Jeugdhulp 2023 Kadernota 2023.pdf
Tekst van het document
In het bijzonder het data-gedreven werken als jeugdhulpregio, het meewerken aan de Regioagenda en het ondersteunen bij de organisatie van programma-activiteiten zijn in het licht van de Regiovisie taakintensiveringen voor de GRJR in jaren 2023 en verder. 29
4.2.2 Ontwikkeling van de governance Onder governance verstaan we in de context van de GRJR het stelsel van afspraken dat nodig is om de doelen van de GRJR te behalen, zoals de juridische structuur, overlegstructuur, instrumenten en randvoorwaarden. In 2020 en 2021 is een aantal governanceafspraken na zorgvuldig doorlopen processen herzien. Dat heeft geleid tot de volgende aanpassingen. De Uitvoeringsorganisatie en de secretaris/directeur van de GRJR zijn onafhankelijk binnen de uitvoerende gemeente Rotterdam gepositioneerd. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de rolverdeling tussen AB en DB, op basis waarvan de mandaatregeling is opgezet. Het AB-platform is opgegaan in het AB en nadere afspraken zijn gemaakt over de opbouw en het verloop van de ABvergaderingen. Tot slot heeft het AB afspraken gemaakt over de gevolgen van het hanteren van twee inkoop- en bekostigingsmodellen binnen de GRJR op de governance. Alle hieruit voortvloeiende wijzigingen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling zijn in gang gezet, zodat het nieuw aan te treden AB in 2022 daadkrachtig kan starten aan de inhoudelijke opdracht van de GRJR: kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van de bovenlokale taken vanuit de Jeugdwet. Voor 2023 voorzien we geen wijziging van de gemeenschappelijke regeling noch van de governance.
Het is van belang om de governanceafspraken ongeveer een jaar na aanwijzing van de nieuwe AB-leden, medio 2023, in het AB te evalueren. 4.2.3 Ontwikkeling van het contractmanagement Het contractmanagement binnen de uitvoeringsorganisatie van de GRJR wordt ingevuld door zeven contractmanagers, twee contractbeheerders en twee accountmanagers voor de gecertificeerde instellingen (GI’s). Na een flink aantal personele wisselingen is het team op sterkte en is er een solide basis om de samenwerking vorm te geven. In nauwe samenwerking met de vijftien deelnemende gemeenten, de zorgaanbieders en de GI’s wordt invulling gegeven aan de jeugdhulp met behulp van brede zorglandschapstafels. Door een steeds betere informatiepositie, kunnen we ook steeds beter toezien op een strikte nakoming van de contractafspraken die de GRJR met de aanbieders heeft gemaakt.
Het contractmanagement ontwikkelt zich onder meer door op de volgende onderdelen: • Het na afronding van het boekjaar per aanbieder doorlopen van een efficiënt en zorgvuldig afrekenproces (parallel aan het jaarrekeningtraject) • Het invullen van de rol als accounthoudende regio voor een viertal (landelijke opererende) aanbieders • Het nog meer grip krijgen op landelijk gecontracteerde aanbieders (LTA-partijen) • Het opbouwen van informatie over elke aanbieder die we in de nieuwe inkoop hebben gecontracteerd en het maken van marktanalyses. • Het zicht houden op het totale zorglandschap, op de verschillende opdrachten en op de positie van de verschillende aanbieders hierin. Onder meer door
30
•
informatieuitwisseling en afstemming met de contractmanagers van de 15 gemeenten over de lokaal ingekochte specialistische jeugdhulp. Het inrichten van horizontaal (kwaliteits)toezicht in samenwerking met de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd.
