CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Klimaatvisie Ridderkerk .pdf

Commissiebijeenkomst 11 september 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 3: Klimaataanpak Ridderkerk11.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Klimaatvisie Ridderkerk De route naar 2050

Ridderkerk: een CO2-neutrale & circulaire samenleving De route naar 2050

datum van vaststelling: 3 juni 2021

Voorwoord Een mooie, noodzakelijke en complexe uitdaging We moeten zuinig zijn op onze aarde. Voor onszelf en voor onze toekomstige generaties willen we een gezonde en veilige woon- en leefomgeving. Daarom werken we wereldwijd aan een verlaging van de uitstoot van broeikasgassen. Dat is niet iets vrijblijvends. Het is nodig voor de toekomst van onze planeet. We moeten leven van de rente van de aarde en niet van de hoofdsom, zoals Herman Wijffels dat ooit benoemde. Dat beeld spreekt me zeer aan. Het als een rentmeester omgaan met het bezit dat je in beheer is gegeven. En wees voorzichtig met ‘die kwetsbare blauwe bol’, zoals André Kuipers de aarde zag en dat verwoordde tijdens zijn verblijf in het ruimtestation. We hebben er maar één van. We merken allemaal wel iets van de klimaatverandering, mede het gevolg van hoe wij omgaan met fossiele brandstoffen. De zomers worden droger, met hoge temperaturen en langdurige natte periodes met extremer weer. Maar ook beginnen we te merken dat grondstoffen uitgeput raken. Iedereen heeft de taak om een bijdrage te leveren aan een duurzame toekomst van onze planeet. Ook de gemeente. We zoeken naar oplossingen die het meeste effect hebben, betaalbaar zijn voor de samenleving en kunnen rekenen op breed draagvlak. Daarbij benutten we de innovatieve kracht en de ‘handen uit de mouwen’-mentaliteit die in onze gemeente volop voorhanden is.

Deze klimaatvisie laat zien hoe wij samen met onze inwoners en bedrijven willen werken aan een gemeente die klaar is voor de toekomst. Het gaat om samenhang in onze aanpak. Deze klimaatvisie is daarmee de paraplu waaronder diverse thema’s samengebracht zijn. Waar het gaat om de energietransitie, de warmtevisie maar ook om het gebruik van grondstoffen, de circulaire samenleving en een gezonde en veilige woon- en leefomgeving. Samenwerking is nodig, want we gaan een behoorlijke verandering tegemoet. Het is een mooie, noodzakelijke maar ook complexe uitdaging waar we voor staan. Waarbij we als samenleving tot collectieve actie moeten komen. Daarom ook hebben we de samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam gezocht om met hen deze opgave om te komen tot collectieve actie vorm te geven. We kunnen dat niet alleen. Stap voor stap gaan we aan de slag met verschillende thema’s. We nemen de tijd voor veranderingen. In deze visie schetsen we de route naar 2050. Omdat het veel is, is het goed nu te beginnen met praktische haalbare stappen, zodat iedereen eraan kan beginnen. De thema’s toetsen we aan de door de Verenigde Naties vastgestelde doelen op het gebied van duurzame ontwikkeling, evenals het landelijk klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategie. Als we nu beginnen kunnen we het op een realistische en haalbare manier met elkaar vormgeven. Doe je mee?

Marten Japenga, Wethouder Ridderkerk

2

Samenvatting Uitgangspunten Energie:

Oplossingen dragen bij aan gelijkwaardige en/of gezondere leefomgeving

Besparing Opwek Opslag

We passen de duurzame ontwikkelingsdoelen toe Wij geven het goede voorbeeld

Warmte

Klimaatadaptatie

Maatschappelijke betrokkenheid en draagvlak zijn essentieel Inspanning van de samenleving staat in relatie tot de omvang van de CO2 reductie

Ridderkerk: een CO2-neutrale & circulaire samenleving

Acceptabele maatschappelijke kosten en baten We staan open voor alle technieken en innovaties

De route naar 2050

Milieu: Bodem en ondergrond Lucht Geluid Externe veiligheid

Ondersteunende thema’s Communicatie, participatie en educatie Financiële arrangementen

Mobiliteit Circulaire samenleving

In de afgelopen decennia is het steeds duidelijker geworden dat menselijke activiteiten invloed hebben op ons klimaat en zorgen voor klimaatverandering. Zo stijgt de temperatuur wereldwijd, ervaren we extremere weersomstandigheden, neemt de biodiversiteit af en de grondstoffenschaarste toe. Om het tij te keren, is actie noodzakelijk. Daarom maakten 197 wereldleiders in 2015 in Parijs afspraken om de maximale temperatuurstijging op aarde te beperken tot 1,5 °C, in elk geval tot maximaal 2 °C. De Europese lidstaten hebben recentelijk met elkaar afgesproken dat, om het Parijsakkoord te volbrengen, de EU in 2030 minstens 55% minder CO2 moet uitstoten. Ook op nationaal niveau hebben we onszelf gecommitteerd aan het verminderen van onze CO2-uitstoot: 49% in 2030 en 95% in 2050. Maar om deze doelstellingen te realiseren is er op elk niveau inzet nodig. Daarom is deze Ridderkerkse klimaatvisie een weergave van onze lokale inzet om aan alle regionale, landelijke en internationale doelstellingen te voldoen. Wij hebben onszelf ook een hoofddoel gesteld: ‘Een CO2-neutrale en circulaire samenleving in 2050’. Om invulling te geven aan deze hoofddoelstelling is deze klimaatvisie geformuleerd langs vijf concrete thema’s. De praktische uitwerking is vervolgens beschreven in het bijbehorende uitvoeringsprogramma waarin concrete maatregelen zijn beschreven om de doelstellingen te realiseren.

Onderdeel van deze klimaatvisie zijn onderstaande thema’s: • Energie: energie bestaat uit vier subthema’s die allemaal een essentieel onderdeel zijn van de energietransitie. 1) Het besparen van energie door het verminderen van de vraag. 2) Het opwekken van duurzame energie. 3) Het overstappen naar duurzame warmtebronnen. 4) Het realiseren van een gedegen energieopslag.

3

• Mobiliteit: om de uitstoot van de transportsector te reduceren, focussen we op ruimte voor fietser en voetganger, hoogwaardig openbaar vervoer en een dekkende laadinfrastructuur voor elektrische mobiliteit. • Circulaire samenleving: het uitgangspunt is dat we producten en grondstoffen zo lang mogelijk in omloop houden en daarmee het gebruik van primaire grondstoffen verminderen. Hierbij hanteren we een integrale aanpak die zich richt op inkopen, gebruik en einde gebruik. • Klimaatadaptatie: we worden klimaatbestendig en waterrobuust. Daarmee passen we ons aan aan het veranderende klimaat: we verkleinen de kans op een calamiteit en benutten de kansen voor een duurzame leefomgeving. • Milieu: om een prettige leefomgeving te behouden, dragen we zorg voor een goede bodemkwaliteit, een goede luchtkwaliteit, minder geluidshinder en externe veiligheid. Om de subdoelstellingen op deze thema’s te realiseren, zijn er twee ondersteunende thema’s benoemd. Communicatie, participatie en educatie worden ingezet om mensen te informeren, inspireren en daarmee aan te zetten tot actie. Bewustwording en draagvlak zijn erg belangrijk in het volbrengen van deze maatschappelijke transitie. Daarnaast is het belangrijk dat er financieringsarrangementen zijn en dat deze bekend zijn bij onze gemeente, organisaties binnen de gemeente en inwoners. Deze helpen om de transitie te versnellen.

Leeswijzer Hoofdstuk 1 is de inleiding op de klimaatvisie. In deze inleiding beschrijven we de aanleiding voor deze klimaatvisie vanuit internationaal, nationaal en regionaal perspectief. Hoofdstuk 2 is de vertaling van de (inter)nationale en regionale opgave naar de gemeente Ridderkerk. Ook geven we in dit hoofdstuk een tijdlijn. Hoofdstuk 3 bevat de algemene uitgangspunten voor deze visie en de beschrijving van de rollen die we als gemeente aan kunnen nemen in deze opgave. Hoofdstuk 4 is de kern van de klimaatvisie. In dit hoofdstuk benoemen we de thema’s van de klimaatvisie. We geven een korte toelichting op het thema, op de taak die we hebben, hoe we het thema op hoofdlijnen aan gaan pakken en welk resultaat we voor ogen hebben. Hoofdstuk 5 geeft in tabelvorm een korte samenvatting van de doelen uit de klimaatvisie.

