CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag VTH 2025

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 10 september 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 9: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven3.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

16 alinea's met “toezicht”: 1 2 3 4 6 7 8 9 10 14 15 16 17 19 20 21

Jaarverslag VTH 2025 Vergunningverlening, toezicht en handhaving Gemeente Ridderkerk

1. Bestuurlijke samenvatting Voor u ligt het jaarverslag Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) 2025 van de gemeente Ridderkerk. In dit jaarverslag legt het college verantwoording af over de uitvoering van de gemeentelijke VTH - taken binnen de fysieke leefomgeving. Het verslag biedt het bestuur inzicht in de uitvoering, de beschikbare capaciteit, de belangrijkste ontwikkelingen en de punten waarop bijsturing nodig is. Het jaar 2025 stond in het teken van verdere uitvoering onder de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Deze wetten werken door in de dagelijkse praktijk van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De uitvoering vraagt om integrale beoordeling van initiatieven, duidelijke werkprocessen, goede registratie, afstemming met ketenpartners en een stevige verbinding tussen vergunningverlening, toezicht, juridische handhaving en beleid. De verantwoording van dit jaarverslag is gebaseerd op de wettelijke taakuitvoering, het vastgestelde VTH-beleid Ridderkerk 2025-2028, de feitelijke werkzaamheden in 2025 en de beschikbare managementinformatie. 2. Inleiding en verantwoording 2.1 Aanleiding Jaarlijks legt het college verantwoording af over de uitvoering van VTH-taken.

Het jaarverslag sluit de uitvoerende cyclus van het BIG-8-model en vormt de basis voor bestuurlijke bijsturing, prioritering en het uitvoeringsprogramma voor het volgende jaar. Daarmee is het jaarverslag niet alleen een terugblik maar ook een basis voor het daaropvolgende jaar. De aanbevelingen in dit jaarverslag zijn erop gericht om de cyclus structureel te versterken en de bestuurlijke verantwoording in volgende jaren concreter te maken. 2.2 Doel van het jaarverslag 1. verantwoorden welke VTH-taken in 2025 zijn uitgevoerd; 2. duiden in hoeverre de uitvoering aansluit bij het VTH-beleid Ridderkerk 2025-2028; 3. inzicht geven in productie, werkvoorraad, capaciteit, kwaliteit en samenwerking; 4. leerpunten formuleren voor 2026 en de verdere doorontwikkeling van de VTH -cyclus. 2.3 Reikwijdte Het jaarverslag heeft betrekking op de gemeentelijke VTH-taken binnen de fysieke leefomgeving. Het betreft in ieder geval vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van bouwen, slopen, gebruik, ruimtelijke activiteiten, monumenten en de vergunningplichtige onderdelen van de Algemene Plaatselijke Verordening die onder het fysieke domein vallen, zoals de kapvergunning. Milieutaken vallen niet onder de gemeentelijke uitvoering in eigen beheer. Deze taken zijn ondergebracht bij de DCMR Milieudienst Rijnmond.

De gemeente blijft bestuurlijk verantwoordelijk voor de aansluiting van deze taken op de gemeentelijke VTH-cyclus en voor de afstemming met de DCMR. Voor brandveilig gebruik vindt afstemming plaats met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Voor overige APV- en openbare orde taken wordt aangesloten bij afzonderlijke beleids- en uitvoeringskaders, tenzij sprake is van een directe relatie met het fysieke domein. 3. Wettelijk en beleidsmatig kader 3.1 Omgevingswet en Omgevingsbesluit De uitvoering van VTH-taken vindt plaats binnen het stelsel van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Deze regels vragen om een samenhangende benadering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De gemeente moet beschikken over een uitvoerings- en handhavingsstrategie, deze jaarlijks vertalen naar uitvoering en vervolgens evalueren of de uitvoering heeft bijgedragen aan de doelen. Voor Ridderkerk is de uitvoerings- en handhavingsstrategie vastgelegd in het VTH-beleid Ridderkerk 2025-2028. Dit jaarverslag vormt de evaluatieve terugkoppeling over 2025 en benoemt de aandachtspunten voor bijsturing. 3.2 VTH-beleid Ridderkerk 2025-2028 Het VTH-beleid Ridderkerk 2025-2028 is op 15 juli 2025 vastgesteld door het college. Het beleid beschrijft de uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de fysieke leefomgeving.

