Participatieverslag - versie 09-12-2025.pdf
Tekst van het document
Participatieverslag Behorend bij het raadsvoorstel ‘Wijziging Omgevingsplan gemeente Ridderkerk voor Bodemactiviteiten’
Versie:
14-11-2025
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................................ 3
2
Het onderwerp en doel van de participatie ................................................................................. 4
3
Analyse van betrokken partijen .................................................................................................... 5 Partijen die bij de voorbereiding van de wijziging worden betrokken .............................................. 5 Partijen die vanaf de start van de formele procedure kunnen reageren .......................................... 5
5
Mate van invloed en proces tot besluitvorming .......................................................................... 6 Stap 1 Basisdocument Eenheid in Bodembeleid onder de Omgevingswet ....................................... 6 Stap 2 Voorbereiding concept-ontwerpwijzigingsbesluit .................................................................. 6 Stap 3 Kennisgeving voorbereiden wijziging omgevingsplan ............................................................ 7 Stap 4 Overleg over het concept-ontwerpwijzigingsbesluit .............................................................. 7 Stap 5 Formele procedure wijziging omgevingsplan ......................................................................... 7 Stap 6 Besluitvorming over wijziging omgevingsplan........................................................................ 8
Bijlage 1 Resultaten overleg over het concept-ontwerpwijzigingsbesluit .......................................... 10
Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
2
1
Inleiding
Dit participatieverslag hoort bij het raadsvoorstel van [DATUM] waarin is besloten over wijziging van het omgevingsplan Ridderkerk voor diverse bodemactiviteiten. De wijziging is een thematische wijziging van het omgevingsplan, waarbij er regels voor diverse bodemactiviteiten worden opgenomen in het permanente deel van het omgevingsplan. Het is een integrale set aan de regels die voortkomt uit: •
bruidsschatregels voor milieu in het tijdelijk deel omgevingsplan;
•
het lokale beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Ridderkerk (september 2025) en nota Bodembeheer Ridderkerk (7 juni 2021);
•
de instructieregels van het Rijk en de provincie Zuid-Holland.
Bij besluitvorming over de vaststelling van deze wijziging moet de gemeenteraad laten weten hoe inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken. Ook moet vermeld worden wat we met de resultaten van participatie hebben gedaan. Dit staat in artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit en wordt de motiveringsplicht genoemd. Dit participatieverslag geeft daar invulling aan. Verder is ook rekening gehouden met de regels van de gemeentelijke nota Betrokken Samenleving van 23 mei 2024.
Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
3
2
Het onderwerp en doel van de participatie
Op 12 december 2024 heeft de gemeenteraad van Ridderkerk het Transitieplan Ridderkerk 2024 vastgesteld. Het transitieplan beschrijft een geleidelijke en gestructureerde aanpak met keuzes en stappen om van een tijdelijk omgevingsplan tot een permanent omgevingsplan te komen. Deze eerste wijziging voorziet daarin voor het thema bodem. De regels zijn voorbereid in samenwerking met DCMR Milieudienst Rijnmond, GGD Rotterdam-Rijnmond en diverse andere gemeenten binnen de DCMR-regio. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wet bodembescherming komen te vervallen. Met de Omgevingswet wordt de regelgeving voor bodem gedeeltelijk gedecentraliseerd. Hierdoor krijgen gemeenten meer ruimte om een eigen invulling te geven aan de regelgeving rond bodemkwaliteit en bodembescherming en deze in lijn te brengen met de lokale situatie en gemeentelijke ambities. Deze wijziging van het omgevingsplan richt zich dan ook op het vertalen van de Ridderkerkse Nota Bodembeheer naar regels in het omgevingsplan. Bij deze wijziging verhuizen ook alle voormalige rijksregels (bruidsschat) over bodembeheer die zijn opgenomen in de paragraaf 22.3.7 van ons omgevingsplan. Verder zijn er door de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aantal leemten in de regelgeving voor bodem ontstaan die we met deze wijziging herstellen.
