CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken BAR 2021 - versie zienswijzeprocedure.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 19 mei 2022, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Zienswijze concept jaarstukken 2021 en begroting 2023 - 2026 GR BAR-organisatie26.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

die bepalend is voor de inzetbaarheid van de voertuigen en het materiaal. Met het aanhouden van de pandemie is de verwachting dat dit ook (deels) zo zal blijven. Trends en ontwikkelingen:  toename en veranderd gebruik buitenruimte.  toename gebruik afvaldiensten.  lage onderhoudsfrequentie op materiaal uit kostenoverweging vormt een geaccepteerd risico. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. De volgende zijn in beginsel relevant voor onze GR BAR. 1. Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Het geeft een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. In het algemeen geldt dat een laag percentage beter is dan een hoog. Berekening: Het totaal van de langlopende geldleningen, de korte schulden en de overlopende passiva gedeeld door 1% van de baten in de jaarrekening: 12.746.800 = 15,19% 1% van 83.922.300 2.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Dit kengetal is hetzelfde als 1 maar hier wordt ook rekening gehouden met de aan de activakant van de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar, het saldo van de liquide middelen en de overlopende activa. 5.143.400 = 6,13% 1% van 83.922.300 3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een gemeente / GR in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen (reserves) en de totale balansomvang. De solvabiliteit ligt tussen 0 en 100. Hoe hoger dit percentage is, des te gunstiger voor de financiële weerbaarheid. Berekening: Eigen vermogen gedeeld door het totaal van de passiva. Onze GR BAR heeft geen eigen vermogen (= reserves), de helft van de formule is dus 0. Een berekening van dit kengetal zou een vreemde uitkomst geven en is daarom niet gemaakt. Voor de kengetallen 1 en 2 geldt een percentage onder de 90% als goed. Bij een percentage tussen de 90 en 130% is waakzaamheid geboden bij het aangaan van nieuwe geldleningen. Een percentage boven de 130% wordt te hoog bevonden, dan is de schuldenlast eigenlijk te zwaar. Dit maakt dat de uitkomsten hierboven als goed zijn te kwalificeren. Dat komt mede omdat de financieringsbehoefte van onze GR BAR niet zo groot is.

26

2.2 Paragraaf Financiering In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in en verantwoording afgelegd over de uitvoering van de financieringsfunctie (treasury). Kaders De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarbij een belangrijke rol. In het treasurystatuut van onze GR BAR zijn deze wettelijke kaders verder uitgewerkt. Het statuut schetst de context waarbinnen het treasurybeleid van de GR BAR wordt vormgegeven en beschrijft de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie. In 2021 zijn de kaders zoals vastgelegd in dit treasurystatuut gehanteerd. Afdekken reguliere exploitatiekosten en totaalfinanciering Om de treasuryfunctie adequaat te kunnen invullen is de beschikbaarheid van juiste, tijdige en volledige financiële informatie, zoals een betrouwbare liquiditeitsplanning, van essentieel belang. De periodieke bevoorschotting van de deelnemende gemeenten is zoveel mogelijk afgestemd op de financieringsbehoefte en dekken de uitgaande kasstroom van de reguliere exploitatie af. Hierdoor hoeft onze GR BAR over het algemeen geen geldleningen af te sluiten. In 2021 zijn in juni en juli twee kortlopende leningen afgesloten van ieder € 2 miljoen met een looptijd van 25 respectievelijk 53 dagen.

De rente van deze leningen was negatief (-0,2% en -0,1%) en heeft een negatieve rentelast (= een bate) van € 600 opgeleverd. Renterisicobeheer Algemeen Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: • •

De kasgeldlimiet, die betrekking heeft op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar; De renterisiconorm, die betrekking heeft op leningen met een looptijd vanaf één jaar.

Deze twee onderdelen hebben als doel de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijgingen te beperken. • Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de decentrale overheid haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen moeten deze rapportages worden toegezonden aan de provincie. Met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.

27

Uit onderstaand schema is af te lezen dat onze GR BAR in 2021 in alle kwartalen onder de gestelde kasgeldlimiet gebleven is. KASGELDLIMIET Bedragen x € 1.000 Omvang begroting per 1-1-2021 Kasgeldlimiet in procenten Kasgeldlimiet in bedrag

0 1.205

74.250 8,20% 6.089 bedragen x € 1.000 2e kw. 3e kw. 667 1.304

1.333 2.188

0 3.334

Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)

-1.205

-638

-854

-3.334

Kasgeldlimiet

6.089

6.089

6.089

6.089

Ruimte onder kasgeldlimiet

7.293

6.726

6.943

9.423

Kasgeldlimiet Totaal vlottende schuld Totaal vlottende middelen

€ € 1e kw.

4e kw.

• Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering van aflossingen op bestaande leningen en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Uit onderstaand overzicht blijkt dat onze GR BAR in 2021 onder de renterisiconorm gebleven is. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD bedragen x € 1.000 Renterisico op vaste schuld 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 2. Betaalde aflossingen 2021 (leningen aan BAR) 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)

2021 0 0 0 73 73

Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2021 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm

74.250 20,0% 14.850

Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) 5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)

14.777 n.v.t.

28

Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat onze GR BAR financiering met externe middelen zoveel mogelijk beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee beperken we de renterisico’s en optimaliseren we het renteresultaat. Bij de oprichting van de GR BAR in 2014 zijn materiële vaste activa, betrekking hebbend op de bedrijfsvoering, door de deelnemende gemeenten overgedragen aan onze GR BAR. Per gemeente is destijds een lening verstrekt ter financiering van deze overname. In 2021 zijn er geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken. Langlopende leningen Leningen 2021

bedragen x € 1000 hoofdsom 1-1-2021

Barendrecht Albrandswaard Ridderkerk Totaal

43 71 43 156

aflossing

restant hoofdsom 31-12-2021

rentelasten 12 27 34 73

1 3 2 6

31 44 9 84

Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten uit de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening is onderstaand (verplichte) schema opgenomen: Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat

5.900 -/- 600 0 5.300 5.900 -/- 600

2.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Huisvesting Onze GR BAR maakt gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). Ten aanzien van de huisvesting is een aantal jaren geleden besloten de eigendomsverhouding van de gebouwen ongemoeid te laten. Onze GR BAR heeft de gebouwen om niet in gebruik van de gemeenten. Het gemeentehuis van Barendrecht en de gemeentewerf Londen zijn eigendom van de gemeente Barendrecht. Het (gemeente-)Huis van Albrandswaard is eigendom van de gemeente Albrandswaard. De gemeente Albrandswaard heeft de gemeentewerf Nijverheidsweg in eigendom en verhuurt die aan de NV BAR-Afvalbeheer. De gemeente Ridderkerk heeft het gemeentehuis van Ridderkerk in eigendom. Voertuigen Na een langdurige aanbestedingsprocedure in 2018 is in februari 2019 een raamovereenkomst getekend door onze GR BAR en Volkswagen Pon Financial Services. Met dit contract kon de GR BARvoor wat betreft de vervanging van het wagenpark efficiënt en effectief inspelen op de 29

