CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief begroting 2025.pdf

Gemeenteraad RK 4 juli 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 7: Kaderbrief begroting 2025 Ridderkerk3.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad van Ridderkerk p/a griffie

Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):

Ons kenmerk: 2024-035653 Contact: K. Kolf Doorkiesnummer: +31180451286 E-mailadres: k.kolf@ridderkerk.nl Datum: 10 mei 2024

Betreft: Kaderbrief Begroting 2025

Geachte raadsleden, Voor u ligt een beleidsarme kaderbrief voorafgaand aan de Begroting 2025. Net als vorig jaar baseren wij ons op het beleid en de doelstellingen uit het collegeprogramma ‘Hart voor een toekomstbestendig Ridderkerk 2022-2026’. Mede gezien de grote financiële onzekerheid over de toekomstige gemeentefinanciën vanaf 2026 focussen wij ons nu uitsluitend op onvermijdelijke ontwikkelingen. Inhoud kaderbrief Deze kaderbrief geeft inzicht in de bestaande financiële kaders voor de Begroting 2025 en meerjarenraming 2026–2028. In onderdeel A is het actuele financiële perspectief, inclusief een inschatting van onvermijdelijke ontwikkelingen, in beeld gebracht. In onderdeel B geven we een toelichting op de belangrijkste ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Tot slot vermelden we in onderdeel C de financieel technische uitgangspunten voor het opstellen van de komende Begroting 2025. Onvoldoende middelen vanuit het Rijk veroorzaakt ‘ravijn’ De algemene uitkering uit het gemeentefonds is onze belangrijkste inkomstenbron, maar hier is nog veel onduidelijkheid over. Het Rijk heeft eenzijdig het systeem van de groei van het gemeentefonds per 2026 gewijzigd, door de ‘trap-op trap-af’ te vervangen voor een systeem gebaseerd op economische ontwikkeling volgens het bruto binnenlands product (bbp).

Daarnaast zijn er nu al een aantal verplichte taken voor gemeenten waar onvoldoende geld voor beschikbaar wordt gesteld. In 2026, ook wel het ‘ravijnjaar’ genoemd, krijgen gemeenten hierdoor in totaal € 3 miljard structureel minder uit het gemeentefonds, zonder dat er taken verdwijnen. Dit betekent voor Ridderkerk een korting van circa € 7 miljoen.

Koningsplein 1 Postbus 271 2980 AG Ridderkerk

Rijk komt met vervroegde Voorjaarsnota, maar meer duidelijkheid volgt pas in meicirculaire De VNG heeft de afgelopen maanden intensief overleg gevoerd met het demissionaire kabinet, waarbij de volgende uitgangspunten werden gehanteerd: 1. Schaf de opschalingskorting af; 2. Hertstel de korting op het accres en 3. Kom met een goede afspraak over de groei van het gemeentefonds. Van kabinetszijde werd steeds aangegeven dat besluitvorming afhangt van de stand van zaken van de nieuwe kabinetsformatie en de bredere financiële context. Op 15 april 2024 publiceerde het Rijk vervroegd en daarmee vrij onverwacht de Voorjaarsnota waarin een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren wordt gegegeven. Over de gevolgen voor gemeenten worden we geïnformeerd via de komende meicirculaire 2024, maar enige duiding kunnen we nu toch al geven. De eerste drie posten zullen worden uitgewerkt in de komende meicirculaire, de vierde nog niet. 1. Reguliere jaarlijke bijstelling accres Vanuit de Miljoenennota 2024 (september 2023) worden de percentages bijgesteld naar die vanuit het CPB-CEP 2024 (februari 2024). 2. Bijstelling accres (prijs en volume) als gevolg van de omzetting naar bbp-systematiek al vanaf 2024 in plaats van 2026. Deze omzetting wordt financieel gecompenseerd door het Rijk. 3. Oploop opschalingskorting wordt niet meer doorgezet.

