MRDH Accountantsverslag Jaarrekening 2023.pdf
Tekst van het document
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
<Titel Accountantsverslag bijRapport> de jaarrekening 2023 Metropoolregio Rotterdam Den Haag
GAD/2024.33 29 april 2024 Spui 70, 2511 BT Den Haag Secretariaatgad@denhaag.nl www.denhaag.nl 1/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Voorwoord Voorwoord
Geachte leden van het Algemeen Bestuur,
Samenvatting
Onlangs hebben wij de controle van de jaarrekening 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) afgerond. De jaarrekening is opgemaakt volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Resultaat Continuïteit: Financiële positie Concessies Openbaar Vervoer Interne beheersing Fraude, integriteit en naleving wet- en regelgeving Kwaliteit van de jaarstukken Rechtmatigheid
Onze controle is uitgevoerd met inachtneming van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO), de Controleverordening MRDH 2015 en het Controleprotocol accountantscontrole en rechtmatigheidsverantwoording MRDH jaarrekening 2023. Onze controle resulteert in een oordeel over de getrouwheid van de jaarstukken en de rechtmatigheid van de specifieke uitkeringen. Voor de oordeelsvorming hebben we conform het BADO een goedkeuringstolerantie van 1% voor onjuistheden en 3% voor onzekerheden toegepast. Bij een exploitatieomvang van € 532 miljoen is dit € 5,3 miljoen respectievelijk € 16,0 miljoen. De rapportagetolerantie is € 0,125 miljoen. Dit rapport bevat de uitkomsten van onze controle. Met vriendelijke groet, Den Haag, 29 april 2024
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag Drs. G.L. Vleugels RE RA accountant
Informatieveiligheid Vooruitblik 2024 Bijlagen Controleverschillen SiSa Onafhankelijkheid 2/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Samenvatting Strekking van de controleverklaring: goedkeurend Onze controle van de jaarrekening heeft geleid tot een goedkeurende controleverklaring voor de getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de SiSa bijlage. Het totaal aan afwijkingen is lager dan de goedkeuringstoleranties voor onjuistheden (€ 5,3 miljoen) en voor onzekerheden (€ 16,0 miljoen). Tevens is voldaan aan de WNT en zijn bevindingen over de bijlage Single Information Single Audit lager dan de goedkeuringstolerantie. Toelichtingen concessies en projecten toereikend De toelichtingen in de jaarstukken (balans, paragrafen en staat van baten en lasten) van de concessies en projecten geven toereikend inzicht waaronder het meerjarig beeld en de voortgang van de realisatie in het verslagjaar. Verbetering is mogelijk op het gebied van meer inhoudelijke analyse voor oorzaken van vertraging van bestedingen ten opzichte van de planning. Financiële impuls van € 145 miljoen in OV-concessiehouders De OV-concessiehouders RET, HTM en EBS verkeren door de na-ijl effecten van Covid-19 en de economische situatie in financieel zwaar weer. MRDH geeft over de periode 2024-2030 een eenmalige financiële injectie van € 145 miljoen, voornamelijk uit het BDU-fonds. Hierdoor zijn minder middelen beschikbaar voor infrastructurele verkeer- en openbaar vervoerprojecten.
Het is belangrijk dat MRDH actief blijft monitoren op de inzet van de BDU-middelen om toekomstige projecten tijdig te kunnen starten. Tijdigheid van begrotingswijzigingen is aandachtspunt MRDH heeft een omvangrijke onderbesteding op exploitatie openbaar vervoer concessies mede als gevolg van vertraging van besteding van het assetbudget. Het is daarom belangrijk om de OV-concessiehouders aan te sporen om tijdig informatie over de voortgang van beheer- en onderhoudsprojecten met MRDH te delen. Daarnaast was ook sprake van niet begrote rentebaten die niet tijdig meegenomen zijn in de 2e begrotingswijziging. Voor het verbeteren van de
voorspellende waarde van de begroting is aanscherping van de tijdigheid van begrotingswijzigingen nodig. Sturing en monitoring op voortgang van subsidieprojecten is verbeterd Sturing op basis van (verwachte) voortgang van de (project-)subsidies blijft voor de MRDH lastig. Het tussentijds inzicht in subsidieprojecten groter en kleiner dan € 1 miljoen is verbeterd. Wel is verbetering mogelijk door betere structurele monitoring op subsidieprojecten kleiner dan € 1 miljoen. Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording (getrouw) is in de jaarrekening opgenomen en geconstateerde afwijkingen hoger dan de rapportagegrens zijn voldoende in de paragraaf Bedrijfsvoering toegelicht. Het betreft afwijkingen voornamelijk door het niet naleven van aanbestedingsrichtlijnen bij een aantal opdrachten, niet naleven van subsidievoorwaarden bij twee vastgestelde subsidies en verplicht te rapporteren begrotings-onderschrijdingen en -overschrijdingen. IT-beheersing is aangepakt; er is nog ruimte voor verbetering MRDH heeft vooruitgang geboekt in de IT-beheersing, maar voldoet nog niet aan de normen (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) hiervoor. Diverse actiepunten uit het informatiebeleidsplan zijn naar 2024 en verder verschoven, door beperkte capaciteit en afhankelijkheid van het technische beheer van de gemeente Den Haag.
Het is zaak om deze actiepunten op te pakken en hier voorrang aan te geven. Totaalbeeld positief, lijn vasthouden Ons algehele beeld is dat de MRDH haar financiële processen beheerst met als blijvende belangrijke aandachtspunten een goede inbedding van baten/lasten voor subsidieprojecten, de financiële onzekerheid bij de OV-bedrijven, de beheersing van IT-security en beheersing van frauderisico’s. Verbeterpunten pakt de MRDH proactief op. 3/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Resultaat Inzicht in de samenstelling van de exploitatie
•
De activiteiten voor Verkeer en Openbaar Vervoer (exclusief financiering) worden bekostigd uit de Brede Doel Uitkering (BDU) (€ 504 miljoen), de specifieke uitkering TVOV (€ 23 miljoen) en overige baten (€ 6 miljoen).
•
De BVOV 2021 is vastgesteld en voor BVOV 2022 hebben de openbaar vervoersbedrijven de eindverantwoording ingediend. De realisatie is lager uitgevallen dan begroot op grond van de beschikkingen, waardoor de BVOV over de jaren 2021 en 2022 naar beneden wordt bijgesteld voor € 45 miljoen.
•
Daarnaast zijn er minder lasten gerealiseerd op rail- en busconcessies als gevolg van onder andere vertraging bij het opstarten en uitvoeren van beheer- en onderhoudsprojecten en het niet hoeven besteden van gereserveerde middelen voor de taakstelling. Hierdoor verschuiven de middelen naar volgende jaren. Dit verklaart de onderbesteding van circa € 25 miljoen (exclusief correctie BVOV) ten opzichte van de bijgestelde begroting.
