zonne-energie op daken. Zonneparken in het landschap zijn geen mogelijkheid door de landschappelijke waarden in het plangebied, zoals de Crezéeepolder en de Donckse Velden. Waar op dit moment circulariteit nog in de kinderschoenen staat gebeurt er al wel steeds meer op het gebied van energie. Er ligt een kans in het toevoegen van het component circulariteit in bestaande samenwerkingen en initiatieven. Bijvoorbeeld omdat bedrijven lokaal grondstofstromen kunnen uitwisselen. Naast het samenvoegen van reststromen, kan ook de collectieve inkoopkracht worden gebruikt om duurzamere / circulaire producten in te kopen. Onderdeel van de lokale Klimaatvisie is daarom de (dreigende) grondstoffenschaarste en de noodzakelijke transitie van een lineaire naar een circulaire samenleving.
Ridderkerk heeft zichzelf tot doel gesteld in 2050 een circulaire samenleving te zijn. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied moet daarom rekening gehouden worden met circulair materiaalgebruik, minder primaire grondstoffen, minder restafval, toekomstige toepassingen en circulair inkopen. Circulair en duurzame ruimtelijke ontwikkelingen vragen om een andere aanpak en daarom moeten alle betrokken partijen zo vroeg mogelijk met elkaar om tafel om dit goed vorm te geven. Tot slot is duurzame energie een hoofdthema binnen de pilot omgevingsplan Donkersloot. Het omgevingsplan verplicht bedrijven duurzame maatregelen te treffen gericht op gebouw gebonden energieneutraliteit. Dit geldt voor nieuw te vestigen bedrijven en bedrijven die een investeringsmoment hebben, zoals uit- of nieuwbouw en/of renovatie. 25 oktober 2021
BH6564-ZZ-XX-RP-Z-0001
22
Open
4.4
Profit
Bedrijvigheid en ruimte Op basis van de huidige wetgeving zijn er geen specifieke aandachtspunten met betrekking tot de vitaliteit van werklocaties. Geen van de bedrijventerreinen in Ridderkerk is aangewezen als maritieme hotspot. De provinciale strategie voor bedrijventerreinen is gericht op behoud balans vraag en aanbod, beter benutten en verduurzamen. Specifiek is het provinciale beleid erop gericht watergebonden locaties en ruimte voor bedrijvigheid met een hogere milieucategorie in het algemeen te behouden. Transformatie van dergelijke locaties vereist een zogenaamd Compensatieplan (ex art. 6.12. Omgevingsverordening). Het containertransferium in Ridderhaven wordt gezien als de belangrijkste asset en kans voor watergebonden bedrijvigheid in het plangebied. Het benutten van de potentie van Ridderhaven voor watergebonden bedrijvigheid is een aanbeveling voor de ontwikkeling van de Rivieroevers. Beleidsmatig is het een uitgangspunt om circulaire kansen in de maritieme industrie te benutten en de groenblauwe structuren te verbeteren. Dit is dan ook een aanbeveling bij de ontwikkeling van de Rivieroevers ten aanzien van economische transitie. De verschillende functies in het gebied zijn grotendeels van elkaar gescheiden. Er is in beperkte mate sprake van multifunctioneel ruimtegebruik. Mobiliteit Het plangebied is voor de ontsluiting primair afhankelijk van de snelweg.