CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-raadsbesluit en ontwerp-raadsvoorstel.pdf

Commissie Samen wonen RK 8 januari 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 12: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven3.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp: Vestiging voorkeursrecht op gronden die deel uitmaken van de locatie Bolnes – zoekgebied 150 kV-station, inclusief landschappelijke inpassing

College van burgemeester en wethouders januari 2026

Zaaknummer 2025-078624

Portefeuillehouder Kees van der Duijn Schouten

Commissie samen wonen 12 februari 2026

Openbaar ja

Opsteller: Ruben van Beekom

Gemeenteraad 26 februari 2026

Geadviseerd besluit De raad voor te stellen:

Met overneming van de in het voorstel weergegeven overwegingen, welke worden geacht onderdeel uit te maken van deze voorkeursrechtbeschikking 1. Op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet (‘Ow’) een voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaken zoals vermeld op de bij deze beschikking behorende grondtekening met kenmerk TK-30506596-02 en op de perceellijst met kenmerk PL-30506596-02. 2. Vast te stellen dat op genoemde onroerende zaken de afgelopen twee jaar geen voorkeursrecht gevestigd is geweest op basis van dezelfde wettelijke grondslag. 3. Kennis te nemen van het feit dat dit voorkeursrecht van rechtswege vervalt drie jaar na het ingaan ervan, tenzij voor dat tijdstip de functies waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, zijn toegedeeld in het omgevingsplan. 4. Op de ontwerp-voorkeursrechtbeschikking van de raad zijn geen zienswijzen ingediend. Er bestaat geen aanleiding om het ontwerp-raadsvoorstel en/of het ontwerp-raadsbesluit aan te passen. De bijgaande Nota beantwoording zienswijzen vast te stellen.

5. De bevoegdheid tot intrekking van dit voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.5, eerste lid Omgevingswet te mandateren aan het college.

Raadsvoorstel Samenvatting Het doel van deze voorkeursrechtbeschikking is de vestiging van een voorkeursrecht als bedoeld in Hoofdstuk 9 van de Omgevingswet op de onroerende zaken die deel uitmaken van de locatie ‘Bolnes,

zoekgebied 150 kV-station, inclusief landschappelijke inpassing”. Met de vestiging van een voorkeursrecht verkrijgt de gemeente Ridderkerk een eerste recht van koop waarmee wordt voorkomen dat de percelen binnen deze locatie aan derden zouden worden vervreemd, waardoor de gemeente mogelijk grip op de herontwikkeling van dit gebied zou verliezen. Ook om grondspeculatie en eventuele prijsopdrijving te voorkomen, is het nodig een gemeentelijk voorkeursrecht te vestigen. Inleiding Het voornemen van de gemeente om het voorkeursrecht te vestigen heeft betrekking op de maatschappelijke opgave om ter uitbreiding en verzwaring van het bestaande elektriciteitsnetwerk een nieuw 150 kV-hoogspanningsstation met bijbehorende voorzieningen, ontsluitingsweg en landschappelijke inpassing te realiseren. Het betreft een combistation van de netbeheerders Tennet en Stedin. Voor deze realisatie hebben de netbeheerders de medewerking van de gemeente nodig, waartoe de gemeente bereid is.

Uit daartoe verricht onderzoek is naar voren gekomen dat binnen de gemeentegrenzen de locatie aangeduid als ‘zoekgebied 150 kV-station, inclusief landschappelijke inpassing’, gelegen aan de zuidzijde van de polder Bolnes, vanwege het (in vergelijking tot andere mogelijk geschikte locaties in de omgeving) geringste aantal voorziene planologische beperkingen als meest kansrijke locatie voor de oprichting van dit hoogspanningsstation met bijbehorende voorzieningen, ontsluitingsweg en landschappelijke inpassing moet worden aangemerkt. In de op 11 september 2025 door de raad vastgestelde Omgevingsvisie Ridderkerk 2050 is voorzien in de toekomstige realisatie van een hoogspanningsstation; verwezen wordt naar de tekstpassage ”Er is ruimte nodig voor de energietransitie. In Bolnes-Zuid kan mogelijk ruimte worden geboden aan een transformatorstation” en de aanduiding ‘Zoekgebied transformatiestation Bolnes Zuid’ op de bijbehorende Visiekaart. De Omgevingsvisie inclusief Visiekaart vertolkt de actuele gemeentelijke inzichten over de beoogde gebiedsontwikkeling. In het kader van de verdere planvorming zal de definitieve (begrenzing van de) locatie moeten worden vastgesteld. De gemeente wil bij voornoemde herontwikkeling de regie krijgen en behouden.