Vanaf 2026 wordt hierdoor € 675 miljoen structureel toegevoegd aan het gemeentefonds. In ruil daarvoor betalen gemeenten hiervoor wel eenmalig € 675 miljoen in 2025, mede hierdoor stijgt ons tekort in 2025 naar bijna € 4 miljoen. 4. Indexering zorgkosten. Vanaf 2026 wordt een bedrag gereserveerd, oplopend van € 75 miljoen in 2026, € 150 miljoen in 2027, € 225 miljoen in 2028 en € 300 miljoen vanaf 2029. Dit wordt door het Rijk gereserveerd en wordt dus nog niet verwerkt in de komende meicirculaire 2024. VNG-advies ‘ombuigingen voor te bereiden’ De VNG heeft vanwege het ‘ravijn’ op 1 maart jl. een begrotingsadvies uitgebracht om ‘ombuigingen voor te bereiden’, waartoe in gemeenten besloten kan worden indien de korting van € 3 miljard vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid of verzacht. Zij acht het verstandig om na te denken over ombuigingsmaatregelen, waarbij wel voorkomen moet worden dat deze te vroeg en daarmee onnodig in gang worden gezet. Zij acht het raadzaam te focussen op taken in medebewind en deze al in de komende Begroting 2025 te beschrijven. Dit betekent concreet: benoem vijf meest significante ombuigingsmaatregelen qua consequenties en het taakveld dat daarmee wordt geraakt. Uiteraard staat het gemeenten vrij hierin een eigen afweging te maken. Uiteraard blijft dit advies van kracht, ook na het verschijnen van de Voorjaarsnota van het Rijk.

Lees hier VNG Begrotingsadvies 2025-2028 (https://vng.nl/sites/default/files/202403/01maart2024_lbr_24_005_ledenbrief_begrotingsadvies.pdf) Ridderkerk ontkomt niet aan zoektocht naar financiële ruimte Gezien de uitkomsten uit deze Kaderbrief mede gebaseerd op de 1 e Tussenrapportage 2024 en de vele onzekerheden moet ook Ridderkerk op zoek naar financiële ruimte. In eerste instantie was dit uitsluitend nodig vanaf 2026, maar door de vervroegde Voorjaarsnota van het Rijk moeten we ook al in 2025 op zoek naar extra dekking om een tekort te dichten. Dit pakken wij voor de komende begroting 2025 nu op. Daarnaast blijft onze insteek een zorgvuldige en gefaseerde aanpak vanaf 2026 waar ook uw gemeenteraad eerder om heeft gevraagd. Het komende jaar zal door ons worden gebruikt om ombuigingsmogelijkheden in beeld te brengen. Deze zullen we, conform het advies van de VNG, op hoofdlijnen benoemen in de aanbiedingsbrief bij de komende Begroting 2025. Vervolgens zullen wij indien nodig bij de Kadernota 2026 concrete (bezuinigings)voorstellen doen om de Begroting 2026

2

structureel sluitend te maken. Daarbij zullen we meer mogelijkheden dan strikt noodzakelijk zijn in beeld brengen, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt welke voorstellen door ons worden geadviseerd om over te nemen en welke liever niet. U wordt daarmee de mogelijkheid geboden een andere afweging te maken. De uiteindelijk overblijvende uitvoeringsvoorstellen worden bij de Begroting 2026 aan u ter definitieve besluitvorming voorgelegd. Met deze aanpak zetten wij gezamenlijk de schouders eronder om vanaf 2026 wederom een reëel sluitende (meerjaren)begroting te kunnen presenteren. A. ACTUEEL FINANCIEEL KADER BEGROTING 2025 EN MEERJARENRAMING 2026-2028 INCLUSIEF ONVERMIJDELIJKE MAJEURE ONTWIKKELINGEN In het onderstaande overzicht presenteren wij de financiële stand van zaken zoals deze er op dit moment voor de periode 2025 tot en met 2028 uitziet. De basis is het saldo van de meerjarenraming uit de Begroting 2024 (bestaand beleid) en de 1e Tussenrapportage 2024 inclusief doorwerking 1e Tussenrapportage 2024 van De Bedrijfsvoeringspartner (DBP). Daarnaast zijn in de 1e Tussenrapporage 2024 de structurele effecten van de (concept) Jaarrekening 2023 en de genomen raadsbesluiten met een financieel gevolg verwerkt.

