Nota zienswijzen BP Oosterpark 2023 .pdf
Tekst van het document
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Oosterpark 2023
Het ontwerpbestemmingsplan Oosterpark 2023 heeft van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage gelegen. Dit is gepubliceerd op 21 december in het Gemeenteblad, de gemeentelijke website en de Blauwkai. Binnen de termijn zijn 6 zienswijzen ontvangen, en één pro forma zienswijze van Waterschap Hollands Delta. Zij heeft op 5 februari haar zienswijze ingediend. De zienswijzen zijn hieronder samengevat en beantwoord. De volgende personen of instanties hebben een zienswijze ingediend. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Naam Bewoner 1 en bewoner 2 namens 3vo.Biotoop Oasen Drinkwater Achmea Rechtsbijstand namens bewoner 3 Poelman van den Broek advocaten namens Lidl Nederland GmbH Bewoner 4 namens bewonersgroep Tarbot Natuurvereniging Eiland IJsselmonde Waterschap Hollands Delta
Adres Bewoner Zalm en Bewoner Tarbot Nieuwe Gouwe O.Z. 3 Postbus 122 2800AC Gouda Bewoner Tarbot
Datum 29-1-2024
Postbus 1126 6501 BC Nijmegen Bewoner Tarbot
31-1-2024
Postbus 1031 2980 BA Ridderkerk Handelsweg 100 2988 DC Ridderkerk
1-2-2024
29-1-2024 30-1-2024
1-2-2024
1-2-2024 (pro forma) 5-2-2024 (definitief)
1) Samenvatting en beantwoording zienswijze 1 - bewoner 1 wonend aan de Zalm en bewoner 2 wonend aan de Tarbot mede namens 3vo.Biotoop. De indieners van de zienswijze geven aan dat het belangrijkste bezwaar tegen het plan uit 2021, namelijk de situering van de sportvelden van de Rowdies, is weggenomen. Door de andere situering van de velden is het ruimtebeslag aanmerkelijk kleiner geworden en blijft het geliefde Essenlaantje, inclusief route van het bestaande fietspad, behouden. De nieuwe situering van de velden is tot stand gekomen na goed overleg tussen gemeente, sportverenigingen en bewonersorganisatie 3VO.Biotoop. Hoewel de indieners op hoofdlijnen akkoord zijn met het nieuwe bestemmingsplan, zijn er nog wel enkele aspecten die de aandacht verdienen omdat ze geen optimale oplossing bieden of omdat ze niet helder zijn beschreven. Het gaat om de parkeervoorzieningen in en rond het park, en de groenvoorzieningen aan de rand van het park nabij de bewoning Zalm en Tarbot. 1
Parkeervoorzieningen a) De plannen met betrekking tot de parkeervoorzieningen baren indieners zorgen en leiden tot ongerustheid. De parkeermogelijkheden in en rond het park worden ernstig beperkt door het opheffen van het parkeerterrein tegenover de Pelikaan. Dat komt enerzijds doordat hierdoor het aantal parkeerplaatsen afneemt en anderzijds door de grote afstand tussen de dan nog resterende parkeerterreinen, namelijk die bij het sportcomplex en de kinderboerderij. Deze afstand bedraagt namelijk circa 1200 meter, en dat is lopend niet gemakkelijk overbrugbaar. Het middenstuk van het park wordt door de opheffing van het parkeerterrein bij de Pelikaan minder gemakkelijk toegankelijk en als men toch van dat deel gebruik wil maken, dan gaat men in de woonwijken parkeren. Indieners vinden dat een slechte consequentie. Beantwoording gemeente De gemeente deelt niet de zorg dat het opheffen van de parkeerplaats tegenover de Pelikaan gaat leiden tot parkeeroverlast. Het betreffende parkeerterrein wordt namelijk nauwelijks gebruikt. De enkele auto die hier parkeert kan uitwijken naar een van de andere parkeerplekken. b) Het plan om het totaal aantal parkeerplaatsen rond het park te laten afnemen, vinden indieners vreemd. Er wordt immers fors in het park geïnvesteerd om de aantrekkelijkheid te vergroten en het geluidsscherm langs de A15 zal daar ook aan bijdragen.
Het is dan niet logisch om het totaal aantal parkeerplaatsen te reduceren. Eerder zou een toename verwacht worden. Weliswaar staat in het nieuwe bestemmingsplan beschreven dat, als het aantal parkeerplaatsen op termijn te klein blijkt te zijn, er dan extra parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden bij de sportvelden of bij de Pelikaan, maar dat vinden indieners van weinig inzicht getuigen. Indieners vinden dat dit nu gelijk ingepast moet worden. Beantwoording gemeente De afname van het aantal parkeerplaatsen wordt vooral veroorzaakt door het opheffen van het parkeerterrein tegenover de Pelikaan. Dit parkeerterrein wordt nauwelijks gebruikt. Het parkeerterrein bij het pannenkoekenrestaurant/ kinderboerderij krijgt juist meer plekken (van 70 naar 93 plaatsen). Hetzelfde geldt voor het terrein bij het Sportpark (van 66 naar 82 plaatsen). Dit zijn ook de parkeerplaatsen die goed gebruikt worden, omdat ze liggen in de nabijheid van voorzieningen. In het plan is gerekend met de nota Parkeernormen, die is vastgesteld door de gemeenteraad op 26 februari 2024. Het aantal parkeerplaatsen bij de verschillende voorzieningen is daarop gebaseerd. Desalniettemin is in het plan rekening gehouden met ruimte voor uitbreiding mocht dit in de toekomst toch nodig blijken te zien. Echter, de gemeente legt liever groen aan in plaats van ongebruikte parkeerplaatsen.
Om die reden worden dan ook nu niet meer parkeerplaatsen aangelegd dan benodigd volgens de nota Parkeernormen. c) Ten aanzien van de locatie voor de extra parkeerplaatsen genoemd onder b vinden indieners dat deze 'extra' parkeerplaatsen ter hoogte van de Pelikaan gerealiseerd moeten worden en niet bij de sportvelden ter hoogte van de Zalm. 2
Argumenten hiervoor zijn: - Bij de Pelikaan is nu al een prima parkeerterrein. Opheffen betekent kapitaalvernietiging. - Ter hoogte van de Pelikaan is de afstand tussen parkeren en wonen aanzienlijk groter dan bij het sportpark en bovendien is bij de Pelikaan ook een grotere groenbuffer aanwezig. Verder is het aantal parkeerplaatsen dat bij de Pelikaan nodig is, aanmerkelijk kleiner dan het totaal aantal parkeerplaatsen dat bij het sportpark gerealiseerd wordt. De overlast voor bewoners is bij de Pelikaan dus een stuk minder clan bij het sportpark ter hoogte van de Zalm. Verdere uitbreiding van de parkeerlocatie bij de sportvelden zou de overlast voor bewoners van de Zalm nog verder doen toenemen. - het parkeeronderzoek laat zien dat met name in de weekenden de parkeerlocatie bij de sportvelden vol bezet is. De weekenden zijn ook aantrekkelijk voor een bezoek aan de Kinderboerderij en de Pannenkoe. Ook het parkeerterrein daar is dan goed gevuld. Het is dan zeer wenselijk dat er nog een parkeerlocatie tussen deze twee hoofdparkeerplaatsen blijft bestaan. Spreiding is beter dan concentratie. Indieners pleiten er dus voor een parkeerlocatie ter hoogte van de Pelikaan te behouden. Dat kan het huidige parkeerterrein zijn of wellicht een wat kleiner parkeerterrein.
