HBO Museumschool Ridderkerk 20250214.pdf
Tekst van het document
1e
INVESTERING Huidige situatie Buitenruimte Footprint BVO TOTAAL(bruto vloeroppervlak) BVO BG BVO 1e GO (gebruiksoppervlak) GO BG GO 1e Historische plankosten Verwerving Museumschool Overdrachtsbelasting Verwerving inventaris Notaris
550.500
n.v.t. schatting o.b.v. ervaringsgetal, btw naar rato
250 400
per bvo per bvo
€ €
157.100 212.200
schatting o.b.v. ervaringsgetal, btw naar rato schatting o.b.v. ervaringsgetal, btw naar rato
425 550 Subtotaal
per bvo per bvo
€ € €
267.100 291.800 1.478.700
schatting o.b.v. ervaringsgetal, btw naar rato schatting o.b.v. ervaringsgetal, btw naar rato
€ over bwk € over bwk + bwpk € over bwk + bwpk + AK € over bwk over bwk + bwpk + AK + W € €
131.100 83.700 70.300 6.900 29.200 321.200
marktconform marktconform marktconform marktconform marktconform
22%
8,5% 5% 4% 0,45% 10% Subtotaal
over bwk + strtk over transformatie over bwk + strtk
€ € € € €
90.000 10.300 108.000 10.000 218.400
marktconform transformatie van 2x B&B marktconform marktconform
15%
5% 4% 6% 10% Subtotaal
over bwk + strtk over bwk + strtk
€ € € €
161.500 40.400 20.200 222.000
marktconform marktconform marktconform
15%
8% 2,0% 10% Subtotaal 20% Subtotaal
€ €
270.100 270.100
geen rijksmonumentale status
21% Subtotaal
€ €
408.400 408.400
btw is kostenpost bij maatschappelijk invulling
€
2.442.400 2.442.400 -
14% 18% 20%
Bijkomende kosten Architect/constructeur Interieurarchitect Overig advies/onderzoek Onvoorzien
Algemene kosten Planontwikkeling Bouwbegeleiding Onvoorzien
Niet verrekenbare BTW BTW: investering vastgoed
per bvo over aankoopbedrag post post
€ €
125 60 Subtotaal
per bvo per m2
€ €
475
€ € € €
Totale investering (excl. Verwerving) waarvan t.b.v. vastgoed waarvan t.b.v. collectie
100% € 0% €
Totale investering (excl. Incl verwerving vastgoed en collectie) waarvan t.b.v. vastgoed waarvan t.b.v. collectie
86% € 14% €
€
Kosten jaarlijks (vastgoed) Belastingen & verzekeringen Dagelijks beheer Onderhoud planmatig / MJOP Dotatie groot onderhoud Energielasten Kapitaallasten
21% 21%
€ € €
2,15 € 3,25 € 17,75 €
€
2,0% €
€
Opbrengsten jaarlijks (vastgoed) Opbrengsten uit expositieruimten Opbrengsten uit dorpshuis Opbrengsten uit studio's SIM-Subsidie (percentage van MJOP)
Opbrengsten uit dorpshuis
Opbrengsten uit studio's
SIM-Subsidie (percentage van MJOP)
m² 628 m² 531 m²
m² 628 m² 531 m²
Verduurzaming
m² 628 m² 531 m²
planetarium; schuur (ca. 40 extra m2) stelpost t.b.v. buitenruimte zoals in 3D model; deels voor rekening OR
3.692.400 3.192.400 500.000
SALDO EXPLOITATIE saldo VEX over looptijd exploitatie - 35 jaar, exclusief indexatie
2.500 4.500 24.300 18.300
€
97.700 147.300
€ € € € €
27.800 47.300 33.900 14.600 123.600
€ €
23.700-828.900
inschatting o.b.v. ervaringsgetal inschatting o.b.v. ervaringsgetal, btw naar rato inschatting o.b.v. ervaringsgetal, MJOP wordt nog gemaakt, btw naar rato 15% van investering in jaar 20 Voor rekening eindgebruiker per jaar o.b.v. rente & aflossing (35 jaar; 2%) | gemeentelijk financieringsdepot per jaar huur per maand
22% 38% 27% 12%
Subtotaal
Opbrengsten uit expositieruimten
m² m² m²
Transformatie
EXPLOITATIE
Subtotaal
38%
Restauratie
Toelichting daadwerkelijke aankoopsom gemeente is vrijgesteld van OVB schatting o.b.v. ervaringsgetal daadwerkelijke aankoopsom
€ €
11%
1.130 0% 1 1 Subtotaal
m² 35 m² m²
per bvo per bvo
0% 37%
€
Nieuwbouw
750.000 495.000 5.000 1.250.000 9.400 54.500 63.900
Staartkosten Bouwplaatskosten AK aannemer WR aannemer CAR Onvoorzien
Subsidies Subsidies algemeen
Sloop
m² m² m² 628 m² 531 m² m² 560 m² 377 m²
€ € € € € € € € € €
Grondkosten sloop bestaande bouw inrichting buitenruimte
Bouwkosten Nieuwbouw Restauratie Transformatie (casco) BG 1e verdieping Verduurzaming BG 1e verieping
Toekomstige situatie
m² m² m² 664 m² 531 m² m² 591 m² 377 m²
€ 771,67 per lokaal per maand, excl. btw (€934,- incl. btw) stucturele exploitatiebijdrage t.b.v. Dorpshuis (gem. huur bestaande locaties) 1x AiR, 2x B&B, tijdelijke woning geen rijksmonumentale status
€ 2.315
per jaar
€ 9.084
€ 3.944 € 2.826
67
CONCLUSIE Onderstaande tabel geeft de samenvattingen van de businesscases voor het scenario ‘Lokaal verhaal’, respectievelijk voor de Museumschool als gemeentelijk en als rijksmonument, zoals op de voorgaande pagina’s getoond. Rechts van de samenvattingen is het financiële voordeel door het verkrijgen van de rijksmonumentale status inzichtelijk gemaakt. Het verkrijgen van de rijksmonumentale status levert aanzienlijke voordelen op, zowel in de eenmalige investeringen (-€ 270.100) als de jaarlijkse exploitatie. Voor wat betreft de exploitatie snijdt het mes aan twee kanten; zowel de kosten gaan omlaag als de opbrengsten omhoog. Tegelijkertijd heeft dit geen positief exploitatiesaldo als gevolg. Over een spanne van 35 jaar betreft dit overigens wel een verschil van ca. €959.700. In algemene zin is dit scenario niet financieel haalbaar. Het feit dat btw een kotenpost is drukt flink op het behalen van een minimaal neutraal exploitatiesaldo. In dit scenario is de verhouding tussen maatschappelijk en commercieel programma (m.a.w. de mate waarin btw verrekend kan worden) slecht. Het feit dat de status wel in lijn der verwachting ligt maakt goede timing van de herontwikkeling van belang. Inwisseling van maatschappelijke meters voor commerciële meters zouden, uitgaande van een rijksmonumentale status, is een oplossingsrichting om toch tot een kostprijsdekkende exploitatie te komen.
