Onderbouwing aanvraag BOPA Kievitsweg 134, Ridderkerk 6-8-2024.pdf
Tekst van het document
48
5 Participatie In het proces om te komen tot deze woningbouwontwikkeling zijn belanghebbenden op verschillende momenten en manieren betrokken. Bewoners Bewoners van de omliggende woningen zijn tweemaal op de hoogte gesteld van de plannen middels een brief. In de bijlage bij deze brief waren schetsbeelden opgenomen die een voorlopige indruk gaven van de beoogde woningen. Daarnaast zijn de bewoners op de hoogte gesteld van de te volgen procedure, welke inzicht gaf in de rol die de bewoners als omwonenden/belanghebbenden hebben bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De bewoners zijn in de gelegenheid gesteld om vragen of opmerkingen te maken op het plan, wat niet is gebeurd. Belangen andere bestuurslagen Het concept van deze onderbouwing is aan andere bestuursorganen en overlegpartners toegezonden voor een reactie. De volgende reacties zijn ontvangen: Oasen Het drinkwaterbedrijf Oasen merkt in hun reactie op dat het plangebied in het grondwaterbeschermingsgebied van het zuiveringsstation Reijerwaard in Ridderkerk ligt, en vraagt aandacht voor het beschermingsregime dat hier geldt. Naar aanleiding van deze reactie is de regelgeving rondom dit beschermingsgebied opgenomen in paragraaf 4.13 van deze onderbouwing.
Waterschap Hollandse Delta Het waterschap merkt in hun reactie op dat een aantal werkzaamheden vergunningplichtig zijn bij het waterschap en dat de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk is voor het aanvragen van deze watervergunning. Daarnaast is de compensatie-eis voor versnelde afvoer door toename aan verharding aangepast naar 14%. Dit is gecorrigeerd in paragraaf 4.13 van deze onderbouwing. Provincie Zuid-Holland De reactie van de provincie gaat in op het prijsniveau van de woningen (maximale grens voor betaalbare koopwoningen) en de onderbouwing van de omgevingsverordening wat betreft de ruimtelijke kwaliteit. Naar aanleiding van deze reactie zijn de teksten over het prijsniveau van de woningen in lijn gebracht met de afspraken uit de anterieure overeenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente. Daarnaast is paragraaf 3.2.2. (onderbouwing omgevingsverordening) aangepast conform de wensen van de provincie. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond De veiligheidsregio constateert met betrekking tot dit plan geen relevante fysieke veiligheidsaspecten. Wel adviseert de veiligheidsregio zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde ‘Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR’ biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven.
Deze handleiding zal bij de uitwerking van het plan worden geraadpleegd. Voor het overige zijn geen reacties ontvangen die leiden tot een aanpassing van het plan of de onderbouwing.
49
6 Financiële haalbaarheid In de voorbereidende fase van een BOPA moeten het bevoegd gezag en de initiatiefnemer aandacht besteden aan het verzekeren van de financiële uitvoerbaarheid van de activiteit waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd. Het uitgangspunt is dat medewerking aan een BOPA alleen aan de orde is als de activiteiten waarvoor vergunning verleend wordt, niet financieel onuitvoerbaar zijn. Het aspect van kostenverhaal speelt daarbij een rol. Het kostenverhaal is in de Omgevingswet omschreven als de plicht voor het bestuursorgaan om de kosten die zij maakt om initiatieven mogelijk te maken, te verhalen op degene die daar van profiteert. De kosten worden verhaald voor zover zij toerekenbaar zijn aan het initiatief en voor zover de kosten proportioneel zijn in relatie tot het profijt dat het initiatief er van heeft. Bij welke activiteiten er kostenverhaal moet worden gepleegd, bepaalt de wet. De wet bepaalt ook welke kosten verhaald moeten worden. Het gaat bijvoorbeeld om kosten voor het aanleggen van openbaar gebied, onderzoeken, onderbouwingen, etc. Kostenverhaalplichtige activiteiten Het verhaal van de gemaakte kosten is aan de orde indien een nieuwe (gebieds)ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten.
De volgende activiteiten zijn kostenverhaalplichtig: • de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; • de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; • de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; • de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 brutovloeroppervlakte; • de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of • de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve brutovloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt. Overeenkomst of voorschriften Het uitgangspunt is dat het kostenverhaal via een privaatrechtelijke overeenkomst wordt geregeld. Die overeenkomst wordt ‘kostenverhaalsovereenkomst’ of ‘anterieure overeenkomst’ genoemd. Als het kostenverhaal niet voor alle gronden privaatrechtelijk is geregeld, moeten de kosten publiekrechtelijk worden verhaald.
Als er sprake is van een BOPA moet het bevoegd gezag hiertoe voorschriften verbinden aan de BOPA. Deze voorschriften moeten betrekking hebben op het gebied waar het initiatief wordt uitgevoerd. Met deze voorschriften wordt de juridische basis gelegd voor het kostenverhaal. Het daadwerkelijk het innen van de verschuldigde kosten gebeurt via een kostenverhaalsbeschikking. De initiatiefnemer moet deze beschikking zelf aanvragen bij het bestuursorgaan. Op basis van de kostenverhaalvoorschriften kan de kostenverhaalbijdrage berekend worden, zodra de beschikking wordt aangevraagd. Het is op grond van de Omgevingswet verboden om de activiteit te verrichten zonder dat daarvoor de kosten zijn betaald. Aanvullende voorschriften De omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarom kan de vergunning naast de
50 kostenverhaalvoorschriften tevens voorschriften met betrekking tot fasering, koppelingen, locatie-eisen en woningbouwcategorieën bevatten. De verschuldigde geldsom wordt in de kostenverhaalsbeschikking vastgesteld volgens hetgeen daarover in de BOPA is opgenomen. In veel gevallen zal de aanvrager van een omgevingsvergunning voor een kostenverhaalplichtige activiteit tegelijkertijd de kostenverhaalbeschikking voor die activiteit aanvragen. Het is niet mogelijk de kostenverhaalbeschikking in de omgevingsvergunning op te nemen. Wel kan het bevoegd gezag de vergunning en beschikking bundelen; dan is er feitelijk sprake van twee besluiten in een document. Toelichting op kostenverhaal in het plan Met het plan is sprake van een kostenverhaalsplichtige activiteit, namelijk de transformatie en bouw van gebouwen met een woonfunctie. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten. Met deze overeenkomst is er in het kostenverhaal voorzien. Daardoor is het opstellen van kostenverhaalsvoorschriften is niet noodzakelijk. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan.