CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomenseffect rapportage Ridderkerk 2025.pdf

Commissie Samen leven RK 27 mei 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 12: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven9.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inkomenseffect Rapportage 2025 Gemeente Ridderkerk

Opdrachtgever Gemeente Ridderkerk Datum Februari 2025 Auteurs Jitske Kooistra – van der Wijk Maaike Bonnema KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 1 Samenvatting................................................................................................................................. 2 1. Introductie op de inkomenseffecten .......................................................................................... 3 1.1. Voorbeeldhuishoudens ....................................................................................................... 3 1.2. Totaal inkomen ................................................................................................................... 3 1.3. Totale uitgaven ................................................................................................................... 3 1.4. Impact van het gemeentelijke beleid .................................................................................. 4 1.5. Uitgangspunten ................................................................................................................... 6 1.6. Kanttekening ....................................................................................................................... 7 2. Inkomenseffecten ...................................................................................................................... 8 2.1.

Alleenstaande ..................................................................................................................... 8 2.2. Paar zonder kinderen ....................................................................................................... 10 2.3. Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar ........................................................ 11 2.4. Paar met kinderen van 8 en 13 jaar ................................................................................. 12 2.5. Alleenstaande AOW-leeftijd .............................................................................................. 14 2.6. Paar AOW-leeftijd ............................................................................................................. 15 2.7. Huishoudens met een langdurig minimuminkomen ......................................................... 16 3. Analyse van de resultaten ....................................................................................................... 17 3.1. Effect van de gemeentelijke regelingen op rondkomen ................................................... 17 3.2. Financiële effecten bij werkaanvaarding .......................................................................... 17 3.2.1. Effect van de inkomensstijging ten opzichte van de bijstand .................................... 18 3.2.2.

Effect van de inkomensstijging voor huishoudens die niet uit de bijstand komen ..... 19 3.3. Huishoudens met een langdurig minimuminkomen ......................................................... 19 3.4. Vergelijking inkomenseffecten 2024 - 2025 ...................................................................... 19 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 21 Bijlage 2. Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 22 Bijlage 3. Uitsplitsing gemeentelijke bijdragen ............................................................................ 28

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare inwoners die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om inwoners te stimuleren om zoveel mogelijk zelfstandig hun levensonderhoud te voorzien. Inwoners van de gemeente Ridderkerk met een laag inkomen kunnen van verschillende lokale – naast de landelijke – regelingen gebruikmaken. KWIZ voert jaarlijks een inkomenseffect rapportage uit om inzicht te geven in de actuele financiële positie van minimahuishoudens en in de mate waarin het huidige (lokale) beleid hieraan een bijdrage levert. Inkomenseffect Rapportage (IER) We berekenen voor zes voorbeeldhuishoudens met verschillende inkomensniveaus hoeveel zij maandelijks aan gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen kunnen ontvangen. Het gaat om inkomens van 100, 110, 120, 130 en 140 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), en voor langdurige minimahuishoudens. Meer specifiek gaat het om de effecten van het vergaren van meer inkomen (bijv. vanuit een bijstandssituatie). Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Vanuit verschillende bronnen stellen we daarnaast per huishoudtype een bedrag aan uitgaven vast. Waar mogelijk baseren wij de uitgaven op lokale tarieven.

Ten slotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Opzet rapportage Allereerst worden de belangrijkste resultaten besproken in de samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt de onderzoeksmethodiek nader toegelicht. In hoofdstuk 2 geven we de inkomenseffecten weer per huishouden, waarbij we onderscheid maken tussen huishoudens die wel of niet langdurig een minimuminkomen hebben. In hoofdstuk 3 staat een analyse van de inkomenseffecten. In dit hoofdstukken worden de inkomenseffecten ook vergeleken met de effecten uit de meting van 2024. Bijlage 1 geeft een overzicht van de minimaregelingen in de gemeente. In bijlage 2 wordt het financiële maandoverzicht van ieder huishoudtype weergegeven. In bijlage 3 staat per huishoudtype een uitsplitsing van de gemeentelijke bijdragen.

1

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

Samenvatting In de samenvatting staan de belangrijkste bevindingen vanuit de Inkomenseffect Rapportage weergegeven.

Effect van de gemeentelijke regelingen op rondkomen •

•

•

De gemeentelijke regelingen bieden (extra) financiële bestedingsruimte voor alle huishoudens bij de laagste inkomens. Twee van de zes voorbeeldhuishoudens zijn op bijstandsniveau afhankelijk van de gemeentelijke regelingen om rond te komen. Dit zijn: o Paren zonder kinderen o Paren met kinderen De andere huishoudens kunnen maandelijks rondkomen met en zonder de gemeentelijke regelingen.

Financiële effecten bij werkaanvaarding •

•

•

Alle huishoudens gaan erop vooruit wanneer zij gaan werken vanuit de bijstand. Ze krijgen namelijk te maken met een maandbudget dat in de plus uitkomt of ruimer wordt bij een inkomensstijging ten opzichte van de bijstand (dit geldt zowel voor de huishoudens die van geen gemeentelijke regelingen gebruikmaken als voor de huishoudens die gebruikmaken van een aantal of alle regelingen van de gemeente). Het wegvallen van gemeentelijke regelingen (al dan niet in combinatie met afnemende toeslagen) zorgt bij extra werkaanvaarding niet voor een terugval in het maandbudget. Alle voorbeeldhuishoudens gaan erop vooruit wanneer zij méér inkomen krijgen (tussen 110 en 140 procent Wsm). Twee voorbeeldhuishoudens krijgen minder bestedingsruimte als zij vanuit een situatie van een langdurig minimuminkomen gaan werken tegen een inkomen van 120 procent Wsm: alleenstaande ouders en paren met kinderen. Het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag zorgt voor een lager maandbudget op 110 procent Wsm dan op bijstandsniveau. Wanneer deze huishoudens vanuit een langdurig inkomen op 110 procent Wsm gaan werken tegen een inkomen op 130 of 140 procent Wsm gaan zij erop vooruit: hun bestedingsruimte wordt groter.

2

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

1. Introductie op de inkomenseffecten In deze paragraaf bespreken we de onderzoeksmethode en aannames van de Inkomenseffect Rapportage (IER). Hierbij geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden in dit rapport.

1.1. Voorbeeldhuishoudens We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2025 voor de volgende zes huishoudtypen: Niet AOW-gerechtigden • Alleenstaande • Paar zonder kinderen • Alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar) • Paar (twee volwassenen) met twee kinderen (8 en 13 jaar) AOW-gerechtigden • Alleenstaande • Paar (twee volwassenen) Inkomenshoogte We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120, 130 en 140 procent wettelijk sociaal minimum (Wsm). Daarnaast berekenen we de inkomenseffecten voor huishoudens die al langer dan drie jaar een minimuminkomen hebben (langdurige minima).

1.2. Totaal inkomen Het totaal inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit het netto-inkomen, eventuele gemeentelijke regelingen en diverse toeslagen van het Rijk. Specifiek gaat het om de volgende categorieën: • •

•

Netto-inkomen inclusief vakantietoeslag Bijdrage Rijk: o huurtoeslag o zorgtoeslag o kinderbijslag o kindgebonden budget o combinatiekorting Gemeentelijke minimaregelingen

1.3. Totale uitgaven De uitgaven1 zijn gecategoriseerd naar: •

Basisuitgaven:

1 Per uitgave is gespecificeerd vanuit welke bron de informatie afkomstig is. De volgende kostenposten zijn

gebaseerd op normbedragen van het Nibud: overige verzekeringen, vervoerskosten, reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven, werkgerelateerde kosten en sociale participatie. De cijfers zijn afkomstig uit het Budgethandboek 2024 van het Nibud (eenenveertigste editie).

