CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek naar ontmoetingsplek centrum Ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven RK 31 augustus 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven16.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapportage

Onderzoek naar een ontmoetingsplek in het centrum van Ridderkerk Meer waarde creëren met maatschappelijke voorzieningen

20-04-2023

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Opdrachtformulering

3

1.3

Werkwijze

3

1.4

Opbouw rapport

4

2.

Trends en ontwikkelingen

5

2.1

Demografie en karakter van de gemeente Ridderkerk

5

2.2

Maatschappelijke trends

5

2.3

Accommodatie gerelateerde ontwikkelingen

6

3.

Contouren

7

3.1

Wet- en regelgeving

7

3.2

Gemeentelijke beleidskaders en ambities

8

4.

Analyse inventarisatie en consultatie

14

4.1

Wijkanalyse

14

4.2

Ouderen

14

4.3

Jongeren

18

4.4

Enquêteresultaten

19

5.

Aanbodanalyse

22

5.1

Bestaande ontmoetingsplekken in het centrum van Ridderkerk

22

5.2

Wijkcentra in de omliggende wijken

24

6.

Programma van eisen

26

6.1

Voorwaarden en gebruik

26

6.2

Ruimtelijk programma van eisen

27

7.

Conclusie en vervolg

31

7.1

Conclusie

31

Bijlage 1 Enquête onder bewoners

33

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Ridderkerk heeft in de gemeenteraadsvergadering van 2 juli 2020 het ‘Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk 2035’ vastgesteld. De leegstand in het centrum van Ridderkerk was één van de redenen om samen met belanghebbenden het Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk 2035 op te stellen. Dit ontwikkelperspectief functioneert als een beleidskader voor nieuwe ideeën vanuit de diverse stakeholders en plannen van de gemeente in de openbare ruimte. Daarnaast geeft het een mooi toekomstbeeld van hoe het centrum van Ridderkerk er in de (nabije) toekomst uit zou kunnen zien. Een toekomstbeeld gemaakt met de inbreng van velen. In het Ontwikkelperspectief is een aantal kernwaarden beschreven: 1.

Het centrum is een plek voor iedereen.

2.

Het centrum is uitnodigend en sfeervol.

3.

Het centrum biedt een gevarieerd aanbod aan voorzieningen en functies.

4.

Het centrum is goed bereikbaar en voor iedereen toegankelijk.

Jongeren en ouderen maken graag gebruik van het centrum maar er is geen aangewezen en ingerichte fysieke plek waar ze elkaar kunnen ontmoeten. Uit het participatietraject van het ontwikkelperspectief is het signaal gebleken dat beide doelgroepen mogelijk behoefte hebben aan zo’n ontmoetingsplek. Dit signaal was de aanleiding voor dit onderzoek. Het Sint Jorisplein is het hart van het winkelgebied. Dat lijkt een logische locatie voor een ontmoetingsplek. In het ontwikkelperspectief is het Sint Jorisplein als volgt beschreven: “Het Sint Jorisplein is een laagdrempelig toegankelijk dorpsplein voor iedereen. Het is een belangrijke schakel in het winkelcircuit en in de cultuurhistorische route van de Kerksingel naar de Lagendijk. De drie overdekte winkelcentra komen er op uit, hun entrees zijn duidelijk herkenbaar. Het is de plek waar iedereen, van jong tot oud, zich welkom voelt en met respect voor elkaar kan verblijven.” Ook is een uitvoeringsprogramma opgenomen in het ontwikkelperspectief. Binnen de pijler ‘Gebouwen en Programma’ zijn onder meer onderstaande acties beschreven: 1.

Onderzoek de behoefte aan een laagdrempelige ontmoetingsfunctie voor ouderen/wijkbewoners en of het centrumgebied daar de juiste plek voor is.

2.

1.2

Onderzoek de mogelijkheden om (formele/informele) ontmoetingsplekken voor de jeugd te realiseren.

Opdrachtformulering

De gemeente Ridderkerk wil inzicht in de behoefte aan en de mogelijkheden voor een ontmoetingsplek voor jongeren en ouderen in het centrum. Daarbij wenst de gemeente ook inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden om dezelfde locatie voor beide doelgroepen te gebruiken. De gemeente heeft voor het hiertoe uit te voeren onderzoek de volgende vraagstelling geformuleerd: Een onderzoek naar de behoefte aan en de mogelijkheden voor een ontmoetingsplek voor jongeren en ouderen in het centrum van Ridderkerk. Resultaat van het onderzoek dient een advies te zijn over hoe een dergelijke ontmoetingsplek eruit kan zien en wat er op die ontmoetingsplek kan plaatsvinden. Bij de uitvoering van het onderzoek wordt zorg gedragen voor betrokkenheid van zowel jongeren als ouderen en de bewoners, vastgoedeigenaren en ondernemers in het centrum.

1.3

Werkwijze

Voor het onderzoek zijn diverse documenten bestudeerd, waaronder het coalitieakkoord, het Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk 2035 en het Statement Samenredzaam Ridderkerk. Er zijn gesprekken gevoerd met een tweetal wethouders, mensen van de interne organisatie en met externe stakeholders. Ook is er een bezoek gebracht aan twee wijkcentra. Tot slot is er een enquête gehouden onder inwoners.

3

1.4

Opbouw rapport

In hoofdstuk 2 worden de relevante trends en ontwikkelingen geschetst. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de wettelijke contouren voor wijkcentra alsmede het gemeentelijk beleid en de ambities van de gemeente ten aanzien van wijkcentra/ontmoetingsplekken. In hoofdstuk 4 zijn de opbrengst van de inventarisatie, de interne en externe consultatie en de enquête beschreven, inclusief een analyse van deze resultaten. In hoofdstuk 5 volgt een analyse van het huidige aanbod in het centrum, van Ridderkerk. Hoofdstuk 6 beschrijft allereerst de uitgangspunten voor en het gebruik van een ontmoetingsplek en vervolgens worden de ruimtelijke consequenties in beeld gebracht in de vorm van een programma van eisen. Het rapport wordt afgesloten met een algehele conclusie in hoofdstuk 7 en geeft een doorkijk naar het vervolg op korte en de middellange termijn.

4

2.

Trends en ontwikkelingen

2.1

Demografie en karakter van de gemeente Ridderkerk

De gemeente Ridderkerk telt ongeveer 47.000 inwoners. De inwoners van de

Figuur 1 De wijk Centrum

gemeente wonen verdeeld over 8 wijken. Dit zijn Bolnes, Centrum, DrievlietHet Zand, Oost, Oostendam, Rijsoord, Slikkerveer en West. Van deze 8 wijken is Slikkerveer de grootste wijk, gevolgd door Drievliet-Het Zand en Bolnes. De kleinste wijk heeft niet meer 617 inwoners. Daarna volgen Rijsoord en West beiden met niet meer dan 3.522 inwoners. Het Centrum bevind zich hier tussenin, met 4.720 inwoners. In figuur 1 is de ligging van de wijk Centrum ten opzichte van de gemeente Ridderkerk in donkeroranje aangegeven.

2.2

Maatschappelijke trends

In deze paragraaf worden sociaal-maatschappelijke en sociaaleconomische trends beschreven die de komende jaren van invloed zijn op het gebruik van maatschappelijke accommodaties. Voor de beschrijving van deze trends zijn, naast bureau-informatie, onder meer publicaties gebruikt van het Sociaal Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Sociaal-maatschappelijke trends •

Door de toegenomen mobiliteit zijn mensen in de regel in staat en bereid langer te reizen voor hun vrijetijdsbesteding. Senioren en kwetsbare groepen als mensen met een beperking vormen op deze regel een uitzondering.

•

Gebruikers van maatschappelijke accommodaties stellen hogere eisen aan de kwaliteit van maatschappelijke accommodaties, zowel op het gebied van het voorzieningenniveau, het activiteitenaanbod als de dienstverlening.

•

Mensen ondernemen meer activiteiten in een korter tijdsbestek dan voorheen. Er is sprake van vervluchtiging van de vrijetijdsbesteding. Zowel de inhoud van de activiteiten als de daaruit voortvloeiende sociale contacten worden oppervlakkiger. In het verlengde van de zogenaamde ‘zapcultuur’ ondervinden diverse vormen van vrijetijdsbesteding een steeds sterkere concurrentie van bijvoorbeeld televisie en internet. Daarnaast is het vrijetijdsaanbod de afgelopen jaren zeer divers geworden. Actief zijn in verenigingen concurreert steeds vaker met bijvoorbeeld bioscoopbezoek.