De missie van de gemeente is om vanuit de wettelijke kaders te werken aan een veilige en prettige woon - en leefomgeving, waarbij wordt gestreefd naar optimale dienstverlening voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. De visie benadrukt een betrouwbare, betrokken, persoonlijke en moderne dienstverlening, het behandelen van aanvragen binnen wettelijke termijnen, actief meedenken met initiatieven en het bieden van rechtszekerheid aan alle betrokkenen. 3.3 BIG-8 als beleidscyclus Ridderkerk hanteert het BIG-8-model als basis voor de VTH-beleids- en uitvoeringscyclus. Strategische doelen, risicoanalyse en prioritering worden vertaald naar programmering, uitvoering, monitoring en evaluatie. De uitkomsten van de evaluatie vormen vervolgens input voor bijsturing van beleid en uitvoering. Dit jaarverslag maakt daarom inzichtelijk welke onderdelen wel zijn uitgevoerd, welke informatie beschikbaar is en welke gegevens nog moeten worden aangevuld. Daarmee wordt de cyclus zo goed mogelijk gesloten en wordt de basis gelegd voor de uitvoering in 2026. 3.4 Doelstellingen VTH-beleid Onderdeel Doelstellingen volgens VTH-beleid Betekenis voor jaarverslag 2025 Vergunningverlening Tijdige, correcte en integrale besluitvorming; bescherming en verbetering van de fysieke leefomgeving; servicegerichte mentaliteit; proactief meedenken.

Rapporteren over aantallen, termijnen, kwaliteit van besluiten, vooroverleg, complexe dossiers, bezwaar en beroep en leerpunten. Toezicht en handhaving Naleving van wet- en regelgeving; inperken van veiligheidsrisico’s; veilige, gezonde en aantrekkelijke fysieke leefomgeving. Rapporteren over controles, signalen, overtredingen, interventies, handhavingsverzoeken, prioriteiten, naleefgedrag en effectiviteit. 3.5 Prioriteiten en strategieën Voor vergunningverlening ligt de beleidsmatige prioriteit bij vroegtijdig vooroverleg met initiatiefnemers. Vooroverleg biedt de mogelijkheid om in een vroeg stadium duidelijkheid te geven over haalbaarheid, randvoorwaarden, participatie, benodigde onderzoeken en bestuurlijke of juridische aandachtspunten. Voor eenvoudige aanvragen wordt gestreefd naar een doelmatig en efficiënt proces. Voor toezicht en handhaving wordt gewerkt met een risicogerichte aanpak. Onderwerpen met een hoog risico krijgen voorrang. Daarbij gaat het vooral om situaties waarin veiligheid, gezondheid, leefbaarheid, rechtszekerheid of bestuurlijke verantwoordelijkheid in het geding zijn. De strategieën uit het VTH -beleid bestaan uit een preventiestrategie, toezichtstrategie, sanctiestrategie en aanvullende strategieën voor specifieke taakvelden zoals de Wkb en de Wet goed verhuurderschap. 4.

Ontwikkelingen en omgevingsanalyse 2025 4.1 Profiel van Ridderkerk Ridderkerk is een middelgrote gemeente in Zuid-Holland, strategisch gelegen tussen Rotterdam en Dordrecht. De gemeente bestaat uit verschillende gebiedstypen, waaronder woonwijken, bedrijventerreinen, natuurgebieden, agrarische gronden en recreatieve gronden. Deze ruimtelijke diversiteit maakt de VTH-opgave breed. In woongebieden gaat het vaak om verbouwingen, uitbreidingen, vergunningvrije activiteiten, burenbelangen en meldingen. Op bedrijventerreinen spelen bouw, gebruik, veiligheid, milieubelasting en afstemming met ketenpartners. In het buitengebied spelen landschap, natuurwaarden, agrarisch gebruik, recreatie en mogelijke strijdigheid met regels voor de fysieke leefomgeving. 4.2 Doorwerking van de Omgevingswet Na het invoeringsjaar 2024 stond 2025 in het teken van het verder bestendigen van de VTH -uitvoering onder de Omgevingswet. De nieuwe werkwijze vraagt om een samenhangende beoordeling van initiatieven, waarbij vergunningverlening, toezicht en handhaving nadrukkelijker als onderdelen van één uitvoeringsketen worden benaderd. Voor vergunningverlening betekende dit vooral aandacht voor vooroverleg en conceptverzoeken, integrale afstemming, het werken met het Omgevingsloket/DSO en het zorgvuldig beoordelen van omgevingsplanactiviteiten.

Daarbij blijven tijdige besluitvorming, duidelijke communicatie, juridische houdbaarheid en uitvoerbare voorschriften belangrijke uitgangspunten. Voor toezicht en handhaving vraagt de Omgevingswet om een goede vertaling van meldingen, signalen en toezichtbevindingen naar het juiste juridische kader. Dit maakt een goede registratie, afstemming tussen vergunningverlening, toezicht en juridische handhaving en samenwerking met ketenpartners belangrijk. De ervaringen uit 2025 worden benut voor verdere verbetering van werkprocessen, monitoring en de uitvoering van het VTH-beleid in 2026. 4.3 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wkb heeft de rol van de gemeente bij bouwactiviteiten veranderd. Voor bouwwerken in gevolgklasse 1 ligt de bouwtechnische toetsing in beginsel bij private kwaliteitsborgers. De gemeente beoordeelt bouwmeldingen en gereedmeldingen, blijft verantwoordelijk voor omgevingsveiligheid en kan handhavend optreden bij onvolled ige meldingen, signalen van kwaliteitsborgers of ingebruikname zonder volledige gereedmelding. De Wkb leidt niet automatisch tot minder gemeentelijke inzet. De werkzaamheden verschuiven van preventieve technische toetsing naar informatiebeoordeling, risicogericht toezicht, juridische beoordeling, afstemming met kwaliteitsborgers en handhaving bij tekortkomingen.

Dit vraagt om heldere werkprocessen, goede registratie en een duidelijke afstemming tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving. 5. Organisatie, capaciteit en werkvoorraad 5.1 Organisatie van de uitvoering De VTH-taken worden uitgevoerd door het team Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Binnen het team worden werkzaamheden verricht op het gebied van vergunningverlening, toezicht, juridische ondersteuning, beleidsontwikkeling, dossiervorming, registratie en kwaliteitsborging. De Omgevingswet vraagt dat deze functies goed op elkaar aansluiten, omdat vergunningverlening, toezicht en handhaving schakels zijn in één uitvoeringsketen. 5.2 Beschikbare formatie en inhuur In tabel 1 wordt de beschikbare formatie weergegeven waarmee de VTH-werkzaamheden in 2025 zijn uitgevoerd. Het gaat hierbij om de vaste formatie binnen het team voor werkzaamheden op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving, juridische advisering, beleid, kwaliteitsborging, registratie en dossiervorming. De vaste formatie bedraagt in totaal 12,1 fte. Naast deze vaste formatie is in 2025 gebruikgemaakt van tijdelijke inzet en inhuur. Deze inzet was nodig om de reguliere werkzaamheden uit te voeren, de werkvoorraad beheersbaar te houden en specialistische advisering beschikbaar te hebben.

Functie FTE Hoofdtaken Medewerker DIV 1,00 Dossiervorming, registratie en archivering Juridisch adviseurs toezicht en handhaving 2,48 Juridische advisering, handhavingstrajecten, bezwaar en beroep Vergunningencoördinator 3,00 vergunningverlening Bouwinspecteurs/toezichthouders 3,00 Toezicht, controles en signalering Beleidsadviseur VTH 0,89 Beleid, monitoring en kwaliteitsborging Juridisch beleidsmedewerker vergunningen 1,00 Juridische kwaliteitszorg vergunningverlening Allround juridisch adviseur vergunningen 0,78 Juridische advisering vergunningverlening Totaal vaste formatie 12,15 Naast de vaste formatie is in 2025 aanvullende inzet beschikbaar geweest. Het ging hierbij om: • 2,0 fte inhuur vergunningverlening / VTH; Deze tijdelijke inzet heeft bijgedragen aan de continuïteit van de uitvoering. Met name bij vergunningverlening, toezicht en specialistische bouwkundige advisering blijft aanvullende inzet van belang, omdat de werkzaamheden onder de Omgevingswet en de Wkb inhoudelijk complexer zijn geworden en een zorgvuldige afstemming vragen tussen vergunningverlening, toezicht en juridische handhaving. De constructieve toetsing is via een aanbesteding uitbesteed aan een externe partij. 6.