3

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

o

•

vaste lasten: uitgaven die maandelijks terugkomen. Voorbeelden zijn huur 2, energie- en waterkosten3, zorgverzekering4, overige verzekeringen en vervoerskosten; o reserveringsuitgaven: uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; o huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; o uitgaven voor onderwijs 5 en (buitenschoolse) opvang6; o werkgerelateerde uitgaven: uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding. Uitgaven om mee te doen in de samenleving (participatie uitgaven): o kosten voor sociale participatie. Dit kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten, dit is het bedrag waardoor mensen kunnen meedoen.

Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur, water, energiekosten en lokale heffingen. De andere uitgaven zijn gebaseerd op gemiddelde normbedragen. Deze zijn terug te vinden in de begrotingen per huishoudtype in bijlage 2.

1.4. Impact van het gemeentelijke beleid Specificatie gemeentelijke minimaregelingen 7 In onderstaande tabel is weergegeven welke regelingen in de begrotingen van de voorbeeldhuishoudens zijn verwerkt. Tabel 1.4.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Ridderkerk Regelingen opgenomen in begrotingen Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag (referteperiode: 3 jaar) Bijzondere bijstand eigen risico zorgverzekering Meedoenregeling / Ridderkerkpas Kindregeling / Ridderkerkpas Regelingen niet opgenomen in begrotingen Bijzondere bijstand Studietoeslag

Inkomensgrens 2025 100% Wsm 130% Wsm 110% Wsm 110% Wsm 110% Wsm 110% Wsm 110 procent Wsm Situatieafhankelijk

Niet meegenomen regelingen Een aantal regelingen wordt niet meegenomen in de berekeningen en begrotingen. In de meeste gevallen gaat het om een regeling die incidenteel wordt verstrekt of een beperkte doelgroep heeft. Hieronder staat beschreven wat de precieze reden is dat de regeling niet is meegenomen. • De bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voorkomt.

2 Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente. 3 De kosten voor water zijn gebaseerd op de tarieven van Oasen. De kosten voor gas en elektriciteit zijn

gebaseerd op de tarieven van Eneco, pakket Hollandse Wind&Zon en Aardgas 1 jaar vast. 4 De premie voor de zorgverzekering is gebaseerd op een gemiddeld bedrag van zes grote zorgverzekeraars. 5 Deze kosten zijn gebaseerd op de Schoolkostenmonitor van de Rijksoverheid. 6 De tarieven voor buitenschoolse opvang en kinderopvang zijn gebaseerd op de maximale uurtarieven van de Rijksoverheid. 7 In bijlage 1 staan de voorwaarden en vergoedingen per regeling beschreven.

4

Gemeente Ridderkerk

•

Versie 0.1

De studietoeslag is eveneens niet doorgerekend in de financiële overzichten. Deze regeling kent een specifieke doelgroep; studenten met een lichamelijke of psychische beperking, die niet in staat zijn naast hun te studie werken. In deze inkomenseffectrapportage is geen huishouden opgenomen waarbij deze regeling van toepassing is.

Gebruik en effect van gemeentelijke minimaregelingen In deze rapportage berekenen wij de inkomenseffecten van de verschillende huishoudens wanneer zij gebruikmaken van de beschikbare gemeentelijke regelingen. In de praktijk is de ervaring echter dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruikmaken van de regelingen. In werkelijkheid zal het budget na alle uitgaven waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Ter vergelijking geven wij daarom ook de inkomenseffecten weer wanneer de voorbeeldhuishoudens van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken. In deze gevallen blijven alle uitgaven gelijk. Dat betekent bijvoorbeeld dat huishoudens nog altijd de gemeentelijke belastingen moeten betalen, maar hier dan geen kwijtschelding meer voor ontvangen of dat huishoudens nog wel een uitgebreide zorgverzekering hebben, maar vanuit de gemeente geen korting meer hierop krijgen. Daarnaast geven we in het rapport de inkomenseffecten weer wanneer de huishoudens gebruikmaken van een ‘realistisch’ aantal en soort regelingen. Dit laatste is gebaseerd op het Minima Dashboard waarin onder andere wordt weergegeven hoe hoog het gebruik van regelingen is en hoeveel regelingen huishoudens gemiddeld gebruiken. In het rapport geven we dus het resterende maandbudget weer voor drie situaties: bij een volledig gebruik, bij een realistisch gebruik en bij geen gebruik van de gemeentelijke regelingen.

• Volledig gebruik: voor het weergeven van het volledige gebruik hebben we de regelingen uit tabel 1.4.1. doorgerekend. Indien een huishouden aanspraak kan maken op een regeling, is deze verrekend in het maandbudget. Voor huishoudens met kinderen zijn bijvoorbeeld de kindregelingen doorgerekend, bij huishoudens zonder kinderen zijn deze logischerwijs niet doorgerekend. • Realistisch gebruik: voor het realistische gebruik hebben we verschillende regelingen doorgerekend afhankelijk van het type huishouden. o Voor de huishoudens zonder kinderen hebben we gerekend met de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en de meedoenregeling voor volwassenen (Ridderkerkpas). We zien namelijk dat de meeste huishoudens in de gemeente gebruik maken van twee volwassenregelingen. De geselecteerde regelingen kennen een hoog bereik en schetsen daarmee een realistisch beeld van het gebruik van regelingen onder de minimapopulatie. o Voor de huishoudens met kinderen wordt aanvullend de Kindregeling (Ridderkerkpas) meegenomen. Huishoudens die gebruikmaken van de meedoenregeling voor volwassenen ontvangen namelijk automatisch (indien ze kinderen hebben) ook de Kindregeling. Bovendien maken de meeste gezinnen met een minimuminkomen gebruik van de Kindregeling. • Geen gebruik: in deze situatie ontvangen de huishoudens geen vergoedingen vanuit de minimaregelingen van de gemeente.

De impact van de individuele inkomenstoeslag op minimahuishoudens is in een losse paragraaf weergegeven.

het

inkomen

van

langdurige

Om inzichtelijk te maken in hoeverre de opbouw van gemeentelijke bijdrage verschilt per huishouden, is in bijlage 3 per huishouden weergegeven welke en hoeveel gemeentelijke vergoedingen zij maandelijks kunnen ontvangen bij een inkomen op 100 procent Wsm.

5

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

1.5. Uitgangspunten Voor de inkomenseffecten doen we de volgende aannames. Algemeen • De huishoudens ontvangen alle landelijke toeslagen waar ze recht op hebben. • Als huishoudens gebruikmaken van een regeling (zie paragraaf 1.4) maken zij gebruik van het volledige beschikbare bedrag van die regeling. • De huishoudens hebben geen schulden. • De huishoudens wonen in een huurwoning waarin zij recht hebben op huurtoeslag. • Voor de uitgaven wordt uitgegaan van gemiddelden per huishoudtype. Dit betekent dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten zoals in dit rapport zijn weergegeven. • Voor de uitgaven geldt bovendien de aanname dat deze stabiel blijven op de verschillende inkomensniveaus. Het gaat dan om de basisuitgaven: uitgaven voor vaste lasten, reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven en het normbudget voor maatschappelijke deelname. Uitzondering hierop vormen de werk gerelateerde kosten. Huishoudens hebben vanaf een inkomensniveau van 110 procent Wsm ook werk gerelateerde kosten (woon-werkverkeer en werkkleding). De basisuitgaven blijven stabiel in de inkomenseffectrapportage zodat zichtbaar wordt of huishoudens meer budget overhouden voor extra uitgaven bij een hoger inkomensniveau.