4

1. Inleiding In de afgelopen decennia is het steeds duidelijker geworden dat menselijke activiteiten invloed hebben op ons klimaat en zorgen voor klimaatverandering. Internationale wetenschappers hebben recentelijk zelfs een ‘gouden standaard’ vastgesteld, waarmee met zekerheid kan worden gezegd dat menselijk handelen een cruciale bijdrage levert aan de versnelde opwarming van de aarde. Met alle gevolgen van dien.

Internationale doelstellingen Met dit gegeven als uitgangspunt is op de klimaatconferentie van 2015 in Parijs internationaal de afspraak gemaakt om de temperatuurstijging op aarde te beperken tot 1,5 °C, in elk geval tot maximaal 2 °C. Recentelijk hebben de Europese lidstaten met elkaar afgesproken dat, om het Parijsakkoord te volbrengen, de EU in 2030 minstens 55% minder CO2 moet uitstoten. Dat er urgentie geboden is, blijkt o.a. uit een rapport dat het klimaatbureau van de Verenigde Naties (VN) in 2018 uitbracht waarin ze waarschuwt dat de gevolgen van de opwarming van de aarde steeds zwaarder worden. Naast het meest besproken broeikasgas CO2 (koolstofdioxide of koolzuurgas), hebben we ook te maken met het terugdringen van andere broeikasgassen: methaan, lachgas, waterdamp en fluorgassen. Deze broeikasgassen regelen de temperatuur op aarde door als een soort ‘deken’ te fungeren. Doordat deze ‘deken’ steeds dikker wordt, stijgt de temperatuur. Van alle broeikasgassen die de mens uitstoot, is CO2 het belangrijkst. Ruim de helft van het versterkte broeikaseffect wordt veroorzaakt door CO2. Methaan staat met 16% op de tweede plaats. CO2 komt vrij bij het verbranden van fossiele brandstoffen en verandering van het landgebruik zoals het kappen van bossen en het droogleggen van veengronden. Methaan (CH4) komt vooral vrij bij de veeteelt.

Koeien, schapen en geiten produceren methaan bij het verteren van voedsel. Verder komt er methaan vrij bij het verbouwen van rijst en uit afvalstortplaatsen. Het terugdringen van broeikasgassen is niet de enige duurzaamheidsopgave op wereldniveau. De VN heeft in 2015 ook een overkoepelende duurzame ontwikkelingsagenda geformuleerd. De kern van deze duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) is om een einde te maken aan extreme armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering. In bijlage 2 zijn de doelen uiteengezet en is beschreven welke relatie de SDG’s hebben met de thema’s uit de klimaatvisie.

Nederlandse ambities Om de doelstelling uit het akkoord van Parijs te kunnen halen, zetten we ook op nationaal niveau in op het beperken 1

Klimaatverandering komt zeker door de mens, Nu.nl (2019).

2

EU-leiders eens over terugdringen CO2-uitstoot, NOS (2020).

3

Wat is het broeikaseffect, Milieucentraal. 5

van de uitstoot van broeikasgassen. Deze doelstellingen zijn beschreven in het Klimaatakkoord. De Nederlandse overheid heeft de ambitie om in 2050 de CO2-uitstoot met 95% te hebben gereduceerd t.o.v. 1990, met als tussendoel een reductie van 49% in 2030. Maar om een duurzame toekomst te garanderen, staan we niet alleen voor de opgave van het terugdringen van broeikasgassen. Een andere belangrijke uitdaging is de dreigende grondstoffen schaarste. Door onze groeiende consumptie gebruiken we meer en meer grondstoffen. Zo viel Earth Overshoot Day vorig jaar op 22 augustus 2020. Dit is de dag in het jaar dat de mens meer grondstoffen heeft verbruikt dan de aarde in datzelfde jaar kan vernieuwen. Alle extra grondstoffen die we daarna uit de aarde onttrekken, betekent uitputting van grondstoffen en onherstelbare schade aan onze natuur. Daarom heeft Nederland de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. Daarbij zijn twee belangrijke tussendoelen geformuleerd: in 2030 50% minder primair materiaalgebruik en in 2020 mocht nog maar 50% van het afval verwerkt worden als restafval (exclusief papier en karton). Hiervoor is het Rijksoverheidsprogramma VANG ingesteld. De gehele klimaattransitie is een van de meest ingrijpende transities ooit in Nederland en heeft gevolgen voor wonen, werken, verkeer en vervoer, economie, natuur, milieu en de ruimtelijke inrichting.

Regionale context Deze nationale doelstellingen worden op hun beurt vertaald naar de regionale context. Zo zijn er 30 energieregio’s opgericht. Samen met 23 gemeenten in de regio Rotterdam-Den Haag stellen we de Regionale Energie Strategie (RES) op. In deze RES wordt het energielandschap van 2050 vormgegeven, die de basis vormt voor de uiteindelijke route die ook de afzonderlijke gemeenten gaan nemen. De uitkomst van de RES 1.0, die ook gaat dienen als regionale bijdrage aan het nationale Klimaatakkoord, leggen we naar verwachting juni 2021 ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. De transitie naar een duurzame maatschappij brengt dus een grote uitdaging met zich mee. Iedereen heeft hierin een verantwoordelijkheid, van de internationale grootmachten tot onze inwoners. Bedrijven, maar ook inwoners, moeten andere keuzes maken als het gaat om bijvoorbeeld consumeren, wonen, werken en vervoeren. We hebben hierin dus een belangrijke maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Een gezonde en veilige woon- en leefomgeving Bij een duurzame samenleving hoort ook een gezonde en veilige woon- en leefomgeving. Deze visie heeft ook tot doel om ervoor te zorgen dat inwoners, organisaties, bedrijven en gemeente samen dagelijks werken aan een beter milieu en een betere leefomgeving in Ridderkerk. Zowel vanuit wettelijke taken als bij onderwerpen die verder gaan dan de wet voorschrijft. Zo werken we aan het verbeteren van de staat van de leefomgeving (milieu) door ons handelen te richten op een toekomstbestendige balans tussen mens, natuur en omgeving (duurzaamheid). 6

2. Opgave Ridderkerk Deze klimaatvisie geeft onze lokale inzet weer om aan alle regionale, landelijke en internationale doelstellingen te voldoen. De klimaatvisie is de opvolger van het Milieu- en Duurzaamheidsprogramma 2016-2020. Als hoofddoelstelling voor deze klimaatvisie heeft Ridderkerk de volgende ambitie gesteld:

‘Een CO2-neutrale en circulaire samenleving in 2050.’ Om invulling te geven aan deze hoofddoelstelling zijn in deze klimaatvisie concrete doelstellingen per relevant thema opgenomen. De uitwerking van deze klimaatvisie is vervolgens beschreven in het bijbehorende uitvoeringsprogramma waarin concrete maatregelen zijn beschreven om de doelstellingen te realiseren. Denk aan het verbeteren van energielabels, opwekken van hernieuwbare energie, duurzame mobiliteit en het faciliteren van circulaire initiatieven. Daarnaast richten we ons op bewustwording en gedragsbeïnvloeding van inwoners en ondernemers door middel van communicatie, participatie en educatie.