In een verdiepend onderzoek zal na moeten worden gegaan hoeveel meters dit betreft.
INVESTERINGSOVERZICHT EXPOSITIEPROGRAMMA De tabel hiernaast geeft een overzicht van de investeringen die nodig zijn om het expositieprogramma te realiseren. Uitgangspunt is dat de gemeente Ridderkerk de betreffende stichtingen een éénmalig impulsbudget doe toekomen ten behoeve van de inrichting van het lokaal. Voor inrichtingskosten ten behoeve van de tentoonstelling voor het Expolokaal Capitulatie (eigentijds) is een investering van €3.500 per gbo
Lokaal verhaal | GM Vastgoedexploitatie (VEX)
Prijspeil 2025 | Q1
Lokaal verhaal | RM Vastgoedexploitatie (VEX)
Investering - Grondkosten - Bouwkosten - Staartkosten - Bijkomende kosten - Algemene kosten + Subsidies - Niet-verrekenbare btw Totaal investering
éenmalig € 63.900 € 1.478.700 € 321.200 € 218.400 € 222.000 € € 408.400 € 2.712.500
Investering - Grondkosten - Bouwkosten - Staartkosten - Bijkomende kosten - Algemene kosten + Subsidies - Niet-verrekenbare btw Totaal investering
éenmalig € 63.900 € 1.478.700 € 321.200 € 218.400 € 222.000 € 270.100 € 408.400 € 2.442.400
Voordeel door rijksmonumentale status Investering € € € € € € 270.100€ € 270.100
Exploitatie - Kosten + Opbrengsten SALDO EXPLOITATIE (jaarlijks) o.b.v. 35 jarige exploitatie
jaarlijks € 160.100 € 109.000 € 51.100€ 1.788.600-
Exploitatie - Kosten + Opbrengsten SALDO EXPLOITATIE (jaarlijks) o.b.v. 35 jarige exploitatie
jaarlijks € 147.300 € 123.600 € 23.700€ 828.900-
exploitatie € € € €
geschat, wat resulteert in een totaalbedrag van € 186.200. Dit bedrag omvat ook ontwerp- en projectmanagementkosten, welke uitgevoerd worden door een extern bureau. Voor het Expolokaal Vlasindustrie en het Expolokaal Schildersdorp is elk een vast impulsbudget van €25.000 gereserveerd. In relatie tot de andere expositielokalen kent het capitulatie verhaal een kwalitatief hogere inrichting. De onderdelen Horeca en Dorpshuis zijn opgenomen in het programma, maar er zijn geen specifieke kosten opgenomen in dit investeringsplan. Dit komt doordat deze onderdelen bekostigd moeten worden vanuit andere budgetten of externe financieringsbronnen.
Prijspeil 2025 | Q1
12.800 14.600 27.400 959.700
Wat betreft de fondsen voor de expositieruimte, geeft de huidige situatie aan dat er geen directe bijdrage vanuit fondsen is voorzien, omdat de reikwijdte en uitstraling hier naar waarschijnlijkheid moeilijk aansluiting bij vindt. In totaal bedraagt de investering € 236.200, waarmee de basis voor de drietal expositielokalen staat. Deze investering is vastgesteld met het oog op duurzame en functionele inrichtingsmogelijkheden, waarbij zowel de educatieve als de commerciële aspecten van het programma centraal staan. Jaarlijkse aanvullende kosten en/of opbrengsten maken geen onderdeel uit van dit overzicht en zullen op basis van een exploitatiebegroting nader moeten worden bepaald 68
8. scenario’s vergeleken
Scenario’s vergeleken
De twee scenario’s kennen overeenkomsten en verschillen. In onderstaand schema worden deze inzichtelijk gemaakt op basis van een vergelijking van de scenario’s langs een aantal belangrijke thema’s, te weten: concept, beleefbaarheid capitulatieverhaal, ruimtelijke aspecten, organisatie en financiële haalbaarheid. Door deze thema’s op hoofdlijnen met elkaar te vergelijken ontstaat er een beeld van de kansen en uitdagingen van beide scenario’s.
70
9. conclusies
Conclusies
Op basis van gezamenlijke bijeenkomsten met militair erfgoed experts en ambtenaren, deskresearch en het ontwerp- en rekenwerk kunnen we conclusies trekken en aanbevelingen doen voor de verdere stappen richting herontwikkeling van de Museumschool. Hieronder zijn de belangrijkste conclusies opgenomen in volgorde van relevantie.