verduurzaming hiervan. De transitie van eigen beheer naar lease zou in 5 jaar plaatsvinden. In 2021 zijn er 17 stuks voertuigen en 4 stuks ondersteunend materieel geleverd. Inmiddels zijn er in totaal 68 stuks voertuigen en ondersteunend materieel vervangen waarvan 46 voertuigen, 14 strooimachines, 3 Schuiven/ploegen en 5 landbouwwerktuigen. Eind 2021 staan nog 7 voertuigen, 2 strooimachines en 2 landbouwwerktuigen in bestelling. Alles wordt in 2022 (het 1e en 3e kwartaal) geleverd. De ontstane vertraging in de overgang van eigen beheer naar lease is hiermee nagenoeg ingelopen. I&A-investeringen (Informatie en Automatisering) Conform de verwachting is in 2021 geïnvesteerd in oplossingen die volgen uit vereisten in wet- en regelgeving. Dit betreft onder meer software voor Vergunningen, Toezicht & Handhaving (VTH) ten behoeve van de Omgevingswet en software om informatie uit verouderde en uit te faseren systemen ook in de toekomst toegankelijk te houden, een vereiste vanuit de archiefwet. Ook informatieveiligheid en privacy hebben tot de nodige investeringen geleid in 2021, zoals een toepassing voor ‘Identity en Access Management’. De landelijke activiteiten door de VNG, waaronder Common Ground, worden minder snel concreet dan verwacht en hebben slechts zeer beperkt en indirect uitgaven tot gevolg gehad.

Procesverbetering en verdergaande digitalisering gaan hand in hand en vormden in 2021 een groot deel van de ICT-investeringen. Dit betrof onder meer de aanschaf en uitrol van zogenaamde eDiensten ten behoeve van dienstverlening. En investeringen in de digitalisering van werkprocessen in het sociaal domein, waaronder de implementatie van eDiensten. De vraag naar dashboards en rapportagemogelijkheden (data gedreven werken) is ook in 2021 weer fors toegenomen en heeft tot investeringen geleid zoals het opleveren van aanvullende dashboards. Door een beperkte capaciteit is de vraag hier groter dan wat gerealiseerd kan worden. Het is maar voor een deel mogelijk dit met ons investeringsbudget op te lossen, interne capaciteit blijft hierbij noodzakelijk. De aangekondigde update van ons zaaksysteem is in 2021 voorbereid. De daadwerkelijke uitvoering heeft door technische vraagstukken nog niet plaatsgevonden. Deze investeringen zijn dus niet gedaan in 2021. Wel zijn andere onderdelen van ons softwarelandschap versneld vernieuwd dan wel uitgebreid zoals de oplossingen voor Beheer Openbare Ruimte en Meldingen Openbare Ruimte. Daarnaast is het centrale I&A investeringsbudget aangewend om ICT-wensen van andere clusters te realiseren.

De vervanging van de hardware ten behoeve van onze kantoorautomatiseringssoftware heeft heel 2021 in het teken gestaan van vertraging en het niet beschikbaar zijn van apparatuur in de markt. De aanbestedingen voor werkplekken en telefoons zijn wel compleet doorlopen en levering heeft plaatsgevonden. De aanbesteding van beeldschermen heeft ook plaatsgevonden en er is definitief gegund, maar de daadwerkelijke levering zal pas (naar verwachting) in april 2022 plaatsvinden. Om die reden wordt een deel van het budget doorgeschoven.

2.4 Paragraaf Bedrijfsvoering Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). In de paragraaf in de begroting moet ten minste inzicht worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. En in het jaarverslag moet hierover verantwoording worden afgelegd. Omdat onze GR BAR alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in de 30

programmaverantwoording van deze jaarstukken en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig. Naast de hierboven opgenomen paragrafen zijn in het BVV nog drie paragrafen verplicht voorgeschreven: lokale heffingen, verbonden partijen en grondbeleid. Aangezien die niet van toepassing zijn op onze GR BAR zijn ze niet opgenomen. Hieronder volgt een tekst in het kader van de nieuwe opzet van de rechtmatigheidsverantwoording. Toelichting bij de Rechtmatigheidsverantwoording Onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring wijzigt met ingang van het boekjaar 2022 de rechtmatigheidsverantwoording. Tot nu toe geeft de accountant een verklaring over de rechtmatigheid af in zijn accountantsverklaring bij de jaarrekening. In de nieuwe situatie legt het dagelijks bestuur verantwoording af over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Om goed voorbereid te zijn op de nieuwe wettelijke verplichting vanaf 2022 heeft het bestuur besloten om deze jaarrekening 2021 te gebruiken als proefjaar. In deze jaarrekening treft u dus zowel een rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur aan volgens het nieuwe wettelijke format, zie pagina 63, als de huidige rechtmatigheidscontrole door de accountant, zie pagina 79. Rechtmatigheid is een juridische term die aangeeft dat overeenkomstig de geldende regels en besluiten is gehandeld.

Voor deze rechtmatigheidsverantwoording geldt een minder omvattend begrip. Het blijft beperkt tot de financiële rechtmatigheid: de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties. Het gaat om het financiële beheer en de financiële beheershandelingen. Hierbij zijn de volgende drie specifieke rechtmatigheidscriteria van belang: 1. Begrotingscriterium. De financiële handelingen passen binnen het kader van de laatste geautoriseerde begroting (inclusief goedgekeurde wijzigingen). 2. Voorwaardencriterium. De voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals landelijke wetten of door het algemeen bestuur vastgesteld beleid. 3. Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) - criterium. Er vindt een toetsing plaats op de juistheid en volledigheid van de gegevens die door derden zijn verstrekt met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen door klanten of ambtenaren. Conclusie rechtmatigheid dit onderdeel is nog voorlopig want de accountant moet zijn rapportage nog definitief afronden

De accountant en het dagelijks bestuur komen beide tot hetzelfde oordeel: er zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd die moeten meewegen in het oordeel dat onrechtmatig is gehandeld. Er zijn op het gebied van het voorwaardecriterium (inclusief de Wet financiering decentrale overheden en bijbehorende regelingen) en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium geen afwijkingen geconstateerd. Alleen op het gebied van de begrotingsrechtmatigheid is sprake van een grote overschrijding van de lasten. Deze afwijking wordt vooral veroorzaakt door de nieuwe cao die met terugwerkende kracht tot extra lasten in 2021 heeft geleid. Deze lastenoverschrijding kon niet vooraf aan het algemeen bestuur en de raden voorgelegd worden voor goedkeuring en wordt bovendien veroorzaakt door een extern besluit buiten de gemeenten en de gemeenschappelijke regeling en telt daarom in overeenstemming met het bestaande beleid / afspraken niet mee in de weging van onrechtmatigheden. Hier is niet in strijd met de afspraken met de raden en het algemeen bestuur gehandeld.

31

Evaluatie proefjaar rechtmatigheidsverantwoording In deze jaarrekening (het proefjaar) hebben we ervaring opgedaan met de nieuwe wet en de nieuwe systematiek. We hebben onze interne controle zodanig aangepast en uitgebreid dat we goed kunnen voldoen aan de nieuwe wet. De methodiek uit de huidige wet die wordt toegepast door de accountant wijkt echter aanzienlijk af van de methodiek in de nieuwe wet die wordt toegepast door het dagelijks bestuur. In de oude wetgeving keek de accountant naar afwijkingen van de begroting en rapporteerde alleen afwijkingen die na onderzoek in strijd met de afspraken met de gemeenteraad of het algemeen bestuur (= dus onrechtmatig) bleken te zijn. In de nieuwe wetgeving is dit anders. Alle afwijkingen boven de rapportagegrens zijn onrechtmatig en dienen gerapporteerd en verklaard te worden. Hierdoor ontstaat een afwijkend beeld tussen de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur en de controleverklaring van de accountant. Het verschil wordt dit jaar vooral verklaard door de overschrijding van de begroting als gevolg van de nieuwe cao. In de huidige (tot en met 2021 geldende) systematiek wordt deze afwijking door de accountant als niet onrechtmatig gewogen, terwijl deze in de nieuwe systematiek in de rechtmatigheidsverantwoording wel als formeel onrechtmatig wordt opgenomen.