•
Daarnaast is sprake van projecten in het kader van verkeer (€ 34 miljoen) en projecten netwerk openbaar vervoer (€ 44 miljoen). De projecten zijn veelal jaaroverschrijdend waardoor de bestedingen over de jaren fluctueren. Tevens is voor projecten in het kader van nieuwe trams Den Haag nog geen subsidiebeschikking voor projecten afgegeven.
•
Met de financiering van de OV-bedrijven is € 12,5 miljoen aan rentelasten gemoeid (omvang financiering € 970 miljoen). De vervoerders betalen daar bovenop € 6,6 miljoen renteopslag voor marktconformiteit. Dit wordt voor € 2 miljoen aan de risicoreserve financieringen toegevoegd totdat het saldo van € 30 miljoen is bereikt.
•
De totale apparaatslasten bedragen circa € 12,4 miljoen (inclusief € 7,2 miljoen overhead conform definities BBV). De dekking van de apparaatslasten vindt plaats uit het fonds BDU (€ 9,9 miljoen) en de inwonersbijdrage economisch vestigingsklimaat (€ 2,5 miljoen).
•
De bestedingen aan projecten en directe apparaatslasten voor het economisch vestigingsklimaat bedragen € 5,9 miljoen. Deze worden gefinancierd uit de inwonerbijdrage.
In onderstaande grafiek is in hoofdlijnen de besteding van de middelen over 2023, in totaal € 532 miljoen (2022: € 572 miljoen) weergegeven.
Exploitatielasten 2023 (€ 532 mln.) OV Exploitatie Concessies OV Financiering Projectkosten OV Projectkosten Verkeer Apparaat en overhead Beleid en programmering
Economisch vestigingsklimaat 0 Realisatie 2023
100
200
Begroting 2023
300
400
500
600
Realisatie 2022
De afname ten opzichte van voorgaand jaar komt doordat minder middelen zijn besteed aan openbaar vervoer concessies, met name RET rail- en busconcessies en Regiotaxi. De samenstelling van de baten en lasten is in hoofdlijnen als volgt: •
Het overgrote deel van de bestedingen betreft de concessies openbaar vervoer van € 413 miljoen exclusief apparaatskosten (€ 480 miljoen in 2022). Dat is inclusief de Transitievergoeding openbaar vervoer (TVOV) van € 23 miljoen (in 2022 Beschikbaarheidsvergoeding (BVOV) € 82 miljoen) om omzetderving bij de vervoerders op te vangen.
4/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Continuïteit: Financiële positie De MRDH heeft drie verschillende rollen bij RET en HTM De MRDH heeft drie rollen richting de RET en HTM: als opdrachtgever voor het verlenen van de meerjarige concessies (2023: € 413 miljoen), als financier van het spoor en rollend materieel (€ 970 miljoen), en als aandeelhouder (€ 1.001) met bijzondere rechten. De verstrekte leningen aan RET en HTM zijn enerzijds verstrekt aan RET N.V. en HTM Personenvervoer N.V. die deelnemingen zijn van MRDH, en anderzijds aan RET en HTM railinfra B.V. en railgebonden voertuigen B.V. die geen deelnemingen zijn van de MRDH. De verstrekte leningen aan de nietdeelneming entiteiten van RET en HTM stonden in de afgelopen jaren ten onrechte verantwoord als leningen aan deelnemingen op de balans. Dit is in de jaarstukken 2023 gecorrigeerd. Deze leningen worden nu verantwoord onder overige langlopende leningen. De MRDH heeft adequate maatregelen getroffen om de verschillende rollen beheers- en beleidsmatig te scheiden bij mogelijke belangenverstrengeling en in geval van een conflict te escaleren. Ook heeft MRDH diverse beheersinstrumenten ingezet ten behoeve van de monitoring en het mitigeren van eventuele terugbetalingsrisico’s. Als aandeelhouder middels bijzondere rechten, als concessieverlener en financier middels borgstellingen en het achterhouden van de periodieke concessiebetalingen.
Scherpte in de rollen blijft hierbij belangrijk alsmede communicatie met de deelnemende gemeenten over risico’s. Voorgeschreven financiële kengetallen geven onvoldoende inzicht in de financiële positie In het BBV zijn vijf financiële kengetallen voorgeschreven die informatie geven over de financiële positie en daarmee de vergelijking met andere overheidslichamen mogelijk maakt. Vanwege de bijzondere financiering (bestedingen worden verrekend met de BDU) en de bijzondere leningenportefeuille (voor financiering kapitaal van vervoersbedrijven) zeggen deze kengetallen niet zoveel over de financiële positie. Het begrip van de balans, de risico’s en de
ontwikkeling van de BDU in meerjarig perspectief in relatie tot het meerjarig Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) zijn vooral van belang om de financiële positie van de MRDH te begrijpen. Solvabiliteit beperkt; risico’s worden opgevangen door inzet beheersinstrumenten. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de MRDH op termijn aan haar verplichtingen kan voldoen. Het weerstandsvermogen is daarvoor een belangrijke indicator. De MRDH heeft ultimo 2023 een weerstandscapaciteit van € 30 miljoen (6% van de totale lasten van € 532 miljoen) die volledig gericht is op de financieringsrol van de MRDH richting de vervoerders. Voor de overige risico’s die samenhangen met de activiteiten verkeer en openbaar vervoer wordt geen weerstandscapaciteit opgebouwd omdat op deze activiteiten directe bijsturing (prioritering of fasering via het programma Infrastructuur Verkeer en Openbaar Vervoer) mogelijk is. In de Gemeenschappelijke Regeling zijn geen specifieke bepalingen opgenomen om eventuele tekorten op te vangen, behalve in geval van liquidatie van deze gemeenschappelijke regeling. Het risicoprofiel van de MRDH wordt in hoge mate beïnvloed door de financiering van railvoertuigen en infrastructuur van de RET en HTM en het verstrekken van bussenleningen aan de vervoerders. Het betreft een bedrag van € 970 miljoen (inclusief garanties).
De (rail)voertuigen en infrastructuur vertegenwoordigen een boekwaarde van € 1,4 miljard en een (geschatte) economische waarde (65% van boekwaarde) van circa € 883 miljoen. Deze voertuigen en infrastructuur dienen als zekerheidsstelling. Voor 2024 en 2025 staan aflossingsverplichtingen voor een bedrag van circa € 104 miljoen gepland. De rentebaten over uitgezette leningen voor 2023 zijn € 19 miljoen (inclusief risico-opslag). De MRDH monitort met de vervoerders de financiële na-ijl-effecten van het Covid19-virus. Van het Rijk is voor 2023 5/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Continuïteit: Financiële positie een bijdrage van € 22,8 miljoen ontvangen om de derving van reizigersopbrengsten van OV-bedrijven op te vangen. Naast de risicobuffer van € 30 miljoen heeft de MRDH andere instrumenten uit hoofde van haar rollen als opdrachtgever concessie en aandeelhouder RETHTM om terugbetalingsrisico’s te mitigeren zoals hierboven beschreven. Tijdige informatievoorziening over deze risico’s aan de gemeenten is van groot belang. De MRDH onderkent dit. In het jaarverslag is verder toegelicht dat op dit moment geen sprake is van een duurzame waardevermindering of van aanpassing van de risicoberekening. Ontwikkeling verkeer- en vervoersfondsen: jaarlijkse bestedingen blijven achter t.o.v. de begroting; saldo fonds BDU neemt toe Voor de BDU-taken is voor 2023 circa € 594 miljoen aan rijksmiddelen toegekend en de omvang van het fonds (het nog niet tot besteding gekomen deel) bedraagt momenteel € 404 miljoen. In de onderstaande grafiek is het verloop weergegeven.