Huidige situatie We hebben de afgelopen jaren laten zien dat we stappen zetten in het verantwoord omgaan met het milieu en de duurzame inrichting van onze leefomgeving. Of het nu gaat om het inzetten van beleid, zoals het Actieplan Luchtkwaliteit en het Actieplan Geluid, of het hergebruiken van materialen uit de openbare ruimte (oude stenen bij een nieuwe inrichting van de straat). We zetten in op natuurontwikkeling, we nemen maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie (herinrichting openbare ruimte om wateroverlast te voorkomen of biodiversiteit terug te krijgen) en we verduurzamen onze eigen gemeentelijke panden. We zetten ons in voor de titel Fair Trade gemeente. We verwijzen actief naar een onafhankelijk energieloket, de WoonWijzerWinkel, waar onze inwoners persoonlijk advies kunnen krijgen om hun huizen duurzamer en energiezuiniger te maken. En we werken in de Duurzaamheidskring samen met bedrijven, (gemeentelijke) organisaties, verenigingen en inwoners aan een sociaal en economisch duurzamer Ridderkerk. Al deze stappen dragen bij aan het realiseren van onze duurzaamheidsambitie en de onderliggende doelstellingen. Deze ambitie realiseren we niet in één of twee raadsperiodes. Het is een voortdurend proces waarbij op gezette tijden ook een herijking plaatsvindt op basis van voortschrijdend inzicht en met de kennis van dat moment.

De tijdhorizon loopt gelijk met de doelen die het Rijk heeft gesteld voor de jaren 2030 en 2050. We praten dus over een transitieperiode van decennia met de urgentie om nu stappen te zetten.

7

Tijdlijn De stip op de horizon is een nagenoeg CO2-neutrale en circulaire gemeente in 2050. Daarmee geven we invulling aan het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen én leveren we een bijdrage aan het realiseren van de circulaire samenleving. In onderstaande tijdlijn ‘De route naar 2050’ zijn de doelstellingen door de tijd weergegeven. Tijdlijn 'de route naar 2050' Rijksdoelstelling • VANG: kantoor-, winkel en dienstensector restafval gehalveerd • Alle kantoren ≥ energielabel label C • Actieplan Lucht

Rijksdoelstelling • Actieplan Geluid • Bodemkwaliteitskaart (incl. PFAS) Rijksdoelstelling

Rijksdoelstelling

• 50% minder primaire

• Alle bouwuitvragen circulair

Rijksdoelstelling

grondstoffen

• Geluidbelastingkaarten

• Nieuwe gebouwen voldoen aan de

Rijksdoelstelling

• 49% CO2-reductie

• 100% circulaire economie

• Alle kantoren ≥ energielabel

• 95% CO2-reductie

label A

BENG-norm

2050

2040

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

Doelstelling • Geen woningen meer met energielabel E,F en G

Doelstelling

• 20% gebouwde omgeving

• Kansenkaart zon vaststellen

aardgasvrij

• Plan circulaire samenleving

• VANG: max 30 kilo restafval per

vastgesteld Doelstelling • Mobiliteit BAR CO2-neutraal

• Alle bouwuitvragen circulair

• Dekkend net elektrische

• 40% van de geschikte daken is

oplaadpalen Doelstelling

• Aanbod walstroom in haven

• Warmtevisie

• Reductie uitstoot mobiliteit 30%

• Formuleren wijkplannen warmtevisie

t.o.v. 2016 • Uitkomst onderzoek

• VANG (Van Afval Naar

gedragsverandering

Grondstof): 75% afval

• Vergroten deelmobiliteit

gescheiden (max 100 kilo per inwoner) • Waterrobuust en klimaatbestendig handelen

inwoner

benut voor zonne-energie

Doelstelling • CO2-neutraal • Volledig circulaire samenleving • Woningvoorraad gemiddeld energielabel B (min. label C) • Voedselverspilling <10 kilo per huishouden • Volledig afvalloze gemeente (0 kilo restafval) • Waterrobuust en klimaatbestendig ingericht • Energievraag gedaald met 30% • Gebouwde omgeving aardgasvrij

3. Uitgangspunten Klimaatvisie Bij de aanpak van deze klimaatvisie formuleren wij een aantal uitgangspunten die belangrijk zijn in de uitvoering van deze klimaatvisie voor de gemeente Ridderkerk. 1. De gekozen oplossingen om de doelstellingen te behalen dragen bij aan een gelijkwaardige en/of gezondere leefomgeving. Achteruitgang is niet acceptabel. De keuzes die we maken hebben een toegevoegde waarde op onze leefomgeving. Uiteindelijk is het doel een prettige leefomgeving waar het goed is vertoeven. 2. We passen de duurzame ontwikkelingsdoelen, zoals geformuleerd door de VN, toe op ons handelen. De thema’s in deze klimaatvisie dragen bij aan de door de VN geformuleerde doelen. 3. Wij geven het goede voorbeeld. Waar we als gemeente de mogelijkheid hebben, bijvoorbeeld in verduurzaming van onze gebouwen en eigen vervoer, geven we het goede voorbeeld. 4. Maatschappelijke betrokkenheid en draagvlak zijn essentieel om de opgave te realiseren. De hele klimaatopgave staat of valt met betrokkenheid en draagvlak. In dat kader is samenwerking met de samenleving van essentieel belang. Hierbij neemt de gemeente een faciliterende en ondersteunende rol aan, waarbij de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij de inwoners en bedrijven blijft. 5. De inspanning van de samenleving staat in relatie tot de omvang van de beperking van de uitstoot broeikasgassen.

De inspanning die gevraagd wordt aan de samenleving heeft een directe relatie met het effect dat deze inspanning heeft op de uiteindelijke reductie van broeikasgassen. 6. We streven naar acceptabele maatschappelijke kosten en baten in combinatie met maximale reductie van broeikasgassen, zowel voor inwoners als alle andere partijen met daarbij focus op bewezen oplossingen. Uitgangspunt is het toepassen van bewezen technieken om zo optimaal mogelijk, maar ook economisch verantwoord de uitstoot te beperken. 7. We staan open voor nieuwe technieken en innovaties, mits ze een beproefde technische status hebben. Op de route naar 2050 komen onderweg nieuwe technieken en innovaties beschikbaar. We staan open voor deze innovaties en nieuwe technieken, mits de innovatie een beproefde technische status heeft.

9

Stakeholders Als gemeente streven we ernaar om alle betrokken partijen in de omgeving samen te laten werken om de doelstellingen uit deze klimaatvisie te behalen. Hierbij gaat het allereerst om onze eigen gemeentelijke organisatie. We willen graag het goede voorbeeld geven en onze maatschappelijke verantwoordelijkheid in deze opgave oppakken. Daarom nemen we het voortouw in de uitvoering en realisatie van de onderdelen waar we zelf op kunnen sturen. Echter, om de doelstellingen te realiseren, hebben we ook externe stakeholders nodig. Een belangrijke groep zijn Ridderkerkse organisaties: zowel het bedrijfsleven als maatschappelijke organisaties en initiatieven. Daarnaast willen we ook de burger meenemen: alle inwoners van Ridderkerk. Alleen als we samen stappen zetten, kunnen we onze ambities realiseren. Ridderkerk gaat als het ware functioneren als een ecosysteem.

Rolinvulling Gemeente De rol die we als gemeente innemen in de uitvoering kan verschillen. We onderscheiden vijf verschillende rollen. Regulerende gemeente De gemeente bereikt haar doelen door het stellen van kaders en eisen in het beleid. We maken gebruik van wetgeving en handhaving en zetten in op de naleving ervan. Als eigenaar nemen we zelf verantwoordelijkheid voor de uitvoering. Regisserende gemeente We draaien actief aan de knoppen en sturen ontwikkelingen. De regisserende gemeente initieert, richt zich op samenwerking met maatschappelijke partners en stuurt binnen de democratisch vastgestelde kaders. Stimulerende gemeente De stimulerende gemeente richt zich met name op het aanjagen van initiatieven vanuit de samenleving. Het kan gaan om het beschikbaar te stellen van informatie, het uitvoeren van campagnes, stimulerende bijdragen in de vorm van subsidies of het beschikbaar stellen van menskracht. We doen dit samen met partners en geven zelf het goede voorbeeld. Faciliterende gemeente De faciliterende gemeente neemt een ondersteunende rol aan om belemmeringen zoveel als mogelijk weg te nemen en de transitie te vergemakkelijken. Aan de markt laten De ontwikkelingen vinden plaats bij partijen ‘in de markt‘ zonder bemoeienis of bijdrage vanuit de gemeente.

