MRDH 2027 Concept nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbegroting MRDH 2027
Tekst van het document
Dank voor uw positieve reactie op het samenvoegen van de twee mobiliteitsprogramma’s. Leidschendam-Voorburg juicht de samenvoeging van verkeer en vervoer tot één begrotingsprogramma toe. We zien de inhoudelijke verbanden, bijvoorbeeld in de vorm van publieke mobiliteit. De MRDH is bezig de mogelijkheden te onderzoeken. Leidschendam-Voorburg blijft graag betrokken bij de vervolgstappen waarbij openbaar vervoer en doelgroepenvervoer beter op elkaar worden afgestemd of gecombineerd. Wij zijn blij om te horen dat gemeente Leidschendam-Voorburg de samenvoeging van de begrotingsprogramma’s verkeer en vervoer toejuicht. Dat Leidschendam-Voorburg graag betrokken blijft in de vervolgstappen juichen wij ook toe. Wij vinden het belangrijk dat alle gemeenten meedenken en meewerken in de vervolgstappen rondom publieke mobiliteit. De gemeenteraad onderschrijft de genoemde grote vraagstukken waar onze regio en gemeente voor staat. Ook waardeert de gemeenteraad de ambitie van de MRDH om te sturen op impact. De grote ontwikkel- en transformatieopgaven binnen onze regio vragen een integrale en Wij onderschrijven het belang van samenwerking met alle betrokken partijen bij de integrale aanpak van de grote ontwikkel- en transformatieopgaven in onze regio, en pakken dit waar mogelijk ook in afstemming en samenwerking op. 28 resultaatgerichte aanpak.
Dit vraagt om nauwe samenwerking tussen MRDH, de gemeenten en andere betrokken instanties. Leidschendam-Voorburg vraagt hierin nadrukkelijk de samenwerking en afstemming in de regio met betrekking tot integrale opgaven op te (blijven) zoeken en op elkaar af te stemmen. Bijvoorbeeld de samenwerking met de Provincie Zuid-Holland en Haagse regio. De aanpak op elkaar af te stemmen is een randvoorwaarde voor het succes van integrale opgaven. Graag trekken wij samen met de MRDH en andere gemeenten op bij het opstellen van de Strategische Agenda en Uitvoeringsprogramma. Wij danken u voor uw bereidheid om actief mee te denken. Dit sluit goed aan bij onze aanpak, waarin we de Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma in co-creatie met gemeenten en partners opstellen. In dat kader vraagt de gemeenteraad specifiek aandacht voor de ontwikkelingen rondom de Vlietlijn. Het huidige voorkeurstracé voor de Vlietlijn leidt in Voorburg-West al langere tijd tot zorgen over leefbaarheid, veiligheid, aantasting van de groenstructuur, en overlast. Bovendien zijn nut en noodzaak van het huidige tracé voor de inwoners van Leidschendam-Voorburg onvoldoende aangetoond. Daarnaast wacht de gemeenteraad nog op de uitkomst van het regionale mobiliteitsonderzoek. De gemeenteraad vindt dat de inwoners van de Binckhorst gebaat zijn bij een bereikbare wijk, inclusief een goed OV- aanbod.
Dit zou echter ook op een alternatieve wijze bereikt kunnen worden. Dit betreft zowel de wijze waarop het voorgestelde tracé ingepast kan worden (geheel of gedeeltelijke ondertunneling, alternatieve aanlanding dan station Voorburg) als de inzet van alternatieve vervoersmogelijkheden (bijv. een snelbus). In aansluiting op de nog te publiceren mobiliteitsonderzoeken willen wij als raad graag proactief betrokken worden bij het meedenken over oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten. In de intentieovereenkomst versnellingsaanpak Binckhorst is afgesproken om een regionaal mobiliteitsonderzoek te doen. Leidschendam-Voorburg en MRDH zijn naast andere partijen medeondertekenaar van deze intentieovereenkomst. Dit wordt in het derde kwartaal gestart. Leidschendam-Voorburg waardeert de inspanning van de MRDH om aandacht te besteden aan brede welvaart en sociaaleconomische Hartelijk dank voor de waardering. Zoals in de nieuwe visies opgenomen, willen we met onze inspanningen bijdragen aan de 29 ontwikkelingen. We juichen deze inspanning van de MRDH op het raakvlak van economie en mobiliteit toe. De MRDH heeft Beeck de opdracht gegeven om onderzoek uit te voeren naar brede welvaart en betere bereikbaarheid. De hierin genoemde pilot voor Leidschendam- Zuid zien wij als kans om samen met de MRDH verder uit te werken. regionale opgaven.
Daar hoort het verbeteren van Brede welvaart en het versterken van de sociaaleconomische prestaties van de regio bij. We zijn met Leidschendam-Voorburg in gesprek hoe wij vanuit economie en bereikbaarheid kunnen bijdragen aan de opgave van Leidschendam-Zuid. In de aanbiedingsbrief wordt verwezen naar de korting op de Brede Doeluitkering (BDU). Leidschendam-Voorburg waardeert de inspanning die de MRDH en MRA hebben verricht om korting in 2027 te voorkomen. Helaas is er hiermee nog geen structurele oplossing gevonden. De gemeenteraad vraagt de MRDH om samen met de MRA en Provincies deze inspanningen richting het rijk voort te zetten. Wij danken u voor uw steun voor onze inzet om de dreigende korting op de Brede Doeluitkering (BDU) te voorkomen, en wij zullen onze inspanningen richting. Het Rijk voortzetten. Indien deze korting na 2027 alsnog wordt doorgevoerd, zullen wij in nauw overleg met de deelnemende gemeenten de gevolgen hiervan in kaart brengen. Daarbij zullen wij tevens bezien welke beheersmaatregelen mogelijk zijn en welke alternatieve financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn om de impact zo veel mogelijk te beperken. Voor Leidschendam-Voorburg vormen de stadsverzorgende economie en de hotspot Mall of the Netherlands belangrijke elementen uit de visie economisch vestigingsklimaat. Daarnaast noemt de Mobiliteitsvisie de nog uit te werken corridors.
Voor onze gemeente zijn de A12-spoorzone en A4 – Haaglanden N14 van belang. Graag werkt Leidschendam-Voorburg met de MRDH deze hotspots én corridors uit hoe deze in de strategische agenda en het uitvoeringsprogramma opgenomen worden. In de geactualiseerde Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma bepalen we samen welke corridors wanneer worden opgepakt. Het aanbod dat de gemeente Leidschendam- Voorburg graag meewerkt aan deze hotspots en corridors waarderen wij zeer. Met betrekking tot de paragraaf weerstandvermogen merkt de gemeenteraad op dat er in de tekst een bedrag van 43 miljoen euro wordt gehanteerd als de ondergrens risicoreserve, terwijl in de tabel een ondergrens van 44 miljoen euro wordt genoemd. De juiste ondergrens is € 44 miljoen, in de definitieve versie van de begroting zal dit tekstueel worden gecorrigeerd. 30 3.9 Maassluis Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur In uw brief van 13 april 2026 nodigt u ons uit om onze zienswijze kenbaar te maken op de begroting van de MRDH voor het jaar 2027. Allereerst willen wij u hartelijk danken voor het toesturen van de begroting en de uitgebreide toelichting bij de begrotingsprogramma's. Wij hebben kennis genomen van uw begroting en waarderen en ondersteunen uw inzet voor de ontwikkeling van onze regio.
Wij vinden goede bereikbaarheid, mobiliteit en doorstroming van groot belang voor onze inwoners ook vanwege de economische ontwikkeling en effect op de brede welvaart in de metropoolregio. Wij willen dan ook de volgende punten meegeven: • Wij vinden de sociale veiligheid in en rondom het OV van groot belang. Het afgelopen jaar is er vanuit Maassluis meerdere malen aandacht gevraagd om de inzet van OV-Boa's op de Hoekse Lijn te intensiveren en daarover te communiceren. Wij vragen u ons daarover nader te informeren. Wij danken u voor uw zienswijze en de waardering die u hierin uitspreekt. Vervoerder RET en de gemeente Maassluis zijn in het afgelopen jaar regelmatig met elkaar in gesprek geweest over de sociale veiligheid bij de metro en de inzet van OV-BOA's op de Hoekselijn. MRDH zal RET vragen om ook in de komende periode hierover met de gemeente in gesprek te gaan waarmee de gemeente direct over de gewenste informatie kan beschikken. • Aansluitend bij onze zienswijze op de Mobiliteitsvisie d.d. 28 oktober 2025 vragen wij hierbij specifiek aandacht voor de komst van een nachtmetro met voldoende toezicht en handhaving en verzoeken u ons daarover ook concreet antwoord te geven wanneer dit gerealiseerd kan worden.