Het gaat hierbij om regels die extra bescherming bieden met betrekking tot bodemkwaliteit. In de nota Betrokken Samenleving zijn verschillende doelen beschreven waaraan participatie kan bijdragen, namelijk: •
het vergroten van zorgvuldige besluitvorming (het maken van een goede afweging tussen alle belangen);
•
het vergroten van zeggenschap en actief burgerschap;
•
het vergroten of verbeteren van de kwaliteit van beleid, plannen of regels;
•
het vergroten van begrip voor beleid of plannen;
•
het vergroten van de betrokkenheid van inwoners;
•
het realiseren van beleidsdoelen, waar de kennis en ervaring van de samenleving voor nodig is.
De participatie over deze wijziging is vooral bedoeld om te zorgen dat de kwaliteit van de regels in het omgevingsplan verbetert. Dit doel is van invloed op de partijen die we bij de voorbereiding hebben betrokken.
Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
4
3
Analyse van betrokken partijen
In het kader van de voorbereiding van deze wijziging zijn alle betrokken partijen geanalyseerd. Gelet op de beperkte impact van deze wijziging van het omgevingsplan heeft op de fysieke leefomgeving, is besloten participatie te beperken tot het raadplegen van ketenpartners en belanghebbende organisaties. De voorliggende wijziging van het omgevingsplan is namelijk grotendeels een voortzetting is van het bestaande beleid ten aanzien van bodem. Verder vraagt de interpretatie van deze wijziging specialistische kennis van bodem(activiteiten). Hieronder is toegelicht welke partijen bij de voorbereiding van deze wijziging worden betrokken. Andere organisaties, inwoners, ondernemers of maatschappelijke instellingen kunnen bij de start van de formele procedure reageren op de ontwerpwijziging door een zienswijze in te dienen.
Partijen die bij de voorbereiding van de wijziging worden betrokken •
Ketenpartners o o o o o o o
•
Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR) Gemeenten in de DCMR-regio Provincie Zuid-Holland Waterschap Hollandse Delta (WSHD) GGD Rotterdam-Rijnmond Veiligheidsregio Rotterdam Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid
Organisaties o o o o o
N.V. Nederlandse Gasunie West Oasen N.V. Stedin B.V Nederlandse Aardolie Maatschappij – NAM BV Beleidsplatform Natuur, Milieu en Duurzaamheid
Partijen die vanaf de start van de formele procedure kunnen reageren •
Organisaties o o o o o o
•
E.On Benelux NV Eneco Tennet Natuur- en recreatieschap IJsselmonde Staatsbosbeheer Stichting Het Zuid-Hollands Landschap
Overige stakeholders o Inwoners o Ondernemers o Maatschappelijke instellingen
Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
5
5
Mate van invloed en proces tot besluitvorming
In de nota Betrokken Samenleving is een indeling van participatieniveaus opgenomen (pagina 7 van de nota) en zijn spelregels geformuleerd in hoofdstuk 5. In onderstaand overzicht is beschreven is voor de voorliggende wijziging per stap beschreven of er sprake is geweest van participatie, door welke partijen en tot welk niveau. De aanpak per partij kan daarbij verschillen. Dit heeft te maken met ieders houding, belang en invloed ten opzichte van het onderwerp van participatie.
Stap 1 Basisdocument Eenheid in Bodembeleid onder de Omgevingswet •
Niveau participatie: coproduceren
•
Partijen: o o o
Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR) Gemeenten in de DCMR-regio GGD Rotterdam-Rijnmond
Ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben de deelnemende gemeenten binnen de DCMR-regio in coproductie hun bodembeleid afgestemd op de Omgevingswet en hier een zekere mate van uniformiteit in aangebracht. Dit heeft geresulteerd in het Basisdocument implementatie Eenheid in Bodembeleid onder de Omgevingswet voor de DCMRgemeenten (Bodem in de Omgevingswet – Basisdocument, opgesteld door RHDHV, d.d. 10 januari 2024). In dit document zijn 23 thema’s uitgewerkt in één, twee of drie varianten. De regiogemeenten hebben zich geconformeerd aan deze varianten en kunnen kiezen uit dit pallet bij de verdere uitwerking van de instrumenten onder de Omgevingswet.
