Herzien Plan van Aanpak 2022-2026 RES RDH.pdf
Tekst van het document
Versie 16 februari 2023
INHOUDSOPGAVE
Inleiding ........................................................................................................................................................ 3 1. Uitvoerings- en beleidsstrategie ........................................................................................................... 5 RES 2.0 en het omgevingsbeleid ........................................................................................................... 6 Sub-regionale aanpak ............................................................................................................................ 7 Kickstarten projecten ............................................................................................................................. 8 Planning & proces 2023 ......................................................................................................................... 9 Planning 2023........................................................................................................................................ 10 Warmte .................................................................................................................................................. 11 2. Activiteiten en resultaten uitvoeringslijnen .......................................................................................
11 Elektriciteit ............................................................................................................................................. 17 Energiesysteem: (ruimtelijke) effecten van keuzes ......................................................................... 22 3. Participatie ............................................................................................................................................. 25 4. Communicatie ....................................................................................................................................... 29 5. Begroting ................................................................................................................................................ 31 Bijlage 1 – Overlegmomenten 2023 ........................................................................................................ 32 Bijlage 2 – Uitgangspuntennotitie RES 2.0, 2022 ................................................................................... 34
2
INLEIDING
Dit herziene Plan van Aanpak vormt het gezamenlijke vertrekpunt voor de RESpartners voor de aankomende bestuursperiode van gemeenten (20222026), en specifiek in 2023. Het geeft richting aan de stappen die genomen moeten worden om de samen vastgestelde ambities zoals opgenomen in de RES 1.0 tijdig waar te kunnen maken. In de Regionale Energiestrategie (RES) “vertalen gemeenten, provincies en waterschappen – samen met vele partners – de ambitie voor het opwekken van meer hernieuwbare elektriciteit op land naar concrete plannen” (Handreiking RES 2.0). De RES biedt inzicht in de regionale strategie warmte die bovengemeentelijke kansen schetst voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Ook wordt inzicht gegeven in de regionale inzet rond duurzame brandstoffen en de impact van de ontwikkelingen uit de RES voor het energiesysteem, waaronder netwerken en energieopslag. De samenwerking komt voort uit het besef dat we in de regio met zijn allen aan de lat staan om onze ambities waar te maken. Het is de intrinsieke motivatie bij de betrokken partijen om de leefomgeving van onze regio te verbeteren. Dit kan alleen in samenhang met overige opgaven, door in dialoog afstemming te zoeken,
samen oplossingen te bedenken en doelmatig aan de slag te gaan. Collectieve actie versterkt de positie van de betrokken partijen om beter, slimmer, sneller en goedkoper te kunnen werken. De regio Rotterdam Den Haag heeft in de RES 1.0 (juli 2021) de ambitie uitgesproken zich in te zetten voor de opwek van 2,8 – 3,2 TWh duurzaam opgewekte elektriciteit. Daarmee levert de regio 8 tot 9% van de landelijke doelstelling van 35 TWh. Op voorhand staan de inhoudelijke ambities niet ter discussie. Eventuele conclusies over de voortgang in de uitvoeringslijnen, kunnen aanleiding zijn voor een dialoog over de (realiseerbaarheid van de) ambitie. Het proces in de RES-regio moet uiteraard gezien worden in de context van het Klimaatakkoord (2019) en het Coalitieakkoord Rutte IV (2021 – 2025). In het Coalitieakkoord wordt het bestaande reductiedoel voor 2030 aangescherpt.
INLEIDING Er wordt fors geïnvesteerd in maatregelen
Om de ambities tijdig waar te maken
en het invullen van randvoorwaarden. Ook
moeten we, ondanks al deze dynamiek, in
de internationale ontwikkelingen zijn van
regionaal verband aan de slag. Dit gebeurt in
invloed. Het Nederlandse klimaatbeleid zal
de wetenschap dat aanpassing van de
zich moeten verhouden tot de EU-doelen en
aanpak of de inhoud nodig gaat zijn. Het
het ‘Fit for 55’-programma. Veel van de
Klimaatakkoord blijft de onderlegger voor de
aangekondigde veranderingen en middelen
RES. Indien er aanleiding is om de aanpak
moeten nog worden uitgewerkt. Dat zal ook
van de regio Rotterdam Den Haag bij te
de komende periode doorgaan. Dit kan
stellen dan wordt een voorstel voorbereid
consequenties hebben voor de regionale
hoe hiermee om te gaan.
energieaanpak en ook voor de inhoud van dit Plan van Aanpak.
Herzien Plan van Aanpak Dit plan bouwt logisch voort op het eerdere plan van aanpak, de uitgangspuntennotitie en de herijkingsnotitie. Het is een (jaarlijkse) aanscherping en aanvulling op de eerder bestuurlijk geaccordeerde stukken. De aanleiding van de update van dit Plan van Aanpak is drieledig. 1. Ten eerste de landelijke ontwikkeling op het gebied van RES en MER: Een milieueffectrapportage brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld. Zo kan de overheid de milieueffecten meenemen bij haar besluit over het plan of project. De concept-RES en RES 1.0 zijn niet MER-plichting. De RES 2.0 is na het in werking treden van de Omgevingswet soms planMER plichtig. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van het RES-proces. De regionale aanpak komt in dit Plan van Aanpak aan bod. 2. Ten tweede de toevoegingen en behoeften zoals die zijn verzameld bij bestuurders en ambtenaren. Verdere aandacht wordt gevraagd voor de (mogelijke) problemen rondom netcongestie, innovatie en andere vormen van opwek, de impact van de verdere elektrificatie en het organiseren en ‘kickstarten’ met capaciteit en expertise ten behoeve van de vergroting van de uitvoeringskracht. 3. Ten derde de stand van zaken met betrekking tot de voortgang in de uitvoering.
De tussentijdse resultaten van de monitor laat zien dat de ambities voor 2030 nog niet in het verschiet liggen en dat een verdere versnelling om te komen tot locaties voor realisatie van grootschalige opwek gewenst is. De aanpak zoals gezien vanuit de RES is hiervoor opgenomen in dit plan van aanpak.
4
1. UITVOERINGS- EN BELEIDSSTRATEGIE Na de vaststelling van de RES 1.0 in juli 2021, is het tijd voor de uitvoering. Met name in de periode 2022-2026 is het initiëren en faciliteren van de projecten vanuit de bijbehorende Uitvoeringsagenda van cruciaal belang. Als regio sturen we aan op relevante processen, studie en uitvoering. Dit wordt geborgd door de tussentijdse inzichten uit de monitoring van de RES en de uitwerking in de fiches die bestuurlijk ter tafel worden gebracht. Juli 2023 is een belangrijk ijkmoment hoe alle partijen er regionaal voor staan, want dan levert de RES Rotterdam Den Haag de voortgangsrapportage op bij het Nationaal Programma RES. Alle 30 RES-regio’s doen dit, waarmee een landelijk beeld ontstaat in hoeverre de 35 TWh binnen handbereik ligt of niet. Het realiteitsgehalte van de RES zal uiteraard in de praktijk moeten blijken. Dat gebeurt door nauwe samenwerking met medeoverheden, markt en semioverheid, via projecten en dialoog en door goede monitoring over de volle breedte van de Uitvoeringsagenda RES 1.0. Dat kan aanleiding zijn om de RES aan te passen.
Monitoring Door middel van monitoring houdt de regio een vinger aan de pols om te zien hoe het gaat met zowel de kwantitatieve voortgang als de kwalitatieve voortgang. Er is een publieke monitor waarin de kwantitatieve en de kwalitatieve voortgang verbeeld wordt. Zo is door de jaren heen de voortgang ten opzichte van het bod te zien. Dit geeft bestuurlijk en ambtelijk inzicht. Hierdoor kan tijdig het bestuurlijk gesprek gevoerd worden of er en hoe er bijgestuurd moet worden. Daarnaast worden meer specifieke gegevens opgehaald in de jaarlijkse monitoringsgesprekken: Waar liggen de drempels die de voortgang beïnvloeden? Waar ligt de grootste potentie? Welke rol kan de RES-organisatie spelen om die potentie te verzilveren? Dit heeft invloed op de keuze van de projecten waarvoor de RES-organisatie extra capaciteit op inzet. De monitor laat zien waar de grootste slagen te maken zijn. Uit de monitor kan ook blijken dat we gezamenlijk qua voortgang zoor zowel uitvoeringslijn warmte als elektriciteit niet meer op koers liggen. Voor elektriciteit is dit o.a. door nietrealiseerbare ambitie. Hierin worden twee typen motivatie onderscheiden: o o
Een categorie met ruimtelijk-technische argumenten; Een categorie met daarin een bestuurlijk/politieke motivatie, hieronder valt da ook gebrek aan maatschappelijk draagvlak etc.
5
UITVOERINGS- EN BELEIDSSTRATEGIE Bestuurlijk kan er gekozen worden hoe hiermee wordt omgegaan (bijvoorbeeld: niets doen, nieuwe locaties zoeken, een nieuwe aanpak). Wanneer, of en hoe we als regio nieuwe locaties gaan onderzoeken wordt voor 2023 besproken, zodat hiermee indien nodig in 2023 kan worden gestart. Voor warmte wordt uit de analyse van de transitievisies warmte in de regio duidelijk dat met de aangekondigde plannen een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050 niet wordt behaald. Bovendien ontbreekt het momenteel onder meer aan de juiste randvoorwaarden om het tempo te versnellen. Er wordt (nog) niet voldaan aan de in de RES 1.0 benoemde randvoorwaarden, zoals het hebben van effectieve financiële instrumenten en wet- en regelgeving, daarnaast is regionale samenwerking nodig. Dit laatste wordt bemoeilijkt door een collectief actieprobleem.
Uitvoeringslijnen Per uitvoeringslijn zijn er verschillen in de aanpak. De uitvoeringslijn Elektriciteit ziet toe op de realisatie van projecten en biedt concrete handvatten voor bijv. ruimtelijke inpassing en er liggen kwantitatieve ambities voor verschillende typen elektriciteitsopwekking. Voor de uitvoeringslijn Warmte is nog geen kwantitatief doel vastgesteld en zijn de gedefinieerde projecten meer gericht geweest op kennisontwikkeling en samenwerking. In 2023 is het van belang om na deze meer verkennende fase te bepalen wat de regionale samenwerking teweeg moet brengen en hoe volgende stappen eruitzien. Ook zijn we als regio onderdeel van samenwerkingsafspraken, zoals voor Elektriciteit binnen het OER-programma (Opwek Energie op Rijksgronden) en voor Warmte met EBN, Invest-NL en GasUnie. Deze samenwerkingen kennen een eigen dynamiek en tijdlijnen. En dragen bij aan het realiseren van de gezamenlijke ambities. In het proces houdt de regio ook rekening met deze dynamiek. Dat geldt t.a.v. verschillende snelheden, diepgang qua ontwikkeling op projectniveau en de mate waarin kwantitatieve voortgang meetbaar is. In de uitvoeringslijn Energiesysteem wordt toegewerkt naar een onderzoek om meer inzicht te bieden en voort te bouwen op de systeemstudies die er al zijn. Dit gebeurt in samenhang met o.a. Warmte en uitvoeringslijn Brandstoffen.
Voor deze laatste zijn de ontwikkelingen op het gebied van waterstof relevant en zullen deze nader worden verkend. In het hoofdstuk hierna wordt beschreven waarop in 2023 wordt gefocust, met bijbehorende acties en voorziene resultaten.
RES 2.0 en het omgevingsbeleid Inmiddels is bekend dat de RES 2.0 soms plan-MER plichtig is. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van het RES-proces. Er wordt voortaan een onderscheid gemaakt tussen een RESVoortgangsdocument en een RES-Herijking. RES-Voortgangsdocument: In dit document werkt de regio de voortgang uit van het realiseren van de ambities uit de RES 1.0. Het RES-Voortgangsdocument wordt elke twee jaar opgesteld (2023, 2025, etc.). Dit document heeft geen kaderstellend karakter en is daarom niet plan-MERplichtig.
6
UITVOERINGS- EN BELEIDSSTRATEGIE RES-Herijking (nieuwe RES) Het kan nodig zijn om de plannen te herijken of om kaders te stellen voor toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld omdat er nieuwe inzichten of ambities ontstaan. Dit wordt vastgesteld in een RES Herijking 2.0, RES Herijking 3.0, etc. De RES Herijking heeft geen vaste ritmiek omdat het om regionaal maatwerk gaat. Dit document is in veel gevallen wel plan-MERplichtig. In onze regio is ingezet op focus op uitvoering van de ambities in de RES 1.0. De herijking van de RES is een proces dat parallel loopt aan de realisatie van de Uitvoeringsagenda RES 1.0. Dit geldt met name voor de zoekgebieden; die kunnen, als de lokale situatie daartoe aanleiding geeft specifieker en/of concreter worden of verdwijnen. Dat gebeurt n.a.v. de processen die nu ingezet zijn vanuit de Uitvoeringsagenda RES 1.0. De uitwerking krijgt invulling op het niveau van zoekgebieden; (boven)lokaal. Verankering gebeurt ook primair via het omgevingsbeleid van gemeenten en provincie. De resultaten van deze concretisering en verankering kunnen in de RES 2.0 worden opgenomen. Waar dat niet gebeurt blijft de RES 2.0 net zo abstract als de RES 1.0. Indien mogelijk verdient hierbij ook de relatie tot al verankerde elementen in omgevingsbeleid aandacht. Informatie die al ergens anders is vastgesteld krijgt een concrete uitwerking op bijv. kaarten.
Vanwege de focus op uitvoering, is de herijking RES 2.0 vooralsnog niet direct aan de orde en zal het document naar verwachting na 2023 van toegevoegde waarde zijn. Het RES Voortgangsdocument wordt vastgesteld door de colleges en voorgelegd aan de volksvertegenwoordigers op vergelijkbare wijze als bij andere beleidsonderwerpen. Een RES Herijking wordt op advies van NP RES niet vastgesteld totdat het volksvertegenwoordigende orgaan er mee heeft ingestemd. De planning van dit proces wordt hierna beschreven.
Plan-MER Het omgevingsbeleid moet vorm en inhoud krijgen. Onder de Omgevingswet is een MER, of onderzoek naar (cumulatieve) natuur- en milieueffecten, noodzakelijk voor grootschalige opwekprojecten en ook voor regionale warmteprojecten. Dit betekent dat het nuttig en zinvol is een plan-MER uit te voeren voor alle partijen in onze regio. Dit kan gezamenlijk of afzonderlijk gebeuren. In hoeverre dit gezamenlijk wordt gedaan is nog afhankelijk van een aantal factoren. De regio overweegt momenteel de voor- en nadelen over de schaalgrootte van een regionale plan-MER vs. een lokale of subregionale project-MER. Ter voorbereiding, en omdat het een tijdrovende bezigheid is, wordt gestart met het verzamelen van bestaande informatie en het inzichtelijk maken van wat er nog zou moeten worden onderzocht.