Vervolgens wordt daarna toegelicht dat in formele zin de begroting is overschreden, maar dat de afwijking wel past binnen het beleid van en afspraken met het algemeen bestuur en de gemeenteraden. Daarmee is wel het risico aanwezig dat de nieuwe wet (helaas) tot extra ambtelijke en bestuurlijke inspanning leidt, die de wet juist beoogde te verminderen.

32

B.

Jaarrekening 2021 gemeenschappelijke regeling BAR

33

3.1 Balans

34

35

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (oftewel het BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten en regels voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie staan. Algemene grondslagen  De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.  De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.  Gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die bekend worden na het opmaken van de jaarrekening en die nadere, voor het inzicht van het algemeen bestuur onontbeerlijke, informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, worden in de jaarrekening verwerkt tot aan het moment van vaststelling van de jaarrekening. Het gaat dan om gebeurtenissen met materiële bedragen ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten.  Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.  Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans  Investeringen (activa) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht en in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven gedurende de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.

 Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.  (Met ingang van het boekjaar 2017 worden investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut - net als investeringen met een economisch nut - geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur wordt afgeschreven.)  De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.  Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen.  Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting, c.q. het voorzienbare verlies.  Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer.  De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

36

Onze GR BAR heeft een Nota activabeleid 2015 die op 15 december 2015 is vastgesteld. Er wordt gestart met afschrijven op 1 januari van het jaar volgend op het jaar dat het actief in gebruik is genomen. In de Nota zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Omschrijving activa

Afschrijvingstermijn

Investeringen met een economisch nut Gebouwen Telefooncentrales

5

Vervoermiddelen Traktoren

15

Vrachtwagens

8

Reinigingsophaalwagens

8

Veegwagens

8

Aanhangwagens

8

Personenwagens

8

Overige gemeentelijke bedrijfswagens

8

Onderhoudsmaterieel

5

Machines, apparaten en installaties Borstelmachines, sneeuwblazers, schuivers

10

Automatiseringsapparatuur

4

Gereedschap

10

Software

5

Software basisadministratie, bijv Key2,GBA

5

Netwerk en bekabeling

4

Audio-visuele middelen

4

Overige tele-communicatieapparatuur

5

Overige materiële vaste activa Inventaris / Meubilair / Stoffering

10

Immateriële vaste avtiva Kosten van onderzoek en ontwikkeling

5

37

3.2 Toelichting op de balans ACTIVA 1. Vaste activa Materiële vaste activa Boekwaarde

Omschrijving

31-12-2020

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Bijdragen van Afwaardering derden

Boekwaarde 31-12-2021

Materiële vaste activa met economisch nut Gebouwen

802.700

-

2.720.100

557.900

302.300

16.800

Overige materiële activa

2.063.600

836.100

TOTAAL

5.888.700

1.410.800

Machines, apparaten, installaties Vervoermiddelen

2.

-

75.700

-

-

727.000

953.000

-

-

2.325.000

78.300

-

-

240.800

582.800

147.000

-

2.169.900

1.689.800

147.000

-

5.462.700

Vlottende activa

Uitzettingen met rente-typische looptijd korter dan één jaar Deze uitzettingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, namelijk vorderingen op openbare lichamen, uitzettingen in ’s Rijks schatkist en overige vorderingen. In onderstaande tabel is een specificatie weergegeven met daaronder een toelichting. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

saldo 31-12-2020

mutaties

saldo 31-12-2021

Vorderingen op openbare lichamen: -

Verrekening met gemeenten

269.900

-86.200

183.700

-

Overige semi overheid

30.400

43.200

73.600

300.300

-43.000

257.300

6.440.000

-1.942.600

4.497.400

126.600

-1.500

125.100

6.866.900

-1.987.100

4.879.800

Vorderingen op openbare lichamen

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

Totaal

Vorderingen op openbare lichamen Deze vorderingen hebben betrekking op vorderingen op openbare lichamen. Eind 2021 bedraagt deze post € 257.300. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Op 31 december 2021 is een bedrag van € 4.497.400 gestald in ’s Rijks schatkist. Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen privaatrechtelijke debiteuren. Eind 2021 is het saldo € 125.100. Schatkistbankieren Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. 38

Hieronder volgt een overzicht waaruit het totaal aan middelen is opgenomen dat per kwartaal buiten de schatkist is aangehouden. Het drempelbedrag is daarbij in geen enkel kwartaal overschreden. Drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal 2021

74.250.400

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage jan t/m juni

0,75%

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage juli t/m dec

2,00%

Drempelbedrag januari t/m juni

556.878

Drempelbedrag juli t/m december

1.485.008

Afwijking t.o.v. drempelbedrag *) 1e kwartaal

-327.505

2e kwartaal

-337.014

3e kwartaal

-1.252.090

4e kwartaal

-1.257.702

*) Een positief bedrag betekent dat het gemiddelde saldo op de rekening courant hoger was dan het drempelbedrag. Bij een negatief bedrag is onder het drempelbedrag gebleven. Dat laatste is voor alle kwartalen het geval geweest.

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de banksaldi die als volgt zijn opgebouwd: Liquide middelen

saldo 31-12-2020

Rabobank BAR-Organisatie Rabobank BAR-Organisatie Ideal Totaal

saldo 31-12-2021

mutatie

144.000

106.000

250.000

800

3.800

4.600

144.800

109.800

254.600

Overlopende activa saldo 31-12-2020

Overlopende activa A. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek doel.

mutatie

saldo 31-12-2021

498.100

384.300

882.400

- Nog te ontvangen bedragen

455.200

620.000

1.075.200

- Vooruitbetaalde bedragen

505.100

-24.200

480.900

- VPB betaalrekening

15.000

15.500

30.500

- Tussenrekening salarissen

22.000

-22.000

-

1.495.400

973.600

2.469.000

toevoegingen

ontvangen bedragen

B. overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

Totaal

ad. A.

saldo 31-12-2020

saldo 31-12-2021

EU: Europees Sociaal fonds met betrekking op re-integratie

498.100

384.300

-

882.400

Totaal

498.100

384.300

-

882.400

39

In het saldo van de Nog te ontvangen bedragen zit de eindafrekening ad € 603.400 van de coronakosten die is doorbelast aan Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Ook zijn er personeelslasten ad € 310.600 voor maatwerk duurzaamheid doorberekend aan de drie gemeenten.