10

4. Thema’s In de klimaatvisie onderscheiden we vijf thema’s met elk een eigen uitwerking. Alle thema’s dragen bij aan de hoofddoelstelling om in 2050 een CO2-neutrale en circulaire samenleving te hebben gerealiseerd. De onderwerpen communicatie, participatie, educatie en financieringsarrangementen zijn ondersteunend aan alle thema’s en daarom beschreven in het laatste hoofdstuk als ondersteunende thema’s. De thema’s uit de klimaatvisie staan niet op zichzelf.

de principes:

Ze interacteren met andere ontwikkelingen in (de

Energie:

ing van de samenleving staat

e tot de omvang van de CO2

Opwek

e

omgeving van) de gemeente Ridderkerk. Zo heeft het

Besparing Opslag

ngen dragen bij aan

Warmte

thema energie een grote overlap met de verschillende

ardige en/of gezondere eving

sen de duurzame

Klimaatadaptatie

uitvoeringslijnen uit de Regionale Energie Strategie

elingsdoelen toe

en het goede voorbeeld

(RES) en geeft de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035

happelijke betrokkenheid en ak zijn essentieel

Ridderkerk: een CO2-neutrale & circulaire samenleving

abele maatschappelijke en baten

n open voor alle technieken

vaties

De route naar 2050

Milieu: Bodem en ondergrond Lucht Geluid Externe veiligheid

en mobiliteit. Indien thema’s overlappen met andere beleidsterreinen, lokale of regionale ontwikkelingen en actieplannen zal dat in de uitvoeringsagenda’s worden

epelende thema’s

benoemend en uitgewerkt. Daarnaast is in Bijlage 1 een

nicatie, participatie en e

ële arrangementen

context als het bijvoorbeeld gaat om klimaatadaptatie

Mobiliteit Circulaire samenleving

lijst van de aanbepalende beleidsdocumenten te vinden. Voor de raadsleden zijn deze stukken beschikbaar in het Raadsinformatiesysteem.

Hoofdthema

Subthema’s

Energie

Besparing De opwekking van duurzame elektriciteit Warmte Opslag

Mobiliteit Circulaire samenleving Klimaatadaptatie Milieu

Bodem en ondergrond Lucht Geluid Externe Veiligheid

Ondersteunende thema’s

Communicatie, educatie en participatie Financieringsarrangementen

11

Energie Energie bestaat uit vier subthema’s die allemaal een essentieel onderdeel zijn van de energietransitie: de overstap van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen. Een onderzoek van Overmorgen (zie de factsheet in Bijlage 3) geeft inzicht in de mogelijke vraag en aanbod van energie in Ridderkerk in 2050. Met (inter)nationale afspraken als uitgangspunt is de gemeente bijna vrij van fossiele brandstoffen zoals aardgas, benzine, diesel en kolen in 2050. Het onderzoek geeft weer hoeveel er bespaard moet worden, welke energiebehoefte er in de toekomst is en welke duurzame bronnen we kunnen gaan gebruiken om hierin te voorzien. De berekeningen zijn gebaseerd op bekende technieken van dit moment, hoewel er nog veel innovaties en financieringsconstructies nodig zijn voordat we al deze technieken grootschalig kunnen toepassen.

12

Besparing Energie die we niet gebruiken, hoeven we ook niet (duurzaam) op te wekken en kost inwoners of ondernemers geen geld. (Vergaande) besparing is essentieel en onontkoombaar om de emissies van broeikasgassen te laten dalen. Bevolkingsgroei, het toenemende gebruik van elektrische apparaten en de omschakeling naar elektrisch verwarmen en rijden zullen echter de vraag naar elektriciteit eerder doen toenemen dan afnemen. We gaan daarom uit van een daling van de warmtevraag (door energiemanagement, isolatie etc.), maar niet van de elektriciteitsvraag. Dit betekent echter niet dat het niet nodig is om de energievraag te beperken door energielabelsprongen te gaan maken. Deze energielabelsprongen en daarmee besparingsstappen leveren een reductie in de energievraag op. Doel: In 1-1-2050 hebben heeft de gehele gebouwde omgeving in Ridderkerk het maximale haalbare energielabel bereikt en is de energievraag voor de gebouwde omgeving met 30% gedaald t.o.v. 2020. Doelstellingen In 2030 zijn er geen woningen meer met een energielabel E, F en G.

Rol gemeente Regulerend Stimulerend Faciliterend

In 2050 heeft onze woningvoorraad gemiddeld een energielabel B met als minimum label

Regulerend

C.

Stimulerend

Vóór 1-1-2023 voldoen kantoorgebouwen tenminste aan energielabel C.

Regulerend

Vóór 1-1-2030 voldoen kantoorgebouwen tenminste aan energielabel A.

Regulerend

Vóór 1-1-2030 verduurzamen we de vastgoedportefeuille van de gemeente naar het

Regulerend

economisch en maatschappelijk meest verantwoorde energielabel met als minimum label C. We activeren inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties om zoveel

Regisserend

mogelijk om energie te besparen, zodat de energievraag is gedaald met 30% t.o.v. 2020.

Rol gemeente Het grootste gedeelte van onze huidige woningvoorraad is voor 1960 gebouwd. Het besparingspotentieel is daardoor theoretisch gezien aanzienlijk, doordat deze woningen over het algemeen minder goed geïsoleerd zijn. Ruim 75% van de woningen hebben een energielabel C of lager en een groot gedeelte daarvan is in het bezit van Wooncompas. Het is taak om 30% te besparen op het huidige energieverbruik per woning. Deze taak is tweedelig: enerzijds de inzet van technische middelen om woningen te isoleren en energiezuiniger te maken. Anderzijds zetten we in op bewustwording en gedragsverandering om de energievraag te verminderen. 13

Voor kantoren en bedrijfspanden sluiten we aan op landelijke regelgeving waarbij de minimale labels voor kantoorgebouwen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Vanuit het principe ‘acceptabele kosten en baten’ is het van belang dat de benodigde maatregelen betaalbaar zijn voor de maatschappij. Wij dagen de markt uit om met deze financiële arrangementen te komen voor een soepele transitie. In het onderdeel ‘Communicatie, educatie en financieringsarrangementen’ gaan we hierop in. Ook het opstellen van ruimtelijke kaders voor de inpassing van de technische voorzieningen, zoals warmtepompen e.d., is noodzakelijk.

14

De opwekking van duurzame elektriciteit In het Klimaatakkoord staat beschreven dat we streven naar 35 TWh aan duurzame energieopwekking op Nederlandse bodem in 2030. Als gemeente willen we hieraan een significante bijdrage leveren. De eigen energievraag is daarbij geen leidend uitgangspunt, de ruimtelijke mogelijkheden wel. Dit omdat in onze dichtbevolkte gemeente met veel verstedelijkt gebied en bedrijventerreinen de ruimtelijke mogelijkheden voor energieopwekking beperkt zijn. We kunnen daardoor niet geheel voorzien in onze eigen elektriciteit behoefte en zullen daardoor deels afhankelijk zijn van andere gemeenten. Met de komst van lokale, schone energiebronnen als zon en wind wordt onze energievoorziening steeds zichtbaarder. Draagvlak en acceptatie onder onze inwoners en bedrijven zijn daarbij van cruciaal belang. In het Klimaatakkoord is daarom afgesproken in te zetten op een grotere mate van participatie van de lokale omgeving bij het opwekken van duurzame energie. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er sprake moet zijn van ‘een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50 % eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven).’ Wat we hieronder verstaan en hoe we dit gaan realiseren komt terug in de Kansenkaart Zon (op te stellen in 2021).

In de regio werken wij samen met 22 andere gemeenten, 4 waterschappen en de Provincie Zuid-Holland aan een Regionale Energie Strategie (RES). In de concept RES ligt een opgave om in de regio 2,8 - 3,2 TWh aan grootschalige wind- en zonne-energie (tot 2030) op te wekken. Ook wordt ingezet op kleinschalige opwek op veelal particuliere daken: voor de gehele regio bedraagt dit circa 0,8 TWh. In onze gemeente staat het benutten van daken voor het opwekken van duurzame energie voorop. In de concept RES wordt uitgegaan van het benutten van 40% van de geschikte daken (in 2030). Het opwekken van energie op daken heeft de voorkeur vanwege dubbel ruimtegebruik (zon op dak). Bovendien kunnen we zo onze beperkte (open) ruimtes ontzien en/of gebruiken voor andere grote opgaven, zoals klimaatadaptatie of woningbouw. Doel: Op 1-1-2050 is de volledige elektriciteitsbehoefte van de gemeente Ridderkerk CO2-neutraal, door onder andere in te zetten op lokaal opgewekte hernieuwbare energie

Doelstellingen Samen met 23 gemeenten, regionale waterschappen, provincie, netbeheerder Stedin en

Rol gemeente Regulerend

kennispartijen stellen we de Regionale Energie Strategie (RES) op en voeren we deze uit voor zover het aansluit bij onze lokale (ruimtelijke) mogelijkheden. In 2022-2023 zijn de daken van ons eigen bestaand vastgoed voorzien van zonnepanelen.