Vanwege het feit dat de betreffende onroerende zaken (of de eventuele daarop rustende beperkte rechten) kunnen worden vervreemd aan anderen dan de gemeente, waardoor de beoogde herontwikkeling zou kunnen worden gefrustreerd, en voorts om eventuele prijsopdrijving of speculatie tegen te gaan, heeft het college op 2 december 2025 een zogeheten ‘voorlopig voorkeursrecht’ met een geldingsduur van drie maanden gevestigd, welke voorkeursrechtbeschikking als Bijlage 6 bij dit besluit is gevoegd. Om dit voorkeursrecht binnen de wettelijke termijn van drie maanden te bestendigen, wordt de raad thans voorgesteld om een definitief voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaken zoals vermeld op de grondtekening en de perceellijst die als Bijlagen 1 en 2 onderdeel uitmaken van deze voorkeursrechtbeschikking. Het voornemen bestaat om de huidige agrarische hoofdfunctie van de aangewezen gronden te wijzigen in de toegedachte functies “energie-infrastructuur (hoogspanningsstation) met bijbehorende voorzieningen, ontsluitingsweg en landschappelijke inpassing, een en ander nader uit te werken”. Het betreft alle niet-agrarische functies. Voorts geldt dat het bestaande, feitelijke gebruik afwijkt van genoemde toegedachte functies. Daarmee wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht.

2/9

Beoogd effect

Met de vestiging van het voorkeursrecht als bedoeld in afdeling 9.1 van de Omgevingswet verkrijgt de gemeente een voorkeurspositie op de grondmarkt binnen het aangewezen gebied. De voorkeurspositie houdt in dat eigenaren en beperkt gerechtigden tot de in de beschikking opgenomen percelen bij een voorgenomen vervreemding van hun eigendom of beperkt recht verplicht zijn deze eerst aan de gemeente te koop aan te bieden c.q. de gemeente uit te nodigen om met hen daarover in onderhandeling te treden. De vestiging van het voorkeursrecht betekent voor de eigenaren en beperkt gerechtigden geen verplichting tot verkoop. Het voorkeursrecht beperkt de vrije overdraagbaarheid van de aangewezen percelen en beoogt te voorkomen dat derden zonder betrokkenheid van de gemeente zeggenschap of strategische posities in het gebied verkrijgen, hetgeen de uitvoering van de beoogde gebiedsontwikkeling zou kunnen doorkruisen. Door middel van het voorkeursrecht kan de gemeente haar regierol in ruimtelijke ontwikkelingen veiligstellen en gericht sturen op de verwezenlijking van haar planologische doelstellingen. Relatie met beleidskaders en grondslag vestiging voorkeursrecht

Binnen drie maanden na de eerdere vestiging van het voorkeursrecht door het college dient de raad het voorkeursrecht definitief te vestigen (‘te bestendigen’). Dit laatste zal geschieden op basis van de Omgevingsvisie Ridderkerk 2050; deze is in het kader van een actualisatie van de voorheen bestaande omgevingsvisie op 11 september 2025 door de raad vastgesteld en op 26 september 2025 in werking getreden. In deze omgevingsvisie is voorzien in de toekomstige realisatie van een hoogspanningsstation. De Omgevingsvisie vermeldt hierover ”Er is ruimte nodig voor de energietransitie. In Bolnes-Zuid kan mogelijk ruimte worden geboden aan een transformatorstation”. Op de bijbehorende Visiekaart komt de aanduiding ‘Zoekgebied transformatiestation Bolnes Zuid’ voor. Dit zoekgebied is meer gedetailleerd aangegeven op de als Bijlage 3 bij deze beschikking gevoegde kaart, die onderdeel uitmaakt van het op 11 november 2025 door het college vastgestelde “schetsontwerp recreatieve Bospolder”. De Omgevingsvisie inclusief de Visiekaart in combinatie met het “schetsontwerp recreatieve Bospolder” vertolkt de actuele gemeentelijke inzichten over de beoogde gebiedsontwikkeling.

