Memo kosteloze herinnering vertegenwoordigende organen
Tekst van het document
A.B. 26/34 Pagina 1 van 4 D.B. 26/12 Aan vertegenwoordigende organen deelnemers GR SVHW Onderwerp: Kosteloze herinnering In de Ontwerpbegroting 2027 van SVHW is ervan uitgegaan, dat er geen nieuw beleid uitgevoerd wordt. Er is echter één beleidsonderwerp waarop het Algemeen Bestuur (AB) van SVHW de vertegenwoordigende organen vraagt om een zienswijze. Dit betreft het al dan niet toevoegen van de kosteloze herinnering aan het invorderingsproces bij SVHW. Vooralsnog heeft het AB SVHW naar aanleiding van een tweetal pilots besloten geen wijziging door te voeren in het invorderingsproces. Hiervoor zijn meerdere argumenten. Eén argument raakt echter uw budgetrecht, omdat de pilots laten zien dat bij invoering van een kosteloze herinnering de opbrengsten uit invorderingskosten (en daarmee uw inkomsten) significant kunnen dalen. Daarom heeft het AB SVHW besloten u bij de begroting 2027 om een zienswijze te vragen. In deze memo wordt u geïnformeerd om tot een goede zienswijze te kunnen komen. 1. Aanleiding: Sociaal Maatschappelijk Verantwoord Invorderen (SMVI) SVHW probeert enerzijds de belastingopbrengsten voor haar deelnemers te optimaliseren en anderzijds de menselijke maat in het invorderingsproces toe te passen in het bijzonder voor de kwetsbare belastingplichtigen. Daarom heeft SVHW een pakket aan samenhan gende maatregelen om sociaal verantwoord in te vorderen.
Waar SVHW nu mee werkt is: • Het hanteren van een betalingstermijn van drie maanden in plaats van de wettelijke zes weken; • De mogelijkheid om met een automatische incasso in tien maandelijkse termijnen te betalen; • De mogelijkheid om binnen twee weken na ontvangst van een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven; • Het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms; • Het treffen van individuele betalingsregelingen; • Gebruik Incasso Op Maat voor flexibel incasseren waarbij belastingplichtigen het incassomoment kunnen bepalen; • Belacties en huisbezoeken om met een persoonlijke aanpak de kwetsbare mensen in de samenleving te begeleiden naar praktische oplossingen en om kostenstapeling te voorkomen. Al een aantal jaren wordt overwogen om ook het instrument van de kosteloze herinnering hieraan toe te voegen. Op dit moment ontvangt de belastingplichtige na het verstrijken van de betalingstermijn van drie maanden gelijk een aanmaning met aanmaningskosten. Voor 2026 bedragen de aanmaningskosten € 10 voor een openstaand bedrag tot en met € 454 en voor bedragen daarboven zijn de aanmaningskosten € 22. Een volgende stap in het invorderingstraject is het sturen van een dwangbevel, eveneens met bijbehorende invorderingskosten. Het is mogelijk om voorafgaand aan de aanmaning eerst nog een kosteloze herinnering te sturen aan de belastingplichtige.
Op die manier kunnen aanmaningskosten voorkomen worden. Het is voor overheden wettelijk toegestaan om zonder kosteloze herinnering het aanmaningsproces te starten. De tarieven voor invorderingskosten zijn wettelijk vastgelegd. Het invoeren van de kosteloze herinnering kent voor SVHW dus al een lange geschiedenis. In november 2023 heeft het AB SVHW zich hier opnieuw over gebogen en uitgesproken de kosteloze betalingsherinnering in te willen voeren. De ambitie was invoering per 1 januari 2025 en hiervoor in A.B. 2 6/34 2024 een pilot te starten. Uit deze pilot bleek | onder meer dat | de kosteloze herinnering succesvol is, voor wat betreft het betaalgedrag van de belastingplichtigen | en de door de belastingplichtigen ervaren menselijke maat. Het te verwachten effect op de opbrengsten | invorderingskosten is echter groot. | Het AB SVHW heeft daarop besloten de invoering van de kosteloze betalingsherinnering uit te stellen | , een tweede bredere pilot uit te voeren en te onderzoeken of het risico op een significante daling van de opbrengst invorderingskosten verminderd kan worden door in samenhang te treffen andere maatregelen. 2. Pilots De eerste pilot In 2024 heeft een pilot plaats gevonden ter onderbouwing van een besluit om | voor SVHW de kosteloze herinnering in te voeren.