Indien het aantal parkeerplaatsen hier gereduceerd wordt van 69 naar 30, dan blijft het totaal aantal parkeerplaatsen in het Oosterpark gelijk en is uitbreiding in de toekomst vermoedelijk niet nodig. Beantwoording gemeente Bezoekers parkeren het liefste zo dicht mogelijk bij de voorzieningen, zoals het sportpark of pannenkoekenrestaurant, waar ze willen zijn. In de huidige praktijk betekent dit dat bezoekers van de sportvelden in de wijk parkeren, zo dicht mogelijk bij het sportpark. Ervaring leert dat deze bezoekers niet parkeren bij het terrein aan de Pelikaan, omdat dit terrein te ver weg is. Het heeft dan ook geen zin om een (kleiner) parkeerterrein bij de Pelikaan in stand te houden als overloop voor het parkeerterrein bij de sportvelden of die bij de kinderboerderij/ pannenkoekenrestaurant. Als er nu geen plek is bij het parkeerterrein bij het sportpark of bij de kinderboerderij, dan gaan mensen nu namelijk ook niet parkeren bij het terrein bij de Pelikaan. Het is dan ook niet te verwachten dat mensen dat in de toekomst opeens wel gaan doen. Het bovenstaande is dan ook de reden dat het aantal parkeerplaatsen bij zowel de kinderboerderij als het sportpark vergroot worden. Daarbovenop wordt bij het sportpark ook extra ruimte gereserveerd in het bestemmingsplan om dit parkeerterrein verder uit te kunnen breiden.
Dit laatste doen we om te voorkomen dat bezoekers weer gaan parkeren in de wijk, mocht de parkeervraag toch hoger blijken te zijn in de praktijk dan de Nota Parkeernormen aangeeft. We delen dan ook niet de mening dat het vergroten van het parkeerterrein bij de sportvelden automatisch leidt tot meer overlast voor bewoners ter hoogte van de Zalm. Integendeel, als bezoekers weten dat er voldoende plek is op het parkeerterrein, dan zullen ze daar eerst gaan zoeken voordat ze het in de wijk gaan proberen. Daarnaast biedt het verwijderen van het parkeerterrein bij de Pelikaan ook meer ruimte om groen te compenseren. Dit groen moet gecompenseerd worden vanwege het geluidsscherm en het verplaatsen van het softbalveld van de Rowdies. 3
d) Ten aanzien van de overlast die bewoners over het gebruik van dit parkeerterrein hebben gerapporteerd het volgende: overlast op parkeerterreinen treedt overal op en is een fenomeen van deze tijd. Deze overlast kan eigenlijk alleen bestreden worden door goede handhaving. Opheffen van een parkeerterrein helpt niets, want de overlast verplaatst zich dan naar een andere locatie. In dit geval zou dat dan goed bij de sportterreinen of de kinderboerderij kunnen zijn, en daar is het zeker niet gewenst. Kortom: Betere handhaving, eventueel in combinatie met camera's, is de enige oplossing. Verplaatsen van parkeerlocaties lost het probleem alleen voor bepaalde bewoners op, maar creëert het voor andere bewoners. De indieners hebben daar bezwaar tegen. Beantwoording gemeente De gemeente volgt niet de redenatie dat de overlast zich verplaatst naar de parkeerterreinen bij de kinderboerderij of het sportpark als het parkeerterrein bij de Pelikaan wordt opgeheven. Kenmerkend aan de parkeerplaats bij de Pelikaan is namelijk het gebrek aan sociale controle. Bij het sportpark en de kinderboerderij/ pannenkoekenrestaurant is de sociale controle veel groter, waardoor overlast een stuk minder aannemelijk is. Daarnaast is de wens voor goede handhaving begrijpelijk, maar is handhaving ook maar beperkt inzetbaar.
Het is dan te verkiezen om de omgeving zo in te richten dat handhaving niet noodzakelijk is, bijvoorbeeld door geen plekken zonder sociale controle te realiseren of in stand te houden. e) Opgemerkt wordt dat de in het bestemmingsplan vermelde aantal parkeerplaatsen onjuist is. De parkeergelegenheid van Bloemenjungle is ten onrechte weer meegeteld. Dit is een privéparkeerterrein dat alleen geopend is tijdens de openingstijden van de Bloemenjungle. Dit geeft een vertekend beeld over het totaal beschikbare aantal parkeerplaatsen (25% te veel). Dit was ook al aangevoerd tijdens het beroep bij de Raad van State, maar is niet aangepast. Beantwoording gemeente In een bestemmingsplan moet onderzoek gedaan worden naar de totale parkeerbehoefte. Er moet dus gekeken worden naar parkeerplaatsen in het openbaar gebied en naar parkeerplaatsen bij de aanwezige bedrijven.
f)
Groenvoorzieningen nabij woonhuizen Bewoners van de Zalm hebben gevraagd om het opheffen van de parkeerplaatsen aan de noordzijde van de Oosterparkweg en het uitbreiden van de beplanting daarvoor in de plaats, zodat zij minder last hebben van parkerende auto's bij de sportvelden (overlast 's avonds laat door koplampen en geluid van vertrekkende auto's). Toegezegd is dat met deze wens rekening gehouden zou worden. Het bestemmingsplan is hierover echter onduidelijk. Zo staan in figuur 2.4 in het nieuwe bestemmingsplan deze parkeerplaatsen nog steeds afgebeeld, maar zijn ze in de tabel met het totaal aantal parkeerplaatsen niet meer meegeteld. De bijlage bij het Bestemmingsplan getiteld 'Kwaliteitsimpuls Oosterpark' geeft op dit gebied positievere informatie. Bij Maatregel 4 van het Groencompensatieplan, 'Compensatie verwijderde bomen', toont de tekening dat parkeerplaatsen worden vervangen door nieuw groen. De bewoners 4
benadrukken de wens voor menshoog, dichtbegroeid groen dat effectief het licht van koplampen tegenhoudt en de doorkijk zoveel mogelijk beperkt. Vanwege de tegenstrijdige informatie wordt bevestiging gevraagd dat de parkeerplaatsen aan de noordzijde van de Oosterparkweg, bij de Zalm, daadwerkelijk zullen worden opgeheven en ook niet zullen terugkomen bij een eventuele toekomstige uitbreiding. Gevraagd wordt om te bevestigen dat op deze vrijkomende plek menshoge, dichte beplanting, zal worden aangebracht. Beantwoording gemeente De parkeerplaatsen aan de noordzijde van de Oosterparkweg komen inderdaad te vervallen. Hier komt groen voor terug. Omdat er door dit gebied ook verschillende leidingen lopen, zijn de mogelijkheden voor beplanting wel beperkt. Er zullen verschillende heestersoorten worden geplant. De parkeerplaatsen aan de noordzijde van de Oosterparkweg zijn nu nog bestemd als verkeer-verblijfsgebied. Omdat deze een groene invulling gaan krijgen, wordt deze parkeerstrook toegevoegd aan de bestemming Groen. Dit wordt dan ook aangepast op de verbeelding. Er zit inderdaad een verschil tussen figuur 2.4 in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en de tekening in het Groencompensatieplan. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt figuur 2.4 in de toelichting vervangen door de tekening uit het groencompensatieplan.
g) Bewoners van de Tarbot hebben gevraagd om langs het hek van het midgetgolfterrein over de gehele lengte beplanting aan te brengen. Plaatselijk is daar nabij het Essenlaantje al enige beplanting aanwezig, maar verder westelijk is er geen beplanting. Bewoners willen graag een groene afscherming tussen het fietspad en het midgetgolfterrein, zodat hun uitzicht erop vooruit gaat. In een mailwisseling met twee bewoners van de Tarbot is toegezegd dat de landschapsarchitect rekening zal houden met deze wens. Toch zijn de nu voorliggende documenten hier niet duidelijk over. Net als bij f. tonen de tekening in het Bestemmingsplan (figuur 2.4 ) deze beplanting niet, maar de bijlage 'Kwaliteitsimpuls Oosterpark' bij het Bestemmingsplan toont deze beplanting wel. Graag ook hier de bevestiging dat deze beplanting er daadwerkelijk zal komen. Beantwoording gemeente Het hekwerk wordt landschappelijk ingekleed. Omdat er door dit gebied ook een gasleiding loopt, zijn de mogelijkheden voor beplanting beperkt. De gemeente is van plan om heesters te plaatsen. Er is nog geen definitieve keuze gemaakt over de hoeveelheid heesters die geplant gaan worden. De gemeente wil eerst nog in overleg met de midgetgolf en bewoners over de mate van afscherming.
De midgetgolf heeft namelijk eerder aangegeven toch wel in enige mate zichtbaar te willen zijn vanaf het fietspad, zodat mensen weten dat daar midgetgolf is. In samenspraak zal dan moeten worden gekozen voor de hoeveelheid begroeiing.