KEUZE VOOR EEN NATIONAAL VS. LOKAAL SCENARIO De twee scenario’s bieden verschillende benaderingen om het verhaal van de capitulatie uit te dragen: een nationale en lokale insteek. De kwaliteiten, reikwijdte, doelgroep, uitstraling en in feite de betekenis van het gebouw lopen in het verlengde van deze benadering erg uiteen. Hoewel bepaalde onderdelen uitwisselbaar zijn, versterken ze de concepten binnen hun respectievelijke scenario’s. De uiteindelijke beslissing hangt af van de prioriteiten: wil de gemeente een bredere, nationaal georiënteerde bestemming met potentieel grotere impact, of een lokaal ingebedde functie met sterke gemeenschapsbetrokkenheid? De afweging betreft niet alleen de schaal en impact van het project, maar ook de haalbaarheid en de benodigde samenwerkingen. In het scenario ‘Rijsoord op de (militaire) kaart’ heeft de herbestemming van de Museumschool de ambitie om een nationaal relevante bestemming te worden en een inspirerende leeromgeving die bijdraagt aan de kennis en betrokkenheid van toekomstige generaties bij de Tweede Wereldoorlog. Dit sluit aan bij de actueel groeiende aandacht voor nationale zelfreflectie en het momentum van de aanwijzing van bevlekt militair erfgoed als rijksmonument. De opening van het collaborateursarchief biedt mogelijk aanknopingspunten om een kenniscentrum te realiseren.
Het risico ligt in de buiten stedelijke ligging van Rijsoord en de beperkte beschikbaarheid van parkeerplekken (zie onder parkeren). Daarnaast is het binnen dit scenario van belang om een samenwerking aan te kunnen gaan met een bestaande museale instelling om de expositieruimte in de Museumschool vorm te geven, gezien de gemeente noch de taak, de capaciteit en expertise heeft om een dergelijke exploitatie op te zetten en/of vorm te geven. Tegelijkertijd dient te worden benadrukt dat het scenario ‘Rijsoord op de (militaire) kaart’ nauw aansluit bij de oorspronkelijke reden van de verwerving van de museumschool door de gemeente Ridderkerk: het breed beleefbaar maken van het capitulatie verhaal. Door de nadruk te leggen op de nationale
betekenis van deze locatie, wordt de historische waarde van Rijsoord in dit scenario ook op landelijke schaal erkend en bereikt. Dit scenario cultiveert daarmee aan bij het bijzondere karakter van deze plek. Het scenario ‘Lokaal verhaal’ is daarentegen waardevol op lokaal schaalniveau vanwege de sterke betrokkenheid van de lokale gemeenschap, de diversiteit van het erfgoedverhaal en de laagdrempelige toegankelijkheid. Het risico ligt in de complexiteit van de betrokken, en het alvorens betrekken van, stakeholders en belangen en de beperkte verdiencapaciteit door het grotendeels maatschappelijke programma (zie onder financiën). Daarnaast zou capitulatieverhaal en -lokaal kunnen verzanden in de mix van programma’s, functies en gebruikers waarbij het verhaal niet de passende zichtbaarheid krijgt.
RIJKSMONUMENTALE STATUS ALS FINANCIEEL DUWTJE IN DE RUG De financiële overzichten van beide scenario’s laten een tekort in zien in het vastgoedexploitatiesaldo bij herontwikkeling van de school als gemeentelijk monument. In scenario 1 ‘Op de (militaire) kaart’ is die kleiner, namelijk €21.300. Scenario 2 ‘Lokaal verhaal’ laat een exploitatietekort zien van €51.100. Zoals per scenario besproken in hoofdstuk 6 en 7 is het negatieve exploitatiesaldo (groten)deels het gevolg van de fiscale situatie, waarbij de btw van zowel de investering als de exploitatiekosten niet verrekend kunnen worden. In scenario 1 betreft dit 35% van de investering, maar in scenario 2 loopt dit op naar 87% De aanwijzing van het gebouw als rijksmonument biedt optimalisatiemogelijkheden, waarbij een voorzichtig positief exploitatiesaldo ontstaat in scenario 1. Nader onderzoek is noodzakelijk om aan te kunnen tonen dat exploitatie voldoende inkomsten genereert om de verwachte huuropbrengsten te kunnen dekken. Hiertoe biedt een bedrijfsexploitatiebegroting de juiste handvatten. Voor scenario 1 blijft een risico bestaan op afhankelijkheid van subsidies in de culturele sector. Daarbij komt dat scenario 2 waarschijnlijk nog een aanvullende investering in de verbetering en/of vervanging van de dakconstructie vereist, aangezien het huidige dak constructief tekortschiet.
De kostenraming houdt in scenario 2 rekening met restauratie, transformatie en verduurzaming, maar niet met sloop en nieuwbouw van het dak.
72
COMMITMENT VAN PARTIJ(EN) VOOR LANGDURIGE SAMENWERKING IS VEREIST De haalbaarheid en uitvoerbaarheid van beide scenario’s is in grote mate afhankelijk van passende, eindgebruiker(s) die een langdurige samenwerking aan wil gaan. Ten gevolge hiervan ontstaat er voor beide scenario’s een afbreukrisico. Scenario 1 vereist een samenwerking met een bestaand museum en/ of kenniscentrum om bijvoorbeeld een dependance te realiseren en te exploiteren. Scenario 2 vraagt om diverse organisaties en/of stichtingen die de expositieruimten en buurtkamers beheren en exploiteren.
buitenruimte wordt toegevoegd aan de openbare ruimte. Een plek voor het dorp met een speeltuin en veel groen. In deze opzet ligt de nadruk op een autovrije omgeving, waarbij uitsluitend ruimte is voor fietsparkeren. De herontwikkeling biedt in beide scenario’s een unieke kans om het Waaltje openbaar toegankelijk te maken – als een van de weinige plekken in Rijsoord – en een levendige plek te creëren aan het water verbonden met de horeca. Met de nieuwe aanbouw in scenario 1 wordt de verbinding tussen binnen en buiten ook versterkt.
