MRDH Kadernota Begroting 2027
Tekst van het document
Kadernota Begroting 2027
Inhoud 1. | Inleiding | 37. | BT W- compensatiefonds | 10 2. | Opzet programmabegroting | 3 | 8. | Vennootschapsbelasting | 11 3. | Strategisch kader | 4 | 9. | Planning begroting 2027 | 11 4. | Financieel kader | 4 10. | Besluit | 12 4.1 Financieel k ader voor het programma Mobiliteit | 4 4.2 Financieel k ader programma Economisch Vestigingsk limaat | 7Bijlagen | 13 Bijlage 1: I ndexeringsk ader inwonerbijdrage 5. | Begrotingsparagrafen | 9 | Economisch Vestigingsk limaat | 13 Bijlage 2: K aderbrief begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden | 14 Bijlage 3: K aderbrief begroting 2027 6. | Indicatoren | 10gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam‑R ijnmond | 16 1. Inleiding Deze kadernota is een uitgangspuntennota voor het opstellen van de begroting 2027 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH). In de Financiële verordening van de MRDH staat namelijk dat het algemeen bestuur een uitgangspuntennota vaststelt voordat gemeenten de ontwerpbegroting ontvangen voor een zienswijze. In deze nota staan de kaders van het volgende begrotingsjaar. 2. Opzet programmabegroting De begroting 2027 moet voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) en de Financiële verordening van MRDH. Het algemeen bestuur autoriseert de begroting op het niveau van de programma’s.
Programma-indeling In de begroting 2027 nemen we de volgende programma’s op: 1. Mobiliteit 2. Economisch Vestigingsklimaat Het eerste programma betreft de wettelijke taak die de MRDH heeft voor verkeer en vervoer. Dit programma financieren we met rijksmiddelen (met name BDU: Brede doeluitkering verkeer en vervoer). Het tweede programma is er voor de taak economisch vestigingsklimaat. Hiervoor heffen we een inwonerbijdrage. Dit betekent een wijziging ten opzichte van de MRDH‑begroting 2026 die in september 2025 is vastgesteld. Die begroting bevat nog twee aparte begrotings‑ programma’s voor mobiliteit. Deze twee aparte programma’s hebben momenteel een overlap in de beoogde resultaten, bijbehorende activiteiten en de toelichting daarop. Met de overgang naar één programma verwacht de MRDH een compactere begroting op te kunnen leveren. Doel is dat dit aansluitend ook leidt tot een compactere jaarrekening. De aanpassing sluit daarmee aan bij het advies van de accountant en de rekeningcommissie bij de MRDH‑jaarrekening 2024: maak de toelichtingen beknopter en stel ze in samenhang op, zodat de informatie overzichtelijker is en beter te volgen voor de lezer. De beleidstoelichtingen in de begroting 2027 stellen we zoveel mogelijk compact en operationeel op.
De opdrachten uit de Strategische Agenda 2023‑2026 vormen daarvoor de basis, aangevuld met onderwerpen uit de Mobiliteitsvisie en de Visie Economisch Vestigingsklimaat die op korte termijn tot uitvoering gaan komen. In overeenstemming met het BBV nemen we een apart overzicht van de kosten van overhead op. In de programma’s nemen we alleen het deel van de apparaatslasten op dat betrekking heeft op het primaire proces, het uitvoeren van de taken van de MRDH. De Beleidsnota Overhead MRDH 2026 is leidend bij het opstellen van de MRDH‑begroting 2027. 3 Kadernota MRDH-begroting 2027Naar inhoudsopgave 3. | Strategisch k ader | 4. | Financieel k ader De Strategische Agenda MRDH 2023‑2026 Met elkaar, voor elkaar bepaalt de koers | Voor de jaarschijf 2027 dient het meerjarig k ader uit de begroting 2026 als uitgangs‑ voor de MRDH‑begroting 2027. Deze Strategische Agenda bevat vijf opdrachten | punt. Dit meerjarig k ader wordt aangepast aan de hand van verschillende fac toren: voor het versterken van de economie en het verbeteren van de bereik baarheid. | • | De ver wachte realisatiecijfers van 2025. De jaarrekening 2025 is een peilmoment Die opdrachten komen terug in de begroting 2027: | van de meerjarige projec ten. Hieruit volgt een eventuele bijstelling van de 1. | Investeren in bereik baarheid | toekomstige jaarschijven binnen de projec tbegroting. 2.
| Toekomstbestendige economie stimuleren | • | De ver wachte bijstellingen van de 1e begrotingswijziging 2026, voornamelijk in 3. | Ac tieve en collec tieve vormen van mobiliteit stimuleren | relatie tot de meerjarige projec ten. 4. | Vernieuwen van werk locaties | • | Voorstellen vanuit de bestuurscommissies waarover in de begroting nog een 5. | Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk | besluit moet worden genomen. • | De indexering (zie 4.1 en 4.2). De beoogde resultaten en bijbehorende ac tiviteiten binnen deze vijf opdrachten, | • | Aanvullende ontwik kelingen (zie 4.1 en 4.2). vullen we aan met de keuzes en bijbehorende “to ‑ do’s” uit de Mobiliteitsvisie en de Visie Economisch Vestigingsk limaat voor zover deze vallen in de periode 2027‑2030. 4.1 Financieel kader voor het programma Mobiliteit Beide visies vormen het richtinggevende k ader voor de toekomstige MRDH‑begro ‑ tingen. Deze visies worden in 2026 verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma | Budgettair k ader voor de komende vijf tot tien jaar en op basis daar van ac tualiseren we de Strategische | Het budgettaire k ader voor de begrotingsprogramma Mobiliteit is de beschik bare Agenda voor 2027‑2030. Voor de begroting van 2027 is het strategische k ader voor | ‑Brede doeluitkering verkeer en ver voer (BDU‑middelen) van het Rijk . alsnog de Strategische Agenda 2023‑2026.