5
Conclusie zienswijze h) Ten opzichte van het bestemmingsplan 2021 is er in het Bestemmingsplan 2023 veel verbeterd. De indieners zijn akkoord met de nieuwe inpassing van de sportvelden in het Oosterpark, maar hebben nog moeite met de parkeervoorzieningen. Zij vinden dat de parkeerlocatie nabij de Pelikaan behouden moet blijven. Ten aanzien van de groenvoorziening moet de aanplant ter plaatse van de op te heffen parkeerplaatsen aan de noordzijde van de Oosterparkweg en langs de midgetgolfterrein worden uitgevoerd zoals beschreven in het document "Kwaliteitsimpuls Oosterpark" (ook wel "Groencompensatieplan" genoemd). Figuur 2.4 in het Bestemmingsplan is misleidend omtrent het aantal parkeerplaatsen en de groenvoorziening ter plaatse en zou vervangen moeten worden door onderstaande tekening uit het document "Kwaliteitsimpuls Oosterpark".
Figuur 1 - bijlage uit zienswijze
De opmerkingen zoals hierboven verwoord moeten worden gezien als verbeterpunten, die deels al zijn toegezegd. Het is overigens geenszins de bedoeling van de indieners om de aanleg van het geluidsscherm en de uitbreiding van de sportvelden verder te vertragen. Het is voldoende als de zienswijze wordt beantwoord met een bevestiging dat de wensen zullen worden gehonoreerd. Het bestemmingsplan kan dan in zijn huidige vorm worden goedgekeurd. 6
Beantwoording gemeente De gemeente is blij te constateren dat de indieners van de zienswijze zich grotendeels kunnen vinden in het bestemmingsplan. De wensen ten aanzien van de groenvoorzieningen ter hoogte van de woonhuizen bij het sportpark worden gehonoreerd. Zie daarvoor de beantwoording onder punten f en g. De gemeente kan echter niet meegaan met de wensen ten aanzien van het parkeerterrein aan de Pelikaan. Voor de redenen waarom verwijzen we naar de beantwoording onder a tot en met d. Naar aanleiding van de zienswijze is het bestemmingsplan aangepast op de volgende punten. • •
De parkeerstrook ten noorden van de Oosterparkweg heeft de bestemming Groen gekregen. In de toelichting van het bestemmingsplan is de tekening voor de sportvelden vervangen door die uit het groencompensatieplan.
2) Samenvatting en beantwoording zienswijze 2 - Oasen Drinkwater a) Oasen heeft op het ontwerpbestemmingsplan de voornaamste opmerking dat naast het in het plan genoemde sportcomplex een belangrijke drinkwatertransportleiding loopt, waarmee rekening dient te worden gehouden. Uit het plan is niet helemaal duidelijk wat de impact voor de drinkwatertransportleiding gaat zijn. Dergelijke belangrijke leidingen dienen beschermd te worden ten behoeve van de veiligstelling van de drinkwatervoorziening. Om drinkwaterleidingen te kunnen handhaven en onderhouden dient de bereikbaarheid van deze drinkwaterleidingen te allen tijde gegarandeerd te worden. Verzocht wordt om deze drinkwaterleidingen altijd in de plankaart en toelichting op te nemen, daar bij de ontwikkelingen binnen het grondgebied zeker met de aanwezigheid van de drinkwaterleidingen rekening gehouden zal moeten worden. Strookbreedte Oasen maakt onderscheid tussen aansluitleidingen, hoofdleidingen en transportleidingen, in relatie tot omvang en relevantie. Bij deze belangrijke drinkwatertransportleiding hoort de volgende veilige strookbreedte: Doorsnede leiding: 300-500 mm Totale strookbreedte : 5 m ( 2,5 meter aan weerszijden van de leiding) Deze strookbreedte is van groot belang en dient dan ook expliciet bestemd te worden als 'drinkwatervoorzieningen' c.q. 'bestemde leidingstrook t.b.v. drinkwater'.
Binnen deze strookbreedte dient bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening te worden gehouden met de drinkwatertransportleiding. Tevens mogen er op deze strook geen bebouwing of belemmeringen uit anderen hoofde aanwezig zijn. Zodoende borgen we met deze strookbreedte bereikbaarheid, bescherming en instandhouding van deze belangrijke leiding. 7
Beantwoording gemeente In de toelichting van het bestemmingsplan zal de hierboven beschreven leiding beschreven worden onder paragraaf 4.9 – kabels en leidingen. Volledigheidshalve wordt wel opgemerkt dat dit geen zogenaamde planologische relevante leiding is die via een opname op de verbeelding extra beschermd dient worden. In de ZuidHollandse Omgevingsverordening staat namelijk beschreven welke planologisch relevante leidingen via de verbeelding beschermd moeten worden. Specifiek voor drinkwaterleidingen wordt dit geregeld in paragraaf 7.3.24 – Beschermingszones drinkwatervoorziening (infrastructuur). In artikel 7.80 wordt verwezen naar de geometrische begrenzing vitale infrastructuur drinkwatervoorziening. In deze geometrische begrenzing is de betreffende drinkwaterleiding niet opgenomen. Die hoeft dan ook niet specifiek beschermd te worden. Dit is ook elders in Ridderkerk niet gedaan in bestemmingsplannen. Bescherming wordt daarnaast geboden doordat een ieder die in het Oosterpark gaat werken een KLIC-melding doet. Oasen wordt over deze KLIC-meldingen geïnformeerd. De gemeente coördineert de werkzaamheden en is bekend met de aanwezigheid van de drinkwaterleiding en houdt hier rekening mee. Naar aanleiding van de zienswijze is het bestemmingsplan aangepast op de volgende punten. •
In de toelichting is de drinkwaterleiding opgenomen onder paragraaf 4.9 – kabels en leidingen.
3) Samenvatting en beantwoording zienswijze 3 - Achmea rechtsbijstand namens bewoner 3 wonend aan de Tarbot De indiener van de zienswijze wordt ingediend door een bewoner aan de Tarbot. Hij woont direct ten noorden van het plangebied. Bewoner 3 heeft beroep ingediend tegen het in 2021 vastgestelde bestemmingsplan Oosterpark. In de zienswijze wordt beknopt het beroep en besluit van de Raad van State samengevat. Daarna volgt de daadwerkelijke zienswijze. Overlast door veldverlichting a) Een goede ruimtelijke ordening vergt onder andere dat een goed woon- en leefklimaat wordt geborgd voor omwonenden. Hierbij is het van belang om alle gevolgen voor omwonenden goed in kaart te brengen en een zorgvuldige afweging te maken. Voor indiener is nog altijd onduidelijk in hoeverre de instraling van de lichtbronnen van de veldverlichting voor hinder en overlast gaan zorgen. De wijze van de afstelling van de lichtbronnen is in deze van cruciaal belang. De instraling van de lichtbronnen kan aanzienlijke hinder opleveren vanuit het woonhuis van indiener. Indiener wenst eerst duidelijkheid te krijgen over de afstelling van deze lichten en in hoeverre hij vanuit zijn woning last heeft van deze lichtbronnen, voordat geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Ook wenst indiener meer borging middels een zorgvuldig omklede procedure in het bestemmingsplan, dat de afstelling van de lichtbronnen ook daadwerkelijk 8
wordt uitgevoerd, zodat de nadelige effecten voor indiener en andere omwonenden zoveel mogelijk beperkt worden. Client wenst in ieder geval inspraak te krijgen op de afstelling van de lichtbronnen van het verlichtingsplan, en het borgen door de Gemeente op controlemetingen achteraf door een onafhankelijk gespecialiseerd bureau vanuit het woonhuis van indiener als achteraf blijkt dat de instraling van de lichtbronnen hinder opleveren. Dit maakt ‘fine tuning’ van de afstelling van de lichtbronnen achteraf mogelijk om de nadelige effecten van de instraling van de lichtbronnen voor indiener zoveel mogelijk te beperken. Beantwoording gemeente Gevraagd wordt om inzicht in de instraling van de lichtbronnen. Dit is nagevraagd bij de leverancier van de lichtmasten. In het lichtplan, dat onderdeel is van de vergunningsaanvraag, is onderzoek gedaan naar de omliggende woningen. Zie ook paragraaf 1.1 onder Projectbeschrijving (Lichtplan Rowdies Ridderkerk (16-8-2023)). In dit lichtplan is de maximale intensiteit bepaald conform onderstaande tabel. Hierin staat voor zone E3, stedelijk gebied een maximale intensiteit vermeld tussen 2.500 – 10.000 candela. De uiteindelijke maximale intensiteit wordt berekend aan de hand van het schijnbaar oppervlakte van het armatuur in relatie tot de afstand.