Regulerend

Uitgangspunt is dat het economisch en technisch haalbaar is.

We stimuleren de plaatsing van zonnepanelen door ondernemers zodat 40% van de

Faciliterend

geschikte daken benut is voor zonneopwek voor 2030.

Stimulerend

We stimuleren de plaatsing van zonnepanelen door inwoners en (woning)corporaties

Faciliterend

zodat 40% van de geschikte daken benut is voor zonneopwek voor 2030.

Stimulerend

15

Om aan de gestelde doelen te voldoen, kan blijken dat ook opwekking in landelijke gebied met windturbines nodig is. We erkennen dat windmolens essentieel zijn voor het bereiken van de doelstellingen in Nederland. Met de drie windturbines in Nieuw Reijerwaard leveren we onze maximale bijdrage op het gebied van windenergie. Meer windturbines zijn landschappelijk niet in te passen. Rol gemeente In 2018 werd ca. 3,5% van onze lokale behoefte aan energie lokaal opgewekt. Maar gelukkig komt er meer massa en snelheid. Er is financiering en meer ondernemers en inwoners zien (economische) kansen. In 2019 was dit percentage dan ook toegenomen tot 10%. Onze taak is dan ook in de eerste plaats om het voortouw te nemen en de gemeentelijke gebouwen te voorzien van zonnepanelen. Daarnaast intensiveren we onze aanpak richting inwoners en partners voor het benutten van hun daken. Tot slot zetten we in op zonneweides, waar dit ruimtelijk acceptabel is. Dit resulteert in de volgende aanpak: • Zon op gemeentelijk vastgoed. In 2023 zijn alle daken van gemeentelijk vastgoed, waar economisch en technisch mogelijk voorzien van zonnepanelen. • Zonneweides in het landschap. In 2021 ontwikkelen we een kansenkaart die de (on)mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie in beeld brengt op basis waarvan we initiatieven kunnen toetsen en de markt gericht uitdagen om zonneparken te ontwikkelen.

• Zon op particuliere daken en bedrijfsgebouwen. We hebben één energieloket voor inwoners en één loket voor ondernemers. Hier kunnen inwoners en ondernemers terecht voor onafhankelijk advies en ondersteuning in de uitvoering. Daarnaast hanteren we een proactief beleid om vooral ondernemers te stimuleren zonnepanelen te installeren. • Stimuleren participatie door ondersteuning lokale energie coöperatie. We ondersteunen lokale energiecoöperatie(s) en stimuleren daarmee inwoners op alle niveaus om te participeren in lokale energieprojecten. We beseffen dat de realisatie van deze potentie in zeer sterke mate afhankelijk is van (1) beleid vanuit het Rijk en (2) de inzet van onze inwoners en partners, maar we pakken hierbij onze rol als regiepartner die inwoners en partners faciliteert en stimuleert.

16

Warmte Op nationaal niveau is bepaald dat 1,5 miljoen woningen (ongeveer 20%) in 2030 van het aardgas af moet zijn om tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te komen in 2050. Op lokaal niveau is deze ambitie vertaald naar de ‘Warmtevisie Ridderkerk de route naar 2050’. Deze visie geeft een duidelijke richting voor de middellange (tot 2030) en de lange termijn (tot 2050) voor onze gemeente. In de Warmtevisie (vastgesteld in 2020) staat welke route we nemen om de overstap te maken naar een aardgasvrij Ridderkerk in 2050. Het geeft per wijk inzicht welk alternatief voor aardgas het meest geschikt is. In de Warmtevisie staat ook de planning voor de afkoppeling van het aardgas. Het uitgangspunt is een betaalbare, betrouwbare, schone en veilige energievoorziening. Doel: 20% van de gebouwde omgeving aardgasvrij vóór 1-1-2030 en op 1-1-2050 is de gebouwde omgeving van Ridderkerk voorzien van een niet-aardgasafhankelijke warmtebron door invulling en uitvoering te geven aan de Warmtevisie. Doelstellingen In de periode 2021-2030 worden de wijkplannen opgesteld aan de hand van de

Rol gemeente Regisserend

warmtevisie. Op 1 januari 2030 is 20% van de bebouwde omgeving aardgasvrij.

Regisserend

Op 1 januari 2050 is de gehele gebouwde omgeving voorzien van een fossielvrije

Regulerend

warmtebron.

Regisserend

Rol gemeente De gemeente is regisseur van de warmtetransitie en zal samen met belangrijke partners (vastgoedeigenaren, inwoners, netbeheerders en medeoverheden) zorgdragen voor de uitvoering. Omdat nog veel onzeker is vraagt de uitvoering van de warmtevisie continue aandacht, regie, monitoring en bijsturing. Gelet op de enorme opgave zal het programma een aanzienlijke investering vergen, zowel in tijd als in financiële middelen. We gaan aan de slag met zowel wijkplannen als projecten die op gemeenteniveau spelen. Een warmtenet in een wijk vraagt immers een andere aanpak dan het verduurzamen van een bedrijventerrein. In samenwerking met de relevante stakeholders (WoonCompas, inwoners en andere betrokkenen in de wijk) stellen we voor alle wijken en gebieden in Ridderkerk een wijkplan op. In het wijkplan landt de ambitie voor de wijk, de keuze voor een alternatieve infrastructuur en een stappenplan. Dit is in lijn met het nationaal Klimaatakkoord, waarin staat dat de gemeenteraad in ‘uitvoeringsplannen op wijkniveau’ de keuze voor de aardgasvrije energie-infrastructuur maakt. Een aardgasvrij Ridderkerk, met ongeveer 20.000 woningen, is niet van vandaag op morgen geregeld. We willen daarom ervaring opdoen met acceptatie in de wijken en met collectieve oplossingen versus individueel maatwerk.

De Warmtevisie wordt iedere vijf jaar aangepast aan de dan geldende situatie op basis van voortschrijdend inzicht en eventuele bruikbare technische innovaties.

17

Opslag Het overstappen naar hernieuwbare energiebronnen brengt uitdagingen met zich mee. Een daarvan is de noodzaak voor het opslaan van energie. Bij de opwekking van duurzame elektriciteit en warmte ontstaat een groot onbalans tussen het moment waarop energie beschikbaar is en wanneer we het gebruiken. De zon levert bijvoorbeeld de meest stroom en warmte in de zomer en midden op de dag, maar veel minder in de winter en ’s avonds. We lopen in de transitie dus aan tegen de maximale capaciteit van ons stroomnet, doordat hernieuwbare energiebronnen in een keer veel elektriciteit op het net kunnen brengen (wanneer bijvoorbeeld de zon schijnt). Dit op tijden dat de elektriciteitsvraag niet zo hoog is. Onze huidige stroominfrastructuur kent nauwelijks mogelijkheden om de disbalans tussen productie en gebruik van elektriciteit uit zon en wind te kunnen opslaan. Enerzijds investeren netbeheerders in het uitbreiden van de capaciteit en het ontwikkelen van de stroominfrastructuur. Anderzijds is er innovatie nodig om duurzame energie zo efficiënt mogelijk op te slaan. Doel: Uiterlijk 1-1-2029 zijn de kaders voor lokale opslagmogelijkheden voor energie opgenomen in het omgevingsplan. Doelstellingen

Rol gemeente

Vóór 1-1-2029 zijn de kaders voor de ruimtelijke inpassing van lokale

Regulerend

opslagmogelijkheden opgenomen in ruimtelijk plannen.