•

Veel maatschappelijke accommodaties (zoals gemeenschapshuizen) en verenigingen worden geheel of gedeeltelijk (met professionele ondersteuning) gerund door vrijwilligers. Als gevolg van individualisering, de afnemende vrije tijd waarover mensen kunnen beschikken en de vergrijzing van de samenleving, staat de kwaliteit en continuïteit van vrijwilligersorganisaties in toenemende mate onder druk. De motivatie verschuift: grofweg van plichtsbesef naar persoonlijke interesse, vaak niet zonder eigenbelang. In de gemeente Ridderkerk is de sociale cohesie in de dorpskernen nog volop aanwezig en zijn veel mensen als vrijwilliger actief binnen het verenigingsleven. Desalniettemin moet er rekening mee gehouden worden dat de vrijwilligersinzet ook in Ridderkerk de komende jaren terug zal lopen.

•

Als tegenhanger van de individualisering is de trend van nieuw collectivisme ontstaan. Kenmerk van het nieuw collectivisme is dat mensen weer meer op zoek gaan naar een groep waarbij men zich thuis voelt en waartoe men wil behoren. Dit kan het gezin zijn, maar ook kleine of grotere groepen gelijkgestemden, waaronder maatschappelijke organisaties.

•

Conform de doelstellingen van het Wmo beleid blijven steeds meer senioren en mensen met een beperking (langer) thuis wonen. Hierdoor wordt de behoefte aan zorg en welzijn in de wijk (of de kern) steeds groter. Het creëren van netwerken om passende zorg aan mensen te kunnen leveren wordt daardoor steeds belangrijker. De toenemende behoefte aan mantelzorgers vormt een bedreiging voor door vrijwilligers gerunde maatschappelijke accommodaties.

Sociaaleconomische trends •

We leven in economisch onduidelijke tijden. In afwachting van de financiële impact van de energiecrisis, de inflatie en van de daarmee samenhangende overheidsfinanciën, zal duidelijk worden met welke financiële ruimte gemeenten de komende

5

jaren geconfronteerd worden en wat de budgettaire gevolgen zullen zijn voor (vervangings-)investeringen, beheer en exploitatie van de maatschappelijke accommodaties. •

Door de economische omstandigheden en de flexibilisering van de arbeid en de toename van deeltijdbanen is er sprake van meer spreiding in de vrijetijdsbesteding en daardoor minder animo voor collectieve vrijetijdbesteding. De belangstelling voor bijvoorbeeld individuele en ongeorganiseerde activiteiten is daardoor toegenomen. Dit is een voordeel voor maatschappelijke accommodaties en organisaties die hierop ingericht zijn, maar kan tot problemen leiden bij het organiseren van activiteiten en het inzetten van vrijwilligers.

•

Ondanks de hedendaagse beleidsdoelstellingen om de arbeidsparticipatie te laten toenemen, zal de vergrijzing er toe leiden dat meer senioren vrijetijdsactiviteiten ondernemen. De groep wekelijks sportende senioren groeit bijvoorbeeld sterk in Nederland. Voor senioren interessante en geschikte accommodaties zullen meer gebruikt gaan worden. Voor organisaties is het van belang dat zij hun faciliteiten en activiteiten meer af gaan stemmen op de behoeften van senioren. Daarnaast biedt de vergrijzing kansen bij het invullen van het vrijwillige kader van verenigingen en voorzieningen, doordat deze groep vanwege pensionering meer tijd heeft gekregen voor vrijwilligersactiviteiten.

2.3

Accommodatie gerelateerde ontwikkelingen

Op accommodatiegebied kunnen onder meer de volgende ontwikkelingen worden onderscheiden: •

Een belangrijke ontwikkeling in het beperken van investerings- en exploitatiekosten van maatschappelijke accommodaties is het clusteren van functies. Anders dan bij de realisatie van multifunctionele voorzieningen wordt hiermee gedoeld op het samengaan van meerdere afzonderlijke voorzieningen in één accommodatie. Bijvoorbeeld een sportkantine die overdag ook voor welzijnsdoeleinden wordt gebruikt.

•

De werking van clustervorming is tweeledig. Enerzijds is bij clustering sprake van schaalvoordelen waardoor een kostenbesparing optreedt. Een geclusterde voorziening behoeft maar één entree, horecavoorziening, technische ruimte en beheerdersruimte te hebben. Daarnaast kan een opbrengstenverhoging optreden doordat een geclusterde voorziening een grotere aantrekkingskracht heeft. Een nadeel van clustering is dat de spreiding en daarmee de bereikbaarheid verslechtert. Het gebruik van maatschappelijke voorzieningen kan afnemen, indien deze niet langer als een wijkvoorziening geldt en er voor bezoek grotere afstanden moeten worden afgelegd. Bijkomend nadeel is dat het toch al sterk toegenomen autogebruik nog eens wordt versterkt, resulterend in hogere kosten door de verhoogde parkeercapaciteit (ontwikkelingsvoorwaarde).

•

Door het stimuleren van de multifunctionele gebruiksmogelijkheden kan een hoger gebruiksrendement van voorzieningen worden gerealiseerd. Voorbeelden zijn clubgebouwen en gymlokalen die geschikt worden gemaakt voor allerhande buurtactiviteiten en klaslokalen, die ook na schooltijd een functie krijgen ten behoeve van sportieve of culturele activiteiten. Door in te zetten op multifunctioneel gebruik kunnen gemeenten besparen op investeringen in (nieuwe) monofunctionele voorzieningen.

•

Het onderscheid tussen publieke en private accommodaties wordt diffuser. Door commerciële functies toe te voegen winnen maatschappelijke accommodaties aan aantrekkingskracht en financieel draagvlak. Door aan te sluiten bij private ontwikkelingen kunnen gemeenten maatschappelijke functies realiseren tegen lagere kosten dan in geval van een solitaire ontwikkeling van maatschappelijke accommodaties.

6

3.

Contouren

3.1

Wet- en regelgeving

Op verschillende terreinen is wet- en regelgeving van toepassing op maatschappelijke accommodaties, waaronder wijkcentra/ontmoetingsplekken. Wettelijke voorschriften en regelgevingen die van toepassing zijn op het beheer, de exploitatie en het gebruik van maatschappelijke accommodaties zijn: Drank- en Horecawet, APV, Arbowet, geldende CAO, Brandpreventieverordening, Wet Milieubeheer, Bouwbesluit en de Warenwet. Verder is op onderdelen van de maatschappelijke accommodaties specifieke wet- en regelgeving van toepassing. Dit laatste is voor wijkcentra/ontmoetingsplekken niet het geval. Het faciliteren van wijkcentra/ontmoetingsplekken binnen een gemeente is geen wettelijke taak. Wel zijn er wetten die nauw verband houden. In deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op ontwikkelingen die verband houden met de volgende twee wetten: •

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (2015).

•

Omgevingswet.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning Deze wet bevat een regeling op basis waarvan gemeenten verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke ondersteuning van hun inwoners. De ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van hun inwoners. Dit geldt nog extra voor mensen met een beperking of mensen met chronische, psychische of psychosociale problemen. Voor mensen met psychische of psychosociale problemen of voor mensen die, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, de thuissituatie hebben verlaten, voorzien gemeenten in de behoefte van beschermd wonen en opvang. De gemeente is verplicht om te onderzoeken wat de situatie is van mensen die zich melden met een ondersteuningsvraag. Dat onderzoek vindt plaats samen met de cliënt en zijn omgeving. In dit onderzoek kijkt de gemeente wat iemand zelf nog kan en hoe de omgeving kan ondersteunen. Ook kijkt de gemeente naar de zorg en ondersteuning die iemand al krijgt vanuit andere wetten, zoals de Participatiewet of de Jeugdwet. De Wmo richt zich op alle inwoners. Of het nu gaat om sport of om gezondheid, om een woningaanpassing of jeugdbeleid, om de bridgeclub of de toneelvereniging, het heeft allemaal raakvlakken met de Wmo.