Sub-regionale aanpak Voor de opgave in de regio Rotterdam Den Haag zal bij de doorvertaling en uitwerking van de RES 1.0 de nadruk liggen op lokale (en subregionale) schaal. Gezien de grootte van de RES-regio Rotterdam Den Haag kan het vruchtbaar zijn om in kleinere sub-regio's te werken. De ordening kan verschillen; denk aan een logische geografische samenwerking, waar meerdere gemeenten en provincie samenwerken aan een project. Of aan een specifiek onderwerp, zoals bij verschillende OER-trajecten gebeurt. Of simpelweg omdat er van oudsher al een band bestaat tussen partijen. Deze aanpak is ook denkbaar voor andere type
7
UITVOERINGS- EN BELEIDSSTRATEGIE projecten die een overlappende aanpak nodig hebben (zoals recreatieve energielandschappen: de aanpak in gemeente X kan mogelijk gebruikt worden voor gemeente Y). De sub-regionale aanpak is alleen succesvol als deze organisch ontstaat, daar waar logische verbanden worden gezien. Er wordt geen vaste indeling gehanteerd, en is uiteraard vrijwillig. De RES-organisatie ziet de effectiviteit van de sub-regionale samenwerking en kan, en wil, dit waar nodig faciliteren. Dit kan o.a. door: • • • •
Het houden van thematische deelsessies (zoals bijvoorbeeld aanpak zon op parkeerplaatsen) Het “kickstarten” van projecten (start-ups, zie hierna) Het faciliteren van procesbijeenkomsten Het verbinden van en met partijen uit het regionale (en landelijke) netwerk
Kickstarten projecten In 2022 hebben verschillende projecten een kickstart gekregen. Voorbeelden van projecten met een ‘versnellingsaanpak’ zijn zon op waterbassins, de pilot zon op parkeerterreinen en zon op bedrijventerreinen. Onder hoofdstuk Elektriciteit zijn projecten opgenomen die in 2023 beoogd zijn om op te starten. Het doel van een versnellingsaanpak is het vertalen van een ambitie voor 2030 naar concrete processtappen in de tijd. De versnellingsaanpakken beschrijven drie fasen: 1. Pilotfase 2. Opschalingsfase 3. Versnellingsfase Een versnellingsaanpak werkt wanneer het gedragen en mede-geïnitieerd wordt door een groep initiatiefnemers. Het opstellen van een versnellingsaanpak helpt bij het formuleren van acties, beoogde producten en werkzaamheden om tot die producten te komen. Het zorgt ervoor dat de ambitie van 2030 niet ver wegblijft, maar vertaald wordt naar handelingsperspectief voor de betrokken gemeenten. In de pilotfase kan worden geëxperimenteerd met verschillende werkvormen, kunnen randvoorwaarden voor gemeentelijk (ruimtelijk) beleid in beeld gebracht worden en kunnen pilotprojecten gerealiseerd worden. Doel in de pilotfase is te leren en mogelijke belemmeringen voor het kunnen opschalen van een oplossing weg te nemen. Deze lessen kunnen vervolgens meegenomen worden in de opschalings- en versnellingsfase van een project.
Het opstellen van een versnellingsaanpak helpt bij het kickstarten van projecten. Het is een handig instrument dat kan helpen om projecten van de grond te krijgen daar waar dat niet vanzelf gebeurt. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat de uitvoeringscapaciteit bij gemeenten ontbreekt, het onduidelijk is hoe het werkt of men niet weet waar te beginnen.
8
UITVOERINGS- EN BELEIDSSTRATEGIE
Planning & proces 2023 Onderstaand figuur laat zien welke mijlpalen tot aan 2050 zijn beoogd. Hierna wordt ingezoomd op 2023, toewerkend naar het doel om in 2025 vergunningen verleend te hebben. Uitgaande van de realisatie van de ambitie uit de RES 1.0 voor grootschalige projecten wind en zon in 2030 wordt het volgende tijdspad gehanteerd: • •
Duur realisatie windpark 5 jaar (2025 start) Vergunningverlening 1 jaar (2024 start)
Bepalen locaties + MER-procedure 1 jaar (2023 start)
Figuur 1: Proces regionale energiestrategie 2030 - 2050
9
UITVOERINGS- EN BELEIDSSTRATEGIE
Planning 2023 Deze planning biedt overzicht in de meer overkoepelende activiteiten. De activiteiten onder de uitvoeringslijnen worden in het hoofdstuk hierna uiteengezet.
Figuur 2: planning 2023 RES algemeen
10
2. ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN Warmte De uitvoeringslijn Warmte in de RES geeft invulling aan het regionale deel van de CO2-besparingsopgave voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Dit wordt de Regionale Structuur Warmte (RSW) genoemd, die zowel richting geeft aan het toekomstbeeld op warmte in 2030 en 2050, als de aanpak om daar te komen. Gemeenten zijn de regisseurs voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. De RSW bouwt dan ook voort op de lokale aanpak via de Transitievisie Warmte (TVW).
Ambitie De RES werkt toe naar een betrouwbare, schone, betaalbare en veilige energievoorziening voor iedereen in de regio Rotterdam Den Haag in 2050. In de RES zijn op het thema warmte hiervoor een zestal belangrijke keuzes gemaakt (zie rode kader hiernaast). De RES-partijen erkennen het belang van bovenlokale samenwerking om te komen tot optimale inzet en uitwisseling van de bovenlokale warmtebronnen. Hiervoor is een regionaal transportnet nodig. Om aan de landelijke doelstelling van 2050 aardgasvrij te kunnen voldoen zal uiterlijk 2035 een regionaal infrastructureel plan uitgewerkt moeten zijn, inclusief financiële beslissing. Om dit te realiseren zal de komende jaren ingezet moeten worden op het inzichtelijk maken wat er mogelijk en nodig is voor de warmtetransitie. De plannen van gemeenten en ontwikkelaars moeten inzichtelijk worden, en worden gekoppeld met de potentie van warmtebronnen. Hiervoor is ‘kennisdelen en lobby’ en ‘data en tooling’ nodig. Ook erkennen de partijen dat er op dit moment sprake is van een collectief actieprobleem: de huidige aanpak van de warmtetransitie leidt tot vertraging en grote winnaars en verliezers.
Dit doordat individueel optimale keuzen worden gemaakt in plaats van collectief optimale keuzen. De schaal waarop dit collectief actieprobleem zich voordoet verschilt per “sub-regio”. Om dit probleem te adresseren heeft de regio geconstateerd dat een nieuwe vorm van ‘sturing en coördinatie’ nodig is, hoe dit eruit gaat zien werkt het projectteam van de regio de komende tijd verder uit.
11
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN
Figuur 4. Planning uitvoeringslijn Warmte
Beoogde resultaten en bijbehorende acties 1. Sturing en coördinatie Om het collectief actieprobleem op te lossen wordt onderzocht welke sturings- en coördinatiemechanisme geschikt zou kunnen zijn en wie er hierbij betrokken moeten zijn. Doel is om te komen tot een voorstel hoe kansen in de ontwikkeling van warmtenetten kunnen worden verzilverd, terwijl risico’s voor individuele partijen worden gemitigeerd. De vervolgacties en mogelijke resultaten zijn afhankelijk van de uitkomsten van de verkenning, die eind 2022 in het BNE gepresenteerd zal worden. De acties voor 2023 zijn: - Vervolg op verkenning: opdracht trekker werkorganisatie en uitwerken verschillende sturingsopties. - Organiseren van drie ateliers waarbij partijen worden meegenomen in proces en ruimte krijgen om inhoudelijk input mee te geven. - Voorbereiden bestuurlijke besluitvorming. Beoogd resultaat: - Concrete procesaanpak over de wijze waarop in deze regio de sturing en coördinatie vormgegeven kan worden en zo het collectief actieprobleem te minimaliseren.
12
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN 2. Kennisdelen en lobby Het gaat hier om terugkerende inzet op het gebied van kennisdeling, coördineren van vraagstukken, afstemmen, strategische vertaling van uitkomsten naar bestuurlijke besluitvorming. Specifiek onderdeel hiervan is de meedenkgroep, zij functioneert als platform om kennis te delen en feedback te geven: • Input geven op de verschillende onderzoeken: zoals tooling, onderzoek restwarmte en geothermie. • Uitwerken gezamenlijke vraagstukken rondom wet- en regelgeving. Wat is er nodig om de warmtetransitie succesvol te laten verlopen? Hoe werk je samen en verdeel je warmte? Hoe geef je opdrachten en baken je warmtegebieden in projecten af? Hoe kom je tot systeemoptimalisatie? • Samenhang warmte vraag en aanbod; de bestaande en in ontwikkeling zijnde transportleidingen in de regio alsmede de ontwikkelingen binnen de Sleutelprogramma’s (met name Oostland en Westland) leiden tot een potentieel aanbod van warmte en een vraag naar warmte. Het is van regionaal belang om vraag en aanbod (zowel vanuit bron als leidingcapaciteiten) op elkaar aan te sluiten. De vraag is hoe de gemeenten in de regio kunnen samenwerken om de bronnen en leidingen optimaal te benutten. Binnen Sleutelprogramma 5 wordt deze vraag al onderzocht.
