CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

MRDH ontwerpbegroting 2026 incl. IPVa.pdf

Gemeenteraad RK 19 juni 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 8: Zienswijze ontwerpbegroting 2026 MRDH en beleidsnota voorzieningen, reserves en fondsen35.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

We faciliteren verbeteringen aan het ov-netwerk door de komende jaren extra remisecapaciteit toe te voegen voor metro en tram, zowel in Den Haag als in Rotterdam en omstreken. Hierdoor is er voldoende ruimte om de nieuwe voertuigen te stallen en onderhouden (onder meer op de locaties GAVI Den Haag, ’s Gravenweg en Waalhaven-Zuid Rotterdam). Door de groei van ons ov-systeem neemt ook het aantal voertuigen toe. De MRDH verleent concessies voor het regionale ov en maakt financiële afspraken met HTM en RET over het benodigde beheer en onderhoud van de assets (inclusief remises) op basis van de kaders die de bestuurscommissie Vervoersautoriteit vaststelt. Welke resultaten willen we bereiken? - We geven de komende vier jaar opdracht voor beheer- en onderhoudsprojecten van het regionaal ov. - De concessiehouders breiden de komende jaren de remisecapaciteit uit voor metro en tram, zodat het ov verder kan groeien. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - De RET en HTM maken op basis van de geactualiseerde beheervisie uit 2025 en het 4jaarlijkse Strategische Asset Management Plan ieder jaar een Asset Management Plan. Hiermee geven de vervoerders aan hoe zij de voertuigen en rails gaan onderhouden en welke doelstellingen, projecten en plannen dat jaar prioriteit hebben. Deze asset managementplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan de MRDH die assetowner is.

- We monitoren en toetsen de uitvoering van de geprogrammeerde beheer- en onderhoudsplannen door de beheerders RET en HTM in 2026 en sturen waar nodig bij. De basis hiervoor is de Beheervisie en de hieruit voortvloeiende strategische assetmanagementplannen.

24

-

-

-

-

De MRDH voert haar wettelijke taak uit om spoorveiligheid te borgen op basis van het veiligheidskader dat de BcVa heeft vastgesteld. We spreken daarover met beheerders RET en HTM en met gemeenten die projecten uitvoeren aan en rondom tram- en metrospoor. Waar nodig maken we afspraken met gemeenten over de beheergrens rond de railinfrastructuur. In 2026 verwachten we meerdere beheerafspraken met gemeenten. Wij zetten de uitwerkingsfase voort en starten de realisatie van de metrowerkplaats Waalhaven-Zuid. De werkplaats maakt deel uit van het programma Metronet (opdracht 1). We coördineren de activiteiten van HTM en de gemeente Den Haag voor de planologische procedures, gericht op de realisatie van remise Guldenpad (voorheen GAVI-terrein Den Haag). Na het afgeven van de omgevingsvergunning door de gemeente Den Haag, verlenen wij op aanvraag van HTM in 2026 subsidie voor het realiseren van de remise. We beslissen over de vervanging van een substantieel deel van de tramvloot RET, waarbij we strategische eisen aan voertuigen stellen. Wij stellen de RET in staat om de nieuwe en extra metrovoertuigen te bestellen. De voertuigen maken deel uit van het programma Metronet (opdracht 1). Wij werken met de HTM en RET aan projecten om onze stroomnetwerken in te zetten bij het verminderen van netcongestie in onze regio.

In 2025 hebben wij daarvoor een energieorganisatie ingericht, die samenwerkt met de gemeenten, Stedin en vele andere partijen, waaronder de ministeries van Klimaat en Groene Groei en Infrastructuur en Waterstaat, ProRail en kennisinstellingen. Waar mogelijk helpen we bedrijven met koppelingen aan energyhubs, of publieke organisaties zoals wooncorporaties, onderwijs en zorg.

25

2.1.2 Wat gaat het kosten? Programma 1: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (euro's)

Voorlopige jaarrekening 2024

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2025*

2026

2027

2028

2029

Lasten: Beleid en programmering Verkeer

6.109.325

8.393.658

4.712.280

4.712.280

5.162.280

5.162.280

Openbaar vervoer

4.310.314

4.310.314

4.310.314

4.310.314

4.760.314

4.760.314

900.000

900.000

900.000

900.000

0

0

11.319.639

13.603.972

9.922.594

9.922.594

9.922.594

9.922.594

504.367.601

580.093.324

550.680.895

607.492.246

521.047.647

538.451.549

7.287.788

34.173.992

22.751.252

17.951.252

17.951.252

14.951.252

511.655.389

614.267.316

573.432.147

625.443.498

538.998.899

553.402.801

Subsidie CROW-KpVV Subtotaal Beleid en programmering Exploitatie openbaar vervoer Concessies Overig Subtotaal Exploitatie OV Apparaatslasten Directe kosten personeel

2.956.888

3.803.899

4.451.115

4.451.115

4.451.115

4.451.115

Subtotaal Apparaatslasten

2.956.888

3.803.899

4.451.115

4.451.115

4.451.115

4.451.115

Financiering Rente

14.830.174

20.846.020

25.509.932

28.209.887

29.557.245

29.289.533

Subtotaal Financiering

14.830.174

20.846.020

25.509.932

28.209.887

29.557.245

29.289.533

Vennootschapsbelasting Heffing vennootschapsbelasting

242

400

400

400

400

400

Subtotaal vennootschapsbelasting

242

400

400

400

400

400

540.762.332

652.521.608

613.316.188

668.027.494

582.930.253

597.066.443

Onttrekking fonds BDU

433.721.923

619.978.612

571.557.417

623.317.731

536.876.928

551.579.087

Rente

14.831.500

20.846.020

25.509.932

28.209.887

29.557.245

29.289.533

Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven

6.919.529

8.019.723

8.571.587

8.822.624

8.818.829

8.520.571

Overige inkomsten

91.289.380

7.677.252

7.677.252

7.677.252

7.677.252

7.677.252

Totaal baten

546.762.332

656.521.608

613.316.188

668.027.494

582.930.253

597.066.443

Saldo van baten en lasten

6.000.000

4.000.000

0

0

0

0

Toevoeging risicoreserve financiering

-6.000.000

-4.000.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten Baten:

Resultaat

* De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.

Toelichting financiën Beleid en programmering De hogere lasten in 2024 en 2025, vergeleken met de begroting 2026 voor Beleid en programmering Verkeer, worden volledig gedekt door incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU voor de rijksbijdrage voor de exploitatie van Zuid-Holland Bereikbaar (€ 2,45 miljoen in 2024 en € 3,68 miljoen in 2025). Vanaf 2026 blijft het totale budget voor Beleid en programmering gelijk. Het KpVV-programma (Kennisplatform Verkeer en Vervoer) ontwikkelt kennis over mobiliteit voor decentrale overheden en wordt uitgevoerd door CROW. Op basis van de subsidieaanvraag en de bijbehorende begroting en het jaarprogramma van CROW, kende de bestuurscommissie op 28 26

februari 2024 een subsidie toe van maximaal € 900.000 per jaar voor 2024-2027. Deze subsidie is onder voorbehoud voor de begroting van 2025-2027. Deze begrotingspostsubsidie van € 900.000 (50% verkeer en 50% openbaar vervoer) is vanaf begrotingsjaar 2024 als meerjarige begrotingspostsubsidie opgenomen als juridische titel voor deze subsidieverlening. Exploitatie openbaar vervoer - Concessies Hierna volgt een nadere specificatie van de bus- en railconcessies (€). 2025

2026

2027

2028

2029

Bus: Totaal OV Concessie Bus Rotterdam e.o. Totaal OV Concessie Haaglanden Stad Totaal OV Concessie Voorne Putten Rozenburg Totaal OV Concessie Haaglanden Streek Totaal busconcessies