De participatie als onderdeel van dit onderzoek heeft kenbaar gemaakt dat bewoners over het algemeen welwillend zijn om, al dan niet in beperkte mate, een bijdrage te leveren ten behoeve van de toekomstige exploitatie van de Museumschool. De beoogde bijdrage omvat voornamelijk incidentele of financiële betrokkenheid. Om een structurele exploitatie in stand te houden is echter meer dan voorgaande nodig.
HOOFDSTRUCTUUR BIEDT KANSEN VOOR LOGISCHE INDELING De originele schoolstructuur met klaslokalen blijft behouden en wordt benut in beide scenario’s. Aan de achterzijde en op de verdieping is ruimte voor kwalitatieve wijzigingen. Scenario 1 behoeft een grote investering om functionele ruimten toe te voegen, maar dit biedt ook exploitatiemogelijkheden en verdient zich terug.
In het verlengde van voorgaande is het voor beide scenario’s van wezenlijk belang om met de daartoe geëigende partijen tot een intentieovereenkomst te komen, waarmee commitment tot verdere uitwerking van een van de scenario’s wordt uitgesproken.
Het gebouw is in de huidige situatie slecht toegankelijk voor mindervaliden, wat een belangrijk aandachtspunt vormt in de verdere ontwerpopgave. Bij de herontwikkeling wordt gezocht naar oplossingen om de toegankelijkheid te verbeteren, zoals het realiseren van een gelijkvloerse entree, mindervalide toilet en het verbeteren van de interne routing. Hiermee wordt het gebouw niet alleen functioneler, maar ook inclusiever.
BEPERKTE PARKEERCAPACITEIT BEPALEND VOOR DE DOELGROEP Parkeren is een uitdaging. Er is beperkte ruimte op eigen terrein en de participatie heeft weerstand tegen parkeren in de openbare ruimte aangetoond. Binnen 5-6 minuten loopafstand zijn drie parkeerplaatsen die extra capaciteit kunnen bieden. In scenario 1 levert de sloop van de schuur 12 parkeerplaatsen op, deels voor museumbezoekers en deels voor vergaderende bezoekers. In scenario 2 is alleen ruimte voor fietsparkeren: de buitenruimte wordt een dorpstuin met speelruimte en klein terras.
OMGEVINGSPLANWIJZIGING NODIG Het huidige bestemmingsplan staat commerciële functies niet toe, waardoor een wijziging noodzakelijk is voor beide scenario’s. Dit betekent dat de gemeente een (nu omgevingsplan) wijziging moet doorvoeren.
Dit betekent dat het noodzakelijk is om het concept te richten op bepaalde doelgroepen zoals scholen, groepsarrangementen vanuit een bestaand museum, fietsende passanten, de lokale en regionale bezoeker/ recreant. Door deze focus wordt de bereikbaarheid afgestemd op bezoekers die minder afhankelijk zijn van autoverkeer.
CAPITULATIE GEEFT BETEKENIS AAN HET GEBOUW De monumentale waarde van het gebouw liggen in de zijgevel/entreegevel, het capitulatielokaal en de twee aangrenzende lokalen, vanwege de cultuurhistorische betekenis en originele indeling. De transformatie kan zich richten op de latere bouwdelen aan de achterzijde en de verdieping. De sloop van de achtergevel biedt kansen voor een architectonisch aantrekkelijke toevoeging.
BUITENRUIMTE WORDT EEN PLEK VOOR HET DORP AAN HET WATER Voor de inrichting van de buitenruimte moet een keuze worden gemaakt tussen twee scenario’s. In het eerste scenario wordt een deel van de buitenruimte ingericht als parkeerplaats, wat de bereikbaarheid met de auto vergroot. Dit zorgt voor een functioneel gebruik van de ruimte, maar biedt beperkte mogelijkheden voor vergroening en verblijfskwaliteit. Het tweede scenario richt zich juist op een groene en uitnodigende omgeving, waarin de
Er zijn eerste contouren geschetst voor de tentoonstellingsmogelijkheden. Parallel aan dit haalbaarheidsonderzoek wordt door dhr. Rutger Noorlander, erfgoedadviseur, duiding gegeven van de betekenis van de Museumschool in de landelijke context, hoe de museale invulling zich kan positioneren ten opzichte van andere plekken en hoe de expositieruimten in beide scenario’s het beste kunnen worden ingericht.
73
10. aanbevelingen
Op basis van de bevindingen van dit onderzoek wordt geadviseerd eerst het onderzoek verder te verdiepen op een aantal essentiële punten. Dit is nodig om bestaande hiaten in de besluitvorming aan te vullen en een goed onderbouwde keuze te kunnen maken. Vervolgstappen in het onderzoek:
1. EERST ‘OP DE (MILITAIRE) KAART’, DAN ‘LOKAAL VERHAAL’ Het scenario ‘Op de (militaire) kaart’ vindt kwalitatief meer aansluiting op de aanleiding en het doel van de verwerving van de Museumschool door de gemeente Ridderkerk. Het scenario cultiveert de bijzondere gebeurtenis van de capitulatie en heeft daarmee de potentie voor een landelijke bestemming. Het verdient de aanbeveling om koers te bepalen voor herontwikkeling op basis van scenario 1, waarbij scenario 2 ingezet kan worden als fall-back variant.