Verloop saldo Fonds BDU 2020-2027 (€ mln.)
Het beheersen van het planningsoptimisme (ofwel een realistische planning) blijft mede door de afhankelijkheid van derden een belangrijk aandachtspunt voor de bedrijfsvoering van de MRDH. Het planningsoptimisme blijkt uit het verschil van de stand van het fonds BDU eind 2023 (€ 404 miljoen) ten opzichte van de cijfers in de primaire begroting 2024 (€ 248 miljoen). Daarnaast is zichtbaar dat het saldo in het BDU-fonds oploopt terwijl het begrote saldo een licht dalende trend vertoont in de komende jaren. Nog een punt van aandacht: een deel van het planningsoptimisme heeft betrekking op beheer- en onderhoudsprojecten met betrekking tot concessies (zie ook de toelichting bij programma 1). Dit budget voor de railconcessies is contractueel een gesloten systeem: onderbesteding blijft voor de concessies voor latere jaren beschikbaar. Een deel van het saldo van de BDU heeft daarop betrekking. Dit wordt voldoende toegelicht bij programma 1 (Exploitatie Verkeer en Openbaar vervoer). Wat bij het begrip van de ontwikkeling van het BDU-fonds mede betrokken moet worden is de achterblijvende compensatie (binnen de BDU) voor areaaluitbreiding en meer trajecten.
De MRDH heeft maatregelen geïmplementeerd om in meerjarig perspectief de bestuurlijke wensen, het planningsoptimisme, de budgettaire kaders (BDU), het bestedingsbegrip, de overbesteding, de meerjarenbegroting en de (meerjarige) liquiditeitsprognose op elkaar af te stemmen. Ons advies is om de ingezette verbeteringen vast te houden.
450 400 350 300 250 200 150 100 50 0 2020
2021
2022
2023
Realisatie
2024
2025
2026
2027
De vertraging in de projectbestedingen heeft tot gevolg dat de liquide middelen van de MRDH toenemen en daarmee de storting bij Rijksschatkist in het kader van het verplichte schatkistbankieren. Door rentestijgingen op de rekening courant schatkistbankieren heeft de MRDH, naast de reguliere rentebaten uit uitgezette leningen, nog € 14,7 miljoen aan rente ontvangen waarvoor de begroting niet tijdig is gewijzigd. De hogere rentebaten worden aangewend
Begroting 6/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Continuïteit: Financiële positie voor dekking van de lasten uit programma 1 en programma 2, waardoor een lager bedrag aan het BDU fonds wordt onttrokken. Egalisatiereserve Economisch vestigingsklimaat Voor het programma Economisch vestigingsklimaat is een egalisatiereserve ingesteld omdat de in het begrotingsjaar gestarte projecten niet altijd eindigen op 31 december van dat jaar. De ontwikkeling is als volgt:
Financiële instrumenten € 970 miljoen (2022: € 1 miljard) De MRDH heeft een aantal financiële instrumenten ter ondersteuning van haar activiteiten. Alle in 2023 uitgevoerde treasury-transacties voldoen aan zowel de wettelijke als de eigen treasurybepalingen. De MRDH kent de volgende (financiële) instrumenten: •
Voor de financiering van investeringen in rollend materieel en railinfrastructuur verstrekt de MRDH leningen aan de RET, HTM en EBS (€ 970 miljoen). Tegenover deze langlopende leningen aan HTM, de RET en EBS staan gelijksoortige opgenomen leningen van de BNG en de Waterschapsbank met dezelfde looptijden, aflossingsschema’s en rentepercentages. Daar bovenop moet de MRDH vanwege marktconformiteit een renteopslag hanteren van minimaal 0,6%. De renteopslag wordt, totdat de reserve op het juiste niveau is, aan een reserve toegevoegd om risico’s op te vangen (zie daarvoor ook de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de jaarrekening);
•
Op basis van subsidieverplichtingen is in 2016 een (renteloze) vooruitbetaling van € 65 miljoen verstrekt aan de gemeente Rotterdam voor een deelproject van het project Verlenging A13-A16 voordat de gesubsidieerde activiteit daadwerkelijk is gestart. Tot en met 2023 is voor € 46 miljoen aan werkzaamheden uitgevoerd waardoor de voorfinanciering is afgenomen tot € 19 miljoen;
•
De tijdelijk niet benodigde middelen zijn grotendeels (verplicht) gestald in de Rijksschatkist (€ 468 miljoen) conform de regeling Schatkistbankieren. Hierover heeft de MRDH in 2023 € 14,7 miljoen aan niet begrote rente ontvangen.
•
De MRDH heeft geen derivaten in haar portefeuille.
Ontwikkeling Egalisatiereserve EV (€ 1.000) 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 2019
2020
2021
2022
Werkelijke stand
2023
2024
2025
2026
2027
Begrote stand
Eind 2023 bedraagt het saldo € 4,5 miljoen. MRDH heeft nog voor € 4,7 miljoen aan middelen in de reserve waarvoor in voorgaande jaren een bijdrageverleningsbeschikking is afgegeven. Het tekort op de egalisatiereserve wordt middels de resultaat-bestemming 2023 aangevuld. Naar aanleiding van onze opmerking in voorgaande jaren over de hoogte van de reserve is de monitoring en bijsturing op deze post zichtbaar aangescherpt. Het is belangrijk om de ingezette verbeteringen vast te houden.
7/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Concessies Openbaar Vervoer Economische situatie en achterblijvende reizigersaantallen hebben mogelijke impact op subsidies vervoerconcessies en op de aflossingsverplichtingen Economische omstandigheden (hoge energieprijzen, inflatie, hoog ziekteverzuim, personeelstekort en naar verwachting hogere loonkosten en materieel kosten) en het na-ijlen van Covid-19 hebben voor 2023 (en mogelijk daarna) een enorme impact op de exploitatie en financiële positie van de OVconcessiehouders. De reizigersaantallen zijn in 2023 gegroeid ten opzichte van voorgaand jaar, maar het is de verwachting van de vervoerders en de MRDH dat de aantallen ook voor 2024 achterblijven bij de verwachte trend van voor de pandemie. Hiermee blijft budgetdruk bestaan op het naleven van concessieafspraken. Hoe de risico’s op korte en lange termijn uitpakken, is nog onzeker daar de economische situatie en de na-ijleffecten van de pandemie op het reizigersniveau zich moeilijk laten voorspellen. Met herijkingsvoorstellen geeft de Vervoersautoriteit sturing aan de gevolgen van de actuele situatie voor zover dat niet onder normale bedrijfsrisico’s valt. De gemeentes worden periodiek geïnformeerd. Voor 2021 en 2022 heeft de MRDH uit hoofde van de regeling specifieke uitkering Beschikbaarheidsvergoeding Openbaar Vervoer (BVOV) middelen ontvangen voor het opvangen van de omzetderving. De BVOV 2021 is in 2023 vastgesteld.