48.097.680 46.868.462 63.373.143 41.823.607 77.476.641 44.639.183 24.358.730 24.268.389 24.266.863 24.211.950 21.568.782 18.649.266 17.690.196 17.500.095 14.523.025 38.552.775 37.154.531 34.080.404 32.875.859 32.658.466 152.858.420 127.030.989 139.412.132 116.466.424 148.870.082

Rail: Totaal OV Concessie RET Rail Totaal OV Concessie HTM Rail Totaal railconcessies

234.504.821 234.666.938 228.265.550 205.482.756 200.497.215 177.661.780 164.580.191 218.022.772 178.443.975 170.733.761 412.166.601 399.247.129 446.288.322 383.926.732 371.230.976

Overige concessie afspraken Totaal concessies

15.068.304 23.569.707 21.791.791 20.654.491 18.350.491 580.093.324 549.847.826 607.492.246 521.047.647 538.451.549

Bus De totale subsidie busconcessies is in 2026 € 25 miljoen lager dan in 2025. Het verschil bestaat uit de volgende posten.  De ov-concessie bus Rotterdam is € 1,2 miljoen lager begroot in 2026. Dit komt doordat de meerkosten voor de instroom ZE-bussen in 2025 lager zijn dan de stelposten in de bieding.  De ov-concessie Haaglanden Stad is € 20,3 miljoen lager begroot in 2026. Dit is een gevolg van de instroom van de ZE-bussen. In 2025 zijn er voor € 6,4 miljoen aan extra lasten vanwege directe kosten voor de aanschaf van de ZE-bussen, die niet kunnen worden geactiveerd en eenmalig worden gesubsidieerd. Daarnaast zijn de meerkosten voor de instroom van ZE-bussen in 2025 € 3,2 miljoen hoger dan de stelposten in de bieding. Verder maakt in de HTM in 2025 aanspraak op de 27,5% regeling voor € 10 miljoen. Het resterende verschil komt door een aantal kleinere verrekenposten voor 2025.  De ov-concessie Voorne-Putten en Rozenburg is € 2,1 miljoen lager begroot in 2026, omdat in 2025 meer meerwerk is begroot.  De ov-concessie Haaglanden Streek is € 1,4 miljoen lager begroot in 2026. Dit komt grotendeels door extra lasten door de verplaatsing van de busstallingslocatie voor EBS van de Telexstraat in Den Haag naar Poeldijk. De stijging van de ov-concessie bus Rotterdam in 2027 en 2029 wordt veroorzaakt door investeringen in de instroom van ZE-bussen en laadinfrastructuur.

Rail De totale subsidie voor railconcessies is € 12,9 miljoen lager begroot in 2026 dan in 2025. Het verschil bestaat uit de volgende posten.  De subsidie voor RET Rail is € 0,1 miljoen hoger begroot in 2026 dan in 2025. o In 2024 was de reservering voor het vangnet zoals afgesproken in het kader van de toekomstborging van het ov niet nodig, deze reservering van € 3,3 miljoen is doorgeschoven naar 2026.

27

o o

o

Hier tegenover staat een dalende exploitatiesubsidie met € 8,4 miljoen volgens de groeiafspraken en taakstelling voor sociale veiligheid. Binnen het asset budget is voor de aanpassingen aan Remise Waalhaven staat in 2026 € 10 miljoen meer aan kosten begroot dan in 2025. Daar tegenover staan voor € 5 miljoen kosten voor het naar voren halen van het vervangingsonderhoud van Hofplein naar 2025. Het resterende verschil heeft te maken met diverse kleinere mutaties binnen het exploitatie- en assetbudget.

De subsidie voor HTM Rail is in 2026 € 13,1 miljoen lager dan in 2025. o In 2025 is het budget voor sociale veiligheid € 3 miljoen hoger. Dit is doorgeschoven uit 2024 en blijft beschikbaar voor deze concessie in 2025. o Het resterende verschil heeft te maken met een fluctuatie in jarenschijven binnen het beschikbare assetbudget. Waarbij bijvoorbeeld in 2025 nog een toevoeging aan de risico reservering wordt gedaan en in 2026 niet.

Overige concessieafspraken Onder deze post zijn de volgende concessieafspraken opgenomen: de Parkshuttle, Personenvervoer over water, Regiotaxi, Maatwerkvervoer, de huur van de Telexstraat en de bijdrage in tarieven en chipkaartkosten. Deze posten zijn gedurende de begrotingsjaren vrij constant. Daarnaast bevat deze post de bijdragen aan vervoerders vanuit het Stimuleringsfonds en de groeigelden. De bestedingen dalen vanaf 2026, omdat de stimuleringsmaatregelen vooral in de beginjaren van de begrotingsperiode worden uitgevoerd. Exploitatie openbaar vervoer – Overig Deze post bestaat uit overige assetposten van ongeveer € 10 miljoen per jaar. De abriconcessie vormt hiervan een groot deel: € 6,7 miljoen per jaar. Daarnaast zijn enkele maatregelen uit het BcVa-besluit van december 2024 in deze post opgenomen. Dit besluit gaat over de financiële reservering van diverse ov-projecten, die niet direct binnen de bestaande lopende concessies vallen. Deze post fluctueert over de jaren heen. Vooral in 2025 wordt meer besteed als gevolg van investeringen in het kader van wettelijke taken binnen het ov. Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overheadfuncties. De stijging ten opzichte van de begroting 2025 heeft te maken met de verwachte cao-stijging en de toevoeging van formatie aan het programma.

Voorheen viel deze formatie onder overhead, maar wordt nu aan het programma toegerekend, in lijn met de Beleidsnota Overhead MRDH 2024. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Rente en marktconformiteitsopslag ov-bedrijven De verantwoorde rente en marktconformiteitsopslag voor ov-bedrijven betreft de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale ov-bedrijven HTM en de RET. Ook de financiering van bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders op grond van de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH maakt hier deel van uit. De marktconformiteitsopslag wordt toegevoegd aan de risicoreserve financiering, totdat deze op het juiste niveau is. Zie verder hoofdstuk 4.3 paragraaf weerstandsvermogen. 28

Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor één van haar activiteiten een onderneming drijft. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten. Het uitgangspunt voor de berekening is een cost-plusmethode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Van deze waarde wordt 5% genomen om op een belastbaar resultaat uit te komen. Meerjarig wordt rekening gehouden met een bedrag van € 400. Zie ook hoofdstuk 3.3. Overige inkomsten Daarnaast is in 2025 € 14 miljoen opgenomen voor verwachte rente-inkomsten op de liquide middelen. Het resterende bedrag voor 2025 en latere jaren betreft hier voornamelijk de reclameopbrengsten uit haltevoorzieningen (abri’s).

29

2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Binnen de MRDH-begroting is de ambitie Verbeteren Bereikbaarheid uitgewerkt in twee programma’s: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1) en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Vanuit het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer volgen infrastructurele opgaven die, voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt, onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa 2026, zie bijlage 3 in deze begroting). De begroting voor het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer is gebaseerd op de opdrachten uit de Strategische Agenda om de bereikbaarheid te verbeteren. Het gaat voor dit programma om de volgende drie opdrachten. opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Bij elke opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten beschrijven wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken. De MRDH zet in op het efficiënte en effectieve gebruik van de beschikbare investeringsmiddelen.

Dit betekent dat we keuzes moeten maken en prioriteiten moeten stellen. Daarnaast zoeken we naar nieuwe of alternatieve financieringsvormen. Bij de aanleg van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Gemeenten, provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat en ProRail zijn de beherende partijen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een belangrijke partner in de realisatie van projecten als cofinancier en in het ontwikkelen van nieuwe financierings- of bekostigingsmethoden. Afspraken over de rijksbijdragen aan infrastructuur worden jaarlijks gemaakt in het BO MIRT. Investeringsprogramma Vervoersautoriteit In het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2026 zijn alle infrastructuurprojecten en maatregelen samengebracht waar de MRDH een financiële bijdrage aan levert of gaat leveren. Het IPVa is opgesteld op basis van aanmeldingen van gemeenten, vervoersbedrijven en regiobrede programma’s voor bijvoorbeeld (metropolitane) fietsroutes, fietsparkeren en openbaar vervoer. De projecten, subsidies en studies zijn ingedeeld in grote en kleine projecten. De grens ligt bij € 5 miljoen aan subsidiabele kosten voor ov-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor de overige projecten.

