MRDH Nota van Beantwoording zienswijzen actieplan evaluatie MRDH vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording Zienswijzen actieplan evaluatie MRDH
Pagina 1 van 43
Inleiding Op basis van de positief-kritische reflecties uit de eerste fase van de evaluatie is met behulp van bestuurlijke en ambtelijke werksessies en gesprekken met diverse gemeenteraden, een actieplan voor de doorontwikkeling van de MRDH opgesteld. Met dit actieplan blijft de MRDH investeren in een goed functionerende Gemeenschappelijke Regeling die een bijdrage levert aan de twee pijlers van de MRDH, namelijk het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Met dit actieplan dragen we bij aan de gezamenlijke missie uit de Strategische Agenda, namelijk: ‘Meer welvaart én welzijn voor de mensen die in de metropoolregio Rotterdam Den Haag wonen, werken en leven nu en in de toekomst door verdere samenwerking, betere fysieke verbindingen en versterking van het economisch vestigingsklimaat en de regionale samenhang’. Zienswijzen Het actieplan evaluatie MRDH is vanaf 11 februari 2025 voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden van de gemeenten die samenwerken binnen de MRDH. De zienswijzeperiode duurde acht weken en eindigde op 7 april 2025. Het dagelijks bestuur heeft van 20 gemeenten een reactie ontvangen. Overzicht ontvangen zienswijzen Allereerst hebben meerdere gemeenten positief gereageerd op het actieplan. Ze herkennen zich erin en zien geen aanleiding om een inhoudelijke zienswijze in te dienen.
Op een aantal onderwerpen wordt door meerdere gemeenten ingegaan: -
Participatie De meeste gemeenten zijn positief over participatie an sich. De meningen verschillen echter over wie deze participatie vormgeeft. In het actieplan is opgenomen dat op basis van de evaluatie van de pilot inwonersparticipatie van de Mobiliteitsvisie, de MRDH nadere voorstellen zal doen voor participatie van inwoners en doelgroepen bij beleid, programma’s en projecten – aangevuld met welke partij die participatie vormgeeft, de MRDH of de gemeenten. De adviescommissies worden hierbij betrokken.
-
Deelname steunraadsleden aan adviescommissies In het actieplan staat een opening voor vertegenwoordiging onder voorwaarden van gemeenten door steunraadsleden (c.q. burgerraadsleden) in de adviescommissies. Enkele gemeenten zijn hier sterk voorstander van en enkele gemeenten sterk tegenstander, waarbij het perspectief verschilt van bredere en betere verdeling van werkzaamheden tussen (steun-)raadsleden tot gevraagde aandacht voor het belang van democratische legitimatie, juist ook bij een positionering van steunraadsleden Om steunraadsleden in de adviescommissie toe te staan, is aanpassing van de GR vereist. Een aanpassing van de GR vereist unanimiteit in de besluitvorming hetgeen als niet kansrijk wordt beschouwd gezien de expliciete verdeeldheid hierover tussen gemeenten. Derhalve is het voorstel aan het AB het actieplan te wijzigen en de opening voor steunraadsleden te schrappen.
Pagina 2 van 43
-
Ambitie versus schaarse ambtelijke capaciteit en middelen De groeiopgave van de regio en de daarbij behorende door de MRDH uitgesproken ambities zijn groot en de ambtelijke capaciteit en middelen zijn schaars. Diverse gemeenten pleiten voor een zorgvuldige afweging op basis van de taken van de MRDH. De MRDH onderschrijft dit. In zowel de Strategische Agenda als de uitvoerende visies op Mobiliteit als Economisch Vestigingsklimaat zijn scherpe keuzes gemaakt of worden voorstellen gedaan op inhoud en rol. Aanvullend gelden deze opgaven ook voor onze inliggende gemeenten en belangrijke stakeholders. De noodzakelijke en urgente opgaven in onze regio vragen echter wel om uitvoeringskracht, dat door o.a. arbeidsmarktkrapte en financiële kortingen bij de overheid onder druk staat. Om die reden is afgelopen periode initiatief genomen tot MRDH Support en zal MRDH op basis van de adviezen van Berenschot voorstellen doen om de werkorganisatie op niveau te brengen. Daarbij wordt gekeken naar de oorspronkelijke afspraken en ingeloste verwachtingen over de omvang van de organisatie in relatie tot de (on-)mogelijkheden van toeleverantie vanuit de gemeenten en in vergelijk met de Vervoerregio Amsterdam. Uitgangspunt hierbij is dat deze beweging niet leidt tot beperking van programma- en projectbudgetten en/of verzwaring van de gemeentelijke bedrage (EV).
-
Positie van het Economisch Vestigingsklimaat Diverse gemeenten maken kritische opmerkingen over de achterblijvende effectiviteit van het beleid rond het economisch vestigingsklimaat. Hierbij worden de conclusies uit het evaluatierapport van Berenschot aangehaald. Er wordt aangegeven dat op dit onderwerp de meeste verbetering gewenst is. Andere gemeenten geven met nadruk aan dat de gemeentelijke inwonersbijdrage aan het economisch vestigingsklimaat van MRDH op lijsten staat met niet wettelijke taken, en dus mogelijk ingezet kunnen gaan worden als bezuinigingspost. Andere gemeenten pleiten vooral voor een integrale benadering van het economisch vestigingsklimaat met het mobiliteitsbeleid. Met de visie op Economisch Vestigingsklimaat komt de MRDH – in afstemming en samenspraak met de 21 gemeenten en stakeholders – tot voorstellen over de focus, afbakening en rol van MRDH. Het vergroten van impact om de regionale opgaven te beantwoorden, is daarbij nadrukkelijk uitgangspunt. Na het zomerreces wordt beoogd deze visie, samen met de Mobiliteitsvisie in procedure te brengen. De integraliteit tussen de beide beleidsvelden wordt inhoudelijk en procesmatig versterkt.
Aanvullend worden voorstellen gedaan op de bekostiging van de taken en organisatie van Economisch Vestigingsklimaat die recht doen aan de inhoudelijke opgaven, reflecties vanuit Berenschot, de zorgen van gemeenten over hun financiële perspectieven én het belang van meerjarige continuïteit.
Aanpassingen naar aanleiding van zienswijzen De zienswijzen geven aanleiding om het actieplan aan te passen: - In strategische visiedocumenten nemen we zoveel mogelijk concrete, meetbare en haalbare doelen op; - De mogelijkheid om steunraadsleden te benoemen als lid van de adviescommissie wordt geschrapt; - We voeren een verkenning uit naar de (on)mogelijkheden van het verstrekken van een vergoeding aan adviescommissieleden. We agenderen een bestuurlijke memo over dit onderwerp in de overleggremia van de MRDH. Hierna volgt de beantwoording van de zienswijzen per gemeente. Pagina 3 van 43
Albrandswaard Algemeen Met uw brief van 11 februari 2025 heeft u het ontwerp actieplan evaluatie MRDH toegestuurd om ons gelegenheid te geven een zienswijze in te dienen. Wij hebben het ontwerp actieplan behandeld in onze raadsvergadering van 22 april 2025.Het ontwerp actieplan is voor ons reden tot het maken van de navolgende opmerkingen op de vijf in het plan uitgezette actielijnen. Wij verzoeken het algemeen bestuur onze opmerkingen te betrekken bij zijn afweging over het vaststellen van het actieplan evaluatie MRDH. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw zienswijze en werken graag met u en de andere gemeenten verder samen aan de uitwerking van het actieplan. Inhoudelijke opmerkingen Verdere ontwikkeling van de ambtelijke organisatie De gemeente Albrandswaard staat positief tegenover de gekozen insteek van het doen van voorstellen voor versterking van de ambtelijke organisatie, zonder dat dit de project - of programmamiddelen of de bijdrage van de gemeenten belast. Versterking van de ambtelijke organisatie vergroot de wendbaarheid van de MRDH en dat is belangrijk voor het uitvoeren van de complexe opgaven op het gebied van vervoer en economie. Reactie algemeen bestuur De positieve houding t.o.v. de voorstellen voor versterking van de ambtelijke organisatie wordt gewaardeerd.