Dit betekent dat de vestiging van het voorkeursrecht door de raad geschiedt op de grondslag van de Omgevingsvisie Ridderkerk 2050, nu daarin een niet-agrarische functie is toegedacht aan onroerende zaken waarvan het gebruik afwijkt van die functie en die functie niet is toegedeeld in een omgevingsplan (artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b Omgevingswet).

Argumenten

1.1

Vrije vervreemding van de gronden zou het beoogde doel kunnen frustreren. Als er geen gemeentelijk voorkeursrecht geldt, kunnen de eigenaren van gronden in het ontwikkelgebied deze aan een ieder verkopen en in eigendom overdragen. Dat zou gepaard kunnen gaan met grondversnippering, grondspeculatie en/of prijsopdrijving. Elk van die mogelijke effecten zou de gewenste gemeentelijke regievoering over de beoogde gebiedsontwikkeling ernstig kunnen bemoeilijken en een tijdige realisatie van de plannen op de door de gemeente gewenste wijze in de weg kunnen staan. Tegen deze achtergrond is het vestigen van een voorkeursrecht gerechtvaardigd en noodzakelijk, omdat daarmee de vrije overdraagbaarheid van deze gronden wordt beperkt en de voorkeursrechtvestiging de enige manier is om het optreden van de hiervóór genoemde ongewenste effecten van vrije overdraagbaarheid te voorkomen. Met de vestiging van een voorkeursrecht is het behoud van de gemeentelijke regierol gewaarborgd doordat de grondeigenaar die voornemens is zijn grond te verkopen

3/9

(‘vervreemden’) verplicht is deze eerst aan de gemeente te koop aan te bieden en, na een positief beginselbesluit van de gemeente om de grond tegen nader overeen te komen voorwaarden aan te kopen, daarover met de gemeente in onderhandeling te treden. 1.2

Het gemeentelijk voorkeursrecht verschaft de gemeente een betere uitgangspositie op de grondmarkt. Om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan wenst de gemeente het voorkeursrecht te vestigen op percelen in het plangebied. Hierdoor wordt de gemeente beter in staat gesteld een grondstrategie te voeren. Het voorkeursrecht, als passief verwervingsinstrument, kan een ondersteuning betekenen van het te voeren verwervingsbeleid. De gemeente kan hierdoor een centrale regierol uitoefenen bij de verdere ontwikkeling en realisatie van haar plannen.

1.3

Het gemeentelijk voorkeursrecht vormt gedurende het planontwikkelingsproces (van ontwerp tot uitvoering) een beschermingsinstrument. Door het vestigen van een voorkeursrecht kunnen ongewenste transacties (al dan niet met een speculatief karakter) worden voorkomen. Indien de betrokken eigenaar het voornemen heeft opgevat om zijn grond te verkopen (te ‘vervreemden’) is de gemeente als eerste in de gelegenheid om aan te kopen. Door deze interventie kan de gemeente zo mogelijk een langdurig en kostbaar verwervingsproces dan wel onteigening voorkomen.

1.4

Het algemeen belang dat gediend wordt met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht weegt zwaarder dan het individuele belang van de eigenaar. Het vestigen van een voorkeursrecht maakt dat de eigenaar bij een voorgenomen verkoop zijn perceel eerst aan de gemeente moet aanbieden. De eigenaar is dus niet vrij om te vervreemden aan wie hij of zij wil. Deze beperking voor de eigenaar weegt echter niet op tegen het algemene belang van de gemeente om regie te houden op de ontwikkeling en realisatie van de locatie.

2.1

Herhalingsverbod De wet kent een zogeheten ‘herhalingsverbod’ gedurende twee jaar. Binnen die termijn mag niet eerder door hetzelfde bestuursorgaan op dezelfde wettelijke grondslag een voorkeursrecht op dezelfde percelen zijn gevestigd. De constatering dat hiervan geen sprake is (geweest), dient te blijken uit de voorkeursrechtbeschikking.

3.1

Het voorkeursrecht vervalt na drie jaar, tenzij de raad de nieuwe functies tijdig toedeelt in het omgevingsplan Het is wettelijk verplicht om in de voorkeursrechtbeschikking te vermelden, wanneer het voorkeursrecht komt te vervallen. Uit de wet volgt dat een voorkeursrecht gevestigd op grondslag van een omgevingsvisie drie jaar na het ingaan daarvan vervalt, tenzij voor dat tijdstip de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, is toegedeeld in het omgevingsplan.