Tenslotte willen we er op wijzen dat de geprognosticeerde eindsaldi op basis van de komende meicirculaire weer substantieel anders kunnen zijn onder andere vanwege de verwachte compensatie voor inflatie/ indexering. Prognose Meerjarenraming 2026-2028

Kader Begroting

Omschrijving

2025 5.404.100 1.453.900 -536.800 -390.700

2026 -1.877.000 1.055.800 -536.800 -390.700

2027 -2.194.800 2.492.800 -536.800 -390.700

2028 -2.682.000 4.330.800 -536.800 -271.000

-470.600

-204.900

-204.900

-204.900

Saldi begroting 2025-2028 na wijziging

5.459.900

-1.953.600

-834.400

636.100

1e tussenrapportage 2024 incl. structurele effecten jaarrekening 2023 incl. CAO 2024 gemeente en DBP.

-5.422.500

-5.480.500

-5.245.600

-5.398.500

37.400

-7.434.100

-6.080.000

-4.762.400

-1.602.500 -800.000 -960.000 349.900 -547.800 -428.100 -3.988.500

-1.656.500 3.000.000 -1.280.000 352.100 -657.100 -404.100 -645.600

-1.662.500 2.900.000 -1.280.000 354.000 -657.100 -413.100 -758.700

-1.668.500 2.800.000 -1.280.000 354.000 -657.100 -421.100 -872.700

-3.951.100

-8.079.700

-6.838.700

-5.635.100

2.000.000

-

-

-

1.951.100 0

-

-

-

6.500.000

6.500.000

6.500.000

-

1.579.700

338.700

positief saldo

Saldi obv primaire begroting 2024-2027 1e wijziging 2024 2e tussenrapportage 2023 2e wijziging 2024 Beheerplan wegen 2023-2027 3e wijziging 2024 Groenbeheerplan 2024 - 2028 4e wijziging 2024 Inzet reserve incidentele/toekomstige investeringen t.b.v dekking kapitaallasten Gemini

Saldi na wijziging 1e tussenrapportage 2024 Onvermijdelijke en majeure ontwikkelingen: 1. Indexering gemeente inclusief effect indexering op investeringen 2. Algemene uitkering accres/indexering -eerste indicatie uit Voorjaarsnota 2024 Rijk 3. CAO 2025 4. Trendmatige verhoging OZB 5. Bijdrage De Bedrijfsvoeringspartner (DBP) cf. begroting 2025 6. Gemeenschappelijke regelingen (GGD, GRJR, CJG, DCMR, VRR en SVHW) Totaal onvermijdelijk Prognose saldi Kaderbrief begroting 2025-2028 na indicatie Voorjaarsnota Rijk Benodigde korte termijn (bezuinigings)maatregelen voor 2025 wegens strekking Voorjaarsnota Rijk Verwachte inzet Algemene reserve in restant incidenteel tekort 2025 Benodigde definitieve ombuigingsvoorstellen vanaf begroting 2026 Verwachte inzet Algemene reserve in restant incidenteel tekorten 2026 en 2027