Op basis van die berekening is per woning vastgesteld wat de maximale intensiteit van het armatuur mag zijn. Onder de tabel zijn de berekeningen verder uitgewerkt. Deze Richtlijnen zijn in 2020 strenger geworden. Tot 2020 was de bovengrens 10.000 candela en werd er niet gekeken naar het schijnbaar oppervlakte van het armatuur. Nu is er door de komst van LED een strengere norm gekomen en die norm is nu getoetst.
Figuur 2- Uitsnede tabel maximale lichtsterkte
9
De maximaal toelaatbare candela waarde is berekend op 5.966 Cd. Dit is gebaseerd op advies van de commissie Lichthinder, die onderdeel is van de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV). Voor de Tarbot 81 is de maximale waarde 4.254 Cd, war zit binnen de berekende 5.990 Cd. De maximale verlichtingssterkte op de gevels bedraagt 1,24 lux. Dit voldoet aan de norm van een maximale verticale verlichtingssterkte “Ev” van 10 lux. Het lichtplan voldoet dan ook aan de maximale waarden die door de commissie lichthinder zijn opgesteld. Gevraagd wordt voor borging middels een procedure in het bestemmingsplan dat de afstelling van de lichtbronnen ook daadwerkelijk zo wordt uitgevoerd. Een dergelijke procedure opnemen is niet noodzakelijk. De omgevingsvergunning wordt namelijk gecoördineerd met de procedure van het bestemmingsplan. De leverancier zal de lichtmasten dan ook moeten afstellen zoals vergund. Dit betekend dat de armaturen conform het lichthinderplan een dienen te worden ingesteld en dat hier niet van mag worden afgeweken. Indien er na plaatsing lichthinder wordt ervaren, dan kan DCMR onafhankelijk metingen doen. b) Voor wat betreft het parkeren wil indiener zoveel mogelijk overlast voorkomen van sporters die tijdens trainingen en wedstrijden lands de Visvliet op de weg, de brug, groenvoorzieningen en in de woonwijk gaan parkeren.
Derhalve dient er een duidelijk parkeerplan (met voldoende parkeerplaatsen) opgenomen te worden in het bestemmingsplan, zodat er altijd voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. In die optiek valt niet te rijmen dat in het nieuwe bestemmingsplan nóg meer parkeerplaatsen zijn geschrapt. Er dient nogmaals een goed en realistische inschatting gemaakt te worden van het aantal parkeerplaatsen en op welke positie deze parkeerplaatsen nu precies wenselijk zijn. In de ruimtelijke onderbouwing wordt nu enkel gesteld dat als blijkt dat er te weinig parkeerplaatsen zijn er meer parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Dit is te vrijblijvend. Beantwoording gemeente Zie de beantwoording bij zienswijze 1 onder a t/m d. c) Voor wat betreft de parkeervakken aan de noordzijde van de Oosterparkweg, moet alles in het werk gesteld worden om deze parkeerplaatsen op te heffen, omdat deze parkeerplaatsen een bron van overlast zijn voor de bewoners, vooral als de sporters laat op de avond na het sporten naar huis gaan (en dan nog even luidruchtig van elkaar afscheid nemen). Helemaal te vermijden is dit natuurlijk niet, maar een grotere afstand tot de woningen van cliënt en andere omwonenden zou de nadelige gevolgen van het plan al aanzienlijk beperken op dit punt.
Cliënt pleit ervoor een parkeerlocatie ter hoogte van de Pelikaan te behouden, zodat in ieder geval voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn en parkeren in de woonwijken wordt voorkomen. Beantwoording gemeente 10
Voor de groenvoorziening ter hoogte van de Zalm: Zie de beantwoording bij zienswijze 1 onder f. Voor het parkeerterrein bij de Pelikaan: zie de beantwoording bij zienswijze 1 onder c. d) In het ontwerpbestemmingsplan is nog steeds onduidelijk wat er op de plek van de parkeerplaatsen aan de Oosterparkweg gebeurd. Het landschappelijk inpassingsplan moet hier duidelijkheid in verschaffen. Cliënt wenst hier in ieder geval hoge en dichtgroene beplanting. Daarnaast is het voor cliënt noodzakelijk dat een groene afscherming van de midgetgolf zo snel mogelijk wordt gerealiseerd, ook in de winterperiode. Bewoners zouden graag een groene afscherming zien tussen het fietspad en het midgetgolfterrein, zodat hun uitzicht erop vooruit gaat. Een aanpassing van het groencompensatieplan op dit punt is nodig. Beantwoording gemeente Zie de beantwoording bij zienswijze 1 onder f en g. e) Cliënt wil graag met de gemeente meedenken over een andere oplossing en is bereid af te zien van verdere stappen als u met een voorwaardelijke verplichting regelt dat bovenstaande belangen goed worden geborgd in het bestemmingsplan. Beantwoording gemeente Voor de parkeerplaats bij het sportpark is reeds een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan (artikel 8.3.1).
In het groencompensatieplan is opgenomen dat op de locatie van de parkeerplaatsen ten noorden van de Oosterparkweg groen beplant aangebracht zal worden. Voor de groene invulling van het hekwerk langs de midgetgolf zal nog overleg georganiseerd worden. Naar aanleiding van de zienswijze is het bestemmingsplan aangepast op de volgende punten. • •
De parkeerstrook ten noorden van de Oosterparkweg heeft de bestemming Groen gekregen. In de toelichting van het bestemmingsplan is de tekening voor de sportvelden vervangen door die uit het groencompensatieplan.
4) Samenvatting en beantwoording zienswijze 4 - Poelman van den Broek advocaten namens Lidl Nederland GmbH a) Lidl wenst de gemeenteraad op de hoogte te stellen van het feit dat het ontwerpbestemmingsplan ruime detailhandelsmogelijkheden toestaat aan de Oosterparkweg 15, waar die ruime mogelijkheden niet gewenst zijn. Die mogelijkheden zijn daarnaast in strijd met gemeentelijke en provinciale (beleids)regels. Lidl kan zich daarom niet met het ontwerpplan verenigen. 11
Aan de locatie Oosterparkweg 15 is de enkelbestemming 'Detailhandel' toegekend. Detailhandel wordt in het ontwerpplan gedefinieerd als : 1.21 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. De bovenstaande definitie is betrekkelijk ruim, waardoor daarbinnen veel vormen van detailhandel passen. Doordat onder 'a' van bovenstaand artikel 'detailhandel' als zelfstandig onderdeel is opgenomen, is alle detailhandel die past binnen de definitie ter plaatse toegestaan. Kortom, niet alleen het huidige tuincentrum wordt planologisch toegestaan, maar een veel breder gebruik. Dat daarnaast een afzonderlijke aanduiding voor 'tuincentrum' is opgenomen doet aan die gebruiksmogelijkheden niet af. Beoogd is het huidige gebruik planologisch mogelijk te maken, maar daarvan geen uitbreiding toe te staan. Dat is ook logisch in het licht van bijvoorbeeld de 'Toekomstvisie Detailhandel Ridderkerk'. In Ridderkerk wordt juist ingezet op het behoud en de versterking van de hoofdstructuur. Buiten die hoofdstructuur wordt vestiging van winkels in principe tegengegaan.
De locatie aan het Oosterpark 15 maakt geen onderdeel uit van de hoofdstructuur of van een winkelgebied in het centrum van Ridderkerk. Het toestaan van (nieuwe) detailhandel ter plaatse, buiten de hoofdstructuur, wordt niet nagestreefd. Ook past de ontwikkeling van uitgebreide detailhandelsmogelijkheden ter plaatse niet binnen de doelstelling om tot een toename van recreatie- en natuurwaarden in het Oosterpark te komen. Daarnaast is het voorzien van detailhandel (anders dan perifere detailhandel ) buiten de bestaande winkelconcentraties ook niet toegestaan op grond van de instructieregels uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Kortom, ruime detailhandelsmogelijkheden zijn ter plaatse niet beoogd, niet gewenst, maar ook niet toegestaan. Ter onderbouwing wordt verwezen naar artikel 7.48 van de onlangs vastgestelde Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Beantwoording gemeente In de Toekomstvisie Detailhandel Ridderkerk staat het volgende met betrekking tot overige winkellocaties. Buiten de hoofdstructuur wordt uitbreiding van de winkelfunctie niet nagestreefd. Dit betekent echter niet dat er niets meer mag gebeuren. De gemeente stelt zich faciliterend op voor ondernemers buiten de hoofdstructuur, zolang de plannen niet leiden tot functieverandering/-vergroting en niet verstorend zijn voor de hoofdstructuur.