4.2.4 Ontwikkeling van de informatievoorziening Kernfunctie vanaf de start van de GRJR was het managen en financieel afwikkelen van jeugdhulpcontracten en regionale subsidies. Vanuit die kernfunctie was de informatievoorziening voornamelijk gekoppeld aan de contractcyclus van de regionaal ingekochte hulp en het daarmee gepaard gaande berichtenverkeer. De informatiebehoefte is sindsdien sterk ontwikkeld: • Vanaf 2019 is de regionale informatiebehoefte verbreed en verdiept. Er werd een Monitor Kind in de Keten geïnitieerd voor meer inzicht in het functioneren en knelpunten van de jeugdbeschermingsketen. • Vanaf 2020 is vanuit het Transformatiefonds ingezet op een Monitor Transformatie Jeugdhulp Rijnmond om meer zicht te krijgen op de samenhang tussen factoren in de situatie van jeugdigen en de ingezette specialistische jeugdhulp. • De afgelopen jaren bleven de uitgaven voor jeugdhulp voortdurend stijgen waardoor meer behoefte aan inzicht in de ontwikkelingen in het gebruik en de kosten ontstond. Naar aanleiding van het thema Informatievoorziening in het verbeterplan van de GRJR is begin 2021 een strategisch informatieplan voor de GRJR opgeleverd.
Volgens dat plan is er nog veel nodig om goed aan de informatiebehoefte te kunnen voldoen, zoals sturing op de datakwaliteit, steviger inrichting van de ICT-architectuur, verdere borging van de privacybescherming en informatieveiligheid en beter inzicht in de sturingsopgaven en de behoefte aan sturingsinformatie. De Regiovisie en de Inkoopstrategie 2023 geven een extra dimensie aan de informatieopgave van de GRJR: • Er is behoefte aan het overzien van het regionale zorglandschap. Dit past bij de GR opdracht om het onderling overleg te bevorderen en de regiovisie-opdracht om samen te leren wat werkt. Omdat de regionale inkoop nadrukkelijk aanvullend moet zijn aan de lokale infrastructuur zal de informatie uit het lokale veld ook voor de sturing op de regionale hulp aan belang winnen. • In de inkoop voor 2023 e.v. komt de sturing op impact op zorglandschapsniveau veel meer centraal te staan, met samenhang tussen regionale en lokale jeugdhulp en tussen jeugdhulp en leefdomeinen van jeugdigen. De eerdere initiatieven als de Monitor Kind in de Keten en de Transformatie Monitor geven een eerste aanzet om dit in beeld te brengen, maar zullen hierop verder ontwikkeld en toegespitst moeten worden. • In de nieuwe inkoop wordt de sturing op aanbiederniveau benadrukt, zowel waar het de dienstverleningsprestaties en bedrijfsvoering betreft als waar het gaat om
31
aansluiting op de lokale infrastructuur. Het definiëren van relevante normen en indicatoren en informatieafspraken is onderdeel van het aanbestedingsproces. Om de meer samenhangende en bredere informatievoorziening vanaf 2023 waar te maken werkt de GRJR aan herijking van de eigen informatiepositie. 4.2.5 Ontwikkeling van de P&C-cyclus In 2020 is uitgesproken dat de P&C cyclus van de GRJR moet worden verbeterd met het oog op het grote inhoudelijke en financiële belang en de beperkte transparantie en voorspelbaarheid van de uitgaven. Ambities hierbij zijn: • Sterker financieel/begrotingsbeleid (met informatie onderbouwde budgetten, analyse van wat realistisch is, minder tegenvallers achteraf, afstemming met de gemeentelijke inkomstenontwikkeling, goed meenemen raden met dilemma’s en onzekerheden). Tot nu toe is de begroting van de GRJR vooral financieel/kostengericht. Voor de begroting 2023 wordt een eerste stap gezet om de begroting meer kwantitatief te onderbouwen. Vooralsnog met vooral informatie uit het verleden. Bijvoorbeeld het aantal kinderen in zorg per perceel en per gemeenten op basis van de vastgestelde jaarrekening 2020, maar ook een prognose van het aantal kinderen in 2021 en mogelijk ook voor 2023. Dit draagt bij aan het verkleinen van de kloof tussen de kille cijfers en het dagelijkse werk van de zorgverleners in het veld met de jeugdigen.