Insteek van de wet is om mensen te stimuleren mee te doen in de samenleving. De wet is nadrukkelijk méér dan een zorgwet. Goed bereikbare, toegankelijke, laagdrempelige (multifunctionele wijk- of kerngerichte) accommodaties kunnen een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van mensen. Omgevingswet Onder het motto ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’ is de Omgevingswet aangenomen. De inwerkingtreding is meerdere malen uitgesteld. Recent is bekend gemaakt dat dit 1 januari 2024 zou moeten worden. De omgevingswet heeft als doel om de verschillende onderdelen van het omgevingsrecht beter op elkaar af te stemmen, duurzame projecten te stimuleren en decentrale overheden de vrijheid te geven om zelfstandig beleidskeuzen te maken. Met de omgevingswet verdwijnen de structuurvisies en de bestemmingsplannen en deze worden vervangen door één omgevingsvisie en één omgevingsplan per gemeente. Waar op dit moment bij de structuurvisie en het bestemmingsplan gekeken wordt naar de goede ruimtelijke ordening staat bij de nieuwe omgevingsvisie en het nieuwe omgevingsplan de fysieke leefomgeving met een evenwichtige toedeling van functies en locaties centraal. Het formuleren van integraal beleid wordt zodoende verplicht.

7

Door meer de nadruk te leggen op een omgevingsgerichte visie, flexibilisering en de faciliterende rol van de overheid, kan de Omgevingswet helpen om knelpunten ten aanzien van maatschappelijke accommodaties aan te pakken. Bijvoorbeeld op het gebied van de regionale afstemming (één regionale omgevingsvisie) en herbestemming van accommodaties (wijzigen of verruimen van de gebruiksmogelijkheden bij leegstand).

3.2

Gemeentelijke beleidskaders en ambities

In deze paragraaf worden de gemeentelijke beleidskaders beschreven die relevant zijn in relatie tot het accommodatiebeleid voor ontmoetingsplekken. Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk 2035 (2 juli 2020) Zoals in de inleiding beschreven, is het Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk 2025 is de aanleiding geweest voor dit onderzoek. In het Ontwikkelperspectief is een aantal kernwaarden beschreven: 1. Het centrum is een plek voor iedereen. 2. Het centrum is uitnodigend en sfeervol. 3. Het centrum biedt een gevarieerd aanbod aan voorzieningen en functies. 4. Het centrum is goed bereikbaar en voor iedereen toegankelijk. Jongeren en ouderen maken graag gebruik van het centrum maar er is geen aangewezen en ingerichte fysieke plek waar ze elkaar kunnen ontmoeten. Uit het participatietraject van het ontwikkelperspectief is gebleken dat beide doelgroepen behoefte hebben aan zo’n ontmoetingsplek. Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Hart voor een toekomstbestendig Ridderkerk’ In het coalitieakkoord wordt in verschillende programma’s een link gelegd met wijkcentra, ontmoetingsplekken of meer algemeen met openbare voorzieningen. Sociaal domein We vinden het belangrijk dat inwoners goed de weg weten te vinden naar zorgvoorzieningen. We maken de Wijkteams voor onze inwoners makkelijker benaderbaar.

Oudere inwoners willen we bedienen met jaarlijkse huisbezoeken, om tijdig een goed beeld te krijgen van de ondersteuningsbehoefte van deze groep. Daarnaast willen we ze enthousiasmeren voor vrijwilligerswerk. We onderzoeken of een moderne vorm van een sociale (wijk)werkplaats een optie is om mensen die al langere tijd een uitkering krijgen weer aan het werk te krijgen of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt onderdeel te laten zijn van onze maatschappij. We zeten daarbij in op intensieve begeleiding en een laagdrempelige aanpak. Welzijn Om zwaardere zorgvraag in de toekomst te voorkomen willen we vroegtijdig problemen signaleren. Dit doen we samen met maatschappelijke partners zoals Stichting Facet Ridderkerk, Voedselbank Ridderkerk, scholen, kerken, verenigingen en vele anderen. Zij ontlasten de professionele zorg enorm. We staan open voor innovatieve ideeën. De eenzaamheid onder alle lagen van de bevolking neemt de laatste jaren toe. We proberen inwoners uit hun isolement te halen met een aanbod van voldoende en passende activiteiten en goede openbare voorzieningen. Wonen, ruimtelijke ontwikkeling & maatschappelijk vastgoed We dragen zorg voor goede huisvesting voor scholen. Gemeentelijke accommodaties worden ingezet voor bijvoorbeeld (wijk)verenigingen, jongerensozen en andere maatschappelijke partners.

Het voormalig schoolgebouw aan de Randweg wordt geschikt gemaakt voor maatschappelijke instellingen.

8

Wijkontwikkelingsprogramma Centrum 2014 – 2024 Dit programma is lang geleden opgesteld, maar op onderdelen zeker nog relevant. In een wijkontwikkelingsprogramma (WOP) staat beschreven hoe de wijk eruit ziet en waar aan gewerkt zou moeten en kunnen worden. Het gaat daarbij niet alleen om de fysieke ruimte, zoals straten, groen, water, huizen en andere gebouwen, maar ook om de sociale omgeving zoals de maatschappelijke voorzieningen en de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Voor het WOP Centrum is als motto “Samen werken aan een krachtig hart van Ridderkerk” gekozen. Hiermee willen we aangeven dat we het WOP samen met ondernemers, bewoners en (maatschappelijke) instellingen willen uitvoeren. Het Centrum zien we als hart van onze gemeente met zijn eigenheid maar ook functie voor heel Ridderkerk. De wijk Centrum heeft een dubbelfunctie. Enerzijds is het een wijk waar mensen wonen en hun dagelijks leven leiden. Anderzijds is het een gebied waar een aantal voorzieningen (winkelcentrum, bibliotheek, gemeentehuis, Woonvisie etc.) gevestigd is die voor de gehele gemeente van belang zijn. Het toekomstbeeld is opgedeeld in vier thema’s: •

Centrum; het bruisend hart van Ridderkerk.

•

Centrum; een sociale en zorgzame wijk.

•

Centrum; een wijk waar het goed wonen is.

•

Centrum; een bereikbare en veilige wijk.

Voor dit onderzoek is vooral het thema ‘een sociale en zorgzame wijk’ relevant. Het Centrum: een sociale en zorgzame wijk In de komende jaren is veel aandacht nodig voor de zorg voor elkaar. We willen bevorderen dat de bewoners in het Centrum naar elkaar omzien en elkaar helpen om zo lang mogelijk in de wijk te kunnen blijven wonen. We willen het samenleven van diverse leeftijdscategorieën en de verschillende culturen in de wijk bevorderen doordat er meer ontmoetingen plaats vinden. De mogelijkheden om een wijkgebouw te realiseren worden onderzocht. Wijkbewoners worden actief betrokken bij de programmatische invulling hiervan. Ook voor de jongeren in het Centrum willen we ontmoeting mogelijk maken, zoals op een buurtsportlocatie en in het Hooftkwartier. Ridderkerk vergrijst en dus ook het Centrum. In de komende jaren zal het zorgaanbod, op grond van landelijke bezuinigingen en verschuiven van verantwoordelijkheid naar de gemeente, afnemen. Mensen krijgen een grotere verantwoordelijkheid in het organiseren van hun eigen zorgbehoefte, waarbij de gemeente en haar partners er altijd zullen zijn voor hen die dat nodig hebben. Er zal meer zorg in de wijk moeten worden georganiseerd en er zal een groter beroep gedaan worden op de persoonlijke netwerken van de zorg vragende bewoner.

Het is dus belangrijk te investeren in sociale binding, vrijwilligerswerk en voorzieningen in de wijk voor alle bewoners. Zo wordt het Centrum een sociale en zorgzame wijk. Voorzieningen en participatie In de wijk Centrum wonen verschillende groepen door elkaar, van jong tot oud en met verschillende culturen. Door deze groepen meer met elkaar in contact te brengen, willen we bevorderen dat er ook weer meer naar elkaar wordt omgekeken. Daarnaast willen we stimuleren dat bewoners uit alle delen van de wijk meedoen aan participatie en de activiteiten- die in de wijk georganiseerd worden. We willen het samenleven van diverse leeftijdscategorieën en de verschillende culturen in de wijk bevorderen doordat er meer ontmoetingen plaats vinden. Daarvoor zijn er plekken nodig waar men elkaar kan ontmoeten en activiteiten om die ontmoeting te stimuleren. De mogelijkheden om een wijkgebouw te realiseren worden onderzocht. Wijkbewoners worden actief betrokken bij de programmatische invulling hiervan. In de wijk Centrum zijn ook andere voorzieningen gevestigd die over gebouwen beschikken waaronder scholen en de bibliotheek. Met hen zal ook besproken worden hoe hun gebouw een functie voor de wijk kan vervullen.