3

Vooruitlopend op de korte termijn bezuinigingsactie van € 2 miljoen voor 2025 zijn wij voornemens om het verwachte restant van het tekort 2025 van € 1.951.100 incidenteel af te dekken uit de Algemene reserve. Voor de geprognosticeerde tekorten vanaf 2026 zullen wij bij de Begroting 2026 tot definitieve ombuigingsvoorstellen moeten komen, waarbij wij zullen inzetten op een ombuiging, naar verwachting nu, van circa € 6.500.000 en de incidentele grotere tekorten in 2026 en 2027 wederom incidenteel zullen dekken uit de algemene reserve. Dit om het voorzieningenniveau in Ridderkerk niet op basis van incidentele tekorten structureel te verlagen. Hieronder een toelichting op de onvermijdelijke en majeure ontwikkelingen die de nummering van de tabel volgt. 1. Indexering gemeente We houden in de komende Begroting 2025 rekening met een indexering van 2,5% t.o.v. 2024 om daarmee inflatie-gevoelige budgetten waaronder de subsidiebudgetten, mee te laten groeien met de stijging van de inflatie, conform de meest recente prognose Centraal Economisch Plan (CEP februari 2024) van het Centraal Plan Bureau (CPB). 2. Algemene uitkering accres/indexering In de komende meicirculaire zal een compensatie komen voor inflatie/indexering. We gaan er voorlopig vanuit dat we onze indexering gedeeltelijk voor € 1 miljoen gecompenseerd krijgen.

We anticiperen uitdrukkelijk nog niet op het (mogelijk) vervallen van de opschalingskorting of gedeeltelijke reparatie van het ravijnjaar. 3. CAO 2025 Uitgangspunt is loonvoet Overheid uit het CEP februari 2024 van 4,4% voor 2025. 4. Trendmatige verhoging OZB Een trendmatige verhoging van de lokale lasten met niet meer dan het inflatiepercentage, is nog steeds ons uitgangspunt. Uitgaande van 2,5% hebben wij nu een inschatting opgenomen waarmee de OZBopbrengst zal gaan stijgen. Deze opbrengst loopt licht op wegens toename areaal/ aantal woningen en bedrijven. 5. Bijdrage De BedrijfsvoeringsPartner cf. Begroting 2025 De BAR-samenwerking is (grotendeels) ontvlochten. De bedrijfsvoeringstaken blijven achter in De Bedrijfsvoeringspartner (DBP). De verrekening van de CAO 2024 is in onze 1e Tussenrapportage 2024 structureel verwerkt. DBP heeft het meerjarige effect van de CAO 2025 verwerkt in haar Begroting 2025, welke wij als onvermijdelijke ontwikkeling daarom in deze Kaderbrief hebben meegenomen. 6. Gemeenschappelijke regelingen (GGD, GRJR, CJG, VRR, DCMR en SVHW) Naast de in regionaal verband afgesproken indexering voor de 4 grootste GR-en (6,8%, zie ook bij Onderdeel C) hebben wij ook al rekening gehouden met onvermijdelijke kostenstijgingen, wegens aangepast beleid binnen GR-en.

Deze ontwikkelingen worden in de Begroting 2025 van die GR-en toegelicht, waarover u als gemeenteraad nog een zienswijze kan afgeven. Hieronder een korte toelichting:  GGD: indexering 2025 gaat uit van index van 6,8% of wel € 32.900 structureel.  GRJR: de voorgestelde (forse) verhogingen voor 2024 en vanaf 2025 zijn in onze 1e Tussenrapportage 2024 structureel meegenomen conform Tussenrapportage 2024 en (concept) Begroting 2025 GRJR.

4

   

CJG: indexering 2025 gaat uit van index van 6,8% oftewel € 123.400 structureel. DCMR: indexering 2025 gaat uit van index van 6,8% oftewel € 80.500 structureel. VRR: geen grote wijzigingen, € 37.000 voor 2025 en daarna structureel € 28.000 op basis van Kadernota 2025 VRR. SVHW: de bijdrage voor deelnemers aan SVHW stijgt met name door extra inhuur personeel voor het afhandelen van (NCNP)bezwaren. Het tarief voor de uitvoering van de WOZ wordt verhoogd met € 5 per object en € 2 voor een vastgoedregistratie. Op basis van het actuele aantal objecten en aanslagregels bedraagt de verhoging voor Ridderkerk vanaf 2025 € 154.300 structureel.