Regisserend

Rol gemeente Momenteel wordt er volop onderzoek gedaan naar inventieve en innovatieve oplossingen waarbij wij als gemeente aansluiten. We nemen hierin nadrukkelijk niet het initiatief; dit is aan de netbeheerder. Niet alleen het opwekken van duurzame energie (wind en zon), maar ook energieopslag heeft een grote ruimtelijke impact. Dit is dan ook zeker een punt van aandacht. Daarnaast ligt er een kans in de link met het thema mobiliteit. De laadcapaciteit van elektrische auto’s kan op lokaal niveau dienen als opslagmedium. Voor onze inwoners en ondernemers kan het economisch interessant zijn om op wijk-, straat- of woningniveau te bekijken wat de mogelijkheden zijn om zelf of in collectief verband energie op te slaan voor later gebruik. Zo is in Nieuw Reijerwaard een slimme batterij gerealiseerd samengesteld uit gebruikte accu’s van elektrische auto’s.

18

Mobiliteit Verschillende methodes van transport dragen bij aan de mondiale CO2-uitstoot. Lucht- en scheepvaart is samen goed voor bijna 7% van de totale Europese CO2-uitstoot en zijn de twee snelst groeiende bronnen van broeikasgasemissies. Wegvervoer is goed voor bijna 20% van de Europese uitstoot.5 Als we kijken naar de Nederlandse context, dan is de bijdrage van het vervoer over land ongeveer 3%van de totale CO2-uitsoot.6 Om de uitstoot van de gehele transportsector terug te dringen is (inter)nationale wetgeving noodzakelijk. Echter zijn er wel degelijk maatregelen die op meer lokale schaal kunnen worden genomen. Zo zetten we in Nederland stappen in het verduurzamen van het particuliere wagenpark door fiscale maatregelen en wordt er veel geïnvesteerd in goed openbaar vervoer. Doel: Op 1-1-2026 is de CO2-uitstoot van mobiliteit in de regio met 30% gedaald t.o.v. 1-7-2016 en is de interne en woon-werkgerelateerde mobiliteit van de BAR-organisatie (inclusief de NV BAR Afvalbeheer) CO2-neutraal. Doelstellingen Voor 2026 vervangen we het wagenpark van de BAR-organisatie en de werk gerelateerde

Rol gemeente Regisserend

mobiliteit van de BAR-organisatie (inclusief het wagenpark / afvalwagens van de NV BAR Afvalbeheer) zoveel mogelijk door elektrische voertuigen. Uitgangspunt is dat de economische en/of technische levensduur van het voertuig aan zijn eind is. We verduurzamen mobiliteitsstromen van inwoners, ondernemers en (maatschappelijke)

Stimulerend

organisaties.

Voor 2025 is er een dekkend net van elektrische oplaadpalen.

Regisserend Stimulerend

Voor 2025 wordt in de haven groene walstroom aangeboden.

Regisserend

Rol gemeente Binnen de MRDH-regio is een actieplan opgesteld om te komen tot 30% CO2-reductie in 2025. Door middel van het Mobiliteitsplan Ridderkerk wordt binnen de mogelijkheden van het lokale beleid invulling gegeven aan deze regionale doelstelling. Onderdeel van het mobiliteitsplan is het verminderen van het niet-noodzakelijk autoverkeer. De fietser en de voetganger krijgen veel meer kwalitatief hoogwaardige ruimte. De aanleg en verbetering van fietspaden en voetpaden worden ingepast in de mobiliteitsstructuur. We bevorderen hiermee een gezonde leefomgeving en duurzame mobiliteit. Tevens zetten we in op de realisatie van hoogwaardig openbaar vervoer met snelle en betrouwbare verbindingen als volwaardig alternatief voor het regionaal autoverkeer. Ook kijken we naar de inzet van deelmobiliteit (bijvoorbeeld deelauto’s) in combinatie met het realiseren van mobiliteitshubs.

5

Uitstoot van vliegtuigen en schepen: feiten en cijfers, Europees Parlement (2020).

6

Uitstoot vervoer over land, CBS. 19

Om de aanschaf van elektrische voertuigen te stimuleren zetten we in op een dekkend net van oplaadpunten door de gehele gemeente ten behoeve van de diverse modaliteiten (fiets, scooter, auto). Dit wordt uitgewerkt in de laadvisie als onderdeel van het mobiliteitsplan. Ten slotte moeten we zelf het goede voorbeeld geven. Voor onze eigen organisatie (interne transportmiddelen en zakelijke ritten) geven we bij de reguliere vervanging van transportmiddelen een nadrukkelijke voorkeur aan CO2-neutrale transportmiddelen, mits dit economisch verantwoord blijft. We stimuleren onze medewerkers in de BAR-organisatie om vaker met het OV of met de fiets te komen en doen onderzoek naar de mogelijkheden om gebruik van e-bikes of e-scooters als alternatief voor autogebruik bij woon-werkverkeer en dienstreizen.

20

Circulaire samenleving Naast de energietransitie, is het ook noodzakelijk om de transitie van een lineaire naar een circulaire samenleving te maken. Een circulaire samenleving is een antwoord op de dreigende grondstoffenschaarste en draagt eveneens bij aan het reduceren van de CO2-uitstoot. Het uitgangspunt is dat we producten en grondstoffen zo lang mogelijk in omloop houden en daarmee het gebruik van primaire grondstoffen verminderen. Om dit te realiseren kijken we niet alleen naar het voorkomen en verwerken van afval, maar juist ook naar het delven en produceren van nieuwe producten en hoe deze worden gebruikt tijdens de levensduur. Een circulaire samenleving draait zowel om de productie van goederen, de bouw en maakindustrie als onze voedselproductie. Het is van belang dat we de waarde van grondstoffen, materialen en producten gaan ervaren, zodat we te allen tijde waardebehoud centraal zetten. Dit kan zijn door het inzetten van een materialenpaspoort zodat materialen gedemonteerd en hergebruikt kunnen worden. Maar het kan ook zitten in het voorkomen van voedselverspilling of het kiezen voor duurzamere en biobased grondstoffen zoals hout in plaats van staal. Kortom, we moeten totaal anders gaan denken om naar een circulaire samenleving te gaan. Doel: Op 1-1-2050 is de lokale samenleving volledig circulair en is de voedselverspilling per huishouden <10 kg per jaar.

Doelstellingen In 2050 is onze lokale samenleving volledig circulair ingericht.

Rol gemeente Regisserend Stimulerend

In 2021 wordt een plan ‘Circulaire Samenleving’ voor Ridderkerk aangeboden aan de

Regisserend

gemeenteraad.

We beperken voedselverspilling naar maximaal 10 kg voedsel per huishouden per jaar in

Faciliterend

2050 door het activeren van inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties.

Stimulerend

We gebruiken / kopen meer lokale producten door het activeren van inwoners,

Stimulerend

ondernemers en (maatschappelijke) organisaties.

We verduurzamen voedingspatronen door het activeren van inwoners, ondernemers en

Faciliterend

(maatschappelijke) organisaties.

Stimulerend

21

Rol gemeente Onze taak in het realiseren van een circulaire samenleving is het activeren van inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties. Dit doen we op twee manieren. Enerzijds zetten we het huidige beleid proactief voort. Zo wordt in het vastgestelde afvalplan (2019) ingezet op de beperking van het huishoudelijk afval, voert de DCMR namens de gemeente (wettelijke) acties uit en wordt bij vergunningen aandacht besteed aan de preventie van reststromen en het sluiten van kringlopen. Daarnaast zetten we in op gerichte communicatie naar zowel inwoners, bedrijven en instellingen. Circulariteit vraagt om bewustwording en gedragsverandering op elk niveau. Het continueren van natuur- en milieueducatie op zowel basisscholen als in het voortgezet onderwijs is hierbij gewenst. Naast het activeren van andere stakeholders is onze ambitie om aantoonbaar in de voorhoede te opereren en proactief in te zetten op de lokale circulaire samenleving. Daarom formuleren we een uitvoeringsprogramma ‘Circulaire Samenleving’. Hierin staat o.a. beschreven hoe we vormgeven aan onze voorbeeldrol. Zoals door alle bouwaanvragen vanaf 2023 circulair uit te vragen (wettelijke verplichting) en door met ons eigen inkoopbeleid lokale producenten te ondersteunen.