Stap 2 Voorbereiding concept-ontwerpwijzigingsbesluit •
Niveau participatie: adviseren
•
Partijen: o
Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR)
De gemeente Ridderkerk is van de DCMR-gemeenten een voorloper bij het daadwerkelijk verwerken van de in dit basisdocument beschreven voorstellen in een wijziging van het omgevingsplan. Alhoewel het basisdocument een goede handleiding vormde, gaf het toch niet op alle vragen antwoord. In die gevallen is de DCMR om nader advies gevraagd en zijn in overleg keuzes gemaakt over de specifieke invulling. Verder is, samen met de DCMR, de VNG om advies gevraagd over het opgestelde conceptwijzigingsbesluit. De VNG biedt deze consultatie, samen met enkele omgevingsdiensten, aan. Het doel van deze consultatie is om de gemeente te ondersteunen bij het opstellen van milieuregels voor in het omgevingsplan, zodat deze voldoen aan relevante wet- en regelgeving. De consultatie heeft plaatsgevonden op 4 juli 2025.
Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
6
Stap 3 Kennisgeving voorbereiden wijziging omgevingsplan •
Geen participatie
Als een gemeente een wijziging van het omgevingsplan gaat maken, dan moet ze daarvan een kennisgeving doen. In die kennisgeving staat hoe de gemeente participatie zal gaan vormgeven. Dit staat in artikel 10.2, lid 1 van het Omgevingsbesluit. De kennisgeving is in het Gemeenteblad gepubliceerd op 17 juli 2025.
Stap 4 Overleg over het concept-ontwerpwijzigingsbesluit •
Niveau participatie: Raadplegen
•
Partijen: o o o o o o o o o
Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR) Provincie Zuid-Holland Waterschap Hollandse Delta (WSHD) GGD Rotterdam-Rijnmond Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid N.V. Nederlandse Gasunie West Oasen N.V. Stedin B.V.
o o
Nederlandse Aardolie Maatschappij – NAM BV Beleidsplatform Natuur, Milieu en Duurzaamheid
De genoemde partijen zijn deskundig op het gebied van bodemactiviteiten of hebben een belang bij of zijn medeverantwoordelijk voor een goede bodemkwaliteit. In het kader van het overleg hebben zij op 17 juli 2025 een conceptversie van de regelset en de motivering ontvangen. Zij hebben tot en met 31 augustus 2025 de tijd gekregen hierop te reageren. De reacties zijn voorzien van een reactie en verwerkt in een kort verslag (bijlage 1). De reacties hebben tot een beperkt aantal aanpassingen van de regels geleid.
Stap 5 Formele procedure wijziging omgevingsplan •
Niveau participatie: Raadplegen
•
Partijen: o
Iedereen
Na een akkoord van burgemeester en wethouders op het ontwerpwijzigingsbesluit is op 18 september 2025 de formele voorbereidingsprocedure conform Afdeling 3:4 Algemene wet bestuursrecht gestart met een bekendmaking in het Gemeenteblad. Vanaf 22 september 2025 tot en met 3 november 2025 heeft het ontwerpwijzigingsbesluit zes weken ter inzage gelegen. Iedereen kon gedurende de inzagetermijn reageren op het ontwerpwijzigingsbesluit door een zienswijze in te dienen. Er is één reactie ontvangen. In de nota Zienswijzen is deze reactie beantwoord. Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
7
De nota Zienswijzen maakt als bijlage deel uit van het voorstel aan de hand waarvan de gemeenteraad besluit over de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan voor bodemactiviteiten (stap 6).