De pilot omvatte | een representatief aantal | kosteloze herinneringen uit het aanslagkohier van 31 mei 2024. Dit kohier bevatte | in hoofdzaak aanslagen van WSHD (eigenaren woningen) | voor het gebied van niet-SVHW deelnemers. Door de | ze | kosteloze herinnering daalde het aantal aanmaningen me t 40% | . Zonder kosteloze herinnering hadden 40% meer | belastingplichtigen | een aanmaning ontvangen en aanmaningskosten moeten betalen. | Ervaringscijfers wijzen uit dat ongeveer 50% van de | niet betaalde vorderingen | na een | aanmaning uitmondt in een dwangbevel. | De invorderingskosten bij een dwangbevel zijn significant hoger dan bij een aanmaning. Door de kosteloze herinnering | lag | het aantal dwangbevelen | in de pilot echter | ook | 40% lager dan normaal gesproken. | Dit was vooraf niet verwacht. Als dit lager aantal aanmaningen en dwangbevelen zou worden geëxtrapoleerd | over | het totale aantal aanslagen van SVHW (gesteld op 700.000) zou dit | kunnen | leiden tot een derving met 40% van de opbrengst invorderingskosten van per saldo | bruto ca. € 1, 7 miljoen. De | pilot kende positieve reacties vanuit de belastingbetaler: de kosteloze herinnering werd als meer menselijke maat | ervaren | en er werd sneller betaald.
De derving van de opbrengst invorderingskosten riep | de vraag op of | de pilot voldoende representatief | was, omdat het voornamelijk eigenaren | v an woningen betrof en alleen waterschapsbelasting. Tweede pilot Omdat in eerste pilot voornamelijk eigenaren woningen voor het waterschap betrof, besloot het AB SVHW om een tweede, meer representatieve | pilot uit te voeren. In | juni 2025 is een pilot uitgevoerd met een selectie van belastingplichtigen van | alle | deelnemers | met | aanslagen | voor | gebruikers- | en eigendomsbelasting. Daarmee is de steekproef zeer representatief voor heel SVHW. Er zijn | ruim 10.000 kosteloze herinneringen gestuurd. Ook in de tweede pilot bleek 40% van de belastingplichtigen | door de kosteloze herinnering een | betaling te hebben gedaan of regeling te | hebben getroffen met SVHW bi j de start van het aanmaningsproces | in juli | (effectief dus een betaaltermijn van ca. vier | maanden | voor aanmaning). Dit is dus in lijn met de eerste pilot. | Uiteindelijk is er op de steekproef per medio oktober een aantal dwangbevelen | uitgestuurd, wat op | ongeveer 30% van de oorspronkelijke steekproef lag | . Dit was dus ook | 40% lager dan gebruikelijk | is in de situatie zonder een kosteloze herinnering. Het beeld uit deze tweede steekproef is dus gelijk aan de eerste steekproef.
| Het gemiddelde bedrag aan kosten voor het dwangbevel ligt | wel | hoger dan bij de eerdere pilot, omdat | de februari run voor een groot deel gecombineerde en dus hogere aanslagen bevat en de wettelijke kosten hoger liggen dan vorig jaar. Omdat de tweede pilot deel uitmaakte | van het grote kohier van februari/ maart is ook een vergelijking mogelijk | met de overige openstaande posten | die wel gelijk een aanmaning hebben ontvangen. Ook Pagina 2 van 4 A.B. 26/34 Pagina 3 van 4 daaruit bleek dat ongeveer 50% van de openstaande posten uiteindelijk leidde tot een dwangbevel per medio oktober. Deze verhouding geldt ook voor de februari kohieren uit 2024 en 2023. Van de openstaande vorderingen die in de pilot voor een kosteloze herinnering in aanmerking kwamen leidde slechts 30% tot een dwangbevel. Per saldo zijn de conclusies uit de tweede pilot hetzelfde als uit de eerste pilot : de derving opbrengst invorderingskosten kan, zoals bij de eerste pilot berekend , meer dan bruto € 1,7 miljoen bedragen . Hierbij is het resultaat uit de pilots geëxtrapoleerd naar een kosteloze herinnering bij alle niet betaalde aanslagen uitgaande van 700.000 aanslagen en is geen rekening gehouden met de stijging van het tarief voor dwangbevelen en oninbare vorderingen. De indicatieve effecten per deelnemer zijn opgenomen in de bijlage. 3.