Wij sluiten hierbij graag aan op de reactie die in de nota van beantwoording van de Mobiliteitsvisie is opgenomen: We nemen de oproep voor langere metro-avond/nachtdiensten mee in het uitvoeringsprogramma, als stap naar 24/7 publieke mobiliteit. Veiligheid via toezicht en handhaving wordt expliciet meegenomen in de uitwerking. • Met verwijzing naar de aangenomen motie en de bestuurlijke afspraken die er zijn gemaakt vanaf 2012 herhalen wij de MRDH zoekt samen met de gemeente naar een passende oplossing voor een zuidelijke toegang die voldoet aan de wettelijke veiligheidskaders. 31 dringende wens om de gelijkvloerse zuidelijke toegang tot station Maassluis centrum zo snel mogelijk aan te leggen. • In de concept vervoersplannen 2027 heeft de RET het voornemen opgenomen om buslijn 126 te schrappen. Dit is een verschraling van de fijnmazigheid van ons openbaar vervoernetwerk en wij betreuren deze stap. Het is onze nadrukkelijke wens om binnen Maassluis te voorzien in een fijnmazig vervoersysteem, dat de belangrijkste voorzieningen in Maassluis en de haltes van de metro ontsluit. Wij horen graag van de MRDH wat de alternatieve oplossingen voor onze reizigers zijn, voordat er stappen worden gezet om buslijn 126 te schrappen.
Door de bestuurscommissie vervoersautoriteit is op 8 juli besloten dat door het vervallen van de taakstelling van RET Bus buslijn 126 1x per uur kan blijven rijden naar Maassluis, met in Schiedam-west een kleine routeaanpassing om het vervallen van lijn 51 op te vangen. De spitsritten en de korte ritten van lijn 126 zullen (onder lijnnummer 57) van Schiedam via Vlaardingen oost doorrijden naar Begraafplaats Holy. Op zaterdag blijft lijn 126 1 keer per uur rijden tussen 7 en 19 uur, lijn 57 rijdt op zaterdagmiddag 1 keer per uur tussen 11 en 18 uur. Lijn 126 en lijn 57 zorgen samen voor een halfuursdienst tussen Schiedam en Vlaardingen Door gebruik te maken van de mogelijkheden die de MRDH-beleidslijn Mmmove! biedt, kan de gemeente zelf het vervoersysteem nog fijnmaziger maken met gemeentelijk maatwerkvervoer. De MRDH kan hieraan bijdragen met maximaal 50% subsidie en de inzet van een maatwerkvervoermakelaar die de gemeente kan helpen bij het opzetten van gemeentelijk maatwerkvervoer. • Op het gebied van economie blijft voor Maassluis de ondersteuning vanuit de MRDH van groot belang om te zorgen voor een aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat. Wij ondersteunen deze ambitie en werken graag samen met de gemeente om deze ambitie vorm te geven.
Op gebied van de financiën geeft u aan dat de MRDH zich bewust is van de financieel uitdagende context voor gemeenten, dat waarderen wij. In lijn met onze eerdere zienswijzen hebben alle gemeenten in de regio Rijnmond forse bezuinigingen moeten doorvoeren. U heeft daarin ook uw bijdrage geleverd en wij zijn u daar erkentelijk voor. Gemeenten houden echter nog steeds enorme financiële uitdagingen - vooral voor Het algemeen bestuur onderkent de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten zich de komende jaren gesteld zien. T egelijkertijd is de inwonerbijdrage een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van de gezamenlijke ambities van de gemeenten binnen de MRDH. De inwonerbijdrage maakt het mogelijk om regionale economische opgaven gezamenlijk op te pakken, investeringen aan te jagen en 32 de jaren vanaf 2028 – en moeten daarom aanvullende bezuinigingsmogelijkheden in kaart brengen. Daarbij verwachten wij dat ook uw gemeenschappelijke regeling vanaf 2028 een (verdere) bijdrage levert aan het in kaart brengen van bezuinigingsmogelijkheden. Wij gaan graag de komende periode (tot de kadernota’s begroting 2028 en/of ontwerpbegrotingen 2028 van uw gemeenschappelijke regeling) met u in overleg om te onderzoeken op welke wijze dat, gemeenten samen met uw gemeenschappelijke regeling, het beste vormgegeven kan worden. daarmee meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten te creëren.
In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is opgenomen dat wordt onderzocht op welke wijze de inwonerbijdrage op termijn kan worden afgebouwd tot een niveau waarop de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten worden gedekt. Daarbij staat voor het algemeen bestuur voorop dat eventuele aanpassingen van de inwonerbijdrage zorgvuldig worden afgewogen, waarbij eventuele afbouw afhankelijk is van mogelijkheden van alternatieve financiering. Het algemeen bestuur blijft hierover met de gemeenten in gesprek, met als uitgangspunt een doelmatige inzet van middelen én het behoud van voldoende slagkracht om de gezamenlijke opgaven effectief uit te voeren. Daarbij maken wij ons, met u, zorgen over de korting op de Brede Doeluitkering (BDU) vanaf medio 2027. Een extra risico dat wij zien is dat de BDU onvoldoende rekening houdt met stijgende kosten en areaaluitbreidingen. Goed om te horen dat u samen met de Vervoerregio Amsterdam druk uitoefent om vanuit het Rijk voldoende middelen te krijgen voor de uitvoering van uw takenpakket. Wij danken u voor uw steun voor onze inzet om de dreigende korting op de Brede Doeluitkering (BDU) te voorkomen, en wij zullen onze inspanningen richting. Het Rijk voortzetten. Indien deze korting na 2027 alsnog wordt doorgevoerd, zullen wij in nauw overleg met de deelnemende gemeenten de gevolgen hiervan in kaart brengen.
Daarbij zullen wij tevens bezien welke beheersmaatregelen mogelijk zijn en welke alternatieve financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn om de impact zo veel mogelijk te beperken. 3.10 Midden-Delfland Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur Voor het indienen van een zienswijze heeft u de concept begroting 2027 en de meerjarenbegroting 2028-2030 aangeboden. Deze documenten zijn behandeld in de raadsvergadering van 23 juni 2026. De gemeenteraad heeft besloten een instemmende zienswijze af te geven. Hieronder zijn op hoofdlijnen de aandachtspunten benoemd die Wij danken u voor uw zienswijze en de waardering die u hierin uitspreekt. 33 van belang zijn als nadere concretisering van de visies 2050 en betrokken kunnen worden bij het proces van de Strategische Agenda 2027-2030. Wij onderschrijven het belang van regionale samenwerking op het gebied van mobiliteit, economie en bereikbaarheid, en waarderen de inzet van de MRDH voor een sterke en toekomstbestendige regio. T egelijkertijd vragen wij aandacht voor de rol van de MRDH voor het blijven vervullen van een regionale netwerkfunctie en verbindende rol richting provincie en Rijk vanuit de beleidsvelden die een directe relatie hebben met de kerntaken, zoals ruimtelijke ordening, onderwijs en arbeidsmarkt.