Vergunningverlening 6.1 Kerntaak en werkwijze De kerntaak van vergunningverlening is het zorgvuldig beoordelen van aanvragen, conceptverzoeken en meldingen en het nemen van juridisch houdbare besluiten binnen de geldende termijnen. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Omgevingswet, het omgevingsplan, het Besluit bouwwerken leefomgeving, gemeentelijk beleid en de adviezen van interne en externe ketenpartners. In ons beleid ligt de nadruk op tijdige, correcte en integrale besluitvorming, bescherming en verbetering van de fysieke leefomgeving, een servicegerichte werkwijze en proactief meedenken. Vooroverleg en conceptverzoeken vormen daarbij een belangrijk instrument om initiatieven vroegtijdig te beoordelen en initiatiefnemers duidelijkheid te geven over de haalbaarheid en aandachtspunten van hun initiatief. 6.2 Vergunningverlening in cijfers In 2025 zijn bij vergunningverlening 720 zaken geregistreerd. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de geregistreerde zaken per categorie. Categorie zaken 2025 Omgevingsvergunningen 284 Sloopmeldingen en sloopwerkzaamheden 188 Vooroverleg en conceptverzoeken 153 Bouwprocesmeldingen en bouw-/sloopveiligheid 45 Stikstofemissie 20 Niet gevuld / overige registratie 30 Totaal 720 Het grootste deel van de zaken waren aanvragen voor een omgevingsvergunningen. Daarnaast zijn 153 vooroverleggen en conceptverzoeken geregistreerd.

Dit bevestigt dat vroegtijdige planverkenning en afstemming met initiatiefnemers ook in 2025 een belangrijk onderdeel vormden van de vergunningverlening. Verder zijn 188 sloopmeldingen en sloop gerelateerde zaken geregistreerd. Deze zaken raken deels aan de samenwerking met ketenpartners, waaronder de DCMR. 6.3 Vooroverleg en conceptverzoeken In 2025 zijn 153 vooroverleggen en conceptverzoeken geregistreerd. Vooroverleg is onder de Omgevingswet van belang om plannen vroegtijdig integraal te kunnen beoordelen. Hiermee kunnen ruimtelijke, juridische, technische en maatschappelijke aandachtspunten eerder in beeld worden gebracht. Dit draagt bij aan betere aanvragen, een voorspelbaarder proces en een zorgvuldige besluitvorming. Het aantal vooroverleggen en conceptverzoeken laat zien dat initiatiefnemers de gemeente steeds vaker in een vroeg stadium benaderen. Dit past bij de prioriteit uit het VTH-beleid om vroegtijdig met initiatiefnemers in gesprek te gaan. Voor de verdere doorontwikkeling blijft het van belang om ervaringen uit vooroverleg te benutten voor de kwaliteit van formele aanvragen en voor de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van eventuele voorschriften. 6.4 Aanvragen omgevingsvergunning: doorlooptijd en resultaat Voor de aanvragen omgevingsvergunning is aanvullend naar de doorlooptijden van de vergunningen en resultaten gekeken.