Die overige projecten zijn ingedeeld in de categorieën fiets- en ketenmobiliteit (FKM), verkeersmanagement en wegenstructuur (VMWS) en verkeersveiligheid (VV). Voor de Kleine projecten is in 2026 € 30 miljoen beschikbaar gesteld. In het late voorjaar van 2025 worden gemeenten en andere partners gevraagd om projecten aan te melden voor 2026. Na toetsing worden deze ter goedkeuring aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit voorgelegd. De besluitvorming over die aanmeldingen is gepland voor december 2025.

30

2.2.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.2.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) In het programma MoVe werken regionale partners (provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam en Den Haag en de MRDH) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de opgave om verstedelijking en mobiliteit in samenhang op te pakken. We bepalen samen met Rijk en regio welke investeringen op de middellange en lange termijn nodig zijn om de bereikbaarheid in de groeiende regio te garanderen. Hier dragen we financieel aan bij. Welke resultaten willen we bereiken? - De realisatie van viersporigheid bij Schiedam Centrum (emplacement). - De uitvoering van No Regret-maatregelen in de CID-Binckhorst voor de ontsluiting van de woningbouw. - De realisatie van fietsmaatregelen in het kader van Westland Greenport 3.0. - De realisatie van Schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV), zodat metro’s op het metronet vaker en sneller rijden. - De realisatie van Schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV): Gekoppeld Rijden RandstadRail.

- Met het programma Kleine projecten van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit willen we bijdragen aan de Versnellingsafspraken woningbouw en mobiliteit die het Rijk in 2022 met gemeenten heeft gemaakt. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Viersporigheid Emplacement: Door de uitloop van de werkzaamheden aan de viersporigheid Schiedam ronden we het project in 2026 financieel af met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincie Zuid-Holland. - Gemeente Leidschendam-Voorburg, gemeente Den Haag, het Rijk, de provincie en de MRDH werken aan No Regret-maatregelen in de CID-Binckhorst. In 2026 moeten de maatregelen uit het No Regret-pakket zijn gestart als die nog niet zijn uitgevoerd. Wij beogen dat het pakket en de bestuursovereenkomst daarna afgerond zijn. - Voor de Metropolitane Fietsroutes Westland-Delft en Den Haag HS-Westland werken de wegbeheerders in 2026 het schetsontwerp uit naar een definitief ontwerp. De verwachting is dat er in 2026 nog geen subsidies worden aangevraagd voor deze routes. - De RET, MRDH en gemeenten werken verder aan de realisatie van het programma Metronet. Met de projecten uit dit programma kunnen de frequenties op het metronet vanaf 2030 worden verhoogd. Dit vangt de verwachte groei van reizigers op ondersteunt de verstedelijking van het metronet.

Daarnaast werken we aan raakvlakdossiers van MOVV Metronet, zoals vervanging van de bestaande metrovoertuigen (opdracht 5) en de vernieuwing van metrowerkplaats Waalhaven-zuid (opdracht 5). - Na het realisatiebesluit in 2025 voor gekoppeld rijden werken MRDH, HTM en de gemeente Den Haag, in samenspraak met de gemeenten Zoetermeer en Leidschendam-Voorburg de infrastructurele maatregelen verder uit. Denk bijvoorbeeld aan het verlengen van haltes of het nemen van geluidsmaatregelen in 2026.

31

-

We bespreken met de gemeenten hun voorgenomen aanmeldingen voor het programma Kleine Projecten van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2027 en de mogelijkheden voor subsidiëring van projecten uit de Versnellingsafspraken. We beoordelen de subsidieaanvragen uit het programma 2026 en verlenen daarvoor subsidie. Voor het halen van de doelstelling zijn we afhankelijk van de initiatieven van de wegbeheerders.

Ov-ontwikkelprogramma’s In het vervoersgebied van de RET worden dossiers gerealiseerd, bijvoorbeeld het programma Toekomstvast Tramnet, het project Metronet, het plan busnet, project HOV Ridderkerk en diverse knooppunten en ov-doorstromingsprojecten. In het vervoersgebied van de HTM (OV Next) wordt de instroom van nieuwe stadstrams en een remise gerealiseerd, versnellingsprojecten voor het ov, knooppunten en het project gekoppeld rijden RandstadRail uitgevoerd. Beide programma’s dragen bij aan de verstedelijkingsopgave en versterken de samenwerking tussen de gemeenten, de MRDH en de vervoersbedrijven. Welke resultaten willen we bereiken? - De eerste maatregelen van het plan tramnet invoeren via de vervoerplannen 2025 en 2026. - Realisatie van HOV Ridderkerk met sneller en betrouwbaarder openbaar vervoer, inclusief de realisatie van een vrije busbaan voor lijn 70 Rotterdam-Zuid. - De grootschalige renovatie van het knooppunt Spijkenisse Centrum voor metro en bus, gericht op het vervullen van de groeiende regionale betekenis van dit knooppunt. - De realisatie van de instroom van de nieuwe Haagse stadstrams (programma INTHR). Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - De gemeente Ridderkerk past de infrastructuur in Ridderkerk aan met subsidie van de MRDH, zodat in 2027 R-net-bussen kunnen starten met rijden tussen Ridderkerk en Rotterdam.

Dat betekent een snellere verbinding, frequente lijnvoering, meer reiscomfort, meer betrouwbaarheid en uitstekende haltevoorzieningen. Dit verstevigt de mobiliteit en de positie en het beeld van het openbaar vervoer in de hele metropoolregio, maar vooral in de gemeente Ridderkerk. - In 2026 gaan we verder met de uitvoering van maatregelen van het Plan Toekomstvast Tramnet. Hieronder vallen de aanpassing van de lijnvoering en frequenties, en het verkorten van de reistijd met de tram. De implementatie loopt via het vervoerplan voor 2027. We werken samen met Rotterdam en RET aan een verkenning voor nieuw tramtracé naar Nieuw Kralingen. - We stellen het Plan Busnet Rotterdam vast en treffen de eerste voorbereidingen voor het uitvoeren van de maatregelen. - We ronden de verleende subsidiebeschikking en de reconstructie van het busstation Spijkenisse Centrum af. - Voor diverse projecten in het deelprogramma INTHR lijn 6 toetsen we het definitief ontwerp en verleent de MRDH een subsidie. - Voor de diverse projecten in het deelprogramma INTHR lijn 12 toetsen we het definitief ontwerp en verleent de MRDH een subsidie. - Het deelprogramma INTHR lijn 1, met uitzondering van het Haagse deel, is afgerond en wikkelt de MRDH financieel af. - Het test- en proefbedrijf van lijn 19 op de TU-Campus in Delft wordt afgerond. Naar verwachting zal medio 2026 de dienstregeling starten. 32

2.2.1.2 Opdracht 3: actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Programma Metropolitane Fietsroutes (MFR) Dit programma helpt bij het realiseren van hoogwaardige, regionale fietsroutes om het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer te stimuleren. Voor Metropolitane Fietsroutes helpen we de individuele gemeenten bij het opstellen van een voorkeurstracé, schetsontwerp en financiële raming voor de gehele route. De MRDH levert procesbegeleiding tot en met de samenwerkingsovereenkomst (inclusief planstudie) en verleent subsidie aan wegbeheerders. Wegbeheerders leggen de fietsroutes aan en zorgen voor het beheer en onderhoud van de fietsroutes. Welke resultaten willen we bereiken? - De realisatie van circa 100 km Metropolitane Fietsroutes tot en met 2026. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We volgen de voortgang van de planuitwerking en realisatie van de Metropolitane Fietsroutes vanuit onze rol als subsidieverlener. Dit geldt voor de Metropolitane Fietsroutes:  Zoetermeer-Rotterdam  Westland-Rotterdam  Delft-Rotterdam Alexander  Den Haag-Pijnacker  Westland-Delft  Westland-Den Haag HS  (Dordrecht) Ridderkerk-Rotterdam