De door u aangegeven benadering waarbij de project – of programmamiddelen of gemeentelijke bijdragen niet extra worden belast, sluit aan bij de gezamenlijke ambitie om de uitvoeringskracht van de regio en haar inliggende gemeenten te versterken binnen de bestaande financiële kaders. Samenwerken met de Vervoersautoriteit Het college van Albrandswaard heeft de deelname aan het proces voor het realiseren van een Mobiliteitsvisie opgestart door in gesprek te gaan met de bestuurlijk verkenner van de MRDH, de heer Jan Luteijn. Onderdeel van het gesprek was hoe de in maart 2024 vastgestelde Mobiliteitsvisie Albrandswaard zich verhoudt tot het realiseren van een Mobiliteitsvisie van de MRDH. Onze inzet is dat de lokale en de regionale visie goed op elkaar aansluiten. Daarnaast zien wij graag dat de MRDH opgaven oppakt die gemeente-overstijgend zijn. Wij denken dan aan alle vormen van Publieke Mobiliteit, waaronder o.a. ook vervoer over water. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur onderschrijft de inzet om de lokale en regionale visies goed op elkaar te laten aansluiten om zo een samenhangende en effectieve aanpak van de opgaven binnen de regio te waarborgen. De inbreng die tijdens de verschillende sessies ten behoeve van de op te stellen Mobiliteitsvisie is geleverd, wordt zorgvuldig meegenomen in de uitwerking.
De conceptvisie zal conform procedure ter zienswijze worden aangeboden aan de 21 gemeenten in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Bij de nadere uitwerking van de Mobiliteitsvisie wordt aandacht besteed aan nieuwe doelen voor de komende jaren. Publieke mobiliteit is een van de keuzes in de Mobiliteitsvisie, waarbij voorstellen worden gedaan hoe deze uitwerking ter hand te Pagina 4 van 43
nemen. De reflecties vanuit de bestuurlijke ronde die door de heer Jan Luteijn zijn opgehaald, zijn in deze voorstellen verwerkt. We nodigen u uit uw specifieke mobiliteitswensen en suggesties ook onderdeel te laten zijn van uw zienswijze op de Mobiliteitsvisie. Samenwerken aan het Economisch Vestigingsklimaat De gemeente Albrandswaard is voorstander van het ontwikkelen van een nieuwe visie van de MRDH op het Economisch Vestigingsklimaat. Wij zullen kritisch volgen hoe de op te stellen visie zich verhoudt tot de gemeentelijke opvattingen over het Economisch Vestigingsklimaat. Dit mede vanwege onze bijzondere ligging vlakbij de Rotterdamse haven, die scherpe keuzes nodig maakt over het type bedrijven dat Albrandswaard wil stimuleren zich binnen de gemeente te vestigen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur stelt het op prijs dat gemeente Albrandswaard met een positieve en kritische blik meedenkt over de op te stellen visie voor het Economisch Vestigingsklimaat. Een constructieve houding draagt immers bij aan de kwaliteit en het draagvlak van de uiteindelijke visie. Net zoals bij eerdere visietrajecten wordt gestreefd naar een zorgvuldig proces, waarin rekening wordt gehouden met de input en belangen van betrokken partijen.
Met hetgeen u meegeeft over de positie van uw gemeente ten opzichte van de Rotterdamse haven, een van de belangrijke regionale en nationale economische clusters onderstreept u het belang van gemeente overstijgende samenwerking en uw inzet daarbinnen. Een nader op te stellen (politiek / strategisch) wenselijk regionaal economisch profiel, maakt onderdeel uit van dit traject. Dit alles met het oog op het behalen van de gezamenlijke regionale doelstellingen en het versterken van het economisch vestigingsklimaat in de regio. Democratische legitimiteit en raadsbetrokkenheid De gemeente Albrandswaard staat positief tegenover de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen, op uitdrukkelijk verzoek van de burgemeester, steunraadsleden te kunnen betrekken bij de adviescommissies van de MRDH. Wel vragen wij ons af welke uitzonderlijke situaties u voor ogen heeft. Wij verwachten dat de aanpassing van het Regelement van orde van de adviescommissies hierover meer duidelijkheid zal verschaffen. Ook de inzet van de P&C cyclus als instrument ten behoeve van de monitoring en deling van tussentijdse uitkomsten en lopende projecten zien wij als een verbetering. Dat laat echter onverlet dat wij indien nodig ook graag tussentijds worden geïnformeerd. Reactie algemeen bestuur In de evaluatie zijn diverse voorstellen gedaan met betrekking tot de invulling en samenstelling van de adviescommissies.
Zoals aangegeven, lopen de opvattingen van de verschillende gemeenten uiteen. Komende periode zullen voorstellen worden uitgewerkt, waarna een definitieve afweging gemaakt kan worden door het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur waardeert de erkenning van de P&C-cyclus als effectief instrument voor monitoring en tussentijdse informatievoorziening. Tegelijkertijd wordt de behoefte aan tussentijdse informatievoorziening buiten de formele momenten om, ook begrepen. Indien daartoe aanleiding is, zal vanzelfsprekend ook tussentijds actief worden gecommuniceerd. Participatie en inwonersbetrokkenheid Wij staan open voor uw voorstellen voor participatie van inwoners en doelgroepen bij beleid, programma’s en projecten. De gemeente hecht veel waarde aan participatie op onderwerpen die onze inwoners direct raken. Wel worden wij graag op Pagina 5 van 43
voorhand op de hoogte gehouden van de participatieprocessen waarbij onze inwoners worden betrokken. Dit om antwoord te kunnen geven op mogelijke vragen die rechtstreeks aan de gemeente worden gesteld. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur deelt het belang dat door de gemeente gehecht wordt aan participatie op onderwerpen die inwoners direct raken. Het is dan ook begrijpelijk dat u tijdig geïnformeerd wenst te worden over participatieprocessen waarbij inwoners betrokken worden. Hier zal uiteraard oog voor zijn. Op basis van de evaluatie van de pilot inwonersparticipatie van de Mobiliteitsvisie en de suggesties die zijn gedaan, zal de MRDH nadere voorstellen doen voor participatie van inwoners en doelgroepen bij beleid, programma’s en projecten – aangevuld met welke partij die participatie vormgeeft, de MRDH of de gemeenten. Hierbij hebben ook de adviescommissies een rol. Barendrecht Algemeen Op 11 februari 2025 ontvingen wij uw aanbiedingsbrief en het ontwerpactieplan naar aanleiding van de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). U heeft ons in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Het ontwerpactieplan is besproken in onze raadsvergadering van 15 april 2025. Graag geven wij u ten aanzien van dit plan enkele aandachtspunten mee.
Wij vertrouwen erop dat wij met deze zienswijze onze aandachtspunten hebben kunnen meegeven en kijken uit naar voortzetting van de constructieve samenwerking. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw zienswijze en werken graag met u en de andere gemeenten verder samen aan de uitwerking van het actieplan. Inhoudelijke opmerkingen Versterken ambtelijke organisatie MRDH De eerste actielijn uit het ontwerpactieplan betreft het versterken van de ambtelijke organisatie van de MRDH. Als de organisatie van de MRDH verder wordt ontwikkeld en mogelijk wordt vergroot, dan zal daarvan het gevolg zijn dat ook de productie (qua beleid, overleggen en projecten) toeneemt. Als die stap wordt gezet is het cruciaal om te toetsen of de gemeenten deze verhoogde productie kunnen bijbenen. Kleine gemeenten moeten nu vaak al kiezen welke overleggen worden bijgewoond. Het aantal overleggen neemt bij het vergroten van de organisatie van de MRDH mogelijk verder toe. Hierbij bestaat het risico dat dit de kwaliteit van de overleggen en het aanhaken tussen gemeenten en de MRDH niet ten goede komt. Dus een verhoogde productie kan ook afbreuk doen aan de kwaliteit van de samenwerking. Dit geven wij u graag ter overweging mee. Reactie algemeen bestuur Dank voor het delen van bovenstaande overweging.