PASSIVA 3. Vaste passiva Eigen vermogen Onze GR BAR heeft per 31 december 2021 geen reserves. Voorzieningen Voorzieningen

saldo 31-12-2020

toevoegingen

t.g.v. rekening

aanwending

saldo 31-12-2021

Voorziening afvloeiing personeelsbestand

268.500

53.800

-128.200

-60.300

133.800

Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden

-

185.500

-

-

185.500

Totaal

268.500

239.300

-128.200

-60.300

319.300

Met een aantal medewerkers zijn afspraken gemaakt in het kader van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en over begeleide uitdiensttreding. Voor beide is een voorziening gevormd. De financiële gevolgen moeten op grond van de boekhoudvoorschriften (het BBV) in één keer ten laste van het dienstjaar komen waarin de afspraken worden gemaakt. Dit gebeurt in 2021 door het toevoegen van een bedrag van € 53.800 aan de voorziening afvloeiing personeelsbestand en een toevoeging van € 185.500 aan de voorziening RVU. Dit ter dekking van de financiële gevolgen voor de komende jaren van de nieuw gemaakte afspraken in 2021. Die uitgaven zullen nog een aantal jaren doorlopen. Er is voor € 60.300 over de voorziening afvloeiing personeelsbestand beschikt voor de uitgaven die ten laste van 2021 zijn gekomen. Doordat een aantal medewerkers inmiddels een nieuwe baan heeft gevonden zijn de WWverplichtingen voor hen komen te vervallen. Hierdoor kan een bedrag van € 128.200 vrijvallen vanuit de voorziening afvloeiing personeelsbestand. Vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn voor de overdacht van de vaste activa van de gemeenten naar de GR BAR geldleningen afgesloten met de deelnemende gemeenten. Zie hiervoor ook de toelichting in de paragraaf Financiering.

Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

saldo 31-12-2020

mutatie

saldo 31-12-2021

Rente

Onderhandse leningen van: Openbare lichamen - Gemeente Barendrecht

42.900

-11.700

31.200

1.300

- Gemeente Albrandswaard

70.700

-26.800

43.900

2.900

- Gemeente Ridderkerk

42.700

-33.900

8.800

1.800

Totaal

156.300

-72.400

83.900

6.000

40

4.

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

saldo 31-12-2020

mutatie

saldo 31-12-2021

Overige schulden: Verrekening met gemeenten

37.300

150.400

187.700

Overige semi overheid

7.261.300

33.100

7.294.400

Overige crediteuren

1.915.900

-6.700

1.909.200

Totaal

9.214.500

176.800

9.391.300

Overlopende passiva Overlopende passiva Nog te betalen bedragen Af te dragen premies Voorschotten salarissen Vooruit ontvangen Subreg. Samenwerking (Expl.509050) Totaal

saldo 31-12-2020

saldo 31-12-2021

mutatie

3.734.600

-1.348.300

2.386.300

823.000

61.500

884.500

600

200

800

198.300

-198.300

-

4.756.500

-1.484.900

3.271.600

In het saldo van de Nog te betalen bedragen valt dit jaar een bijzondere post op. Dat betreft het bedrag van € 1.239.000 dat is opgenomen voor de financiële gevolgen voor 2021 van de nieuwe cao.

41

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Contracten * Multifunctionals Voor de multifunctionals - inclusief repromachine - is na een Europese aanbesteding een contract met OSN Nederland afgesloten. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en de einddatum is 31 januari 2024, met een optie tot verlenging van twee maal twaalf maanden. De in de begroting opgenomen kosten voor dit contract bedragen € 68.000 en omvat afdrukkosten, huur inclusief onderhoud en het oplossen van storingen, losse bestellingen en eventuele kosten van reparatiewerkzaamheden die buiten het contract vallen. Onder het totale budget voor kantoormachines, dat hoger is dan dit contract, vallen ook de contracten voor de frankeermachine, couverteermachines en plotters. * Drankenautomaten Voor de drankenautomaten heeft in 2017 een Europese aanbesteding plaatsgevonden en is een contract met Pelican Rouge (inmiddels Selecta) afgesloten. Het contract is gestart op 1 augustus 2017 en eindigt van rechtswege op 31 juli 2022, met een optie tot verlengen van twee maal twaalf maanden. Het gaat om een full service contract waarbij een vaste, integrale consumptieprijs per tik is afgesproken. Het totaalbudget voor dit account is € 150.000 per jaar.

* Operationele lease voertuigen en materieel buitendienst Na een Europese aanbestedingsprocedure is in februari 2019 een raamovereenkomst door onze GR BAR en Volkswagen Pon Financial Services getekend. De overeenkomst betreft “Operationele lease voertuigen en Operationele lease voertuigen en materieel”. Met dit contract kon de GR BAR voor wat betreft de vervanging van het wagenpark efficiënt en effectief inspelen op de verduurzaming hiervan. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en heeft als einddatum 31 januari 2023, met een optie tot verlenging van tweemaal één jaar. De transitie van eigen beheer naar lease vindt in vijf jaren plaats. De in de begroting opgenomen contractwaarde gedurende de duur van het contract, inclusief verlengingen, loopt per jaar gefaseerd op van € 598.300 naar € 1.077.700. * Onderhoudscontract software Centric via de softwarebroker SoftwareOne. De applicaties van Centric worden ingezet bij tal van processen om een goede dienstverlening aan de burgers te ondersteunen. Voorbeelden zijn de diverse applicaties op het gebied van het Sociaal Domein, de financiële administratie, Burgerzaken, Informatiebeheer en Vergunningen. Hiervoor is een vijfjarige onderhoudsovereenkomst afgesloten voor de periode 2022 - 2026 via de softwarebroker SoftwareOne.

Net als bij het vorige contract blijft het mogelijk modules af te stoten en nieuwe op te nemen, want deze modules ondersteunen de uitvoering van wettelijke taken en die wijzigen steeds. De onderhoudskosten gedurende het eerste contractjaar 2022 bedragen € 626.100. Vennootschapsbelasting Onze GR BAR betaalt vennootschapsbelasting (Vpb) over de winst die met ondernemingsactiviteiten wordt behaald. Tot en met 2020 zijn definitieve aangiften vennootschapsbelasting ingediend. Op dit moment hebben we van de Belastingdienst de definitieve aanslagen tot en met 2019 ontvangen. Deze zijn conform de ingediende aangiften vastgesteld en zijn daarmee ook conform de daarbij gehanteerde standpunten. Voor het belastingjaar 2021 wordt in de loop van het jaar 2022 de aangifte opgesteld en ingestuurd. Hier liggen immers de werkelijke cijfers over het jaar 2021 aan ten grondslag. De Vpb-last 2021 wordt ingeschat op € 1.400 en dit is verwerkt in deze jaarrekening. De verwachting is verder dat de Belastingdienst de aanslag Vpb 2020 ook conform de aangifte zal vaststellen. Voor het jaar 2021 moeten de berekeningen nog definitief worden gemaakt en moet de 42

definitieve aangifte nog worden ingediend. Hier kunnen nog financiële correcties uit voortvloeien, maar die zullen naar de mening van onze GR BAR niet materieel zijn. Afwikkeling lopende geschillen Op het moment van opstellen van deze jaarrekening lopen er geen geschillen. Herwaardering managementfuncties BAR2020 In november 2021 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met een herwaardering van de managementfuncties van onze GR BAR. De gevolgen van een eventuele herwaardering zullen met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 ingaan. De opdracht voor de herwaardering is begin 2022 verstrekt aan een externe partij. De verwachting is dat de financiële effecten over 2021 pas rond de zomer van 2022 bekend zullen zijn.