Dit is omdat de begroting 2027 begin 2026 al in concept gereed moet zijn. De begroting 2027 wordt dan in het begrotingsjaar | Voor het ramen van de lasten nemen we de ver wachte daadwerkelijke voor tgang zelf gewijzigd, zodat visie, strategie en uitvoering weer op elk aar aansluiten. | van de gesubsidieerde en nog te subsidiëren projec ten als maatstaf. Het bevoor‑ schottingsritme k an hier van afwijken. Voor de k leine investeringsprojec ten geldt Deze k aders werken we uit in de twee begrotingsprogramma’s met behulp van | struc tureel een subsidieplafond van € 30 miljoen per jaar. drie vragen: • | Wat willen we bereiken? (resultaten) • | Wat gaan we daar voor doen? (ac tiviteiten) • | Wat mag dat kosten? Naar inhoudsopgave | 4 Er mag incidenteel sprake zijn van overbesteding van de BDU‑middelen. Het kader voor dit tijdelijke tekort sluit aan bij de wettelijke termijn voor structureel evenwicht over een periode van vier jaar. Dit houdt in dat de maximale periode voor een tijdelijk tekort drie achtereenvolgende kalenderjaren is. Een tekort in 2027 moet dus uiterlijk in 2030 aangezuiverd zijn. Meerjarenbegroting Vervoersautoriteit Het algemeen bestuur stelt jaarlijks ook de meerjarenbegroting Vervoersautoriteit vast. Deze meerjarenbegroting geeft een overzicht van beschikbare middelen per jaareinde voor het uitvoeren van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar.
De meerjarenbegroting brengt de structurele inkomsten van het Rijk en de structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer in beeld. Ook laat het de uitgaven zien voor infrastructurele projecten die in de uitwerking‑ of realisatie‑ fase zijn, of waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan. De MRDH hanteert het uitgangspunt dat we realistisch begroten. Gemeenten en vervoerders realiseren voor en met ons resultaat op straat. We ervaren in toenemen‑ de mate dat projecten of programma’s vertraging oplopen door gebrek aan capaci‑ teit of middelen, een hoge mate van complexiteit of langere vergunningprocedures bij de partijen met wie wij samenwerken of die voor ons tot uitvoering komen. Dit is om een aantal redenen ongewenst. Investeringen komen later tot stand en dragen dus later bij aan versterking van de regio. Tegelijkertijd kunnen andere projecten later doorgang vinden omdat de begroting geen ruimte laat zien, die later bij onder‑ besteding wel beschikbaar bleek te zijn. Naast de eerdere inzet van MRDH Support, waarin gemeenten capaciteit bij de MRDH kunnen inlenen om tot versnelling en uitvoeringskracht te komen, zullen we in 2027 ook andere voorstellen doen. Meerjarenbeeld BDU Het meerjarenbeeld BDU kijkt verder dan de meerjarenbegroting.
Aanvullend op de meerjarenbegroting bevat het een overzicht van alle inhoudelijke opgaven die direct bijdragen aan de doelen uit de Strategische Agenda (werkvoorraad). Ook geeft het inzicht in de match tussen deze opgaven en de beschikbare middelen. Dit meerjarenbeeld faciliteert het bestuurlijke gesprek over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn. Voor het meerjarenbeeld BDU hanteren we de volgende uitgangspunten: • de vastgestelde begroting dient als basis; • het gehanteerde prijspeil is begrotingsjaar t‑1; • we gaan uit van gelijkblijvende BDU‑inkomsten; • we nemen geen generieke reserveringen op voor risico’s, met uitzondering van het indexeringsrisico voor de exploitatie van het openbaar vervoer. Dit doen we omdat de MRDH het risico loopt op een verschil tussen de indexering van het kostenniveau en het opbrengstenniveau binnen het openbaar vervoer, ten opzichte van indexering van de BDU; • grote projecten (> € 10 miljoen subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases: Het financieel commitment van de MRDH neemt toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin een project zich bevindt, bepaalt waar we het opnemen: in de (meerjaren)begroting of in de werkvoorraad van het meerjarenbeeld BDU.
In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting, om op die manier te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)‑projecten waarbij afspraken worden 5 Kadernota MRDH-begroting 2027Naar inhoudsopgave gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRT‑project zich bevindt, maken we zo nodig een reservering in de (meerjaren)begroting. Vernieuwing financieel instrumentarium De Strategische Agenda is een ambitieuze agenda. Dat vraagt zowel om vasthoudend‑ heid als om wendbaarheid. We prioriteren onze inzet als nieuwe projecten zich aandienen, als de grote negatieve effecten door de coronacrisis in het openbaar vervoer blijven, of als we te maken krijgen met geen of lagere indexering van de BDU‑gelden ten opzichte van de inflatie. Bij het prioriteren gebruiken we de leidende principes uit de Strategische Agenda. Deze principes vormen de verbinding tussen wat we willen bereiken met onze opdrachten en de concrete uitvoering in de praktijk. Die principes zijn: • De inzet levert een directe bijdrage aan één of bij voorkeur meerdere opdrachten uit de Strategische Agenda (of doelen uit de Mobiliteitsvisie en Visie Economisch Vestigingsklimaat).
• De inzet heeft directe impact op de groei van welvaart en welzijn van de metropoolregio, waarbij we onder andere kijken naar kosteneffectiviteit. • We zorgen voor een evenwichtige inzet van alle activiteiten over de regio en houden daarbij rekening met de vastgestelde gebiedstypen. De Mobiliteitsvisie en de Visie Economisch Vestigingsklimaat geven verder richting aan de ontwikkeling van ons financiële instrumentarium. Onze middelen zetten we zo in, dat we met onze partners maximale impact bereiken. Ons huidig financieel instrumentarium is daar deels al voor geschikt en inzetbaar, maar heeft ook een aantal veranderingen nodig. Onderstaande principes bouwen voort op de eerdere, en zijn verder aangescherpt. Einde 2026 komen wij met voorstellen. Deze gaan over welke bestaande en nieuwe financiële instrumenten wij willen gebruiken om ons beleid tot uitvoering te brengen. 1. Van output naar impact als kompas • Alles wat we doen is gericht op het realiseren van brede, integrale impact in de hele regio: economisch en maatschappelijk. • We beginnen bij het doel en redeneren terug naar wat nodig is om dat te bereiken, niet vanuit bestaande kaders. • Impact maken we meetbaar en zichtbaar op meerdere dimensies (welvaart, welzijn, duurzaamheid). 2.