In deze zienswijze benoemen wij vanuit onze positie als groene gemeente met meerdere dorpen onze aandachtspunten voor de Strategische Agenda 2027-2030. Bij de regionale aandacht voor grens- overstijgende maatschappelijke opgaven dient het perspectief van alle inwoners en voor onze gemeente het Bijzonder Provinciaal Landschap bewaakt te worden. Wij blijven ons inzetten om de kwaliteiten van het landschap in te zetten voor de inwoners van onze regio voor beleving en recreatie, (h)eerlijke voedselvoorziening met aandacht voor klimaat en natuur. Daarmee dragen wij bij aan het economisch vestigingsklimaat in de regio en de brede welvaart voor de ruim 2 miljoen inwoners van onze regio. Daarbij vragen wij de MRDH in de Strategische Agenda 2027-2030 blijvend aandacht te besteden aan een kwalitatief goed en samenhangend regionaal fietsnetwerk. Naast aandacht voor de ontwikkeling van nieuwe verbindingen vragen we ook inspanning voor het beheer en verbetering van bestaande regionale fietsroutes, die een De MRDH onderschrijft het belang van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Dit gebied heeft beschermde natuurwaarden en vervult een belangrijke recreatieve functie voor de omliggende steden. Bij verdergaande verstedelijking neemt het belang van het Bijzonder Provinciaal Landschap als groen en open gebied alleen maar toe.
MRDH kan op initiatief van de wegbeheerder bijdragen aan verbetering van fietsroutes voor zover die onderdeel zijn van het regionaal basisnetwerk fiets; MRDH draagt niet bij aan beheer en/of onderhoud van bestaande fietsroutes. 34 belangrijke bijdrage leveren aan de bereikbaarheid, recreatie en brede welvaart van onze regio. Daarnaast danken we MRDH voor de gepleegde inspanningen om het busvervoer tussen Delft en Maasland de komende jaren toch in enige mate in de lucht te houden vanaf september 2026 in de vorm van tijdelijke buslijn 133. In onze vergadering van 23 juni heeft de gemeenteraad ook besloten de jaarstukken 2025 voor kennisgeving aan te nemen. De instemmende zienswijze houdt in dat de gemeenteraad akkoord is met het verhogen van de inwonersbijdrage voor het versterken van het regionale economisch vestigingsklimaat met de inflatiecorrectie. Wij stemmen in met een inwonersbijdrage voor dat doel van € 3,11. Wij stellen het op prijs dat u onze inspanning waardeert en gaan ervan uit dat de reizigers het resultaat van de gezamenlijke inspanningen van gemeente, vervoerder en MRDH waarderen. 3.11 Nissewaard Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur In reactie op uw brief d.d. 13 april 2026 ontvangt u hierbij onze zienswijze op de Ontwerpbegroting MRDH 2027 en wijziging van de MRDH begroting 2026.
Nissewaard heeft de ambitie om zich te ontwikkelen naar een gezonde toekomstbestendige gemeente, waar het aantrekkelijk wonen, werken en leven is en die bijdraagt aan een sterke regio. Wij spreken onze waardering uit voor de inzet van de MRHD om met ons mee te denken hoe we voor Nissewaard de bereikbaarheid en het economisch vestigingsklimaat en daarmee de brede welvaart kunnen versterken. Dit geldt ook voor de samenwerking binnen de NOVEX Haven en de Regio Deal Groeikernen Zuid Holland om gezamenlijk op te trekken. Hartelijk dank voor uw waardering. Zoals in de nieuwe visies opgenomen, willen we met onze inspanningen bijdragen aan de regionale opgaven. Daar hoort het verbeteren van Brede welvaart en het versterken van de sociaaleconomische prestaties van de regio en gemeenten bij. Daarom nemen wij een actieve rol bij de netwerksamenwerking NOVEX Rotterdamse Haven en trekken wij graag samen met gemeente Nissewaard op. Zodat wij vanuit economie en bereikbaarheid gericht impact kunnen maken. 35 In de Begroting 2027 heeft u de programma-indeling herzien en teruggebracht naar twee begrotingsprogramma’s: Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat om meer focus en samenhang aan te brengen in de verantwoording. De wettelijke taak op het gebied van verkeer en vervoer wordt hiermee samengevoegd in één integraal mobiliteitsprogramma.
Wij kunnen ons vinden in deze aanpassing voor zowel de Begroting 2027 als in de wijziging van de Begroting 2026. Dank voor uw positieve reactie op het samenvoegen van de twee mobiliteitsprogramma’s. In lijn met onze eerdere zienswijzen geven wij u aan dat alle gemeenten in de regio Rijnmond forse bezuinigingen hebben moeten doorvoeren. U heeft daarin ook uw bijdrage geleverd en wij zijn u daar erkentelijk voor. Gemeenten houden echter nog steeds enorme financiële uitdagingen - vooral voor de jaren vanaf 2028 – en moeten daarom aanvullende bezuinigingsmogelijkheden in kaart brengen. Daarbij verwachten wij dat ook uw gemeenschappelijke regeling vanaf 2028 een (verdere) bijdrage levert aan het in kaart brengen van aanvullende bezuinigingsmogelijkheden. T egen deze achtergrond verzoeken wij u om in de periode tot de kadernota en/of ontwerpbegroting 2028 van uw gemeenschappelijke regeling aanvullende bezuinigingsmogelijkheden in kaart te brengen en deze aan uw bestuur en de gemeenten voor te leggen. Het algemeen bestuur onderkent de financiële uitdagingen waarvoor gemeenten zich de komende jaren gesteld zien. T egelijkertijd is de inwonerbijdrage een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van de gezamenlijke ambities van de gemeenten binnen de MRDH.
De inwonerbijdrage maakt het mogelijk om regionale economische opgaven gezamenlijk op te pakken, investeringen aan te jagen en daarmee meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten te creëren. In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is opgenomen dat wordt onderzocht op welke wijze de inwonerbijdrage op termijn kan worden afgebouwd tot een niveau waarop de apparaatslasten en een deel van de investeringslasten worden gedekt. Daarbij staat voor het algemeen bestuur voorop dat eventuele aanpassingen van de inwonerbijdrage zorgvuldig worden afgewogen, waarbij eventuele afbouw afhankelijk is van mogelijkheden van alternatieve financiering. Het algemeen bestuur blijft hierover met de gemeenten in gesprek, met als uitgangspunt een doelmatige inzet van middelen én het behoud van voldoende slagkracht om de gezamenlijke opgaven effectief uit te voeren. Een goed woon- en leefklimaat vraagt om sterke woon- werkverbindingen, zowel in de stad als naar de regio. De begroting dient de MRDH in staat te stellen om de bereikbaarheid en het economisch vestigingsklimaat in de hele regio te verbeteren. Ook op die locaties in Nissewaard waar de inwonerdichtheid minder groot is of Uw signalering over de noodzaak van snelle verbindingen en de risico's op mobiliteitsarmoede in Nissewaard nemen wij serieus mee.
In de eerste fase van het onderzoek naar publieke mobiliteit brengen we naast de reguliere reizigersstromen ook deze aspecten in kaart. Het verkennen van de reizigersbehoefte van de reiziger vormt hierbij het 36 in wijken waar sprake kan zijn van mobiliteitsarmoede. Een soepele aansluiting op het metronetwerk en een snelle verbinding met de eigen werklocaties en in het Haven Industrieel Complex is en blijft essentieel. Voor het OV in de kwetsbare wijken en de nieuwe locaties helpt het niet dat de financiering voor het OV al jarenlang knelt door (dreigende) bezuinigingen vanuit het Rijk op de Brede Doel Uitkering. We vragen de MRDH met ons mee te blijven denken om ook juist in randgemeenten zoals Nissewaard het OV in stand te houden en te versterken. noodzakelijke vertrekpunt, waarbij we aandacht hebben voor vervoerarmoede. Wij delen uw analyse wat betreft de knellende situaties die de dreigende rijksbezuinigingen op de BDU opleveren. Daarom is onze eerste inzet er op gericht op, samen met de steun van onze inliggende gemeenten, deze bezuinigingen te voorkomen. Met elkaar worden toekomstige ontwikkelingen en kansen rond de Blankenburgcorridor (NOVEX Haven) verkend, zoals het versterken van OV , bereikbaarheid woon-werklocaties en uitbreiding van het bedrijventerreinareaal. Het vervolgonderzoek naar de mogelijkheid van een tweede Hartelbrug sluit hier goed op aan.