• Tijdiger en betrouwbaarder jaarverslaglegging (de jaarstukken op tijd voor half april voorlopig vaststellen zodanig dat er geen grote afwijkingen meer komen in de definitieve vaststelling in juli na accountscontrole). In dit kader wordt ook geïnvesteerd in verbetering van de interne beheersing. Het met 2,5 maand vervoegen van een stabielere prognose van het resultaat van het voorgaande jaar is een majeure opgave. Hierbij ligt niet alleen een rol voor de uitvoeringsorganisatie van de GRJR, maar zijn we ook afhankelijk van de tijdigheid, juistheid en volledigheid van de informatie die de gemeenten en zorgaanbieders aanleveren. Ook de rol van de externe accountant en de interne control dient hierop aangepast te worden. • Tussenrapportages actueler en bruikbaarder (periodeafsluitingen, vollediger inzicht in afgegeven beschikkingen, lopende zorg en te verwachten declaraties, minder verrassingen op bijvoorbeeld LTA, meer niet-financiële informatie over zorggebruik, wachttijden etc. De in 2020 geïntroduceerde bestuursrapportages (‘buraps’) met kwartaalanalyses moeten kort op elkaar tot stand worden gebracht en sluiten niet optimaal aan op de bestuurlijke cyclus. De Q1 rapportage bevat nog weinig nieuws, de Q2 rapportage moet in de zomerperiode snel worden gemaakt zonder tijd voor verdiepende analyse en de Q3 rapportage komt te laat voor bijstellingen.
Overwogen wordt om over te stappen naar een 4-maands en 8maandsrapportage voor het Algemeen Bestuur van juli resp. oktober. In en rond alle P&C stukken is er behoefte aan duidelijker inzicht in de cijfers per gemeente. Door verdere automatisering en gebruik van het dashboard zal in 2023 meer informatie sneller beschikbaar zijn voor de deelnemende gemeenten. Hierdoor 32
kunnen zij sneller signaleren of er voor specifieke zorg of bij specifieke aanbieders bijsturing nodig is. Dit voorkomt grote en onverwachte verrassingen aan het eind van het jaar. 4.2.6 Ontwikkeling en verankering van de taken van de Uitvoeringsorganisatie GRJR De begroting van de GRJR bevat een budget Organisatiekosten GRJR om de regionale werkzaamheden uit te kunnen voeren. De GRJR-uitvoeringsorganisatie is ondergebracht bij de Gemeente Rotterdam, die dit budget als vaste vergoeding ontvangt. De hoogte van dit bedrag is in 2020 bepaald op basis van een formatieplanning voor directe personeel plus een standaardopslag voor ondersteuning. Voor tijdelijke extra werkzaamheden wordt daarnaast gewerkt met incidentele budgetten, zoals het Projectbudget Inkoop en Implementatie (2022, 2023) en een budget Programmateam Regio-agenda (2022). Voor de begroting 2023 is het om meerdere redenen wenselijk het budget Organisatiekosten te herijken: •
Inkoopstrategie en MVS-knip De ‘MVS-knip’ in de inkoop maakt dat de MVS-gemeenten de jeugdhulp voornamelijk lokaal inkopen en dus minder (direct) gebruik gaan maken van de GRJR-uitvoeringsorganisatie. In onderling overleg wordt een lijn afgesproken om MVS minder te laten bijdragen aan de organisatiekosten. 7 Het AB heeft bij het besluit over de knip als uitgangspunt gesteld dat de overige gemeenten hier geen nadeel van moeten ondervinden. De inkoopstrategie impliceert tegelijkertijd dat mogelijk met meer en diverse aanbieders gewerkt gaat worden, steeds in nauwer samenspel met gemeenten. Dat alleen al heeft gevolgen voor de taakbelasting in het contractmanagement en de informatievoorziening (bijvoorbeeld de ketenregie op het berichtenverkeer en informatieverzameling).