Verbeterd ov-systeem De ov-maatregelen voeren we ‘op straatniveau’ uit via de ov-concessies en de daarbinnen afgesproken jaarlijkse vervoerplannen. We voeren aanpassingen van het ov-netwerk uit, waarbij we rekening houden met andere opgaven, zoals inrichting van de buitenruimte, omgevingshinder, 30-50 km/u, lopen, fietsen en verkeersveiligheid in de gemeenten. Welke resultaten willen we bereiken? - We werken een verbeterd ov-systeem uit binnen onze nieuwe mobiliteitsvisie, zodat het makkelijker en aantrekkelijk wordt voor de reiziger om het ov te gebruiken. Dit is een ovsysteem dat is afgestemd op lopen en fietsen en past in de buitenruimte. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We werken de vastgestelde mobiliteitsvisie uit in uitwerkingsplannen met aandacht voor brede welvaart, vanuit de relatie met ruimtelijke- en sociaal-economische opgaven. Dit gaat naar verwachting om (onderzoeks)plannen voor de bundeling van ontsluitend en vraagafhankelijk vervoer, HOV en mobiliteitsknooppunten. Op basis hiervan beginnen we met het maken van corridorafspraken met gemeenten.

33

-

In 2025 voerden we met de gemeente Zoetermeer en de HTM een gezamenlijke studie uit naar het toekomstige gebruik van de Krakeling. In 2026 werken we gezamenlijk het vervolg uit.

2.2.1.3 Opdracht 5: versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Autonetwerk en verkeersmanagement We optimaliseren het bestaande wegennetwerk door subsidies te verstrekken aan wegbeheerders voor infrastructurele ingrepen. Daarbij zetten we ook in op andere mobiliteitsoplossingen, zoals gedragsverandering. Welke resultaten willen we bereiken? - Optimaal gebruik van het bestaande wegennetwerk door wegbeheerders. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We bespreken met gemeenten hun voorgenomen aanmeldingen voor het programma Kleine Projecten van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2027. We beoordelen hun subsidieaanvragen uit het programma 2026 en verlenen daarvoor subsidie. Regionaal Basisnetwerk fiets Het Regionaal Basisnetwerk fiets bestaat uit ongeveer 1.400 km fietspad. Gemeenten kunnen de komende jaren tot maximaal 50% subsidie aanvragen om fietspaden in dit netwerk te verbeteren. De MRDH verleent subsidie voor de verbetering van het fietsnetwerk volgens de inhoudelijke randvoorwaarden. Wegbeheerders voeren de verbeteringen aan de fietspaden uit. Welke resultaten willen we bereiken? - De verbetering van circa 100 km fietspad op het Regionaal Basisnetwerk fiets in 2026 (inclusief verkeersveilige inrichting).

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We bespreken met de gemeenten hun voorgenomen aanmeldingen voor het programma Kleine Projecten van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2027. We beoordelen de subsidieaanvragen uit het programma 2026 en verlenen daarvoor subsidie. Voor het halen van de doelstelling zijn we afhankelijk van de initiatieven van de wegbeheerders. Programma Knooppunten De MRDH, stationbeheerders en de individuele gemeenten zetten gezamenlijk in op kwaliteitsverbetering van bestaande knooppunten. De MRDH verstrekt subsidie voor de verbetering van deze ov-knooppunten. De gemeente (als wegbeheerder) of de stationbeheerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de verbetering. Welke resultaten willen we bereiken? - De verbetering van circa 18 ov-knooppunten in 2026. De volgende knooppunten staan op de planning: Capelsebrug, Delft Campus, Den Haag Hoornwijck, Den Haag Ypenburg, Pijnacker Zuid, Nootdorp, Lansingerland Westpolder, Schiedam Vijfsluizen, Maassluis West, Rhoon, Poortugaal, Barendrecht, Zoetermeer Station, Schiedam Centrum, Den Haag Laan van NOI, Rotterdam Beurs, Rotterdam Alexander en Rijswijk Station.

34

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We verlenen subsidies aan wegbeheerders voor projecten die ov-knooppunten verbeteren. Daarbij begeleiden we de wegbeheerders bij het indienen van de aanvragen en beoordelen we die. We volgen het proces van aanmelding van kleine projecten voor opname in het IPVa. Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid Vanuit de aanpak ‘Maak een punt van Nul’ werken we aan de vermindering van het aantal slachtoffers in het verkeer. De MRDH verstrekt financiële middelen aan de gemeenten voor gedragsinterventies en infrastructurele maatregelen. Welke resultaten willen we bereiken? - Er worden circa 160 projecten gerealiseerd voor verbetering van de verkeersveiligheid van het regionale mobiliteitsnetwerk. - Een toename van het aantal deelnemende basisscholen aan SCHOOL op SEEF van 33% naar 62%. - Een toename van het aandeel deelnemende voortgezet onderwijsscholen aan TotallyTraffic van 38% naar 49%. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We verlenen subsidies aan wegbeheerders voor projecten voor de verbetering van de verkeersveiligheid. Daarbij begeleiden we de wegbeheerders bij het indienen van de aanvragen en beoordelen we die. Doorstromingsprojecten uit Ov-Ontwikkelprogramma’s Via deze programma’s werken wij met gemeenten, vervoerders en andere partijen aan een aantal doorstromingsprojecten voor de tram en bus.

De MRDH is concessieverlener van het regionaal ov en werkt met de gemeenten en vervoerders projecten uit voor de ontwikkeling van het ov. Welke resultaten willen we bereiken? - We investeren in doorstromingsmaatregelen voor het ov om ervoor te zorgen dat de reistijd in het ov korter wordt. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We hebben de perrons van de tram verlengd en de iVRI's rondom de Mall of the Netherlands zijn aangepast zodat het ov voorrang krijgt op het autoverkeer. - We realiseren het project Tram Laan op Zuid met extra baanafscheidingen en beveiligde oversteek. Dit komt de gemiddelde snelheid van de trams en de verkeersveiligheid ten goede op deze belangrijke ov-as. - Wij stellen het concept uit 2025 van het toekomstvaste busnetwerk vast in samenwerking met de vervoerder en alle betrokken gemeenten. - Wij geven samen met de gemeente Rotterdam opdrachten en subsidies af voor de uitvoering van het programmaplan Plan Toekomstvast Tramnetwerk en voeren een verkenning uit voor een tramverbinding naar het Kralingse Bos. - Het stadsproject Hofplein van de gemeente Rotterdam is in realisatie, mede met een subsidie van de MRDH. Na realisatie levert dit, naast een verblijfsplein voor de stad, ook reistijdwinst voor de tram op. - Samen met de gemeenten werken wij aan het oplossen van conflicten tussen 30 km/u-straten en het ov.