Van sectoren/projecten naar gebiedsgerichte samenhang • We investeren in gebieden waar projecten elkaar versterken en samen een groter geheel vormen. • Regionale schaal is leidend: lokaal samenwerken om het regionale belang te dienen. • Projecten dragen bij aan een regionaal “wij‑gevoel” en zijn gericht op de brede regionale impact (zie 1). Indexering programma Mobiliteit De BDU‑bijdrage van het Rijk en de daarmee samenhangende lasten worden op het verwachte prijspeil t‑1 begroot. Dat wil zeggen dat in de Begroting 2027 (jaar t) volgens het verwachte prijspeil 2026 (jaar t‑1) wordt begroot. In het begrotingsjaar zelf vindt via een begrotingswijziging de resterende prijspeilcorrectie naar het prijspeil 2027 plaats. Grote projecten (> € 10 miljoen subsidiabele kosten) hebben over het algemeen een langere doorlooptijd, waardoor het risico op prijsstijgingen groter wordt. Vergelijkbaar met de begroting 2026 indexeren we deze projecten standaard volgens de methode die bij het project is vastgesteld (zoals IBOI of GWW). Als er geen expliciet besluit is genomen over de indexering, indexeren we volgens de indexering van de BDU. Het Rijk kende in 2025 een index op de BDU toe van 3,276%. 6 Kadernota MRDH-begroting 2027Naar inhoudsopgave Financiering | naar 4,9%.
Argument hier voor was dat de kostenontwik keling van de materiële De MRDH verstrekt op twee terreinen leningen: | budgetten binnen het programma Economisch Vestigingsk limaat minder afhankelijk • | aan ver voerbedrijven voor de financiering van investeringen in railvoer tuigen is van ex terne fac toren dan voor de ontwik keling van de loonkosten. Daarom was en railinfrastruc tuur (op grond van het besluit van het algemeen bestuur op | een hoge inflatiecorrec tie voor de materiële kosten niet nodig. 9 december 2016); • | aan ver voerbedrijven voor het aanschaffen van bussen, laadinfrastruc tuur en Voor de begroting 2025 gaf de MRDH gehoor aan de oproep van de gemeenten om stallingen (op grond van de Verordening verstrek k ing leningen voor bussen en | te anticiperen op hun sombere financiële vooruitzichten. Daarom bleef voor de stallingen Ver voersautoriteit MRDH, die in 2025 is vastgesteld door het | begroting 2025 de ac tualisatie van de eerdere indexeringen over 2022 tot en met algemeen bestuur). | 2024 achter wege. De inwonerbijdrage steeg daardoor met € 0,10 per inwoner in plaats van € 0,20: een halvering ten opzichte van de standaardsystematiek . Voor het verstrek ken van de genoemde financieringen heef t de MRDH de mogelijk‑ heid om leningen aan te trek ken.
Daarnaast k an de MRDH leningen aantrek ken om | Voor de begroting 2026 ver werkte de MRDH het gemeentelijke bezuinigingsvoorstel een mogelijk tijdelijk liquiditeitstekor t te financieren. De bijbehorende rentelasten, | door de inwonerbijdrage te verlagen van € 3,07 in 2025 naar € 3,00. Zonder deze rentebaten en marktconforme opslagen ver werken we integraal in de begroting 2027. | lagere indexering en kor ting zou de inwonerbijdrage in de begroting 2026 uitkomen op € 3,47. Dat betekent dat gemeenten over de periode 2024‑2026 een kor ting op de inwonerbijdrage van 15,7% aan indexering ontvingen. 4.2 Financieel kader programma Economisch | Het voorstel van de gemeenten voor de indexering van de inwonerbijdrage van Vestigingsk limaat | prijspeil 2026 naar 2027 bedraagt 3,8%. Op basis van dit voorstel stijgt de inwoner‑ bijdrage van € 3,00 (begroting 2026) naar € 3,11 (begroting 2027). Dit zorgt voor Indexering programma Economisch Vestigingsk limaat | meer financiële slagk racht om invulling te geven aan de opgaven uit de Visie De MRDH ontving het indexeringsk ader van de colleges in de regio Haaglanden. | Economisch | Vestigingsk limaat. De indexering van de inwonerbijdrage voor het programma Economisch Vestigings‑ k limaat, van prijspeil 2026 naar prijspeil 2027, sluit daarop aan.
Dit k ader is bedoeld | Effec t van de indexering van de inwonerbijdrage met 3,8% voor het voor alle gemeenschappelijke regelingen in de regio Haaglanden en opgenomen | budget | Economisch Vestigingsk limaat als bijlage 2 bij deze k adernota. De colleges in de regio Rotterdam‑Rijnmond sluiten | In de volgende tabel is rekening gehouden met de bijstelling van de apparaatslasten zich hierbij aan (zie bijlage 3). | in overeenstemming met de Loonvoet sec tor overheid 2027 uit de concept Macro Economisch Verkenning (cMEV | ) 2026 van juli 2025 (indexpercentage 3,5%). Het restant De afgelopen jaren heef t de MRDH steeds hetzelfde k ader gevolgd. Daarbij k ijkt de | van de inwonerbijdrage is beschik baar voor het budget van het programma Econo ‑ MRDH jaarlijks naar een realistisch indexeringsniveau en houdt daarbij rekening met | misch Vestigingsk limaat, waarmee we onder meer gemeentelijke projec ten financieren. de financiële positie van de gemeenten.