De verantwoording van de beschikbaarheidsvergoeding (BVOV) over 2022 is opgenomen in de SiSa-verantwoording in de jaarrekening 2023. De OV-concessiehouders hebben ook de eindverantwoording BVOV 2022 bij het Rijk ingediend. Het Rijk vraagt van de vervoerders veel detailinformatie die ten tijde van de jaarrekening nog niet voor de MRDH beschikbaar is. De Sisabijlage loopt daardoor een jaar achter. In 2023 is er uit hoofde van de regeling Transitie vergoeding openbaar vervoer (TVOV) een bedrag van € 23 miljoen ontvangen. De verantwoording over 2023 volgt in de jaarstukken 2024. Hiermee worden de door het Rijk verstrekte vergoedingen naar aanleiding van de coronacrisis afgerond.
MRDH geeft impuls van € 145 miljoen aan OV-concessiehouders; gaat ten koste van andere activiteiten Ondanks de steunmaatregelen van de MRDH en de overige ter beschikking gestelde rijksmiddelen is de financiële positie van de OV-concessiehouders precair. Met name de RET als grootste vervoersbedrijf heeft te maken met grote financiële problemen, waardoor continuïteitsrisico’s bestaan. Ook HTM en EBS lopen risico’s. MRDH gaat een eenmalige financiële injectie van € 145 miljoen over de periode 2024-2030 aan deze OV-concessiehouders verstrekken ten behoeve van borging toekomstbestendig OV in de regio. De extra bijdrage is gebonden aan diverse voorwaarden en afspraken die per concessiehouder verschillen. De financiële injectie bekostigt de MRDH voor € 8 miljoen uit de vrije ruimte in het Transitieprogramma OV en Corona en voor € 137 miljoen uit de reguliere BDU-middelen. Door deze onttrekking uit het BDU-fonds zijn er minder middelen beschikbaar voor infrastructurele verkeer- en openbaar vervoerprojecten. Risico’s beheerst met betrekking tot aflossingsverplichtingen (MRDH als financier) De aflossingsverplichtingen worden voldaan uit de door de MRDH verstrekte subsidie voor de uitvoering van de concessies. Echter als de financiële problematiek groot is, legt dat wel druk op de exploitatie waardoor financiële en operationele risico’s gevolgen kunnen hebben voor de continuïteit.
De MRDH heeft diverse beheersmaatregelen om risico’s te verminderen en te monitoren. Hiermee kan de MRDH bij de vervoerders RET, HTM en EBS actief vinger aan de pols kan houden. Voor de beperking van de insolventierisico’s zijn (toereikende) aanvullende beheersmaatregelen getroffen: Het rollend materieel en de infrastructuur is onderpand voor de leningen en daarmee beschikbaar voor de MRDH, indien zich betalingsproblemen voordoen. De MRDH heeft voor HTM en RET in haar rol als aandeelhouder specifieke bevoegdheden. Als concessieverstrekker kan de MRDH de periodieke concessiebetalingen inhouden bij wanbetaling. 8/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Concessies Openbaar Vervoer Op dit moment zijn, ondanks de financiële positie van de vervoerders, geen signalen bekend dat sprake is van mogelijke insolventie bij de vervoerders. Risicoreserve van € 30 miljoen beschikbaar Voor het financieringsrisico van het rollend materieel en de infra-investeringen aan de HTM, RET en EBS bouwt de MRDH een risicoreserve op met een ondergrens van € 30 miljoen. De ondergrens is berekend op basis van de inschatting van de MRDH dat bij grote financiële tegenslag één maand concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd.
Bij de overige inkomsten op programma 1 en programma 2 zijn er niet begrote rentebaten van in totaal € 14,7 miljoen op rekening courant schatkistbankieren gerealiseerd. Rentebaten worden per kwartaal ontvangen, waardoor het mogelijk was om deze in de begrotingswijzigingen van 2023 te verwerken. We adviseren om alert te zijn op gerealiseerde mutaties in relatie tot de begroting en de begroting hierop tijdig aan te passen.
Stand van zaken subsidievaststellingen: twee oudere concessies nog niet vastgesteld In de jaarrekening (toelichting balans) is een toelichting opgenomen over de stand van zaken van de subsidievaststellingen inzake de concessies. Vanwege de complexiteit van de concessieafspraken, de verantwoording daarover en de interne toets op de naleving van de afspraken neemt het vaststellingsproces enige tijd in beslag. Nog niet afgerekend zijn de concessies voor 2023 (zit regulier in het proces), en de busconcessies 2018 en 2019 van HTM. Tijdigheid van begrotingswijzigingen is een aandachtspunt Er is een onderbesteding op exploitatie openbaar vervoer concessies van € 68 miljoen, mede veroorzaakt door een correctie van € 45,4 miljoen naar aanleiding van vaststelling BVOV 2021 en ingediende eindverantwoordingen BVOV 2022 van OV-concessiehouders. Het restant van de onderbesteding is voornamelijk het gevolg van vertraging van projecten in het kader van vervangingsonderhoud van assets. We adviseren om de OV-concessiehouders aan te sporen de voortgang van projecten tijdig te rapporteren, zodat de begrotingswijziging tijdig doorgevoerd kan worden ten behoeve van het verbeteren van de voorspellende waarde van de begroting.
9/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Interne beheersing Voortgang van de verbeterpunten onder handen De processen van de MRDH bestaan hoofdzakelijk uit het subsidieproces en daarnaast het inkoopproces, treasury-proces en het salarisproces. Ons algehele beeld over de interne beheersing is dat de MRDH haar processen adequaat beheerst. De opmerkingen uit het accountantsverslag van voorgaand jaar en de managementletter van december 2023 zijn opgepakt. De stand van zaken is als volgt: •
•
•
•
Het op elkaar afstemmen van de bestuurlijke wensen, het planningsoptimisme, de budgettaire kaders (BDU), de regels voor wat betreft overbesteding, de meerjarenbegroting en de (meerjarige) liquiditeitsprognose en de afhankelijkheid van derden die projecten plannen en uitvoeren, blijven een complex proces. Het is belangrijk om de aandacht hiervoor vast te houden. Voor verkeers- en OV-projecten met een subsidiebedrag groter dan € 1 miljoen geeft de (project)administratie inzicht in de (jaarlijkse) voortgang van het project en kunnen de (jaar)kosten van het subsidieproject worden bepaald. Hiervoor wordt (tussentijds) afgestemd met de subsidieontvanger over de voortgang van het subsidieproject. Ook van OV-subsidieprojecten groter dan € 1 miljoen ten behoeve van het programma Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio (INTHR) is de voortgang inzichtelijk gemaakt. Voor een aantal nieuwe INTHR-projecten die al in uitvoering zijn, is nog steeds geen subsidieverleningsbeschikking afgegeven. Dit vanwege een verschil van inzicht over onder andere de subsidiabiliteit van VAT-kosten. Gevolg is dat voor deze projecten bij de MRDH een onderbesteding zichtbaar is terwijl de operationele voortgang van het programma Infrastructuur Verkeer en Openbaar Vervoer hoger is. Het is belangrijk om de subsidieverleningen voor deze projecten te regelen.