43

3.3 Overzicht van baten en lasten 2021 Omschrijving programma Programma Bedrijfsvoering Gerealiseerde kosten Overhead Vennootschapsbelasting Bijdrage deelnemende gemeenten Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

1.405.100

-38.262.700

-36.857.600

482.500

-43.509.800

-43.027.300

1.195.600

-43.383.800

-42.188.200

881.200

-38.253.000

-37.371.800

435.200

-39.245.700

-38.810.500

776.300

-40.542.300

-39.766.000

-

-21.000

-21.000

-

-6.500

-6.500

-

3.800

3.800

74.250.400

81.844.300

81.844.300

81.950.400

-

81.950.400

74.250.400

Realisatie begrotingsjaar

76.536.700

-76.536.700

-

82.762.000

-82.762.000

-

83.922.300

-83.922.300

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

44

3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten In het vorige onderdeel 3.3 is dit jaar voor het eerst het Overzicht van baten en lasten exact opgenomen zoals dat is voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Hieronder volgt het overzicht zoals dat voorheen was opgenomen in de jaarstukken waarin de baten en lasten zijn gerubriceerd naar kostencategorieën en een kolom verschil is opgenomen.

Rekeningsaldo 2021 Het resultaat van de GR BAR over 2021 is € 345.500 positief. In dat saldo zit begrepen het voorschot dat op de afrekening van het rekeningsaldo is genomen doordat de in 2021 voor corona gemaakte kosten al op voorhand naar de gemeenten zijn 45

doorberekend. Zie ook de toelichting bij het onderdeel Bijdragen deelnemende gemeenten op bladzijde 51. De totale begrote bijdrage van de deelnemende gemeenten bedraagt € 79.531.900. De werkelijke lasten 2021 voor de GR BAR zijn per saldo € 79.186.400. Het rekeningoverschot 2021 ad € 345.500 is vervolgens via de bijdragen verrekend met de gemeenten, c.q. de gemeenten hebben geld teruggekregen. Dit gebeurt in het dienstjaar 2021. Dit is verwerkt in het Overzicht van baten en lasten waardoor het overzicht in 2021 sluit op € 0. Zes jaaroverschrijdende projecten In het rekeningsaldo zitten de naar het jaar 2022 overlopende bedragen bij zes jaaroverschrijdende projecten verwerkt. Dit zijn incidentele budgetten die op het eind van het jaar tegen de verwachting in niet of nog niet geheel zijn afgerond waardoor het budget doorschuift naar het volgende begrotingsjaar. De gemeenteraden hebben voor deze incidentele projecten middelen beschikbaar gesteld. De afspraak is dat onze GR BAR geen budget mag doorschuiven naar volgende jaren. Het rekeningsaldo wordt ieder jaar verrekend met de gemeenten / de gemeentelijke bijdragen. Met de verrekening van het rekeningsaldo gaan de naar het jaar 2022 overlopende bedragen bij de jaaroverschrijdende projecten ook naar de gemeenten.

Om het mogelijk te maken de al eerder beschikbaar gestelde budgetten ook in 2022 te kunnen gebruiken verzoeken wij de drie gemeenten om bij hun jaarrekeningen via de resultaatbestemming deze zes overlopende bedragen door te schuiven naar 2022 en in 2022 opnieuw ter beschikking te stellen aan onze GR BAR. Dat gebeurt dan in de 1e tussenrapportages 2022 van de gemeenten en de GR BAR. Het gaat dit jaar om de volgende budgetten: 1. Implementatie Omgevingswet: overloop naar het jaar 2022 € 524.200. In 2021 was een budget beschikbaar van € 577.300. Het overschot is vooral een gevolg van het door de rijksoverheid in 2020 bepaalde uitstel van de invoeringsdatum van de wet naar 1 juli 2022. Dit werd veroorzaakt door de onzekerheden rondom de ontwikkelingen van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO, een landelijke voorziening). Hierdoor schuiven voor 2021 geplande activiteiten en uitgaven door naar 2022. Het uitstel brengt ook voor een langere periode programmabegeleidingskosten met zich mee. Het budget zal in 2022 ook worden ingezet om als organisatie gesteld te staan voor de Omgevingswet, met name voor het taakgebied Milieu. Het jaar 2021 is gebruikt om zorgvuldig in beeld te brengen op welke onderwerpen acties nodig zijn om milieuonderwerpen te kunnen implementeren in de verschillende instrumenten.

Omdat in de verschillende wetsinstrumenten rond de Omgevingswet vaak nog lang onduidelijkheid was over milieuonderwerpen kon dit pas in 2021 goed in beeld gebracht worden. Op 24 februari 2022 heeft de rijksoverheid aangegeven dat de invoering van de Omgevingswet opnieuw wordt uitgesteld en wel tot 1 januari 2023. Volgens de minister biedt het uitstel ruimte aan alle betrokken partijen om nog goed te kunnen oefenen met het nieuwe digitale systeem en de nieuwe procedures. Dit uitstel heeft vooralsnog geen gevolgen voor het budget implementatie omgevingswet. Er wordt doorgegaan met de voorbereidingen voor de implementatie van de wet, waaronder de aanschaf van software en het tijdig oefenen hiermee. 46

2.

Optimalisatie fiscale beheersing 2021 - 2022: overloop naar het jaar 2022 € 75.000 In 2021 was een budget beschikbaar van € 95.000. In het traject naar een nieuw Horizontaal Toezicht-convenant met de Belastingdienst gelden meerdere stappen. Voor al deze stappen heeft onze GR BAR een uitvoeringsbudget voor de jaren 2021 en 2022. Door het later beschikbaar komen van ‘best practices’ Doorontwikkeling Horizontaal Toezicht (DHT) van de Belastingdienst schuift een groot deel van de werkzaamheden en daarmee ook een deel van het uitvoeringsbudget voor 2021 door naar 2022. Deze ‘best practices’ DHT zouden eind 1e kwartaal 2021 beschikbaar komen maar dat is 13 januari 2022 geworden. Aangezien wij de ‘best practices’ zo optimaal mogelijk willen gebruiken moesten onderdelen van het traject getemporiseerd worden. De Belastingdienst heeft inmiddels aangegeven dat de realisatieperiode voor DHT met 1 jaar wordt verlengd van eind 2022 naar eind 2023. Om de 8 stappen volledig te kunnen doorlopen is het noodzakelijk dat het restantbudget 2021 doorschuift naar 2022. In het jaar 2021 zijn de stappen 1: Fiscale audit/ self assessment en 2: Vaststellen fiscaal statuut door gemeenten volledig afgerond. Stap 3: Risico-analyse BAR met actielijst zal eind 1e kwartaal 2022 worden opgeleverd.

De stappen 4 tot en met 8 (vanaf Implementatie beheersmaatregelen tot en met Optioneel afsluiten nieuw convenant doorontwikkeling HT) volgen vanaf het 2e kwartaal 2022. Eventuele structurele kosten voor de borging van het nieuwe HT worden in een later stadium bekend en zullen dan worden meegenomen in de P&C cyclus.