Voor de begroting 2024 heef t de MRDH daarom het voorgestelde indexcijfer voor de materiële kosten verlaagd van 12,2% Naar inhoudsopgave | 7 Begroting | Begroting | % mutatie 2026 (€) | 2027 (€) | 2026-2027 Programmabudget | Economisch Vesti‑ | 4.703.791 | 5.066.276 | 7,7 gingsk limaat Apparaatslasten | Economisch Vestigings‑ | 2.762.825 | 2.711.417 | ‑ 1,9 k limaat (inclusief overhead) Totale inwonerbijdrage* | 7.466.616 | 7.777.693 | 4,2 * De opgenomen inwonerbijdrage voor de begroting 2027 is nog gebaseerd op de voorlopige aantallen inwoners per 30 november 2025. In de MRDH-begroting 2027 gelden de inwoneraantallen per 1 januari 2026. Bij de star t van de MRDH was maximaal € 1,00 van de inwonerbijdrage van € 2,45 bestemd voor apparaatslasten (afgerond 40,8%). Op basis van bovenstaande inschatting voor de begroting 2027 zetten we 34,9% van de inwonerbijdrage in voor apparaatslasten Economisch Vestigingsk limaat (€ 2.711.417/€ 7.777.693). Dit past binnen de afspraken. Verdere toelichting op de werk wijze van deze gemeentelijke k aderstelling en een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente voor de begroting 2027 is opgenomen in bijlage 1. 8 5. Begrotingsparagrafen De volgende paragrafen maken deel uit van de begroting 2027: Paragraaf Bedrijfsvoering In de paragraaf Bedrijfsvoering gaan we onder andere in op de MRDH‑organisatie en de kostenverdeling van de apparaatslasten.
De formatie van de MRDH bedraagt in 2027 106,67 fte. De directe salariskosten van de medewerkers Mobiliteit komen ten laste van de rijksmiddelen BDU. De directe salariskosten van de medewerkers Economisch Vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage Economisch Vestigings‑ klimaat. Voor de verdeling van de salariskosten van de medewerkers van de stafbureaus (inclusief secretaris‑algemeen directeur) en de overige bedrijfsvoerings‑ kosten is de verdeelsleutel 16% inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 84% BDU. Deze verdeling is gebaseerd op het relatieve formatiebudget voor Economisch Vestigingsklimaat ten opzichte van het formatiebudget voor Mobiliteit. Indexering van de begrote bedrijfsvoeringslasten Een aantal onderdelen van de bedrijfsvoeringslasten, waaronder huisvesting en salarislasten kennen een autonome (niet door de MRDH te beïnvloeden) stijging. Om deze lastenstijging te dekken hanteert de MRDH voor 2027 een indexering van 2,3% op de materiële lasten. Deze indexering is gebaseerd op de IMOC 2027 (prijsindex materiële overheidsconsumptie) uit de concept MEV2026‑publicatie van het CPB van juli 2025. Deze is ook opgenomen in de Kaderbrief begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen (bijlage 2). Voor de salarislasten volgt de MRDH de eigen cao; deze volgt de Cao Gemeenten (inclusief uitzonderingen bij de gemeente Rotterdam).
De MRDH hanteert voor 2027 een indexering van 3,5%. De indexering is gebaseerd op de Loonvoet sector overheid uit de concept MEV2026‑publicatie van het CPB die is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen (bijlage 2). Naast deze indexering voert de MRDH geen correcties uit over het voorgaand jaar (2026). De lastenstijging wordt voor het programma Economisch Vestigingsklimaat gedekt uit de inwonerbijdrage en voor het programma Mobiliteit uit de BDU‑ middelen. De BDU‑middelen kennen een jaarlijkse indexering. De hoogte daarvan hangt af van de middelen die het ministerie van Financiën hiervoor beschikbaar stelt. Paragraaf Financiering en treasury Zoals het BBV voorschrijft bevat deze paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens op het gebied van risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geven we in deze paragraaf inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de manier waarop we deze rente aan de programma’s toerekenen. Paragraaf Verbonden partijen In deze paragraaf beschrijven we de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk en financieel belang heeft. Paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s De risico’s die we in de begroting 2026 onderkennen en de bijbehorende weerstandscapaciteit vormen het uitgangspunt voor de begroting 2027.
Zoals verzocht in de kaderbrief van de regio Haaglanden (bijlage 2) en in lijn met de begroting 2026, kwantificeren we de geïnventariseerde risico’s. 9 Kadernota MRDH-begroting 2027Naar inhoudsopgave Aan de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s voegen we de volgende kengetallen toe, geheel volgens het BBV (inclusief de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie): • 1a netto schuldquote; • 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • 2 solvabiliteitsratio; • 3 grondexploitatie; • 4 structurele exploitatieruimte; • 5 belastingcapaciteit. De genoemde kengetallen verwerken we in de begroting 2027, met uitzondering van de kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit. Deze zijn voor de MRDH niet relevant. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De MRDH bezit een aantal kapitaalgoederen: oplaadapparatuur voor ov‑chipkaarten, rechten van opstal, en abri’s. Daarnaast heeft de MRDH geïnvesteerd in huisvesting, meubilair en ict‑faciliteiten. De beleidsuitgangspunten rondom activering en afschrijving zijn in ieder geval onderdeel van deze paragraaf. Daarnaast nemen we eventuele nieuwe investeringsbudgetten in deze paragraaf op. Paragraaf Subsidies Op grond van de Financiële verordening MRDH 2025 geven we in deze paragraaf een overzicht van de begrote subsidies aan instellingen en ondernemingen.