We begrijpen de gemaakte koppeling tussen verdere ontwikkeling van de organisatie en een mogelijke toename van overlegstructuren, maar benadrukken dat dit geen vanzelfsprekend gevolg hoeft te zijn. De beoogde uitbreiding van de organisatie is juist gericht op een duurzame en efficiënte versterking van de ambtelijke capaciteit, in het licht van de bij oprichting beoogde capaciteit en de daadwerkelijke realisatie daarvan in de huidige opgaven voor gemeenten – zowel ten aanzien van financiën als arbeidsmarktkrapte, aangevuld met de omvangrijke impactvolle dossiers zoals recent OV&Corona, de nasleep en impact daarna op onze vervoerbedrijven en de grote Pagina 6 van 43
infrastructurele projecten die realisatie naderen. Om de gemeenten slim te versterken in het behalen van lokale en regionale doelen, aanvullend kosten efficiënt te werken en kennis in de regio beschikbaar te houden, heeft MRDH eerder het initiatief tot MRDH Support genomen. Deze inzet wordt gewaardeerd en onze medewerkers zijn bij veel gemeenten van toegevoegde waarde (geweest). Onze inzet is en blijft gericht op een effectieve benutting van bestaande overleggen, in plaats van een toename ervan. Samenwerking op het thema economisch vestigingsklimaat Berenschot constateert in de rapportage van 2024 dat de urgentie om samen te werken aan het economisch vestigingsklimaat in de MRDH hoog is. Wij herkennen deze constatering, die in de derde actielijn wordt uitgewerkt, maar achten het van belang dat de MRDH goed onderzoekt wat de MRDH zelf kan en moet doen op dit vlak. Bij de provincie Zuid-Holland, het Innovation Quarter (IQ) en het Ministerie van Economische Zaken, maar ook bij de gemeenten Rotterdam en Den Haag is op dit thema veel meer capaciteit en expertise aanwezig dan wat de MRDH hierop kan bieden (met een team van circa 8 fte voor het economisch vestigingsklimaat).
De opgave voor de MRDH ligt naar onze mening vooral in deze vraag: hoe kunnen 21 gemeenten tezamen de denk- en slagkracht op de slimste wijze organiseren? Reactie algemeen bestuur Met de visie op Economisch Vestigingsklimaat komt de MRDH – in afstemming en samenspraak met de 21 gemeenten en stakeholders – tot voorstellen over de focus, afbakening en rol van MRDH. Het vergroten van impact om de regionale opgaven te beantwoorden is daarbij nadrukkelijk uitgangspunt. Na het zomerreces wordt beoogd deze visie, samen met de Mobiliteitsvisie in procedure te brengen. De integraliteit tussen de beide beleidsvelden wordt inhoudelijk en procesmatig versterkt. Aanvullend worden voorstellen gedaan op de bekostiging van de taken en organisatie van Economisch Vestigingsklimaat die recht doen aan de inhoudelijke opgaven, reflecties vanuit Berenschot, de zorgen van gemeenten over hun financiële perspectieven én het belang van meerjarige continuïteit. Aandachtspunt ten aanzien van participatie De MRDH wil meer aandacht besteden aan participatie, zo blijkt uit actielijn 5 van het ontwerpactieplan. Ondanks dat daarbij wordt gesteld dat participatie geen doel op zich is, worden in deze actielijn diverse acties benoemd die weinig bijdragen aan de kwaliteit en bewonersbetrokkenheid.
Als voorbeeld kan worden aangehaald dat bij het opstellen van de Mobiliteitsvisie er veel tijd is gestoken in bewonersparticipatie door in alle gemeenten gesprekken te voeren met diverse bewoners. De inzichten die dit heeft opgeleverd zijn echter zeer lastig in te passen in een beleidsvisie, vooral omdat het om individuele ervaringen gaat. Het is wellicht beter om participatie via de gemeenteraden te organiseren. Een goed voorbeeld daarvan is het proces rondom de vervoerplannen van de bussen. Door die in de gemeenteraden te bespreken is er ruimte voor inspraak vanuit alle gemeenten en kunnen bewoners ook inspreken. Dat levert soms daadwerkelijk een versterking op van de plannen. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw suggestie voor de organisatie van participatie via de gemeenteraden. Op basis van de evaluatie van de pilot inwonersparticipatie van de Mobiliteitsvisie en de suggesties die zijn gedaan, zal de MRDH nadere voorstellen doen voor participatie van inwoners en doelgroepen bij beleid, programma’s en projecten – aangevuld met welke partij die participatie vormgeeft, de MRDH of de gemeenten. Hierbij hebben ook de adviescommissies een rol. Pagina 7 van 43
Capelle aan den IJssel Algemeen Op 11 februari 2025 heeft u ons het ontwerp Actieplan Evaluatie MRDH toegezonden. Wij hebben het ontwerp Actieplan Evaluatie MRDH besproken in onze raadsvergadering van 14 april 2025. Wij hebben besloten geen zienswijze in te dienen ten aanzien van het ontwerp Actieplan Evaluatie MRDH. Wel geven wij u als signaal een suggestie mee als het gaat om het vergroten van de raadsbetrokkenheid bij de 21 MRDHgemeenten. Kijk ook hoe de MRDH-gemeenten kunnen leren van elkaar én hoe de MRDH kan leren van andere Metropoolregio’s. Overigens kijken wij terug op een prettige samenwerking met en binnen de MRDH in de afgelopen 10 jaar. Daarvoor onze complimenten. Reactie algemeen bestuur Wij nemen kennis van het feit dat de gemeente geen zienswijze indient. Uw signaal over het vergroten van de raadsbetrokkenheid van de 21 gemeenten en hoe het lerend vermogen kan worden vergroot, nemen wij ter harte. Tegelijkertijd merken we op dat vanuit MRDH de afgelopen jaren diverse initiatieven zijn ondernomen die tot doel hebben het samenspel met raden – via en met de adviescommissies – te versterken. De MRDH kent een aantal instrumenten voor gemeenteraden die de raadsbetrokkenheid kunnen vergroten. We zien dat niet alle gemeenteraden deze instrumenten ook daadwerkelijk gebruiken.
Na het aantreden van de nieuwe gemeenteraden besteden we nadrukkelijk aandacht aan deze instrumenten. Onze werkorganisatie is graag bereid hierop ook individueel een toelichting te geven, bijvoorbeeld door een raadsbezoek aan uw gemeente. De MRDH heeft nauwe contacten met andere (metropool)regio’s. Regelmatig worden ervaringen gedeeld en gezamenlijk opgetrokken. We danken u voor de uitgesproken complimenten. Delft Algemeen Op 10 februari 2025 heeft u de raad van de gemeente Delft het “Ontwerp-Actieplan Evaluatie Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag” toegestuurd ter zienswijze. In deze brief leest u onze reactie. Waardering voor proces en kwaliteit van de evaluatie Wij maken van de gelegenheid gebruik om ons positieve geluid te laten horen over de wijze waarop de gemeenten betrokken zijn bij het feitenonderzoek door Berenschot en in de sessies in de regio. Het feitenonderzoek van Berenschot heeft duidelijk gemaakt wat er vanuit collectieve kracht van de 21 gemeenten aan resultaten is geboekt en wat de extra impact kan zijn van een sterkere gezamenlijke strategische focus op het economisch vestigingsklimaat. De start- en scale-ups in onze regio behoren qua impact en prestaties tot de wereldtop. Als MRDHgemeenten samen kunnen we bijdragen aan een duurzame economische ontwikkeling, mede vanuit de ontwikkelpotentie vanuit het Innovatie District Delft.