De Groene Kruiswegcorridor is eveneens een voorbeeld van verstedelijking en het versterken van de leefbaarheid langs een belangrijke multimodale stedelijke as (met scholen en woningbouw), waarbij een adequate OV- ontsluiting van de gebiedsontwikkeling noodzakelijk is, zoals in het centraal gelegen Haven-Noord. Wij onderschrijven het belang van het verbeteren van de bereikbaarheid en het versterken van de economie van Voorne-Putten. Dat doen we onder meer in de corridoraanpak Blankenburgverbinding en in Novex Rotterdamse Haven. Ook zetten we samen met Nissewaard in op de uitvoering van het maatregelenpakket gebiedsuitwerking Voorne-Putten en haven. Met meer werkgelegenheid en goed geschoolde inwoners kan Nissewaard zowel lokaal als regionaal een bijdrage leveren aan het versterken van brede welvaart en een toekomstbestendig vestigingsklimaat. We vragen de MRDH te helpen bij het creëren van voldoende ruimte voor bedrijven, advisering aan het MKB en de aanpak van het nijpend tekort aan goed geschoold (technisch) personeel, onder andere door (fysieke of digitale) campusontwikkeling voor techniek en zorg. Het geschetste vraagstuk raakt direct aan de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt en het aanjagen van onbenut arbeidspotentieel alsmede het versterken van de economische clusters.
Wij zien hierbij een belangrijke rol voor samenwerking tussen de gemeente, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. Samen met relevante partners zoals het techniek college Rotterdam, STC Group, Deltalinqs en andere stakeholders, willen wij verkennen welke gezamenlijk aanpak nodig is om tekort aan goed geschoold (technisch) personeel terug te drinken. Daarbij kijken wij onder meer naar mogelijkheden voor campusontwikkeling, inzetten op ondernemerschapsprogramma's, het versterken van praktijkgericht onderwijs en het verbinden van opleidingsaanbod met de marktvraag. Op deze manier kunnen we bijdragen aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt en een aantrekkelijk verstigingsklimaat voor bedrijven. Een obstakel voor nieuwe ontwikkelingen is in toenemende mate de | Wij herkennen de door u geschetste problematiek rondom energievoorziening. Daarom willen we de MRDH vragen om zich te | netcongestie. De MRDH werkt momenteel aan de verdere uitwerking blijven inzetten voor de effectieve elektrificatie van het busvervoer. De van haar rol en aanpak op dit thema. Daarbij zoeken wij actief de netcongestie raakt echter ook de mogelijkheden voor het realiseren | samenwerking met gemeenten, waaronder de gemeente Nissewaard, van nieuwe woon- en werklocaties.
Aangezien dit probleem zich (in | en andere relevante stakeholders om tot concrete resultaten te komen verschillende mate) voordoet in de hele regio, willen we vragen of we in en waar mogelijk versnelling te realiseren. Tegelijkertijd blijven wij ons MRDH-verband hierin actie kunnen ondernemen, om te kijken naar | inzetten voor een effectieve elektrificatie van het busvervoer wat er wel mogelijk is en hoe we daar zo efficiënt mogelijk invulling aan kunnen geven om toch stappen te kunnen zetten. 3.12 Pijnacker-Nootdorp Ingebrachte zienswijze | Reactie algemeen bestuur Wij ontvingen uw brief van 13 april 2026 waarin u ons uitnodigt een | Op dit moment werken we samen aan de actualisatie van de zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting MRDH 2027. | Strategische Agenda en het opstellen van een Uitvoeringsprogramma. De MRDH laat met de begroting duidelijk zien hoe de 21 MRDH- | Dit doen we in co-creatie met gemeenten en partners. Zo werken we gemeenten invulling geven aan de richtinggevende ambities die | met een gemeentelijk kernteam met daarin een afvaardiging uit een vastgelegd zijn in de Strategische Agenda, de Mobiliteitsvisie en de | groot aantal gemeenten. Daarnaast hebben we op 23 juni 2026 in Visie Economisch Vestigingsklimaat. | Hotel New York een regionale bijeenkomst georganiseerd om breed input op te halen voor beide documenten.
| Volgens de huidige planning Wij kunnen instemmen met de ontwerpbegroting 2027. Wij hebben | worden beide documenten in juli 2027 ter vaststelling aangeboden bij geen opmerkingen over de financieel-technische aspecten van de | het algemeen bestuur. begroting. Wel geven enkele inhoudelijke onderdelen uit de begroting aanleiding tot onderstaande aandachtspunten. Wij verzoeken u om nadere duiding op deze punten in de beantwoording van onze zienswijze. 37 38 Wij begrijpen dat de verdere inhoudelijke uitwerking van verschillende onderwerpen niet volledig binnen het kader van de programmabegroting plaatsvindt, maar in separate beleids-, uitvoerings- of bestuurlijke trajecten wordt vormgegeven. Met onderstaande opmerkingen verzoeken wij de MRDH daarom niet alleen om nadere toelichting op de in de begroting genoemde ontwikkelingen, maar ook om inzicht te geven in de wijze waarop deze onderwerpen verder worden uitgewerkt, hoe gemeenten daarbij worden betrokken en op welke momenten over voortgang, resultaten en besluitvorming wordt teruggekoppeld. Bij het Economische Vestigingsklimaat plaatsen wij een kanttekening bij de regionale focus op de economische clusters en innovatie- ecosystemen. Het risico bestaat dat deze focus op toplocaties en sleutelclusters leidt tot minder aandacht voor het MKB en gebiedsverzorgende bedrijvigheid (in kleinere gemeenten).
In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is ook nadrukkelijk rekening gehouden met de stads-en dorpsverzorgende economie. De regionale focus op de economische clusters zal ook een positief effect hebben op de gehele regionale economie. In de Visie Economisch Vestigingsklimaat is ook nadrukkelijk opgenomen dat wij inzetten op een benadering die ook het bredere mkb bereikt en ondersteunt bij praktische innovatie. Innovatie draait daarbij om het ontwikkelen van technologische oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en het slim toepassen van sleuteltechnologieën waarmee bedrijven, veelal het mkb, productiever, duurzamer en concurrerender worden. Voor de Vervoersautoriteit hebben wij de volgende aandachtspunten. Pagina 11 en 12 – Meerjarenbeeld BDU De ambities van de MRDH sluiten goed aan bij de groei en ontwikkeling van de regio. T egelijkertijd wordt in de begroting benoemd dat de uitvoeringskracht onder druk staat en de beschikbare middelen beperkt zijn. In een situatie waarin niet alle ambities tegelijkertijd gerealiseerd kunnen worden, vinden wij het belangrijk dat duidelijk is op basis waarvan keuzes worden gemaakt. Bij het prioriteren gebruiken we de leidende principes uit de Strategische Agenda. Deze principes vormen de verbinding tussen wat we willen bereiken met onze opdrachten en de concrete uitvoering in de praktijk.
Die principes zijn: • De inzet levert een directe bijdrage aan één of bij voorkeur meerdere opdrachten uit de Strategische Agenda (of doelen uit de Mobiliteitsvisie en Visie Economisch Vestigingsklimaat). 39 Op dit moment missen wij hiervoor een gezamenlijk afwegingskader. Wij verzoeken de MRDH daarom om samen met de deelnemende gemeenten een afwegingskader of prioriteitenmatrix te ontwikkelen. Op basis daarvan kunnen vervolgens gezamenlijke keuzes worden gemaakt en kan inzichtelijk worden welke projecten of ambities prioriteit krijgen wanneer capaciteit of middelen onder druk staan. De inzet heeft directe impact op de groei van welvaart en welzijn van de metropoolregio, waarbij we onder andere kijken naar kosteneffectiviteit. • We zorgen voor een evenwichtige inzet van alle activiteiten over de regio en houden daarbij rekening met de vastgestelde gebiedstypen. • Deze werkwijze wordt meegenomen in de actualisatie van de Strategische Agenda en het uitvoeringsprogramma Pagina 17 – Structureel gezonde financiële situatie De MRDH blijft in belangrijke mate afhankelijk van de BDU-middelen. De gezamenlijke lobby richting het Rijk blijft daarom belangrijk en wij ondersteunen deze inzet. T egelijkertijd blijft dit een kwetsbare basis, omdat hiermee geen structurele verbreding van de financiering ontstaat.
