P18P Antwoorden Integraal Veiligheidsbeleid 2025-2028 en Uitvoeringsplan Veiligheid 2025.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Integraal Veiligheidsbeleid 2025- 2028 en Uitvoeringsplan Veiligheid 2025 Algemene informatie •
Vragensteller: Lucien Westbroek, Partij 18PLUS
•
Vergaderdatum: 28 november 2024
•
Portefeuillehouder: C.A. Oosterwijk
•
Datum vraag: 26 november 2024
•
Datum antwoord:
Vragen en antwoorden Vraag 1 Kunt u aangeven welke criteria er zijn om veiligheidsrisicogebieden in te stellen? Antwoord 1 Ter handhaving van de openbare orde kan de gemeenteraad aan de burgemeester de bevoegdheid verlenen om veiligheidsrisicogebieden in de gemeente aan te wijzen, op basis van artikel 151b Gemeentewet. Hierbij wordt de openbare orde verstoord of dreigt te worden verstoord door de aanwezigheid van wapens waardoor het instellen van een veiligheidsrisicogebied noodzakelijk is. De burgemeester heeft overleg met de lokale driehoek (burgemeester, officier van justitie en teamchef politie) voordat hij een dergelijk gebied aanwijst voor een bepaalde periode (veelal zes maanden) op advies van de politie. Bovendien moet de burgemeester het aanwijzingsbesluit goed motiveren (proportionaliteit en subsidiariteit) en schriftelijk nemen. De aanwijzing mag niet langer en voor een groter gebied gelden dan voor de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is. Vraag 2 Kunt u aangeven welke criteria er zijn om preventief fouilleren toe te passen in een veiligheidsrisicogebied? Antwoord 2 Binnen een veiligheidsrisicogebied kan de officier van justitie de politie een bevel tot preventief fouilleren afgeven. Preventief fouilleren is een controlemiddel dat ‘zonder aanzien des persoons’ moet worden ingezet (a-selectiviteitsbeginsel).
Dit betekent dat het geheel los staat van een concreet strafbaar feit en dat er jegens de te fouilleren personen geen aanwijzing of vermoeden van een strafbaar feit bestaat. Selectie op basis van uiterlijke kenmerken bij de toepassing van het instrument is niet toegestaan. Preventief fouilleren mag alleen: •
Op de openbare weg.
•
Voor het publiek openstaande gebouwen. Er is sprake van zo’n gebouw als: -
Het een op het publiek gerichte functie heeft.
-
Er voor het publiek gerichte activiteiten plaatsvinden, die de uitstraling hebben dat het gaat om het openbare leven.
•
Het in beginsel voor een ieder toegankelijk is.
Op erven die horen bij voor het publiek toegankelijke gebouwen.
Vraag 3 Klopt het dat de bevoegdheid voor het instellen van een veiligheidsrisicogebied alleen bij de burgemeester berust? Antwoord 3 Ja. Vraag 4 Klopt het dat voor het instellen van preventief fouilleren het OM, de politie en de burgemeester in moeten stemmen? Antwoord 4 Nee, dat klopt niet. Om over te gaan tot preventief fouilleren is vereist dat de burgemeester een zogenaamd veiligheidsrisicogebied aanwijst. Vervolgens is het aan de officier van justitie om binnen dat gebied aan de politie een bevel tot preventief fouilleren af te geven. Dit alles gebeurt wel op basis van het sfeerverbaal van de politie, zoals benoemd in het antwoord op vraag 2. De politie voert de preventieve fouilleringen uit en maakt vaak deel uit van het overleg met de gemeente en het Openbaar Ministerie, maar heeft geen rol in de besluitvorming. Vraag 5 Welke criteria moeten er bij de 3 partijen gelden om tot preventief fouilleren over te gaan? Antwoord 5 Zie vraag 2.
Vraag 6 Bent u het met ons eens dat het aanwijzen van een veiligheidsrisicogebied desnoods zonder het instellen van preventief fouilleren ook een preventieve werking kan hebben? Antwoord 6 Het instellen van een veiligheidsrisicogebied zonder preventief fouilleren kan de burger de verwachting geven dat er actief gefouilleerd wordt, en zonder concrete acties kan er teleurstelling of wantrouwen ontstaan. Daarbij kan het aangewezen gebied onterecht een slechte reputatie krijgen, zonder dat er daadwerkelijk actie wordt ondernomen. Vraag 7 Welke criteria gelden er voor het instellen van openbaar cameratoezicht bij (wijk)winkelcentra? Antwoord 7 Er geldt een aantal eisen aan het cameratoezicht op openbare plaatsen: •
Regulier cameratoezicht mag de gemeente alleen inzetten als er in een bepaald gebied sprake is van een onveilige situatie of als er regelmatige wanordelijkheden zijn. En als de inzet van het cameratoezicht noodzakelijk is om de openbare orde te handhaven.
•
De inzet van het cameratoezicht mag niet op zichzelf staan. De gemeente moet ook andere maatregelen nemen. Zoals (betere) straatverlichting of toezicht op straat. Het cameratoezicht is dan dus onderdeel van een groter pakket aan maatregelen.
•
De inzet van het cameratoezicht door de gemeente moet voldoen aan alle eisen van artikel 151c van de Gemeentewet.
•
De verwerking van de camerabeelden door de politie moet voldoen aan alle eisen van de Wet politiegegevens (Wpg).
Vraag 8 Een groot aantal gemeenten hebben al onderzoek gedaan naar cameratoezicht, gaat u opnieuw onderzoek doen? Of gaat u gebruikmaken van de reeds gedane onderzoeken zoals bij de gemeente Rotterdam? Antwoord 8 De reeds gedane onderzoeken door andere gemeenten, zoals bij gemeente Rotterdam, kunnen inzicht geven over de nut en de risico’s van de inzet van cameratoezicht. Deze inzichten nemen we mee, maar kijken daarbij wel naar het eigen karakter, en specifieke omstandigheden van gemeente Ridderkerk en wat wat wel en niet werkt. De onderzoeksopzet bepalen we in 2025.
Vraag 9 Tijdens het werkbezoek van de raad zijn we bij de veiligheidsregio en de meldkamer in Rotterdam geweest. Wij hebben toen met eigen ogen gezien hoe snel toezicht en politie mee kunnen kijken met openbare camera’s. Zouden de camera’s in Ridderkerk hier ook op aangesloten kunnen worden en welke criteria gelden hiervoor? Antwoord 9 In de loop van 2025 wordt een onderzoek cameratoezicht uitgevoerd. De gestelde vraag wordt meegenomen in het onderzoek en verder uitgewerkt. De raad wordt hierover geïnformeerd wanneer het onderzoek gereed is.