De gemeente staat open voor plannen om (voormalige) winkellocaties buiten de hoofdstructuur te transformeren naar andere functies. Transformatie naar andere functies is dan ook een mogelijkheid. Hierbij zal wel sprake moeten zijn van een goede inpassing.
12
Om te kunnen sturen op eventuele transformaties is het wenselijk om de mogelijkheden tot detailhandel te beperken tot het bestaande gebruik als tuincentrum, en niet alle vormen van detailhandel mogelijk te maken. Zo is bijvoorbeeld een supermarkt niet wenselijk gelet op de verkeersstromen die een dergelijke functie genereert. De lijn van de nieuwe detailhandelsvisie (die nu nog in concept is) wijkt niet af van de eerdere visie om de hoofdstructuur te behouden en te versterken. Ten aanzien van solitaire winkels is in het conceptstuk opgenomen: Verspreid over de gemeente liggen diverse solitaire winkels. De meeste van deze winkels zijn overwegend al langere tijd op hun locatie gevestigd en hebben een vaste klantenkring die hen gericht bezoekt. Op deze manier weten zij zich staande te houden, zonder nabijheid van andere winkels waarmee ze gezamenlijk klanten kunnen trekken. De winkels die nu buiten de bestaande structuur zijn gevestigd, kunnen blijven zitten. Kleinschalige vergroting van individuele winkels die gericht is de mogelijkheid om aan te passen aan de eisen van de tijd is bespreekbaar; het bestemmingsplan is daarbij leidend. Ook hier geldt dat voorop staat dat deze initiatieven geen negatieve effecten mogen veroorzaken voor de winkelgebieden van de winkelhiërarchie. Waarbij de winkel hiërarchie de hoofdstructuur is.
b) De zienswijzeprocedure biedt gelegenheid om eventuele fouten, omissies of, zoals in dit geval, ongewenste detailhandelsmogelijkheden in een vroeg stadium te signaleren en te betrekken in de verdere besluitvorming. Er worden twee voorstellen gedaan om de planregel te wijzigen: Artikel 4 Detailhandel - Tuincentrum 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel - Tuincentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; b. wonen in een bedrijfswoning; c. ter plaatse van de aanduiding tuincentrum: een tuincentrum; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1': tevens ondergeschikte horecabedrijven, behorend tot categorie la uit de Staat van horecaactiviteiten; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, verkeersen parkeervoorzieningen, groen en water. Of: Artikel 4 Detailhandel - Tuincentrum 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel - Tuincentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; b. wonen in een bedrijfswoning; c. ter plaatse van de aanduiding tuincentrum: uitsluitend een tuincentrum; 13
d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1': tevens ondergeschikte horecabedrijven, behorend tot categorie la uit de Staat van horecaactiviteiten; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, verkeersen parkeervoorzieningen, groen en water. Met de voorgestelde wijzigingen blijft het huidige gebruik planologisch toegestaan, maar wordt geen ruimte geboden aan overige vormen van detailhandel. Daarmee komt de betreffende bepaling tegemoet aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen met betrekking tot de concentratie van detailhandel in de winkelgebieden (centrum ) en is deze in overeenstemming met de instructieregels uit de provinciale verordening. Beantwoording gemeente De regeling zal aangepast worden zodat enkel een tuincentrum direct bestemd is. Naar aanleiding van de zienswijze is het bestemmingsplan aangepast op de volgende punten. •
Artikel 4 is aangepast zodat enkel een tuincentrum direct toegestaan is, en niet alle soorten detailhandel.
5) Samenvatting en beantwoording zienswijze 5 - bewoner 4 namens bewonersgroep Tarbot Namens de bewonersgroep Tarbot en als deelnemer aan het participatie proces "herinrichting Oosterpark" wordt reactie gegeven op het voorstel voor herhuisvesting van de Rowdies in het Oosterpark. In beginsel wordt aangegeven dat de indieners opgelucht zijn dat geadviseerd wordt locatie Zuid aan te wijzen als vestigingslocatie Rowdies. Gewaardeerd wordt dat hiermee geluisterd is naar een deel van de geuite bezwaren tegen locatie Oost, zoals gepresenteerd in de verkennende schets tijdens de participatie ronde in september en oktober 2020. Echter, met thans voorgestelde locatie Zuid zijn een aantal zwaarwegende bezwaren niet weggenomen. Geluidshinder a) Als bewoners ervaren de indieners in de huidige situatie al zeer enorme geluidhinder veroorzaakt door de Rowdies, zowel tijdens wedstrijden als bijeenkomsten met feest karakter. De ervaring als bewoners is dat er bij klachten hierover niet of nauwelijks gehandhaafd wordt. Beantwoording gemeente De gemeente heeft de Rowdies aangesproken op het gebruik van geluidsapparatuur tijdens trainingsavonden. Het bestuur geeft aan dat hierop gehandhaafd wordt indien blijkt dat muziek te hard aan staat. Op dit moment verkennen wij de mogelijkheid dat, indien er een nieuwe clubaccommodatie wordt gerealiseerd, deze verder van de woningen af wordt gesitueerd. 14
Jeugd- en damesveld blijft b) De bewonersgroep was uitgenodigd om het plan te bespreken met de betrokken wethouder, en daar is aangegeven dat het plan niet gewijzigd wordt. De indieners pleiten voor het vergroten van het bestaande Jeugdveld te plaatse, waar wel ruimte voor is om dit te vergroten. Dan behoeven geen 177 bomen te worden gekapt of gerooid en kunnen alle inwoners van Ridderkerk, van dit stuk park (circa 150m2) blijven genieten. Beantwoording gemeente Er zijn vanaf het begin af aan verschillende opties voor de twee velden van de Rowdies besproken met onder andere omwonenden en deze opties zijn ook afgewogen. De huidige locatie van het softbalveld (hierboven benoemd als jeugdveld) is te klein om te voldoen aan de vereisten voor een softbalveld. Dit betekent dat het veld vergroot moet worden richting het evenemententerrein en richting het tennispark. In het document Verkenning Rowdies (Verkenning Rowdies versie 16 oktober (ridderkerk.nl)) is deze optie in hoofdstuk 2 verder uitgewerkt. Deze is toen afgevallen vanwege onderstaande argumenten: “Het maken van een softbalveld met de juiste afmetingen op de huidige plek (zonder de tennisvereniging van hun plek te halen) heeft veel te veel ruimtelijke impact: • De veiligheidszone loopt door de tuinen van de woningen en over baan 1,2 en 3 bij de tennisvereniging. Dit is niet wenselijk.