22

Klimaatadaptatie Als gevolg van klimaatverandering, ontstaan veranderingen in ons weerpatroon. Zo stijgt de gemiddelde temperatuur met als gevolg zachtere winters en hetere zomers. We krijgen onder andere te maken met: • Een stijging van de zeespiegel. • Een stijging van de temperatuur. • Toename van het aantal extreme regenbuien en de heftigheid van de regenbuien. • Toename van het aantal langdurige droge periodes en de ernst van de droogte; • Hittestress, vooral in dichtbebouwde gebieden. Klimaatverandering heeft onder andere zijn weerslag op biodiversiteit. Plagen, ziektes en het verdwijnen van soorten verstoren de balans in onze leefomgeving. Daarnaast heeft klimaatverandering effect op onze fysieke omgeving en heeft het invloed op de gezondheid van bijvoorbeeld kwetsbare groepen. Al deze facetten zijn onderdeel van het begrip klimaatadaptatie: hoe we ons als samenleving aanpassen aan het veranderende klimaat. Het doel van een klimaatadaptatiestrategie is het verkleinen van de kans op een calamiteit. Naast de bedreigingen beperken, willen we ook de kansen te benutten die bijdragen aan een duurzame en leefbare omgeving. Vanuit het Nationaal Deltaplan, en daarin de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie, is de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2020 klimaatbestendig en waterrobuust handelt en onze maatschappij in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht is.

Doel: Op 1-1-2050 is Ridderkerk klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.

Doelstellingen

Rol gemeente

In 2021 is de klimaatadaptatiestrategie vastgesteld door de gemeenteraad.

Regulerend

Vanaf 2021 handelen we waterrobuust en klimaatbestendig.

Regisserend

In 2050 zijn we waterrobuust en klimaatbestendig ingericht.

Regisserend

Rol gemeente Om een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van onze omgeving te realiseren, hebben we de kwetsbaarheden in beeld gebracht, voeren we risicodialogen met stakeholders, partners, bewoners en ondernemers en stellen we een strategie op. De klimaatscenario’s van het KNMI zijn leidend in het opstellen van deze strategie. Tot 2030 hebben we hier een goed beeld van. Het KNMI komt in 2023 met nieuwe scenario’s. Nieuwe inzichten leiden mogelijk tot aanpassing van de strategie. Met name het voorkomen van weerextremen is bepalend voor hoe klimaatbestendig en waterrobuust we moeten zijn ingericht.

23

Met het Waterschap Hollandse Delta, de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en de Provincie Zuid-Holland zorgen we voor een waterveilige omgeving en een robuust watersysteem. Daarnaast wil de Provincie ZuidHolland vooroplopen op het gebied van klimaatadaptief bouwen. Daarom hebben we als gemeente het Convenant Klimaatadaptief Bouwen getekend om zo met andere partijen uit de Zuid-Hollandse Delta onze gebouwde omgeving toekomstbestendig maken.

24

Milieu In het verlengde van het Milieu- & Duurzaamheidsprogramma 2016-2020, willen we zorgdragen dat alle thema’s binnen dit programma voortgezet worden in deze klimaatvisie. Er kunnen heel veel onderwerpen onder het begrip milieu worden geschaard. In dit stuk willen we de visie compact houden. Om een prettige leefomgeving te creëren en te behouden zetten we in op de volgende milieuthema’s: Bodem & Ondergrond, Luchtkwaliteit, Geluid en Externe Veiligheid. De milieuthema’s worden integraal bekeken. Er is overlap tussen de verschillende milieu en klimaatthema’s onderling, maar ook met diverse andere onderwerpen, zoals Gezondheidsbevordering, Groen, (Drink)water, Energie en Mobiliteit. Doelen op de milieuvlakken zijn (op korte termijn) minder zichtbaar en voelbaar, maar zijn (op de lange termijn) van groot belang voor onze gezondheid en ons welbevinden. We zetten ons in voor een goede luchtkwaliteit, minder geluidshinder en een goede bodemkwaliteit. Het voorkomen van milieu-onveilige situaties is vanzelfsprekend.

25

Bodem & ondergrond De bodem en ondergrond wordt zo gebruikt dat we daarmee de mogelijkheid voor de volgende generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen. Ook zij moeten de bodem kunnen gebruiken voor landbouw, natuur, drinkwater en woningbouw. Doel: De bodem en ondergrond wordt zo gebruikt dat het de mogelijkheid voor de volgende generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengt. Doelstellingen Daar waar bodemverontreiniging leidt tot actuele risico’s voor mens of milieu, worden zo spoedig mogelijk maatregelen getroffen om deze risico’s weg te nemen.

Grondverzet is zodanig gereguleerd dat de bodemkwaliteit aansluit bij de functie.

Rol gemeente Regulerend Aan de markt laten

Regulerend Aan de markt laten

De ondergrond wordt duurzaam benut, bijvoorbeeld bij het opwekken van bodemenergie.

Duurzaam bodemgebruik wordt bevorderd bij ruimtelijke ordening en inrichting, het natuurbeheer en het waterbeheer.

Inwoners en bedrijven hebben gemakkelijk toegang tot betrouwbare bodeminformatie.

Regulerend Aan de markt laten

Regulerend Aan de markt laten

Regulerend Aan de markt laten

Rol gemeente Duurzaam gebruik van de bodem is belangrijk. Bodemgebruikers mogen de bodem benutten zolang dit hand in hand gaat met de bescherming van de unieke bodemeigenschappen zoals buffer- en herstelvermogen en bodemfuncties zoals drinkwatervoorziening. Bij ruimtelijke ordening, inrichting en beheer voorkomen we dat ondergrondse gebruiksfuncties elkaar in de weg zitten. Beslissingen over het gebruik van boven- en ondergrondse ruimte worden gebaseerd op een beoordeling van de effecten van bodemgebruik. Duurzaam bodembeheer krijgt vorm via periodieke actualisatie van de bodemkwaliteitskaart en voor zover nodig de Nota Bodembeheer. Een belangrijk aandachtspunt binnen duurzaam bodembeheer is de bijdrage die de bodem steeds vaker levert aan het realiseren van de doelstellingen ten aanzien van energie en klimaat (bijvoorbeeld door geothermie, warmtekoudeopslag, warmtenetten en waterberging). Bij het bereiken van deze doelstellingen werken we samen met veel partners zoals provincie Zuid-Holland, omgevingsdiensten, regiogemeenten, initiatiefnemers, ontwikkelaars, adviesbureaus en aannemers.

26

Lucht De luchtkwaliteit heeft direct invloed op onze gezondheid en een gezond leefklimaat. De kwaliteit van de lucht in Nederland wordt al decennia beter. Dit is het gevolg van maatregelen op nationaal, provinciaal en lokaal niveau evenals algemene trends en technische ontwikkelingen. Op grond van de wet- en regelgeving voldoet Ridderkerk aan de eisen voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Ridderkerk gaat bovendien verder dan alleen voldoen aan de normen. Het streven is om de advieswaarden te halen zoals gesteld door de World Health Organization (WHO). Doel: Het doel is het verder verbeteren van de lokale luchtkwaliteit om zoveel mogelijk gezondheidswinst te behalen. Doelstellingen Uitvoeren acties Actieplan Luchtkwaliteit.

Rol gemeente Regulerend Stimulerend

Luchtkwaliteit tijdig betrekken in het ruimtelijke ordeningsproces, om knelpunten te

Regulerend

voorkomen en/of op te lossen.