• Het normbedrag voor sociale participatie betreft een bedrag dat huishoudens besteden om sociaal mee te doen in de samenleving. Dit is het bedrag voor alle vrijetijdsactiviteiten van een huishouden als sport, hobby, recreatie, uitjes, abonnementen, op bezoek gaan bij anderen (inclusief vervoer) en bezoek ontvangen. Het normbedrag is gebaseerd op een gemiddelde situatie specifiek gericht op minimahuishoudens. In hoeverre dit bedrag toereikend is voor alle minimahuishoudens kan in de praktijk afwijken. • Het vermogen van de huishoudens ligt binnen de grenzen van de Participatiewet 8. BSO •

•

Alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Voor alleenstaande ouders met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger zal het 8-jarige kind naar de buitenschoolse opvang (BSO) zodat de ouder kan gaan werken. Daarbij gaan we uit van de volgende uren en tarieven: o Inkomen van 110 en 120 procent Wsm: twee dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarig kind tegen een tarief van € 9,52 (maximum uurtarief Rijksoverheid 2025). o Inkomen van 130 en 140 procent Wsm: drie dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 8-jarig kind tegen een tarief van € 9,52 (maximum uurtarief Rijksoverheid 2025). Bij een paar met twee kinderen met een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. We gaan ervan uit dat deze huishoudens geen BSO nodig hebben, omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen. Dit is eveneens waarom een paar met kinderen geen combinatiekorting krijgt bij werkaanvaarding.

Gemeentelijke regelingen • (Collectieve) zorgverzekering o De gemeente biedt middels twee zorgverzekeraars gemeentelijke zorgpolissen aan. Via de zorgverzekeraar DSW biedt de gemeente de pakketten ‘Zorgpolis + AV Ridderkerk Standaard’ en ‘Zorgpolis + AV-Ridderkerk Top’ aan. Daarnaast worden er vanuit de verzekeraard CZ twee pakketten aangeboden: ‘Zorg-opmaatpolis + AV Gemeenten Extra’ en ‘Zorg-op-maatpolis + AV Gemeenten Extra 8 Die vermogensgrens is € 15.540 voor paren, een gezin of alleenstaande ouder en € 7.770 voor een

alleenstaande.

6

Gemeente Ridderkerk

• •

Versie 0.1

uitgebreid’. In deze rapportage is gerekend met CZ Zorg-op-maatpolis, omdat de meeste minima hier gebruik van maken. Alle huishoudens met een inkomen tot en met 130 procent Wsm maken in de berekening gebruik van deze zorgverzekering. o We doen de aanname dat huishoudens een reguliere zorgverzekering hebben afgesloten (een gemiddeld premiebedrag van zes grote zorgverzekeraars), wanneer zij niet (meer) in aanmerking komen voor de gemeentelijke zorgpolis. Dit geldt vanaf een inkomensniveau van 140 procent Wsm. Voor huishoudens met AOW is een uitgebreid zorgpakket samengesteld. Dit bestaat opnieuw uit een gemiddeld premiebedrag op basis van zorgverzekeraars 9. De individuele inkomenstoeslag wordt doorberekend bij de voorbeeldhuishoudens die drie jaar of langer een minimuminkomen hebben. De aanname geldt dat huishoudens zorgkosten hebben en hun wettelijke eigen risico gebruiken. Het bedrag (€ 385 per persoon) wordt over het hele jaar gespreid en in de inkomenseffectrapportage wordt een bedrag per maand doorgerekend in de reserveringsuitgaven. De gemeente Ridderkerk vergoedt het eigen risico volledig voor inwoners die zijn verzekerd via de zorgpolis van de gemeente met de hoogste aanvullende verzekering. Inwoners die het volledige eigen risico gebruiken maar geen gebruikmaken van dit pakket kunnen hiervoor ondersteuning krijgen in de vorm van bijzondere bijstand.

In dit geval wordt maximaal €200 vergoed. In de inkomenseffectrapportage wordt de vergoeding voor het eigen risico vanuit de bijzondere bijstand (€ 200) doorgerekend omdat de meeste minimahuishoudens gebruikmaken van CZ met Gemeenten Extra.

1.6. Kanttekening Bij een doorrekening die gestoeld is op een aantal aannames, behoort ook een kanttekening. De uitgaven betreffen de minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om in bepaalde kosten te kunnen voorzien. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks meer (of minder) uitgeeft dan de (norm)bedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden een ander bedrag per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. Individuele situaties kunnen daarom afwijken van de begrotingen zoals opgenomen in deze rapportage.

9 Het gemiddelde premiebedrag voor een reguliere zorgverzekering voor huishoudens onder de AOW-

leeftijd is gebaseerd om de meest gekozen pakketten bij acht grote zorgverzekeraars. In het pakket zit een basisverzekering, aanvullende verzekering (wisselende samenstelling aan vergoeding: bijvoorbeeld 6 tot 12 fysiobehandelingen per jaar, spoedeisende hulp, anticonceptie) en een basis tandverzekering (circa 75 procent vergoeding tot € 250 per jaar). Voor een uitgebreide zorgverzekeringspakket is opnieuw een gemiddelde genomen op basis van acht grote zorgverzekeraars. In het uitgebreide pakket zit een basisverzekering (streven is 100 procent vergoeding bij zorgverleners met en zonder contract), aanvullende verzekering (wisselende samenstelling aan vergoeding: bijvoorbeeld 9 tot 25 fysiobehandelingen per jaar, alternatieve zorg, brillen/ lenzen) en een duurdere tandverzekering.

7

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

2. Inkomenseffecten In dit hoofdstuk gaan we per voorbeeldhuishouden in op het effect van inkomensverhoging. Daarbij kijken we naar het budget dat maandelijks overblijft na het doen van de basisuitgaven en uitgaven voor participatie. De invloed van het gebruik van gemeentelijke regelingen is hierbij te zien. In bijlage 2 staan de volledige begrotingen per voorbeeldhuishouden.

2.1. Alleenstaande

Budget na uitgaven: alleenstaande Geen gebruik

Realistisch gebruik

Volledig gebruik

€ 600 € 500 € 400

€ 214 € 242 € 214

€ 300 € 200 € 100

€ 11

€ 114 € 68

€ 348 € 348 € 377

€ 483 € 483 € 483

€ 141 € 79€ 96

€ -0 € -100 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

Alleenstaanden hebben na hun basisuitgaven voldoende geld over om uit te geven aan participatie; als zij gebruikmaken van alle regelingen én ze besteden maandelijks het normbedrag van € 121 aan participatie dan hebben zij € 114 over. Bij een realistisch gebruik van de regelingen is het resterende maandbudget € 68 en wanneer alleenstaanden geen regelingen ontvangen is het resterende budget € 11 per maand. Als alleenstaanden dus geen gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen kunnen zij nauwelijks rondkomen. Verder loont het voor alleenstaanden om telkens meer te gaan werken. De loonstijging vangt het wegvallen van landelijke en gemeentelijke regelingen op. Hier is zowel sprake van wanneer alleenstaanden geen regelingen gebruiken, alsook wanneer zij een aantal of alle regelingen gebruiken Leeswijzer tabel: het huishouden heeft inkomsten uit uitkering of werk, aangevuld met maximale landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Hiervan trekken we de uitgaven af: basisuitgaven en sociale participatie uitgaven. Dit leidt uiteindelijk tot een resterend maandbudget.