• Ook moet de Oosterparkweg verlegd worden en daar is in dit plaatje geen logische plek meer voor. Er ontstaat extra hinder voor omwonenden omdat er dichterbij hun woning veldverlichting aan wordt gebracht.” De uiteindelijke keuze voor het ontwerp dat is verwerkt in het bestemmingsplan is het resultaat van het afwegen van verschillende belangen en opties. Het is gebleken dat het moeilijk is om met een gedragen ontwerp te komen dat binnen alle kaders past en waarmee aan alle wensen van belanghebbenden wordt voldaan. Uiteindelijk heeft het college gekozen voor het huidige ontwerp. Hiermee denkt de gemeente aan de meeste wensen van de omwonenden tegemoet te zijn gekomen: het aanpassen van de parkeerplaats, behoud Essenlaantje, het verplaatsen van het clubhuis, het compenseren van groen en daarmee een buffer realiseren tussen de woonwijk en het sportpark/A15 en zo min mogelijk groen weghalen. Naar aanleiding van de zienswijze is het bestemmingsplan niet aangepast. 6) Samenvatting en beantwoording zienswijze 6 - Natuurvereniging Eiland IJsselmonde De Natuurvereniging heeft kennis genomen van het ontwerpbestemmingsplan Oosterpark en wil daar inhoudelijk op reageren. Indieners hopen een positieve bijdrage te leveren aan een prettig, groene en duurzame samenleving. De reactie moet in dat licht worden gezien.
a) De verplichting voor natuurcompensatie en beperking tot het minimaliseren van de impact op het park was een van de kritiekpunten van de Raad van State. De Natuurvereniging Eiland IJsselmonde vraagt zich af of de gemeente hier nu wel voldoende bindende randvoorwaarden heeft opgesteld. Het commentaar op het bestemmingsplan en 15
groencompensatieplan is dat er wel een richting is aangegeven, maar dat die ideeën niet uitgewerkt en concreet zijn. Waar komen de bomen ter compensatie? Hoeveel bomen en welke soorten? Waar komen de aflopende oevers en over hoeveel strekkende meters? Dit geldt ook voor het kruidenrijk grasland. Omdat het compensatieplan niet concreet is, is er geen borging dat het beoogde resultaat ook wordt behaald. Ook wordt gevraagd of het compensatieplan juridisch bindend is. Beantwoording gemeente Het groencompensatieplan biedt de kaders voor compensatie. De verdere uitwerking van de plannen zal moeten passen binnen de kaders van dit groencompensatieplan. Het groencompensatieplan vormt daarnaast ook de basis voor de aanvraag ontheffing Wet Natuurbeheer. In het Groencompensatieplan is opgenomen welke bomen voor het geluidsscherm moeten worden verwijderd bij een werkstrook van 10 meter, welke bij een werkstrook van 20 meter en welke bij een werkstrook van meer dan 20 meter. Ook is opgenomen welke bomen behouden worden. Voor de Rowdies is opgenomen welke bomen worden verwijderd. Dit staat in het groencompensatieplan op pagina 16. Op pagina 17 staat in het groencompensatieplan waar de bomen gecompenseerd worden. Op pagina 18 is daarnaast aangegeven welk type boom waar geplant wordt, en welke soort er onder de verschillende typen valt.
In het groencompensatieplan zijn inderdaad geen strekkende meters opgenomen voor natuurvriendelijke oevers en het kruidenrijke grasland. Wel is opgenomen waar deze globaal komen. Dit staat op pagina 8. De precieze uitwerking volgt later, binnen de kaders van het groencompensatieplan. Het groencompensatieplanplan is juridisch bindend. Dit is geregeld door het plan te koppelen aan de regels in het bestemmingsplan. In artikel 19.1 is een voorwaardelijke verplichting uitvoering groencompensatieplan opgenomen. b) De bijdrage is op het laatste moment opgesteld (en ingediend) louter en alleen, doordat de kapvergunning in eerste instantie niet bij de stukken zat die ter inzage zijn gelegd. Deze zijn later toegevoegd. Zij kunnen volgens de Natuurvereniging dan ook niet in de procedure worden meegenomen, omdat niet alleen zij, maar ook anderen die het ontwerpbestemmingsplan in de eerste dagen hebben ingezien pas op een later moment kennis hebben kunnen nemen. Beantwoording gemeente Het ontwerpbestemmingsplan is gecoördineerd ter inzage gelegd samen met de ontwerpomgevingsvergunningen voor veldverlichting Rowdies (Z2023-00000020) en ontwerpomgevingsvergunning verplanten en kappen bomen (Z2023-00000082).
Alle stukken van de vergunning waren gedurende de hele zienswijze periode te downloaden via de gemeentelijke website (directe link naar de publicatie: Ontwerpbestemmingsplan Oosterpark en ontwerp-omgevingsvergunningen ter inzage - Gemeente Ridderkerk). De 16
publicatie is ook gepubliceerd in de Blauwkai en in het Gemeenteblad (link), met daarin de mededeling dat ook de twee ontwerpvergunningen ter inzage lagen. Er is dan ook geen sprake van latere toevoeging van stukken, zoals gesteld. Alle stukken, inclusief de ontwerpvergunning voor verplanten en verkappen, hebben gelijktijdig ter inzage gelegen.
c) De gevolgde procedure is niet in overeenstemming met het vigerende Bomenbeleidsplan (ook wel Bomenplan 2012 genoemd) . Daar staat op blz. 20: “Om misvattingen over het kappen van bomen te voorkomen is het van belang om betrokkenen (bewoners, wijkoverleggen en natuurorganisaties) proactief over bomenkap te informeren. Het doel daarvan is om bewoners tijdig te informeren over de kap en hun voldoende ruimte te geven om hun mening kenbaar te maken. Breed draagvlak dient het uitgangspunt voor de besluitvorming te zijn. Pro actief communiceren voorkomt in de meeste gevallen negatieve reacties achteraf, wat leidt tot een beeld van een overheid die niet te vertrouwen is. Bovendien kost proactief communiceren minder inspanning don ondankbaar herstelwerk achteraf.” De Natuurvereniging stelt vast dat zij over de in de kapvergunning genoemde bomen niet zijn geïnformeerd. De Natuurvereniging is bij de gemeente bekend als belangstellende en kritisch volger van het bomenbeleid. Als de Natuurvereniging niet proactief is benaderd, er hierover geen overleg is geweest, dan geldt dit waarschijnlijk ook voor andere bewoners en wijkoverleggen. Hierdoor hebben de betrokkenen vooraf geen kennis van de uitwerking van de plannen op de bomen kunnen nemen. Dit is een van de omvangrijkste transities van de afgelopen jaren.
En als het om de betreffende bomen gaat, is er slechts gecommuniceerd over de plannen en het gebied in algemene zin, maar niet over de gevolgen van de concrete uitwerking van die plannen voor de bomen. Kortom, de Natuurvereniging heeft overleg gemist over welke bomen er worden gekapt, welke worden verplaatst en wat waar wordt aangeplant. Beantwoording gemeente Er is voor gekozen om de ontwerpvergunning te koppelen aan de procedure van het bestemmingsplan met behulp van de coördinatieregeling. Hierdoor worden verschillende procedures gestroomlijnd, en is enkel direct beroep bij de Raad van State mogelijk. Voor deze route is gekozen om verdere vertraging te voorkomen. Doordat de procedure voor de vergunning gelijk wordt getrokken aan die van het bestemmingsplan, is een extra moment ontstaan waarop gereageerd kan worden, namelijk op de ontwerpomgevingsvergunning. Normaal gesproken ligt een kapvergunning niet ter inzage (die volgt de reguliere procedure), maar wordt die verleend door het college. Het is daarna voor (derde) belanghebbenden enkel mogelijk om bezwaar aan te tekenen tegen de verleende omgevingsvergunning bij de bezwaarschriftencommissie. Na behandeling bij de commissie volgt een besluit op bezwaar, en eventueel beroep en hoger beroep.
17
In dit geval is het mogelijk om een zienswijze te geven voordat de vergunning wordt verleend, waardoor het wel degelijk mogelijk is om vooraf kennis te nemen van de plannen voor verlening vergunning en daarop te reageren. De bekendmaking van de ontwerpvergunningen en bestemmingsplan is gepubliceerd via de gebruikelijke kanalen. Tevens hebben belangstellenden voor de plannen van het Oosterpark de Nieuwsbrief Oosterpark ontvangen, waarin de bekendmaking ook is gemeld. d) Indiener ziet dat de kapvergunning is aangevraagd over het maximale aantal te kappen bomen. Dat betekent dat de gemeente met deze vergunning alle aangewezen bomen kan kappen ongeacht het plan van aanpak van de aannemer. Dit geeft niet de gevraagde garanties waar in de uitspraak van de Raad van State op gewezen is. Zou het niet beter zijn dat de gemeente harde randvoorwaarden stelt waaraan de aannemer moet voldoen? Het uitgangspunt zou moeten zijn dat zorgvuldig handelen met zo min mogelijk schade voor het park en dat wordt niet bereikt als de gemeente geen bindende kaders stelt. Overigens staat in de aanvraag voor de kapvergunning ook geen periode genoemd wanneer de kap gaat plaatsvinden. Beantwoording gemeente Hetgeen is aangevraagd aan kap in de kapvergunning, is het maximale wat voor de gemeente aanvaardbaar is. Uiteraard wil de gemeente de kap minimaliseren.