•
Vaste kosten, basistaken en ambitieniveau De taakomvang en kosten van de GRJR worden bepaald door enerzijds de benodigde waarborgen voor continuïteit van de uitvoering van de basistaken, en anderzijds het ambitieniveau ten aanzien van de uitvoering van de GRJR-taken: - In diverse plannen van de GRJR (verbeterplan, strategisch informatieplan, accountantsrapporten over de interne beheersing) is ingezet op het eerst op orde krijgen van de basis. In 2020 en 2021 is dat vol op de agenda gehouden. Vanuit die basis groeit het inzicht in wat de organisatie nodig heeft om
7 De lijn is om in eerste instantie 50% van de huidige inleg als bijdrage in de organisatiekosten te blijven
betalen en deze bijdrage in drie jaar terug te brengen naar een niveau dat in verhouding staat tot het aandeel in de programmakosten (van 50% naar ca 15%).
33
-
-
•
continuïteit en kwaliteit te bieden en mee te bouwen aan de ambities van de regio. Het budget Organisatiekosten is een vast bedrag op basis van het uitgangspunt dat het vaste kosten moet dekken. Het betreft kosten die niet direct fluctueren met het aantal deelnemende gemeenten of met de omzet van de GRJR, maar vooral worden bepaald door het ambitieniveau voor de uitvoering van de taken: kosten voor management, bestuursondersteuning, het aantal te managen contracten, het verzorgen van een eigen P&C-cyclus en de (interne en externe) beheersing van financiële en informatieprocessen. De omvang van deze werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten worden niet aanmerkelijk minder als enkele gemeenten bepaalde ingekochte hulp niet afnemen. Vanuit de Regiovisie en de Inkoopstrategie wordt het ambitieniveau voor de komende jaren steeds duidelijker. De uitvoeringsorganisatie kan niet slechts uitvoeringsprocessen beheersen, maar moet continu meebewegen en op onderdelen proactief initiërend optreden.
Voorbeelden waarbij min of meer uitgesproken in de komende jaren meer van de GRJR wordt verwacht zijn: de inzet in bovenregionale processen waaronder belangenbehartiging op rijksniveau, het werken met twee inkoopmodellen, het ondersteunen van regionale programma-activiteiten, het afstemmen (en door coördinatie beheerst houden) van de administratieve lasten van monitorings- en verantwoordingsafspraken, het breder invullen van de informatierol enzovoorts.
Monitoring toereikendheid huidige vaste vergoeding 8 De berekening uit 2020 van het budget Organisatiekosten is volledig opgehangen aan directe personele inzet van de uitvoeringsorganisatie zelf en geeft geen inzicht in de noodzakelijke ondersteuningskosten. Er is uitgegaan van de standaard ondersteuning zoals voor alle organisatieonderdelen beschikbaar is, waarbij de veronderstelling is dat alle benodigde ondersteuning kan en zal worden geleverd. Omdat er weinig afspraken waren over (de mate en snelheid van de) ondersteuning en omdat de toereikendheid hiervan onzeker was, hebben we eind 2020 afgesproken dat de Gemeente Rotterdam de kosten zelf in de gaten houdt.
8 Tekst vorige Kadernota: In 2020 heeft het AB Jeugdhulp Rijnmond besloten tot het structureel ophogen van
de formatie en het bijbehorende budget voor organisatiekosten voor de uitvoeringorganisatie. Hierbij is conform eerdere besluitvorming gebruik gemaakt van de GGD-tarieven. (…) Bij de verdere herinrichting wordt aandacht besteed aan de werkwijze en taken van contract- en accountmanagement, een transparante positionering binnen en/of een ontvlechting met de gemeente Rotterdam, maar ook worden er betere afspraken gemaakt rondom de inzet en bekostiging van experts en adviseurs van de gemeente Rotterdam of andere gemeenten. In het kader van het verbeterplan zal op basis van de gemaakte keuzes ook gewerkt worden aan een nieuwe uitvoeringsovereenkomst met de gemeente Rotterdam, onderdeel hiervan is bezien of herijking van de gehanteerde tarieven nodig is.