Door plannen in de regio met elkaar in verbinding te brengen en actief af te stemmen en samen te werken, kunnen we komen tot inzichten die kunnen leiden tot bovenlokale meerwaarde. De meedenkgroep brengt in, reageert, geeft feedback en draagt zo bij aan de vorming van de RSW 2.0. Daarnaast is er de wens uitgesproken om de gemeenten – op verzoek – te ondersteunen bij de lokale warmtetransitie. Of en hoe de RES hier een rol in kan spelen zal moeten worden uitgewerkt. Hierbij hoort ook de vraag of dit een onderdeel van het sturings- en coördinatievraagstuk zou moeten zijn. De acties voor 2023 zijn: -
Organisatie van vier warmteateliers Organisatie van 6-wekelijkse meedenkgroep Input leveren en deelnemen aan OT, ANE, BNE Onderzoek naar ondersteuningsvraag gemeenten voor de lokale warmtetransitie (wat is de vraag, het doel en is de RES de geëigende partij?)
Resultaten: -
Breed gedragen inzicht in en draagvlak voor ontwikkelingen op het gebied van warmte projectlijnen data & tooling, coördinatie & sturing en de sleutelprogramma’s Inzicht in en lobby agenda (nieuwe) wet en regelgeving.
13
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN
3.
Data en tooling
De RES-regio werkt samen met EBN, Invest-NL en GasUnie om alle data uit eerdere studies en inventarisaties van de RES, en de TVW van de gemeenten, te ontsluiten in de Warming-UP tool, ontwikkeld vanuit het TKI Urban Energy. Op basis van deze ontsluiting kijken wij gezamenlijk of de tooling geschikt is om als regio actief in te zetten. Hiernaast wordt onderzocht waar en wanneer kansen voor het benutten of risico’s van overbenutting van bovenlokale warmtebronnen en transportsystemen zich voordoen in relatie tot de beoogde groei van de vraag naar warmte. Zo kan de regionaal beschikbare warmte optimaal worden ingezet en verdeeld. Hiermee kan ook de timing van de ontwikkeling van vraag en aanbod onderling worden geoptimaliseerd. Tot slot wordt in deze tool bekeken hoe de basislastbronnen geothermie en restwarmte zich tot elkaar in de ontwikkeling in tijd verhouden. Bekeken wordt of betere informatie over deze bronnen kan worden verkregen, en vervolgens worden onderzocht wat de optimale samenhang kan zijn van de inzet van deze regionaal beschikbare bronnen. Beoogde resultaten: • Een warmtetool waarmee de gehele regio met dezelfde data-analyses kan (laten) doen naar kansen voor warmtenetten in hun gemeenten. • Eventueel een principe-uitspraak tussen de RES partijen om deze tool te gebruiken in hun warmte-analyses.
• Beschikbaar maken van uniforme gegevens over plannen en projecten zodat inzichten vergeleken kunnen worden. Betrouwbare en actuele informatie • Nader inzicht in de potentie van restwarmte en geothermie in de regio • Een rapportage over de optimale inzet en ontwikkelpaden voor basislastbronnen
14
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN
4. Sleutelprogramma's In de RES 1.0 zijn zeven sleutelprogramma’s gedefinieerd die in de uitvoering in 2022 zijn samengevoegd tot zes programma’s. Zie onderstaand figuur.
Figuur 5: Samenhang sleutelprogramma's
Sleutelprogramma 1: Besparen Volgens het Energieperspectief en de RES heeft energiebesparing de hoogste prioriteit. Om deze reden is hiervoor een apart sleutelprogramma in het leven geroepen. De belangrijkste vraag van gemeenten aan de RES-regio is het verzorgen van kennisdeling en -ontwikkeling. Met enquêtes is onderzocht wat de behoefte is. Gekozen wordt om op een aantal onderwerpen (Energiearmoede, VvE’s, Wijkgerichte energiebesparing, ontzorgingsconcepten voor Eigenaar-Bewoners, Bedrijventerreinen) kennisdeelsessies te organiseren. Met deze kennisdeelsessies wordt gekeken of deelnemende gemeenten behoefte hebben om een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen of met elkaar ervaringen over hun lokale trajecten te blijven uitwisselen.
15
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN Beoogde resultaten: • •
Versnelling van de energiebesparingsaanpakken in de regio. Kennisdeling en –borging over aanpakken op het thema energiebesparing 5. Overige sleutelprogramma’s
Voor de overige sleutelprogramma’s zijn de gemeenten binnen de sleutelprogramma’s zelf aan zet. De RES-organisatie bewaakt de samenhang tussen de programma’s en zorgt dat kennis en expertise op de juiste momenten wordt opgehaald en of meegegeven. De meedenkgroep is hiervoor het belangrijkste instrument. Beoogde resultaten: • •
Inzicht in de ontwikkeling van warmtenetten in de regio, t.b.v. monitoring. Afstemming tussen sleutelprogramma’s in de regio.
Figuur 6: Samenhang activiteiten warmte
16
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN
Elektriciteit In de uitvoeringslijn elektriciteit werken we gezamenlijk aan de realisatie van de nationale ambitie voor zon- en wind van 35 TWh opwek duurzame elektriciteit in 2030. Hiervan neemt de RES-regio Rotterdam Den Haag 2,8-3,2 TWh voor haar rekening. Om dit mogelijk te maken, is in het Klimaatakkoord afgesproken dat uiterlijk 1 januari 2025 de vergunningen voor projecten moeten zijn verleend. Realisatietermijnen verschillen echter per techniek: de doorlooptijd voor een windpark beslaat enkele jaren, terwijl dit voor een zonproject minder dan een jaar kan zijn.
De komende bestuursperiode zal de nadruk komen te liggen op het scheppen van de voorwaarden voor realisatie. Dat betekent:
• Het concretiseren van de huidige zoekgebieden naar afgebakende zoeklocaties en deze ruimtelijk borgen in het bestemmings- of Omgevingsplan; • Het verlenen van vergunningen voor hernieuwbare energieprojecten; • Het uitwerken van projecten langs infrastructuur, waarbij gestart wordt met de Rijkswegen; • Het stimuleren van zon op daken, op waterbassins, parkeerplaatsen en bedrijventerreinen; • Het uitwerken van kansrijke gebieden, die zich niet langs infrastructuur bevinden. Dat is nodig, om toe te werken naar het realiseren van de ambitie van 2,8-3,2 TWh, waar elk van deze activiteiten onderdeel van uitmaakt.
In 2022 zijn hiertoe al diverse activiteiten in gang gezet: • Het project Opwek Energie op Rijksgronden (OER) langs de A15-A38 heeft de voorverkenningsfase afgerond en bevindt zich nu in de verkenningsfase; • Voor zonne-energie op waterbassins is de Versnellingsaanpak vastgesteld en de pilotfase gestart. Deze fase wordt eind 2022 afgerond; • Voor zonne-energie op bedrijventerreinen is aan vier gemeenten subsidie verleend om verschillende bedrijventerreinen te verduurzamen en zonne-energie te realiseren op daken van bedrijven; • Voor zonne-energie boven parkeerplaatsen is een Versnellingsaanpak opgesteld en in het najaar gestart met de eerste fase van de aanpak. Verschil tussen 2022 en 2023 is dat de lopende activiteiten worden uitgebouwd en er daarnaast meer aandacht is voor de concretisering van de zoekgebieden dan in 2022.
Concretisering zoekgebieden In de RES 1.0 is een aantal zoekgebieden opgenomen. Om te komen tot projecten in deze gebieden, dienen de zoekgebieden geconcretiseerd te worden en de beoogde locaties opgenomen in het bestemmings- of Omgevingsplan. Dat biedt een basis voor ontwikkelaars van hernieuwbare energie om op voort te bouwen. Het concretiseren van de zoekgebieden is een activiteit die door gemeenten zelf wordt uitgevoerd, waarbij de RES-regio kan ondersteunen waar het gaat om bovengemeentelijke gebieden. Ook zal de RES-regio kennis delen over de te nemen stappen in het proces naar concretisering.
17
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN Aandachtspunten zijn de benodigde capaciteit van de afdeling Ruimtelijke Ordening bij de betreffende gemeenten; het tijdig in gesprek gaan met de netbeheerder over de actuele netsituatie en de inrichting van de procesparticipatie. Beoogde resultaten • Soepel proces naar concrete zoekgebieden • Gedeelde kennis over aanpak concretisering (vooral bij gelijke type projecten (zoals zon in stadsranden)).