Voorwaarde hiervoor is dat de MRDH deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening verleent. Paragraaf Wet open overheid (Woo) Op grond van de Wet open overheid (per 1 augustus 2022) dient de MRDH documenten op een bepaalde wijze openbaar te maken. In deze paragraaf geven we aan hoe dat gebeurt. 6. Indicatoren De indicatoren die het BBV voorschrijft voor het taakveld bestuur en bedrijfsvoering nemen we op in de begroting 2027. Dit zijn de indicatoren over formatie, bezetting, apparaatskosten, externe inhuur en overhead. 7. BTW-compensatiefonds De btw voor de wettelijke taak verkeer en vervoer kan de MRDH verrekenen via het BTW‑compensatiefonds. De verschuldigde btw voor het economisch vestigings‑ klimaat verrekenen we via de zogenoemde transparantiemethode. Concreet betekent dit dat deze btw elk jaar, naar rato van het inwoneraantal, wordt doorgeschoven naar de deelnemende MRDH‑gemeenten die recht hebben op compensatie. 10 Kadernota MRDH-begroting 2027Naar inhoudsopgave 8. Vennootschapsbelasting Sinds 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover hij voor één van de activiteiten een onderneming drijft. Eind februari 2022 sloten de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellings‑ overeenkomst. Het uitgangspunt voor de berekening is een cost‑plus‑methode waarbij de treasury‑functie wordt uitgedrukt in een waarde.
Van deze waarde wordt 5% genomen om op een belastbaar resultaat uit te komen. 9. Planning begroting 2027 De bestuurlijke behandeling van de begroting 2027 in 2026 is als volgt: Onderwerp Datum Bestuurscommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat 1 april Dagelijks bestuur ‑ vrijgeven voor zienswijze 13 april Start zienswijzeperiode 13 april Einde zienswijzeperiode 8 juli Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat juni Dagelijks bestuur ‑ behandeling zienswijzen 31 augustus Algemeen bestuur ‑ vaststellen begroting en nota van beantwoording bij zienswijzen 11 september Toelichting op de planning: De begroting 2027 leggen we voor een zienswijze voor aan de MRDH‑gemeenten. De zienswijzeperiode voor de begroting 2027 eindigt op 8 juli, na 12 weken. 11 Kadernota MRDH-begroting 2027Naar inhoudsopgave De Kadernota MRDH begroting 2027 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag d.d. 13 februari 2026, de secretaris, Christel Mourik 10.
Besluit de voorzitter, Jan van Zanen 12 Kadernota MRDH-begroting 2027Naar inhoudsopgave Bijlagen Bijlage 1: Indexeringskader inwonerbijdrage | Een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente voor het begrotingsjaar 2027 Economisch Vestigingsk limaat Gemeente | Aantal inwoners | Bijdrage per | Totaal inwoner- 30-11-2025* | inwoner (€) | bijdrage 2027 (€) Vanaf begrotingsjaar 2026 gebruikt de k aderbrief van de gemeenten drie index‑ cijfers: de Loonvoet sec tor overheid, de prijsontwik keling op overheidsconsumptie | Albrandswaard | 26.596 | 3,11 | 82.714 (IMOC ) en de prijsontwik keling op overheidsinvesteringen (IBOI). Dit sluit beter aan | Barendrecht | 48.572 | 3,11 | 151.059 op de reële kostenontwik keling. De weging van deze indices wordt voorgeschreven | Capelle aan den IJssel | 69.616 | 3,11 | 216.506 in de gemeentelijke k aderbrief en is respec tievelijk 60%, 20% en 20%. Tot en met | Delft | 110.194 | 3,11 | 342.703 begrotingsjaar 2025 was de weging afhankelijk van de opbouw van de begroting | Den Haag | 569.278 | 3,11 | 1.770.455 van de gemeenschappelijke regeling (verhouding loonkosten versus materieel budget). Ook zijn eerder afgegeven ramingen geac tualiseerd.
| Krimpen aan den IJssel | 29.922 | 3,11 | 93.057 Lansingerland | 66.517 | 3,11 | 206.868 Op basis van deze uitgangspunten bedraagt het indexeringspercentage voor 2027 | Leidschendam‑ | Voorburg | 78.877 | 3,11 | 245.307 ten opzichte van het basisjaar 2026 3,8%. | Maassluis | 37.085 | 3,11 | 115.334 De inwonerbijdrage in de begroting 2026 bedraagt € 3,00. Dat leidt tot de volgende | M idden‑Delfland | 19.347 | 3,11 | 60.169 berekening voor de begroting 2027: | Nissewaard | 89.068 | 3,11 | 277.001 Pijnacker‑Nootdorp | 58.738 | 3,11 | 182.675 € 3,00 (begroting 2026) * 1,038 (index 2027) = € 3,11 (begroting 2027) | Ridderkerk | 48.034 | 3,11 | 149.386 Rijswijk (ZH.) | 61.815 | 3,11 | 192.245 Rotterdam | 675.108 | 3,11 | 2.099.586 Schiedam | 82.132 | 3,11 | 255.431 Vlaardingen | 77.420 | 3,11 | 240.776 Voorne aan Zee | 74.994 | 3,11 | 233.231 Wassenaar | 27.996 | 3,11 | 87.068 Westland | 118.777 | 3,11 | 369.396 Zoetermeer | 130.780 | 3,11 | 406.726 Totaal | 2.500.866 | 7.777.693 (*) bron: CBS StatLine info van 5-1-2026. Wordt in de definitieve begroting 2027 nog aangepast naar aantallen per 1-1-2026.
Naar inhoudsopgave | 13 Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden Onder werp: K aderbrief begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen | De gemeenten in Haaglanden blijven voor financiële uitdagingen staan, onder meer door de kor ting van het Rijk op het gemeentefonds. Hierdoor blijven de komende jaren lastige Geacht bestuur, | financiële afwegingen noodzakelijk . In de vorige K aderbrief is daarom een verlaging van de Hierbij ontvangt u de K aderbrief begroting 2027 van de gemeenten in de regio Haaglan‑ | gemeentelijke bijdrage met 6,2% aangekondigd, gelijk aan het percentage dat de gemeen‑ den, waarin de (financiële) uitgangspunten voor de gemeenschappelijke regelingen (GR‑ | ten zelf achteruit zouden gaan in inkomsten uit het Gemeentefonds. Een aantal gemeen‑ en) zijn opgenomen. De besturen van GR‑ | en ontvangen deze k aderbrief elk jaar vooraf‑ | schappelijke regelingen heeft inmiddels stappen gezet om hieraan invulling te geven, gaand aan een nieuwe begrotingsc yclus. De k aderbrief richt zich op de | ter wijl andere GR‑ | en hier nog niet of slechts gedeeltelijk aan hebben voldaan. financieel‑technische en beheersmatige randvoor waarden voor de begroting en de verant | ‑ woording.