9

Jeugd in de wijk Jeugd hoort er bij in de wijk. We willen de jeugd actief betrekken bij hun omgeving en de activiteiten en evenementen die georganiseerd worden. Ook willen we bevorderen dat de jeugd gebruik maakt van de aanwezige voorzieningen. De jeugd heeft dus plekken nodig waar zij elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen ondernemen. Onderzocht zal worden welke ideeën er zijn bij de jeugd om het trapveldje aan de Frans Halsstraat nog meer af te stemmen op hun wensen. De jongeren zijn enthousiast over jongerencentrum de Loods en jeugdsoos het Hooftkwartier. Vooral het Hooftkwartier zou de jeugd graag vaker willen kunnen bezoeken. Met het jongerenwerk zal worden besproken welke mogelijkheden er zijn en op welke wijze de jongeren hier ook een eigen verantwoordelijkheid in kunnen hebben. Ook willen we inzetten op een breder bereik van het Hooftkwartier waardoor meer jeugd er gebruik van gaat maken. Zorg Mensen krijgen een grotere verantwoordelijkheid voor hun zorgvraag. Dit komt doordat de zorg anders wordt georganiseerd. Er zal meer gebruik worden gemaakt van zorg en ondersteuning op vrijwillige basis in de wijk. Dit is een gemeente brede ontwikkeling. Er wordt er een locatie gezocht voor activiteiten voor de doelgroepen uit onder andere de AWBZ en Wmo. Er zal een programma van activiteiten ontwikkeld worden, zoals een dagopvang.

Indien mogelijk kan dit worden ondergebracht binnen een wijkgebouw. Statement Samenredzaam Ridderkerk ”Samen willen wij inwoners in staat stellen om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen in een vertrouwde omgeving, ook als zij daarbij zorg of ondersteuning nodig hebben.” Mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben, wonen steeds vaker zelfstandig: in een reguliere woning, of samen met anderen in een geclusterde woonvorm. Dat stelt eisen aan de woningvoorraad, de woonomgeving en aan de zorg en ondersteuning die in de thuissituatie geboden kan worden. Maar het vraagt ook iets van de samenleving als geheel: om ervoor te zorgen dat iedereen goed mee kan doen moeten we niet alleen aandacht hebben voor de zelfredzaamheid van onze inwoners, maar ook stimuleren dat inwoners elkaar helpen – dus samenredzaam worden. Als woningcorporatie, zorgaanbieders, welzijnsorganisatie en gemeente Ridderkerk zien wij het als onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om inwoners in staat te stellen om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen in een vertrouwde omgeving, ook als zij daarbij zorg of ondersteuning nodig hebben. Vanuit die missie werken wij samen aan vijf centrale thema’s: 1. Voldoende, aantrekkelijk en divers aanbod aan woningen. 2. Omzien naar elkaar. 3. Focus op preventie. 4. Passende dienstverlening, zorg en begeleiding. 5. Samen verantwoordelijk.

Ad 1 We zetten in op voldoende, aantrekkelijk en divers woonaanbod voor verschillende doelgroepen en levensfasen, verspreid over de wijken van de gemeente. We kijken daarbij naar mogelijkheden in nieuwbouw én in de bestaande voorraad. In elke wijk een zo passend mogelijk aanbod aan wonen, welzijn en zorg We weten dat verhuizen naar een nieuwe omgeving voor sommige mensen leidt tot grotere kwetsbaarheid. Daarom willen wij, verspreid over de gemeente, voldoende passend woningaanbod (met of zonder zorg of ondersteuning) voor verschillende doelgroepen en levensfasen. Daarbij kijken we niet alleen naar nieuwbouw, maar ook naar de mogelijkheden om in buurten waar veel ouderen wonen extra diensten en voorzieningen zoals ontmoetingsruimtes toe te voegen zodat mensen in hun eigen huis kunnen blijven wonen.

10

Ad 2 Wij zetten in op een gemengde samenleving waarin alle groepen mensen er mogen zijn. Onze inwoners wonen in een omgeving waar men naar elkaar omkijkt en voor elkaar klaar staat, en waar mensen kunnen terugvallen op laagdrempelige voorzieningen in de wijk. Zorgen voor goede (sociale) netwerken en nabuurschap Een sterk sociaal netwerk is de basis voor zelfredzaamheid. Als mensen in een wijk elkaar ontmoeten en leren kennen, is de kans groter dat ze zullen omzien naar elkaar en elkaar zullen helpen als dat nodig is. Daarom faciliteren we ontmoetingen in de buurt. Dit doen we bijvoorbeeld door het realiseren van ontmoetingsruimtes in nieuwe woonvormen, maar ook door bestaande ruimtes in maatschappelijke accommodaties breder in te zetten. We moedigen organisaties zoals basisscholen, sportclubs en zorgcentra aan om hun ruimtes open te stellen voor de buurt. Om ‘ontmoeten’ in de buitenlucht te stimuleren, willen we zorgen voor aantrekkelijke, groene plekken in de openbare ruimte met voldoende rustplekken waar mensen elkaar kunnen treffen. Ad 3 We willen een beroep op professionele zorg zoveel mogelijk voorkomen. We sluiten hierbij aan bij de positieve gezondheidsbenadering, die de nadruk legt op wat mensen kunnen en willen in plaats van op hun beperking.

Een toekomstbestendig niveau aan bereikbare en toegankelijke voorzieningen (wonen, welzijn en zorg) per wijk of kern Vanuit oogpunt van preventie is het belangrijk dat inwoners (meer) bewegen en het gevoel hebben mee te kunnen doen. Een goed ingerichte leefomgeving kan daar aan bijdragen en kan de mentale en fysieke gezondheid positief beïnvloeden. We gaan met bewoners en wijkprofessionals in gesprek over de vraag welke maatregelen er nodig zijn in de openbare en gebouwde omgeving voor het verbeteren van de toegankelijkheid en de leefbaarheid. Denk hierbij aan rustplekken, doorgangsroutes en herkenningspunten, maar ook aan nabijheid van voorzieningen, recreatie, vervoer en ontmoetingsplekken voor mensen met een lagere mobiliteit. Ad 4 We helpen onze inwoners om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen zijn en zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen, met hulp van hun sociale netwerk en waar nodig met zorg en/of begeleiding op maat. ‘Hubs’ in de wijken voor ontmoeting en dagbesteding We willen, verspreid over de wijken, plekken realiseren waar mensen elkaar kunnen ontmoeten (laagdrempelige inloop), in combinatie met dagbesteding en eventueel ook intensieve zorg of logeeropvang. Omwonenden kunnen hier terecht voor informatie, advies en een praatje, en soms ook voor een maaltijd.

Zo willen wij ervoor zorgen dat mensen met een beperking andere buurtgenoten ontmoeten en een plek in de buurt hebben om op terug te vallen. We streven hierbij naar wederkerigheid: ook mensen die aankloppen voor ondersteuning kunnen immers vaak iets bijdragen voor een ander. Waar gewenst, kunnen de ‘hubs’ worden gekoppeld aan een buurtcirkel van bewoners met een zorgvraag die elkaar als groep ondersteunen bij het zelfstandig wonen. Ad 5 Samen met onze inwoners zijn wij verantwoordelijk voor het zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Dit vraagt om een goede onderlinge samenwerking en ruimte voor inbreng van inwoners. Omgevingsvisie De identiteit, het karakter van Ridderkerk is aansluitend op de structuurvisie uit 2009, in drie kernwaarden samen te vatten: 1. Sterke wijken, goed verbonden. 2. Groenblauwe oase. 3. Kloppend hart. 11

Voor dit onderzoek is vooral kernwaarde 1 relevant. Sterke wijken, goed verbonden De wijken van Ridderkerk, veelal ontstaan als dorpen, zijn een absolute kernwaarde van Ridderkerk. Veel mensen waarderen vooral de identiteit die de verschillende wijken kenmerkt: Slikkerveer met zijn typerende woningen uit de jaren ’30, Rijsoord en Oostendam als typische dijkdorpen, Bolnes met de nog steeds aanwezige historische water gerelateerde bedrijvigheid en het centrum van Ridderkerk, centraal gelegen in de gemeente. De sociale cohesie binnen de wijken is sterk. Dat uit zich in een sterk en hecht verenigingsleven en het feit dat nieuwe bewoners niet kiezen voor Ridderkerk, maar specifiek willen wonen in één van de wijken. De wijken Bolnes, Slikkerveer en Drievliet hebben een levendig wijkwinkelcentrum. Een belangrijke opgave voor het versterken van deze kernwaarde ligt in het verbeteren van en vergroten van de diversiteit aan georganiseerde en ongeorganiseerde ontmoetingsplekken. Ook de differentiatie in woningtypen en woonvormen. Het verbeteren van de verbindingen voor het langzaam verkeer en het helder neerzetten en inrichten van de verkeersstructuur dragen ook bij aan een betere kwaliteit van de openbare ruimte, waardoor meer en diverse ontmoetingsplekken ontstaan. Wat is er aan de hand? Nederland vergrijst en ook Ridderkerk volgt deze landelijke trend.