Waardering voor waardevol actieplan Wij herkennen ons in de opvolging die u met dit actieplan geeft aan de opbrengst uit de evaluatie: Pagina 8 van 43
In het bijzonder spreken wij onze steun uit over het opnemen van de ruimte voor inzet van steunraadsleden bij adviescommissies in hun reglement van orde, overeenkomstig onze eerdere zienswijze. Wij hebben er begrip voor dat dit een nadrukkelijk burgemeestersverzoek aan de MRDH vraagt, opdat elke raad in de regio hierover haar eigen afweging met betrekking tot lokale democratische legitimiteit kan maken. We steunen uw voorstellen voor een stevigere informatie- en klachten-positie voor inwoners in met name enkele onderdelen van de MRDH-Vervoersautoriteit en uw doel om daarmee de legitimiteitservaring van toekomstige besluitvorming te vergroten. Ook zien wij grote toegevoegde waarde in de voorgestelde aanpak op het verbeteren van de participatie van inwoners en doelgroepen bij beleid, programma’s en projecten. Hierbij zien wij een belangrijke rol weggelegd voor de volksen raadsvertegenwoordigers in de adviescommissies als het gaat om het bepalen van het benodigde niveau van participatie en het betrekken van diverse doelgroepen. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw zienswijze en werken graag met u en de andere gemeenten verder samen aan de uitwerking van het actieplan. Inhoudelijke opmerkingen Vergoeding voor de leden van de adviescommissie In onze eerdere zienswijze1 verzochten wij u om een vergoeding voor de leden van de adviescommissie op te nemen in de GR.
U gaf u aan de vergoeding te behandelen in de evaluatie. Het onderwerp is vervolgens niet aan de orde geweest in de regionale en lokale sessies in de evaluatie. Daar lag de focus op de invulling van de aanbevelingen uit het externe onderzoek door Berenschot en eventuele lokale aandachtspunten daarbij. Het regionale draagvlak voor een vergoeding is daarmee onbekend. Wij verzoeken u in het actieplan op te nemen dat u alternatieve mogelijkheden voor de vergoeding voor de commissie-inzet in beeld zult brengen. Waaronder een of meer alternatieven die uitvoerbaar zijn zonder wijziging van de GR MRDH en voor de alternatieven zonder en met GR wijziging het draagvlak te pijlen. Specifiek vragen wij u dit voor te leggen aan het Dagelijks bestuur, de adviescommissies en het algemeen bestuur. Reactie algemeen bestuur Uit de gesprekken die Berenschot heeft gevoerd en uit de regionale werksessies die zijn gehouden is niet gebleken dat het verstrekken van een vergoeding aan adviescommissieleden een breed gedragen behoefte is. Om die reden is geconcludeerd dat de evaluatie nu geen aanleiding geeft voor verdere aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling. Daarom is hiertoe geen voorstel opgenomen in het actieplan evaluatie.
Overigens is met betrekking tot het verkennen van mogelijkheden voor vergoeding van adviescommissieleden in het actieplan wel opgenomen dat de MRDH voorstellen zal maken om de aantrekkelijkheid van de rol van (leden van) de adviescommissies te vergroten. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat het verstrekken van een vergoeding aan adviescommissieleden alleen kan als de adviescommissie gebaseerd is op artikel 24a Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). In dat geval is deelname door Pagina 9 van 43
steunraadsleden niet mogelijk. De huidige adviescommissies zijn gebaseerd op artikel 24 Wgr. Een eventuele vergoeding is dan alleen mogelijk voor leden van ‘buiten’: leden die geen raadslid, collegelid of burgemeester zijn bij een van de deelnemende gemeenten. Iedere wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling vergt unanimiteit van alle 21 gemeenten. We passen het actieplan aan door op te nemen dat we een verkenning zullen uitvoeren naar de (on)mogelijkheden van het verstrekken van een vergoeding aan adviescommissieleden. We agenderen een bestuurlijke memo over dit onderwerp in de overleggremia van de MRDH. Concrete, meetbare, haalbare doelen in strategische documenten Wij vragen uw aandacht voor het stellen van concrete, meetbare, haalbare doelen in uw strategische documenten, allereerst in de Mobiliteitsvisie, de visie op het economisch vestigingsklimaat en de strategische agenda. Dit conform de aanbevelingen vanuit het externe onderzoeksrapport van Berenschot en de eerdere aanbevelingen van de rekenkamer Rotterdam. Wij verzoeken u hierover een expliciete actie te formuleren in het actieplan, mede met het oog op toekomstige strategische documenten. Reactie algemeen bestuur We onderschrijven uw oproep om in de strategische visiedocumenten die worden opgesteld zoveel mogelijk concrete, meetbare en haalbare doelen op te nemen. We passen het actieplan hierop aan.
De rol van de adviescommissie bij de inzet van participatie Het is goed dat er aandacht zal worden besteed aan de rol van de adviescommissies bij de inzet en vorm van participatietrajecten. Wij vragen u het voorgenomen voorstel voor participatie van inwoners en doelgroepen bij beleid, programma’s en projecten, ter advisering aan te bieden aan de adviescommissies, voorafgaand aan bestuurlijke vaststelling. Wij vragen u ook in het kader in elk geval in te gaan op de rol van de adviescommissies bij de inzet van participatietrajecten, wanneer projecten gemeentegrensoverschrijdend zijn en behoren tot de MRDH-taken. Tot slot, maak uw participatiebeleid binnen de MRDH meetbaar, zodat de aanpak bij de volgende evaluatie van de GR geëvalueerd en gedeeld kan worden met de gemeenteraden. Reactie algemeen bestuur Op basis van de evaluatie van de pilot inwonersparticipatie van de Mobiliteitsvisie en de suggesties die zijn gedaan (inclusief de door u in deze zienswijze ingebrachte suggesties), zal de MRDH nadere voorstellen doen voor participatie van inwoners en doelgroepen bij beleid, programma’s en projecten – aangevuld met welke partij die participatie vormgeeft, de MRDH of de gemeenten. Hierbij hebben ook de adviescommissies een rol.
Den Haag Algemeen Er is vanuit Den Haag waardering voor de zorgvuldige wijze waarop de evaluatie is uitgevoerd met uitgebreide rondes om input van verschillende betrokkenen op te halen. De gemeenteraden, leden van de adviescommissies en bestuurders zijn in alle fasen van de evaluatie betrokken geweest en hebben input kunnen leveren. De conclusies en verbeterpunten die in het rapport worden beschreven, zijn voor Den Haag grotendeels herkenbaar.
Pagina 10 van 43
Aan de hand van de uitkomsten van het evaluatierapport heeft de MRDH sessies georganiseerd met leden van het algemeen bestuur, bestuurscommissies, adviescommissies en ambtelijke vertegenwoordigers om verbeterpunten te inventariseren en te bespreken. Net voor het zomerreces is het rapport van de Haagse Rekenkamer over de MRDH gepubliceerd, waarin een vergelijking is gemaakt van de invloed van volksvertegenwoordigers en burgers op de verkeersen vervoertaken van de MRDH, de Vervoerregio Amsterdam en de provincie Utrecht. De uitkomsten van dit onderzoek zijn betrokken bij de sessies over de mogelijke verbeterpunten. Kortom, ook het proces rondom de totstandkoming van het actieplan heeft op een zorgvuldige en transparante manier plaatsgevonden. Den Haag kan zich op hoofdlijnen vinden in de actielijnen van het ontwerp actieplan evaluatie MRDH. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw zienswijze en werken graag met u en de andere gemeenten verder samen aan de uitwerking van het actieplan. Inhoudelijke opmerkingen Nadrukkelijke aandacht voor efficiënte, effectiviteit en transparantie MRDH-organisatie Den Haag kan zich op hoofdlijnen vinden in de actielijnen van het ontwerp actieplan evaluatie MRDH. Den Haag vraagt nadrukkelijk aandacht voor de efficiëntie, effectiviteit en transparantie van de MRDH-organisatie.