Voor (verkeer) subsidieprojecten kleiner dan € 1 miljoen is deels tussentijdse monitoring ingericht. Hierdoor is het mogelijk dat bij deze projecten sprake is van meer operationele voortgang dan nu gepresenteerd is in de jaarrekening. Het is belangrijk om ook voor deze projecten
tussentijdse monitoring in te richten en de operationele voortgang in de (project)administratie te actualiseren. •
Het tijdig vaststellen van subsidieverantwoordingen door subsidieontvangers aan te sporen tijdig verantwoordingen in te dienen, behoeft blijvende aandacht. Een aantal subsidieverleningen van voorgaande jaren is nog niet vastgesteld doordat subsidieafrekeningen van de betreffende gemeente nog niet zijn ontvangen. Hierdoor blijven mogelijk middelen nog gereserveerd voor oudere projecten.
•
De andere concessies zijn tot en met 2022 vastgesteld, met uitzondering van de busconcessies 2018 en 2019 van HTM. Dit heeft per saldo geleid tot een vrijval van € 4 miljoen (in 2022 € 1,6 miljoen).
Liquiditeitsplanning projecten op orde De liquiditeit van de MRDH is (nagenoeg volledig) benodigd voor de uitvoering van verkeers- en vervoersprojecten in het werkgebied van de MRDH. Deze middelen zijn niet vrij beschikbaar maar moeten binnen de kaders van de Wet BDU verkeer en vervoer worden ingezet. Een middellange termijn en lange termijn liquiditeitsplanning heeft de MRDH beschikbaar om de sturing op de schaarse liquide middelen te ondersteunen. Begrotingsproces Uit de jaarstukken 2023 blijkt dat sprake is van een aantal omvangrijke begrotingsonderschrijdingen en -overschrijdingen. Het advies is om tijdig inzicht te verkrijgen in de voortgang van projecten en overige aangelegenheden die de begroting raken en de begroting hierop aan te passen. Fiscale beheersing op orde De drie belangrijkste fiscale processen hebben betrekking op de beheersing van de btw-bcf (circa € 45 miljoen), de loonbelasting/sociale premies (circa € 4 miljoen) en op de vennootschapsbelasting (vpb). Deze processen worden voldoende beheerst.
10/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Fraude, integriteit en naleving wet- en regelgeving Onze werkzaamheden: Focus op uitgaande geldstromen, managementbeïnvloeding en naleving van wet- en regelgeving Vanuit accountantsoptiek ligt het risico op fraude meer op de uitgaande geldbeweging en op managementbeïnvloeding dan bij de opbrengstenverantwoording. Bij de controle besteedt de GAD aandacht aan de organisatie van het geldverkeer en aan de wijze waarop verplichtingen (rechtmatig conform verordeningen en interne procedures) tot stand komen en door leveranciers (onder andere toets op prestatieleveringen) en subsidieontvangers worden nageleefd (middels naleving van het door de MRDH vastgestelde M&O-beleid). Tevens nemen wij actief kennis van mogelijke fraudesignalen en wat de relevantie daarvan voor de controle van de jaarrekening is. De MRDH heeft ons gemeld dat het afgelopen jaar geen sprake is geweest van (vermoedens van) fraude. Ten overvloede: de accountantscontrole is niet gericht op het opsporen van fraude. De leiding van de MRDH is verantwoordelijk voor het stelsel van interne beheersmaatregelen om het frauderisico te mitigeren. Beleidsnota fraudepreventie en frauderisicoanalyse opgesteld Naar aanleiding van onze opmerkingen uit voorgaand jaar heeft de MRDH een beleidsnota fraudepreventie en een frauderisicoanalyse opgesteld en deze door directie in maart 2024 laten vaststellen.
De beleidsnota gaat in op de visie van MRDH ten aanzien van fraudepreventie, de definitie van fraude, de interne beheersingsmaatregelingen ter voorkoming van fraude en hoe de frauderisicoanalyse is ingericht op basis van een Plan-Do-Check-Act-cyclus. De frauderisicoanalyse geeft inzicht in de door MRDH onderkende frauderisico’s, inclusief een inschatting van kans en impact en getroffen beheersmaatregelen per risico. De frauderisicoanalyse wordt jaarlijks vastgesteld. Dit is een goed startpunt voor de interne beheersing op het gebied van fraude.
Overige beheersingsmaatregelen ten aanzien van fraude De MRDH voert systematisch interne controle-onderzoeken uit waarbij de naleving van interne procedures, voorschriften en relevante wet- en regelgeving wordt getoetst en aan de directie wordt gerapporteerd. Bij onze controle nemen wij kennis van deze rapporten. Het personeelsgerelateerde Fraude- en Integriteitsbeleid is opgenomen in het Personeelshandboek dat op het intranet van de MRDH staat. In het kader van risicovolle functies zijn alle functies als risicovol aangewezen, waardoor voor alle medewerkers ook een VOG nodig is. Integriteit heeft de MRDH op dit moment intern belegd bij de manager bureau strategie en bestuur en voor de uitvoering is een coördinator integriteit aangewezen. De MRDH maakt gebruik van een onafhankelijke vertrouwenspersonen van de Arbo Unie. In het Personeelshandboek is een procedure Reageren op niet-integere zaken opgenomen. Paragraaf Fraude & integriteit kan nog aan waarde winnen In de verslaggeving bestaat geen verantwoordingsverplichting over frauderisicobeheersing. De MRDH heeft in de paragraaf Bedrijfsvoering vrijwillig het beleid omtrent fraude en integriteit beschreven, wat positief is. Deze paragraaf kan aan waarde winnen door informatie op te nemen over de belangrijkste onderkende frauderisico’s, de risico-inschatting en de beheersing en monitoring hiervan.