Stimulering hernieuwbare energieprojecten De RES-regio vervult een aanjaagfunctie binnen verschillende projecten. Deze aanjaagfunctie wordt in 2023 en verder voortgezet, waarbij het streven is om te komen tot projecten die geheel voortgezet worden door de RES-partijen. De volgende activiteiten zijn voorzien: 1.
Zonne-energie op waterbassins
In maart 2022 is de Versnellingsaanpak Zonne-energie op Waterbassins gestart. In de eerste fase van de aanpak is aan de hand van vier pilotprojecten geïdentificeerd wat randvoorwaarden, mogelijkheden en onmogelijkheden zijn voor het realiseren van zonne-energie op waterbassins. De resultaten van de pilotfase worden eind 2022 opgeleverd. In 2023 starten de tweede fase. In deze fase staat het opschalen van de uitrol van zonne-energie op waterbassins centraal. Doelstelling is dat 10 projecten geïdentificeerd worden die tot een positieve investeringsbeslissing komen. Bij het begeleiden van de gemeenten en projecteigenaren worden de lessen uit de eerste fase gebruikt. Daarnaast helpt de RES Rotterdam Den Haag gemeenten met het vertalen van lessen uit de eerste fase naar hun eigen ruimtelijk beleid. Beoogde resultaten 2023: • 10 eigenaren van waterbassins met een positieve investeringsbeslissing om zonne-energie op hun waterbassin te realiseren. In 2024 start de derde en laatste fase. Die bestaat uit het versnellen en breed uitrollen van zonne-energie op waterbassins in de regio. In totaal moeten circa 300 projecten gerealiseerd worden tot en met 2030 om aan de doelstelling te voldoen. De doelstelling is dat in 2030 89 GWh duurzame elektriciteit opgewekt wordt met zonne-energie op waterbassins. 2.
Zonne-energie op parkeerplaatsen In 2022 is de RES Rotterdam Den Haag gestart met de versnellingsaanpak Zonne-energie boven parkeerplaatsen. In de RES-regio ligt een grote potentie om parkeerplaatsen te benutten voor zonne-energie. De doelstelling is dat in 2030 104 GWh duurzame elektriciteit wordt opgewekt met zonne-energie boven parkeerplaatsen. Om de uitrol van zonne-energie boven parkeerplaatsen te versnellen wordt in de eerste fase van de versnellingsaanpak gewerkt aan vier producten, langs de in aanpak vastgestelde actielijnen:
18
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN • • • •
Het begeleiden, testen en leren van pilotprojecten Het opstellen van collectieve kwaliteitseisen Het voeren van een dialoog met marktpartijen Het opstellen van een handreiking
Beoogde resultaten 2023: • Een aantal pilotprojecten in vergevorderde fase van voorbereiding of realisatie • Een set met collectieve kwaliteitseisen voor gemeenten • Een handreiking voor gemeenten om zonne-energie boven parkeerplaatsen te realiseren Na 2023 zal verder gewerkt worden aan het opschalen van de aanpak en het uitbreiden van het aantal parkeerplaatsen dat voorzien wordt met zonne-energie. 3. Zonne-energie op bedrijventerreinen In mei 2022 is vanuit de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat van de MRDH een financiële bijdrage verstrekt aan vier gemeenten voor het verduurzamen van bedrijventerreinen. Met verschillende projecten en aanpak wordt verkend wat een effectieve werkwijze is om bedrijventerreinen te verduurzamen en om zonne-energie op bedrijven te realiseren. In 2023 willen we als regio de lessen van de verschillende aanpakken leren en evalueren. De geleerde lessen zullen we ophalen en delen met betrokken partijen en mede-initiatiefnemers. 4. OER Binnen het OER-programma is reeds het project OER A15-A38 opgestart. Streven is om in 2023 de verkenningsfase af te ronden en de fase van projectvoorbereiding te starten, waarmee een vervolgstap wordt gezet naar realisatie. In 2023 zullen twee nieuwe projecten binnen het OER-programma worden gestart. Volgens de huidige planning betreft dit begin 2023 de A4/A13/N14 en medio 2023 de A12.
Voorjaar 2024 start dan de voorverkenning voor de A20. Eind 2022 kunnen ook de overige snelwegen binnen de RES-regio worden aangemeld, waarmee een dekkende programmering kan worden bereikt voor de gehele regio. Randvoorwaardelijk is dat ook omliggende RES-regio’s deze snelwegen aanmelden voor het OER-project, zodat de tracés van voldoende grootte zijn. Aandachtspunten in deze projecten zijn het tijdig vrijspelen van voldoende capaciteit om deze projecten op te pakken, de inrichting van een effectieve interbestuurlijke samenwerking, ook met de aanpalende RES-regio's en een passende ruimtelijke inrichting van energie langs infrastructuur. Beoogde resultaten in 2023 • Start voorbereidingsfase OER-project A15-A38; • Afronden voorverkenningsfase OER-projecten A4/A13/N14 en A12; start verkenningsfase A4/A13/N14; • Opnemen overige snelwegen in OER-programmering, zodat geanticipeerd kan worden op toekomstige capaciteitsvraag.
19
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN 5. Zon op daken Rijksvastgoedbedrijf en Provincie Er zijn daken in eigendom van partijen die in meerdere gemeenten vastgoed bezitten. Door deze partijen op RES-niveau te spreken, wordt er efficiënter gebruik gemaakt van de capaciteit binnen de RES en van de partijen met het vastgoed. Beoogde resultaten 2023 • Inzicht voor partijen in potentie; • Intentieverklaring voor opwek binnen RES-regio. 6. Stadsranden – aanpak generiek aan de hand van een voorbeeld De aanpak voor stadsranden is een voorbeeld van een project dat een kickstart kan krijgen. Aan de hand van een kennissessie over stadsranden in meer algemene zin, kan een zoekgebied (zoals stadsrand Leidschendam-Voorburg/Wassenaar) als zoom-in locatie werken. Na evaluatie van de aanpak kan deze kennis via het ANE gedeeld worden met andere gemeentes die ook met een stadsranden project bezig zijn: wat zijn belangrijke aspecten om mee te nemen? Waar moet je aan denken? Beoogde resultaten 2023 • Afronden voorverkenningsfase en verkenningsfase; • Evaluatieproces en kennis delen in ANE. 7. Recreatief landschap – aanpak generiek aan de hand van een voorbeeld Het toewerken naar een generieke aanpak voor recreatief landschap is een voorbeeld van een project dat een kickstart kan krijgen.
Aan de hand van een kennissessie over recreatieve landschappen en energieopwekking in meer algemene zin, kan een zoekgebied als zoom-in locatie werken. Bijvoorbeeld het gebied rondom het golfbaanterrein waarbij meerdere overheidspartijen samenwerken. Na evaluatie van de aanpak kan deze kennis via het ANE gedeeld worden met andere gemeentes die ook met recreatieve landschappen bezig zijn: wat zijn belangrijke aspecten om mee te nemen? Waar moet je aan denken? De samenwerking met de provincie is bij dit project erg belangrijk. Beoogde resultaten 2023 • Afronden voorverkenningsfase en verkenningsfase; • Evaluatieproces en kennis delen in ANE.