Van de aanvragen omgevingsvergunning zijn 243 aanvragen binnen de streeftermijn van acht weken afgehandeld. Dit komt overeen met 85,6% van het totaal. Daarmee is voldaan aan de interne norm dat minimaal 80% van de aanvragen binnen acht weken wordt afgehandeld. Onderdeel | Aantal zaken | Percentage Afgehandeld binnen de streeftermijn van 8 weken | 243 | 85,6% Afgehandeld buiten de streeftermijn/overige | 41 | 14,4% doorlooptijd Het grootste deel van de aanvragen omgevingsvergunning is verleend. In totaal zijn 214 | vergunningen verleend. Daarnaast zijn 34 aanvragen ingetrokken, 28 aanvragen afgebroken, 5 aanvragen geweigerd en 3 zaken administratief afgehandeld. Deze cijfers laten zien dat het merendeel van de aanvragen inhoudelijk tot | een vergunning heeft geleid. Een kleiner deel is niet doorgezet, ingetrokken of heeft | tot een weigering geleid. Resultaat | Aantal zaken | Percentage Verleend | 214 | 75,1% Ingetrokken | 34 | 11,9% Afgebroken | 28 | 9,8% Geweigerd | 5 | 1,8% Afgehandeld | 3 | 1,1% Totaal | 284 | 100% 6.5 Sloopmeldingen Naast omgevingsvergunningen en vooroverleggen zijn in 2025 188 sloopmeldingen en sloop | gerelateerde zaken geregistreerd. De behandeling en beoordeling van | deze zaken vindt waar nodig plaats in samenwerking met ketenpartners, waaronder de DCMR.

De aantallen laten zien dat sloopmeldingen een substantieel deel van de werkvoorraad binnen vergunningverlening vormen. 6.6 Evaluatie vergunningverlening 2025 Op basis van de beschikbare cijfers kan worden geconcludeerd dat vergunningverlening een ruime werkvoorraad kent. Daarnaast weten we door goed te prioriteren en af te stemmen onze termijnen goed te waarborgen. Vooral het aantal aanvragen omgevingsvergunning en het aantal vooroverleggen/conceptverzoeken bevestigen dat de inzet op vroegtijdige afstemming en zorgvuldige procesbewaking noodzakelijk is. Positief is dat 85,6% van de aanvragen omgevingsvergunning binnen de streeftermijn van acht weken is afgehandeld. Daarmee is de interne norm van minimaal 80% gehaald | . Tegelijkertijd blijft aandacht nodig voor complexe aanvragen, registratiekwaliteit, volledige resultaatregistratie en de aansluiting tussen vergunningverlening, toezicht en juridische handhaving. 7. Toezicht 7.1 Kerntaak en risicogerichte inzet Toezicht richt zich op het controleren of vergunningen, voorschriften en algemene regels worden nageleefd. De toezichtstrategie uit het VTH-beleid gaat uit van risicogerichte inzet. Dit betekent dat beschikbare capaciteit in de eerste plaats wordt ingezet op situaties waarin overtredingen grote gevolgen kunnen hebben voor veiligheid, gezondheid, leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit of rechtszekerheid.

De prioriteiten voor toezicht sluiten aan bij de risicomatrix uit het VTH-beleid. Onderwerpen met een hoog risico, zoals constructieve veiligheid, brandveiligheid, bouwen in afwijking van vergunningen, illegale bouw, sloopactiviteiten en ingebruikname zonder volledige gereedmelding, vragen om voorrang en duidelijke registratie. 7.2 Controles toezicht Voor toezicht is over 2025 geen volledig en eenduidig kwantitatief totaaloverzicht beschikbaar. De beschikbare registratie geeft wel inzicht in afzonderlijke dossiers, meldingen en werkzaamheden, maar is nog niet op alle onderdelen zodanig ingericht dat hieruit betrouwbaar kan worden gerapporteerd op aantallen controles, hercontroles, toezichtcategorieën en constateringen. Dit betekent niet dat er geen toezicht heeft plaatsgevonden. Toezicht is in 2025 uitgevoerd naar aanleiding van verleende vergunningen, meldingen, signalen, bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en situaties waarbij sprake was van mogelijke strijdigheid met regels. De uitvoering vond daarbij plaats op basis van beschikbare capaciteit, risico-inschatting en de prioriteiten uit het VTH-beleid. De beperkte beschikbaarheid van toezichtcijfers heeft vooral betrekking op de wijze van registreren en monitoren.