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.345 525 102

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

1.738 121

1.805 121

1.805 121

1.805 121

1.773 121

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij realistisch gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

114 68 11

141 96 79

242 214 214

377 348 348

483 483 483

8

110% 1.480 525 62

120% 1.615 525 29

130% 1.749 525 29

140% 1.884 494 0

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

Uitgelicht: voorbeeldcasus van een alleenstaande Bijstandsuitkering Hilda is alleenstaand. Zij krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.345 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij heeft maandelijks recht op € 525 aan toeslagen van het Rijk. Voor Hilda bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Hilda rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 102 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, de tegemoetkoming voor het eigen risico van de zorgverzekering en de Ridderkerkpas. Naast deze inkomsten heeft zij natuurlijk verschillende uitgaven; basisuitgaven van € 1.738 per maand en uitgaven om mee te doen in de samenleving van € 121 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houdt zij maandelijks nog € 114 over. Maakt zij van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan zou ze € 11 overhouden in haar maandbegroting. Bij een situatie met een realistisch regelingengebruik houdt Hilda aan het eind van de maand € 68 over. 110 procent Wsm Als Hilda werk krijgt tegen een loon van 110 procent Wsm, dan stijgt haar netto-inkomen naar € 1.480 per maand. Zij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 525 per maand.

Het recht op de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen vervalt, maar Hilda behoudt het recht op de andere minimaregelingen, een totaalbedrag van € 62. Haar uitgaven stijgen licht door werk gerelateerde kosten die zij nu moet maken. In totaal houdt zij, na alle uitgaven, maandelijks € 141 over. Stel, Hilda maakt gebruik van twee gemeentelijke regelingen dan houdt zij € 96 over en als Hilda helemaal geen gebruik van de gemeentelijke regelingen maakt, dan houdt zij € 79 per maand over.

9

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

2.2. Paar zonder kinderen

Budget na uitgaven: paar zonder kinderen Geen gebruik

Realistisch gebruik

Volledig gebruik

€ 600 € 500 € 400

€ 242€ 299

€ 300 € 194

€ 200

€ 129

€ 100

€ 39

€ 325 € 382 € 325

€ 457 € 457 € 457

Wanneer paren zonder kinderen gaan werken tegen een inkomen van 110, 120, 130 of 140 procent Wsm gaan zij er telkens op vooruit; zij krijgen meer bestedingsruimte. In geen van de situaties is er sprake van een achteruitgang in het inkomen wanneer het huishouden gaat werken tegen een hoger inkomen. De loonstijging vangt het wegvallen van landelijke en gemeentelijke regelingen bij een hoger inkomen op. Dit geldt zowel wanneer zij gebruikmaken van gemeentelijke regelingen als wanneer zij geen gebruikmaken hiervan.

€ 242

€ 104 € 70

€ -0 € -100

€ -55 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

Paren zonder kinderen hebben op bijstandsniveau een maandelijks tekort van € 55 wanneer zij geen gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen. De financiële ondersteuning van de gemeente is noodzakelijk om alle kosten te kunnen betalen. Wanneer zij gebruikmaken van twee regelingen (realistisch gebruik) of alle gemeentelijke regelingen kunnen paren zonder kinderen rondkomen.

140% Wsm

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.922 666 184

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

2.443 200

2.510 200

2.510 200

2.510 200

2.446 200

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij realistisch gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

129 39 -55

194 104 70

299 242 242

382 325 325

457 457 457

10

110% 2.114 666 124

120% 2.306 645 57

130% 2.499 536 57

140% 2.691 412 0

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

2.3. Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar Een alleenstaande ouder met twee kinderen van 8 en 13 jaar heeft zowel met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen, maandelijks voldoende budget om alle uitgaven inclusief uitgaven op het gebied van participatie te kunnen doen. Dit geldt zowel wanneer huishoudens gebruikmaken van geen regelingen, twee regelingen (realistisch gebruik) of alle regelingen. De gemeentelijke regelingen geven meer bestedingsruimte; een bijstandsgerechtigde die van alle regelingen gebruikmaakt, heeft € 214 meer te besteden dan een bijstandsgerechtigde die van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaakt.

Budget na uitgaven: alleenstaande ouder Geen gebruik

Realistisch gebruik

Volledig gebruik

€ 800 € 700 € 600 € 500

€ 442 € 397

€ 400 € 300

€ 481 € 435

€ 467 € 496 € 467

€ 774 € 774 € 774

€ 601 € 630 € 601

€ 326

In alle voorbeeldsituaties loont het voor dit huishoudtype om vanuit de bijstand te gaan werken tegen een loon van 110 procent Wsm of hoger. De landelijke toeslagen stijgen licht bij een alleenstaande ouder door belastingvoordeel. Waar een alleenstaande ouder op bijstandsniveau € 1.560 van het Rijk krijgt, is dat bij 140 procent Wsm € 1.622. Hoewel het loont om te werken, is het verschil in maandbudget in een aantal situaties echter klein; bij een inkomensstijging van 110 naar 120 procent Wsm gaat het bijvoorbeeld om een verschil van € 15 per maand.

€ 228

€ 200 € 100 € -0 € -100 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.345 1.560 214

110% 1.480 1.604 154

120% 1.615 1.610 29

130% 1.749 1.616 29

140% 1.884 1.622 0

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

2.418 260

2.498 260

2.498 260

2.504 260

2.472 260

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij realistisch gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

442 397 228

481 435 326

496 467 467

630 601 601

774 774 774

11

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

2.4. Paar met kinderen van 8 en 13 jaar

Budget na uitgaven: paar met kinderen Geen gebruik

Realistisch gebruik

Volledig gebruik € 496

€ 600

€ 496

€ 500

€ 496

€ 367 € 424

€ 400

€ 329

€ 300

€ 264

€ 341

€ 367

€ 283€ 283 € 238

€ 173

€ 200

€ 112

€ 100 € -0 € -13 € -100 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

Een paar met kinderen van 8 en 13 jaar heeft na de basisuitgaven nog voldoende budget over om uit te geven aan participatie (€ 337), indien het huishouden gebruikmaakt van de gemeentelijke regelingen. Dit geldt zowel voor het volledige gebruik als voor het realistische gebruik. Wanneer dit huishoudtype geen gebruikmaakt van de gemeentelijke regelingen, komt het € 13 per maand tekort. De regelingen zijn dus essentieel voor dit huishouden om maandelijks rond te kunnen komen.

130% Wsm

140% Wsm

Werkaanvaarding vanuit de bijstand tegen een loon van 110 procent Wsm en hoger levert het paar met kinderen extra bestedingsruimte op. Voor paren met kinderen loont het in iedere situatie om te werken tegen een hoger inkomen; de loonstijging kan het wegvallen van de gemeentelijke en landelijke regelingen goed opvangen. Ook hier geldt echter dat de stijging in het budget niet altijd bijzonder groot is: bij een stijging van 110 procent Wsm naar 120 procent Wsm stijgt het maandelijks budget met € 12 (wanneer het huishouden van alle regelingen gebruikmaakt). Dit komt doordat het recht op de meeste gemeentelijke regelingen bij deze stijging vervalt; op deze inkomensgrens heeft het huishouden alleen nog recht op de collectieve zorgverzekering.