20
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN
Planning Elektriciteit Activiteit
Q1
Q2
Q3
Q4
Concretisering zoekgebieden Zonne-energie op waterbassins
Afronding fase 1 (pilot), starten fase 2 (opschaling)
Afronding fase 2 (opschaling)
Zonne-energie op parkeerplaatsen Zonne-energie op bedrijventerreinen
Afronding fase 1 (pilot) Terugkoppeling resultaten pilotprojecten
Zonne-energie op daken Rijksvastgoedbedrijf en Provincie OER
Start voorverkenning A4
Afronden voorverkenning A4
Afronden verkenning en start planvorming A15-A38 Start verkenning A4 Start voorverkenning A12
Stadsrand atelier (met als voorbeeld Leidschendam/Voorburg) Recreatief landschap bij golfbaan Rotterdam
Start sessie
Terugkoppeling ANE en doorwerken voorbeeld Start sessie
Terugkoppeling ANE en doorwerken voorbeeld
21
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN
Energiesysteem: (ruimtelijke) effecten van keuzes In RES-verband voeren we in aanloop naar de RES 2.0 een integrale systeemstudie of systeemanalyse uit, waarin we het gehele energienetwerk beschouwen (elektriciteit, warmte, aardgas, waterstof). We nemen ook alle sectoren mee: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en mobiliteit. We betrekken ook actief de mogelijkheden voor opslag en andere innovatieve oplossingen. In deze systeemanalyse bezien we wat mogelijke toekomstige ontwikkelrichtingen zijn om knelpunten te voorkomen tijdens de energietransitie In de regio Rotterdam Den Haag. We maken gebruik van de meest recente systeemstudie Zuid-Holland. Een conclusie uit deze systeemstudie is dat de impact op de elektriciteitsnetten van het toenemen van de elektriciteitsvraag groter is dan de impact van toenemend elektriciteitsaanbod. Zou je een dergelijke conclusie ook voor onze regio kunnen trekken? Een andere conclusie is dat de mogelijke oplossing om op grootschalige conversie naar waterstof in te zetten de capaciteit van de bestaande gastransportinfrastructuur overstijgt en realisatie van waterstofinfrastructuur vergt. Hoe zit dat in Rotterdam Den Haag met de plannen voor waterstof?
1.
Systeemstudie
Op basis van de RES 1.0 wordt ingezet op doorontwikkeling van kennis van het energiesysteem en toepassing daarvan in de RES vanuit de in de RES 1.0 genoemde principes. In aanloop naar het opstellen van de RES 2.0 richt dit zich op het analyseren van de verschillende uitvoeringslijnen met het oog op de onderlinge samenhang en consistentie. Het energiesysteem van de toekomst vraagt om ruimte. Vanuit de systeemstudie van provincie Zuid-Holland is wel bekend waar infrastructuur benodigd is in verschillende scenario’s, maar is dit niet vertaald in een ruimtelijke impact. Ook is niet bekeken hoe keuzes in het energiesysteem de ruimteclaim in deze toch al volle regio kunnen beïnvloeden. Ook voor het maken van keuzes is ruimte nodig: ruimtelijke ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat de ruimte een keuze al voor ons maakt door mogelijkheden uit te sluiten. Dit zonder dat we hier bewust van zijn. Een studie naar deze effecten in de regio kan bijdragen aan het goed meenemen van het systeemdenken in de omgevingsplannen van alle gemeenten in de regio.
In 2023 zal inzet gericht worden op het operationaliseren van de genoemde principes voor toepassing in de andere uitvoeringslijnen: wat betekent integraal werken vanuit ruimte, systeem en belangen voor de RES? Waar kunnen knelpunten in het systeem zich gaan voordoen en welke oplossingen zijn mogelijk? In gerichte interactie tussen de partijen wordt periodiek een analyse gedaan van de impact van de uitvoeringslijnen op het totale energiesysteem. Er wordt een energiesysteemanalyse uitgevoerd gericht op 2050 met 2030 als tussenstap. Het doel van de energiesysteemanalyse is een integraal beeld geven wat de impact van de
22
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN keuzes is. De analyse moet het mogelijk maken om in samenhang de opgaven en effecten, waaronder ruimtelijke impact en veerkracht van het energiesysteem te bezien. Het moet vervolgens de regio handvatten aanreiken om potentiële knelpunten te voorkomen en kansen te verzilveren. Het geeft daarnaast een beeld van de mogelijke energieontwikkeling in vraag, aanbod en flexopties in de toekomst en de daarbij gewenste of noodzakelijke ontwikkeling van energie-infrastructuur. De studie is input voor op te stellen beleidslijnen (zoals PMiek) en het creëren en opzetten van nieuwe energieketens. Beoogde resultaten: Met de systeemanalyse annex studie voor de RES-regio Rotterdam Den Haag worden de onderstaande doelen nagestreefd: Inzicht in wat we als regio moeten/kunnen doen om knelpunten te voorkomen? En dus inzicht krijgen in: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Waar ontstaan mogelijk problemen Waarom ontstaan deze problemen/knelpunten, Wat is de omvang van het knelpunt (vertaling naar urgentie). Hoe kan je problemen voorkomen of verkleinen? Zijn er leidende principes te benoemen Wat is de impact en welke ruimtelijke en financiële claims horen bij de verschillende oplossingen / oplossingsrichtingen?
• Het creëren van een gedeelde kennisbasis: De systeemstudie moet ervoor zorgen dat de betrokken partijen die gezamenlijk werken aan de RES: netbeheerder (Stedin), de gemeenten, waterschappen, de provincie en maatschappelijke partners op de hoogte zijn van elkaars plannen om samen aan het toekomstige energiesysteem te werken waar alle partijen bij gebaat zijn. • Opstellen van een toekomstbeeld: Op basis van bestaande ontwikkelingen moet een beeld opgesteld worden over hoe de energie-infrastructuren richting 2030 en 2050 vorm kunnen krijgen en wat daarin gewenste en/of noodzakelijke keuzes zijn. • Op basis van het toekomstbeeld: Concrete handvatten voor de (aanpassing van de) omvang en programmering van investeringen in de energie-infrastructuren richting 2030/2050. De focus hierin ligt op de termijn tot 2030, met een doorkijk naar 2050. • Input leveren voor afstemmen met overige ruimtelijk thema’s. Het benodigde ruimtebeslag van de verschillende ontwikkelingen, voor zover dit niet onder concrete plannen valt, wordt in kaart gebracht. Hiermee kan de RES-regio de volgende stap zetten om de ruimtelijke inpassing en relatie tot ander ruimtebeslag verder in kaart te brengen. • Keuzes maken in brandstoffen: Op basis van de (deels buiten de RES aangestuurde) ontwikkelingen rondom duurzame brandstoffen, o.a. waterstof, wordt in kaart gebracht wat dit betekent voor de regio(partijen).
Dit wordt uitgewerkt in de mogelijkheden voor regiopartijen om invulling te geven aan de transitie naar duurzame brandstoffen: wat zijn de opties en welke acties vraagt dit, mogelijk ook op regionale schaal. Dit betreft zowel beleidsmatige mogelijkheden (rolopvatting, beleidskeuzes, instrumenten) als mogelijkheden op projectniveau (vergunningen, procedures, financiering). Dit handelingsperspectief vormt ook de basis voor de RES 2.0.
23
ACTIVITEITEN EN RESULTATEN UITVOERINGSLIJNEN
Planning Energiesysteem en brandstoffen Activiteit
Q1
Q2
Inrichten werkgroep /opdrachtgeversteam
Opstarten
Uitwerken onderzoeksvraag
startsessie
Finaliseren uitvraag en aanbesteden
Coördinatie en samenwerking onderzoek PMIEK uitwerken
startsessie
Uitwerken proces van samenwerking en afstemming met PMIEK
Kennis delen (gedeelde basis, zie ook onderstaande)
doorlopend
doorlopend
Q3
Q4
doorlopend
doorlopend
Projectuitvoer: 1. waar ontstaan problemen 2. waarom ontstaan deze problemen/knelpunten, 3. wat is de omvang van het knelpunt (vertaling naar urgentie). 4. hoe kan je problemen voorkomen of verkleinen? 5. zijn er principes te benoemen 6. wat zijn de ruimtelijke en financiële claims die bij de verschillende oplossingen / oplossingsrichtingen horen?
eerste inzichten (ook vanuit PMIEK) voor 1, 2 en 3 Vertalen naar urgentie, organiseren werksessie (4. Oplossingen)
Uitwerken finaliseren 1 –4 Werksessie 5 en 6
Finaliseren 5 en 6 Rapportage afronden
24
3. PARTICIPATIE De veranderingen door de energietransitie beginnen steeds meer zichtbaar te worden en hebben impact op het dagelijks leven. Het uiteindelijke doel is niet de RES uitvoeren maar een (vrijwel) fossielvrije energievoorziening voor iedereen in de regio. De inzet van de regio is er dan ook op gericht om volksvertegenwoordigers, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de volle breedte aan te spreken en mede-eigenaar te maken van die transitie. Bij participatie praten deze groepen mee over de verduurzamingsplannen. Als iedereen zich vertegenwoordigd voelt in de besluitvorming, draagt dit bij aan acceptatie en draagvlak. Met de term ‘participatie’ bedoelen we alle mogelijke vormen van betrokkenheid van belanghebbenden; van informeren en kennisdeling, tot meedenken en meebeslissen. Participatie – net als communicatie - staat niet op zichzelf en zijn altijd verweven met de inhoud. Het belang van participatie is evident. Uitgangspunten daarbij zijn keuzevrijheid, flexibiliteit en regie bij de gemeenten.