Stap 6 Besluitvorming over wijziging omgevingsplan •
Niveau participatie: Informeren
•
Partijen: o
Provincie Zuid-Holland
o
Iedereen die een zienswijze heeft ingediend
Het (gewijzigde) wijzigingsbesluit is vervolgens ter besluitvorming aangeboden aan de gemeenteraad. Wanneer de gemeenteraad besluit het wijzigingsbesluit vast te stellen, wordt het besluit gepubliceerd en start de beroepstermijn van zes weken. De gemeente stuurt een exemplaar van het besluit aan degenen die een zienswijze op het ontwerpbesluit hebben ingediend. Binnen de beroepstermijn hebben belanghebbenden de mogelijkheid een beroepschrift in te dienen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het wijzigingsbesluit treedt vier weken nadat het bekend is gemaakt in werking.
Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
8
Stap Voorbereiden wijziging omgevingsplan
Onderwerp
Betrokken partijen
Mate van invloed
1. Basisdocument implementatie Eenheid in Bodembeleid onder de Omgevingswet
- DCMR - Gemeenten in DCMR-regio - GGD Rotterdam-Rijnmond - DCMR
Coproductie
Geen
Geen
- Ketenpartners - Enkele organisaties die betrokken zijn bij het behartigen van de belangen in de ondergrond
Raadplegen
5. Terinzagelegging ontwerp 1e wijziging omgevingsplan voor het thema bodem
Iedereen
Raadplegen
6. Terugkoppeling over besluitvorming
- Provincie Zuid-Holland - Iedereen die een zienswijze heeft ingediend
Informeren
2. Verwerken basisdocument tot een conceptontwerp voor wijziging van het omgevingsplan voor het thema bodem 3. Kennisgeving voorbereiden wijziging omgevingsplan 4. Vooroverleg over de conceptontwerp voor wijziging van het omgevingsplan voor het thema bodem
Adviseren
Formele procedure wijziging omgevingsplan
Besluitvorming over wijziging omgevingsplan
Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
9
Bijlage 1 Resultaten overleg over het concept-ontwerpwijzigingsbesluit #
Partij
1
Gasunie
2
GGD RotterdamRijnmond
3
GGD RotterdamRijnmond
7.3.5
4
GGD RotterdamRijnmond
4.2.1
5
GGD RotterdamRijnmond
4.2.1
6
Paragraaf
Artikel
7.3.9
4.2.3 4.2.4
Veiligheidsregio 7.1.1 RotterdamRijnmond
7.5, lid 1 c
Reactie
Verwerking
Het ontwerp geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. De wijziging is conform de risicogrenswaarden zoals opgenomen in het addendum behorend bij het document 'Eenheid in het regionale bodembeleid' van de Rijnmondgemeenten. Dit is gunstig.
Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels.
Voor lood komt de kwaliteit na sanering en bij hergebruik van grond/bagger overeen met het GGDadvies (= voldoende kwaliteit).
Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels.
Bij kwaliteit bouwen bodemgevoelige locatie komt het niet helemaal overeen (namelijk ook matige kwaliteit toegestaan) met het GGD-advies. Dit heeft zover bij de GGD bekend te maken met haalbaarheid. Maar het is wel beter dan de landelijke wettelijke interventiewaarde (= onvoldoende kwaliteit). Voor PFAS zijn bij wonen met tuin en moestuin/volkstuin de 50%TDI risicogrenzen overgenomen. Dit komt overeen met het GGD-advies.
Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels.
Het gaat er niet alleen om of de gevolgen ongedaan kunnen worden gemaakt of beperkt maar juist om de vraag of de gevolgen voldoende ongedaan kunnen worden gemaakt of beperkt kunnen worden. De bruidsschat heeft dat duidelijker verwoord. Aanbeveling ter verbetering: "als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt of ongedaan gemaakt: de activiteit niet uitvoeren, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.”
Het artikel is herschreven zoals gevraagd.
Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels.
10
7
8
Veiligheidsregio 7.1.1 RotterdamRijnmond Veiligheidsregio 7.1.1 RotterdamRijnmond
9
Oasen
4.2.2
10
Oasen
4.2.2
7.5, lid 3
Aanbeveling ter verbetering: "De zorgplicht, als bedoeld in het eerste lid, houdt ook in:"
Het artikel is herschreven zoals gevraagd.