Dit wordt gedaan door in de aanbesteding dit aspect mee te nemen als selectiecriterium. De te selecteren aannemer krijgt extra punten als zij de werkstrook zo klein mogelijk houdt en als zij aantoont het werk uit te kunnen voeren met zo min mogelijk schade maken aan het park. In de aanneemovereenkomst wordt dit bindend opgenomen. Deze alinea is expliciet opgenomen in het compensatieplan. Het groencompensatieplan moet daarnaast ook niet gezien worden als een bestek of aanbestedingsleidraad, welke nog uitgewerkt moeten worden. De gemeente wil deze afstemmen met de natuurvereniging. De planning is mede afhankelijk van de procedure, het verlenen van de ontheffing Wet natuurberheer en eventueel beroep. Om die reden is er geen planning opgenomen, omdat die nog niet te geven is. De kap zal uiteraard wel plaatsvinden buiten het broedseizoen. e) Ook bij het geluidsscherm wordt de vraag gesteld of de gemeente voldoende randvoorwaarden heeft opgesteld. Op het aanvraagformulier voor de kapvergunning staat: "Omdat de technische uitwerking van het geluidsscherm nog verder uitgewerkt moet worden, wordt nu een vergunning aangevraagd voor het hele werkgebied." Hier staat niets over de intentie om de bomenkap tot een minimum te beperken.
Waar geeft de gemeente dan de garantie dat niet het maximum aantal bomen wordt gekapt? In het compensatieplan staat dat 'een smallere werkstrook de voorkeur heeft'. Blijkbaar is dat geen hard selectiecriterium in de aanbesteding? 18
Beantwoording gemeente Zie de beantwoording onder d. f)
De Natuurvereniging geeft aan dat in het compensatieplan staat: 'het waar mogelijk verplanten van bomen'. Op de kaplijst staan uiteraard alleen de te kappen bomen, maar hoe zit het met de te verplaatsen van bomen? Hoeveel bomen worden uiteindelijk verplaatst? En van welke dikte? En waar worden ze clan weer aangeplant? Hoe is omgegaan met het dilemma dat grotere, en dus dikkere, bomen moeilijk te verplaatsen zijn en veel nazorg vereisen. Voor het verplanten zijn enorme machines voor nodig zijn die veel schade aan de bodem kunnen aanrichten. Het is bovendien duur en de kans op uitval is groot. Wat als er een droge zomer volgt? Hoe gaat men daarmee om? Beantwoording gemeente Er zijn circa 20 bomen met een stamdikte die groter is dan de minimale boomdikte die verplant kunnen worden. De gemeente zet in op verplanting. De praktijk leert echter wel dat het verplanten van bomen lastig is. Dit vraagt dan ook een goede voorbereiding en uiteraard nazorg. Over deze aspecten worden afspraken gemaakt met de aannemer (vergelijkbaar met hoe de bomen verplant worden aan de Erasmuslaan). Naast de 20 hierboven genoemde bomen worden ook de jonge iepen langs het fietspad verplant, alhoewel deze een kleinere stamdikte hebben dan de minimale boomdikte.
g) Op sommige locaties waar bomen worden aangeplant staan al enkele solitaire bomen van bijna 50 jaar oud. Hoe gaat de gemeente daarmee daarmee om? Als die oude bomen worden gekapt heb je meer ruimte om 'compensatiebomen' en verplaatsbare bomen aan te planten. Vanuit het oogpunt van de biodiversiteit en opslag van Co2 gezien is het beter om de oude bomen te laten staan. Voor veteranenbomen in een goede conditie zou moeten gelden dat ze blijven staan. Oude bomen kunnen een veiligheidsrisico opleveren in verband met vallende takken, ook al zijn ze in goede conditie. Gelukkig is dat nauwelijks een probleem (en argument) om deze bomen nu te kappen, want elke zes jaar controleert Staatsbosbeheer als ze groot onderhoud plegen in het park de bomen op dit risico. Indien nodig kan een veiligheidssnoei komend najaar plaats vinden en kan dat risico afgevinkt worden. Daarmee worden de boomveteranen behouden. Beantwoording gemeente Er worden geen bomen weggehaald als dat niet nodig is. Het is de bedoeling dat de ‘compensatiebomen’ naast de bestaande bomen geplant worden, zodat er sprake is van verjonging. Deze bomen blijven dan ook behouden. De gemeente gaat in overleg met Staatsbosbeheer over het onderhoud. h) Uit de kaplijst (als excellijst toegevoegd aan de bestemmingsplanprocedure) blijkt dat de toekomstverwachting als criterium gebruikt is.
Dit is in masses van 5 tot 15 jaar en > 15 jaar ingedeeld. Niet voldoende, dan wordt er gekapt, zo blijkt. Niemand kan voorzien of een 19
boom over 15 jaar nog leeft. Daarom is de stap van een toekomstvoorspelling van 10 jaar groot genoeg. Want, zoals onder g beschreven, doet SBB elke zes jaar een groot onderhoud. Veteranenbomen op leeftijd laten regelmatig takken vallen, maar dit is op te lossen met een veiligheidssnoei. Veelzeggend is dat er geen veiligheidssnoei wordt overwogen. Het parool hier is kappen en daarmee wordt een niet altijd noodzakelijke aanslag op de biodiversiteit gedaan. Er zijn 400 jonge bomen voor nodig om de impact van 1 boomveteraan te evenaren. Beantwoording gemeente De verwachte levensduur is geen criteria geweest om te bepalen welke bomen gekapt dienen te worden. De te kappen bomen zijn enkel geselecteerd om plaats te maken voor de ruimtelijke ontwikkelingen, ongeacht de verwachte levensduur. Indien mogelijk worden de bomen verplant op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling, en anders is kap noodzakelijk. i)
De kapvergunning gaat uit van een maximale impact op het park, terwijl te weinig te lezen is over de inspanning die moet worden verricht om zoveel mogelijk bomen te behouden. Wordt de aangevraagde kapvergunning en de afgegeven kapvergunning nog gepubliceerd en kan daar ook bezwaar tegen worden ingediend? Beantwoording gemeente De beide omgevingsvergunningen zijn gecoördineerd met de procedure voor het bestemmingsplan. Gelijktijdig met de bekendmaking van de vaststelling van het bestemmingsplan en groencompensatieplan door de gemeenteraad na besluitvorming, worden ook de definitieve omgevingsvergunningen gepubliceerd. Dit wordt gedaan in één publicatie. Er is dan op al deze besluiten gezamenlijk eenmaal hoger beroep mogelijk bij de Raad van State.
j)
Komt de sloot naast het Essenlaantje op voldoende afstand van de bomen in verband met de kans op beschadiging van de wortels? Beantwoording gemeente Er wordt rekening gehouden met de afstand van de bomen tot de sloot.
k) Worden er ook boomsoorten van het voedselbos aangeplant? Walnoten en tamme kastanjes of eventueel fruitbomen. Beantwoording gemeente Er wordt een breed spectrum aan fruitbomen aangeplant om te komen tot een divers bosgebied. Op pagina 18 is een lijst opgenomen met welke soorten bomen geplant gaan worden.. l)
Op een paar lichte plaatsen zouden enkele lindes aangeplant kunnen worden die een goede bijdrage leveren aan de biodiversiteit en een nuttige aanvulling op het park zijn. Beantwoording gemeente Op pagina 18 is een lijst opgenomen met welke soorten bomen geplant gaan worden.