We doen het samen We hebben ervoor gekozen om lokaal te doen wat kan. Gemeenten pakken de participatie van inwoners en partijen die binnen een gemeente al actief zijn op. Dat gebeurt rond energieprojecten, duurzaamheidsbeleid en via tal van andere activiteiten. Regionaal wordt opgepakt wat gemeentegrensoverschrijdend is. Dit kan participatie met inwoners van een aantal buurgemeenten (op verzoek van de gemeenten), maar ook het betrekken van regionale belanghebbenden, volksvertegenwoordigers en ambtenaren.
Marathon en estafette De energietransitie is als een marathon; het duurt lang, is vermoeiend en je moet een lange adem hebben. Dan helpt het als je op elkaar kunt steunen als het zwaar wordt en met wat voorlopers het tempo omhoog kan gooien. Maar deze marathon is een bijzondere, want het is ook een estafette. Volksvertegenwoordigers dragen na verkiezingen hun stokje over aan de volgende. Maar in die overdracht gaat er wel eens iets verloren; kennis, draagvlak, contacten, het gezamenlijk gevoel.
25
PARTICIPATIE Om niet kwijt te raken wat er door de voorgangers zorgvuldig is opgebouwd helpt het participatieprogramma van de regio het volledige stokje over te dragen. De RES regio sluit daarbij zo goed mogelijk aan bij de behoeften van volksvertegenwoordigers en ambtenaren.
Participatieprogramma Hieronder staat een aantal activiteiten voor participatie in de regio. Het voorstel is om te beginnen met de RES on tour; een programma voor algemene besturen en dagelijkse besturen. Uit deze serie bijeenkomsten leren we meer over de behoeften qua inhoud en over het enthousiasme voor bepaalde andere vormen van participatie. Hiermee vullen we de details in over de exacte vorm en invulling van de andere activiteiten. RES on tour (programma Algemene Besturen & Dagelijkse Besturen) Niveau: Lokaal Wanneer: doorlopend, zie planning Voor wie: Volksvertegenwoordigers Wat: Op bezoek bij een aantal raden, wethouders en Provinciale Staten Daar waar de behoefte groot is voor extra kennis of uitwisseling rondom de RES komen wij langs. Het programma kunnen we aanpassen aan de lokale behoefte. Wij gaan uit van een aantal bezoeken in 2023 en een aantal in 2024. De hoeveelheid bezoek is afhankelijk van de vraag en de interne capaciteit.
Onderdelen kunnen zijn: • De diepte in (over de RES (organisatie), hoe hangen wind, zon en warmte met elkaar samen in het systeem, wat is de kans van kernenergie?) • Elektriciteits- of warmtegame • Introductie van beschikbare tools (denk aan gespreksassistent en inwerkprogramma NP RES) • Ophalen waar de behoefte ligt voor inhoud en vorm (participatie ideeën toetsen) • Enthousiast maken voor volgende bijeenkomsten • Invulling kan maatwerk zijn op verzoek van de raad. Kennisdeling Niveau: (Sub)regionaal Wanneer: 6x per jaar Voor wie: Ambtenaren/ volksvertegenwoordigers Wat: Verdiepende bijeenkomsten over een onderwerp. Dit kan kennisdeling zijn vanuit experts, een presentatie vanuit de regio, uitwisseling van praktijkervaring, of daar waar behoefte aan blijkt te zijn. Bijvoorbeeld over: • Warmte • Lokaal Eigendom • Lokale Participatie
26
PARTICIPATIE • Technieken en innovatie o Verliezen van zoekgebieden o Omgaan met vergunningen • Communicatie & gedragsverandering De inhoud, de vorm en de genodigden zullen afhankelijk zijn van de behoeften die we ophalen tijdens de RES on Tour en tijdens andere contactmomenten met gemeenten. Mogelijke vormen kunnen zijn: Atelier, masterclass met experts, werksessies, een intervisie over een bepaalde case, een vraag-maar-raak webinar.
Energieke inspiratie op locatie Niveau: regionaal Wanneer: 3x per jaar Voor wie: BNE Wat: In samenwerking met het netwerk bezoeken we een inspirerende locatie of project. We combineren dit met een (reguliere) vergadering. Ook is er ruimte voor het delen van goede voorbeelden en om nader kennis te maken met elkaar. Mogelijke locaties: • • • •
Waterschap Windpark of zonneveld Agrariër met zon op waterbassins Restwarmte locatie
Platform RES Rotterdam Den Haag Niveau: Regionaal Wanneer: Ongeveer 5x per jaar Voor wie: Stakeholders op uitnodiging van het BNE Wat: Bijeenkomsten waarbij stakeholders reflecties geven op proces en inhoud van de RES. Voor de RES Rotterdam Den Haag is het belangrijk dat een brede groep belanghebbenden structureler aan het RES-proces verbonden wordt. Dit is in het belang van de uitvoering van de RES, het creëren en vergroten van draagvlak en om het proces vanuit verschillende perspectieven te benaderen. Hiervoor heeft de energieregio het Platform RES in het leven geroepen. Het Platform RES Rotterdam Den Haag is een onafhankelijk orgaan binnen het RES-proces van de energieregio Rotterdam Den Haag. Het Platform brengt een aantal keer per jaar perspectieven bij elkaar vanuit onafhankelijke vertegenwoordigende stakeholders. Het Platform reflecteert –gevraagd en ongevraagd- vanuit verschillende perspectieven op: • het proces van ontwikkeling en uitvoering van de RES;
27
PARTICIPATIE • gerichte tussenproducten in het kader van de ontwikkeling van de RES 2.0; waaronder de concept Herijkingsnotitie, de concept RES 2.0, voor- en na consultatie van volksvertegenwoordigers en inwoners; • eventueel gerichte (thematische) inhoudelijke opgaven. Deelname aan het Platform gebeurt op uitnodiging van het Bestuurlijk Netwerk van de RES-regio. De samenstelling van het Platform en de gegeven reflecties zijn openbaar en kunnen worden gedeeld, bijvoorbeeld via de website van de RES Rotterdam Den Haag. Onderlinge uitwisseling en inspiratie We stimuleren gemeenten om de aanpak van hun communicatie/ participatie onderling te blijven afstemmen, vooral bij gemeentegrensoverschrijdende situaties. Ook stimuleren we onderlinge communicatie tussen de RES’en in Nederland, vooral waar het gaat om aangrenzende gebieden. In de regio is inwonersparticipatie (en -communicatie) een lokale aangelegenheid. Gemeenten hebben immers het beste zicht op wat er lokaal speelt en staan dichtbij de inwoners. Jongeren Het betrekken van jongeren bij de RES wordt op veel plekken als waardevol en noodzakelijk gezien. Landelijk zien we echter dat het betrekken van jongeren bij de RES erg lastig is en zeer arbeidsintensief. Vanuit de regio is regelmatig contact met JongRES. Ook zij merken dat het invullen van hun vacatures moeilijk gaat en het lastig is om jongeren aan boord te houden.
De regio erkent het belang van jongeren in de energietransitie en zal daar waar het passend is jongeren – expliciet – uitnodigen (zoals bij het Platform RES of andere participatieactiviteiten). Ondanks de gedane inspanningen blijft de jongerenparticipatie beperkt. Dit beeld komt overeen met de landelijke trend. Door participatie aansprekender te maken is de kans groter dat jongeren deel zullen nemen. Aansprekender Bij alle (participatie)activiteiten geldt dat het leuk(er) gemaakt kan worden door het toevoegen van bepaalde werkvormen of elementen. Je kunt hierbij denken aan: interactieve (digitale) werkvormen, een bijzondere locatie, een energy game / serious game, een bijzondere spreker.