5.1

De Omgevingswet bepaalt dat als een voorkeursrecht niet meer voldoet aan de voor de vestiging daarvan geldende eisen van een niet-agrarische functie en een van die functie afwijkend gebruik, het bestuursorgaan dat het gevestigd heeft, het voorkeursrecht direct intrekt. Mocht ten aanzien van de nu aangewezen percelen blijken dat deze niet langer nodig zijn voor realisatie van de ontwikkeling, dan wordt vanaf dat moment niet langer voldaan aan de hiervoor vermelde eisen. Dat is ook het geval indien de beoogde herontwikkeling op enig moment is gerealiseerd. Het voorkeursrecht voor die percelen moet dan direct worden ingetrokken. Aangezien de gemeenteraad het voorkeursrecht heeft gevestigd, betekent dit dat de raad het bestuursorgaan is dat tot intrekking moet besluiten. Gelet op de vergaderfrequentie van de raad kan dan naar alle waarschijnlijkheid niet worden voldaan aan de eis van een “onverwijlde” intrekking. Daarom wordt de raad voorgesteld, zijn bevoegdheid tot intrekking van het

4/9

voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.5, eerste lid van de Omgevingswet te mandateren aan het college. Op die manier kan het college gelijktijdig met of anders zo spoedig mogelijk na vaststelling van de definitieve plannen het voorkeursrecht intrekken ten aanzien van de percelen die niet langer benodigd zijn voor de beoogde ontwikkeling. Ook kan het college het voorkeursrecht op deze manier eenvoudig intrekken ten aanzien van de percelen die de gemeente heeft weten te verwerven of waarop de nieuwe functies zijn gerealiseerd. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever mandatering van de intrekkingsbevoegdheid mogelijk acht (Kamerstukken II 2018/19, 35 133, nr. 3, p. 71).

Overleg gevoerd met

De Portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening, de Portefeuillehouder Duurzaamheid en Economie en de betrokken ambtelijke organisatie, het Waterschap Hollandse Delta, Tennet, Stedin, gemeente Rotterdam. Kanttekeningen en risico’s

1.1 Mogelijkheid tot afnameverplichting na prijsvaststellingsprocedure Indien het college naar aanleiding van een 'te koop' aanbieding van een eigenaar van gronden waarop het voorkeursrecht is gevestigd, een besluit neemt om die gronden te verwerven, kan bij het bereiken van overeenstemming een koopovereenkomst tot stand komen. Als geen minnelijke overeenstemming wordt bereikt over de prijs kan de gemeente na het doorlopen van een prijsvaststellingsprocedure verplicht worden om de gronden inclusief eventuele opstallen daadwerkelijk af te nemen tegen de door de rechtbank vastgestelde prijs. Het aan een afnameverplichting verbonden financiële risico is beperkt, omdat afname gebeurt tegen de werkelijke waarde. Bovendien versterkt het verkrijgen van de eigendom de regiefunctie van de gemeente.

1.2 Wettelijke termijnen zijn fatale termijnen De wettelijke termijnen dienen zorgvuldig in acht te worden genomen, aangezien het, zonder uitzondering, fatale termijnen zijn. Indien een verkoper aangeeft tot verkoop te willen overgaan, dient het college van burgemeester en wethouders binnen zes weken te besluiten of de bereidheid bestaat de onroerende zaak, tegen nader overeen te komen voorwaarden, te kopen. Wanneer de onderhandelingen zijn gestart, kan de verkoper aan het college verzoeken om binnen vier weken de rechtbank te verzoeken een oordeel over de prijs te geven. De 'sanctie' van het niet naleven van deze termijnen is dat een eigenaar of zakelijk gerechtigde die zijn onroerend goed te koop heeft aangeboden gedurende een periode van drie jaar vrij is om te verkopen aan een ander dan de gemeente. Het voorkeursrecht blijft dan overigens wel op de grond rusten.

1.3

Risico op het vervallen van het voorkeursrecht

Indien en voor zover de gemeenteraad het voorkeursrecht niet bestendigt en doet inschrijven in de openbare registers binnen drie maanden na inwerkingtreding van het collegebesluit, vervalt het door het college gevestigde voorlopige voorkeursrecht. In dat geval kan het college vanwege het herhalingsverbod niet binnen twee jaar opnieuw een voorlopig voorkeursrecht op de eerder aangewezen gronden vestigen. Indien de gemeenteraad wél een voorkeursrecht vestigt, maar dit niet tijdig doet inschrijven in de openbare registers waardoor het niet binnen die drie maanden in werking treedt, vervalt het door het college gevestigde voorlopige voorkeursrecht eveneens.