Dit gebeurt op basis van het Stappenplan ov en 30 uit 2025. 35

2.2.2 Wat gaat het kosten? Programma 2: Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (euro's)

Voorlopige jaarrekening 2024

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2025*

2026

2027

2028

2029

Lasten: Projectk osten Verk eer - Verkeersmanagement en wegenstructuur

13.577.148

13.602.882

3.945.776

7.933.557

18.211.591

20.876.841

- Fiets- en ketenmobiliteit

4.052.448

29.861.926

38.428.526

68.951.310

57.608.278

44.043.531

- Verkeersveiligheid

9.141.859

20.480.656

14.432.873

12.621.823

9.745.008

7.500.000

Subtotaal Verkeer

26.771.455

63.945.464

56.807.175

89.506.691

85.564.877

72.420.372

- Netwerk openbaar vervoer

58.077.444

104.349.472

85.409.168

102.545.765

105.358.533

128.332.518

Subtotaal Openbaar vervoer

58.077.444

104.349.472

85.409.168

102.545.765

105.358.533

128.332.518

- Directe kosten personeel

1.339.164

1.619.421

1.906.902

1.906.902

1.906.902

1.906.902

Subtotaal Apparaatslasten

1.339.164

1.619.421

1.906.902

1.906.902

1.906.902

1.906.902

Totaal lasten

86.188.062

169.914.357

144.123.246

193.959.358

192.830.313

202.659.793

Onttrekking fonds BDU

80.529.630

167.725.349

142.002.263

192.981.767

192.830.313

202.659.793

Overige inkomsten

5.658.432

2.189.008

2.120.983

977.591

0

0

Totaal baten

86.188.062

169.914.357

144.123.246

193.959.358

192.830.313

202.659.793

0

0

0

0

0

0

Projectk osten Openbaar vervoer

Apparaatslasten

Baten:

Saldo van baten en lasten

* De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.

Toelichting financiën De onderdelen Verkeersmanagement en wegenstructuur, Fiets- en ketenmobiliteit, Verkeersveiligheid en Netwerk openbaar vervoer bestaan uit bestedingen voor grote projecten en kleine projecten. Voor de kleine projecten zijn bestedingen opgenomen voor lopende subsidieverleningen, subsidieaanvragen die nog in behandeling zijn (IPVa 2024) en aangemelde projecten voor het IPVa 2025 binnen het subsidieplafond van € 30 miljoen. De resterende ruimte in het jaarlijkse subsidieplafond van € 30 miljoen is nog niet volledig ingevuld met projecten. Voor een compleet overzicht van de grote projecten verwijzen we naar bijlage 2: Projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU. Hierna lichten we per categorie de inhoud van de begrotingsbedragen nader toe. Verkeersmanagement en wegenstructuur  De A16 Rotterdam wordt eind 2025 opgeleverd. In de jaren 2024-2025 wordt hieraan jaarlijks nog € 9,3 miljoen besteed. Vanaf 2026 zijn er geen bestedingen meer.  In de periode 2028-2029 wordt naar verwachting € 17,2 miljoen besteed aan de realisatie van het bovengrondse verstedelijkingsontwerp van de Beatrixlaan en kruising ErasmuswegLozerlaan. Ook de verkenning van een langetermijnoplossing voor de Beatrixlaan wordt opgeleverd.

36

 

Voor infrastructurele maatregelen op de Algeracorridor wordt in de periode 2025-2027 € 7,0 miljoen begroot. In de periode 2028-2029 wordt naar verwachting € 2,3 miljoen besteed aan de doorstroming op de N57 ter hoogte van Hellevoetsluis (Nieuweweg). Deze maatregel is opgenomen in het maatregelpakket van de gebiedsuitwerking van Voorne-Putten en Haven Rotterdam.

Fiets- en ketenmobiliteit  Voor het programma Metropolitane Fietsroutes (MFR) zijn inmiddels voor een totaalbedrag van € 132,5 miljoen reserveringen gemaakt voor de MFR’s Naaldwijk–Rotterdam, Delft–Rotterdam Alexander, Zoetermeer–Rotterdam, Den Haag–Pijnacker en Rotterdam–Ridderkerk. In de periode 2025-2029 worden bestedingen geraamd voor in totaal € 85 miljoen. Voor de MFR’s als onderdeel van de gebiedsuitwerking Greenport 3.0 Westland is in totaal € 55,6 miljoen gereserveerd. Voor de periode 2027-2029 wordt € 49,5 miljoen aan bestedingen verwacht.  In de begrotingsperiode wordt daarnaast gewerkt aan de realisatie van de No Regretmaatregelen voor de CID-Binckhorst. Hiervoor is € 24,9 miljoen (rijksbijdrage en MRDHbijdrage) opgenomen gedurende 2025-2029.  Voor de laatste projecten van de Korte Termijn Aanpak MoVe is subsidie verleend. De laatste projecten zijn de snelfietsroute Algerabrug–Capelsebrug en ontwikkeling van het Entreegebied in Zoetermeer. Het gaat om een bedrag van € 6,7 miljoen in de periode 2025-2027.  Voor de gebiedsuitwerking Voorne-Putten en Haven Rotterdam is de verwachting dat de reservering van € 8,5 miljoen in de periode 2027-2028 wordt besteed.  De bestuurscommissie besloot op 5 maart 2025 de Planstudie voor de eerste fase van de fietscorridor Spaanse Polder-Merwe-Vierhavens fase 1 vast te stellen.

Onder voorbehoud van begrotingswijziging voegde de bestuurscommissie het project toe aan het IPVa 2025 voor een bedrag van € 6,5 miljoen. De realisatie vindt plaats tussen medio 2025 en eind 2028. Verkeersveiligheid De bestedingen voor verkeersveiligheid omvatten lopende projecten en reserveringen voor projecten in het programma Kleine projecten. Daarnaast is in de periode 2025-2027 voor € 10 miljoen aan bestedingen begroot voor verkeersveiligheidsmaatregelen uit de specifieke uitkering van het Rijk (1e en 2e tranche, inclusief rijksbijdrage en MRDH-bijdrage). Voor de 3e tranche van deze regeling is in de periode 2025-2028 € 9 miljoen aan MRDH-bijdrage opgenomen. De rijksbijdrage voor deze 3e tranche wordt opgenomen zodra de beschikking is ontvangen. Ov-netwerk In de jaren 2025-2029 staat de realisatie van twee grote programma’s gepland, namelijk de infrastructurele aanpassingen voor het programma Instroom Nieuwe Trams Haagse regio (INTHR) en de maatregelen van het Plan Toekomstvast Tramnetwerk voor € 137 miljoen. Daarnaast wordt in 2025 onder andere geïnvesteerd in de afronding van lijn 19 (deel TU), Busstation Spijkenisse Centrum en de ov-projecten binnen het No Regret-maatregelenpakket van CID-Binckhorst. De uitvoering van de projecten Metronet, gekoppeld rijden RandstadRail en vernieuwen spoorbeveiliging starten vanaf 2025 en 2027.

De kosten stijgen vanaf 2026 t/m 2029 vooral door een toename aan investeringen richting het einde van de periode in de projecten Vlietlijn en Stadsbrug Rotterdam. Apparaatslasten

37

Dit zijn de directe salariskosten van de formatie die werkt binnen dit programma, met uitzondering van de overheadfuncties. De stijging ten opzichte van de begroting 2025 heeft te maken met de verwachte cao-aanpassing en de toevoeging aan het programma van formatie die voorheen als overhead werd beschouwd. Nu wordt die aan het programma toegerekend, conform de Beleidsnota Overhead MRDH 2024. In hoofdstuk 3.2 Overhead wordt dit verder toegelicht. In hoofdstuk 4.5 paragraaf Bedrijfsvoering lichten we de totale apparaatslasten toe. Overige inkomsten De post ‘overige inkomsten’ bestaat gedurende de hele begrotingsperiode uit de specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen (1e en 2e tranche).

38

2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat De begroting voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is opgezet langs de opdrachten uit de Strategische Agenda voor het vernieuwen van de economie. Het gaat voor dit programma om de volgende twee opdrachten: opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties In de Strategische Agenda zijn bij iedere opdracht resultaten geformuleerd, die beschrijven wat we de komende jaren willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken. 2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Opdracht 2 – Toekomstbestendige economie stimuleren Algemeen Door de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verkleinen en de productiviteit en bedrijvigheid te vergroten, groeit de welvaart en het welzijn. Meer arbeidsplaatsen en de goede invulling van die arbeidsplaatsen met geschikt personeel zorgen voor een hogere arbeidsparticipatie. De extra arbeidsplaatsen en productiviteit dragen bij aan de MRDH-ambitie voor groei van welvaart en welzijn in de regio. Voor een betere aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt zetten we in op twee programma’s: Campusprogramma en het programma Leven Lang Ontwikkelen.