34
We gaan met elkaar in gesprek als we knelpunten zien bijvoorbeeld in de paraatheid van de dienstverlening. We zien op verschillende terreinen zoals communicatie en ict (inclusief avg) druk ontstaan die kan samenhangen met de beperkte onderbouwing van de huidige vaste vergoeding. De om genoemde redenen gewenste herijking van het budget vereist zorgvuldigheid en doorlooptijd, teneinde in de begroting 2023 adequate keuzes te maken. Begrotingsuitgangspunt 2023 (15): Het budget Organisatiekosten wordt opnieuw onderbouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met de inkoopstrategie (knip MVS), de basistaken van de GRJR en het ambitieniveau voor de GRJR-taken op basis van de Regiovisie en Regioagenda.
35
Hoofdstuk 5 Financieel-technische uitgangspunten
36
5. Financieel-technische uitgangspunten 5.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat bestuurlijk relevante, maar tegelijkertijd technische uitgangspunten voor de opstelling van de begroting 2023.
5.2 Begrotingsvertrekpunten 5.2.1
Meerjarenraming
Het eerste vertrekpunt voor opstelling van de begroting 2023 is onderstaande Meerjarenbegroting zoals opgenomen in de vastgestelde Begroting 2022:
5.2.2
Zorgkosten indexering
Het algemeen bestuur hanteert vanaf december 2020 een richtlijn voor indexatie van zorgtarieven en -subsidies die past bij de Norm voor Opdrachtgeverschap, geen 37
impliciete impact heeft op de realisatie van inhoudelijke doelstellingen, transparant is en houvast biedt voor alle betrokkenen. Deze richtlijn wordt vastgehouden als uitgangspunt voor de begroting 2023. De gehanteerde percentages worden gepubliceerd onder meer door de Nederlandse zorg autoriteit. Begrotingsuitgangspunt 2023 (16): In de ontwerpbegroting vindt voorlopige indexatie van zorgbudgetten, de daaruit te verstrekken zorgtarieven en subsidies en het risicobudget plaats voor 90% met voorlopig OVA voorgaand jaar van 3,24% en voor 10% met PPC -prijsindex van 1,73% voorgaand jaar. Definitieve indexatie vindt bij definitieve begrotingsvaststelling in juli plaats met de dan bekende percentages OVA en PPC. 5.2.3
Uitvoeringskosten indexering
Voor indexering van organisatiekosten en overige uitvoeringskosten geldt de richtlijn van gemeenten. Deze wordt doorgaans aan het begin van het voorafgaande jaar afgegeven namens de gemeentesecretarissen, wethouders financiën en/of colleges van de deelnemende gemeenten. Voor 2021 was dit percentage 1,90%. Begrotingsuitgangspunt 2023 (17): In de begroting vindt indexatie van de uitvoeringskosten plaats conform richtlijn van de deelnemende gemeenten.
5.3 Effecten van de begrotingsuitgangspunten op het financiële kader In deze paragraaf staan indicatieve financiële effecten van de begrotingsuitgangspunten zoals genoemd in de hoofdstukken 1 tot en met 4: Nr.
Uitgangspunt
1
Het budget innovatie wordt beschikbaar gehouden als experimenteerruimte in het kader van “Samen leren wat werkt”. Het afzonderlijke budget Programmateam Regioagenda wordt gecontinueerd en zo nodig aangepast. Bij de raming van de bijdragen van gemeenten in de zorglasten wordt aansluiting gezocht op landelijke afspraken die van grote invloed zijn op de financiële kaders voor de afzonderlijke gemeenten. Het is daarbij niet de bedoeling dat budgettaire beperkingen bij gemeenten leiden tot een nietrealistische begroting voor de regionaal ingekochte/gesubsidieerde hulp. De zorglasten worden realistisch geraamd en onderbouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met mogelijke impact van de Hervormingsagenda, met de transformatie- en inkoopaanpak inclusief groeien krimpscenario’s en met externe factoren zoals autonome groei. Waar mogelijk worden nietfinanciële aannames over het gebruik opgenomen. De doelstellingen/beoogde resultaten bij de inkoop van jeugdhulp vormen tevens de basis voor de doelformulering en middelenraming in de begroting.