Ook gaat deze brief in op enkele procesafspraken die de colleges met uw willen | Wij vragen de GR‑ | en om k ritisch te blijven op de balans tussen de gemeentelijke bijdragen maken. De beleidsmatige k aderstelling binnen de GR is de bevoegdheid van de bestuur‑ | en de uit te voeren taken. Wanneer GR‑ | en namelijk niet aansluiten op de budgettaire ders en is niet opgenomen in deze brief. | realiteit waar gemeenten mee te maken hebben, ontstaat er extra druk op de taken die Ingekor t | gemeenten rechtstreeks bekostigd uit hun begroting zelf uitvoeren. De financiële perspec‑ De K aderbrief 2027 is ten opzichte van de K aderbrief 2026 ingekor t. De reden hier voor is | tieven van gemeenten zien er met name voor 2028 en verder opnieuw somber uit. Voor de dat de leesbaarheid verbeter t en de kernboodschap sneller en duidelijker overkomt. De | bestuurlijke afwegingen richting toekomstbestendige, structureel sluitende meerjarenbe ‑ focus in de brief ligt op de indexering en de invulling van de financiële taakstelling van de | grotingen is meer gezamenlijk inzicht nodig, bijvoorbeeld in de verhouding tussen de k aderbrief voor 2026. De onder werpen die in eerdere K aderbrieven aan de orde zijn geko ‑ | taken die bij een GR zijn belegd en de middelen die daar voor worden ingezet. ln overleg men, worden niet expliciet in deze K aderbrief beschreven.
Desalniettemin ver wachten de | met de k ring van gemeentesecretarissen zal er door de wethouders financiën een uitge ‑ deelnemende Haaglanden‑ | gemeenten dat de GR‑ | en de relevante onderdelen* uit de werkt voorstel aan de colleges worden voorgelegd voor een aanpak om dit inzicht te gene ‑ eerdere K aderbrieven op een zorgvuldige en eenduidige wijze in de begroting opnemen. | reren. Op basis daar van k an het gesprek binnen de colleges en besturen van de GR‑ | en worden gevoerd over de te nemen maatregelen. Doel is om samen te komen tot meer Doel van deze K aderbrief is een eenduidige benadering vanuit de deelnemende gemeen‑ | inzicht én meer grip op de financiële opgaven waar wij gezamenlijk voor staan. ten van de begroting 2027 van GR‑ | en. Deze brief gaat nader in op: | Betrek onderstaande k aders bij de opstelling van uw begroting voor 2027 en de meerjaren‑ 1. | lndexering | raming202S‑2030 (hierna: begroting). Als u meent dat een k ader niet haalbaar is, verzoeken 2. | Hoogte weerstandscapaciteit | wij u dit tijdig en onderbouwd te bespreken in de bestuursvergadering van uw GR. Uw bestuur k an de uitkomst van de besprek ing dan opnemen in de aanbiedingsbrief bij de 3. | Tussentijdse afstemming | begroting naar de deelnemende gemeenten. Hierbij geldt het principe “pas toe of leg uit ”.
* Zie K aderbrief 2026, het gaat hier om onder andere de invulling van de risicoparagraaf | 1. lndexering maatschappelijk verantwoord inkopen, informatiebeveiliging en informatievoorziening. | Door het toepassen van loon‑ en prijsindexering op de begroting van de GR‑ | en wordt de begroting aangepast aan het (ver wachte) inflatieniveau. Voor de wijze waarop de GR‑ | en geïndexeerd worden, sluiten de gemeenten zo veel als mogelijk aan bij de wijze waarop gemeenten door het Rijk geïndexeerd worden. Het Rijk baseer t de indexering op haar beur t weer op de inflatieprognoses van het CPB. Naar inhoudsopgave | 14 De indexering richt zich op de begroting 2027. De systematiek is he2elfde als in de k ader‑ | 3. Tussentijdse | afstemming brief van vorig jaar. Dat betekent dat op basis van de MEV die zijn gepubliceerd in septem‑ | Net als vorig jaar brengt het opstellen van de begroting en de ver wachtingen die de ge ‑ ber 2025 de indexering voor de begroting 2027 bepaald wordt. Bij de k aderbrief van 2028 | meenten daarbij hebben uitdagingen met zich mee. De Haaglanden gemeenten willen wordt dit geactualiseerd, op basis van de MEV van 2026 en in het jaar zelf worden de per‑ | graag met u meedenken over het uitvoeren van de k aderbrief. centages definitief vastgezet op basis van het CEP.
Dit laatste sluit aan bij het moment waarop het Rijk de indexeringspercentages die zij aan gemeenten geven vastzet. Dat | De komende periode nemen de controllers van de Haaglanden gemeenten op ambtelijk betekent dat er in elke k aderbrief drie bijstellingen gedaan worden. De indexering van het | niveau contact met u op. Tijdens dit overleg wordt er gesproken over de voor tgang en lopende jaar wordt definitief, de indexering van het eerstvolgende jaar wordt geactuali‑ | mogelijke belemmeringen in de uitvoering van deze brief. Het is van belang dat dit het seerd en de indexering van het begrotingsjaar wordt voor het eerst opgevoerd. Schema‑ | overlegproces op tijd wordt gestar t, zodat de GR‑ | en de wenselijk heid en haalbaarheid de tisch ziet dit er als volgt uit: | scenario’s beter kunnen inschatten en de impact op de dienstverlening aan inwoners zo beperkt mogelijk houden. Zodoende k an er in uw bestuursvergadering een beter gedragen Bron | Status | Jaarbesluitvorming plaatsvinden. CEP 2025 | Definitief | indexering 2025Voor nadere informatie over deze brief kunt u terecht bij de voorzitter van het Controllers‑ MEV 2026 (publicatie 2025) | Actualisatie | indexering 2026overleg Haaglanden, dhr. H.M. Schippers van de gemeente Zoetermeer (06‑34612430 ; e ‑mail: h.m.schippers@zoetermeer.nl).