Voor extra productiviteit en bedrijvigheid zetten we in op ‘Versterken mkb en Versterken innovatieecosysteem en innovatieprogramma’s’. Op basis van de Strategische Agenda geven we hierna per aandachtsgebied aan wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen in 2026. Campusprogramma Minstens veertien campussen in de regio richten zich op toekomstbestendige vaardigheden, waaronder ondernemerschap, innovatie en kennisvalorisatie. Vanwege de krappe arbeidsmarkt ligt de focus op de IT-, energie-, techniek-, greenport- en zorgsector en daarnaast het Haven Industrieel Complex. De MRDH richt zich daarbij op de samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs op mbo- en hbo-campussen. Driekwart van het aantal studenten in de regio volgt namelijk een mbo- of hbo-opleiding. Ook het merendeel van de banen in deze regio zijn op mbo- en hbo-niveau. Daarom liggen hier de meeste kansen. Welke resultaten willen we bereiken? - Een verbeterde samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven via regionale mboen hbo-campussen. Waar mogelijk doen we dit via nieuwe samenwerkingen met onderwijsinstellingen. - Elk jaar doen minimaal duizend studenten en 250 bedrijven mee aan campusinnovatieopdrachten en -programma’s. - Minstens veertien fysieke mbo- en hbo-campussen, strategisch verspreid en dichtbij regionale bedrijven.

39

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We blijven samenwerken met gemeenten om projecten op te zetten die de relatie tussen onderwijs en het bedrijfsleven in de regio versterken. We cofinancieren minimaal twee projecten. We zetten daarbij in op campussen die van economisch belang en toegevoegde waarde zijn voor de regio. In de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat geven we nadere invulling aan wat voor campussen dit zijn. - Wij stemmen nieuwe transitieopgaven af met het innovatieprogramma en het programma Ruimte voor werken. Het doel is om de samenwerking tussen de onderwijslagen van mbo, hbo en universiteit op elkaar af te stemmen. Hierdoor kan kennisvalorisatie gemakkelijker plaatsvinden. - Om de samenwerking en samenhang in het campusnetwerk te bevorderen organiseren we samen met de gemeenten campusnetwerksessies. In deze sessies staan kennisdeling en de ontwikkelingsvraag van de campussen centraal. We delen deze kennis met de gemeenten, onderwijsinstellingen en de stakeholders. - Omdat campussen belangrijk zijn voor het economisch vestigingsklimaat versterken we de samenwerking met het Rijk, Europese Unie, provincie en andere partners. Zo voeren we strategisch regie op de ontwikkeling van een samenhangend en sterk campusnetwerk.

Programma Leven Lang Ontwikkelen (LLO) LLO zorgt door om- en bijscholing van werkenden en werkzoekenden voor een hoogwaardige beroepsbevolking, die op alle niveaus bijdraagt aan de regionale economie. Welke resultaten willen we bereiken? - Een verbeterd aanbod van LLO op de campussen en bij andere grote mbo- en hbo-opleiders in de regio. - Meer werkenden en werkzoekenden volgen een om- of bijscholingstraject. - Jaarlijks ronden minimaal 1.300 werkenden en zij-instromers een om- of bijscholingstraject af aan een campus. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We werken samen met gemeenten aan projecten die bijdragen aan een leven lang ontwikkelen voor inwoners van de regio. Dit doen wij door minimaal twee projecten te cofinancieren waarbij inwoners de kans krijgen zich verder te ontwikkelen via gecertificeerde opleidingen. - We werken samen met partijen die bijdragen aan de ontwikkeling van de toekomstige arbeidsmarkt. Hierbij zetten we in op werkgelegenheid en opleidingskansen, zodat de inwoners duurzaam inzetbaar blijven. En zodat bedrijven toegang hebben tot gekwalificeerd personeel. Versterken mkb Er zijn veel mkb’ers in de metropoolregio die behoefte hebben aan informatie en advies om tijdig beslissingen te kunnen nemen voor de gezondheid van hun bedrijf. Ondernemers hebben behoefte aan een transparant en samenhangend dienstverleningssysteem met een duidelijk aanbod.

Dit is in de praktijk nog te weinig het geval. Welke resultaten willen we bereiken?

40

-

-

Een groter aandeel mkb-bedrijven is ondersteund. Ondernemers kunnen overheidsinformatie beter vinden, zodat ze effectiever kunnen werken aan de transitieopgaven, zoals digitalisering, verduurzaming en bij het aantrekken en het scholen van hun personeel. Meer samenhang tussen initiatieven voor het mkb in de regio.

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - Het mkb speelt een belangrijke rol bij verschillende opgaven, zoals de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, opgaven rond werklocaties en de ontwikkeling van innovatieve ecosystemen. Daarom versterken we de strategische samenwerking met de mkb-netwerken Zoetermeer, Rotterdam-Rijnmond, Den Haag en Westland, om het mkb zo beter te verbinden aan deze opgaven. - De MRDH levert een financiële bijdrage aan één tot twee projecten waarin wij het mkb stimuleren innovatie toe te passen. - De MRDH draagt bij aan het gemeentelijk accounthouderschap richting het mkb, voor een betere verbinding tussen het mkb en de ambities van de MRDH. Door middel van accounthoudersbijeenkomsten stimuleert de MRDH kennisdeling tussen gemeenten en de verbinding van die kennis met de kennis van andere stakeholders. Versterken innovatie-ecosysteem en innovatieprogramma’s De MRDH stimuleert innovatie door met strategische partners zoals InnovationQuarter en de provincie Zuid-Holland de organisatie van financiering en de schaalvergroting van programma’s op zich te nemen. Hierdoor wordt de maatschappelijke- en economische impact vergroot.

Daarnaast speelt de MRDH een cruciale rol in de samenwerking rondom het creëren van een goed vestigings- en ondernemersklimaat voor startups en scale-ups in sectoren die van belang zijn voor de versterking en ontwikkeling van de metropoolregio. Welke resultaten willen we bereiken? - Een stijging van het percentage van startups en scale-ups binnen de totale bedrijvigheid in de regio. - De adoptie van businesscases uit het innovatie-ecosysteem door minimaal tien gemeenten. Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - In 2026 werken we aan de activiteiten en werkpakketten uit het in 2025 vastgestelde samenwerkingsprogramma Startup/Scale-up. Dit doen we in ieder geval samen met de provincie Zuid-Holland, Delft, Den Haag, Rotterdam en Leiden, maar ook kennisinstellingen en partijen uit het ecosysteem. De MRDH levert haar bijdrage aan dit programma, zodat meer startups doorgroeien tot succesvolle scale-ups. De MRDH levert in ieder geval een bijdrage door: o te sturen op voldoende fysieke ruimte voor startups die door kunnen groeien tot scaleups; o met het financiële instrumentarium (de bijdrageregeling) een bijdrage leveren aan projecten die de ontwikkeling van startups naar scale-ups effectief ondersteunen; o samenwerking met het Rijk zoeken om het belang van innovatieve startups en scaleups te benadrukken en daarmee te kijken naar effectievere funding en regelgeving. -

We verlenen InnovationQuarter (IQ) subsidie om te bouwen aan innovatieprogramma’s en projecten en voor de ondersteuning van het innovatieve mkb bij de versnelde ontwikkeling en

41

-

de marktintroductie van technologische oplossingen. Hiermee vergroten we het verdienvermogen van de regio. In 2024 hebben we daarvoor meerjarige financiële afspraken gemaakt. Vanwege de toenemende druk op de gemeentelijke financiën sturen we strakker op de inzet van middelen voor activiteiten die een duidelijke en significante bijdrage leveren aan de doelen en ambities uit de Strategische Agenda en de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat uit 2025. In de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat zullen we expliciet ingaan op de rol van IQ in relatie tot onze inzet om het economisch vestigingsklimaat te versterken en hoe we onze sturing en grip op IQ willen vergroten. Een deel van de subsidie gaat naar het secretariaat van de Economic Board Zuid-Holland dat bijdraagt aan de uitvoering van de Groeiagenda Zuid-Holland en inzet op (economische) vernieuwing en innovatie. Ook beïnvloedt de Economic Board Zuid-Holland de samenwerking met de nationale overheid. De MRDH draagt actief bij aan innovatieve (pilot)projecten die bijdragen aan het vestigingsklimaat in onze regio. Denk bijvoorbeeld aan projecten op het gebied van robotisering (om zo het arbeidsmarktvraagstuk op te lossen) en Artificial Intelligence. Ook levert de MRDH een bijdrage aan projecten op het gebied van de innovatieve defensieindustrie, als dat mogelijk en nodig is.