Overige overwegingen Er is naast de derving opbrengst invorderingskosten een aantal andere overwegingen, dat moet worden meegenomen bij de keuze om wel of geen kosteloze herinnering bij SVHW door te voeren: • Jaarlijkse ervaringscijfers tot nu toe waren dat 10-11% van het aantal aanslagen leidt tot aanmaningen; • Uit twee pilots mogen we concluderen, dat door de kosteloze herinnering de terugval zowel in het aantal aanmaningen als dwangbevelen ca. 40% bedraagt ten opzichte van andere jaren en model staat voor alle aanslagen. Het effect op de invorderingsmaatregelen bij kosteloze herinneringen op de langere termijn is uiteraard onbekend. Wellicht gaat het effect verloren als kosteloze herinneringen “normaal” worden; • In de toekomst worden kosteloze herinneringen mogelijk wettelijk verplicht. Op dit moment wordt hier niet actief aan gewerkt. In 2024 heeft de staatssecretaris van BZK wel een oproep gedaan de kosteloze herinnering in het invorderingsproces op te nemen . Uit een inventarisatie in 2023 is gebleken dat ongeveer de helft van de belastingkantoren met een kosteloze herinnering werkt; • Enkele recent toegetreden deelnemers waren tot voor kort gewend aan kosteloze herinneringen en enkele deelnemers doen dit voor overige heffingen/ leges wel; • Uitrol van kosteloze herinneringen is alleen mogelijk als alle deelnemers hiertoe besluiten.
Dit vanwege gecombineerde aanslagen en hogere kosten/ inefficiëntie; • Het is mogelijk om de structurele wanbetalers uit te sluiten van het versturen van een kosteloze herinnering; • De opbrengsten voor invorderingskosten is geen verdienmodel voor deelnemers; • De gemeentelijke deelnemers nemen bezuinigingsmaatregelen voor het ravijnjaar 2026 en verder; • Het daarom voor deelnemers wenselijk is om niet eerder dan in 2027 de kosteloze herinnering in te voeren; • Bij de invoering van kosteloze herinneringen in samenhang met een aantal andere maatregelen zoals gecombineerde aanslagen voor het waterschap , wordt de daling van de opbrengst invorderingskosten in te beperkte mate gecompenseerd; • Bedrijven zijn al wel wettelijk verplicht om aan hun klanten altijd eerst een herinnering te sturen als die niet op tijd de rekening betalen. Pas a ls klanten dan nog niet betalen, mogen bedrijven een opgehoogde factuur sturen. Maar voor overheden geldt dat nu niet. Zij mogen meteen aanmaningskosten in rekening brengen. De betaaltermijn voor bedrijven is doorgaans ook korter en de factuur betreft doorgaans consumptie en geen belastingen; A.B. 26/34 Pagina 4 van 4 • De daling van de opbrengst invorderingskosten moet bij de deelnemers gedekt worden.
Als dit met belastingverhoging gebeurt, gaat dit ten koste van de belastingplichtigen die wel op tijd betalen of een automatische incasso hebben; • De ervaring leert dat de kosteloze herinnering vooral belastingplichtigen activeert, die de verplichting kunnen betalen. Het is dus niet per definitie een maatregel die de kwetsbare belastingplichtige helpt. Daarom is het geëxtrapoleerde bedrag een brutobedrag, dus zonder aftrek van oninbare verplichtingen; • Voor de organisatie van SVHW levert de pilot positieve punten op ten aanzien van het vriendelijker contact met de belastingplichtigen. 4. Conclusies pilots Uit de pilots kosteloze herinnering en de extrapolatie van de financiële effecten naar jaarniveau kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • Positieve reacties van geadresseerden bij SVHW (menselijke maat); • Kosteloze herinnering leidt tot 40% minder aanmaningen en dwangbevelen; • Beperkte stijging van verzendkosten (gesaldeerd kosteloze herinnering en aanmaningen en dwangbevelen); • De daling van de samenhangende in- en externe uitvoeringskosten voor de invordering en het percentage oninbaar (<1%) leidt tot een positief effect van maximaal naar schatting € 100.000; • Verwachte d aling opbrengst invorderingskosten (aanmaningen en dwangbevelen) met 40 %, zijnde bruto meer dan € 1,7 mln.
Bijlage Indicatie aandeel in verwachte daling opbrengst invorderingskosten per deelnemer o.b.v. eerste begrotingswijziging 2025 in euro: Alblasserdam 23.000 Albrandswaard 30.000 Altena 78.000 Barendrecht 44.000 Drimmelen 49.000 Geertruidenberg 25.000 Goeree-Overflakkee 76.000 Hardinxveld-Giessendam 17.000 Hoeksche Waard 141.000 Krimpenerwaard 72.000 Lansingerland 81.000 Nieuwkoop 36.000 Ridderkerk 56.000 Voorne aan Zee 81.000 Hollandse Delta 891.000 Klaaswaal, 14 januari 2026