Door de overgang naar de Omgevingswet en de Wkb, gewijzigde zaaktypen en de inrichting van werkprocessen is toezicht niet in alle gevallen uniform als afzonderlijke toezichtzaak geregistreerd. Hierdoor is het over 2025 niet mogelijk om een volledig en betrouwbaar overzicht te geven van alle uitgevoerde toezichtactiviteiten. Voor dit jaarverslag is daarom gekozen om geen cijfers op te nemen ten aanzien van het aantal uitgevoerde controles. Voor 2026 wordt ingezet op verbetering van de registratie en monitoring van toezicht. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vergunninggericht toezicht, toezicht naar aanleiding van meldingen en signalen, toezicht op bouw- en sloopactiviteiten, Wkb-gerelateerde meldingen en eventuele thematische of gebiedsgerichte controles. Hiermee kan in volgende jaarverslagen beter worden gerapporteerd over aantallen controles, bevindingen, hercontroles en de relatie met handhaving. 8. Handhaving 8.1 Kerntaak en beginselplicht Handhaving richt zich op het beëindigen van overtredingen, het herstellen van de rechtmatige situatie en het voorkomen van herhaling. Uitgangspunt is de beginselplicht tot handhaving: bij een geconstateerde overtreding wordt in beginsel handhavend opgetreden, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden zoals concreet zicht op legalisatie of onevenredigheid.

De sanctiestrategie van Ridderkerk sluit aan bij een stapsgewijze en proportionele aanpak. Waar mogelijk wordt naleving bevorderd door preventie, gesprek of waarschuwing. Als herstel uitblijft of de overtreding ernstig is, kan bestuursrechtelijk worden opgetreden met bijvoorbeeld een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. 8.2 Handhavingsverzoeken, meldingen en juridische trajecten Handhavingsverzoeken en meldingen van inwoners en bedrijven vormen een belangrijk onderdeel van de uitvoering. Zij vragen om een zorgvuldige juridische beoordeling, duidelijke communicatie en tijdige besluitvorming. Daarnaast kunnen toezichthouders ambtshalve overtredingen constateren die leiden tot een handhavingstraject. Ontvangen handhavingsverzoeken 6 Daarnaast zijn er nog 4 andere verzoeken ontvangen. Deze hadden betrekking op: - Intrekken kort aanlijngebod; - Ingebrekestelling; - Invorderen; - Doorhalen Wkpb-inschrijving. Meldingen/signalen zonder formeel verzoek 132 Niet alle meldingen zijn opgenomen in onze administratie. In werkelijkheid ligt dit aantal hoger.

Waarschuwingen 14 Last onder dwangsom 7 Last onder bestuursdwang 6 Bezwaar/beroep tegen handhavingsbesluiten 10 bezwaarzaken 5 beroepszaken 8.3 Prioritaire onderwerpen handhaving Op basis van het VTH-beleid en de uitvoeringspraktijk verdienen de volgende onderwerpen bijzondere aandacht in de handhaving: afwijkingen met gevolgen voor constructieve veiligheid of brandveiligheid, strijdig gebruik met ruimtelijke of veiligheidsgevolgen, sloop zonder of in afwijking van melding of vergunning, en ingebruikname zonder volledige gereedmelding in het kader van de Wkb. 8.4 Evaluatie handhaving 2025 Handhaving vroeg in 2025 om een balans tussen juridische zorgvuldigheid, capaciteit, bestuurlijke prioriteiten en verwachtingen van inwoners. Door de Omgevingswet en de Wkb is de behoefte aan goede juridische duiding en dossiervorming toegenomen. Voor bestuurlijke afstemming is vooral relevant of handhavingszaken tijdig zijn opgepakt, welke zaken capaciteit hebben gevraagd en welke structurele knelpunten zichtbaar zijn. 9. Samenwerking met ketenpartners Een effectieve uitvoering van VTH-taken vraagt om samenwerking met interne en externe partners. In het VTH- beleid worden onder andere de DCMR, de Veiligheidsregio Rotterdam -Rijnmond, GGD, waterschap en politie genoemd.