2. MARKTVERKENNING NAAR EINDGEBRUIKERS Voor beide scenario’s vormt de afwezigheid van eindgebruikers een afbreukrisico. Om doorgang te vinden is het daarmee randvoorwaardelijk dat deze eindgebruikers zich aan de voorkant, d.w.z. gedurende de verdere uitwerking en planvorming, committeren middels een intentieovereenkomst. Voor wat betreft scenario 1 betreft dit met name de eindgebruiker het maatschappelijke programma (de expositieruimten). De potentiële eindgebruikers, namelijk de oorlogsmusea in Nederland, zijn in zekere zin beperkt. Het onderzoek van Rutger Noorlander doet een handreiking in het peilen van de interesse. In het vervolg zal deze verkenning van samenwerking meer gestructureerd, strategisch en inhoudelijk vormgegeven moeten worden middels verkennende gesprekken. Daarnaast is het van belang om lokaal gesprekken te voeren met bestaande stichtingen, zoals de Oudheidkamer Ridderkerk en de Werkgroep Schildersdorp. In het verlengde
hiervan is het ook voor scenario 2 van belang dat partijen zich committeren.
3. UITWERKING EN VERIFICATIE VAN FINANCIËLE AANNAMES Om de financiële haalbaarheid beter in kaart te brengen is op een aantal punten aanvullend onderzoek nodig: • Aanvullend onderzoek naar de constructieve staat van het gebouw en in het bijzonder de invloed van de kapconstructie op de constructieve staat van het gebouw nader worden onderzocht, zodat de investeringskosten specifieker kunnen worden bepaald. • Schetsontwerp met kostenraming voor transformatie dakconstructie t.b.v. gebruik eerste verdieping en sloop/nieuwbouw aan de achtergevel om het scenario meer ruchtbaarheid te geven. • De exploitatie van een potentiële gebruiker moet verder uitgewerkt worden om te verifiëren of met de exploitatie de berekende huur kan worden opgebracht. • De éénmalige kosten voor inrichting van de expositieruimtes moeten meer gedetailleerd in kaart gebracht worden op basis van een meer concrete uitwerking van de tentoonstellingen en/of programma’s. In het verlengde hiervan verdient het de aanbeveling om verdiepend onderzoek te doen naar inzetbare fondsen ten behoeve van realisatie. • De fiscale situatie zal nader moeten worden bekeken met een fiscalist op basis van een volgende ontwerpstap, gezien de mate waar op dit van invloed is op de financiële haalbaarheid van een scenario.
4. ONDERZOEK NAAR OPLOSSINGEN VOOR PARKEREN Verschillende oplossingsrichtingen moeten worden onderzocht, waaronder de mogelijkheden voor saldering in samenwerking met de afdeling Verkeer binnen de ambtelijke organisatie.
5. VERZOEK TOT AANWIJZING RIJKSMONUMENT Dit moment biedt een uitgelezen kans om een verzoek in te dienen bij de Minister van OCW en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om de Museumschool de status van rijksmonument toe te kennen, als onderdeel van het reeds bestaande aanwijzingsprogramma ‘militair erfgoed’. Dit zou niet alleen bijdragen aan de nationale zichtbaarheid van het gebouw, maar ook de mogelijkheid bieden om aanspraak te maken op rijksgelden, zoals de SIM-subsidie. Om deze status te bestendigen, kan een grootse herdenking van de capitulatie op 15 mei 2025 – 85 jaar geleden – worden georganiseerd.
6. ONDERZOEK NAAR EEN OBLIGATIESTRUCTUUR VOOR SCENARIO 2 Voor scenario 2 Lokaal Verhaal is het interessant om een obligatiestructuur te onderzoeken, vergelijkbaar met die van Verhalenhuis Belvédère in Rotterdam, een plek voor kunst, cultuur en interculturele ontmoeting in de wijk. Het Verhalenhuis geeft particuliere obligaties uit, een innovatieve en fiscaal voordelige manier van financieren en meedoen, en een combinatie van lenen en schenken. Er zijn daarbij twee obligatiemogelijkheden: Bij een geef-obligatie schenkt de particulier gedurende een aantal jaar. De gift is jaarlijks aftrekbaar. Of men kan een leen-obligatie nemen waarbij de particulier de rente schenkt en na vijf jaar het bedrag retour ontvangt. Op deze manier kan financiering vanuit de buurt worden gestimuleerd en daarmee draagvlak en betrokkenheid worden gecreëerd.
7. KANSRIJKHEID VAN EEN KENNISCENTRUM EN MUSEUM NADER ONDERZOEKEN Tot slot moet nader worden onderzocht in hoeverre een kenniscentrum een haalbare en wenselijke invulling zou zijn binnen de toekomstige plannen in scenario 1 Op de (militaire) kaart. In aansluiting daarop is het van belang te verkennen of het logisch is de expositieruimten op de begane grond te bestempelen als museum. Dit is afhankelijk van de bereidheid van een bestaand museum om een dependance te realiseren. 75
Daar waar beide scenario’s in dit onderzoek vrij binair zijn gepresenteerd, is het goed mogelijk dat na uitvoering van de bovenstaande stappen elementen uit de scenario’s uitwisselbaar zijn. Zo zou bijvoorbeeld professionele horeca of het vergroten van de metrages op de verdiepingsvloer in scenario 2 kunnen worden overwogen. Indien de kapconstructie om constructieve redenen vervangen moet worden, is dit overigens per definitie de moeite waard. Daarnaast kan een combinatie van functies bijdragen aan een financieel haalbaarder karakter van de scenario’s. Met deze aanvullende onderzoeken wordt een solide basis gelegd voor een weloverwogen besluitvorming en een langtermijn keuze voor de Museumschool. Het resultaat van deze aanpak is een weloverwogen en doordacht voorkeursscenario.
76
77
78
79
Colofon
projectnaam: document: datum:
Museumschool Ridderkerk Haalbaarheidsonderzoek 14 februari 2025
Dit document is tot stand gekomen in samenwerking met: OPDRACHTGEVER Gemeente Ridderkerk www.ridderkerk.nl Koningsplein 1 2981EA Ridderkerk
ADVISEUR ERFGOED COUP Urban Producers www.coup-group.com info@coup-group.com Vakwerkhuis Prof. Snijdersstraat 2 2628 RA, Delft
ADVISEUR ARCHITECTUUR Buro Moon www.buromoon.nl hallo@buromoon.nl De Fabriek van Delfshaven Mathenesserdijk 416E 3026 GV, Rotterdam
buro moon
bijlage 1, cultuurhistorische quickscan
Museumschool Rijsoord
Cultuurhistorische Quickscan Rijksstraatweg 101, 2988 BB Ridderkerk COUP | 10 oktober 2024
Inleiding Historische verhaallijnen
Schildersdorp Rijsoord . . . Aanloop naar de capitulatie . Meidagen 1940 . . . . . . Capitulatie in Rijsoord . . .