Wij zouden daarom graag zien dat de MRDH ook nadrukkelijk kijkt naar aanvullende financieringsmogelijkheden, waaronder Europese subsidies. In dat kader wijzen wij op de Metropoolregio Amsterdam en de Vervoerregio Amsterdam, die actief inzetten op belangenbehartiging in Brussel en het verkennen van subsidiemogelijkheden op Europees niveau. Wij verzoeken de MRDH te onderzoeken op welke wijze ook binnen Europees verband sterker kan worden ingezet op het benutten van EU- subsidies, eventueel in samenwerking met andere regio’s. Daarbij verzoeken wij de MRDH tevens inzicht te geven in de wijze waarop dit onderzoek wordt opgepakt, welke vervolgstappen hierin worden voorzien en hoe gemeenten over de voortgang en resultaten hiervan worden geïnformeerd. Wij delen uw analyse wat betreft de afhankelijkheid en kwetsbaarheid van de BDU. Dit wordt overigens ook bijvoorbeeld onderkend in het recente rapport ‘Als je niet stuurt, ga je nergens heen’ van ABDT opconsult (juni 2026). Daarin wordt gepleit voor herstel van de BDU, maar ook voor alternatieve financieringsmogelijkheden. T egelijkertijd zoeken we ook de samenwerking met de Metropoolregio Amsterdam en de Vervoerregio Amsterdam, om samen te handelen richting ‘Brussel' .
Pagina 18 – Corridoraanpak In de geactualiseerde Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma werken we samen de corridoraanpak 40 De corridoraanpak wordt in de begroting gepresenteerd als een belangrijk instrument om mobiliteit en verstedelijking beter op elkaar af te stemmen. De concrete uitwerking hiervan blijft echter nog beperkt. Zo wordt nog onvoldoende duidelijk welke corridors prioriteit krijgen, welke investeringen hierbij horen en hoe de governance en besluitvorming zijn ingericht. Wij verzoeken de MRDH daarom de corridoraanpak verder te concretiseren en inzicht te geven in de impact, uitvoerbaarheid en financiële consequenties hiervan. (gebiedsgericht werken) nader uit en bepalen we samen welke corridors wanneer worden opgepakt. Pagina 20 en 21 – OV-concessies en jaarlijkse vervoerplannen In de begroting staat dat wordt gewerkt aan een procedure waarbij vervoerders binnen gestelde kaders meer ruimte krijgen om het netwerk te optimaliseren, terwijl impactvolle bestuurlijke keuzes worden voorgelegd aan het bestuur. Daarnaast wordt toegewerkt naar een nieuwe concessie voor de RET per 1 januari 2028, inclusief een Nota van Uitgangspunten en een Programma van Eisen. Ook wordt ingezet op versterking van de samenwerking tussen RET en HTM.
Wij verzoeken de MRDH nader toe te lichten hoe deze trajecten worden vormgegeven en op welke wijze gemeenten hierbij worden betrokken. Gezien het belang van openbaar vervoer voor onze inwoners vinden wij het belangrijk om in een vroeg stadium betrokken te worden bij zowel de Nota van Uitgangspunten als het Programma van Eisen. Wij onderschrijven het belang van een vroege betrokkenheid van gemeenten bij de ontwikkeling van nieuwe kaders voor de aansturing van concessies en bij de voorbereiding van nieuwe concessieverleningen. In de komende periode werkt de MRDH samen met RET en HTM aan de verdere uitwerking van een vernieuwde aanpak voor de sturing op concessies voor publieke mobiliteit. Daarbij wordt verkend hoe vervoerders binnen vooraf vastgestelde kaders meer ruimte kunnen krijgen voor operationele optimalisaties, terwijl strategische en maatschappelijk relevante keuzes onder bestuurlijke verantwoordelijkheid blijven. Gemeenten spelen hierbij een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de beleidsmatige en bestuurlijke kaders. De Nota van Uitgangspunten voor de nieuwe concessies zal naar verwachting in de eerste helft van 2027 aan de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit worden voorgelegd.
Voorafgaand hieraan start vanaf de tweede helft van 2026 een uitgebreid participatie- en consultatieproces met gemeenten, zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau, evenals met andere relevante stakeholders. In dit traject wordt gezamenlijk gesproken over de vertaling van de Mobiliteitsvisie en de Visie Economisch Vestigingsklimaat naar de verdere ontwikkeling van publieke mobiliteit in de regio. 41 Na vaststelling van de Nota van Uitgangspunten wordt het Programma van Eisen voor de eerstvolgende concessieverlening (Rail Rotterdam e.o.) uitgewerkt. Ook hierbij zullen gemeenten gedurende het proces actief worden betrokken. Pagina 23 – Samenwerkings- en uitvoeringsorganisaties Wij waarderen dat de MRDH zowel nationaal als internationaal samenwerkt met verschillende partijen. Wij zouden het op prijs stellen wanneer gemeenten periodiek worden geïnformeerd over deze samenwerkingen, de behaalde resultaten en de meerwaarde hiervan voor de regio. De regiolobby is een vast agendapunt van het algemeen bestuur. Voor wat betreft Europa geldt dat MRDH nauw samenwerkt met de lobbyist van de gemeente Westland. Deze lobbyist zit een aantal dagen per week in Brussel. Met hem inventariseren we de kansen die Europa ons biedt en brengen we in kaart hoe we ons sterker kunnen positioneren.
Pagina 27 – Concessiemanagement – assets De formulering van het beoogde resultaat blijft naar onze mening nog vrij algemeen. Wat ons betreft kan hierin duidelijker naar voren komen welke kwaliteit de MRDH binnen het openbaar vervoer nastreeft. Daarbij gaat het niet alleen om een goed functionerend vervoersysteem, maar ook om openbaar vervoer dat betrouwbaar, sociaal veilig, toegankelijk en servicegericht is, met goed beschikbare infrastructuur en materieel. We verzoeken u om ons college jaarlijks te informeren over de wijze waarop gestuurd wordt op deze kwaliteitsaspecten. In de bijlagen van de op 13 mei 2026 vastgestelde Beheervisie zijn de elf vigerende prestatie-indicatoren als sturingselement voor de HTM en RET verankerd. HTM en RET rapporteren in kwartaalrapportages aan de MRDH. In 2026 actualiseren we een aantal van deze KPI's om ze voor beide beheerders gelijkvormig te maken. Vanaf 2027 informeren we de bestuurscommissie Vervoersautoriteit periodiek over hoe de beheerders presteren. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet en vertrouwen erop dat bovenstaande aandachtspunten worden betrokken bij de verdere uitwerking van de genoemde onderwerpen. Wij danken u voor uw zienswijze en de daarin opgenomen aandachtspunten.
De door u genoemde onderwerpen nemen wij mee in de verdere uitwerking van de Strategische Agenda, het Uitvoeringsprogramma en de overige relevante beleids- en uitvoeringstrajecten. Wij blijven gemeenten daarbij actief betrekken en zullen u via de gebruikelijke bestuurlijke en ambtelijke overlegstructuren informeren over de voortgang, resultaten en besluitvorming. 42 3.13 Ridderkerk Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur De gemeenteraad van Ridderkerk heeft kennisgenomen van de Ontwerpbegroting MRDH 2027 en de voorgestelde herziening van de begrotingsprogramma's. Via deze weg maken wij gebruik van de gelegenheid om onze zienswijze kenbaar te maken. Ridderkerk onderstreept het belang van een krachtige regionale samenwerking om de grote maatschappelijke en economische opgaven in de metropoolregio het hoofd te bieden. Wij stemmen in hoofdlijnen in met de ingezette koers, maar vragen nadrukkelijk aandacht voor de concrete vertaling en uitvoering op lokaal en subregionaal niveau. Onze zienswijze is opgebouwd rondom de volgende hoofdpunten: Wij danken u voor uw zienswijze en de aandachtspunten die u hierin meegeeft. De gemeente Ridderkerk kan zich vinden in de voorgestelde indexering van de inwonerbijdrage. Deze stijging sluit logisch aan bij het brede prijspeil en de toenemende apparaatslasten.
