Partij 18PLUS antwoorden Vaststellen wijziging omgevingsplan voor bodemactiviteiten.pdf
Tekst van het document
Vragen over vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Vaststellen wijziging omgevingsplan voor bodemactiviteiten ● ●
Vragensteller: Jeroen van Neuren, Partij 18PLUS Behandelvergadering: commissie Samen wonen, 8 januari 2026
●
Portefeuillehouder: wethouder Overheid
●
Datum vraag: 7 januari 2026
●
Datum antwoord: 8 januari 2026
Vraag 1 In het documenten "Ambtshalve wijzigingen - Wijziging Omgevingsplan voor Bodemactiviteiten " staat "Correctie van de waarden voor PFOS, PFOA en overige PFAS bij de gebruiksfunctie buitenruimte bij basisscholen en kinderdagverblijven zodat deze aansluiten bij het regionale bodembeleid van de Rijnmondgemeenten." De originele waarden waren strenger bij deze gevoelige locaties waar kinderen spelen. Waarom kiest het college ervoor om de waarden te versoepelen ten opzichte van de eerste versie? Antwoord 1 In de ontwerpversie waren voor de gebruiksfunctie buitenruimte bij basisscholen en kinderdagverblijven per abuis dezelfde waarden opgenomen als voor de gebruiksfunctie volkstuinen/moestuinen. Het regionaal bodembeleid gaat uit van het advies van de GGD-Rotterdam Rijnmond en die hanteert voor beide gebruiksfuncties verschillende waarden. De gebruiksfunctie volkstuin/moestuin is namelijk gevoeliger dan de gebruiksfunctie buitenruimte bij basisscholen en kinderdagverblijven. Dit omdat producten uit volkstuinen/ moestuinen gegeten kunnen worden. In de definitieve versie zijn de waarden zo gecorrigeerd dat deze weer overeenkomen met het advies van de GGD-Rotterdam Rijnmond.
Vraag 2 Voor PFAS heeft het RIVM in 2019 risicogrenzen afgeleid. Deze risicogrenzen zijn gebruikt voor de onderbouwing van normen uit het Tijdelijk Handelingskader van het Ministerie. De risicogrenzen zijn 3 µg/kg voor PFOS, 7 µg/kg voor PFOA en 3 µg/kg voor overige PFAS.
1 van 2
Waarom is er niet voor gekozen om aan te sluiten bij de strengere waarden uit het Tijdelijk Handelingskader van het ministerie? Antwoord 2 Het Tijdelijke Handelingskader is toegepast in de artikelen waar dit aan de orde is, met name in hoofdstuk 7. Het handelingskader is bedoeld voor het toepassen en verzetten van gronden baggerspecie. Dit handelingskader moet bijvoorbeeld voorkomen dat grond of bagger die veel PFAS bevat, wordt toegepast op locaties waar minder PFAS in de grond zit. Dit komt vooral in hoofdstuk 7 aan bod. In sommige gevallen zijn er zelfs strengere waarden gehanteerd dan de Handreiking, bijvoorbeeld bij gebruik voor moestuinen/volkstuinen en de functieklasse Landbouw/Natuur. In een aantal artikelen staan hogere waarden voor de verschillende soorten PFAS, met name in hoofdstuk 4. Dit zijn de INEV’s, de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (voor PFAS). Deze zijn afgeleid door het RIVM en worden gebruikt om te bepalen of een bodemsanering nodig is, bijvoorbeeld bij het bouwen van een woning. In sommige gevallen zijn er strengere waarden gehanteerd dan de INEV’s, bijvoorbeeld bij gebruik voor moestuinen/volkstuinen en de functie wonen met tuin.
2 van 2