We zoeken daarbij actief de samenwerking met de provincie en het Rijk.

2.3.1.2 Opdracht 4: vernieuwen van werklocaties Het economische en maatschappelijke belang van winkelgebieden, kantorenlocaties en bedrijventerreinen is groot. Deze locaties bieden werkgelegenheid aan een brede beroepsbevolking. Ook bieden deze locaties ondernemers en bedrijven de ruimte om te produceren, te innoveren en slimme oplossingen te bedenken. Daarmee spelen ze (in potentie) een sleutelrol in grote transities, zoals de energietransitie, circulaire transitie en klimaatadaptatie (waaronder ruimte voor groenblauwe oplossingen op bedrijventerreinen), en digitalisering. Op basis van de Strategie Werklocaties MRDH sturen de 21 gemeenten op een sterkere ruimtelijke en economische structuur van de regio door het marktevenwicht tussen vraag en aanbod van ruimte te stimuleren, bestaande werklocaties beter te benutten en vergroening en verduurzaming te bevorderen. De MRDH organiseert de regionale afstemming tussen de gemeenten om gezamenlijk te sturen op de voorraad van winkels, bedrijventerreinen en kantoren. Welke resultaten willen we bereiken? - De verlaging van het percentage leegstand van kantoren en detailhandel op basis van vloeroppervlakte. - Beter benutten van geschikte locaties voor watergebonden bedrijven en voor HMC-bedrijven op bestaande bedrijventerreinen. - Een toename van het percentage kantoren met minimaal energielabel C.

- De revitalisering of verduurzaming van verouderd of leegstaand vastgoed op bedrijventerreinen voor nieuwe bedrijvigheid.

42

Wat gaan we daarvoor doen in 2026? - We organiseren regionale afstemming over werklocaties bij transformaties van bedrijventerreinen en nieuwbouw en van kantoren en detailhandel. In ambtelijke werkgroepen bereiden we dit samen voor met de gemeenten en leggen we het voor aan de bestuurscommissie EV. Hiermee zorgen we dat er voldoende werklocaties op de juiste plek blijven, en voorkomen we tegelijkertijd dat er te veel gebouwd wordt op locaties met veel leegstand. - We monitoren de regionale kantorenmarkt via een dashboard en een kwalitatieve rapportage en delen dit actief met gemeenten. Met de monitor volgen we de ambities en afspraken in de MRDH-kantorenstrategie en blijven we op de hoogte van nieuwe trends en ontwikkelingen op de kantorenmarkt. - We stimuleren gemeenten om projecten in te dienen voor financiering via de bijdrageregeling Economisch Vestigingsklimaat. Deze projecten dienen gericht te zijn op de versterking van de kwaliteit van werklocaties. - We ondersteunen gemeenten bij de uitvoering van de ambities binnen het thema ‘ruimte voor werken’. Dit doen we door proactief kansen te agenderen, gezamenlijk onderzoek en met kennisdeling. - We verwerven extra projectfinanciering uit provinciale, Rijks- en Europese middelen om werklocaties te verbeteren, met een focus op de verduurzaming en de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen.

Om dit te bereiken versterken we ook de samenwerking met het bedrijfsleven, VNO-NCW, de andere metropoolregio’s en het Rijk. - We organiseren drie ambtelijke en één bestuurlijke themasessie voor ‘ruimte voor werken’, voor kennisdeling, netwerkvorming en beleidsvorming. - We monitoren de ontwikkelingen op de bedrijventerreinen in de metropoolregio. Met de monitor volgen we de ambities en afspraken uit de Strategie Bedrijventerreinen 2023-2030. Op basis van de resultaten sturen we het beleid van de MRDH bij met voorstellen. - De MRDH actualiseert de strategie op detailhandel en adviseert de gemeenten over winkelgebieden, om te zorgen voor vitale kernen. - We monitoren het functioneren van de detailhandel in de metropoolregio. - Op basis van de in 2025 vastgestelde Visie op het Economisch Vestigingsklimaat ontwikkelen en implementeren we indien nodig nieuw financieel en juridisch instrumentarium dat bijdraagt aan een beter gebruik van werklocaties.

43

2.3.2 Wat gaat het kosten? Programma 3: Economisch vestigingsklimaat (euro's)

Voorlopige jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025*

2026

2027

2028

2029

Lasten: Subtotaal programmakosten

2.779.871

3.397.880

3.481.225

4.753.791

4.703.791

Subsidie InnovationQuarter

986.081

1.022.566

1.022.566

0

0

0

Subsidie YES!Delft

472.399

374.188

250.000

0

0

0

Subtotaal directe kosten personeel

870.218

1.158.514

1.433.307

1.433.307

1.433.307

1.433.307

5.108.569

5.953.148

6.187.098

6.187.098

6.137.098

6.137.098

5.676.964

5.903.148

6.137.098

6.137.098

6.137.098

6.137.098

44.661

50.000

50.000

50.000

0

0

5.721.625

5.953.148

6.187.098

6.187.098

6.137.098

6.137.098

Saldo van baten en lasten

613.056

0

0

0

0

0

Onttrekking aan Egalisatiereserve EV

218.650

0

0

0

0

0

Toevoeging aan Egalisatiereserve EV

0

0

0

0

0

0

831.706

0

0

0

0

0

Totaal lasten

4.703.791

Baten: Inwonerbijdrage Overige bijdragen gemeenten Totaal baten

Resultaat

* De cijfers voor het jaar 2025 bestaan uit de vastgestelde begroting 2025 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.

Toelichting financiën De begroting 2026 omvat € 3.481.225 aan programmakosten en bestaat daarnaast voor € 1.022.566 uit een begrotingspostsubsidie voor InnovationQuarter, voor € 250.000 uit een begrotingspost subsidie voor YES!Delft en voor € 1.433.307 uit directe personeelskosten. Het algemeen bestuur stelt de begroting op deze subtotalen vast. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat voert de begroting binnen deze kaders uit en legt hierover verantwoording af. Programmakosten De programmakosten van € 3.481.225 bestaan uit: - de cofinanciering voor gemeenten van projecten die bijdragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Deze bevoegdheid heeft de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat op grond van de herziene Bijdrageregeling Versterking economisch vestigingsklimaat MRDH, en binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting; - de verstrekking van opdrachten voor verkennend onderzoek en monitoring. Dat kunnen zowel opdrachten aan gemeenten zijn als opdrachten aan externe partijen. Subsidie InnovationQuarter InnovationQuarter (IQ) is sinds de oprichting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) een belangrijke partner in de realisatie van doelstellingen voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat en het innovatie-ecosysteem.