3. Project digitaliseren bouwdossiers: overloop naar het jaar 2022 € 210.000 In 2021 was een budget beschikbaar van € 210.000. De Europese aanbesteding van dit project was dusdanig complex dat het een groot deel van het jaar 2021 in beslag heeft genomen. Op 4 november 2021 heeft de definitieve gunning plaats gevonden. Daarbij is een vast budget van € 200.000 afgesproken. De eerste, verkennende werkzaamheden zijn gestart op 15 november 2021. Voordat begonnen kan worden moeten leverancier en GR BAR een proces inrichten en werkzaamheden voorbereiden. De daadwerkelijke werkzaamheden zijn gestart op 13 januari. Op die dag heeft het eerste transport van bouwdossiers naar de leverancier plaats gevonden. De eerste teruglevering wordt half maart 2022 verwacht. Naar verwachting zal het project 31 december 2022 zijn afgerond. Afgesproken is dat dat de leverancier na elke oplevering van 60 meter analoge dossiers een factuur mag sturen. Verzocht wordt het hele bedrag van het oorspronkelijke budget van € 210.000 te mogen doorschuiven zodat er wat ruimte is mochten aanvullende opdrachten nodig blijken. 4. Uitvoeringsplan Informatieveiligheid en Privacy (I&P): overloop naar het jaar 2022 € 60.500 In 2021 was een budget beschikbaar van € 200.000. Vanuit het Uitvoeringsplan I&P zijn 3 projecten gestart die doorlopen tot in 2022.

Het breed onderzoek zelf is afgerond, de volgende fase is het uitwerken van de vervolgstappen. Daarnaast is een pilotproject gestart bij het cluster Maatschappij. Hiervoor worden een kwaliteitsmedewerker, een applicatiebeheerder en een projectleider ingehuurd. De werkzaamheden zijn pas na de zomer gestart en waren eind 2021 niet afgerond. Voor de inrichting van de monitoring en logging aan de automatiseringskant bij het implementeren van het 8 punten security plan moet een aantal stappen nog worden gezet in 2022. Voor deze stappen is voor de voorbereiding en de implementatie inzet van externe specialisten nodig. 47

5. a. Woonzorgopgave Barendrecht: overloop naar het jaar 2022 € 13.300 In 2021 was een budget beschikbaar van € 57.800. b. Woonzorgopgave Albrandswaard: overloop naar het jaar 2022 € 6.700 In 2021 was een budget beschikbaar van € 30.000. c. Woonzorgopgave Ridderkerk: overloop naar het jaar 2022 € 12.700 In 2021 was een budget beschikbaar van € 55.200. De trajecten voor het opstellen van de woonzorgvisies voor de drie gemeenten zijn in september 2021 pas echt van start gegaan met het in beeld brengen van de woonzorgopgaven. Deze zijn inmiddels in beeld. De trajecten lopen door tot in 2022. In samenwerking met onze externe partners zal worden bepaald wat voor de komende jaren het gezamenlijk actieplan wordt en op welke wijze hier door de verschillende partijen vorm aan wordt gegeven. De nog resterende middelen zullen in 2022 worden ingezet voor extern advies en begeleiding, de organisatie van bijeenkomsten met externe partners, het vormgeven van de op te leveren eindproducten en het faciliteren van een periodiek overleg wonen en zorg met alle betrokken externe partners. 6. Uitvoeringskosten Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo): overloop naar het jaar 2022 € 226.200 Ten tijde van de COVID-19 maatregelen heeft het Rijk de gemeenten middelen gegeven voor de uitvoering van diverse maatregelen.

De uitvoering van de Tozo-regeling is niet gebonden aan de periode waarover de Tozo-regeling heeft gegolden. Ook in de periode daarna zijn diverse werkzaamheden noodzakelijk om de regeling goed te kunnen afronden. Dit betreft extra werkzaamheden bij de teams van de Uitkeringsadministratie (zoals herberekeningen, verwerkingen en vragen over belastingen) en het team Inkomen en Poort. Daarnaast hebben in de periode van maatregelen diverse verstrekkingen plaatsgevonden waar de medewerkers van terugvordering en verhaal in 2022 en mogelijk 2023 ook nog werk aan hebben. Naast deze doorlopende werkzaamheden is het nog onzeker hoe de toekomst er qua maatregelen uit gaat zien. De kans is aanwezig dat onze lokale ondernemers een beroep doen op onze steun. Om die onzekerheid het hoofd te bieden en snel te kunnen handelen en vanwege de werkzaamheden die voor het jaar 2022 voortvloeien uit de Tozo-regeling, wordt verzocht het onbenutte budget 2021 van het Rijk voor het jaar 2022 beschikbaar te houden. Verrekenen (teruggeven) overschotten jaaroverschrijdende projecten met gemeenten De naar het jaar 2022 overlopende bedragen bij de jaaroverschrijdende projecten worden in principe volgens de procentuele verdeelsleutel voor het standaardwerk verrekend met de gemeenten: Barendrecht 38,95%, Albrandswaard 20,34% en Ridderkerk 40,71%.

Maar als bij het beschikbaar stellen van het budget een andere verdeelsleutel is gehanteerd wordt die afwijkende verdeelsleutel gebruikt. Nadere toelichting rekeningsaldo Het rekeningsaldo over 2021 bedraagt € 345.500 positief. Het is voor de transparantie en een volledig inzicht van belang om daar de volgende drie aspecten bij te betrekken. De naar het jaar 2022 overlopende bedragen bij de jaaroverschrijdende projecten tellen dit jaar op tot € 1.128.600. Onze GR BAR gaat de gemeenten verzoeken deze naar het jaar 2022 overlopende bedragen voor nog niet uitgevoerde werkzaamheden in hun jaarrekeningen door te schuiven en het in 2022 te mogen besteden (waarbij de gemeenten het geld dus weer ter beschikking van onze GR 48

BAR stellen). Hier tegenover staat dat de GR BAR nog € 1.239.100 tegoed heeft van de drie gemeenten vanwege nog niet verrekende cao-gevolgen over 2021. Hierin is een bedrag van € 340.000 opgenomen als onkostenvergoeding gerelateerd aan corona. Dit kon namelijk niet volledig gedekt worden uit de onderschrijding bij de post Reiskostenvergoedingen. Hiermee rekening houdend bedraagt het rekeningsaldo nader geanalyseerd: 345.500 - 1.128.600 + 1.239.100 - 340.000 = € 116.000 positief. Toelichting per kostensoort V = voordeel / N = nadeel

Bedrag

V/N

Salariskosten (inclusief inhuur) € -2.290.200 N De salariskosten betreffen de loonkosten, vacatureruimte, beloningsdifferentiatie, ambtsjubilea, kosten woon-werkverkeer / dienstreizen en inhuur derden. Het betreft het saldo van flink wat begrotingsposten, namelijk die van alle clusters en teams. Dit jaar is hier een nadeel van € 2.290.200. De belangrijkste oorzaak van dit nadeel is de nieuw afgesloten cao. Alhoewel de cao pas op 27 januari 2022 verbindend is geworden moeten op grond van de boekhoudvoorschriften (het BBV) de financiële gevolgen voor 2021 in deze rekening worden meegenomen. Dat gaat in totaal om € 1.239.100 en het betreft: - een eenmalige vergoeding van € 900 bruto per medewerker - een corona-onkostenvergoeding van € 300 bruto per medewerker - een salarisverhoging van 1,5% per 1 december 2021. De corona-onkostenvergoeding van € 300 kon niet volledig gedekt worden uit de onderschrijding op de post Reiskostenvergoedingen. Er is van de gemeenten nog geen compensatie ontvangen voor de nieuwe cao, c.q. in de begroting van de GR BAR zijn de gemeentelijke bijdragen hiervoor nog niet verhoogd. In het nadeel zitten niet begrote corona-uitgaven tot een bedrag van € 258.400 voor het inlenen van personeel. Dit zijn uitgaven die bekend zijn geworden na het opstellen van de 2e tussenrapportage 2021.