Gelet op de ambities in de Visie Economisch Vestigingsklimaat achten wij het achterwege laten van indexering (wat per saldo een bezuiniging zou betekenen) niet reëel. Wij steunen de verschuiving van de apparaatslasten naar het programmabudget. Op deze wijze worden de middelen daar ingezet waar ze daadwerkelijk maatschappelijk verschil maken. Deze keuze vraagt echter om scherpe monitoring: het budget moet daadwerkelijk worden uitgeput en de voortgang mag niet stagneren door capaciteitstekorten. De afgelopen jaren konden we het aandeel apparaatslasten dat ten laste wordt gebracht van de inwonerbijdrage inderdaad reeds laten dalen. We zien inderdaad de uitvoeringskracht afnemen door onder meer beperkte capaciteit. Met MRDH Support draagt de MRDH bij aan versterking van de uitvoeringskracht van gemeenten. Via MRDH Support kunnen gemeenten tijdelijk een beroep doen op medewerkers om hen te helpen bij de uitvoering van de regionale opgaven uit de strategische agenda. De benoemde slagkracht in de begroting om invulling te geven aan de Visie Economisch Vestigingsklimaat komt wat ons betreft voldoende Wij onderschrijven het belang van een sterk economisch vestigingsklimaat en herkennen de strategische betekenis van de 43 tot zijn recht. Het is voor Ridderkerk echter cruciaal dat deze slagkracht ook daadwerkelijk wordt omgezet in scherpe, operationele keuzes.
Wij vragen specifieke en structurele aandacht voor de doorontwikkeling van de sector Agro Food Logistiek. De internationale positie van dit cluster valt of staat met de fysieke en digitale bereikbaarheid. Gerichte investeringen vanuit de MRDH kunnen direct bijdragen aan het versterken van dit economische vliegwiel. Er moet een directe, stevige verbinding worden gelegd met het logistieke en agro food-cluster rondom Dutch Fresh Port (DFP). sector Agro Food Logistiek voor de regio. De doorontwikkeling van dit cluster vraagt om een goede fysieke én digitale bereikbaarheid, zodat bedrijven concurrerend blijven en verdere groei mogelijk wordt gemaakt. Binnen de uitvoering van de Visie Economisch Vestigingsklimaat zetten wij in op het maken van concrete keuzes en het realiseren van gerichte maatregelen die bijdragen aan de economische kracht van de regio. Daarbij nemen wij de positie van de Agro Food Logistiek-sector en de verbinding met het logistieke en agrofoodcluster rondom Dutch Fresh Port nadrukkelijk mee. Samen met betrokken gemeenten, ondernemers en andere partners verkennen wij waar investeringen en samenwerking het meeste effect hebben op bereikbaarheid, innovatie en toekomstbestendige economische ontwikkeling. Op deze wijze werken wij aan het versterken van zowel de regionale economische structuur als de internationale concurrentiepositie van de betrokken clusters.
Een robuuste uitvoering van het nieuwe programma Mobiliteit is voor Ridderkerk essentieel. Mobiliteit is geen op zichzelf staand doel; het moet expliciet worden verbonden aan de economische functies van onze werklocaties en de bredere relatie met zowel de arbeidsmarkt als economische participatie. Bereikbaarheid is dé randvoorwaarde voor de toegang tot werk en opleiding voor onze inwoners. Dit gaat niet uitsluitend over de hoofdverbindingen, maar ook om de “last mile”- ontsluiting richting bedrijventerreinen, OV-knooppunten en onderwijsvoorzieningen. We merken namelijk dat juist daar voor inwoners en werkgevers vaak de grootste bottleneck zit. Wij verzoeken de MRDH om een integrale en samenhangende benadering van openbaar vervoer, fiets, wandelen en auto. Vertaal De nieuwe Mobiliteitsvisie werken we samen nader uit in de actualisatie van de Strategische Agenda en het opstellen van het Uitvoeringsprogramma. In beide visies hebben we aangegeven dat we de uitwerking gebiedsgericht (corridoraanpak) aanpakken. We onderzoeken samen wat de opgaven zijn in een gebied, welke modaliteiten het meeste passend zijn en welke investeringskeuzes we moeten maken. 44 deze multimodale visie expliciet naar concrete investeringskeuzes om een optimale bereikbaarheid van werk, onderwijs en vitale voorzieningen te garanderen.
Verankering Verkenning sociaaleconomische versterking MRDH (Brede welvaart) Het is belangrijk dat de conclusies en actielijnen uit de Verkenning Sociaal-Economische Versterking concreet worden vertaald naar de programmabudgetten. Voor Ridderkerk is deze sociaal-economische versterking direct gekoppeld aan de regionale kerntaken: - Arbeidsmarkt; Richt MRDH-middelen op projecten die de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt verbeteren, om de kansengelijkheid van kwetsbare groepen te vergroten. - Bereikbaarheid; Zet in op fijnmazig openbaar vervoer om mobiliteitsarmoede tegen te gaan en inwoners betere toegang te bieden tot werklocaties, onderwijs en andere voorzieningen. Dit gaat ook over betrouwbaarheid en frequentie van het OV . Voor middelgrote gemeenten is niet alleen de aanwezigheid van OV van belang, maar juist ook de kwaliteit en bruikbaarheid ervan voor woonwerk- en onderwijsverplaatsingen. - Economische clusters; Ondersteun de verduurzaming van werklocaties, specifiek rondom het agrofood- en logistieke cluster van Dutch Fresh Port (DFP), voor het behoud van laagdrempelige werkgelegenheid. Wij verzoeken u om de uitkomsten van de pilots, die deels aansluiten op bovengenoemde punten, te verankeren bij de verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma van de MRDH.
Na oplevering van de rapporten willen wij de verankering van de sociaaleconomische versterking verder vormgeven via een gebiedsgerichte corridoraanpak. Samen met gemeenten wordt per corridor een integrale analyse opgesteld waarin mobiliteits-, economische en sociaaleconomische opgaven in samenhang worden beschouwd. Deze werkwijze wordt meegenomen in de actualisatie van de Strategische Agenda en het uitvoeringsprogramma. Op deze manier ontstaat een consistente aanpak waarin de opgaven van een gebied centraal staan en waarin strategie en uitvoering nadrukkelijk met elkaar worden verbonden. Wij delen uw visie dat bereikbaarheid voor middelgrote gemeenten verder gaat dan de aanwezigheid van openbaar vervoer; het draait fundamenteel om de betrouwbaarheid en bruikbaarheid voor dagelijkse woon-werk- en onderwijsverplaatsingen. Een fijnmazig netwerk is een instrument tegen mobiliteitsarmoede. In de eerste stap in ons onderzoek naar publieke mobiliteit hebben wij hier oog voor. Dit wordt verder uitgewerkt in de actualisatie van de Strategische Agenda en het uitvoeringsprogramma. 45 Bij toenemende schaarste in financiële middelen en uitvoeringscapaciteit hebben gemeenten dringend behoefte aan meer inzicht.
Wij verzoeken de MRDH om de strategische afwegingen en de prioritering van projecten volledig transparant te maken, zodat gemeenten beter kunnen anticiperen op de lokale planning en realisatie. Wij constateren dat projecten in toenemende mate vertraging oplopen door complexiteit en capaciteitstekorten. Wij vragen de MRDH om concrete maatregelen te nemen gericht op het versnellen van de uitvoering. Dit kan worden bereikt door het inzetten van extra uitvoeringscapaciteit en het operationeel beschikbaar stellen van ondersteuningsinstrumenten vanuit de MRDH richting gemeenten. Bij het prioriteren gebruiken we de leidende principes uit de Strategische Agenda. Deze principes vormen de verbinding tussen wat we willen bereiken met onze opdrachten en de concrete uitvoering in de praktijk. Die principes zijn: • De inzet levert een directe bijdrage aan één of bij voorkeur meerdere opdrachten uit de Strategische Agenda (of doelen uit de Mobiliteitsvisie en Visie Economisch Vestigingsklimaat). • De inzet heeft directe impact op de groei van welvaart en welzijn van de metropoolregio, waarbij we onder andere kijken naar kosteneffectiviteit. • We zorgen voor een evenwichtige inzet van alle activiteiten over de regio en houden daarbij rekening met de vastgestelde gebiedstypen. De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren projecten ligt primair bij de gemeenten zelf.