Voorstel globale planning Jan RES on tour Kennisdeling
X
Inspiratie op locatie Platform
Feb
Mrt
Apr
X
X
X
X
X
Mei
Juli
Aug
Sep
Okt
X
X
X
X X
Jun
X
Dec
X
X X
Nov
X X
X
28
4. COMMUNICATIE We delen de communicatie vanuit de regio op in twee categorieën: directe en indirecte communicatie. 1. Directe (rechtstreekse) communicatie met ambtenaren, bestuurders van gemeenten, waterschappen en provincie, volksvertegenwoordigers, regionale stakeholders. Ofwel ten behoeve van het regionale proces, ofwel ten behoeve van de democratische besluitvorming. Reguliere communicatie omvat hoofdzakelijk het delen van kennis, actualiteiten en bijeenkomsten van derden (bijvoorbeeld NP RES) via onze website, Linkedin of per e-mail. Naast reguliere communicatie hoort bij directe communicatie ook de communicatie rondom de participatieactiviteiten. De RES-regio ondersteunt gemeenten bij hun communicatieve uitingen (zie indirecte communicatie). Onder andere door het aanbieden van regionale communicatiemiddelen, het ontsluiten van ‘toolkits’ zoals van het Nationaal Programma RES, het geven van regionale aanvullingen op vorm en inhoud en door het delen van kennis. 2. Indirecte (niet-rechtstreekse) communicatie met inwoners. Ofwel ten behoeve van het regionale proces, ofwel om informatie te verstrekken over energie-gerelateerde onderwerpen. Deze vorm van communicatie wordt gedaan door de gemeenten. Iedere gemeente kan op deze manier zijn eigen lokale communicatie-aanpak hanteren, afgestemd op de bevolkings(samenstelling), het gebiedstype en verschillen per wijk.
Dit bevordert de effectiviteit van de communicatie. E-mail nieuwsbrief Niveau: Regionaal Wanneer: 4-6x per jaar Voor wie: Volksvertegenwoordigers, ambtenaren, stakeholders, communicatieadviseurs Wat: E-mail nieuwsbrief, inclusief de mogelijkheid om te monitoren hoe deze gelezen wordt, waar op geklikt wordt, etc. Dit geef meer inzicht in hoe het ontvangen wordt. Een opgemaakte nieuwsbrief kan bijdragen aan de profilering en zichtbaarheid van de regio. De nieuwsbrief moet aansluiten bij een behoefte van de doelgroep. We bieden inspiratie, voorbeelden en kennis over de inhoud en het proces. De nieuwsbrief is ondersteunend aan de participatieactiviteiten. We kennen 4 verschillende nieuwsbrieven, met elk een eigen doelgroep. Inhoud kan soms overlappen. Frequentie 4-6x per jaar.
29
COMMUNICATIE • • • •
Voor volksvertegenwoordigers Voor ambtenaren Voor stakeholders Voor communicatieadviseurs
Bevorderen van samenwerking In januari 2023 is de vernieuwde website opgeleverd. De website is opgefrist en geactualiseerd op het gebied van inhoud, techniek en vormgeving. Ook heeft de website een inlog-functionaliteit voor verschillende groepen gebruikers. Hierdoor is het mogelijk om pagina’s te maken die alleen toegankelijk zijn voor specifieke gebruikers. Hiermee zouden gemakkelijke documenten gedeeld kunnen worden die (nog) niet openbaar zijn. Denk aan een pagina met communicatiemiddelen voor communicatieadviseurs in de regio. Of een pagina met agenda’s, notulen en bijlagen voor het Bestuurlijk Netwerk Energie. Het exacte gebruik en de gebruikersgroepen worden nog in samenspraak bepaald.
30
5. BEGROTING
In dit plan van aanpak worden de activiteiten geschetst die bijdragen aan de RES. De realiteit is echter dat hierin keuzes gemaakt moeten worden; niet alles is mogelijk binnen de begroting. Dit vraagt om een bestuurlijke afweging; in het BNE van 24 februari. !
De inzet voor het Plan van Aanpak RES is (naast de Uitvoeringsagenda) voorzien in de begroting voor 2023 (deels via programmamanagement en hoofdzakelijk via de uitvoeringslijnen). Deze begroting ziet niet toe op 2024. De inzet na 2023 zal mede afhankelijk zijn van de herijking van beschikbare middelen (gemeentelijk, provinciaal en rijks). Het ministerie van EZK heeft bekend gemaakt (25-10-2022) dat er tot en met 2030 12 miljoen beschikbaar wordt gesteld voor de RESregio's. Dit is eenzelfde bedrag als voor 2022. Hiermee voorziet het ministerie in zekerheid t.a.v. de continuïteit. Dit betekent echter ook dat er geen indexering heeft plaatsgevonden voor de aankomende jaren. De huidige hoge inflatie verhoogt daarmee de druk op de begroting. De begroting wordt als separaat bestand bijgevoegd.
31
BIJLAGE 1 – OVERLEGMOMENTEN 2023
32
2023
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31
OT
Stuurgroep
ANE
BNE
10.00-12.00 *Locatie: nntb
div. Online
10.00-12.00 MRDH
15.00-17.00 MRDH
VAKANTIES + opmerkingen T/m 8 ja n va ka nti e
27-jan* 6-feb 13.30-14.30
9-feb
24-feb
Cyclus 1 23-feb 27 feb t/m 3 mrt mi dden 15 mrt Provinciale en waterschapsverkiezingen
24-mrt* 3-apr 13.30-14.30
7 a pr Goede Vri jda g 10 a pr Pa s en
6-apr
21-apr
Cyclus 2
20-apr 22 a pr t/m 29 a pr a dvi es week extra va ka nti e & Koni ngs da g 29 a pr t/m 7 mei va ka nti e
12-mei 18 mei Hemel va a rt
26-mei* 29 mei Pi nks teren
8-jun
8-jun
11.00-12.00
14.00-16.00
Cyclus 3
16-jun 22-jun 7-jul*
8 jul t/m 20 a ug midden 22 jul t/m 3 s ep noord 15 jul t/m 27 a ug zui d
28-jul (vak.)
32 Aug 33 18-aug (einde vak.) 34
Sep
35 36 37
38 39 40 41 Okt 42 43 44 45 Nov 46
Dec
47 48 49 50 51 52
8-sep* 21-sep 13.00-14.00
21-sep
6-okt
Cyclus 4 5-okt 14 okt t/m 22 okt midden en zui d
3-nov* Cyclus 5 24-nov
23-nov 14.00-15.00
23-nov 7-dec
15-dec* kers tva ka nti e
33
BIJLAGE 2 – UITGANGSPUNTENNOTITIE RES 2.0, 2022
34
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 Door Ambtelijk opdrachtgeversteam (OT) RES Rotterdam Den Haag
Versie, 16-2-2022
Inhoudsopgave
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Inleiding en doel RES 2.0 Aanleiding De RES – inhoud De RES – aanpak en status Scope en informatiebronnen Inbedding en partijen Uitgangspunten samenwerking en organisatie
2 3 5 8 10 11 13
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
1
1. Inleiding en doel RES 2.0 De uitstoot van broeikasgassen moet worden teruggebracht om de opwarming van de aarde en de klimaatverandering te stoppen. Het gebruik van fossiele brandstoffen voor de energievoorziening moet worden beëindigd. Het kabinet heeft met het Klimaatakkoord (28 juni 2019) een centraal doel vastgesteld: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 met 49% ten opzichte van 1990. Om deze doelstelling te halen bevat het Klimaatakkoord een pakket van maatregelen en afspraken. Eén van de afspraken is een landdekkend programma van 30 regio’s, waarin decentrale overheden samen met maatschappelijke partners, netbeheerders, bedrijven en waar mogelijk bewoners, komen tot een Regionale Energie Strategie (RES). De RES dient minimaal betrekking te hebben op grootschalige projecten voor productie van duurzame elektriciteit (zon en wind) op land en een Regionale Structuur Warmte (RSW) voor de gebouwde omgeving met bijbehorende infrastructuur en opslagsystemen.