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.922 1.397 277

110% 2.114 1.397 216

120% 2.306 1.376 57

130% 2.499 1.267 57

140% 2.691 1.140 0

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

2.995 337

3.062 337

3.062 337

3.062 337

2.999 337

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij realistisch gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

264 173 -13

329 238 112

341 283 283

424 367 367

496 496 496

12

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

Uitgelicht: voorbeeldcasus van een paar met twee kinderen Bijstandsuitkering Sam en Rosanne hebben twee kinderen van 8 en 13 jaar en ze krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.922 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Ze hebben maandelijks recht op € 1.397 aan toeslagen van het Rijk, bestaande uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag. Tot slot kunnen ze een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 277 per maand ontvangen. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, de tegemoetkoming voor het eigen risico, de Ridderkerkpas voor volwassenen én kinderen. Naast deze inkomsten hebben zij natuurlijk verschillende uitgaven; basisuitgaven van € 2.995 per maand en uitgaven om mee te doen in de samenleving van € 337 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houden zij maandelijks € 264 over bij het gebruiken van alle regelingen. Bij een realistisch gebruik houden zij € 173 over. Maakt dit gezin echter van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan komen zij maandelijks € 13 te kort.

120 procent Wsm Als Sam of Rosanne werk krijgt tegen een loon van 120 procent Wsm, dan stijgt het netto-inkomen van het huishouden naar € 2.306 per maand. Ze behouden het recht op huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag, maar de zorgtoeslag wordt lager. Totaal ontvangen zij nu € 1.376 aan toeslagen van het Rijk per maand. De uitgaven zijn licht gestegen door werk gerelateerde kosten die zij nu moeten maken. In totaal houdt dit voorbeeldhuishouden, na alle uitgaven en bij gebruik van alle regelingen, maandelijks € 341 over.. Als het huishouden geen gemeentelijke regelingen ontvangt; dan houdt het maandelijks € 112 over. 130 procent Wsm Als Sam of Rosanne een hoger loon krijgen van 130 procent Wsm, dan stijgt het netto-inkomen van het huishouden naar € 2.499 per maand. Doordat toeslagen verder dalen ontvangen zij nu in totaal € 1.267 aan toeslagen van het Rijk per maand. Het recht op bijna alle gemeentelijke regelingen is vervallen. Het gezin kan alleen nog de korting op de collectieve zorgverzekering ontvangen. Bij het gebruik van deze korting houdt het huishouden € 424 over, bij geen gebruik van de regelingen blijft er maandelijks € 367 over. Ondanks de toename in netto inkomen uit werk (+ € 193), is het verschil in het maandbudget klein vergeleken met het budget op 120 procent Wsm: het gaat hierbij om een verschil van € 26 per maand.

13

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

2.5. Alleenstaande AOW-leeftijd

Budget na uitgaven: alleenstaande AOW-leeftijd Geen gebruik

Realistisch gebruik

€ 600 € 500 € 400 € 300 € 200

€ 276 € 231 € 174

€ 385 € 323€ 340

€ 419 € 448 € 419

Volledig gebruik € 510 € 539 € 510

€ 573 € 573 € 573

Alleenstaanden met de AOW-leeftijd hebben in alle voorbeeldsituaties na alle basisuitgaven voldoende geld over om uit te geven aan participatie. Natuurlijk leidt het gebruiken van de gemeentelijke regelingen tot een hoger budget dan het niet gebruiken van de regelingen, op bijstandsniveau loopt dit verschil op tot € 102 bij volledig gebruik van de regelingen. Bij realistisch gebruik van de regelingen gaat het om een verschil van € 57. Daarnaast hebben alleenstaande AOW’ers met een inkomen hoger dan 100 procent Wsm een hoger budget 10 na alle uitgaven, ten opzichte van de bijstandssituatie.

€ 100

Verder geldt dat alleenstaanden met de AOW-leeftijd die een hoger inkomen hebben, ook meer budget overhouden. Het wegvallen van landelijke en gemeentelijke regelingen wordt voldoende opgevangen.

€ -0 € -100 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 1.501 546 102

110% 1.651 545 62

120% 1.801 491 29

130% 1.951 432 29

140% 2.101 346 0

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

1.758 115

1.758 115

1.758 115

1.758 115

1.759 115

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij realistisch gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

276 231 174

385 340 323

448 419 419

539 510 510

573 573 573

10 We spreken hier van een inkomensverschil en niet van een situatie van werkaanvaarding. De reden hiervoor is dat AOW-gerechtigde huishoudens zelden een

inkomensgroei doormaken door werkaanvaarding.

14

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

2.6. Paar AOW-leeftijd

Budget na uitgaven: paar AOW-leeftijd Geen gebruik

Realistisch gebruik

€ 700 € 600 € 500 € 374

€ 400 € 250

€ 300 € 200 € 100

€ 397€ 455 € 397

Volledig gebruik € 523€ 580 € 523

€ 642 € 642 € 642

€ 267€ 284

Daarnaast geldt dat paren met de AOW-leeftijd die op een hoger inkomensniveau11 zitten ook een hoger budget overhouden na alle uitgaven. Het wegvallen van landelijke en gemeentelijke regelingen bij een hoger inkomen wordt voldoende opgevangen. Wanneer paren met de AOW-leeftijd geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen (en wel de uitgaven van participatie betalen), hebben zij alsnog voldoende budget.

€ 160 € 83

€ -0 € -100 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

Paren met de AOW-leeftijd hebben na de basisuitgaven genoeg geld over om te voldoen aan het normbedrag voor participatiekosten (€ 188). Op bijstandsniveau houden zij, wanneer zij gebruikmaken van alle regelingen, maandelijks € 250 aan budget over. Bij realistisch gebruik gaat het hierbij om een bedrag van € 160. Wanneer zij geen gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen ligt dit bedrag aanzienlijk lager: namelijk op € 83. De regelingen zorgen, logischerwijs, voor een hoger maandbudget.

140% Wsm

Inkomsten

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen

100% 2.053 666 167

110% 2.259 644 107

120% 2.464 569 57

130% 2.670 489 57

140% 2.875 405 0

Uitgaven

Basis uitgaven Participatie uitgaven

2.448 188

2.448 188

2.448 188

2.448 188

2.449 188

Budget na alle uitgaven

Bij volledig gebruik gemeentelijke regelingen Bij realistisch gebruik gemeentelijke regelingen Bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

250 160 83

374 284 267

455 397 397

580 523 523

642 642 642

11 We spreken hier van een inkomensverschil en niet van een situatie van werkaanvaarding. De reden hiervoor is dat AOW-gerechtigde huishoudens zelden een

inkomensgroei doormaken door werkaanvaarding.