In 2024 gaat de MRDH aan de slag met het opstellen van een frauderesponsplan, waarin wordt beschreven hoe de organisatie optreedt in het geval dat fraudegevallen of integriteitsschendingen zich voordoen. 11/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Kwaliteit van de jaarstukken De jaarstukken voldoen aan het BBV, toelichting en analyse van de verschillen zijn toereikend De jaarstukken van de MRDH zijn overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) opgesteld. De MRDH heeft de jaarstukken voor de wettelijke datum van 30 april 2024 aangeboden aan de deelnemende gemeenten. Met betrekking tot de toelichtingen is het beeld als volgt: •
Programmarekening: de toelichting is toereikend maar kan verder worden verbeterd door een betere inhoudelijke toelichting te geven over de oorzaken achter vertragingen ten opzichte van de planning, en wat de gevolgen voor de budgetten voor de concessies zijn (gesloten systeem) voor de resterende concessiejaren.
•
De toelichtingen op de balans geven goed inzicht in de samenstelling van de balansposten.
•
Paragrafen: o
De paragraaf bedrijfsvoering geeft ook informatie over IT, informatieveiligheid, fraude en integriteit en over de rechtmatigheidsverantwoording. Dit is een goede ontwikkeling.
o
De toelichting over fraude en integriteit kan aan waarde winnen door informatie op te nemen over belangrijkste onderkende frauderisico’s, de risico-inschatting en de beheersing en monitoring van de risico’s.
o
De andere voorgeschreven BBV-paragrafen geven een goed beeld over financiering, weerstandsvermogen en risicobeheersing, verbonden partijen en onderhoud kapitaalgoederen.
12/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Rechtmatigheid Inrichting financiële beheer en de financiële organisatie zijn voldoende voor het maken van een getrouwe en rechtmatige verantwoording. Met ingang van 2023 is de MRDH zelf verplicht om een rechtmatigheidsverantwoording op te stellen en hierin verantwoording af te leggen over de naleving van vigerende wet- en regelgeving bij totstandkoming van baten en lasten en balansmutaties in de jaarrekening. De accountant toetst de getrouwheid van deze verantwoording. Wel brengen wij conform de regelgeving een expliciet rechtmatigheidsoordeel uit over de specifieke uitkeringen (SiSa-regelingen). De bestedingen van de MRDH worden voor circa 95% gedekt uit de Fonds BDU-uitkering en overige specifieke uitkeringen. Hierover blijft de accountant wel een rechtmatigheidsoordeel uitbrengen. De MRDH dient echter wel eventuele afwijkingen die voortvloeien uit de specifieke uitkeringen in de rechtmatigheidsverantwoording op te nemen.
Getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording vastgesteld De rechtmatigheidsverantwoording, conform de modelverantwoording zoals voorgeschreven in de Kadernota rechtmatigheid 2023, is in de jaarrekening 2023 opgenomen. De volgende wet- en regelgevingen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording (Controleprotocol accountantscontrole en rechtmatigheidsverantwoording MRDH Jaarrekening 2023) betrokken: Treasurystatuut MRDH, de Financiële verordening, (Europese) aanbestedingsregels, relevante rijksregelgeving (Wet BDU verkeer en vervoer), subsidieverordeningen en personele regelingen. Er zijn geen individuele dan wel cumulatieve afwijkingen boven de verantwoordingsgrens. Geconstateerde afwijkingen groter dan de rapportagegrens zijn in de paragraaf bedrijfsvoering voldoende toegelicht. Het betreft afwijkingen door het niet naleven van één artikel uit de financiële verordening MRDH, niet naleving van aanbestedingsrichtlijnen bij een aantal opdrachten, niet naleving van subsidievoorwaarden bij twee vastgestelde subsidies en enkele begrotingsonderschrijdingen en -overschrijdingen.
De voorgeschreven rapportagegrens en verantwoordingsgrens zijn conform de Kadernota Rechtmatigheid 2023 van de commissie BBV door het algemeen bestuur vastgesteld op respectievelijk € 125.000 en 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves (€ 5,3 miljoen) in het controleprotocol 2023 van de MRDH. Als basis voor de rechtmatigheidsverantwoording heeft de MRDH een systematiek van IC-onderzoeken gepland en uitgevoerd. In de onderzoeken is voldoende aandacht besteed aan de rechtmatigheidscriteria, met name het voorwaarden-, begrotings- en misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium, die van belang zijn voor een getrouwe en rechtmatige weergave van de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast heeft de MRDH twee momenten gedurende het boekjaar waarop de begroting wordt aangepast ter verbetering van het inzicht en ter voorkoming van begrotingsonrechtmatigheden.
13/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Rechtmatigheid Rechtmatigheid specifieke uitkeringen op orde, verbeterpunten zijn transparant toegelicht Zoals eerder vermeld worden de bestedingen grotendeels gedekt uit de Fonds BDU-uitkering en overige specifieke uitkeringen. Als gevolg hiervan hebben we de financiële rechtmatigheid gecontroleerd, zoals beschreven in het controleprotocol MRDH 2023. Hierdoor hebben wij ook de rechtmatigheid gecontroleerd van relevante regelingen zoals de Financiële verordening, het Treasurystatuut, personele regelingen en de relevante rijksregelgeving (waaronder Wet BDU verkeer en vervoer en SiSa-regelingen). Uit ons onderzoek blijken de volgende bevindingen ten aanzien van financiële en nietfinanciële rechtmatigheid: •
het Treasurystatuut is nageleefd;
•
begrotingsoverschrijding van € 0,6 miljoen die niet in het rechtmatigheidsoordeel hoeft te worden betrokken;
•
de Financiële verordening is voor één (niet financiële bepaling) artikel niet geheel nageleefd (zie ook jaarrekening hoofdstuk 3.4.5 onderdeel Rechtmatigheid). Betreft het ontbreken van een paragraaf subsidies in de begroting. Deze is vanaf begrotingsjaar 2024 opgenomen in de begroting;
•
niet naleven van aanbestedingsregels: vijf opdrachten voor een besteding van € 2,5 miljoen zijn ten onrechte niet Europees aanbesteed. De MRDH heeft deze posten zelf geconstateerd en in de jaarstukken gemeld;
•
niet naleven van subsidievoorwaarden: bij twee vastgestelde subsidies met een besteding van € 0,4 miljoen ontbrak de voorgeschreven controleverklaring van een accountant bij de eindverantwoording. De MRDH heeft deze onzekerheid zelf geconstateerd en in de jaarstukken gemeld;
•
het niet naleven van de subsidievoorwaarden leidt ook tot een afwijking (fout) in de SiSa-bijlage van € 0,4 miljoen;
•
de regels voor de Wet Normering Topinkomens (WNT) zijn door de MRDH nageleefd.