Het aandeel van de bevolking ouder dan zestig jaar stijgt in Ridderkerk bovengemiddeld (CBS, 2016). Ouderen blijven zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. De meeste ouderen ervaren hun zelfstandigheid positief, maar er bestaat ook een grotere kans op vereenzaming. Meer dan voorheen zullen met name oudere mensen een beroep doen op verschillende vormen van zorg, zoals thuiszorg of verpleeghuizen, huisartsen en fysiotherapeuten. Wat is het doel? Een prettige groene, veilige en aantrekkelijke woonomgeving ondersteunt betrokkenheid en sociale cohesie in de buurt. Wanneer de leefomgeving een prettige verblijfplaats is, stimuleert dit spontane ontmoetingen tussen buurtbewoners. Deze zijn nodig om de sociale cohesie te laten ontstaan en te bevorderen. Dit geldt overigens voor alle bewoners van Ridderkerk, van jong tot oud. Uitgangspunt is dat bewoners zo lang mogelijk en zo goed mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en onderdeel zijn van en deel kunnen nemen aan activiteiten in de maatschappij om vereenzaming tegen te gaan. Georganiseerd ontmoeten (onder andere verenigingsleven, de wijkcentra) én ongeorganiseerd ontmoeten (kwaliteit van de openbare ruimte, horeca, supermarkten) zijn hiervoor belangrijk. Daarbij is ook een goede mix tussen vitale mensen en hulpbehoevenden en diversiteit in woonvormen van belang. Wat wordt de aanpak? 1.

Aandacht voor kwaliteit en diversiteit Een beweegvriendelijke openbare ruimte. Bij het stimuleren van ouderen om langer zelfredzaam te zijn wordt snel gedacht in termen van zorg en welzijn. Onderzoek wijst uit dat zelfredzaamheid van kwetsbare groepen ook veel te maken heeft met de mate waarin ze mobiel kunnen blijven, met voorzieningen dichtbij en met sociale binding in de wijk. Winderige straten, smalle of hobbelige stoepen en dicht begroeide onoverzichtelijke plekken kunnen ouderen ervan weerhouden eropuit te gaan. Er wordt daarom ingezet op een beweegvriendelijke openbare ruimte met veilige en aangename looproutes voor rollator en kinderwagen, voor jong en oud, met voldoende bankjes en ontmoetingsplekken. 2. Stimuleren van ontmoeting Met het organiseren van ontmoetingen wordt gepoogd eenzaamheid tegen te gaan. Hierbij is het belangrijk om aan te sluiten bij de verschillende behoeftes van ouderen. Sommige maken graag gebruik van het rijke verenigingsleven in Ridderkerk en anderen hebben juist meer behoefte aan informele ontmoetingen in de openbare ruimte of in de bibliotheek, in het gemeentehuis of in het winkelcentrum. Omdat een belangrijk deel van ontmoeting plaats vindt in de wijken, is het van belang dat hiervoor aandacht is in de wijkprogramma’s.

12

Wat betekent dat concreet? 1. Aandacht voor kwaliteit en diversiteit in ontmoetingsplekken, zowel georganiseerd als ongeorganiseerd, voor alle leeftijdsgroepen. 2. Stimuleren van ontmoeting als aandachtspunt in de wijkprogramma’s. 3. Aandacht vragen voor diversiteit aan woonvormen bij nieuwe ontwikkelingen.

13

4.

Analyse inventarisatie en consultatie

In het uitvoeringsprogramma van het Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk 2025 zijn, zoals al verwoord in de inleiding, twee acties aan de orde: 1. Onderzoek de behoefte aan een laagdrempelige ontmoetingsfunctie voor ouderen/wijkbewoners en of het centrumgebied daar de juiste plek voor is. 2. Onderzoek de mogelijkheden om (formele/informele) ontmoetingsplekken voor de jeugd te realiseren. Beide acties hebben betrekking op de wijk Centrum. We starten dit hoofdstuk daarom met een wijkanalyse. Vervolgens gaan we in op beide doelgroepen, in 4.2 op de doelgroep ouderen en in 4.3 op de doelgroep jongeren. Paragraaf 4.4. geeft een samenvatting van de belangrijkste enquêteresultaten.

4.1

Wijkanalyse

De wijk Ridderkerk Centrum wordt begrensd door de Sportlaan, Rotter-

Figuur 2

damseweg, Ringdijk, Westmolendijk, Donkerslootweg, Vondellaan, Jan

Begrenzing van de wijk Centrum

Luykenstraat, Burg. de Gaaij Fortmanstraat, Lagendijk, Burg. de Zeeuwstraat, Jhr. van Karnebeekweg en de Groen van Prinstererweg. De begrenzing is in figuur 2 met een oranje lijn aangegeven. In Ridderkerk Centrum wonen 4.720 mensen, dat is 10,12% van de totale bevolking van Ridderkerk. Kijkend naar de leeftijdsopbouw (zie tabel 1) valt op dat in Ridderkerk Centrum de leeftijdscategorieën 24-35 en 36-55 jaar het meest vertegenwoordigd zijn. Wanneer men kijkt naar de gemeente Ridderkerk zijn dit de leeftijdscategorieën 36-55, 56-69 jaar en 70+. In de wijk Centrum wonen dus, in verhouding, meer jongere mensen dan in de gemeente Ridderkerk. De overige leeftijdscategorieën laten een weinig afwijkend beeld zien ten opzichte van het gemiddelde van Ridderkerk. Tabel 1 Inwoners naar leeftijdscategorie gemeente Ridderkerk en wijk Centrum

Leeftijdscategorie Gemeente Ridderkerk Wijk Centrum

4.2

0-11 5.924 12,70% 728 15,42%

12-23 5.814 12,47% 517 10,95%

24-35 6.344 13,60% 1.020 21,61%

36-55 11.123 23,85% 1.191 25,23%

56-69 8.936 19,16% 723 15,32%

70+ 8.489 18,21% 541 11,26%

Totaal 46.630 4.720

Ouderen

De centrale doelgroep in het onderzoek naar een laagdrempelige ontmoetingsfunctie in het centrum van Ridderkerk zijn de ouderen. Er is met veel partijen gesproken om de behoefte van deze doelgroep te achterhalen. Hieronder zijn de resultaten weergegeven. Behoefte aan een wijkcentrum/ontmoetingsplek Overkoepelend kan worden geconcludeerd dat er behoefte is een wijkcentrum/ontmoetingsplek in het centrum van Ridderkerk. Hetgeen ook blijkt uit de trends en ontwikkelingen en de visies van de gemeente wordt ook als zodanig ervaren door partijen. De vergrijzing neemt toe, mensen blijven langer thuis wonen en de opgave om de leefbaarheid te verbeteren wordt alleen maar groter.

14

Ouderen hechten belang aan een ontmoetingsplek, waar activiteiten worden georganiseerd en waar een kop koffie kan worden gedronken. Ook is er belangstelling om samen te eten. Ouderen zijn op zoek naar gezelligheid. Een horecagelegenheid is te formeel waar je niet alleen naar toe gaat. Er is behoefte aan een plek waar je het gevoel krijgt, daar kennen ze me. Je wordt persoonlijk begroet en er is tijd voor een praatje. Er wordt met weemoed teruggedacht aan de cafés van vroeger. De wijk Centrum wordt gezien als een wijk met de minste samenhang en de grootste diversiteit. Aan de ene kant heeft daardoor juist het centrum een ontmoetingsplek hard nodig waar ruimte is voor verbinding. Aan de andere kant is een grote groep kwetsbare ouderen op zichzelf aangewezen en niet of nauwelijks gericht op ontmoeting en deelname aan activiteiten. De uitdaging is juist ook deze groep te bereiken. Programma/activiteiten Qua programma en activiteiten wordt er van alles genoemd. Dat begint bij de mogelijkheid om vrijblijvend een kop koffie te drinken en activiteiten zoals bloemschikken en kerststukjes maken. Ook de behoefte aan ruimte wordt genoemd; een plek om te kunnen vergaderen, flexplekken en de mogelijkheid voor bewoners die iets leuks willen organiseren om een ruimte te kunnen huren tegen een laag tarief. Ook het wijkdiner, het gezamenlijk eten wordt genoemd.