15

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

2.7. Huishoudens met een langdurig minimuminkomen Huishoudens kunnen de individuele inkomenstoeslag ontvangen wanneer zij minimaal 3 jaar een inkomen hebben op 110 procent Wsm en geen zicht hebben op inkomensvooruitgang. De huishoudens in deze paragraaf ontvangen alle gemeentelijke regelingen. Wat gebeurt er als het inkomen stijgt en de individuele inkomenstoeslag wegvalt? De inkomensstijging compenseert voldoende voor het wegvallen van de IIT, behalve bij paren met kinderen en alleenstaande ouders. Het maandelijks budget daalt voor paren met kinderen bijvoorbeeld met € 49 als het inkomen van 110 naar 120 procent Wsm gaat. Alleenstaande Alleenstaande ouder

Budget na uitgaven: alleenstaande

Budget na uitgaven: alleenstaande ouder

Individuele inkomenstoeslag Individuele inkomenstoeslag

Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag

Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag

€ 800 € 600

€ 800

€ 400

€ 600

€ 200 €0

€ 41 € 114

€ 41 € 141

€ 242

€ 377

€ 483

€ 400

€ 255

€ 200

100% Wsm110% Wsm120% Wsm130% Wsm140% Wsm150% Wsm

€ 52

€ 52

€ 442

€ 481

€ 496

€ 630

€ 774

€ 496

€0 100% Wsm110% Wsm120% Wsm130% Wsm140% Wsm150% Wsm

Paar zonder kinderen

Paar met kinderen

Budget na uitgaven: paar met kinderen

Budget na uitgaven: paar zonder kinderen

Individuele inkomenstoeslag Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag

Individuele inkomenstoeslag € 800

Maandbudget excl. individuele inkomenstoeslag € 800

€ 600

€ 600

€ 400

€ 400 € 200 €0

€ 61 € 129

€ 61 € 194

€ 299

€ 382

€ 457

€ 200

€ 332

€ 61 € 264

€ 61 € 329

€ 341

€ 424

€ 496

€ 345

€0 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm 140% Wsm 150% Wsm

100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm 140% Wsm 150% Wsm

16

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

3. Analyse van de resultaten 3.1. Effect van de gemeentelijke regelingen op rondkomen Huishoudens die van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaken waar zij recht op hebben, hebben daardoor logischerwijs een groter budget over aan het einde van de maand dan huishoudens die van geen enkele regeling gebruikmaken. Dit effect is het grootst voor gezinnen; door de samenstelling van hun huishouden kunnen zij namelijk de meeste vergoedingen vanuit de regelingen ontvangen. In de praktijk is de ervaring dat huishoudens van enkele, of soms van geen, regelingen gebruikmaken. Met het ‘realistische’ gebruik van regelingen hebben we een inschatting gemaakt van de daadwerkelijke vergoeding die huishoudens veelal vanuit de gemeente ontvangen, afgestemd op het type huishouden. Deze bijdragen geven ruimte in het budget van de huishoudens en zorgen er in sommige gevallen voor dat huishoudens niet in de min uitkomen aan het eind van de maand (mits zij ook gebruikmaken van de landelijke toeslagen en regelingen). Voor twee voorbeeldhuishoudens is er zonder de (maximale) bijdrage van de gemeente, maandelijks geld tekort na het doen van alle uitgaven (dat wil zeggen: zowel de basisuitgaven als een bedrag dat wordt uitgegeven aan sociale participatie). Dit geldt op bijstandsniveau voor paren met én zonder kinderen.

Alle overige voorbeeldhuishoudens hebben bij elk inkomen voldoende budget om zowel de basis- als de participatie uitgaven te bekostigen. Voor alleenstaanden onder de AOW-leeftijd geldt daarnaast dat zij zonder het gebruik van de gemeentelijke regelingen nét rond kunnen komen op bijstandsniveau. Bij financiële tegenslagen komen zij maandelijks al snel in de min uit. Het resterende maandbudget in context • Het maximale bedrag dat minima vanuit de toeslagen van het Rijk kunnen ontvangen (onder andere huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget) is een stuk hoger dan het maximale bedrag van de gemeentelijke regelingen. Dit is ook in andere gemeenten het geval. In deze rapportage is de aanname gemaakt dat de huishoudens alle toeslagen ontvangen, waar zij recht op hebben. De ervaring is echter dat het aanvragen van bijvoorbeeld (alle) toeslagen, vanwege meerdere redenen (bijvoorbeeld angst om het later terug te betalen, weinig vertrouwen in de overheid of het te ingewikkeld vinden), in de praktijk niet altijd gebeurt. Wanneer huishoudens geen of niet alle toeslagen ontvangen, dan is er bij de huishoudens al snel sprake van een maandbudget dat minder groot is of in de min uitkomt. • Verder zijn de uitgaven van de huishoudens gebaseerd op gemiddelde situaties specifiek gericht op huishoudens met een minimuminkomen.

Er is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met huisdieren of rokers, duurdere kostenposten als een auto en er worden gemiddeld lagere bedragen gerekend voor een aantal uitgaven waaronder kleding, voedsel en de inboedel in vergelijking met huishoudens met een hoger inkomen. Bij een niet-gemiddelde situatie met een aantal hogere kostenposten, kan het financiële plaatje er dus al snel anders uitzien.

3.2. Financiële effecten bij werkaanvaarding In hoeverre loont het financieel gezien om (meer) te gaan werken? Dit hangt van een aantal factoren af: huishoudsamenstelling, de nieuwe inkomenshoogte en daarmee het (verliezen van het) recht op gemeentelijke regelingen en de eventuele afname van landelijke toeslagen. De effecten worden in grote lijnen veroorzaakt door drie veranderingen: • Voor de gemeentelijke regelingen geldt dat bij een inkomen boven 100 procent Wsm, het recht op kwijtschelding vervalt. Bij een inkomen hoger dan 110 procent Wsm vervalt het recht op de tegemoetkoming voor het eigen risico, de Ridderkerkpas voor volwassenen én kinderen. De korting op de collectieve zorgverzekering vervalt bij een inkomen hoger

17

Gemeente Ridderkerk

•

•

Versie 0.1

dan 130 procent Wsm. Van hoe meer regelingen een huishouden gebruik kan maken, hoe groter het bedrag is dat het huishouden kan ‘verliezen’ indien het inkomen stijgt. Voor de landelijke toeslagen en regelingen geldt dat deze afnemen bij een hoger inkomen, behalve bij alleenstaande ouders. De toeslagen dalen bij paren (met en zonder kinderen) eerder én sneller in vergelijking met alleenstaanden. Bij alleenstaande ouders zien we dat het bedrag aan landelijke toeslagen toeneemt door belastingvoordeel. Tot slot krijgen huishoudens die vanuit de bijstand aan het werk gaan, te maken met werkgerelateerde kosten, waardoor hun uitgaven iets stijgen. Voor alleenstaande ouders komen hier de kosten voor kinderopvang bij (al krijgen ze daar via de kinderopvangtoeslag weer een (groot) deel van terug).

In combinatie met elkaar zorgen bovenstaande ontwikkelingen en gegevens voor verschillende effecten in de resterende maandbudgetten van de huishoudens. In de volgende paragrafen schetsen we de effecten van een inkomensstijging op het maandbudget.

WSM en WML Om de effecten van de inkomensstijging door werkaanvaarding meer te kunnen duiden geven we eerst weer hoe het Wettelijk sociaal minimum zich verhoudt tot werken tegen het Wettelijk minimumloon bij de verschillende type huishoudens in 2025 12. Voor een alleenstaande (ouder) staat voltijds (40 uur per week) werken tegen een minimumloon ongeveer gelijk aan een nettoinkomen van 174 procent Wsm, deeltijd werken (24 uur per week) komt neer op een nettoinkomen van 111 procent Wsm. Voor een paar met en zonder kinderen staat voltijds werken (één volwassene werkt dan 40 uur) tegen een minimumloon ongeveer gelijk aan een netto-inkomen van 122 procent Wsm. Deeltijd werken (één volwassene werkt 24 uur per week) komt neer op een netto-inkomen van 78 procent Wsm. In het laatste geval verdient het paar met werken dus minder dan het sociaal minimum.