Den Haag wil dat de MRDH zich ontwikkelt tot een meer doelgerichte en kleine organisatie, die zich richt op haar kerntaken en gebruik maakt van expertise en uitvoeringskracht van de deelnemende gemeenten. Extra inzet ten behoeve van de vervoerregio kan voortkomen uit het schrappen van onnodige inzet op andere terreinen. We willen een externe kritische doorlichting van het apparaat om deze transitie te maken. Reactie algemeen bestuur De oproep om de MRDH-organisatie doelgericht en compact te houden, met focus op haar taken, zien we als vanzelfsprekend uitgangspunt. De MRDH opereert binnen de kaders van de haar in de gemeenschappelijke regeling of bij wet toebedeelde taken en bevoegdheden, en de daaruit voortvloeiende Strategische Agenda, zoals na de zienswijze door de raden, vastgesteld in het algemeen bestuur waarin de 21 gemeenten vertegenwoordigd zijn. Het is tegelijkertijd belangrijk te onderkennen dat de opgaven waarvoor de organisatie staat omvangrijk en complex zijn; zowel ten aanzien van financiën als arbeidsmarktkrapte, aangevuld met de omvangrijke impactvolle dossiers zoals recent OV&Corona, de nasleep en impact daarna op onze vervoerbedrijven en de grote infrastructurele projecten die realisatie naderen. Dit zorgt ervoor dat de druk op de beschikbare capaciteit toeneemt.
Aanvullend geldt ook dat de bij oprichting van MRDH beoogde inzet van gemeentelijke capaciteit en de daadwerkelijke realisatie daarvan zowel ten aanzien van financiën als arbeidsmarktkrapte niet tot stand is gekomen. Daarbij wordt geconstateerd dat de capaciteit binnen de deelnemende gemeenten voor beide pijlers (Va en EV) om uiteenlopende redenen ook onder druk staat. Om die reden is afgelopen periode initiatief genomen tot MRDH Support en zal MRDH op basis van Berenschot voorstellen doen om de werkorganisatie op niveau te brengen. Daarbij wordt gekeken naar de oorspronkelijke afspraken en ingeloste verwachtingen over de omvang van de organisatie in relatie tot de (on-)mogelijkheden van toeleverantie vanuit de gemeenten en in vergelijk met de Vervoerregio Amsterdam. Uitgangspunt daarbij is dat deze beweging niet leidt tot beperking van programma- en projectbudgetten en/of verzwaring van de gemeentelijke bedrage (EV). Pagina 11 van 43
Blijvende inzet in de lobby richting het Rijk over het knelpunt rondom de beschikbare middelen voor regionale mobiliteit We merken verder op dat de beschikbare budgetten vanuit het Rijk voor regionale mobiliteit onder druk staan. We vragen dan ook extra aandacht aan de MRDH om dit knelpunt bij het Rijk aan de orde te blijven stellen. Reactie algemeen bestuur Het door u afgegeven signaal met betrekking tot de beschikbare Rijksbudgetten voor regionale mobiliteit wordt herkend en gedeeld. De MRDH voert samen met de Vervoerregio Amsterdam en met ervaren support van onze gemeenten, een intensieve lobby om de administratieve fout die leidt tot een dreigende bezuiniging van €110 miljoen op de BDU (MRDH:€ 59 miljoen) ongedaan te maken. Het waarborgen van voldoende en structurele middelen voor mobiliteit is essentieel om de regionale opgaven op een samenhangende en toekomstgerichte manier te kunnen blijven uitvoeren. De gremia worden periodiek bijgepraat over de strategie van de lobby, de vertaling naar concrete acties en gemeentelijke versterking daarvan. Aanvullend worden de raden in hun informatie voorzien via periodieke collegebrieven.
Prioritering voor de realisatie van reeds in gang gezette projecten, waaronder INTHR Indien budgettaire knelpunten ingrepen in de dagelijkse uitvoering van het ov systeem nodig maken, dienen mogelijke keuzes samen met de gemeenten besproken te worden, voordat er besluiten aan de verschillende MRDH gremia worden voorgelegd. De ervaren (sociale) veiligheid in bus en tram is een randvoorwaarde voor goed OV en de beschikbare budgetten voor veiligheid mogen dan ook niet als sluitpost worden gebruikt. Verder gaan we er vanuit dat alle projecten die in gang zijn gezet, zoals INTHR, de komende tijd conform afspraken in de SOK doorgang kunnen vinden en dat hieraan prioriteit wordt gegeven. Dat vraagt commitment van de MRDH én van de gemeente. Voor de overige ambities moet een concreet uitvoeringsplan met een prioritering worden opgesteld waarbij de focus ligt op de kerntaak verbeteren van de mobiliteit. De beschikbare budgetten voor veiligheid mogen niet als sluitpost worden gebruikt. Reactie algemeen bestuur Uw inbreng wordt onderschreven. Onze inzet is, in het licht van de grote opgaven waar overheden voor staan, gericht op correctie van de administratieve fout die leidt tot een dreigende bezuiniging van € 110 miljoen op de BDU (MRDH: €59 miljoen).
Mocht rond Prinsjesdag blijken dat het kabinet deze omissie niet herstelt, zal een plan van aanpak worden vastgesteld om te komen tot invulling. Daarbij worden zowel de gremia als de ambtelijke organisaties van de 21 gemeenten nauw betrokken. Het laten aansluiten van de economische- en mobiliteitsvisie bij visies (zoals Netwerkstrategie 2040) van de gemeenten en die van relevante partijen in de regio. Hierbij is het wenselijk als de MRDH een financiële meerjarenstrategie ontwikkelt voor de komende 20 jaar, waarbij grote keuzen, zoals automatische metro, toekomst Krakeling, ZoRo-lijn en verlengen tramtunnel Grote Marktstraat worden geprogrammeerd. De raad van Den Haag ziet graag n.a.v. de evaluatie dat bij de volgende MRDH visie op Economisch Vestigingsklimaat gefocust wordt op de synergie tussen het mobiliteitsbeleid en het economisch vestigingsklimaat. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de meerjarenbegroting Vervoersautoriteit vast. Deze meerjarenbegroting geeft een overzicht van beschikbare middelen per jaareinde voor het uitvoeren van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 Pagina 12 van 43
jaar. Daarnaast kijkt het meerjarenbeeld BDU nog langer door dan de 20 jaar van de meerjarenbegroting en bevat het overzicht van alle inhoudelijke opgaven die direct bijdragen aan de doelen uit de Strategische Agenda (werkvoorraad) en geeft inzicht in de match tussen deze opgaven de beschikbare middelen. Wij beschouwen uw zienswijze als een onderschrijving om naast het formuleren van scherpe inhoudelijke ambities in onze Strategische Agenda en visies, deze financiële instrumenten goed te benutten. Integraliteit is een belangrijk uitgangspunt bij beide genoemde visies. Om die reden worden beide visies gelijktijdig in zienswijzeprocedure gebracht en worden bestuurs- en adviescommissieleden van zowel de Vervoersautoriteit als het Economisch Vestigingsklimaat hierbij betrokken. De visies worden in onderlinge samenhang opgesteld, met als doel optimale synergie te realiseren. Invulling actielijn participatie Ten slotte zijn we ten sterkste tegen de voorgenomen invulling van de actielijn participatie van het actieplan. Alle participatie dient te verlopen via de deelnemende gemeenten, zodat inwoners en ondernemers via vertrouwde kanalen hun mening kunnen geven en de gemeenteraad, als directe democratische vertegenwoordiging, deze inbreng kan meewegen in zijn zienswijze aan en handelen naar de MRDH.