7.5, lid 3a
Het gaat niet om het voorkomen of beperken van alle nadelige gevolgen maar om die voor het milieu. Aanbeveling ter verbetering: "het zoveel mogelijk voorkomen of beperken van nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit.” In de paragraaf over grondwatergevoelige locaties mis ik een expliciete verwijzing naar de grondwaterbeschermingsgebieden voor drinkwaterwinning.
Het artikel is herschreven zoals gevraagd.
Ook ontbreekt een regel die bepaalt dat binnen deze beschermingsgebieden alleen grond of baggerspecie mag worden toegepast die minimaal voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘wonen’. Dit is ook niet verwerkt in bodemfunctieklasse wonen in de kaart, hierin zijn alleen de woonlocaties aangegeven. Het is voor Oasen ook van belang dat het duidelijk is dat er ook buiten deze gebieden binnen beschermingszones grond met klasse wonen wordt toegepast.
Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
Die verwijzing is opgenomen in artikel 4.13 waarin verwezen is naar paragraaf 7.3.5.1 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. In die betreffende paragraaf staan regels over het toelaten van een bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie. Daarnaast staan in afdeling 3.3 van de ZuidHollandse Omgevingsverordening algemeen geldende regels ter bescherming van grondwaterbeschermingsgebieden. Aangezien deze regels direct werken is het niet nodig een verwijziging op te nemen in het omgevingsplan. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels. Dit is een bevoegdheid van de provincie Zuid-Holland en is geregeld in paragraaf 3.3.6 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. De provincie heeft een vergunningplicht opgenomen voor deze activiteiten. Het is niet nodig om daar in het omgevingsplan naar te verwijzen. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels. 11
11
Oasen
7.3.8
12
Oasen
3.3.1
13
Provincie ZuidHolland
4.2.2 7.3.6 7.3.11
14
Provincie ZuidHolland
15
Provincie ZuidHolland
7.3.8 7.3.10
Positief is dat Paragraaf 7.3.8 ‘Bouwstoffen toepassen’ duidelijk maakt dat bouwstoffen niet zomaar mogen worden toegepast. Wel roept dit de vraag op: hoe verloopt de beoordeling van een aanvraag precies? Welke voorwaarden worden hierbij gehanteerd, en is er sprake van een voorzorgsprincipe bij twijfel over milieueffecten? Graag reactie vanuit specialisten. Ik zie bijv. niks over de boringsvrije zone. En ook voor het grondwaterbeschermingsgebied lijkt alleen verwezen naar de provinciale Omgevingsverordening.
De paragrafen 7.3.5.1, 7.3.5.2, 7.3.5.4 uit de ZuidHollandse Omgevingsverordening zijn goed verwerkt in het omgevingsplan. De instructieregels zijn nagenoeg 1 op 1 vertaald naar het omgevingsplan en in aparte paragrafen ondergebracht en herkenbaar terug te vinden. Paragraaf 7.3.5.3 over het lozen op of in de bodem is niet terug te vinden in de regels van wijziging. Is het de bedoeling om deze activiteit mee te nemen in deze wijziging of gebeurt dat op een later moment? Paragraaf 7.3.5.5 over milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen is niet terug te vinden in deze regels van wijziging.
Participatie bij de wijziging Omgevingsplan Ridderkerk bodemactiviteiten
De beoordelingsregels voor het toepassen van bouwstoffen zijn toegevoegd in artikel 7.53 van het omgevingsplan. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels.
Dit klopt. Dit zijn onderwerpen waarvoor de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag is. Deze gebieden zijn aangewezen in afdeling 2.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels.
Regels over het lozen op of in de bodem maken geen onderdeel uit van deze wijziging. Dit volgt later. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de regels. Deze instructieregel is verwerkt in de paragraaf 7.3.8 over het toepassen van bouwstoffen en paragraaf 7.3.10 over het toepassen van thermisch gereinigde grond.
12