3.2.1. Effect van de inkomensstijging ten opzichte van de bijstand Werken zorgt er altijd voor dat het maandelijkse budget hoger is dan in de bijstand. Dit geldt zowel voor de huishoudens die van geen gemeentelijke regelingen gebruikmaken als voor de huishoudens die gebruikmaken van alle regelingen van de gemeente. In onderstaande tabel is het effect van de inkomensstijging (in Wsm) op de verandering in het maandbudget (in euro’s per maand) ten opzichte van de bijstandssituatie te zien per huishouden. Een alleenstaande die van alle regelingen gebruikmaakt heeft bijvoorbeeld bij een inkomen van 120 procent Wsm een maandbudget dat € 129 ruimer is dan in de bijstand (100 procent Wsm).

Alleenstaanden

Paar zonder kinderen

Alleenstaande ouder

Gemeentelijke regelingen Volledig gebruik Realistisch gebruik Geen gebruik Volledig gebruik Realistisch gebruik Geen gebruik Volledig gebruik Realistisch gebruik Geen gebruik

110% +28 +28 +68 +65 +65 +125 +38 +38 +98

120% +129 +145 +202 +169 +203 +296 +53 +70 +239

130% +263 +280 +337 +253 +286 +380 +187 +204 +373

140% +370 +415 +472 +327 +418 +512 +331 +377 +546

12 Aangezien er per 1 januari 2024 gerekend wordt met minimumuurlonen, zijn er geen vaste minimum

maand-, week- en daglonen meer. Het loon per week of maand hangt af van het aantal gewerkte uren, waardoor het geschetste beeld per maand in deze paragraaf kan afwijken van de werkelijkheid. De berekening is gebaseerd op de Rijksoverheid.

18

Gemeente Ridderkerk

Paar met kinderen

Versie 0.1

Gemeentelijke regelingen Volledig gebruik Realistisch gebruik Geen gebruik

110% +65 +65 +125

120% +77 +111 +296

130% +160 +194 +380

140% +232 +323 +509

3.2.2. Effect van de inkomensstijging voor huishoudens die niet uit de bijstand komen •

• •

Bij het gebruiken van alle gemeentelijke regelingen: Alle huishoudens houden een hoger maandelijks budget over, bij elke inkomensstijging (van 110 tot 140 procent Wsm). Voor sommige huishouden is het verschil in het maandbudget echter minimaal. Bij alleenstaande ouders zien we bijvoorbeeld dat het maandbudget met € 15 toeneemt, wanneer het inkomen stijgt van 110 naar 120 procent Wsm. Dit heeft te maken met het wegvallen van de gemeentelijke regelingen. Waar dit huishouden op 110 procent nog een bijdrage van € 154 kreeg vanuit de gemeente, gaat het bij 120 procent om een bijdrage van € 29. Bij een realistisch gebruik van de gemeentelijke regelingen: Ook hier houden alle huishoudens een hoger maandelijks budget over, bij elke inkomensstijging (van 110 tot 140 procent Wsm). Er is geen sprake van een afname van het maandbudget. Bij het niet gebruiken van de gemeentelijke regelingen: Alle huishoudens houden een hoger maandelijks budget over, bij elke inkomensstijging (van 110 tot 140 procent Wsm). In dit geval zorgt een hoger inkomen altijd voor een hoger maandbudget. Hier is het landelijke beleid ook op ingesteld.

3.3. Huishoudens met een langdurig minimuminkomen Huishoudens die minimaal drie jaar moeten rondkomen van een inkomen tot 110 procent Wsm kunnen gebruikmaken van de individuele inkomenstoeslag (IIT). In de meeste gevallen compenseert de inkomensstijging voldoende voor het wegvallen van de IIT, met uitzondering van paren met kinderen en alleenstaande ouders. Bij hen is een terugval in het inkomen te zien wanneer het inkomen stijgt van 110 naar 120 procent Wsm. Het maandelijkse budget voor paren met kinderen ligt op 110 procent bijvoorbeeld op € 533, op 120 procent Wsm daalt dit naar € 496. Een verschil van € 49.

3.4. Vergelijking inkomenseffecten 2024 - 2025 In 2024 zijn de inkomenseffecten van de inwoners in Ridderkerk ook berekend (voor dezelfde voorbeeldhuishoudens en inkomensniveaus). Allereerst zetten we de belangrijkste (beleidsmatige) verschillen op een rij: • • • •

•

De tarieven van zowel de kwijtschelding gemeentelijke belastingen als de waterschapsbelasting zijn verhoogd. De bedragen van de individuele inkomenstoeslag zijn geïndexeerd. Het bedrag is (afhankelijk van het huishoudtype) met € 15 tot maximaal € 22 zijn toegenomen. Het bedrag voor de Ridderkerkpas voor volwassenen en kinderen is eveneens geïndexeerd. De premie van de collectieve zorgverzekering is daarnaast toegenomen. De bijdrage vanuit de gemeente is echter gelijk gebleven. Huishoudens konden in 2024 aanspraak maken op de energietoeslag, maar inmiddels is deze regeling niet meer beschikbaar. De energietoeslag is in de huidige berekening niet meegenomen, waardoor het totaalbedrag aan gemeentelijke regelingen lager ligt dan in de voorgaande meting. In de meting van vorig jaar zijn ook de inkomenseffecten weergegeven zónder de energietoeslag, waardoor alsnog een goede vergelijking kan worden gemaakt. De landelijke bijdragen zijn verhoogd. Voor huishoudens zonder kinderen gaat het hierbij om de huurtoeslag en de zorgtoeslag, voor huishoudens met kinderen zijn daarnaast de kinderbijslag en het kindgebonden budget gestegen. Een alleenstaande kon vorig jaar 19

Gemeente Ridderkerk

•

Versie 0.1

bijvoorbeeld op € 488 aan landelijke regelingen rekenen, in de huidige meting is dit bedrag gestegen naar € 525. Ook de bedragen van de bijstandsuitkering zijn ten opzichte van vorig jaar toegenomen.

Als we kijken naar de inkomenseffecten dan valt het volgende op: •

•

•

Als de energietoeslag wordt meegerekend dan is de bijdrage vanuit de gemeente aanzienlijk gedaald ten opzichte van vorig jaar. Inwoners konden vorig jaar vanuit de energietoeslag € 108 per maand krijgen. Als deze niet wordt meegerekend dan is te zien dat de bijdrage vanuit de gemeente lichtelijk is gestegen. Een alleenstaande ouder kon vorig jaar op bijstandsniveau bijvoorbeeld (zonder de energietoeslag) € 208 vanuit de gemeentelijke regelingen ontvangen. In 2025 kan ditzelfde huishouden € 214 ontvangen vanuit de gemeente; een verschil van € 6. Qua maandbudgetten gaan alle huishoudens (als de energietoeslag niet wordt meegerekend) er ten opzichte van vorig jaar op vooruit; zij houden na de basis- en participatie uitgaven maandelijks meer budget over dan vorig jaar. In de vorige meting kwamen alleenstaanden als zij geen gebruikmaakten van regelingen op bijstandsniveau bijvoorbeeld geld tekort, in de huidige meting is dit niet zo. Voor paren met én zonder kinderen geldt echter nog steeds dat zij op bijstandsniveau niet kunnen rondkomen zonder de gemeentelijke regelingen. Vorig jaar was er bij paren met kinderen een terugval te zien in het maandelijkse budget wanneer het inkomen steeg van 110 naar 120 procent Wsm. Dit was het geval voor zowel de berekening met als zonder de energietoeslag.