MEV 2026 (publicatie 2025) | Eerste raming | indexering 2027 Hoogachtend, lndexering begroting 2027 | Namens de colleges van Burgemeester en Wethouders van De bovenstaande systematiek resulteer t voor deze k aderbrief in de onderstaande percen‑ | Delft tages: | Den Haag Leidschendam‑ | Voorburg Bron | Jaar | Loon‑IMOC Was Correctie | Midden‑Delfland voet | (20%) | IBOI (20%) | G ewo ‑gen vorige | Pijnacker‑Nootdorp (60%) | gemid‑ | k ader‑ | Rijswijk delde | brief | Wassenaar CEP 25 | 2025 | 6,0% | 2,9% | 3,3% | 4,8% | 4,7% | 0,1%Westland Zoetermeer MEV 26 | 2026 | 2,9% | 2,4% | 2,5% | 2,7% | 2,1% | 0,6%drs. J. Iedema MEV 26 | 2027 | 3,5% | 2,3% | 2,5% | 3,1% | 3,1%Wethouder Financiën gemeente Zoetermeer Index | 3,8% | Voorzitter overleg wethouders Financiën Haaglandengemeenten begro ‑ ting 2027 ln de begroting2O2T mogen de GR‑ | en uitgaan van een indexeringspercentage van 3,8%. In deze uiteindelijke indexering is een nacalculatie 2025 opgenomen. 2. Risico’s en weerstandscapaciteit Conform de eerdere k aders ver wachten we ook in uw komende begrotingen een goed onderbouwde risicoparagraaf aan te treffen. Een transparant en goed risicobeeld en een effectief risicomanagement zijn speerpunten van de deelnemende gemeenten. Dit is een belangrijke voor waarde voor een goede besturing van de GR, het borgen van de continuï‑ teit van de GR en duurzame waardecreatie door de GR.
Het uitgangspunt blijft dat een (geprognotiseerde) weerstandscapaciteit groter dan 1,0 voor een GR niet nodig is. ln dat geval stor t u het teveel aan weerstandscapaciteit af naar de deelnemende gemeenten. lndien de GR toch een hogere weerstandscapaciteit noodza‑ kelijk vindt, dan moet de GR met een voorstel met een gedegen onderbouwing indienen. Naar inhoudsopgave | 15 Onderwerp: Gewijzigde indexeringssystematiek en indexeringspercentage 2027 Geacht bestuur, Jaarlijks informeren de gemeenten van de regio Rotterdam‑Rijnmond de gemeenschappe‑ lijke regelingen waarin zij gezamenlijk deelnemen over het te gebruiken indexpercentage voor de eerstvolgende begroting. In deze brief betreft dat de begroting 2027. Indexering 2027 Omdat het ons bekend is dat u ook een brief met indexeringsrichtlijnen ontvangt vanuit de regio Haaglanden, sturen wij u geen indexeringsbrief met eigen richtlijnen. Wij vinden het onwenselijk dat u verschillende signalen krijgt over wat gemeenten een acceptabele kostenontwikkeling vinden. Wij sluiten daarom voor de begroting 2027 opnieuw aan bi j de systematiek en de berekening van de regio Haaglanden, die leidt tot een toegestane in‑ dexering van 3,8%. Jaarlijks beoordelen wij of wij ons voor het volgende begrotingsjaar opnieuw in de uitkomsten van die berekening kunnen vinden en u daarvan op de hoogte stellen.
In de Kaderbrief begroting 2027 die u van de regio Haaglanden heeft ontvangen wordt naast de indexering gevraagd om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om op de gemeentelijke bijdrage te besparen. Omdat de regionale afspraken van de Rotterdam‑Rijn‑ mond gemeenten alleen de indexering betreffen, beperken wij ons in deze brief tot aan‑ sluiten bij het indexeringscijfer. Wij vernemen graag uw reactie op de indexeringsbrief en het verzoek om besparingen in kaart te brengen van de regio Haaglanden. Beleidswijzigingen Het indexpercentage is bedoeld voorde budgetten van het bestaande beleid of de be‑ staande activiteiten. Als u voorstellen heeft voor nieuw beleid of nieuwe activiteiten , verzoeken wij u om deze afzonderlijk zichtbaar te maken en aan de gemeenten ter besluit‑ vorming voor te leggen, met daarbij een dekkingsvoorstel. Wij verzoeken u bij het opstellen van de begroting 2027 met het bovenstaande rekening te houden. Ondertekening Deze brief wordt u toegezonden namens de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. Wij gaan er vanuit u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd over het gelopen proces en de gemaakte keuzes.