14/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Informatieveiligheid Geen bijzonderheden over continuïteit, betrouwbaarheid van gegevensverwerking Bij de verwerking van gegevens maakt de MRDH gebruik van een geautomatiseerd financieel systeem AFAS (een cloud-applicatie), salarissysteem IJK en een netwerkomgeving waarin documenten worden geadministreerd. Daar waar wij bij de jaarrekeningcontrole gebruik maken van deze systemen (vooral AFAS) is ons niet gebleken dat sprake is van bijzonderheden ten aanzien van de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking. Uit doelmatigheidsoverwegingen hebben wij overigens onze controle gegevensgericht uitgevoerd.
capaciteit en afhankelijkheid van de gemeente Den Haag voor de technische infrastructuur, naar 2024 en verder doorgeschoven. Ondanks de vertraging heeft de MRDH een aantal actiepunten gerealiseerd. In het jaarverslag in de paragraaf Bedrijfsvoering worden belangrijke bevindingen en toekomstplannen toegelicht: •
•
Interne beheersing IT: Nog niet voldaan aan de richtlijnen BIO Ten behoeve van de Informatieveiligheid is het van belang dat de MRDH toereikende maatregelen heeft genomen om de risico’s ten aanzien van veiligheid (betrouwbaarheid en continuïteit) van informatie te verkleinen. Daarbij moeten deze maatregelen aansluiten met de uitkomsten van een IT risicoanalyse en dient periodiek te worden gemonitord dat deze maatregelen ook werken en dus effectief zijn. De eisen die voor gemeenten hieraan worden gesteld, zijn vastgelegd in de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid). Deze baseline biedt een goed referentiekader voor de invulling van IT-security. De MRDH heeft in het afgelopen jaar stappen gemaakt op het gebied van ITsecurity. Maar de organisatie is nog niet zover dat zij de naleving van belangrijke IT-beheersmaatregelen goed kan aantonen middels de plan-docheck-act-cyclus. Door de beperkte bezetting van de MRDH op ICT-gebied, moeten er keuzes worden gemaakt en zijn diverse actiepunten doorgeschoven naar de Roadmap 2024. De MRDH heeft een informatiebeleidsplan vastgesteld voor de periode 20212026. Diverse aandachtspunten uit het plan zijn door beperkte personele
• •
het MT heeft besluiten genomen in het kader van beheer, archivering en beveiliging van documenten. Diverse actiepunten, zoals classificeren van documenten, bewaarbeleid e-mails, zijn zo goed als afgerond. De verwachting is dat de overige actiepunten in 2024 worden afgerond. Een penetratietest is uitgevoerd. De uitkomsten waren positief, maar er zijn ook meerdere aanbevelingen, die de MRDH de komende periode gaat opvolgen. Het proces van kwaliteitssysteem informatiebeheer wordt in 2024 uitgevoerd. Een back-up & recovery test is uitgevoerd. Er zijn geen bijzonderheden geconstateerd.
Samengevat, MRDH heeft een aantal actiepunten afgerond, maar moet de komende periode nog inzetten op de nog openstaande actiepunten, zoals beschreven in de Roadmap 2024. Hierbij is het belangrijk dat de noodzakelijke beheersmaatregelen worden ingericht op basis van een risicoanalyse en de (zichtbare) monitoring van de werking van de IT-beheersmaatregelen (plando-check-act) toereikend wordt ingevuld. Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) beperkt risico De meldplicht datalekken is beperkt van toepassing op de MRDH: niet van toepassing op het primaire proces, maar wél op de ondersteunende processen HRM en Salarisverwerking. De MRDH loopt geen grote risico’s.
15/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Vooruitblik 2024 en verder In dit hoofdstuk benoemen we aantal relevante ontwikkelingen die vanaf het jaar 2024 en verder relevant zijn voor de MRDH: Duurzaamheid Duurzaamheid wordt een steeds belangrijker onderwerp binnen de maatschappij, maar ook binnen de overheid. Vanaf 2024 gelden de duurzaamheidsrichtlijnen Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), die grote ondernemingen van openbaar belang verplicht om over hun ESG-beleid te rapporteren. De komende jaren wordt het toepassingsgebied van de richtlijnen stapsgewijs uitgebreid, waardoor het mogelijk is dat deze richtlijn of een equivalent hiervan ook voor overheidsorganisaties wordt geïntroduceerd. De CSRD vereist dat organisaties ook over informatie in hun waardeketen rapporteren. De richtlijnen zijn weliswaar nog niet van toepassing voor lokale overheden, maar de MRDH kan te maken krijgen met informatieverzoeken van samenwerkingspartners die wel onderworpen zijn aan de CSRD-richtlijnen. Wij adviseren nogmaals om alvast het gesprek aan te gaan met de samenwerkingspartners over de informatie die ze nodig zullen hebben, zodat de MRDH zich hierop tijdig kan voorbereiden. Nieuwe en verwachte notities van de commissie BBV De commissie Besluit Begroting en Verantwoording heeft de volgende notities uitgebracht of zal die nog uitbrengen. Deze notities zijn relevant voor uw begrotings- en verantwoordingsstukken: • •
De herziene notitie Rente gaat met ingang van begrotingsjaar 2025 gelden. De herziene notitie Overhead gaat met ingang van begrotingsjaar 2026 voor gemeenschappelijke regelingen gelden, maar mag eerder worden toegepast.
Rechtmatigheidsverantwoording De Algemene Rekenkamer heeft in februari 2024 kenbaar gemaakt fundamentele bezwaren te hebben tegen de voorgenomen wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) naar aanleiding van de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording met ingang van 2023. Onderdeel hiervan is ook de wijze waarop de Aanbestedingswet in combinatie met de Gids proportionaliteit in de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV wordt toegepast. Het Rijk en de Algemene Rekenkamer hebben nog geen consensus bereikt over de voorgenomen wijzigingen. De potentiële wijzigingen in beide besluiten en mogelijk de Kadernota rechtmatigheid kunnen van invloed zijn op de intensiteit van de rechtmatigheidstoetsing en de toekomstige verantwoordingen van de MRDH. Het is belangrijk om te bepalen hoe de MRDH hierop kan anticiperen. Europese cybersecurity wetgeving Vanaf eind 2024 gaat de Network and Information Security Directive (NIS2) in Nederland gelden. Dit is de nieuwe Europese wetgeving op het gebied van cybersecurity. De wetgeving regelt de cyberbeveiliging en weerbaarheid van essentiële diensten in diverse sectoren, waaronder overheidsorganisaties.
Organisaties die onder NIS2 vallen hebben een zorgplicht voor wat betreft het uitvoeren van een risicoanalyse op informatieveiligheid en het nemen van passende maatregelen om op de geïdentificeerde risico’s in te spelen. Ook is er sprake van een meldplicht, waarbij incidenten binnen 24 uur bij de toezichthouder moeten worden gemeld. Het belang van het volledig op orde krijgen van de informatieveiligheid van de MRDH wordt hiermee verder benadrukt.
16/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Bijlagen Controleverschillen Voor onze oordeelsvorming zijn de goedkeuringstoleranties voor onjuistheden 1% (€ 5,3 miljoen), en voor onzekerheden 3% (€ 16,0 miljoen). Het totaal aan bevindingen is lager dan de goedkeuringstoleranties zodat een goedkeurende controleverklaring is verstrekt. Rapportagewaardige financiële onzekerheden en/of onjuistheden hoger dan € 125.000 (Controleprotocol MRDH 2023) zijn als volgt: Nr.