3 . . . .
. . . .
. . . .
. . . .
. . . .
. . . .
. . . .
. . . .
. . . .
. . . .
4
. 4 . 4 . 4 . 4
Historische ontwikkeling
6
Huidige situatie
8
Exterieur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Interieur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Waardestelling
Toelichting waardestelling . . . . . . . . Deelwaarden . . . . . . . . . . . . . Algemene historische waarden. . . . . . Ensemble en stedenbouwkundige waarden Architectuurhistorische waarden . . . . . Bouwhistorische waarden . . . . . . . . Waarden vanuit de gebruikshistorie . . . . Waardestellende plattegrond . . . . . .
. . . . . . . .
. . . . . . . .
. . . . . . . .
. . . . . . . .
10
. 10 . 10 . 10 . 10 . 10 . 10 . 10 . 11
Conclusie
14
Bronnen
15
2
Aan de Rijksstraatweg in Rijsoord staat de voormalige Johannes Postschool, sinds 2000 in gebruik als het museum Johannes Postschool, ook wel de Museumschool genoemd. Het voormalige schoolgebouw werd gebouwd tussen 1887 en 1889 als de School met de Bijbel, gelijktijdig met de naastgelegen Opstandingskerk. De combinatie van de bouw van een kerk met hiernaast een school kwam in deze periode vaker voor. Het schoolgebouw was de plek waar op 15 mei 1940 door generaal Winkelman de capitulatie van Nederland aan Nazi-Duitsland werd ondertekend. De Museumschool is vanuit deze achtergrond een bijzonder gebouw, aangezien het hier nauwelijks gaat over de fysieke kwaliteiten van het gebouw, maar juist om de gebeurtenis die hier heeft plaatsgevonden. Het zijn de immateriële waarden die het voormalige schoolgebouw betekenis geeft op nationaal niveau. Vanaf de opening in 1889 tot de verhuizing van de school naar de nieuwbouw aan de G. Alewynszstraat in 1974 is het in gebruik geweest als school voor Christelijk onderwijs, verbonden aan de Gereformeerde kerk van het dorp.
Vanwege de grote toename in het aantal leerlingen waar de school gedurende de bestaansgeschiedenis mee te maken heeft gehad was in 1928 al de 2e Christelijke school in Rijsoord geopend en wordt in 1964 kleuterschool Bartje opgericht. Eveneens in 1964 wordt de School met de Bijbel hernoemd tot de ‘Johannes Postschool’, naar verzetsheld Johannes Post. Eind jaren ’60 wordt het schoolgebouw na circa 75 jaar niet langer geschikt bevonden en gaan er stemmen op voor de bouw van een nieuw schoolgebouw. Na het vertrek naar de nieuwe locatie in 1974 wordt het gebouw aan de Rijksstraatweg in gebruik genomen door het protestants-christelijke vormingsinstituut ‘De Poort’. Hier werden jongeren na de leerplicht verder voorbereid op deelname aan de maatschappij, tot dat ook deze gebruiker vertrok en vervolgens op 15 mei 2000 het museum Johannes Postschool in het gebouw werd geopend. Het museum diende als museum voor de capitulatie en andere uiteenlopende onderwerpen. In 2023 werd het museum door de gemeente Ridderkerk aangekocht en is op dit moment gesloten in verband met de herontwikkeling.
3
De eerste van deze verhaallijnen richt zich op het dorp Rijsoord zelf. Als voormalig schilderdorp rond het einde van de 19e en begin van de 20e eeuw heeft Rijsoord een rijke geschiedenis die voor velen buiten het dorp nog onbekend zal zijn.
verdedigingslinies als de Nieuwe Hollandse Waterlinie waren gedateerd en inadequaat vanwege het gebruik van parachutetroepen door de Duitsers. De Grebbelinie, die de hoofdverdediging van Nederland vormde, was niet opgewassen tegen de Duitse inval. Langs de Grebbelinie werd op de Grebbeberg van 11 tot en met 13 mei de zwaarste strijd geleverd gedurende de meidagen van 1940. Nadat de slag was verloren werd teruggetrokken tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie ter verdediging van Vesting Holland, waarin de grootste bevolkingskernen zich bevonden.
Voor het gebouw van de Museumschool zelf is de verhaallijn van de capitulatie op 15 mei 1940 aan het begin van de Tweede Wereldoorlog nadrukkelijk van belang. De ondertekening van de capitulatie is verreweg de meest prominente gebeurtenis en geeft het schoolgebouw hoge waarde vanuit de gebruikshistorie.
Al op 10 mei begon ook de Slag om Den Haag. De aanval mislukte en enkele honderden Duitse (transport)vliegtuigen gingen hierbij verloren. Tegelijkertijd waren in Rotterdam en Dordrecht parachutisten en watervliegtuigen geland die belangrijke bruggen innamen. De strijd duurde hier tot het bombardement van Rotterdam.
Schildersdorp Rijsoord
Capitulatie in Rijsoord Eén dag na het bombardement van Rotterdam, met de dreiging van een tweede bombardement op Utrecht, werd door de leiding van de Nederlandse strijdkrachten besloten de strijd tegen de Duitse opmars in Nederland stop te zetten. Vanuit Nederlandse zijde werd de capitulatie getekend door generaal Winkelman, de opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht. Winkelman was na de evacuatie van de Koninklijke Familie en de Nederlandse regering naar Londen de hoogstgeplaatste persoon in Nederland geworden en zodoende de aangewezen persoon voor het ondertekenen van de capitulatie.