Als de energietoeslag wordt meegerekend zijn er meer huishoudens die deze terugval in inkomen ervaren. In de huidige meting is hiervan alleen sprake bij de langdurige minima, bij de andere huishoudtypen wordt dit effect niet teruggezien.

20

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen Tabel B1.1 Gemeentelijke regelingen in gemeente Ridderkerk Soort regeling

Inkomensgrens t.o.v. Wsm

(Maximaal) bedrag

Individuele bijzondere bijstand

Tot 110% Wsm

Individuele vergoedingen Afvalstoffenheffing Alleenstaande: € 286,32 (kws: € 183,24) Tweepersoons: € 384,84 (kws: € 246,30) Meerpersoons: € 396,84 (kws: € 253,30)

Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen

Tot 100% Wsm

Rioolheffing € 109,08 per woning (kws: 77,45) Watersysteemheffing: € 134,13 per woonruimte Zuiveringsheffing: € 85,57 per eenheid

Individuele inkomenstoeslag

Minimaal 3 jaar tot 110% Wsm

Alleenstaande: € 486 Alleenstaande ouder: € 620 Paar: € 735 DSW: • Zorgpolis + AV-Ridderkerk Standaard: € 168,50 i.p.v. € 196 • Zorgpolis + AV-Ridderkerk Top (inclusief wettelijk eigen risico van € 385): € 199,50 i.p.v. € 217

Collectieve zorgverzekering (via DSW en CZ)

Tot 130%

CZ: • •

Zorg-op-maatpolis + AV Gemeenten Extra: € 183,72 i.p.v. € 212,39 Zorg-op-maatpolis + AV gemeenten extra uitgebreid (inclusief wettelijk eigen risico van € 385): € 204,37 i.p.v. € 223,84

Bijzondere bijstand eigen risico zorgverzekering

Tot 110% Wsm

€ 200 per persoon bij volledig gebruik eigen risico

Meedoenregeling / Ridderkerkpas

Tot 110% Wsm

€ 201 per volwassene

Tot 110% Wsm

€ 247,00 per kind van 0 t/m 3 jaar € 431,00 per kind van 4 t/m 10 jaar € 675,00 per kind van 11 t/m 17 jaar Vergoeding voor zwemles vanaf 5 jaar (€ 737)

Kindpakket / Ridderkerkpas

21

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

Bijlage 2. Financieel maandoverzicht In deze bijlage staat per huishoudtype het financieel maandoverzicht. De tabellen geven een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven, bij gebruikmaking van alle landelijke en lokale regelingen. Tabel B2.1 Alleenstaande zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

>3 jaar 110% Wsm

1.345

1.480

1.615

1.749

1.884

1.345

1.480

394 131 525

394 131 525

394 131 525

394 131 525

363 131 494

394 131 525

394 131 525

1.870

2.005

2.140

2.274

2.378

1.870

2.005

Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven

656 184 70 51 212 25 19 217 303 0

656 184 70 51 212 25 19 217 303 67

656 184 70 51 212 25 19 217 303 67

656 184 70 51 212 25 19 217 303 67

656 184 70 51 181 25 19 217 303 67

656 184 70 51 212 25 19 217 303 0

656 184 70 51 212 25 19 217 303 67

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

121

121

121

121

121

121

121

1.859

1.926

1.926

1.926

1.894

1.859

1.926

11

79

214

348

483

11

79

40

0

0

0

0

40

0

29

29

29

29

0

29

29

0

0

0

0

0

41

41

17

17

0

0

0

17

17

17

17

0

0

0

17

17

0 102

0 62

0 29

0 29

0 0

0 143

0 103

68

96

214

348

483

68

96

114

141

242

377

483

154

182

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT) Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk Totaal inkomsten

Totaal uitgaven Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Tegemoetkoming eigen risico zorgkosten Meedoenregeling (Ridderkerkpas) Kindregeling (Ridderkerkpas) Totaal regelingen gemeente Budget bij realistisch gebruik van regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

22

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

Tabel B2.2 Paar, niet AOW-gerechtigd, geen kinderen 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

>3 jaar 110% Wsm

1.922

2.114

2.306

2.499

2.691

1.922

2.114

416 250 666

416 250 666

416 229 645

351 185 536

272 140 412

416 250 666

416 250 666

2.588

2.780

2.951

3.035

3.103

2.588

2.780

Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven

691 222 79 74 425 41 39 326 547 0

691 222 79 74 425 41 39 326 547 67

691 222 79 74 425 41 39 326 547 67

691 222 79 74 425 41 39 326 547 67

691 222 79 74 361 41 39 326 547 67

691 222 79 74 425 41 39 326 547 0

691 222 79 74 425 41 39 326 547 67

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

200

200

200

200

200

200

200

2.643

2.710

2.710

2.710

2.646

2.643

2.710

-55

70

242

325

457

-55

70

60

0

0

0

0

60

0

57

57

57

57

0

57

57

0

0

0

0

0

61

61

33

33

0

0

0

33

33

34

34

0

0

0

34

34

0 184

0 124

0 57

0 57

0 0

0 246

0 185

39

104

242

325

457

39

104

129

194

299

382

457

191

256

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT) Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk Totaal inkomsten

Totaal uitgaven Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Tegemoetkoming eigen risico zorgkosten Meedoenregeling (Ridderkerkpas) Kindregeling (Ridderkerkpas) Totaal regelingen gemeente Budget bij realistisch gebruik van regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

23

Gemeente Ridderkerk

Versie 0.1

Tabel B2.3 Alleenstaande ouder, niet AOW-gerechtigd, met 2 kinderen (8 en 13 jaar)13 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

>3 jaar 100% Wsm

>3 jaar 110% Wsm

1.345

1.480

1.615

1.749

1.884

1.345

1.480

Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk

418 131 0 252 759 1.560

418 131 44 252 759 1.604

418 131 50 252 759 1.610

418 131 56 252 759 1.616

418 131 62 252 759 1.622

418 131 0 252 759 1.560

418 131 44 252 759 1.604

Totaal inkomsten

2.906

3.084

3.224

3.365

3.506

2.906

3.084

Basis uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven

691 275 79 75 212 31 85 0 52 340 578 0

691 275 79 75 212 31 85 13 52 340 578 67

691 275 79 75 212 31 85 13 52 340 578 67

691 275 79 75 212 31 85 19 52 340 578 67

691 275 79 75 181 31 85 19 52 340 578 67

691 275 79 75 212 31 85 0 52 340 578 0

691 275 79 75 212 31 85 13 52 340 578 67

Participatie uitgaven Participatie uitgaven

260

260

260

260

260

260

260

2.678

2.758

2.758

2.764

2.732

2.678

2.758

228

326

467

601

774

228

326

60

0

0

0

0

60

0

29

29

29

29

0

29

29

0

0

0

0

0

52

52

17

17

0

0

0

17

17

17

17

0

0

0

17

17

92 214

92 154

0 29

0 29

0 0

92 266

92 206

397

435

467

601

774

397

435

442

481

496

630

774

494

532

Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. vakantietoeslag (VT)

Totaal uitgaven Budget exclusief regelingen gemeente Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Tegemoetkoming eigen risico zorgkosten Meedoenregeling (Ridderkerkpas) Kindregeling (Ridderkerkpas) Totaal regelingen gemeente Budget bij realistisch gebruik van regelingen gemeente Budget inclusief alle regelingen gemeente

13 Bij de kosten BSO is de tegemoetkoming kinderopvang al verrekend.

24

Gemeente Ridderkerk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1287/documents/42923