Goede aansluiting bij de behoefte is belangrijk. En bekendheid van het programma bij een brede doelgroep. Ouderen zijn langer actief en maken pas op latere leeftijd gebruik van dit soort plekken. Zo is Facet recent gestopt met de ouderensoos in Slikkerveer wegens te weinig animo. Het is een uitdaging om mensen te (be)trekken en mensen worden graag volledig ontzorgd. Daarnaast is het van belang dat de dynamiek in een groep niet te gesloten wordt. Het is positief als een vriendengroep ontstaat, maar het moet voor nieuwkomers niet als een ‘kliek’ worden ervaren waarbij aansluiting niet mogelijk is. Ook wordt aangegeven dat de zorgcomponent niet overheersend mag zijn, maar er is wel behoefte aan een signalerende functie. Activiteiten kunnen wel een link hebben met zorg, zoals Alzheimer Café en het bij elkaar brengen van mantelzorgers. Met name door de overkoepelende organisaties wordt aangegeven dat de succesfactor groter wordt als alle partijen samenwerken. Het organiseren van spreekuren werkt niet goed. Het is aan te bevelen dat partijen op een natuurlijke, ongedwongen manier zichtbaar zijn in een wijkcentrum/ontmoetingsplek, bijvoorbeeld de wijkbeheerder, buurtpreventie, de gemeente, Facet, Woonkompas. Een mooi voorbeeld is het project Buurt MV (Man/Vrouw) wat gedaan is door De Overburen.

Doel van dit project is om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen richting een baan. Je ziet de groei van mensen, de toename van eigenwaarde. Zij kunnen bijvoorbeeld ook helpen om een wijkcentrum/ontmoetingsplek te runnen, bijvoorbeeld conciërge achtige taken. Er zijn leuke combinaties te maken, er is altijd een groep aanwezig, openingstijden kunnen dan ruimer. Als deze mensen vervolgens op de arbeidsmarkt komen, levert dat een besparing op. Dit project is mogelijk gemaakt met behulp van een eenmalige innovatiesubsidie en is helaas weer gestopt. Tot slot wordt ook aangegeven: zorg voor reuring en toeloop, bijvoorbeeld met start en einde van de avondvierdaagse. Zet een wijkcentrum in de spotlights, zo komen er mensen over de vloer die anders niet in een wijkcentrum komen. Locatie De locatie van een ontmoetingsplek maakt geen deel uit van het onderzoek, maar in de gesprekken zijn wel mogelijke locaties genoemd en zijn randvoorwaarden aangegeven waaraan een geschikte locatie moet voldoen. Randvoorwaarden De locatie van een ontmoetingsplek/wijkcentrum moet centraal gelegen zijn, in het hart van het centrum gelegen zijn en goed bereikbaar zijn. Het openbaar vervoer wordt steeds duurder en oudere mensen zijn niet altijd goed ter been. Ook moet de locatie goed zichtbaar zijn, transparant. Als er reuring is, nodigt dat uit.

De plek moet ook inclusief/toegankelijk zijn. Dit geldt zowel letterlijk, fysiek toegankelijk, als figuurlijk, toegankelijk voor alle doelgroepen en culturen en ook bijvoorbeeld voor mensen met een beperking. Laagdrempelig wordt ook vaak genoemd. En ook hierbij geldt, letterlijk gelijk aan het trottoir en figuurlijk, 15

men stapt er makkelijk binnen. Tot slot moet een ontmoetingsplek/wijkcentrum een neutrale uitstraling hebben, niet een label van een organisatie. Het moet de juiste combinatie uitstralen van hip en huiselijk. Niet te hip, men moet zich er wel thuis kunnen voelen. Gemeentehuis/bibliotheek Als er dan toch naar een locatie wordt gekeken dan wordt er vaak over het gemeentehuis/de bibliotheek gesproken. Daar wordt verschillend over gedacht. De één vindt het de ideale, centraal gelegen plek. Anderen geven aan dat er een doelgroep is die het liefste niet op wil vallen en die niet bij de gemeente wil binnenstappen. Ook nodigt de plek niet uit voor ontmoeting (geen interactie) en komt de balie niet gastvrij over (controle). Dichtbij de doelgroep Enkele keren wordt ook aangegeven dat het slim is om zo dicht mogelijk bij de doelgroep iets te organiseren. Liefst in een wooncomplex zelf, bijvoorbeeld bij nieuwbouw in de plint waarbij dan ook de combinatie met een kapsalon of pedicure kan worden gemaakt. De indruk bestaat dat mensen weinig bereid zijn om er echt voor op pad te gaan. De oude Rabobank en het parkje De oude Rabobank wordt ook enkele malen genoemd als ideale locatie. En dan het liefst in combinatie met het parkje. Het parkje ligt nu verborgen. Dat moet er juist bij betrokken worden, zodat de combinatie binnen/buiten kan worden gemaakt.

Volgens anderen is die plek kansloos vanwege reeds geplande ontwikkelingen. Het parkje wordt echt gezien als een mooie plek. Er is nu wel gebrek aan toezicht in het parkje. Dat zou dan meer open gemaakt moeten worden, meer aangesloten bij het centrum. Andere wijkcentra Sommige ouderen gaan ook weleens naar een dichtbij gelegen wijkcentrum. Voor de ouderen, 65+, is er bijvoorbeeld wijkcentrum West, dat aan de rand van het centrum ligt. Aandachtspunt is dat de andere wijkcentra een wijkgebonden opdracht hebben en niet zomaar mensen uit andere wijken toelaten. Daarvoor zou de opdracht van deze wijkcentrum ruimer gedefinieerd moeten worden. Combineren wat er al is Tot slot is het ook een kwestie van combinaties van en het geven van bekendheid aan bestaande initiatieven. De Overburen hebben bijvoorbeeld een nieuwe plek in het centrum. De formulierenbrigade vindt plaats op het kantoor van Facet aan de Schoutstraat. Er is een nieuw initiatief aan de Sportlaan en de moskee wordt genoemd. Meerdere plekken in de wijk kunnen prima functioneren, maar werk dan wel samen als netwerk. Stel bijvoorbeeld een regisseur aan, maak verbindingen en zorg ook voor voldoende bekendheid waar wat wanneer gebeurt. Samenwerking Zoals ook bij het kopje ‘programma/activiteiten’ is aangegeven, is goede samenwerking tussen alle partners van belang.

Alle organisaties moeten erachter gaan staan, zich committeren en er regelmatig zijn. Spreekuren werken bijvoorbeeld niet, wordt regelmatig aangegeven. Een centrale plek zou een uitkomst zijn. Een plek waar de woonconsulent, de wijkbeheerders, buurtpreventie, de sociaal makelaars, wijkregisseurs en de wijkagent gewoon aanschuiven voor een kop koffie of de lunch, waar zij met mensen in gesprek gaan, ongedwongen. Op die manier zijn zij benaderbaar en zichtbaar. Formulierenhulp vindt nu bijvoorbeeld plaats op kantoor bij Facet. Deze plek leent zich daar goed voor en kan ook worden ingezet voor bijvoorbeeld workshops voor de jeugd. Advies is ook om de combinatie met zorgaanbieders te maken. Als zij hun gesprekken regelmatig op locatie voeren, zorgt dat voor toeleiding. De drempel voor mensen wordt lager, ze raken bekend met de plek en zien ook wat er nog meer te doen is. Mensen ontvangen zorg, maar kunnen ook een bijdrage leveren. Denk bijvoorbeeld aan buurttuiniers en wijkkoken. Dit laatste gebeurt bij De Overburen voor woonlocaties, maar kan worden uitgebreid. Dergelijke activiteiten dragen allemaal bij aan een zinvolle dagebesteding.