2
3
4
5
Minimale impact 0
Maximale impact 0
Toelichting
0
0
Is al begroot
PM
PM
Impact Hervormingsagenda op budgettaire ruimte
PM
PM
0
0
Impact Hervormingsagenda op uitgaven, uitwerking regionale inkoop 2023 en ontwikkeling zorggebruik in 2021. Tekstueel
Is al begroot
38
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
De zorglasten jeugdhulp A t/m F aan jeugdigen uit MVS, en bijbehorende inleg van MVS, worden niet door de GRJR begroot. Er wordt rekening gehouden met kosten van (het organisatorische waarborgen van) regionale monitorings- en verantwoordingsafspraken.
15 à 16%
PM
PM
De raming voor zorglasten Dagbehandeling en Ambulante hulp gaan uit van lokale inzet buiten de GRJR, tenzij. De budgetindeling voor ingekochte zorg wordt niet gewijzigd in verband met de nieuwe aanbesteding.
PM
PM
0
0
De lastenraming per zorgbudget wordt gebaseerd op de te verwachten toewijzingen en declaraties van arrangementen. De verwachte verschuivingen als gevolg van het woonplaatsbeginsel worden, met de objectieve (her)verdeling als grondslag, verwerkt in de totale zorglastenraming en in de bijdrage per gemeente. De begroting 2022 wordt hierop eveneens gewijzigd. Er wordt voor 2023 eenmalig budget Aanpak Wachttijden gereserveerd; over de beschikbaarstelling aan aanbieders wordt pas op basis van projectrapportage beslist. In de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen kosten GI’s in verband met wettelijke en nietwettelijke taken (zoals Crisis Interventie Team en Zorg Bemiddeling Teams). Het Veilig Thuis-budget wordt reëel geraamd op basis van realistische volumeinschattingen.
0
0
€14 mln
€16 mln
0
€15 mln
0
0
PM
PM
Het budget Organisatiekosten wordt opnieuw onderbouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met de inkoopstrategie (knip MVS), de basistaken van de GRJR en het ambitieniveau voor de GRJR-taken op basis van de Regiovisie en Regioagenda. In de ontwerpbegroting vindt voorlopige indexatie van de tarieven en budgetten plaats voor 90% met voorlopig OVA voorgaand jaar van 3,24% en voor 10% met PPC -prijsindex van 1,73% voorgaand jaar. Definitieve indexatie vindt bij definitieve begrotingsvaststelling in juli plaats met de dan bekende percentages OVA en PPC. In de begroting vindt indexatie van de uitvoeringskosten plaats conform richtlijn van de deelnemende gemeenten.
PM
PM
PM
PM
PM
PM
Ntb wat precies wel en niet regionaal blijft Afhankelijk van ambitie implementatie nieuwe inkoop Er is nog uitzoekwerk over waar de knip komt Gaat om methodiek van budgettering Gaat om methodiek van onderbouwing Inventarisatie van tussen gemeenten over te dragen casuïstiek loopt nog
Afhankelijk van projectaanpak en Hervormingsagenda (extra middelen) Gaat om methodiek van budgettering Afhankelijk van realisatie 2021 en ambitieniveau
5.4 Bijdragenberekening en verrekening realisatieverschillen (vlaktaks) De regionaal begrote lasten worden gedekt door baten in de vorm van deelnemersbijdragen c.q. inleg in de begroting. Gerealiseerde lasten en de verschillen 39
met de begrote lasten worden bij de jaarrekening vastgesteld. Verschillen tussen de door een gemeente ingebrachte baten en een voor een gemeente gerealiseerde lasten worden bij de gemeenten teruggelegd, zodat iedere gemeente uiteindelijk alleen betaalt voor zorg die aan jeugdigen uit de eigen gemeente. Deze basis blijft ook in 2023 gelden. Alleen de wijze waarop de regionale bedragen aan de deelnemende gemeenten worden gerelateerd verandert vanaf begroting 2023. 5.4.1
Doel en beperkingen van de huidige vlaktakssystematiek