Afstemming is nodig omdat initiatieven, meldingen en overtredingen vaak meerdere onderdelen van de fysieke leefomgeving raken. 9.1 DCMR Milieudienst Rijnmond De milieutaken zijn ondergebracht bij de DCMR. Voor het milieudeel wordt aangesloten bij het jaarlijkse werkplan en de uitvoeringsafspraken met de DCMR. Ook bij sloopmeldingen met een asbestcomponent is afstemming met de DCMR relevant. De gemeente blijft bestuurlijk verantwoordelijk voor de aansluiting van deze taken op de gemeentelijke VTH-cyclus en de monitoring van de resultaten. 9.2 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Voor brandveilig gebruik en brandveiligheidsaspecten in vergunningverlening en toezicht vindt afstemming plaats met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de bestuurlijke inbedding en opvolging binnen de VTH-cyclus. 9.3 Interne samenwerking Binnen de gemeente is samenwerking nodig tussen verschillende afdelingen. Vooral bij complexe aanvragen, BOPA’s, bouwveiligheid, handhavingsverzoeken en bestuurlijk gevoelige dossiers is vroegtijdige afstemming noodzakelijk. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van interne afstemmingsprocessen, zoals de intaketafel en, waar nodig, de omgevingstafel. Aan de intaketafel wordt beoordeeld of een initiatief wenselijk en haalbaar is en welke vervolgstappen nodig zijn.

Bij complexere initiatieven kan de omgevingstafel worden ingezet om integraal advies op te halen bij de betrokken vakdisciplines. Deze werkwijze helpt om ruimtelijke, juridische, technische en bestuurlijke aandachtspunten vroegtijdig in beeld te brengen. Daarmee wordt de verbinding versterkt tussen beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook draagt dit bij aan betere besluitvorming en aan voorschriften die uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. 10. Kwaliteit, monitoring en informatievoorziening 10.1 Kwaliteitsborging Kwaliteitsborging binnen VTH ziet op voldoende deskundigheid, capaciteit, duidelijke werkprocessen, goede dossiervorming, monitoring en evaluatie. In het VTH-beleid wordt aangesloten bij de landelijke kwaliteitscriteria VTH 3.0 en de procescriteria uit de VTH-cyclus. Het jaarverslag moet inzicht geven in de mate waarin de uitvoering kwalitatief is geborgd. Voor bestuurlijke afstemming is vooral van belang of de gemeente beschikt over actuele werkprocessen, voldoende deskundigheid, duidelijke mandaten, functiescheiding waar nodig, collegiale toetsing en betrouwbare managementinformatie. 10.2 Kwaliteitscriteria Voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving gelden kwaliteitscriteria. Deze criteria hebben betrekking op onder meer deskundigheid, capaciteit, werkprocessen, functiescheiding, monitoring en borging van de uitvoering.

De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om te waarborgen dat VTH-taken op een professionele, zorgvuldige en navolgbare wijze worden uitgevoerd. In 2025 is de uitvoering van de VTH-taken geborgd via de beschikbare vaste formatie, aanvullende inhuur, juridische kwaliteitszorg, interne afstemming en samenwerking met ketenpartners zoals de DCMR en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Ook is gewerkt vanuit het VTH-beleid 2025-2028, waarin de prioriteiten, strategieën en uitgangspunten voor de uitvoering zijn vastgelegd. In 2025 heeft geen afzonderlijke volledige actualisatie van de toetsing aan de kwaliteitscriteria plaatsgevonden. Wel is in dit jaarverslag inzicht gegeven in de beschikbare capaciteit, de inzet van inhuur, de uitvoering van vergunningverlening, de doorwerking van de Omgevingswet en de Wkb en de aandachtspunten voor toezicht, handhaving en monitoring. Daarmee wordt op hoofdlijnen verantwoord hoe de kwaliteit van de uitvoering is geborgd. Voor 2026 blijft het van belang om de toetsing aan de kwaliteitscriteria verder te actualiseren en explicieter te verbinden aan de planning- en controlcyclus. Daarbij vragen vooral de registratie van toezicht en monitoring van uitgevoerde controles aandacht. 11. Conclusie 11.1 Conclusie 2025 Het VTH-beleid 2025-2028 biedt een actueel strategisch kader voor de uitvoering van de werkzaamheden binnen het VTH domein.

De belangrijkste ontwikkelpunten liggen bij de vertaling van beleid naar jaarlijkse programmering, de versterking van monitoring en de verbinding tussen werkvoorraad, capaciteit en prioritering. Tegelijkertijd is de verantwoording over 2025 niet volledig, omdat geen uitvoeringsprogramma is vastgesteld en omdat een aantal gegevens nog ontbreken. In dit jaarverslag is duidelijk aangegeven welke aandachtspunten moeten worden meegenomen in 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1450/documents/43462