In relatie tot de Museumschool en haar locatie zijn in principe twee verhaallijnen te herkennen. Dit zijn een bredere verhaallijn omtrent het dorp Rijsoord schoolgebouw.
Tussen 1886 en 1914 is Rijsoord een waar schildersdorp, waar kunstenaars uit meerdere landen, in het bijzonder vanuit de Verenigde Staten, naartoe kwamen. De kunstenaars verbleven hier veelal in de zomer om dorpsgezichten en landschappen te schilderen. Het schoolgebouw heeft aansluiting op deze verhaallijn, aangezien het werd gebouwd aan het begin van deze periode. Het is dus zeer waarschijnlijk dat kunstenaars langs het schoolgebouw zijn gelopen of het gebouw zelfs hebben bezocht. De geschiedenis van Rijsoord als schildersdorp begon toen de Nederlands-Amerikaanse kunstenaar John H. Vanderpoel in 1886 via een studiebeurs in Parijs ging studeren. Vanuit hier verbleef hij in de zomer twee maanden in Rijsoord, het dorp van zijn ouders. Het jaar daarop keerde hij terug naar Rijsoord, dit keer met vier andere studenten van de Académia Julian in Parijs. Na het eerste bezoek van Vanderpoel bleven hij en ook enkele van zijn familieleden het dorp bezoeken. In de jaren die volgen kwamen er steeds meer andere kunstenaars naar het dorp, wat ongetwijfeld deels te danken is geweest aan de mond-tot-mond reclame van Vanderpoel en zijn medestudenten op hun respectievelijke universiteiten in de Verenigde Staten.
Aanloop naar de capitulatie
Meidagen 1940 Op 10 mei 1940 valt Duitsland Nederland binnen. Rond 01.40 uur stak een kleine groep Duitse soldaten in Roermond de grens over, waarna rond 4 uur ’s ochtends de invasie daadwerkelijk begon. Het Nederlandse leger was onvoldoende voorbereid op deze aanval vanuit Duitsland. Soldaten waren onvoldoende opgeleid, veel van de wapens dateerde nog uit de eind-19e eeuw en groter geschut was eveneens verouderd. Ook de
Ten tijde van het besluit om de strijd te staken lag de frontlinie nabij Rijsoord, waar de Duitse generaal Kurt Student in de lokale school een hoofdkwartier had ingericht. Waarom exact het schoolgebouw in Rijsoord als hoofdkwartier werd gekozen door Student is niet exact te achterhalen, maar dit zal te maken hebben gehad met de sterke focus van de Duitsers op de steden Rotterdam en Dordrecht, waar zoals benoemd al vanaf 10 mei werd gevochten om de bruggen langs de Maas en het Hollands Diep. In dit schoolgebouw, de huidige Museumschool, werd de Nederlandse capitulatie getekend. Het schoolgebouw ligt aan de Rijksstraatweg naar Rotterdam, wat betekent dat Winkelman onderweg naar Rijsoord langs Rotterdam werd gereden, waar hij de verwoeste stad gezien moet hebben. Dit beeld zal ongetwijfeld een indruk op hem achtergelaten hebben tijdens de capitulatieonderhandelingen.
4
De capitulatie betrof niet een eenzijdige overgave van Nederland aan Duitsland, maar kwam tot stand na onderhandelingen tussen de Nederlandse en Duitse delegaties. De uitkomst van deze onderhandelingen was dat Nederland geen vrede sloot met Duitsland en Nederlandse troepen die naar Engeland waren ontkomen gaven zich niet over en zetten de strijd voort. In de capitulatie werd verder door Winkelman opgenomen dat de provincie Zeeland niet bij de capitulatie was betrokken om de aanwezige Franse troepen de kans te bieden zich terug te trekken. De gevechten gingen hier nog door tot 17 mei. Ook de Nederlandse koloniën werden niet opgenomen in de capitulatie.
5
Sinds de opening van de school als de ‘School met de Bijbel’ in 1889 is het gebouw meerdere keren uitgebreid op de bovenstaande plattegrond aangegeven in het groen, bestond uit twee lokalen, wat kort daarop met de plaatsing van tussenwanden werd omgebouwd naar drie lokalen die in de lengte met elkaar waren verbonden, met hiervoor een gang. Hier werd rond 1902 een vierde lokaal aan toegevoegd (oranje). In 1913 werden vervolgens parallel hierop nog drie lokalen toegevoegd (paars). Het noordwestelijke deel van de school uit 1913 heeft een (later aangebracht) mansardedak op de plek waar voorheen een zadeldak heeft gezeten, het zuidoostelijke een zadeldak. In 1916 werd het schoolgebouw uitgebreid met het woonhuis voor het hoofd van de school (rood). Dit gebouw is uitgevoerd in traditionalistische stijl met jugendstil elementen en gebouwd van baksteen. Gelijktijdig met de bouw van de schoolmeesterswoning werd door dezelfde aannemer ook de naastgelegen kerk uitgebreid en werd de pastorie gebouwd. Op de onderstaande foto is te zien dat voorheen voor de school een tramspoor heeft gelegen. Deze tramlijn tussen Barendrecht en Zwijndrecht werd geopend in 1904, maar werd in 1941 door de Duitsers verwijderd.
6
De school werd in 1939 opnieuw uitgebreid door middel van een uitbouw aan de achterzijde van het gebouw (blauw). Deze uitbouw sluit aan op het bestaande zadeldak van de school, met haaks hierop een rechthoekige aanbouw tegen het mansardedak. Naar verwachting is deze uitbouw gebouwd vanwege een groeiend aantal leerlingen.