Bij de oprichting de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond in 2014 is gekozen om een specifieke systematiek te hanteren voor het verrekenen van de kosten van het zorggebruik. Dat is het vlaktaksmodel gaan heten en deze systematiek was tot nu toe van toepassing voor alle budgetten met uitzondering van Veilig Thuis 9. Het geheel van inlegberekening en vlaktaksverrekening is destijds ingevoerd omdat er grote onzekerheden waren in de verdeling van jeugdhulpbudgetten en -kosten. Er zouden zich forse fluctuaties kunnen voordoen die onvoorziene impact op een individuele gemeentelijke begroting zou kunnen hebben. Door fluctuaties over meerdere jaren samen op te vangen daalde het risico voor individuele gemeenten. Sinds de vorige Kadernota is duidelijk dat dit vlaktaksmodel 10 niet langer houdbaar blijft. De in de begroting 2021 opgenomen experimenteerruimte voor enkele gemeenten was een noodzakelijke eerste afwijking van deze methode. Ook door de keuze om vanaf 2023 met twee inkoopmodellen te werken waarbij MVS niet langer regionaal ingekocht hulp afneemt kan het systeem niet worden gecontinueerd. Belangrijk motief om met het vlaktaksmodel te stoppen is echter de verschuiving van gezamenlijke regionale anticipatie op onbekende risico’s (Decentralisaties, 2014) naar individuele gemeentelijke verantwoordelijkheid voor en sturing op de jeugdhulpinzet (Regiovisie, 2023).
Het vlaktaksmodel heeft een aantal kenmerken die deze beweging in de weg zitten: • Een realistische lastenraming op jaarbasis is niet goed zichtbaar voor gemeenten en werkt niet door in de voorcalculatorische inleg bij de GRJR.
9 Sinds 1 januari 2018 is de financiering van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond toegevoegd aan de begroting
van de GRJR. Voor de middelen hiervoor geldt een andere vereffeningssystematiek op basis van realisatiecijfers per gemeente. 10 Het vlaktaksmodel werd als volgt toegepast:
-
-
Stap 1: bepalen reële inleg: Deze inleg wordt bepaald op basis van het gemiddelde van de feitelijke productie van 2 opeenvolgende jaren. Deze stap is voor het eerst volledig gerealiseerd in het jaar 2021. In dat jaar wordt het zorggebruik genomen van de twee voorafgaande peiljaren dit met de verhouding 1/3 voor 2018 (T-3) en 2/3 voor 2019 (T-2) voor de begroting 2021. De uitkomst van deze som is de percentuele inleg van de individuele gemeente over het begrotingsjaar. Stap 2: productiecorrectiefactor: Naast het gebruik over t-2 en t-3 wordt binnen de rekenregel ook rekening gehouden met de geconstateerde werkelijke afwijkingen tussen inleg en productie over de voorgaande jaren. Vanaf t+2 wordt de gerealiseerde over- of onder productie over een periode van 2 jaar opgenomen in de berekening van de reële bijdrage. 40
De werkelijke lasten op jaarbasis zijn niet goed zichtbaar voor gemeenten omdat het tekort wordt opgelost door de voorcalculatorische inleg aan te passen. • Voor de regionale sturing is een bijkomstig nadeel dat in de P&C-cyclus niet de reële jaarcijfers leidend zijn maar cijfers die worden vertekend door correctie van enkele jaren terug en vooruit. • Lokale sturing op uitgaven heeft slechts een zeer vertraagde doorwerking in de bijdragen. Besparingen op regionale ingekochte hulp als opbrengst van lokale intensivering komt pas in meerdere tot uiting in minder bijdrage aan de GRJR. En andersom: beperkte lokale inzet hierop wordt pas over langere tijd zichtbaar op hoog blijvende en/of oplopende bijdragen aan de GRJR. • Een en andere belemmert de allocatie van gemeentelijke middelen op lokaal of regionaal niveau terwijl de Regiovisie nadrukkelijk meer aansluiting en flexibiliteit hiertussen vereist. Deze nadelen wegen niet (langer) op tegen de voordelen van verevening van de risico’s op grote uitgavenfluctuaties. •