Omschrijving
1
De operationele voortgang van de projecten is gebaseerd op schattingen die van begunstigden zijn ontvangen. Aan schattingen zijn inherente onzekerheden verbonden. Opgemerkt wordt dat schattingsonzekerheden op subsidieprojecten in meerjarig perspectief per saldo geen financieel effect hebben omdat niet meer dan het maximale bedrag uit de subsidiebeschikking wordt uitbetaald. Alleen de jaarschijfbedragen kunnen verschillen ten opzichte van de begroting. De schattings-onzekerheden liggen binnen de tolerantiegrenzen van 3%.
2
Uit de interne controle is gebleken dat er voor twee vastgestelde subsidies de voorgeschreven controleverklaring van een accountant bij de eindverantwoording ontbrak. Dit betreft een bedrag van € 402.750. In de jaarrekening is dat toegelicht in hoofdstuk 3.4.5 Rechtmatigheid.
Categorie afwijking Getrouwheid
Classificatie afwijking
Rechtmatigheid
Fout
Onzekerheid
17/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Bijlagen SiSa: geen majeure bevindingen Voor de jaarrekening geldt het principe van Single information en Single audit (SiSa) voor specifieke uitkeringen van het Rijk. Kenmerkend voor SiSa is dat verantwoording aan het Rijk wordt afgelegd via een bijlage bij de jaarrekening. De accountantscontrole van de specifieke uitkeringen is onderdeel van de reguliere controle van de jaarrekeningen, waarbij het Rijk aanvullende eisen stelt. Wij hebben de verantwoorde SiSa prestaties en bestedingen over 2023, zoals opgenomen in bijlage 1 van de jaarrekening van de MRDH, gecontroleerd. Deze controle is uitgevoerd volgens de daarop betrekking hebbende wet- en regelgeving, zoals gebundeld in de BZK-circulaire SiSa en de definitieve verantwoordingsbijlage. Per regeling geven wij in de volgende tabel aan of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd.
18/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Bijlagen Berichtgeverinformatie Type overheidslaag: Naam berichtgever: Berichtgevercode: Rapportage-periode:
Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 050830 2023
Deze tabel is in het rapport van bevindingen van de accountant te vinden op pagina:
19
Rechtmatigheidsoordeel specifieke uitkeringen (zoals blijkt uit de controleverklaring): Strekking controleverklaring getrouwheid gehele jaarrekening:
Goedkeurend
Fouten en onzekerheden 2023 Nr Volgnr Specifieke uitkering of overig
Fout of onzekerheid
Goedkeurend
Financiële omvang in euro's € 402.750
Toelichting fout/onzekerheid
E20
1
Regeling stimulering verkeersmaatregelen 2020-2021
Fout
E20 E27A
2 1
Regeling stimulering verkeersmaatregelen 2020-2021 Brede doeluitkering verkeer en vervoer (SiSa vervoerregio's)
Onzekerheid Fout
€0 €0
Bij twee vastgestelde subsidies ontbrak de voorgeschreven controleverklaring van een accountant bij de eindverantwoording. nvt nvt
E27A
2
Brede doeluitkering verkeer en vervoer (SiSa vervoerregio's)
Onzekerheid
€0
nvt
E57
1
Fout
€0
nvt
E52
2
Onzekerheid
€0
nvt
E84
1
Tijdelijke regeling specifieke uitkering Zero Emissiebussen 2022–2024 Tijdelijke regeling specifieke uitkering Zero Emissiebussen 2022–2024 Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2022-2023
Fout
€0
nvt
E84
2
Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2022-2023
Onzekerheid
€0
nvt 19/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Bijlagen E86
1
Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2022
Fout
€0
nvt
E86
2
Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2022
Onzekerheid
€0
nvt
20/21
Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag
Bijlagen Bevestiging Onafhankelijkheid
•
Wij bevestigen dat onze onafhankelijke positie ten opzichte van de MRDH in overeenstemming met de Nederlandse wettelijke en beroepsvoorschriften is gewaarborgd. Wij zijn van mening dat wij in relatie tot uw organisatie, in overeenstemming met de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance opdrachten (ViO) en van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), onafhankelijk hebben gefunctioneerd en dat de objectiviteit van onze oordeelsvorming in het afgelopen jaar niet is aangetast: • Wij hebben geen opdrachten uitgevoerd die onze onafhankelijkheid bedreigen. • Wij hebben onze naleving van externe normen en ons onafhankelijkheidsbeleid met betrekking tot onze controles in 2023 bewaakt. • Wij bevestigen dat (tot nu toe) aan onze onafhankelijkheidsvoorschriften is voldaan en blijven voldoen. • Wij zijn van mening dat onze objectiviteit gedurende het afgelopen jaar niet is aangetast.
•
Stelsel van waarborgen om onafhankelijke positie te waarborgen Wij hebben diverse organisatorische maatregelen getroffen om de onafhankelijkheid van de GAD en die van de GAD medewerkers te waarborgen. Deze maatregelen omvatten onder meer: • Voorschriften en procedures omtrent onafhankelijkheid. Deze voorschriften voor professioneel gedrag op het gebied van kwaliteit en onafhankelijkheid zijn opgenomen in de Gedragscode van de gemeente Den Haag. Deze Gedragscode geldt ook voor iedere medewerker van de GAD en wordt jaarlijks geactualiseerd. • Jaarlijkse bevestiging van de onafhankelijkheid door alle medewerkers van de GAD. • Cliënt- en opdrachtacceptatieprocedures, waaronder een beoordeling of er sprake is van mogelijk conflicterende diensten. • Intern en extern kwaliteitsonderzoek.
Persoonlijke, zakelijke of financiële relaties met de MRDH Wij hebben een evaluatie gemaakt van persoonlijke, zakelijke en financiële relaties tussen de GAD, haar medewerkers en de MRDH die van invloed kunnen zijn op onze onafhankelijkheid. Bij deze evaluatie zijn geen zaken gebleken welke aan u gerapporteerd moeten worden.
•
Reviews door externe toetsers die niet bij de opdracht betrokken zijn, ter waarborging van een deugdelijke grondslag/deskundig oordeel. Een compliance officer conform artikel 23, eerste lid, van het Besluit toezicht accountantsorganisaties. Roulatie van externe accountants op de opdracht.
De opzet en werking van ons stelsel van maatregelen worden periodiek door de externe toezichthouder (de gemeentelijke Rekenkamer) getoetst en het samenwerkingsverband Kwaliteitsonderzoek Overheidsaccountants. Interne roulatie Een te grote mate van vertrouwdheid of vertrouwen kan een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van de accountant wanneer bepaalde leden van het controleteam geregeld en voor lange tijd aan de controle van een organisatie meewerken. Wij beoordelen de bedreiging voor de onafhankelijkheid die kan voortvloeien uit de langdurige betrokkenheid van andere leden van het controleteam bij de controleopdracht. Waar nodig nemen wij maatregelen om de bedreiging weg te nemen.
21/21