De afgelopen jaren verleende de MRDH jaarlijks subsidie aan InnovationQuarter op de onderwerpen Innoveren, Investor Relations en het Secretariaat van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Op 28 februari 2024 verleende de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat een meerjarige subsidie aan InnovationQuarter voor de jaren 2024 tot en met 2026. Hierop geldt een begrotingsvoorbehoud voor de jaren 2025 en 2026 en een voorbehoud voor de goedkeuring van een indexering van 3,7% voor de jaren 2025 en 44

2026 via vaststelling van de MRDH-begroting door het algemeen bestuur. IQ legt jaarlijks een activiteitenlijst voor aan de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat ter goedkeuring. De subsidie wordt op basis hiervan verleend. De subsidie voor 2026 is niet geïndexeerd ten opzichte van de begroting 2025. De subsidie is niet geïndexeerd vanwege de korting op de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat voor het jaar 2026 waaruit deze subsidie wordt bekostigd. Subsidie YES!Delft Startups spelen een cruciale rol in de economie en het bedrijfsleven van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Startups creëren banen, stimuleren innovatie en dragen bij aan economische groei. Met investeringen in opkomende technologieën zoals AI, quantumtechnologie en duurzame energieoplossingen versterken startups en scale-ups de concurrentiepositie van de regio. Een sterke basis is nodig om startups succesvol te laten doorgroeien naar scale-ups en uiteindelijk naar internationale marktleiders. YES!Delft speelt hierin een sleutelrol. Maar de positie van YES!Delft staat onder druk door een onevenwichtige financieringsstructuur. Het algemeen bestuur heeft daarom op 4 april 2025 een begrotingspostsubsidie aan YES!Delft verleend voor de periode januari 2025 tot en met december 2026.

Dit betreft een exploitatiesubsidie van € 500.000 in de vorm van 10% van de jaarlijkse exploitatiebegroting met een maximum van € 250.000 per jaar. Deze subsidie biedt financiële zekerheid en continuïteit aan de kernactiviteiten van YES!Delft en stelt YES!Delft in staat om alternatieve financiering te onderzoeken en te realiseren. Directe kosten personeel Deze post omvat de salariskosten van de formatie die werkt voor het programma Economisch Vestigingsklimaat. De stijging ten opzichte van de begroting 2025 heeft te maken met de verwachte cao-aanpassing en formatie die is toegevoegd aan het programma. Die laatste werd voorheen als overhead beschouwd, maar wordt nu aan het programma toegerekend, in lijn met de Beleidsnota Overhead MRDH 2024. Hoofdstuk 3.2 Overhead licht dit verder toe. Hoofdstuk 4.5 (paragraaf Bedrijfsvoering) licht de totale apparaatslasten toe. Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de kaderstelling van de gemeenten. Voor de begroting 2026 doen de gemeenten opnieuw een indexeringsvoorstel (4,2%), maar vragen daarnaast ook om een vermindering van de inwonerbijdrage met 6,2%. De gemeenten hebben daarbij gekeken naar de korting op het gemeentefonds in 2026 voor alle gemeenten tezamen ten opzichte van 2025. Per saldo leidt het voorstel tot een verlaging van de inwonerbijdrage van € 3,07 per inwoner in 2025 naar € 3,00 in 2026.

Dit bezuinigingsvoorstel is verwerkt in de begroting 2026. Voor 2026 bedraagt de totale inwonerbijdrage € 7.466.616. Van deze inwonerbijdrage zal maximaal 40,8% worden ingezet voor de dekking van apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat (in lijn met de kadernota MRDH-begroting 2026). In de begroting 2026 wordt op begrotingsbasis 37% (€ 2.762.825) van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten. Dit betreft directe kosten voor personeel in het programma Economisch Vestigingsklimaat (€ 1.433.307) en de overhead van Economisch Vestigingsklimaat (€ 1.329.518). Van de totale inwonerbijdrage van € 7.466.616, wordt € 1.329.518 ingezet voor overhead (zie hoofdstuk 4.2). Binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat wordt de resterende inwonerbijdrage van € 6.137.098 verantwoord voor de dekking van de programmakosten, de subsidies en de directe kosten van het personeel. Overige bijdragen gemeenten

45

De MRDH heeft in 2025 voor de duur van drie jaar opnieuw een licentieovereenkomst met Locatus gesloten, voor de duur van vijf jaar, voor het gebruiksrecht van databestanden met detailhandelsgegevens. Verschillende gemeenten maken gebruik van deze licentieovereenkomst en worden voor hun aandeel doorbelast door de MRDH. Dit gemeentelijke aandeel wordt als budget toegevoegd aan de begroting.

46

Hoofdstuk 3

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN, OVERHEAD EN VENNOOTSCHAPSBELASTING 3.1 Algemene dekkingsmiddelen De MRDH-begroting kent de volgende algemene dekkingsmiddelen: 1. Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) 2. inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat 3. financiering Brede doeluitkering verkeer en vervoer Voor de bekostiging van haar regionaal verkeer- en vervoerbeleid (wettelijke taak) ontvangt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) jaarlijks een vastgesteld deel van de zogenaamde Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Dit geld komt van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en is in overeenstemming met de Uitvoeringsregeling BDU verkeer en vervoer. Onderstaande tabel toont de geraamde jaarbedragen die we ontvangen binnen de kaders van deze begroting op prijspeil 2025: 2024

2025

2026

2027

2028

2029

618.317.054

724.607.800

704.588.434

704.588.434

704.588.434

704.588.434

Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat Het programma Economisch Vestigingsklimaat en de bijbehorende overhead wordt bekostigd door een jaarlijkse bijdrage per inwoner, gebaseerd op het inwonertal per gemeente op 1 januari van het voorgaande begrotingsjaar dat door het CBS is vastgesteld. Per inwoner bedraagt deze bijdrage in 2026 € 3,00. De totale bijdrage in 2026 is geraamd op € 7.466.616,-. In hoofdstuk 7 is een specificatie per gemeente opgenomen. Financiering De financiering van de ov-bedrijven aan wie de MRDH één of meerdere concessies heeft verleend bepalen uitsluitend de opbrengsten van de financieringsfunctie. De ontvangen rente wordt uitsluitend aangewend voor de bekostiging van de rente die de MRDH in dit kader moet betalen aan externe financiers. Daarnaast betalen deze ov-bedrijven een marktconformiteitsopslag, die in eerste instantie wordt aangewend voor de vorming van een risicoreserve voor financieringen. In tweede instantie is deze opslag uitsluitend beschikbaar voor de bekostiging van de programma’s verkeer en openbaar vervoer. Voor een nadere toelichting zie de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). 3.2 Overhead In lijn met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt de overhead apart van de programma’s weergegeven.

De aparte weergave maakt de overhead inzichtelijker en maakt het makkelijker om de uitgaven van de organisaties hieraan onderling te vergelijken. In de programma’s wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De commissie BBV heeft in december 2023 een nieuwe ‘Notitie Overhead 2023’ gepubliceerd. Dit is een actualisatie van de notitie overhead uit 2016. De

47

nieuwe notitie gaat in op de inhoud en reikwijdte van het begrip ‘overhead’, zoals voorgeschreven in artikel 1 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV). Deze nota legt de kaders vast voor de bepaling van de (toe te rekenen) overhead volgens de nieuwe BBV-notitie Overhead. De definitie van overhead uit artikel 1 van het BBV duidt de nieuwe notitie van de Commissie BBV als volgt: ‘het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen.’ Conform het advies van de commissie BBV, heeft de MRDH een aparte Beleidsnota Overhead 2024 opgesteld. De beleidsnota legt kaders vast voor de bepaling van overhead en de toe te rekenen overhead aan diverse onderdelen. Het algemeen bestuur van de MRDH heeft de beleidsnota op 6 december 2024 vastgesteld. Hierdoor wordt in de Beleidsbegroting en Jaarstukken volstaan met een overzicht van de doelstellingen en de actuele stand van zaken. Deze nota is van toepassing met ingang van het begrotingsjaar 2026, conform de BBV-notitie Overhead. Dit betreft zowel de personele als de materiële kosten. Volgens de Notitie Overhead 2023 van de commissie BBV zijn alle functies die onderdeel zijn van een specifieke taak in een taakveld geen onderdeel meer van de overhead.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1178/documents/40960