7. Inzet Algemene reserve in incidenteel tekort 2025 Om het geprognosticeerde tekort over 2025 van € 1.951.100 te dekken zullen wij de Algemene reserve incidenteel aanspreken. Dit is volgens regelgeving en toezichtskader van de Provincie toegestaan. Uiteraard nemen wij in ogenschouw dat de Algemene reserve op voldoende niveau blijft en niet onder de door uw gemeenteraad gestelde ondergrens van € 20 miljoen zakt. De meest actuele stand van de Algemene reserve is als volgt: Stand Algemene reserve x € 1.000 Stand Jaarrekening 2023 - (concept) verwachting einde jaar 2023 Verwacht positief jaarrekeningsresultaat 2023 (concept) Dekking doorgeschoven prestaties 2023 vlgs.1e TR 2024 (concept) Vorming bestemmingsres. Oeverconstructies Park Maasdonck Vorming bestemmingsres. Gebiedsfonds Rivieroevers (raad nov 2023) Verwachte onttrekkingen vlgs. (prim.)begroting 2024 Geprognosticeerde tekort over 2025 vlgs. deze Kaderbrief 2025 Geprognosticeerde stand Algemene reserve - verwachting begin 2025

35.990 3.790 -2.503 -1.490 -3.355 -648 -1.951 29.833

B. ALGEMENE UITKERING UIT HET GEMEENTEFONDS Nieuwe financieringssystematiek gemeentefonds vanaf 2026 (ravijnjaar) Het kabinet Rutte 4 heeft besloten om na 2025 een nieuwe financieringsmethodiek in te voeren voor gemeenten en provincies. Het doel van het Rijk is om een “stabiele(re) financiering en daarmee meer autonomie voor deze medeoverheden” te bereiken. De nieuwe systematiek koppelt de ontwikkeling van het gemeentefonds (dat heet ‘accres’) los van de ontwikkeling van de rijksuitgaven. In plaats daarvan wordt gekeken naar de ontwikkelingen van het bruto binnenlands product (bbp). De accresstanden voor 2022 tot en met 2025 voor gemeenten veranderen alleen door loon- en prijsontwikkelingen. Het Rijk heeft het volumedeel van het accres voor gemeenten voor 2022-2025 vastgezet vanwege de keuze voor de nieuwe financieringssystematiek. Wel is bij de Rijksvoorjaarsnota 2023 besloten om vanaf 2027 jaarlijks € 1 miljard extra beschikbaar te stellen aan gemeenten. Eerder had het Rijk al € 1 miljard beschikbaar gesteld voor 2026. De indexatie van het volumedeel wordt vanaf 2027 gebaseerd op basis van de (gemiddelde) ontwikkeling van het bruto binnenlands product van de afgelopen 8 jaar. De indexatie voor het loon- en prijsdeel verandert vanaf 2027 mee met de prijsontwikkeling bruto binnenlands product van het lopende jaar. 5

Dit besloot het Rijk in de voorjaarsnota 2023 zodat het gemeentefonds op reëel niveau blijft. Meer informatie over het verschil tussen de oude en nieuwe financieringssystematiek kunt u vinden op de site van de VNG.(https://vng.nl/nieuws/verschil-oude-en-nieuwe-accressystematiek-toegelicht) Herijking gemeentefonds per 1-1-2023 verwerkt Het bovenstaande staat overigens los van de reeds uitgevoerde herijking van het gemeentefonds dat al structureel voordelig in onze begrotingscijfers vanaf 2023 is verwerkt. Het nieuwe verdeelmodel is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Het Rijk evalueert en beoordeelt het verdeelmodel of het nog beter kan en is van plan de eerste evaluatie voor de zomer van 2024 af te ronden. Duidelijkheid volgt dan pas volgend jaar bij de meicirculaire van 2025. Opschalingskorting - nog steeds in het gemeentefonds verwerkt De VNG is nog steeds van mening dat de opschalingskorting volledig en definitief geschrapt dient te worden. Deze korting is vanaf 2015 opgelegd, omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden gaan besparen. Dit wordt door gemeenten als zeer oneerlijk ervaren. Na een periode van incidenteel schrappen tot 2025, is deze korting vanaf 2026 in volle omvang weer verwerkt. Het gaat om een landelijke korting van € 975 miljoen structureel. Voor Ridderkerk een (reeds verwerkte) structurele korting van circa € 2 miljoen vanaf 2026.