5/9

1.4 Risico op het vervallen van het voorkeursrecht In het geval dat het niet zal lukken om het omgevingsplan voor het gebied waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd vóór maart 2029 te wijzigen dan zal het voorkeursrecht drie jaar na inwerkingtreding van het voorkeursrecht komen te vervallen. Vanaf dat moment kunnen de gronden weer vrij worden vervreemd wat een risico betekent voor de beoogde ontwikkeling. Uitvoering/vervolgstappen

Het door uw raad gevestigde voorkeursrecht treedt in werking door tijdige inschrijving van de voorkeursrechtbeschikking in de openbare registers. Het voorkeursrecht vervalt drie jaar na het ingaan ervan of, als dat eerder is, op het tijdstip dat de functies waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, zijn toegedeeld in het omgevingsplan (artikel 9.4, eerste lid, aanhef en onder b Omgevingswet). In dat geval wordt het voorkeursrecht automatisch gecontinueerd met een termijn van vijf jaar. Deze termijn kan door de raad te zijner tijd eenmalig met ten hoogste vijf jaar worden verlengd. Het is de intentie om gedurende de komende drie jaar een wijziging van het omgevingsplan voor te bereiden en vast te stellen waarin de functies waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, door de raad aan de daarvoor benodigde gronden worden toegedeeld.

Evaluatie/monitoring

Zie onder ‘Uitvoering/vervolgstappen’. Financiën

De vestiging van het voorkeursrecht brengt beperkte kosten met zich mee, met name in verband met externe advisering en ambtelijke ondersteuning bij de voorbereiding en uitvoering van de vestigingsprocedure. Deze kosten worden gedekt vanuit budget dat uw gemeenteraad bij de vaststelling van de omgevingsvisie beschikbaar heeft gesteld voor Bolnes Zuid. Het voorkeursrecht als zodanig leidt in beginsel niet tot directe financiële verplichtingen voor de gemeente. Voor het geval de in de voorkeursrechtbeschikking aangewezen percelen daadwerkelijk door een eigenaar aan de gemeente te koop worden aangeboden, zal Tennet Stedin garant staan voor de koopsom en bijkomende kosten van het betreffende onroerend goed. Gronden die niet benodigd zijn voor 150 kV-station, inclusief landschappelijke inpassing, maar wel tot het zoekgebied behoren, worden te zijner tijd door de gemeente overgenomen. Deze kosten worden opgenomen in de nog op te stellen grondexploitatie voor de totale ontwikkeling van de recreatieve Bospolder.

Juridische zaken

Vestigingseisen Voor de vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht dient te worden voldaan aan twee vereisten. Het eerste vereiste is dat het voorkeursrecht slechts ten behoeve van een toegedachte niet-agrarische functie of moderniseringslocatie kan worden gevestigd. Het tweede vereiste houdt in dat het huidige, feitelijke gebruik afwijkt van die toegedachte functie. De betreffende gronden zijn thans grotendeels conform hun bestemming voor agrarische doeleinden in gebruik. De vigerende functie zal worden gewijzigd naar de toegedachte niet-agrarische functies “energie-infrastructuur (hoogspanningsstation) met bijbehorende voorzieningen, ontsluitingsweg en landschappelijke inpassing, een en ander nader uit te werken”. Daarmee wordt dus voldaan aan de hiervóór genoemde vestigingseisen. De conclusie is derhalve dat het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet in dit geval mogelijk is omdat het huidige gebruik afwijkt van de toegedachte niet-agrarische functies.

6/9

Rechtsbescherming: bezwaar De voorkeursrechtbeschikking van de raad wordt aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: ‘Awb’), zodat daartegen door belanghebbenden (lees: de betrokken rechthebbenden en beperkt gerechtigden) bij de raad een bezwaarschrift kan worden ingediend gedurende zes weken, aanvangende op de dag na verzending van de brief waarin de voorkeursrechtbeschikking van de raad aan belanghebbenden bekend is gemaakt. Eventuele bezwaarschriften die zijn ingediend tegen de voorkeursrechtbeschikking van het college worden, nadat de raad een voorkeursrechtbeschikking heeft gegeven, geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de raad. Op de ingediende bezwaren tegen de voorkeursrechtbeschikking van het college wordt in dat geval te zijner tijd door uw raad beslist.