16

Ervaringen vanuit de praktijk We hebben, naast de gesprekken, een tweetal bezoeken gebracht aan twee wijkcentra in andere wijken. Dit waren Stichting Wijkactiviteiten Slikkerveer (S.W.S.) en Trefpunt Oost. Hieronder enkele erveringen en tips: •

Bekendheid is belangrijk. Het meest effectieve is de mond-op-mond reclame. Daarnaast wordt er gebruikgemaakt van Facebook, van een nieuwsbrief, het ophangen van posters, advertentie in het lokale krantje. Zichtbaarheid van partijen zoals Facet werkt ook goed.

•

Ouderenwerkers moeten ouderen meenemen naar de wijkcentra en ernaar verwijzen. De indruk bestaat dat dit nu te weinig gebeurt. Het voelt soms als concurrentie, ook tussen wijkcentrum en Facet, die ook activiteiten organiseren. Terwijl het doel vergelijkbaar is. Er moet meer worden samengewerkt.

•

Aanbod heeft wel tijd en continuïteit nodig. Als je er 3 keer bent en dan weer niet, dan haken mensen af. Na de 12de keer denkt men: “oh, ze zit er nog steeds”. Dan ontstaat er langzaam vertrouwen en gewenning.

•

Het ‘thuis voelen’ is belangrijk, een tweede huiskamer, een huiselijke en gezellige sfeer. En daarbij elkaar kennen, een stukje sociale controle. Als iemand een aantal keren niet komt, informeer dan waar ze er niet zijn.

•

Zorg voor lage tarieven voor koffie en thee! Maar inloop met alleen koffie trekt weinig mensen. Er moet wel iets te doen zijn, iets georganiseerd worden.

•

Het is belangrijk om een bepaalde aanloop te hebben, zeker van mensen die normaal gesproken niet in het wijkcentrum komen. Een goed voorbeeld is de bibliotheek in wijkcentrum Slikkerveer. Dit is eerder ook genoemd in het participatietraject rondom het ontwikkelplan voor het centrum. Andere opties zijn het realiseren van een afhaalpunt, organiseren van tentoonstellingen organiseren en denksportactiviteiten (bijvoorbeeld schaken).

•

Mensen zijn kritischer over het aanbod. Dat komt ook overeen met een van de beschreven trends. Een tijdje is er bijvoorbeeld een gratis lunch aangeboden om meer bekendheid en aanloop te creëren. Als er daarna een kleine bijdrage wordt gevraagd, komt men niet meer. Als er workshops worden aangeboden waarbij alles tot in detail geregeld is, is het druk. Als men zelf iets moet doen of meebrengen dan is het lastiger om de mensen binnen te krijgen.

•

Het werken met vrijwilligers is kwetsbaar (uitval). Het is aan te raden om een bepaalde basis met vaste mensen te hebben. Het binden van vrijwilligers is belangrijk. Het moet voelen alsof het centrum ook van hen is. Niet te veel verplichtingen opleggen. Aan de andere kant zorgt het werken met vrijwilligers wel voor meer binding met de wijk, voor draagvlak. Het wordt laagdrempelig, men kent elkaar. Een combinatie zou ook kunnen, bijvoorbeeld met Facet. Dan heb je het beste van beide. Het nadeel van alleen vrijwilligers kan zijn, dat het te veel een vriendengroep is waardoor andere mensen een drempel ervaren.

•

Voorbeelden van activiteiten die georganiseerd worden: o

Weggeefkastjes eten.

o

Ruilbibliotheek.

o

Koken.

o

Maaltijden ophalen en eten op locatie, wijk koken.

o

Ouderenuitje tijdens Week van de Eenzaamheid.

o

Bingo.

o

Kinderactiviteiten, bijvoorbeeld midweek kamp.

o

Elke donderdag lunchen (Slikkerveer).

o

Soos.

o

Binnenkort high tea op zondag in Slikkerveer.

o

Verhuur voor bijvoorbeeld yoga, dansfit. Moet wel laagdrempelig zijn. Laat iets ook een kans krijgen, opstartsubsidie. Subsidie aanvragen is vaak een grote drempel, veel rompslomp. Het is daarom aan te raden om bijvoorbeeld een nultarief te hanteren qua huur, om te beginnen. Anders loopt men meteen risico.

•

Subsidie van de gemeente is per jaar. Dit vergt veel werk voor de aanvragers. De wens bestaat dit voor meerdere jaren vast te leggen.

•

Juist in de zomer niet 6 weken dichtgaan. Juist de meer kwetsbare doelgroep en veel ouderen gaan namelijk niet op vakantie en dan is het een enorm gemis voor die mensen. Facet stopt wel 6 weken met bepaalde activiteiten. 17

•

Locatie moet goed bereikbaar zijn, waar de bus stopt.

•

De locatie moet zichtbaar zijn, er moet bekendheid aan worden gegeven en het mag uitstraling hebben. Belangrijk is een neutrale uitstraling, geen label, het is een plek voor iedereen.

•

De meeste wijkcentra worden nu bezocht door blanke mensen. Het mag meer multicultureel, maar dan moet dat ook meer gestimuleerd worden.

•

Ook mensen met een beperking moeten welkom zijn. Bijvoorbeeld ook mensen met beginnende dementie. Nu zijn zaken vaak versnipperd en apart van elkaar. Probeer mensen met en zonder beperking te integeren.

•

4.3

Een kans voor de toekomst is de combinatie met een beweegtuin.

Jongeren

De eerste vraag die opkomt bij de doelgroep jongeren, is ‘wat wordt verstaan onder jongeren’. In het kader van dit onderzoek is er een duidelijke afbakening, namelijk jeugd t/m 12 jaar, met een uitloop naar 13/14 jaar. De Loods voor de oudere jeugd Ridderkerk beschikt over De Loods als locatie voor de oudere jongeren. In het Integraal Accommodatieplan van de gemeente is opgenomen dat De Loods, de jongerensoos en poppodium De Gooth verhuizen naar de nieuwe locatie vlakbij het Gemini College en op het terrein van voetbalvereniging RVVH. De ingebruikname is gepland eind 2024. De verwachting is dat deze nieuwe faciliteit voorziet in de behoefte voor jongeren vanaf het voorgezet onderwijs. Dat betekent dat in dit onderzoek de nadruk primair is gelegd op de jeugd die naar de basisschool gaat. Dat is jeugd die grotendeels nog wijk gebonden is. Daarbij is wel aangegeven: let op de groep 12-14 jaar. Voor hen kan de nieuwe Loods ook overweldigend zijn en ook zij kiezen soms liever voor activiteiten in de wijk zelf. De Loods voorziet nu ook voor de jeugd t/m 12 jaar – straks een ‘gat’ In de huidige situatie voorziet De Loods nu ook voor deze jongere doelgroep in een behoefte. Indien De Loods gaat verhuizen naar de nieuwe locatie betekent dit dat er mogelijk een ‘gat’ gaat vallen voor de kinderen t/m 12 jaar, met een uitloop naar de groep 12-14 jarigen.

Dit ‘gat’ betreft de wijk Centrum, maar ook de wijk Oost. De huidige Loods is gelegen op het randje met de wijk Oost en de wijk Oost heeft nu geen eigen jongerensoos. Eventueel zou ook de soos in Slikkerveer samengevoegd kunnen worden met een goede centrumlocatie. De exacte behoefte is op dit moment moeilijk te achterhalen, omdat de situatie nu nog anders is. Gebaseerd op de huidige situatie zou het dan vooral gaan om de inloop op de woensdagmiddag, die is druk bezocht. Ook de inloop op woensdag- en vrijdagavond voor de jeugd van 12 tot 15 jaar is goed bezocht. Bij De Loods vinden momenteel activiteiten plaats, zoals Project 0180, gericht op het vergroten van je sociale weerbaarheid, je grenzen aan te geven en je zelfvertrouwen te vergroten. De Buurtsport vindt nu plaats in de tijdelijke Drievliet hal, gelegen achter De Loods. Ook de scholen weten de huidige Loods goed te vinden, voor Brede School activiteiten, de lessen Rots & Water etc. Tot slot worden op diverse locaties vakantieactiviteiten georganiseerd. Dit is een samenwerking tussen Facet en de bibliotheek, bijvoorbeeld de maakplaats (tot 12 jaar). Behoefte Gezien het feit dat het nu nog een beoogde (niet gerealiseerde) situatie betreft is geadviseerd de doelgroep zelf niet te bevragen door middel van enquêtes etc.