De MRDH biedt ondersteuning aan in de vorm van MRDH support, waarbij de gemeente een aanvraag kan indienen voor tijdelijke en deskundige capaciteit voor projecten die bijdragen aan de doelen uit de Strategische Agenda In de verdere uitwerking en operationalisering van het MRDH-beleid moet expliciet rekening worden gehouden met de schaalgrootte en positie van middelgrote gemeenten. Voor een gemeente als Ridderkerk is een gezonde, evenwichtige balans tussen grootschalige regionale bereikbaarheid en een fijnmazige, betrouwbare lokale ontsluiting van fundamenteel belang. Wij roepen u op om ervoor te zorgen dat investeringen in regionale corridors niet ten koste gaan van lokale bereikbaarheid en leefbaarheid. We zien dit nu namelijk wel gebeuren in de nieuwe vervoersplannen 2027, waarbij de bereikbaarheid van Ridderkerk nog verder onder druk komt te staan. Uw oproep om de balans tussen regionale corridors en lokale fijnmazigheid te bewaken, raakt de kern van onze gezamenlijke opgave. Wij begrijpen uw zorgen over de impact van de vervoersplannen 2027 op de bereikbaarheid van Ridderkerk. De schaalgrootte en de specifieke positie van middelgrote gemeenten moeten inderdaad gewaarborgd blijven.
In de verdere uitwerking en operationalisering van het MRDH-beleid zetten wij erop in dat regionale investeringen de lokale bereikbaarheid en leefbaarheid juist versterken in plaats van verdringen. We betrekken uw signalen hier dan ook bij. 46 Wij vertrouwen erop dat wij met deze zienswijze u deelgenoot hebben gemaakt van onze positie en kijken uit naar voortzetting van de constructieve samenwerking. 3.14 Rijswijk Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur Op 13 april jl. ontvingen wij uw ontwerpbegroting 2027 en het verzoek tot het indienen van een zienswijze hierop. T evens vraagt u ons om een reactie op een voorgenomen wijziging in de opzet van de reeds vastgestelde begroting voor 2026. Hierbij ontvangt u onze zienswijze op beide punten. We kunnen instemmen met de ontwerpbegroting 2027 die u heeft voorgelegd. We willen u wel vragen waar mogelijk vaktermen te vermijden, zodat de begroting voor iedereen goed leesbaar is. De financiële uitgangspunten vastgesteld door het algemeen bestuur in de Kadernota MRDH begroting 2027 en ook overgenomen in de Ontwerpbegroting MRDH 2027, komen overeen met de financiële uitgangspunten zoals opgenomen in de Kaderbrief begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen. Wij danken u voor uw positieve zienswijze op de ontwerpbegroting 2027 en voor uw instemming met de gehanteerde financiële uitgangspunten.
Wij onderschrijven het belang van duidelijke en toegankelijke stukken. T egelijkertijd bevatten begrotings- en beleidsdocumenten soms vakinhoudelijke begrippen die noodzakelijk zijn om onderwerpen zorgvuldig en eenduidig te beschrijven. Wij blijven streven naar heldere formuleringen en proberen het gebruik van vaktermen waar mogelijk te beperken. Concreet betekent dit dat de bijdrage per inwoner wordt geïndexeerd volgens het percentage, 3,8%, genoemd in de begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen. Daardoor stijgt de bijdrage per inwoner van €3,00 naar €3,11. Dit zorgt voor meer financiële slagkracht om invulling te geven aan de opgaven uit de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat. Daarnaast is de ambitie om meer middelen uit Europese gelden te halen. We geven u mee om dit gezamenlijk op te pakken met de bestuurders van de deelnemende gemeenten. Wij onderschrijven het belang van het optimaal benutten van Europese financieringsmogelijkheden. Wij nemen uw aanbeveling ter harte en zien ook meerwaarde in een gezamenlijke aanpak met de bestuurders van de deelnemende gemeenten. Door hierin samen op te trekken, kunnen kansen beter worden geïdentificeerd en benut, en kan de gezamenlijke slagkracht richting Europese programma's worden vergroot. Er volgt een uitwerking van deze ambitie in de aankomende actualisatie van onze Strategische Agenda.
47 Zoals u zelf benadrukt in uw aanbiedingsbrief gaat een begroting niet alleen om de cijfers maar vooral over de achterliggende doelstellingen en maatschappelijke opgaven waar we ons gezamenlijk voor inzetten. Deze opgaven hebben we vastgesteld in de Strategische Agenda, de Mobiliteitsvisie en de Visie Economisch Vestigingsklimaat. Vanuit economisch perspectief biedt deze begroting een stevige basis voor de verdere uitwerking van de Visie Economisch Vestigingsklimaat (VEV). De gekozen koers sluit aan bij de Economische Visie Rijswijk 2030: inzet op energie, techniek en innovatie, sterke netwerken en toekomstbestendige economische kerngebieden. Daarbij is voor Rijswijk niet de individuele profilering als gemeente leidend, maar het versterken van het economisch ecosysteem in de metropoolregio, waarin lokale economische kwaliteiten elkaar versterken. Zo werken we in gezamenlijkheid toe naar een uitvoering waarin regionale ambitie en lokale kracht elkaar versterken. Wij delen uw inzicht dat het versterken van het economisch ecosysteem in de metropoolregio samen met de verschillende lokale economische kwaliteiten opgepakt dient te worden. Wij kijken er naar uit om daar de komende tijd samen aan te (blijven) werken.
Zoals reeds eerder vermeld in de Zienswijze van de begroting 2026, blijft een zorgpunt voor ons de afhankelijkheid van de Brede Doeluitkering (BDU) die van het rijk ontvangen wordt. Ondanks het verschuiven van 2026 naar 2027, staat deze nog steeds onder druk en is er nog geen structurele oplossing gevonden. Het Investeren in infrastructuur en mobiliteit blijft immers essentieel, zeker voor een sterk groeiende gemeente als Rijswijk maar ook om de regio als geheel bereikbaar te houden. De belangrijkste punten in dit kader zijn voor ons: Tramlijn 1 verbindt momenteel o.a. de TU Delft met de Haagse Hogeschool en de universiteitscampus in Den Haag en vormt daarmee een belangrijke OV-kennisverbinding. De effecten van het verleggen van tramlijn I zijn voor Rijswijk onduidelijk. Er leven zorgen over een verminderde OV-bereikbaarheid, leefbaarheid, enorme kosten, Wij herkennen de belangrijkste punten voor de gemeente Rijswijk wat betreft het investeren in bereikbaarheid. Ook de komende periode werken we graag samen aan het verder brengen van deze opgave, in onder andere De Vlietlijn, MIRT Verkenning Oude Lijn en de Prinses Beatrixlaan. De gemeente Rijswijk, MRDH, en andere partijen zijn gezamenlijk opdrachtgever van het project De Vlietlijn.
Samen bepalen we de (bevindingen van de) onderzoeken en het maatregelenpakket binnen de verantwoordelijkheden en scope van de Bestuursovereenkomst. 48 veiligheid en overlast. De gemeenteraad van Rijswijk begrijpt dat de Binckhorst een goede OV-ontsluiting nodig heeft en wil meedenken om hiervoor een oplossing te vinden. Er zijn tenslotte ook andere oplossingen denkbaar dan enkel het verleggen van tramlijn 1. Nut, noodzaak en effect zijn daarvan onvoldoende aangetoond. Daarnaast zijn concrete punten van aandacht de kruising Herenstraat/Haagweg en de kostenontwikkeling; • MIRT verkenning Oude Lijn: naast station Rijswijk Buiten zetten we in op verbetering van de kwaliteitsbeleving en de ontwikkeling van station Rijswijk. We zijn er blij mee dat het station onderdeel uitmaakt van het programma knooppunten; Wij gaan graag samen met alle stakeholders (NS, ProRail, HTM en gemeente) aan de slag om deze OV-knoop te verbeteren. Hierbij kijken wij altijd tegelijkertijd naar vijf elementen: lokale ontsluiting, fietsparkeren, P+R, kwaliteitsbeleving en fysieke ruimte voor deelmobiliteit. • De gemeenteraad van Rijswijk blijft onverminderd voorstander van het ondertunnelen van de S106 (de Prinses Beatrixlaan) door middel van een tunnel voor OV en autoverkeer.