Duurzaamheid en Ecologie N.v.t. Inclusiviteitstoets N.v.t. Communicatie/participatie na besluitvorming

Bekendmaking/inwerkingtreding/inschrijving/ter inzage legging Deze voorkeursrechtbeschikking dient te worden bekendgemaakt door toezending van de beschikking aan de belanghebbenden. Dit geschiedt door middel van een aangetekende brief met bijlagen, waaronder een uitgebreide notitie over de betekenis van het gemeentelijk voorkeursrecht. Bijgevoegd zijn hiervoor: Bijlage 4a. Model bekendmakingsbrief belanghebbenden en Bijlage 4b. Bijlage bij bekendmakingsbrief belanghebbenden. Binnen vier dagen na de bekendmaking dient de voorkeursrechtbeschikking te worden ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster, opdat het voorkeursrecht vanaf het tijdstip van inschrijving inwerking treedt. De voorkeursrechtbeschikking wordt daarnaast met de daarop betrekking hebbende stukken ter inzage gelegd. De terinzagelegging geschiedt in fysieke zin op een door de gemeente aangewezen locatie binnen de gemeente, en voorts op elektronische wijze. Kennisgeving van de terinzagelegging dient plaats te vinden in het Gemeenteblad. Hiervoor is als Bijlage 5 bijgevoegd de concepttekst van de publicatie in het Gemeenteblad.

Burgerparticipatie In het kader van een zorgvuldige voorbereiding van de besluitvorming door de raad zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen over de ontwerpvoorkeursrechtbeschikking van de raad. Over de ontwerp-beschikking zijn wel/geen zienswijzen ingediend, die zijn beantwoord in de bijgaande Nota beantwoording zienswijzen, De raad wordt voorgesteld, deze Nota vast te stellen. Er is geen aanleiding om de ontwerp-voorkeursrechtbeschikking van de raad aan te passen.

7/9

Burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris,

de burgemeester,

mw. M. Kitselar

dhr. C.A. Oosterwijk

Bijlagen 1.

Grondtekening met kenmerk TK-30506596-02

2.

Perceellijst met kenmerk PL-30506596-02

3.

Kaart van het zoekgebied

4a.

Model bekendmakingsbrief belanghebbenden

4b.

Bijlage bij bekendmakingsbrief belanghebbenden

5.

Publicatie Gemeenteblad

6.

Voorkeursrechtbeschikking college d.d. 2 december 2025

8/9

CONCEPT RAADSBESLUIT

Onderwerp: Vestiging voorkeursrecht op gronden die deel uitmaken van de locatie Bolnes – zoekgebied 150 kV-station, inclusief landschappelijke inpassing

Gemeenteraad 26 februari 2026

Zaaknummer 2025-078624

Commissie samen wonen 12 februari 2026

De raad van de gemeente Ridderkerk, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 2 december 2025, met overneming van de in het voorstel weergegeven overwegingen, welke worden geacht onderdeel uit te maken van deze voorkeursrechtbeschikking

BESLUIT:

1. Op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet (‘Ow’) een voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaken zoals vermeld op de bij deze beschikking behorende grondtekening met kenmerk TK-30506596-02 en op de perceellijst met kenmerk PL30506596-02. 2. Vast te stellen dat op genoemde onroerende zaken de afgelopen twee jaar geen voorkeursrecht gevestigd is geweest op basis van dezelfde wettelijke grondslag. 3. Kennis te nemen van het feit dat dit voorkeursrecht van rechtswege vervalt drie jaar na het ingaan ervan, tenzij voor dat tijdstip de functies waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, zijn toegedeeld in het omgevingsplan. 4. Op de ontwerp-voorkeursrechtbeschikking van de raad zijn geen zienswijzen ingediend. Er bestaat geen aanleiding om het ontwerp-raadsvoorstel en/of het ontwerp-raadsbesluit aan te passen. De bijgaande Nota beantwoording zienswijzen vast te stellen. 5. De bevoegdheid tot intrekking van dit voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.5, eerste lid Omgevingswet te mandateren aan het college.

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1236/documents/42472