Bij Concerncontrol heeft extra inhuur plaats gevonden tot een bedrag van € 220.000 voor: - een interim concerncontroller, - het procesmanagement en - de rechtmatigheidsverantwoording nieuwe stijl die met ingang van het boekjaar 2022 zal ingaan, maar waarvoor deze rekening 2021 al als proef is gebruikt. Na de introductie van die nieuwe rechtmatigheidsverantwoording zal de accountant niet langer meer een verklaring voor de rechtmatigheid afgeven in zijn accountantsverklaring bij de jaarrekening, maar moet het DB hierover verantwoording afleggen in de jaarrekening. De laatste grote oorzaak van het tekort is gelegen in de formatieve wijzigingen door de organisatiewijziging BAR 2020. Dit betreft de introductie van teamleiders die leiding geven aan teams van 8-16 medewerkers. Die beweging heeft geleid tot een vermindering van de operationele capaciteit omdat de teamleiders een deel van hun tijd zijn gaan besteden aan coördineren en leiding geven. Dit gaat om 18,25 extra fte en dit is inmiddels gecompenseerd. De extra uitgaven ad € 780.000 zijn opgenomen in de begroting 2021. Hierbij is afgesproken dat dit wordt opgevangen binnen de reguliere begroting van onze GR BAR. Hier wordt gedurende een aantal jaren gefaseerd naar toegewerkt en van die taakstelling is in 2021 € 122.600 gerealiseerd.

49

Het voordeel van € 473.400 aan de batenkant wordt veroorzaakt door niet begrote vergoedingen voor uitgeleend en gedetacheerd personeel. Opleidingen € 162.400 Het budget voor opleiding en ontwikkeling is niet volledig benut omdat geplande activiteiten/trainingen vanwege de beperkende coronamaatregelen niet door konden gaan. Dit heeft invloed gehad op de besteding van zowel het centraal opleidingsbudget als de opleidingsbudgetten op team- en clusterniveau.

V

Overige personeelslasten € 31.100 V De overige personeelslasten bestaan onder meer uit de budgetten voor werving en selectie, arboen verzuimbegeleiding, personeels- en salarisadministratie (PSA) en HRM-systemen, jubilea en recepties, introductiedagen, dienstkleding en de zogeheten Werkkostenregeling. Onder de werkkostenregeling vallen kosten zoals representatie, bindingsdagen, werklunches, bedrijfskantine, contributie vakvereniging, bijdrage personeelsvereniging en maaltijdvergoedingen. Er zijn geen bijzondere afwijkingen. Huisvestingskosten € 4.000 V Onze GR BAR maakt om niet gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). De huisvestingskosten in de BAR-begroting betreffen de kapitaallasten voor een verbouwing van gemeentewerf de Londen - die ten behoeve van alle drie de gemeenten is gedaan - en budget voor klein onderhoud. Er zijn geen bijzondere afwijkingen. ICT € -83.700 N In 2021 zijn, na overleg met het dagelijks bestuur, extra kosten gemaakt voor het bestrijden van cybercriminaliteit. In zijn algemeenheid kan bij deze post ook nog worden gemeld dat de indexering die onze GR BAR hanteert achterblijft bij de prijsstijgingen bij de leveranciers. Wagenpark incl. gereedschap/machines € 145.400 Het voordeel van € 145.400 wordt veroorzaakt door een overschot bij de post lease / inhuur wagenpark.

V

Na een lange aanbestedingsprocedure werd voor de lease van het wagenpark van de buitendienst begin 2019 een contract afgesloten. De transitie van eigen beheer naar lease zou in 5 jaar plaatsvinden. Al gelijk in het begin trad er vertraging op door onder meer de tijd die de bestuurlijke besluitvorming in beslag nam en langere levertijden. Vervolgens zorgde de coronacrisis er voor dat fabrieken en toeleverende bedrijven stil kwamen te liggen waardoor extra stagnatie optrad bij bestellingen en levertijden. Eind 2021 staan er nog 7 voertuigen, 2 strooimachines en 2 landbouwwerktuigen in bestelling. Dit materieel wordt in het 1e en 3e kwartaal van 2022 geleverd. Hiermee wordt de ontstane vertraging in de overgang van eigen beheer naar lease nagenoeg ingelopen. In 2021 is er nog een overschot van € 178.400 op het voor de lease van het wagenpark beschikbare budget van € 844.000.

50

Vennootschapsbelasting € 10.300 V Hier is een voordeel van € 10.300. Voor een toelichting wordt verwezen naar onderdeel 3.8 Heffing vennootschapsbelasting (bladzijde 61). Overige bedrijfsvoering € 1.914.600 De overige kosten voor bedrijfsvoering hebben betrekking op abonnementen, contributies, vakliteratuur, accountantskosten, advieskosten, algemene kosten, algemene opbrengsten, onderhoud, bedrijfshulpverlening, ondernemingsraad, portokosten, verzekeringskosten, kantoorbenodigdheden, schoonmaak en sommige kapitaallasten. Onder dit onderdeel valt een groot aantal posten en er zijn dus vele (kleine) plussen en minnen.

V

De volgende posten vallen op:  Bij het budget voor de Implementatie van de Omgevingswet blijft € 524.200 over. Zie de toelichting bij het overzicht jaaroverschrijdende projecten bladzijde 46.  Bij het budget Digitaliseren bouwdossiers blijft € 210.000 over. Zie de toelichting bij het overzicht jaaroverschrijdende projecten bladzijde 47.  Bij de posten Huur koffieapparaten en Kantoorbenodigdheden zijn voordelen ontstaan van respectievelijk € 68.900 en € 31.200 die worden veroorzaakt door het thuiswerken.  Op 30 november 2021 is via het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de arbeidsmarktregio Rijnmond met terugwerkende kracht een beschikking ontvangen voor een subsidie van het Europees Sociaal fonds voor het project “Re-integratie en arbeidsinpassing Rijnmond 20-22”. Het betreft de periode 2020-2022. Voor de jaren 2020 en 2021 is een inschatting gemaakt van de door onze GR BAR te ontvangen bedragen: 2020 € 183.800 2021 - 200.500 Totaal € 384.300 Het laatste bedrag is als bate opgenomen in deze rekening.  Er is een eenmalig voordeel van € 241.000 bij de kapitaallasten. Dat wordt veroorzaakt door de zogeheten onderuitputting bij de investeringen. Een deel van de begrote investeringen wordt niet uitgegeven omdat de uitvoering vertraging oploopt. Dat levert een eenmalig voordeel op bij de kapitaallasten.