De MRDH dient besluitvormingsprocessen aan te passen om gemeenteraden in staat te stellen om de participatie goed vorm te geven en heeft hierin een coördinerende en faciliterende rol. De actielijn participatie moet uitsluitend hierop worden gericht. Tijdigheid van aanlevering van stukken is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur neemt kennis van uw standpunt. Op basis van de evaluatie van de pilot inwonersparticipatie van de Mobiliteitsvisie en de suggesties die zijn gedaan, komt de MRDH met nadere voorstellen voor participatie van inwoners en doelgroepen bij beleid, programma’s en projecten – aangevuld met welke partij die participatie vormgeeft, de MRDH of de gemeenten. De adviescommissies worden hierbij betrokken. Evaluatie beleid rondom toegankelijkheid Het beleid rondom toegankelijkheid te evalueren, zoals vastgelegd in het MRDH ‘Beleidskader Toegankelijk Openbaar Vervoer 2024’ en het ‘Uitvoeringsprogramma Toegankelijk Openbaar Vervoer MRDH 2024 – 2028’. Hierbij mensen te betrekken met en zonder functiebeperkingen (waaronder kinderen) en representatieve organisaties. Reactie algemeen bestuur Dank voor uw suggestie. Deze valt echter buiten de reikwijdte van de zienswijze op de evaluatie van de GR MRDH en hoort thuis binnen de zienswijze op de Mobiliteitsvisie.
Wel kan het algemeen bestuur u al informeren dat toegankelijk openbaar vervoer een belangrijke voorwaarde vormt binnen de Mobiliteitsvisie voor de mobiliteit van de toekomst en daarom nadrukkelijk wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de visie. Dit beleid is bovendien gestoeld op Europese regelgeving over het vervoer van personen met een functiebeperking. Krimpen aan den IJssel Algemeen
Pagina 13 van 43
Allereerst willen wij u van harte feliciteren met het tienjarig bestaan van de MRDH. Wij onderschrijven het belang van regionale samenwerking. Door samen te werken komen we verder en zo bereiken we gezamenlijk meer resultaten. We doen dit om onze regio te versterken om te zorgen dat onze inwoners hier prettig kunnen wonen, werken en leven. De afgelopen jaren vonden er verschillende evaluaties plaats van de gemeenschappelijke regeling. De ‘grote’ evaluatie was daarin een nieuw hoofdstuk, voortbouwend op eerdere evaluaties. U heeft daarvoor een uitgebreid proces doorlopen waarin u alle betrokken partijen meenam. Vooral de adviescommissieleden hadden de gelegenheid om actief mee te doen op zowel proces als inhoud. Wij zien een actieplan dat we herkennen uit het doorlopen proces. Wij ondersteunen de voorgestelde aanpak. Voor de inhoud van het actieplan willen we drie reflecties met u delen. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw felicitaties en uw zienswijze en werken graag met u en de andere gemeenten verder samen aan de uitwerking van het actieplan. Inhoudelijke opmerkingen Democratische legitimering: vertegenwoordiging en verantwoording Berenschot concludeert terecht dat de MRDH feitelijk sterk democratisch is gelegitimeerd. Ook constateren zij dat de ervaren legitimatie achterblijft. We willen dit met elkaar versterken.
U heeft al verschillende wijzigingen doorgevoerd om dit te verbeteren. In het actieplan staat daarbovenop een opening voor vertegenwoordiging van gemeenten door steunraadsleden (c.q. burgerraadsleden) in de adviescommissies. Onze adviescommissieleden gaven eerder aan dat zij geen voorstander zijn van het betrekken van steunraadsleden bij adviescommissies. Wij zijn ook geen voorstander van de uitzondering die u beschrijft in het actieplan. Dit lijkt op een pragmatisch ingestoken compromis dat afdoet aan de grote waarde die wij hechten aan democratische legitimiteit. De waardevolle inzet van niet-gekozen inwoners is gericht op het ondersteunen en versterken van gemeenteraadsfracties. De inzet is niet gericht op het vertegenwoordigen van een gemeente in regionale samenwerkingsverbanden. Het is wat ons betreft geen oplossing om de ervaren democratisch legitimiteit te versterken. Dit komt omdat de democratische legitimiteit ieder geval niet wordt versterkt door het inzetten van niet-gekozen adviescommissieleden. Sterker zelfs, de feitelijke legitimatie zal afnemen door deze inzet, omdat steunraadsleden niet-gekozen zijn. Bovendien is het voor ons onduidelijk hoe deze aanpassing zal bijdragen aan de ervaren legitimiteit. Wij ondersteunen dus de opmerking van uw werkorganisatie dat het inzetten van steunraadsleden niet logisch is.
Wij zijn van mening dat het verstandig is om hierover eenduidig te zijn door alleen gekozen volksvertegenwoordigers te betrekken in de adviescommissies en zo de democratische legitimiteit te waarborgen. In de voorgestelde aanpak staat dat het aan gemeenten zelf is om interne afstemming richting de MRDH te versterken. Dat beamen wij maar we stellen ook een aanscherping voor, omdat het niet alleen bij afstemming kan blijven. In een goed functionerende democratie is verantwoording van bestuurlijke organen essentieel. Voor het versterken van de ervaren legitimiteit is het daarom ook van belang om de bestaande verantwoordingslijnen actief te gebruiken. De gemeenteraden wijzen de burgemeesters en portefeuillehouders aan als leden van respectievelijk het algemeen bestuur en de bestuurscommissies. De collegeleden zijn daarmee het verantwoordelijke aanspreekpunt voor de raden wanneer zij vragen hebben over (het functioneren van) de GR. Pagina 14 van 43
De raden wijzen ook uit hun midden de adviescommissieleden aan die de gemeente vertegenwoordigen. Deze adviescommissieleden hebben ook een rol om hun mederaadsleden mee te nemen in de activiteiten die zij, namens de gemeenteraad, verrichten in gemeenschappelijke regelingen. In onze gemeente gebeurt dit tijdens het vaste agendapunt ‘terugkoppeling verbonden partijen’ van een commissievergadering. Tijdens dit agendapunt kunnen zowel raadsleden als collegeleden een terugkoppeling geven over een verbonden partij. Ook hebben andere raadsleden de mogelijkheid om hierop te reageren. Reactie algemeen bestuur Wij begrijpen uw zorg dat het – bij wijze van uitzondering – toelaten van steunraadsleden tot de adviescommissies mogelijk kan worden opgevat als een pragmatisch compromis, dat afbreuk zou doen aan het belang van democratische legitimiteit. Reeds voorafgaand aan de evaluatie liepen de opvattingen over dit onderwerp sterk uiteen. Bij het opstellen van het actieplan is getracht om voorstellen te doen die zoveel mogelijk herkenbaar en werkbaar zijn voor alle 21 deelnemende gemeenten. Dit heeft op onderdelen geleid tot compromissen. De doorlopen zienswijzeprocedure biedt de gelegenheid om te toetsen hoe de voorstellen zijn ontvangen en om de verschillende overwegingen en belangen zorgvuldig in beeld te brengen.
Uw inhoudelijke en onderbouwde reflectie is daarin een waardevolle bijdrage. MRDH zal de komende periode voorstellen doen, waarna een definitieve afweging gemaakt kan worden door het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur complimenteert u voor de structurele aandacht voor regionale samenwerking binnen uw raadscommissie, omdat hiermee ruimte wordt gecreëerd voor inhoudelijke reflectie en betrokkenheid van de raad. Daarnaast draagt dit tevens bij aan een betere verbinding tussen lokaal en regionaal beleid. Bij komende introductiebijeenkomsten voor nieuwe gemeenteraden brengt de MRDH organisatie de beschikbare raadsinstrumenten en procedures om deze in te zetten binnen de MRDH context opnieuw onder het voetlicht. Integrale (ruimtelijke) opgave vraagt om actieve samenwerking Onze regio is het dichtstbevolkte gebied van Nederland. De ruimtelijke en maatschappelijke opgaven voor wonen, werken en leven zijn groot, omdat we als regio verder verstedelijken. Ook veranderen de opgaven fundamenteel gedreven door onder meer de energie en circulaire transitie. En grote opgaven op het gebied van natuur, water, klimaat(adaptatie) en mobiliteit die invloed hebben op de ruimte. De complexiteit van de opgaven neemt toe, terwijl de daarvoor beschikbare ruimte schaars is. Deze integrale (ruimtelijke) opgave vraagt om een samenhangende aanpak voor de gehele regio.