20
m) We hopen dat de Gemeente Ridderkerk de vragen kan beantwoorden en aan de bezwaren tegemoet wil komen. De geplande ruimtelijke ontwikkelingen hebben een grote impact op het Oosterpark en de Natuurvereniging wil voorkomen dat dit ten koste van de biodiversiteit gaat. Beantwoording gemeente Het is gebleken dat het moeilijk is om met een gedragen ontwerp te komen dat binnen alle kaders past en waarmee aan alle wensen van belanghebbenden wordt voldaan. Uiteindelijk heeft het college gekozen voor het huidige ontwerp. Hiermee denkt de gemeente aan de meeste wensen van de belanghebbenden tegemoet te zijn gekomen: het aanpassen van de parkeerplaats, behoud Essenlaantje, het verplaatsen van het clubhuis, het compenseren van groen en daarmee een buffer realiseren tussen de woonwijk en het sportpark/A15 en zo min mogelijk groen weghalen. Naar aanleiding van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen is gekozen om een kwaliteitsimpuls te formuleren. Hierbij is de nadruk gelegd op de combinatie van verhogen van natuurwaarden en belevingswaarde. Dit is ook terug te zien in het plan. Bijvoorbeeld de aanleg van mantelzomen, dit is een impuls voor insecten en vogels en vleermuizen, maar brengen ook meer variatie qua beleving. Of de inzet op meer gefaseerd beheer zoals twee keer maaien (ontwikkeling kruidenrijke vegetatie) in plaats van al het gras als gazon onderhouden (22 keer maaien).
Al de maatregelen tezamen zullen de biodiversiteit zeker verhogen. Naar aanleiding van de zienswijze is het bestemmingsplan niet aangepast.
7) Samenvatting en beantwoording zienswijze 7 - Waterschap Hollands Delta Het waterschap en de gemeente werken samen in de openbare ruimte. Ook over het Oosterpark zijn onze collega’s in gesprek. Het Waterschap wil met deze zienswijze extra aandacht vragen om het waterbelang in de plannen te borgen. De zienswijze betreft zowel het ontwerpbestemmingsplan als het groencompensatieplan. Ontwerpbestemmingsplan Oosterpark a) In het plan staat opgenomen dat “enkele sloten van de kenmerkende slotenstructuur worden gedempt”. Hiervoor gelden eisen voor compensatie, waarbij tenminste hetzelfde oppervlak wordt terug gegraven. Een gedetailleerde balans zal moeten worden opgenomen bij de aanvraag van de watervergunning. Houdt er rekening mee dat bij het dempen van (tussen)sloten de ontwateringsbasis lokaal verdwijnt en dat de lokale grondwaterstand in de verschillende percelen (daarmee) een grotere fluctuatie kan krijgen. Mogelijk heeft dit effect op het aanwezig groen en bodemdaling (zie ook c). Beantwoording gemeente Bij de benodigde aanvraag voor de watervergunning zal rekening worden gehouden met de genoemde punten.
21
b) Op basis van het plan wordt meer water gegraven dan is vereist volgens de compensatie-eis. Het Waterschap feliciteert u met deze keuze – het helpt ons gezamenlijk om het bestaande bergingstekort en de wateropave in het bemalingsgebied te verkleinen. Beantwoording gemeente We zien dit dan ook als een gezamenlijke opgave. c) Onder het kopje Watertoets is opgenomen wat de bodemgesteldheid is, en welke grondwatertrap wordt aangetroffen. Het Waterschap wijst de gemeente erop dat op basis van de BRO ook een veenpakket onder het park aanwezig is, variërend van lokaal 4m dikte aan de oostzijde tot 1m aan de westzijde. Aan de oostzijde komt dit veenpakket redelijk ondiep voor – zo rond 1 meter beneden maaiveld. Dit houdt in dat op meerdere percelen de veenlaag begint boven het (reguliere) oppervlaktewaterpeil en dat zeker in droge zomers mag worden aangenomen dat oxidatie van veen optreedt. In het bos staan op dit moment veel populieren – een boomsoort die regulier veel water onttrekt aan de bodem. Behoud van deze bomen vergroot de kans op verder verlagen van de freatische grondwaterstand en oxidatie van het veen met bodemdaling tot gevolg. Het waterschap steunt daarom de verdere diversificatie van de biodiversiteit in het bosgebied en verzoekt ook bij de boomkeuze rekening te houden met de grondslag en veenbehoud.
Beantwoording gemeente In het groencompensatieplan is op bladzijde 18 aangegeven welk type boom wordt geplant als compensatie. d) Voor aanpassingen in het watersysteem dient, zoals in het plan opgenomen, vergunning te worden aangevraagd op grond van de verordening van het waterschap. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de regels voor activiteiten die eerder in de keur stonden ondergebracht in de Waterschapsverordening. De regels voor onderhoud zijn op dit moment nog behouden in de (restant)Keur, en worden ondergebracht in een Onderhoudsverordening. Beantwoording gemeente Hier houden we rekening mee bij de aan te vragen vergunning. e) Op de plankaart is zowel het primaire water als ook sommig overig water apart bestemd. Voor de zwemplas is apart bestemmen navolgbaar (groot wateroppervlak), maar voor de rest van het overig water is het minder gelukkig. In de nota van beantwoording bij het eerder verworpen bestemmingsplan Oosterpark was toegelicht dat een plan “niet de precieze inrichting van het park regelt” en dat is ook gewenst. Door de overige watergangen in het westelijk deel van het park wel apart te bestemmen en in het oostelijk deel niet wordt schijnbaar onderscheid gemaakt. Daarnaast wil het Waterschap zoals op overleg aangegeven bekijken of in het westelijk deel extra natuurvriendelijke oevers kunnen worden aangelegd – aan deze overige watergangen.
Dat houdt in dat na uitvoering van onze beider plannen de fysieke ligging van watergangen niet meer aansluit bij de plankaart. Omdat water in bijna alle functies in het plan is opgenomen als nevenfunctie is voor aanleg van natuurvriendelijke oevers geen bestemmingsplanwijziging nodig; maar dat een deel op de kaart staat (met 22
straks foutieve vorm) en een deel niet van hetzelfde type sloot zorgt voor verwarring. Het waterschap beschermt zelf de specifieke ligging en beschermingszones via haar verordeningen en de legger – er is daarom geen noodzaak overig water nog extra apart te bestemmen. Beantwoording gemeente De watergangen zullen niet apart bestemd worden, conform de wens van het Waterschap. Enkel de zwemplas wordt apart bestemd vanwege de grote wateroppervlakte. Groen-compensatieplan Kwaliteitsimpuls Oosterpark f) In het plan zijn kaarten opgenomen met een toekomstige verbeelding van het park. Op de kaart is zichtbaar dat de bestaande hoofdwatergang wordt verbreed, en dat er meerdere (extra) eilandjes worden aangelegd, met natuurvriendelijke oevers (de ‘eiland biotoop’) Op overleg is al aangegeven dat de ligging zoals verbeeld niet passend is: het bestaande helofytenfilter dat van belang is voor de zwemwaterkwaliteit op de zwemplas verdwijnt hiermee. De nieuwe natuurlijke oevers in het ontwerp kunnen het helofytenfilter niet vervangen. Zo’n filter werkt met name efficiënt vanwege een lange verblijftijd van het water. Met de voorgestelde inrichting in de hoofdwatergang wordt dit niet behaald. Beantwoording gemeente De gemeente heeft naar aanleiding van de zienswijze overleg gevoerd met het waterschap. Daaruit is een gezamenlijk voorstel gekomen voor een aanpassing aan het helofytenfilter.
De tekening in het groencompensatieplan is hierop aangepast. Het helofytenfilter zoals opgenomen in het groencompensatieplan is indicatief van aard. Het helofytenfilter wordt later nog technisch uitgewerkt en gedetailleerd. Dit is geen probleem voor het groencompensatieplan of het bestemmingsplan, omdat het groencompensatieplan niet de locatie van het helofytenfilter regelt, maar voornamelijk betrekking heeft op de compenserende maatregelen die genomen worden als gevolg van de kap van verschillende bomen vanwege de bouw van het geluidsscherm en het verleggen van het veld van de Rowdies. g) In het plan staat meerdere malen opgenomen dat bomen naast watergangen moeten worden geplaatst; onder andere om een tunneleffect te creëren voor de vleermuizen maar ook in de compensatievlakken. Daarnaast staat opgenomen dat ook op de eilanden bomen zijn voorzien. Vanwege bladval kan plaatsen van bomen direct naast de watergang nadelig uitpakken voor de waterkwaliteit. Het waterschap heeft juist liever een wat grotere afstand van bomen tot de watergang; een gelaagdheid in de vegetatieontwikkeling is hiervoor heel geschikt. Houdt daarbij ook rekening met de beschermingszones van de watergang en de onderhoudbaarheid van de watergang anderzijds. In de Waterschapsverordening afdeling 2.12 zijn regels opgenomen voor het plaatsen van bomen in de beschermingszone van watergangen.