De groei van onze regio maakt grote investeringen noodzakelijk om de bereikbaarheid, leefbaarheid en economische vitaliteit verder te kunnen bevorderen. Zonder deze investeringen is onder andere de bouw van woningen problematisch. Het ondertunnelen van de S106 is daarmee ook van breder, regionaal belang. Denk aan de woningbouw in Den Haag Zuidwest en de afwikkeling van verkeer op de A4. Een tunnel biedt daarnaast mogelijkheden voor een nieuwe OV-verbinding tussen bijvoorbeeld Delft en Kijkduin; Het Rijswijkse belang voor het tijdig definiëren van een gezamenlijk perspectief voor de bereikbaarheid na 2030 van de Prinses Beatrixlaan is opgenomen in de Bestuursovereenkomst Prinses Beatrixlaan Rijswijk. Hierbij merken we op dat we gezamenlijk met gemeente Rijswijk en Den Haag verschillende mogelijkheden bestuderen, waaronder een ondertunneling. Daarnaast waarderen we het meedenken over mogelijke nieuwe OV-verbindingen, we gaan hierover graag met u in gesprek. • OV ontsluiting voor nieuwe wijken: Rijswijk groeit en we vragen aandacht voor een tijdige ontsluiting van openbaar vervoer in nieuwe wijken en het bereikbaar houden van wijken met het openbaar vervoer in de minder drukke uren; De MRDH onderschrijft het belang van een tijdige OV-ontsluiting van nieuwe woonwijken.
Voor de ontwikkelingen in RijswijkBuiten, waaronder Pasgeld, wordt samen met EBS en de gemeente gekeken naar de benodigde OV-maatregelen en het juiste moment van invoering, zodat het OV zo goed mogelijk aansluit op de ontwikkeling van de wijk. Daarnaast blijft de bereikbaarheid van wijken in de dal- en 49 avonduren een belangrijk aandachtspunt, waarbij binnen de beschikbare middelen wordt gestreefd naar een passend en toegankelijk OV-aanbod. Voor de nadere uitwerking verwijzen wij u ook graag naar de Nota van Reactie op de Vervoerplannen 2027 (bestuurscommissie Vervoersautoriteit van 8 juli 2026). • Bereikbaarheid van bestaande woonwijken: Naast aandacht voor grote regionale infrastructuur en mobiliteitsprojecten vragen wij nadrukkelijk aandacht voor de bereikbaarheid van bestaande woonwijken. Voor inwoners is het van groot belang dat wijken goed bereikbaar blijven met het openbaar vervoer. Bij de verdere uitwerking van mobiliteitsplannen verzoeken wij de MRDH daarom niet alleen te kijken naar nieuwe ontwikkelingen en regionale verbindingen, maar ook naar het behoud en de verbetering van openbaarvervoersverbindingen van en naar bestaande woonwijken. De MRDH onderschrijft het belang van een goede bereikbaarheid van bestaande woonwijken.
Bij de verdere uitwerking van mobiliteitsplannen en het OV-netwerk wordt dan ook niet alleen gekeken naar nieuwe ontwikkelingen en regionale verbindingen, maar ook naar het behoud van een passend OV-aanbod voor bestaande woongebieden. Daarbij wordt steeds gezocht naar een goede balans tussen bereikbaarheid, reizigersvraag en beschikbare middelen. Voor de verdere uitwerking van het OV-aanbod verwijzen wij naar de jaarlijkse vervoerplannen en de bijbehorende Nota van Reactie. Daarnaast blijven we het belang benadrukken van regionale samenwerking bij realisatie van de Rijswijk Nootdorp Corridor en een regionaal deelfietsensysteem. In de geactualiseerde Strategische Agenda en het Uitvoeringsprogramma bepalen we samen welke corridors wanneer worden opgepakt. MRDH is op verzoek van de samenwerkende gemeenten Wassenaar, Leidschendam – Voorburg, Den Haag, Delft, Pijnacker Nootdorp, Zoetermeer, Lansingerland en Rijswijk bezig met een aanbesteding voor een regionaal deelfietsensysteem welke in 2027 verwacht operationeel is. Daarmee ontstaat een alternatief voor mensen zonder eigen fiets (of auto). Wij hebben kennis genomen van het voornemen tot samenvoegen van de twee afzonderlijke mobiliteitsprogramma’s. Wij voorzien hierin geen problemen en hopen dat dit bijdraagt aan een compactere indeling die beter leesbaar is.
We stemmen er mee in om deze indeling ook al toe te passen in de financiële rapportage voor 2026. Dank voor uw zienswijze en de positieve reactie op het samenvoegen van de twee mobiliteitsprogramma’s. 50 3.15 Rotterdam Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur Wij steunen de oproep van de MRDH aan het Rijk om de korting op de Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer terug te draaien en vragen de MRDH zich hiervoor te blijven inzetten. Wij maken ons wel zorgen om het ontbreken van deze korting als risico in de begroting, en het ontbreken van een voorgestelde aanpak indien (deels) intrekken van de korting uitblijft. Vanwege de grote financiële uitdagingen willen wij met de MRDH in overleg over het in kaart brengen van aanvullende bezuinigings- mogelijkheden voor de begroting van 2028. We kunnen met de geboden toelichting instemmen met de conceptbegroting. Wij waarderen uw steun en zullen samen met alle inliggende gemeenten zeker ons volledig blijven inzetten op het ongedaan maken van deze korting. We achten het niet verstandig om vooruit te lopen op een korting die ongepast en ongewenst is. Met het Rijk hebben we afspraken gemaakt over 2026 en (deels) 2027. Indien nodig zal het resterende deel van 2027 uit eigen middelen van MRDH kunnen worden opgevangen.
Zoals we in de concept begroting 2027 hebben aangegeven: als de korting na medio 2027 doorgaat, dan zal dit direct effect hebben op de exploitatie van het ov en de investeringscapaciteit. Mocht deze situatie zich onverhoopt voordoen, dan treden wij tijdig met u in overleg hierover. 3.16 Schiedam Ingebrachte zienswijze Reactie algemeen bestuur U heeft ons uitgenodigd om een zienswijze te geven op de begroting 2027 en een wijziging van de begroting 2026. Met deze brief gaan wij hier graag op in. U erkent dat er ‘geld op de plank’ blijft liggen door gebrek aan capaciteit, onrealistische planning en begroting. Dit geeft naar onze mening een verkeerd signaal af aan het Rijk en wij maken ons zorgen dat dit van invloed zal zijn op budgetten die beschikbaar moeten worden gesteld voor OV en grote infrastructurele projecten. Wij zien echter in toenemende mate uw inspanningen om deze onderbesteding te voorkomen en de activiteiten die u onderneemt om gemeenten te We zien inderdaad de uitvoeringskracht afnemen door beperkte capaciteit, de complexiteit van projecten en langere vergunningprocedures. Onder meer met MRDH Support draagt de MRDH bij aan versterking van de uitvoeringskracht van gemeenten.
Via MRDH Support kunnen gemeenten tijdelijk een beroep doen op medewerkers om hen te helpen bij de uitvoering van de regionale 51 helpen de beschikbare middelen in te zetten voor projecten van regionaal belang. Verheugd zijn wij ook over uw aankondiging om het financiële instrumentarium te herzien in relatie tot effectievere investeringen. Schiedam is namelijk sterk afhankelijke van regionale mobiliteitsinvesteringen om bij te kunnen blijven dragen aan het economische vestigingsklimaat en de bereikbaarheid van de regio. Wij zetten deze middelen onder andere in voor het realiseren van fietsverbindingen, het optimaliseren van de knoop Schiedam Centrum en de ontwikkeling van de Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (MICS). opgaven uit de strategische agenda. Wij danken u voor uw positieve reactie op deze MRDH inzet. Wij zetten graag onze prettige samenwerking met gemeente Schiedam voort met onder andere de ontwikkeling van MICS, de verbetering van station Schiedam Centrum en het realiseren van regionale fietsverbindingen. U geeft aan dat, ondanks de grotere opgaven waar de regio voor staat en de capaciteitsdruk waar uw organisatie voor staat, de formatie van uw organisatie in 2027 gelijk zal blijven. In de begroting stijgt de inwonerbijdrage voor het Economisch Vestigingsklimaat echter wel met 3,8% naar €3,11 per inwoner.