Onze regio, met name Rotterdam- Rijnmond, is diffuus georganiseerd (ook in verhouding tot andere regio’s). Regionale beleidsopgaven organiseren we in verschillende samenwerkingsverbanden. Daarbovenop is in sommige gevallen het schaalniveau van de samenwerking wisselend. Dat roept de vraag op of onze regio voldoende samenhangend is georganiseerd om antwoord te bieden op de integrale (ruimtelijke) opgave. Dit alles is breder dan de MRDH, maar de MRDH is er uiteraard wel onderdeel van. Aan de hand van de reflecties van Berenschot geeft u terecht aan dat een actieve rol is vereist in het onderhouden van regionale samenwerkingsverbanden. Wij zien dit vervolgens niet expliciet terug in het voorgestelde actieplan. U geeft wel aan partijen te betrekken. U noemt een aantal samenwerkingsverbanden, maar niet zozeer andere samenwerkingen tussen decentrale overheden die in hun eigen vorm ook onderdeel zijn van ‘de regio’. We zouden graag zien dat u dit ook meeneemt in uw actieplan. Dit zal verder moeten gaan dan ‘onderhouden’, want de opgaven zijn te groot. Alle gemeenten en de Pagina 15 van 43
decentrale samenwerkingsverbanden in de regio zullen proactief met elkaar moeten samenwerken aan de integrale opgave. Het uitgangspunt is wat ons betreft niet zozeer de vraag hoe we individuele beleidsthema’s versterken. Het gaat er vooral om hoe al die thema’s gezamenlijk bijdragen aan de integrale (ruimtelijke) opgave waar we met de gehele regio voor staan. Bereikbaarheid en Economisch Vestigingsklimaat zijn puzzelstukken van een veel grotere puzzel. Reactie algemeen bestuur Mobiliteit en economie raken direct en indirect de ruimtelijke opgave. De grote ruimtelijke puzzel hebben we met elkaar te leggen en uw reflectie is daarbij herkenbaar en cruciaal voor het goed functioneren van de regio. Het voorliggend actieplan, dat op basis van de input uit de bestuurlijke en ambtelijke werksessies en gesprekken met diverse gemeenteraden is opgesteld, leidt niet direct tot formele aanpassingen. Tegelijkertijd is er wel de noodzaak om mobiliteit en economie in de bredere context te op te pakken. In de Mobiliteitsvisie en de visie op het Economisch Vestigingsklimaat geven we richting op welke wijze we de integrale (ruimtelijke) opgave in de regio aanpakken, met bereikbaarheid en een sterk economisch vestigingsklimaat als uitgangspunt.
Dit krijgt concreet vorm in de zogenoemde corridoraanpak, waarbij in specifieke gebieden – in nauwe samenwerking met betrokken partijen – opgaven worden gedefinieerd, passende maatregelen worden bepaald en wederkerige afspraken worden gemaakt over de uitvoering. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan een integrale werkwijze binnen onze taken. Ambitieniveau programma Economisch Vestigingsklimaat ook in balans met bevoegdheden Gemeenten hebben de komende jaren te maken met grote financiële opgaven. Het Rijk bezuinigt fors op het Gemeentefonds. Daarbovenop lopen (bestaande) tekorten verder op voor bijvoorbeeld de Jeugdzorg. Ook krijgen gemeenten elk jaar te weinig geld van het Rijk om stijgende kosten te corrigeren. Tegelijkertijd is er sprake van een grote investerings- en vernieuwingsopgave. Kortom, de inkomsten nemen verder af en de kosten nemen alleen maar toe. De komende tijd bespreekt de gemeenteraad daarom ombuigingsmogelijkheden. Dit zijn opties waarop bezuinigd kan worden om de financiële opgaven op te lossen. Het vertrekpunt van deze inventarisatie is het behouden van het wettelijk minimum, alles daarboven kan (in theorie) ter discussie staan. Dat betekent ook dat onze inwonerbijdrage voor het programma Economisch Vestigingsklimaat als optie onderdeel is van die discussie. Het gaat nadrukkelijk om opties en geen voorstellen.
Veel opties kennen ook verschillende scenario’s en de uitwerking is vaak nog globaal en indicatief. De gemeenteraad zal in eerste instantie bespreken of een optie interessant is voor verdere uitwerking of een onwenselijke bezuiniging is. Wij houden u hiervan op de hoogte. Wij herhalen dat we het belang zien van regionale samenwerking. Tegelijkertijd moeten we kritisch blijven nadenken over de vorm van de samenwerking en de effecten. Wij onderschrijven dan ook het advies Berenschot om de ambities van het programma Economisch Vestigingsklimaat te herzien. Er wordt geadviseerd om de ambities te herzien langs twee keuzes. Enerzijds een afweging tussen operationele resultaten en strategische impact. Anderzijds tussen een sectorale benadering of integrale aanpak. In uw aanpak schrijft u dat een nieuwe economische visie onder meer kan zorgen om de effecten van de activiteiten te vergroten en dat de visie de basis moet bieden voor vernieuwing van het uitvoeringinstrumentarium. Wij adviseren aanvullend om een stap verder te gaan in deze herziening door een reële afweging te maken tussen het ambitieniveau en de bevoegdheden die voor het behalen van de ambities noodzakelijk zijn. Als dat niet in een passende samenhang gebeurt, zal er een discrepantie blijven tussen de ambities en de daadwerkelijke effecten, ongeacht of die nu operationeel, strategisch, sectoraal of integraal zijn.
Duidelijke en afgebakende bevoegdheden die aansluiten op de mate Pagina 16 van 43
van ambitie, in de context van het bestuurlijke (regionale) landschap, zijn het startpunt om tot een effectieve en doelmatige samenwerking te komen. Dit beschouwen wij ook in het licht van financiële opgaven van gemeenten. Effectievere en doelmatigere samenwerking voor het geheel kan in zowel een kleinere vorm als een grotere vorm, maar dan wel met de juiste bevoegdheden. Reactie algemeen bestuur Met de visie op Economisch Vestigingsklimaat komt de MRDH – in afstemming en samenspraak met de 21 gemeenten en stakeholders – tot voorstellen over de focus, afbakening en rol van MRDH. Het vergroten van impact om de regionale opgaven te beantwoorden is daarbij nadrukkelijk uitgangspunt. Na het zomerreces wordt beoogd deze visie, samen met de Mobiliteitsvisie in procedure te brengen. De integraliteit tussen de beide beleidsvelden wordt inhoudelijk en procesmatig versterkt. Aanvullend worden voorstellen gedaan op de bekostiging van de taken en organisatie van Economisch Vestigingsklimaat die recht doen aan de inhoudelijke opgaven, reflecties vanuit Berenschot, de zorgen van gemeenten over hun financiële perspectieven én het belang van meerjarige continuïteit. Wij onderkennen de financiële situatie van gemeenten en de toenemende druk als gevolg van de door het Rijk aangekondigde bezuinigingen.
Reeds de afgelopen jaren heeft MRDH proactief invulling aan deze lokale opgaven gegeven door de gemeentelijke bijdrage beperkt te indexeren. Voor het begrotingsjaar 2026 omarmen we een per saldo negatieve indexering. Wij blijven graag op de hoogte van de uitkomsten van de beraadslagingen in uw gemeenteraad over de inwonerbijdrage ten behoeve van het programma Economisch Vestigingsklimaat. Wij wijzen u er graag op dat het stopzetten van de bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat geen eenzijdige beslissing van een individuele gemeente kan zijn, aangezien deze bijdrage voortvloeit uit gezamenlijk vastgestelde afspraken binnen de Gemeenschappelijke Regeling MRDH. Lansingerland Algemeen U heeft ons uitgenodigd om onze zienswijze kenbaar te maken ten aanzien van het ‘actieplan Evaluatie MRDH’. Wij bedanken u voor deze mogelijkheid, waarvan we via deze brief graag gebruik maken. Onze zienswijze geven wij op de twee pijlers van de MRDH met daarin verwerkt enkele componenten van de vijf actielijnen. Als eerste vragen we aandacht voor de democratische legitimiteit. Reactie algemeen bestuur Wij danken u voor uw zienswijze en werken graag met u en de andere gemeenten verder samen aan de uitwerking van het actieplan.