5.4.2 Eenvoudige en transparante systematiek vanaf 1-1-2023 Vanaf begroting 2023 wordt als kostenverdeelmethode voor de zorglasten gekozen voor een lastenraming die eenvoudiger en transparanter is en bijdraagt aan een realistischer raming. De lasten worden rechtstreeks geraamd op basis van realisatiecijfers van de twee voorgaande jaren per gemeente en waar nodig gecorrigeerd op basis van reële prognosebijstellingen. Het totaal van deze ramingen per gemeente bepaalt de te verwachten lasten van de regionaal ingekochte dienstverlening. En de opbouw van dit totaal bepaalt het bedrag dat een individuele gemeente als bijdrage aan de baten inbrengt. Vanaf jaarrekening 2022 worden in de jaarrekening de werkelijke lasten vastgesteld inclusief het effect daarvan op de exploitatie. Het regionaal zichtbare exploitatieresultaat wordt in de rekening vastgesteld als uitkomst van het overzicht van baten en lasten en als balanscomponent Eigen Vermogen conform BBV. Dit eigen vermogen kan positief of negatief zijn. Aansluitend op dit rekeningbesluit wordt vastgesteld wat het (positieve of negatieve) aandeel van iedere gemeente in het gerealiseerde resultaat is op basis van specifieke realisatiegegevens.
Vervolgens wordt het ontstane Eigen Vermogen in het volgende boekjaar aangezuiverd naar 0 door in dat volgende jaar het (positieve of negatieve) aandeel van iedere gemeente in het gerealiseerde saldo in rekening te brengen. Dit is dan geen aanpassing van de inleg zoals vroeger maar een teruggave van teveel betaalde inleg en bijbetaling van weinig betaalde inleg. Voordelen hiervan zijn dat • Gemeenten zijn nog steeds uiteindelijk alleen geld kwijt aan werkelijke uitgaven voor hun jeugdigen.
41
•
•
•
De begrotingsbesluiten van het GR-bestuur geven meer zekerheid aan deelnemende gemeenten omdat daarin de bijdrage definitief is in plaats van onder voorbehoud van de realisatie. De jaarrekening geeft een reëel beeld van de exploitatie van de regionaal georganiseerde taken. Tekorten worden formeel transparant verantwoord voordat ze worden weggewerkt. Hiermee wordt de P&C als sturingscyclus versterkt. Gemeenten hebben een boekjaar langer gelegenheid om tegenvallers op te vangen omdat die eerst even bij de GR blijven hangen.
5.4.3 Overgang De vlaktaks wordt per 31-12-2022 in één keer afgebouwd. Alle correcties van verschillen over eerdere jaren in de exploitatie en waar mogelijk ook in de balansposities worden hiermee geneutraliseerd. Per boekjaar 2023 wordt gestart met een schone lei. Indien toch overgangsvraagstukken onontkoombaar blijken (bijvoorbeeld ingeval van overlopende posten) dan wordt daarvoor een specifieke regeling afgesproken in de geest van de nieuwe werkwijze. Een facultatief en verder uit te werken punt is, is in hoeverre het Eigen Vermogen steeds naar 0 wordt teruggebracht. Alternatief is dat er een egalisatie- of weerstandsreserve wordt gevormd binnen de GRJR die op begrotingsbasis (dus voorspelbaar) wordt gevoed door de gemeenten en als buffer wordt gebruikt als er tekorten zijn. Indien hiervoor in consensus een noodzaak wordt gezien dan kan dit in de begroting 2023 worden toegepast ter verbetering van het regionale risicomanagement. Van deze mogelijkheid zal in de begroting 2023 (nog) geen gebruik worden gemaakt; eerst worden de ervaringen afgewacht die in 2023 worden opgedaan met de aangepaste wijze van sturing (budgetvolumes, geen vlaktaks).
42
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
43
6. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 1 oktober 2021
Voorzitter Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond
Secretaris Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond
44