Indien er behoefte is aan nadere toelichting vernemen wij dit graag. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, drs. S.J.J. Jacobs, l.s. de burgemeester, mr. H.M. Bergmann Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam-Rijnmond 0HWURSRRO 5HJLR 5RWWHUGDP 'HQ +DDJ 05'+ 3RVWEXV $$ 5277(5'$0 JHPHHQWH 6FKLHGDP )LQDQFLsQ &RQWURO 6WDGVNDQWRRU 6WDGVHUI 3RVWEXV ($ 6FKLHGDP VFKLHGDP QO 8Z NHQPHUN 2QV NHQPHUN 'DWXP 8,7 QRYHPEHU 8Z EULHI YDQ 'RRUNLHVQXPPHU ( PDLO FRQWDFW#VFKLHGDP QO 2QGHUZHUS *HZLM]LJGH LQGH[HULQJVV\VWHPDWLHN HQ LQGH[HULQJVSHUFHQWDJH -!, *HDFKW EHVWXXU -DDUOLMNV LQIRUPHUHQ GH JHPHHQWHQ YDQ GH UHJLR 5RWWHUGDP 5LMQPRQG GH JHPHHQVFKDSSHOLMNH UHJHOLQJHQ ZDDULQ ]LM JH]DPHQOLMN GHHOQHPHQ RYHU KHW WH JHEUXLNHQ LQGH[SHUFHQWDJH YRRU GH HHUVWYROJHQGH EHJURWLQJ ,Q GH]H EULHI EHWUHIW GDW GH EHJURWLQJ ,QGH[HULQJ 2PGDW KHW RQV EHNHQG LV GDW X RRN HHQ EULHI PHW LQGH[HULQJVULFKWOLMQHQ RQWYDQJW YDQXLW GH UHJLR +DDJODQGHQ VWXUHQ ZLM X JHHQ LQGH[HULQJVEULHI PHW HLJHQ ULFKWOLMQHQ :LM YLQGHQ KHW RQZHQVHOLMN GDW X YHUVFKLOOHQGH VLJQDOHQ NULMJW RYHU ZDW JHPHHQWHQ HHQ DFFHSWDEHOH NRVWHQRQWZLNNHOLQJ YLQGHQ :LM VOXLWHQ GDDURP YRRU GH EHJURWLQJ RSQLHXZ DDQ EL M GH V\VWHPDWLHN HQ GH EHUHNHQLQJ YDQ GH UHJLR +DDJODQGHQ GLH OHLGW WRW HHQ WRHJHVWDQH LQGH[HULQJ YDQ -DDUOLMNV EHRRUGHOHQ ZLM RI ZLM RQV YRRU KHW YROJHQGH EHJURWLQJVMDDU RSQLHXZ L
Q GH XLWNRPVWHQ YDQ GLH EHUHNHQLQJ NXQQHQ YLQGHQ HQ X GDDUYDQ RS GH KRRJWH VWHOOHQ ,Q GH .DGHUEULHI EHJURWLQJ GLH X YDQ GH UHJLR +DDJODQGHQ KHHIW RQWYDQJHQ ZRUGW QDDVW GH LQGH[HULQJ JHYUDDJG RP WH RQGHU]RHNHQ RI HU PRJHOLMNKHGHQ ]LMQ RP RS GH JHPHHQWHOLMNH ELMGUDJH WH EHVSDUHQ 2PGDW GH UHJLRQDOH DIVSUDNHQ YDQ GH 5RWWHUGDP 5LMQPRQG JHPHHQWHQ DOOHHQ GH LQGH[HULQJ EHWUHIIHQ EHSHUNHQ ZLM RQV LQ GH]H EULHI WRW DDQVOXLWHQ ELM KHW LQGH[HULQJVFLMIHU :LM YHUQHPHQ JUDDJ XZ UHDFWLH RS GH LQGH[HULQJVEULHI HQ KHW YHU]RHN RP EHVSDULQJHQ LQ NDDUW WH EUHQJHQ YDQ GH UHJLR +DDJODQGHQ %HOHLGVZLM]LJLQJHQ +HW LQGH[SHUFHQWDJH LV EHGRHOG YRRUGH EXGJHWWHQ YDQ KHW EHVWDDQGH EHOHLG RI GH EHVWDDQGH DFWLYLWHLWHQ $OV X YRRUVWHOOHQ KHHIW YRRU QLHXZ EHOHLG RI QLHXZH DFWLYLWHLWHQ YHU]RHNHQ ZLM X RP GH]H DI]RQGHUOLMN ]LFKWEDDU WH PDNHQ HQ DDQ GH JHPHHQWHQ WHU EHVOXLWYRUPLQJ YRRU WH OHJJHQ PHW GDDUELM HHQ GHNNLQJVYRRUVWHO :LM YHU]RHNHQ X ELM KHW RSVWHOOHQ YDQ GH EHJURWLQJ PHW KHW ERYHQVWDDQGH UHNHQLQJ WH KRXGHQ 8,7 3DJLQD 2QGHUWHNHQLQJ 'H]H EULHI ZRUGW X WRHJH]RQGHQ QDPHQV GH FROOHJHV YDQ EXUJHPHHVWHU HQ ZHWKRXGHUV YDQ GH JHPHHQWHQ $OEUDQGVZDDUG %DUHQGUHFKW &DSHOOH DDQ GHQ ,-VVHO .ULPSHQ DDQ GHQ ,-VVHO /DQVLQJHUODQG 0DDVVOXLV 1LVVHZDDUG 5LGGHUNHUN 5RWWHUGDP 6FKLHGDP 9ODDUGLQJHQ HQ 9RRUQH DDQ =HH :LM JDDQ HU YDQXLW X PHW GH]H EULHI YROGRHQGH WH KHEEHQ JHwQIRUPHHUG RYHU KHW JHORSHQ SURFHV HQ GH JHPDDNWH NHX]HV
,QGLHQ HU EHKRHIWH LV DDQ QDGHUH WRHOLFKWLQJ YHUQHPHQ ZLM GLW JUDDJ +RRJDFKWHQG %XUJHPHHVWHU HQ ZHWKRXGHUV YDQ 6FKLHGDP GH VHFUHWDULV GH EXUJHPHHVWHU GUV 6 - - -DFREV O V PU + 0 %HUJPDQQ 16 Kadernota MRDH-begroting 2027Naar inhoudsopgave Met elkaar, voor elkaar Colofon Metropoolregio Rotterdam Den Haag Postbus 21012 3014 GN Rotterdam 088 5445 100 informatie@mrdh.nl www.mrdh.nl Ontwerp: Leene Communicatie/VormVijf Februari 2026