Inhoudelijke opmerkingen Rol adviescommissies We zien graag dat de positie van de adviescommissies ten opzichte van het algemeen en dagelijks bestuur verandert. De adviescommissies zouden graag meer richtinggevende uitspraken willen geven, aangezien de adviescommissies de enige democratische instituties zijn van de MRDH en het versterken van hun rol belangrijk is om de democratische legitimiteit van de MRDH te borgen. De richtinggevende uitspraken van de adviescommissies kunnen als basis dienen voor visievorming Pagina 17 van 43
en strategiebepaling. Dus in plaats van achteraf reflecteren, dienen de adviescommissies meer vooraf kaders mee te kunnen geven. De adviescommissies moeten in positie gebracht te worden om richting te geven aan de strategische koers van de MRDH. Reactie algemeen bestuur De rol van de adviescommissies is primair het (gevraagd en ongevraagd) adviseren van het algemeen bestuur en de bestuurscommissies over onderwerpen die de MRDH aangaan. De afgelopen periode zijn diverse voorstellen gedaan en geïmplementeerd om de rol en positie van de adviescommissies te versterken. In het actieplan staat daarnaast het voornemen om de adviescommissies meer proactief te betrekken bij de strategisch inhoudelijke koers van de regio. Het algemeen bestuur nodigt adviescommissieleden nadrukkelijk uit om mee te denken in het uitwerken van voorstellen om de rol van de adviescommissies te versterken en te verduidelijken. Het stellen van kaders is voorbehouden aan de leden van het algemeen bestuur en de bestuurscommissies. Wel kunnen raadsleden proactief kaders meegeven aan MRDHvertegenwoordigers. Samenwerking bij de Vervoersautoriteit Lansingerland acht het van groot belang dat de rol van de adviescommissie Va met betrekking tot de kwaliteit en kwantiteit van het OV wordt versterkt. Op dit moment heeft de adviescommissie amper invloed op de frequentie, routes en dienstverlening van de RET.
Lijnen worden opgeheven, frequenties aangepast, vaak zonder dat de adviescommissie hierbij wordt betrokken. De kwaliteit van het OV in de regio behoort tot de kern van de MRDH en is het punt waarop de democratische legitimiteit (actielijn 4 uit het actieplan) van de MRDH rust. Het is daarom niet minder dan logisch en terecht om op dit punt de adviescommissie een grotere rol te geven, zowel als vertegenwoordiging van de inwoners van onze regio als ter controle. Voorbeelden hierbij zijn o.a. de BOB bus, die ondanks aangenomen moties en advies van adviescommissie Va nog steeds niet rijdt. Hierbij is ook een rol voor inwoners weggelegd: het betrekken van degenen die afhankelijk zijn van het OV voor hun mobiliteit, is belangrijk voor de legitimiteit van de MRDH. De kwaliteit van het openbaar vervoer in onze regio heeft grote impact op de samenleving en zorgt 1/3 voor veel werkgelegenheid, maar ook ontmoetingen en sociale cohesie zijn ervan afhankelijk, waardoor burgerparticipatie ook voor de MRDH en RET onmisbaar is. Reactie algemeen bestuur De MRDH onderstreept dat de kwaliteit van het OV en de regionale sturing daarop tot ‘de kern’ behoort. Aanvullend moet worden opgemerkt dat de door u en ons geambieerde dienstverlening van onze vervoerders als gevolg van arbeidsmarktkrapte sterk onder druk heeft gestaan.
Zowel in de bestuurscommissie Va als in de adviescommissie is zowel aangande de oorzaak als de inzet van onze vervoerbedrijven, maar ook de sturing van MRDH als opdrachtgever nadrukkelijk aandacht besteed. Dat laat echter onverlet dat we – naast het beschrijven van de context – ook inhoudelijk reflecteren. De adviescommissie bepaalt zelf haar agenda. De commissie kan gevraagd maar ook ongevraagd advies geven. Afhankelijk van het onderwerp kan in de adviescommissie het inhoudelijk gesprek met de MRDH-bestuurder plaatsvinden. De leden van de adviescommissies adviseren overigens niet vanuit hun rol als gemeenteraadslid, maar vanuit hun rol als lid van een regionaal adviesorgaan. De MRDH beoordeelt de plannen van de vervoerders en de bestuurscommissie Va besluit na een consultatieronde bij de colleges van de deelnemende gemeenten en consumentenorganisaties. Het staat de colleges vrij hoe zij input ophalen voor hun reactie richting de MRDH op de vervoerplannen. Bijvoorbeeld het bespreken in een raadscommissie of in het college. Pagina 18 van 43
Sommige gemeenten betrekken hier ook hun inwoners bij. De inwoners reageren in dit geval bij hun eigen gemeente. De adviescommissie Va heeft hier geen formele rol in, maar op grond van het adviseringsrecht en het agenderingsrecht bestaat de mogelijkheid om hier met de bestuurders van gedachten over te wisselen zoals dat rond de BOB bussen ook is gedaan. Samenwerking bij het Economisch Vestigingsklimaat Over het Economisch Vestigingsklimaat component geeft Lansingerland graag het volgende mee: het opstellen van een economische visie, inclusief het gezamenlijke toekomstperspectief het zogenaamde ‘Droombeeld 2050’, is logisch. Echter, Lansingerland ziet daarin wel graag een aantal elementen terug. Een visie moet vooral gebruikt worden om, los van de huidige inzet op Economisch Vestigingsklimaat, een beeld te schetsen wat de politiek/strategische wens is voor het economische profiel van de regio. De conclusies van de evaluatie van Berenschot vragen om zelfreflectie van de MRDH op het gebied van EV, zeker omdat de impact van het EV-component over de afgelopen 10 jaar niet goed meetbaar is te maken. Het ruimte bieden voor zelfreflectie komt onvoldoende naar voren in het actieplan. Zonder deze zelfreflectie is het wat ons betreft ook niet mogelijk te komen tot een goede economische visie. Dus eerst zelf reflecteren en dan pas vooruitkijken met een visie.
Pas nadat heldere strategische keuze gemaakt zijn over het economisch profiel van de regio door middel van de visie, kan vervolgens de inrichting van de ambtelijke organisatie en bijhorende instrumenten zoals subsidieregeling, bijdrageregeling, lobbyagenda en onderzoeksagenda worden bepaald. We zien hier ook een bepalende rol voor de adviescommissie en gemeenteraden als vertegenwoordigde organen van de regio. Daarbij zien wij het niet als vanzelfsprekend dat we de huidige subsidies, bijdrageregeling, projecten etc. voortzetten. Wat ons betreft is alles bespreekbaar, inclusief de rol van de MRDH ten opzichte van de gemeenten en provincie. Ook zaken die in het huidige actieplan zijn opgenomen zoals meer inzet ter bevordering van het economisch profiel en het vergroten van de zichtbaarheid, bepalen we bij voorkeur nadat strategische keuzes gemaakt zijn. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur kent de oproep van Lansingerland om over de samenwerking bij het Economisch Vestigingsklimaat te reflecteren. Juist in het proces van de totstandkoming van de visie op het Economisch Vestigingsklimaat is volop ruimte om te reflecteren op de inzet van de MRDH op het gebied van economisch vestigingsklimaat – ambtelijk als in het doorlopen proces met de bestuurscommissie EV.