Het is afwachten wat er de komende weken wordt besloten in aanloop naar de meicirculaire 2024. Hervormingsagenda Jeugdzorg Het Rijk en gemeenten (VNG) hebben in 2023 de Hervormingsagenda vastgesteld. In deze agenda zijn maatregelen beschreven om de jeugdzorglasten terug te dringen, waardoor er minder extra middelen vanuit het Rijk nodig zijn. Het effect van deze maatregelen moet oplopen van € 374 miljoen in 2025 naar € 1.017 miljoen in 2027. Het is lastig te duiden wat het daadwerkelijke effect van deze maatregelen op onze gemeente zal zijn en of de jeugdzorglasten in onze gemeente daadwerkelijk teruggedrongen zullen worden. C. FINANCIEEL TECHNISCHE UITGANGSPUNTEN Doorwerking structurele effecten uit P&C-documenten De structurele effecten uit de Jaarrekening 2023 en 1e Tussenrapportage 2024 zijn onderdeel van de primitieve Begroting 2025. Indexering met consumentenprijsindex op prijs- en loonstijging-gevoelige exploitatie-uitgaven Om de (inflatiegevoelige) budgetten gedeeltelijk mee te laten groeien met de stijging van de inflatie wordt op basis van de prognose van het Centraal Plan Bureau (CPB) in het jaarlijks Centraal Economisch Plan van februari 2024 het inflatiepercentage van de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) gebruikt. Dit percentage bedraagt voor het begrotingsjaar 2025 2,5%.

Investeringen 2025-2028 en indexering Voor de Begroting 2025 wordt volgens de nota Activabeleid 2021 een investeringslijst 2025-2028 opgesteld. Jaarlijks worden alle investeringen voor alle jaarschijven geïndexeerd met het geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) van het CPB voor 2025 2,5%. Een realistische planning van deze investeringen moet leiden tot een evenwichtige spreiding over de planperiode. In het kader van realistisch begroten zal zeker nu na de ontvlechting bekeken moeten worden hoe we onze capaciteit het beste kunnen gaan verdelen. De kapitaallasten zijn gerekend vanaf 1 januari van het jaar ná oplevering van de investering.

6

Regionale indexering (vier grote) gemeenschappelijke regelingen In december 2023 heeft het college ingestemd met de door de Kring van gemeentesecretarissen voorgestelde financiële kaders voor de op te stellen begrotingen 2025 door gemeenschappelijke regelingen VRR, GGD, DCMR en GRJR binnen de regio Rotterdam-Rijnmond. Dit betekent een (totale) inflatiecorrectie van 6,8%, waarbij ook de afgelopen drie jaren zijn geactualiseerd op basis van de werkelijke inflatiecijfers. Tevens is in regioverband aan de vier grote gemeenschappelijke regelingen meegegeven dat het financiële perspectief van de gemeenten grote tekorten vanaf 2026 vertoond. Onvermijdelijk is dat ombuigingsmaatregelen bij gemeenten dan ook effect hebben op de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen. Wij hebben hen dan ook gevraagd reeds nu hierop te anticiperen en op weg naar 2026 zelf met initiatieven te komen die een bijdrage leveren aan de financiële opgave waarvoor wij als gemeenten staan. In 2024 vindt er verder bestuurlijk overleg plaats over de financiële vooruitzichten van de gemeenten en de relatie met de financiering van gemeenschappelijke regelingen. Voor de MRDH geldt een afwijkend percentage. Regio Haaglanden coördineert de indexering van de inwonersbijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat.