Rol gemeente Veel luchtvervuilende stoffen in onze omgeving, zoals fijnstof, stikstofdioxide en roet komen van de omringende rijkswegen. Hier hebben we als gemeente geen directe invloed. In het Actieplan Luchtkwaliteit zijn acties geformuleerd die wel binnen onze invloedssfeer liggen. Hiermee willen we de lokale luchtkwaliteit verbeteren om zoveel mogelijk gezondheidswinst te behalen. De focus ligt hierbij op het beschermen van kwetsbare groepen zoals kinderen en ouderen. De acties binnen het actieplan zijn met name gericht op het bevorderen van andere vormen van mobiliteit, lobby, communicatie over houtstook, meten, extra groen (relatie met groenvisie Ridderkerk) en walstroom in de haven. Om te meten blijven we gebruik maken van de meetpunten langs de A16 (meetpunt Hogeweg) en op bedrijventerrein Nieuw-Reijerwaard. Het inzichtelijk maken van de luchtkwaliteit via metingen en dit communiceren naar bewoners stimuleert de bewustwording en kan zorgen voor gedragsverandering. Het heeft dus ook veel raakvlakken met het ondersteunende thema Communicatie en Educatie.

27

Geluid Geluidhinder door wegverkeer is een van de belangrijkste bronnen van milieuhinder in de gemeente. Significante geluidsbronnen zijn de rijkswegen A15 en A16, de Rotterdamse weg en lokale drukke wegen. Veel verkeer betekent geluid, maar heeft ook weer invloed op de luchtkwaliteit. Daarom zijn deze twee milieuthema’s onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Doel: Het doel voor Geluid is om te (blijven) voldoen aan de wettelijke kaders en het aantal geluidgehinderden te verminderen. Doelstellingen

Rol gemeente

Verminderen aantal geluidgehinderden door het uitvoeren van de maatregelen in het

Regulerend

Actieplan geluid en het uitvoeren en afhandelen sanering A- en B-lijst.

Stimulerend

De akoestische kwaliteit aan laten sluiten bij de gebiedsfunctie en de belevingswaarde van

Reguleren

de bewoners en gebruikers van dat gebied.

Stimuleren

Het plaatsen van geluidsschermen langs de A16/A15.

Regulerend Stimulerend

Rol gemeente We richten ons op het voldoen aan de wettelijke kaders. Hierbij richten we ons vooral op geluid veroorzaakt door bedrijven (waaronder horeca) en evenementen. Maar ook het geluid afkomstig van rijkswegen. De monitoring hiervan houden we nauwlettend in de gaten. Op basis van het Actieplan geluid verminderen we het aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden in de gemeente. Het monitoren, het op- en bijstellen en het uitvoeren van het actieplan gebeurt in een 5-jarige cyclus. Op deze manier kunnen we meebewegen met de ontwikkelingen. Een belangrijke ontwikkeling onder de Omgevingswet is de formulering van gebiedsgericht geluidbeleid met ruimte voor differentiatie. Dit gebiedsgerichte geluidbeleid vormt het kader voor nieuwe ontwikkelingen in de gemeente en voor het reguleren van bedrijfsmatige activiteiten.

28

Externe Veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer (via weg, spoor of buisleiding) van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het risico wordt bepaald door de kans van een ongeval in combinatie met de omvang ervan. Dit betekent dat de risico’s toenemen als er in de gemeente een risicobron bijkomt of een bestaande risicobron uitbreidt, maar ook als er nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, ziekenhuizen, verpleeg-, zorg- en onderwijsinstellingen, dagopvang minderjarigen, etc.) in de omgeving van een risicobron worden gerealiseerd. Doel: Het waarborgen en verbeteren van de externe veiligheid in de gemeente. Doelstellingen Risico’s van risicodragende activiteiten zo veel mogelijk minimaliseren en de handhaving

Rol gemeente Regulerend

van alle risicodragende activiteiten uitvoeren op een verantwoord niveau. Risicodragende activiteiten binnen de invloed van woongebieden hebben de hoogste prioriteit. Door externe veiligheid tijdig te betrekken in het ruimtelijke ordeningsproces, worden

Regulerend

risicovolle situaties voorkomen en/of opgelost.

Inwoners en bedrijven hebben gemakkelijk toegang tot betrouwbare informatie over milieu

Regulerend

gerelateerde risico’s. Door open en heldere risicocommunicatie wordt de zelfredzaamheid van inwoners verbeterd. Anticiperen bij rampbestrijding.

Regulerend Stimulerend

Rol gemeente Om de externe veiligheid in Ridderkerk te waarborgen (en te verbeteren) wordt op basis van een beleidsvisie Externe Veiligheid gewerkt aan toetsing van ruimtelijke plannen, vergunningverlening en handhaving bij bedrijven en risicocommunicatie. De voortdurende ontwikkelingen op dit gebied, vereisen een periodieke bijstelling. Een belangrijke ontwikkeling onder de Omgevingswet is de verbreding naar Omgevingsveiligheid. Externe Veiligheid wordt hier een onderdeel van, maar ook overstromingsrisico’s of grote branden zouden tot omgevingsveiligheid gerekend kunnen worden. Evenals de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën als de buurtbatterij. Samen met partners als DCMR Milieudienst Rijnmond en de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond gaan we hier invulling aan geven.

29

Ondersteunende thema’s Om de hoofddoelstelling uit deze klimaatvisie te realiseren willen we enkele instrumenten inzetten ten behoeve van alle thema’s. Het gaat om communicatie, educatie en financieringsarrangementen.

Communicatie, participatie en educatie De klimaattransitie is veel meer dan een technische transitie. Minstens zo belangrijk zijn de vraagstukken op sociaal vlak. Het succes en slagen van de transitie staat of valt met het draagvlak en acceptatie in de samenleving. We staan daarom niet alleen voor een technologische omslag, maar ook een sociale omslag. Communicatie en participatie met inwoners en partners is daarom cruciaal. Dit vraagt om continue en langdurige aandacht. Het is goed dat de aandacht voor de klimaattransitie toeneemt, zoals in de media. Veranderingen in de omgeving of de gevolgen voor vele levensgebieden (wonen, voeding, werken, vervoer) gaan vaak samen met levendige discussies. Dit vraagt om zorgvuldige processen en afwegingen van belangen en andere opgaven. Daarom vindt de transitie zoveel mogelijk plaats in wisselwerking. De klimaattransitie slaagt alleen als we het samen doen. Dit is allerminst eenvoudig. Inwoners ervaren het klimaatvraagstuk op verschillende manieren, ze verschillen in de waarde die ze eraan hechten en ze verschillen in de wijze waarop ze willen participeren. Deze diversiteit stelt ons voor een belangrijke opgave, aangezien het uiterst belangrijk is om zoveel mogelijk inwoners en partners aan te spreken. Het is daarom een leerproces.

Rol gemeente Om deze klimaatvisie in praktijk te brengen moeten we als gemeente een duidelijke boodschap uitdragen. Daarom zijn we gebaat bij effectieve communicatie. Samenhang in woord (context waarbinnen de boodschap wordt gebracht) en beeld (projectstijl) helpen daarbij. We zetten in op een heldere, herkenbare en eenduidige communicatie over klimaat vanuit de gemeente richting onze samenleving. We gebruiken communicatie om bijvoorbeeld commitment uit te dragen, kennis te delen en stakeholders te informeren. We willen elk niveau in de samenleving bereiken en maken het klimaatvraagstuk op een toegankelijke manier zichtbaar en relevant. Naast het belang van effectief communiceren, is het essentieel dat we onze samenleving in beweging gaan brengen. Hier ligt de focus op bewustwording van partners en inwoners door het delen van kennis en ervaringen met het doel om mensen te activeren duurzaam gedrag te vertonen. Communicatie kan ondersteund worden met de benodigde interventies om dit duurzame gedrag zoveel mogelijk te faciliteren. Ook participatie heeft onze aandacht.

Of het nu gaat om de Duurzaamheidskring, De Groene Stroom, een duurzaam Donkersloot, de warmtevisie, informatieavonden over energie besparen, het platform Natuur, Milieu en Duurzaamheid of de Slim Verbouwen Beurs, we hebben op uiteenlopende manieren ingezet op het betrekken, informeren, consulteren en motiveren van inwoners en partners. In bijlage 4 blikken we terug en vooruit op de wijze waarop we vorm geven aan participatie. Toch willen we in de toekomst het betrekken van inwoners en partners meer en meer toespitsen op de inwoner of partner zelf. In een strategisch communicatieplan wordt beschreven hoe de beweging naar gedragsverandering wordt ingezet en wat ervoor nodig is. Ten grondslag aan dit communicatieplan ligt het onderzoek van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1133/documents/28767