We hebben wel kennis genomen van de uitkomsten van het participatietraject wat heeft plaatsgevonden omtrent het ontwikkelplan voor het centrum destijds. Ook zijn er gesprekken gevoerd met de huidige Loods, de jongerenwerker en zijn per mail enkele vragen gesteld aan de basisscholen. Sommige jongeren willen wel een plek waar ze welkom zijn. Zodra ze met een groepje op een bankje zitten, worden ze weggezet als hangjongeren en worden ze als bedreigend ervaren. Anderen hebben geen behoefte aan zo’n plek. Mogelijk is een maakplek/repair café een idee. Voorheen waren er gamewinkels. Die zijn allemaal weg. Er liggen ook kansen om de combinatie met het beleidsterrein cultuur te maken, ook qua programmering.

18

In het centrum zijn ook enkele speelplekken voor kinderen tot circa 10 jaar. Daar bevinden zich dan ook veel (allochtone) moeders. Het kan een kans zijn om hen erbij te betrekken. Ook is een leertraject naar werk een kans; leren solliciteren, fietsen maken, thema avonden over drugs, alcohol, schulden etc. Het wordt juist als positief gezien om een plek te creëren waar zowel de oudere doelgroep als de jongere doelgroep gebruik van maakt. Reacties basisscholen Zoals aangegeven hebben we de basisscholen in de omgeving gevraagd of zij nu gebruikmaken van De Loods, of zij deze locatie in de toekomst gaan missen en of zij in de toekomst gebruik zouden willen maken van een ontmoetingsplek/wijkcentrum. En zo ja, voor welk soort activiteiten. Het gaat om de volgende scholen: Rehobothschool, CBS De Klimop en Ds. G.H. Kerstenschool. Zowel de Rehobothschool als CBS De Klimop maken gebruik van de huidige Loods. De Rehobothschool gebruikt de locatie voor groep 4 en 5. Deze groepen volgen hier rots- en watertraining. Zij geven aan een positieve ervaring met te hebben met De Loods. CBS De Klimop maakt enkel gebruik van De Loods voor voorstellingen, afscheidsavonden en voorlichtingen voor groep 8. Ds. G.H. Kerstenschool daarentegen maakt helemaal geen gebruik van voorzieningen bij De Loods en heeft ook geen directe behoefte om een wijkcentrum te gebruiken.

Op de vraag of de scholen in de toekomst gebruik willen maken van een (nieuw) wijkcentrum in het centrum van Ridderkerk, gaven alle scholen hetzelfde aan. Zij geven aan dat dit afhangt van het programma en de locatie in het centrum in verband met reistijd. De scholen hebben over het algemeen niet het idee dat leerlingen behoefte hebben om na schooltijd naar een wijkcentrum te gaan en hier bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding te krijgen. Conclusie Conclusie is dat een plek voor de jeugd tot 12 jaar met een uitloop naar 13/14 jaar in het centrum van Ridderkerk wenselijk is, zeker op het moment dat De Loods naar de nieuwe locatie gaat. De activiteiten die nu plaatsvinden in De Loods moeten weer een plek kunnen vinden. De faciliteiten moeten ‘jeugdproof’ zijn. Banken, een televisie, PlayStation. Dit kan bijvoorbeeld wel op wieltjes (zoals ook bij de huidige Loods). Daardoor kan een ruimte dan op andere momenten nog steeds multifunctioneel worden ingezet, ook voor andere activiteiten en doelgroepen, zoals ouderen.

4.4

Enquêteresultaten

De enquête die is uitgezet, was voor iedereen toegankelijk.

Figuur 3

Om de juiste doelgroep te bereiken is een aantal vragen op-

De ontmoetingsplekken die de respondenten de afgelopen 12

gesteld, die ervoor gezorgd hebben dat enkel mensen die in

maanden hebben bezocht

het centrum wonen of hier vaak komen de enquête konden invullen. De enquête is door 259 mensen ingevuld. Uit de enquête blijkt dat 35,3% uit de wijk Centrum komt, 23,1% uit Drievliet/Het Zand en 16,4% uit Slikkerveer. Dit zijn dan ook de wijken waar de meeste inwoners van Ridderkerk wonen. De leeftijdscategorieën die het meest hebben gereageerd zijn 26-40 en 51-60 jaar, daarna volgen 41-50 en 61-70 jaar. Van de totale respondenten bezoekt 45,5% meerdere keren per week en 40,8% wekelijks het centrum. De minderheid (31,6%) van de respondenten heeft de afgelopen 12 maanden een wijkcentrum of soortgelijk ontmoetingscentrum bezocht. Dit deel van de respondenten gaat grotendeels (zoals in figuur 3 te zien is) naar het gemeentehuis/bibliotheek, de HEMA, andere ontmoetingsplekken (zie bijlage voor een meer uitgebreide toelichting) en/of S.W.S. 19

De genoemde ontmoetingsplekken worden afwisselend bezocht. De meerderheid (43,7%) zegt de plekken elke week te bezoeken, 33,8% elke maand en 18,3% een paar keer per jaar. Al met al worden de ontmoetingsplekken regelmatig bezocht. Voor degenen die hebben aangegeven de afgelopen 12 maanden geen ontmoetingsplek te hebben bezocht, zijn de volgende punten de meest voorkomende redenen: geen interesse en niet weten wat er te doen is. Ook zegt men dat de plekken niet de juiste activiteiten aanbieden, geen tijd hiervoor te hebben en dat het er niet gezellig is. Daarnaast hebben respondenten de volgende redenen ingevuld: plek niet kunnen vinden, gemis van ontmoetingsplek in het centrum en dat de plekken inclusief moeten zijn. Dus ook toegankelijk voor mensen met een beperking. Als in de wijk Centrum een nieuw(e) ontmoetingsplek/wijkcentrum komt, geeft de meerderheid (48,6%) van de respondenten aan dat zij deze plek misschien zullen bezoeken. Daarnaast geeft 28,2% aan de plek wel te gaan bezoeken en 19,1% niet. Mensen die aangeven (in de toekomst) wel, misschien of niet te weten een wijkcentrum te willen bezoeken, zien het liefst de volgende activiteiten terug: medebewoners ontmoeten, deelname aan workshops, educatie en cultuur. Dit is te zien in figuur 4.

Figuur 4 Redenen waarom de respondenten een ontmoetingsplek in de wijk Centrum willen bezoeken

De meeste respondenten hebben geen voorkeur voor een dag waarop zij een ontmoetingsplek willen bezoeken. Daarna zijn zaterdag, vrijdag en woensdag de meest gekozen dagen. Het dagdeel waar de meeste respondenten aan denken is de middag. Daarnaast hebben ook veel respondenten aangegeven geen voorkeur te hebben voor een dagdeel. De avond is ook vaak gekozen en de ochtend het minst. Op de vraag wat de respondenten het meest belangrijk vinden voor een nieuwe ontmoetingsplek komen de volgende punten duidelijk het meest naar voren: divers aanbod, laagdrempelig, makkelijk bereikbaar, toegankelijk en lage deelnamekosten voor activiteiten.

20

37,5% van de respondenten heeft kinderen die thuis wonen. Het aantal kinderen in dezelfde leeftijdscategorie wijkt niet veel van elkaar af. De percentages per leeftijdscategorie zijn in bijlage 1 opgenomen. Van deze 37,5% zegt de meerderheid (64,5%) dat zijn of haar kind(eren) nooit een bezoek heeft/hebben gebracht aan een ontmoetingsplek/wijkcentrum. In figuur 5 is af te lezen om welke reden de kinderen van de respondenten ‘wel’ of ‘misschien’ een bezoek willen brengen aan een ontmoetingsplek. De meeste respondenten vulden jongerenactiviteiten en creatieve hobby in. Andere redenen zijn een ‘normale’ bibliotheek, ontmoeten van leeftijdsgenoten, chillen en mensen helpen uit de buurt.

Figuur 5 Redenen waarom de kinderen van de respondenten een ontmoetingsplek in de wijk Centrum willen bezoeken

Weinig mensen zien het zitten om een actieve rol te krijgen bij een ontmoetingsplek (66,8%). 17,8% wil meedenken voor activiteiten, 15,3% wil begeleiden bij activiteiten, 12,4% ziet zichzelf als gastheer/-vrouw, 11,9% wil helpen bij het organiseren van activiteiten, 4,5% ziet zichzelf als bestuurder van een ontmoetingsplek/wijkcentrum en 1,5% als medebeheerder. Ten slotte hebben de respondenten algemene suggesties, opmerkingen en ideeën geopperd, die zijn weergegeven in bijlage 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/956/documents/35426