Deze indexering komt voor 2025 uit op 3,7% onder voorbehoud van goedkeuring van de Begroting 2025 door het Algemeen Bestuur van de MRDH. Indexering van (belasting)tarieven en heffingen Belastingen en heffingen worden conform het tarievenbeleid met de inflatie gecorrigeerd dan wel trendmatig verhoogd. Daarnaast wordt bij de opbrengsten rekening gehouden met de woningbouwplanning (areaaluitbreiding) en verminderingen op aanslagen (in verband met bezwaren). Voor het bepalen van de hoogte en de samenstelling van de tarieven voor (gebonden) heffingen zoals riool- en afvalstoffenheffing en lijkbezorgingsrechten wordt uitgegaan van maximaal kostendekkende tarieven. Algemene uitkering uit het gemeentefonds De algemene uitkering in de Begroting 2025 wordt berekend op basis van de meicirculaire 2024, gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk met (mogelijk) nieuw kabinetsbeleid. Marktrente financieringstekort De marktrente voor het te berekenen financieringstekort wordt gebaseerd op de rente (ontwikkelingen) in april 2024 op basis van een 20-jarige lening met jaarlijkse aflossing: 3,5% meerjarig voor nieuw af te sluiten leningen. Kort geld is gebaseerd op 4%. Rente grondexploitaties In de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) van februari 2024 zijn de laatste voorschriften uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) toegepast.

Op basis van de berekening in de Jaarrekening 2023 wordt in het (meest actuele) MPG 2024 1,70% rente (vorig jaar 1,21%) toegerekend aan de grondbedrijfcomplexen. De discontovoet blijft gehandhaafd op 2%. Rente investeringen (omslagrente) Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. De gehanteerde omslagrente mag niet 7

meer dan 0,5% afwijken van de berekende omslagrente. Voor 2025 hanteren we een omslagpercentage van afgerond 1,5% (vorig jaar 1,1%). Dividend De dividendopbrengsten in de begroting worden gebaseerd op het niveau van de werkelijke ontvangsten en indien mogelijk op een meerjarenprognose van de betreffende verbonden partij. Financieel toezichtkader van de Provincie De uitgangspunten van de Provincie om voor repressief toezicht in aanmerking te komen zijn: 1. De Begroting 2025-2028 moet structureel en reëel in evenwicht zijn of als de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in 2028, het laatste jaar van de meerjarenraming, tot stand wordt gebracht. 2. De vastgestelde Jaarrekening 2023 moet vóór 15 juli 2024 en de Begroting 2025 vóór 15 november 2024 aan Gedeputeerde Staten toegezonden zijn. 3. Beoordeeld wordt of de Jaarrekening 2023 structureel en reëel in evenwicht is. Als dit niet het geval is, dan beoordeelt de Provincie dit in relatie tot de uitkomsten van de nieuwe begroting. Met ‘structureel en reëel evenwicht’ wordt bedoeld dat de begrote structurele lasten zijn gedekt door begrote structurele baten. Het gaat daarbij om volledige en realistische/ haalbare ramingen. 4.

Mochten bezuinigingen, ombuigingen en/of taakstellingen nodig zijn, dan ziet zij graag een reëel bezuinigingsplan bij de begroting tegemoet met daarin onderbouwde maatregelen, die in de tijd ook gerealiseerd kunnen worden. 5. Ingeval van tekorten heeft de gemeente sinds 2024 de mogelijkheid om maximaal 10% van het surplus van de Algemene reserve te benutten om de begroting structureel sluitend te maken binnen de gestelde eisen van voldoende weerstandscapaciteit en een solvabiliteit van minimaal 20%. Een deel van de Algemene reserve wordt dan als een structurele reservemutatie beschouwd als uitzondering op de regel dat inzet van reserves incidenteel van aard is. Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk, de secretaris,

de burgemeester,

mevr. M. Kitselar

dhr. C.A. Oosterwijk

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1062/documents/38325