 Er is een voorziening afvloeiing personeelsbestand voor de verwerking van de financiële gevolgen van gemaakte afspraken met medewerkers over begeleide uitdiensttreding. Aan deze voorziening is in 2021 € 53.800 toegevoegd om aan toekomstige nieuwe verplichtingen te kunnen voldoen. Er is voor € 60.300 over de voorziening beschikt voor de uitgaven die ten laste van 2021 zijn gekomen. En er is € 128.200 vrijgevallen na het vinden van een nieuwe betrekking en omdat de geschatte verlichtingen te hoog waren.  Er is een voorziening Regeling Vervroegd Uitreden (RVU) gevormd. Met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 is de wet “Bedrag ineens, RVU en verlofsparen in werking getreden. In de jaren 2021 tot en met 2025 kan de werkgever aan werknemers, die zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd en die niet in staat zijn gezond werkend de AOW-leeftijd te bereiken, de mogelijkheid bieden eerder te stoppen met werken. Aan deze voorziening is in 2021 € 185.500 toegevoegd om aan toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Bijdragen deelnemende gemeenten - coronakosten 451.600 V Hier is een voordeel van € 451.600. Normaal gesproken is het saldo bij de gemeentelijke bijdragen altijd 0 omdat naar de gemeenten 51

toe gefactureerd wordt wat hier in de BAR-begroting voor begroot is. En vervolgens wordt het rekeningsaldo met de gemeenten afgerekend. Maar deze keer is dat anders gegaan en dat komt door de coronakosten. In de 1e en 2e tussenrapportage 2021 is er € 2.312.400 begroot aan coronakosten. De werkelijke uitgaven zijn uitgekomen op € 2.764.000. Hoger dus dan de ramingen. De werkelijke uitgaven - inclusief die meerkosten ad € 451.600 - zijn op voorhand al aan de gemeenten gefactureerd. Hiermee is in feite een voorschot genomen op de afrekening van het rekeningsaldo. Dat vooruit factureren heeft plaatsgevonden omdat het rekeningsaldo van onze GR BAR met de gemeenten wordt verrekend op basis van de verdeelsleutel voor het standaardwerk terwijl bij de coronabudgetten in sommige gevallen afwijkende verdeelsleutels zijn gebruikt. COVID-19 (Corona) virus Het COVID-19 (corona) virus heeft financiële gevolgen gehad voor veel beleidsterreinen in de jaarrekening 2021. In de rekening zijn nadelen, maar ook voordelen opgenomen die direct te herleiden zijn naar de gevolgen van en maatregelen door het coronavirus. De coronacrisissituatie is beschouwd als een "Brandzaak" - een afwijking waar de GR BAR geen invloed op heeft - conform artikel 4 lid 5 van de Financiële regeling BAR-organisatie. Op basis hiervan heeft de directieraad diverse brandzaken benoemd.

In de zomer van 2021 is besloten anders met de corona-uitgaven om te gaan. Onze GR BAR had nog wel behoefte aan extra budgetten maar de noodzaak van het direct handelen was vanaf die periode niet meer aan de orde. Vanaf dat moment is de gewone procedure van budgetaanvragen via de reguliere P&C cyclus weer van kracht geworden voor de corona-uitgaven. Alle coronakosten zijn opgenomen in de 1e en 2e tussenrapportage 2021. Deze kosten zijn volledig doorberekend aan de gemeenten omdat de gemeenten de rijksvergoedingen ontvangen. Voor de coronakosten (brandzaken) is een aparte coronarapportage 2021 gemaakt die als bijlage bij deze jaarstukken is opgenomen. Naast deze brandzaken zitten er nog meer nadelen en voordelen veroorzaakt door corona verwerkt in het rekeningsaldo zoals u op meerdere plekken in deze rekening kunt lezen. Onze GR BAR heeft het hele jaar haar risico’s en die van haar partners gemonitord. De organisatie heeft geen risico gelopen voor de continuïteit. De liquiditeitspositie is goed bewaakt en indien nodig zijn maatregelen genomen om de taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te kunnen blijven uitvoeren. Daarbij komt dat de financiële impact voor onze GR BAR beperkt blijft omdat de inkomsten vrijwel volledig bestaan uit de gemeentelijke bijdragen en de gemeenten bijdragen in tekorten veroorzaakt door corona.

Bijdragen deelnemende gemeenten / verdeelsleutel De percentages van de gemeentelijke bijdragen aan de GR BAR voor het standaardwerk waren in eerste instantie gebaseerd op de bij de oprichting van onze GR BAR door de gemeenten ingebrachte budgetten per 1 januari 2014. Deze percentages worden jaarlijks per 1 januari geactualiseerd op basis van de stand van de begroting op dat moment. De percentages voor 2021 staan in onderstaande tabel. Barendrecht Bijdrage per gemeente

38,95%

Albrandswaard

Ridderkerk

Totaal

20,34%

40,71%

100,00%

52

Gewijzigde bijdragen op basis van de tussenrapportages In 2021 zijn twee tussentijdse rapportages opgesteld. In deze rapportages zijn voorstellen gedaan voor het ophogen en verlagen van enkele organisatiebudgetten. De begroting na wijziging bedraagt € 81.844.300. Ontwikkeling van gemeentelijke bijdrage Oorspronkelijke begroting 2021 Mutaties op basis van 2 tussenrapportages Bijdragen gemeenten: Coronakosten Begroting na wijziging

Barendrecht

Albrandswaard

Ridderkerk

Totaal

29.107.800

15.004.600

30.138.000

74.250.400

2.027.500

1.228.100

2.025.900

5.281.500

954.800

476.500

881.100

2.312.400

32.090.100

16.709.200

33.045.000

81.844.300

Als bijlage is een uitgebreidere versie van dit overzicht opgenomen waarin de mutaties van de tussenrapportages zijn uitgeschreven.

3.5 Verrekenen van standaard en maatwerk - rapportage 2021 Verrekenen in de GR BAR In de 'Notitie Verrekenen in de BAR-samenwerking' staan afspraken over de wijze van uren- en loonkostenverrekening tussen de drie gemeenten. Deze afspraken gaan hoofdzakelijk over:  de toerekening en verdeling van de financiële consequenties wanneer er meer/aanvullende diensten van onze GR BAR worden gevraagd en  over de onderlinge urenverrekening, uitgaande van wat initieel per gemeente is ingebracht. Standaard en maatwerk In de urenbesteding / -toerekening wordt onderscheid gemaakt tussen standaardwerk en maatwerk. Het standaardwerk wordt volgens een jaarlijks bepaalde verdeelsleutel naar rato van ingebracht budget verrekend en het maatwerk wordt aan de betreffende gemeenten in rekening gebracht. Daarbij worden de werkelijk bestede uren en bijbehorende loonkosten afgezet tegen wat was ingebracht voor dit maatwerk. Uren schrijven Om te bepalen in welke mate er voor de afzonderlijke gemeenten is gewerkt, is met ingang van 2014 het uren schrijven ingevoerd. Voor zes clusters is bepaald dat medewerkers hun bestede uren bijhouden in het tijdschrijfsysteem. Hun maatwerk kan variëren door specifieke werkzaamheden. Zo wordt in beeld gebracht of iemand uren heeft gemaakt voor een enkele gemeente of voor de GR BAR gezamenlijk.

Deze verdeling wordt vervolgens gebruikt bij de jaarlijkse afrekening tussen de gemeenten.

53

Urenverdeling 2021 januari tot en met december A. Te besteden uren Te besteden uren: standaard Cluster: A00 Directie A01 BBO Barendrecht A02 Regieteam Albrandsw. A03 BBO Ridderkerk A04 Strategie A05 Concern Control A06 Financiën CL01 Vastgoed CL02 Ontw. lfo en regio CL03 Ruimtelijke ontwikk. CL04 Veilig CL05 Uitvoering CL06 Voorbereiding & beh. CL07 Dienstverlening CL08 Ontw. Mens & Org. CL09 Facilitair CL10 Jur. Zkn en Inkoop CL11 Inform. & Automatis. CL12 Maatschappij 1 CL13 Maatschappij 2 CL14 Maatschappij 3 CL15 Maatschappij 0 TOTAAL in %

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/894/documents/31918