De laatste uitbreiding aan het gebouw vond plaats in 2007, nadat in 2000 het museum Johannes Postschool was opgericht in het voormalige schoolgebouw. Deze meest recente uitbreiding bestond uit de bouw van het planetarium aan de achterzijde van het gebouw (geel). Hier onderwerpen die in het museum behandeld worden.
7
Exterieur
Met de toevoeging van het planetarium in 2007 heeft de Museumschool de huidige vorm gekregen. Wanneer een
tegels. De huidige staat komt daarmee overeen met de staat ten tijde van de ondertekening van de capitulatie. De betonnen rand aan de onderzijde van het gebouw die nog altijd aanwezig is, is eveneens niet origineel.
is te zien dat behalve de hoofdvorm ook het exterieur meerdere malen gewijzigd is.
Behalve de zijgevels waaraan het woonhuis en de uitbouw zijn geplaatst zijn ook oorspronkelijke voor- en achtergevels van het schoolgebouw duidelijk aangepast en is het gebouw zo niet meer volledig authentiek. Deze wijzigingen hebben vrijwel allemaal na de Tweede Wereldoorlog plaatsgevonden. Wanneer aanpassingen exact hebben plaatsgevonden is niet te achterhalen geweest.
Verder zijn in de gevel de posities van de vensters ongewijzigd gebleven en is ook het metselwerk grotendeels hetzelfde gebleven, maar is goed te zien dat de vensters zelf zijn vervangen. Gelet op de vensters in de historische foto waren dit ook niet de originele ramen, waarmee duidelijk wordt dat het gebouw ook hiervoor al aangepast is. De huidige vensters zijn replica’s van de vensters die vóór 1940 in de gevel aanwezig waren. Ook het exterieur van het woonhuis is aangepast. Zo is geweest. Wanneer dit weer is hersteld is onduidelijk. De achtergevel van de school is eveneens sterk gewijzigd en heeft geen historische uitstraling meer, zoals te zien is op
De voornaamste wijziging aan de voorgevel is het dak (zie later geplaatst en betrof voorheen een zadeldak, zoals nu nog aan de andere zijde van het gebouw te vinden is. Deze wijziging heeft plaatsgevonden nadat de school uit 7 en 8 is te zien is ook het entreeportaal aangepast. De later toegevoegde overkapping bij de entree is later weer verwijderd. en ook zijn de betonnen pilaren in de gevel in de huidige situatie vervangen door de bakstenen en 8
Interieur
Het interieur van de Museumschool bestaat uit meerdere klaslokalen. Zo is ook het lokaal waar in 1940 de capitulatie werd ondertekend nog altijd aanwezig, alhoewel het een ander lokaal ingericht in de stijl van de voormalige functie als schoolgebouw. In de gang tussen de lokalen zijn meerdere vitrinekasten geplaatst voor de museale functie 12) wordt een deel van de collectie getoond, bestaande uit objecten die het verhaal van de Tweede Wereldoorlog en de capitulatie vertellen, alsmede objecten over de andere thema’s die in het museum behandeld worden als ruimtevaart en de Tachtigjarige oorlog. De collectie was onderdeel van de verkoop van het museum en op dit moment eigendom van de gemeente Ridderkerk. In hoeverre het interieur van het schoolgebouw sinds de bouw, buiten de inrichting om, is gewijzigd kan worden vastgesteld wanneer de plattegrond van de situatie vóór de uitbreiding van 1939 wordt vergeleken met de huidige plattegrond.
twee plattegronden over elkaar heen geplaatst. Hieruit wordt duidelijk dat aan de rechterzijde (de zijde van de voorgevel) de situatie bijna ongewijzigd is gebleven. Aan de linkerzijde van de plattegrond is daarentegen te zien dat er meerdere muren verwijderd zijn en enkele nieuwe op een andere plek zijn geplaatst. De ietwat afwijkende muur van het klaslokaal linksboven op de plattegrond kan mogelijk nog worden toegeschreven aan een afwijking in de tekening, maar bij de andere drie lokalen zijn de wijzigingen goed herkenbaar. Ook in de gang is onderaan de plattegrond een wijziging te herkennen, waar een tussenmuur is doorbroken en aansluitend op de entree een nieuwe doorgang is geplaatst naar de plek waar op dit moment een keuken te vinden is. De voormalige functie als schoolgebouw is concluderend uit de huidige situatie van het museum nog steeds te herkennen, maar de indeling van het oorspronkelijke schoolgebouw is niet langer authentiek.
9
Toelichting waardestelling
In het onderstaande overzicht is een beschrijving gegeven van de mate waarop de Museumschool van cultuurhistorische waarde is, gelet op de vijf deelwaarden zoals vastgesteld in de publicatie ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Aansluitend op deze beschrijving van de vijf deelwaarden is op de volgende pagina’s een waardestellende plattegrond geplaatst. Aan de hand van deze plattegrond worden de fysieke waarden in beeld gebracht, waaraan bouw- en restauratieplannen getoetst kunnen worden om de cultuurhistorische waarde van het pand zo goed mogelijk te behouden.
Deelwaarden
Algemene historische waarden De Museumschool is gelet op de algemene historische waarden van grote betekenis als uitdrukking van landelijke ontwikkelingen als locatie waar de capitulatie in 1940 werd ondertekend. Vanuit deze gebeurtenis is het schoolgebouw van bijzonder groot belang voor de Nederlandse geschiedenis. De militaire geschiedenis die aan de locatie verbonden is, is hetgeen dat de hoge waarde van de school bepaald. Ensemble en stedenbouwkundige waarden Het schoolgebouw werd gebouwd in de periode dat Rijsoord een schildersdorp was aan het eind van de 19e eeuw. Hoewel het gebouw zelf geen directe verbinding heeft met deze verhaallijn, is het nog enigszins van waarde als onderdeel van Rijsoord in deze periode. Daarnaast is er bij de school ook sprake van ensemblewaarde vanuit de verbinding van het schoolgebouw met de naastgelegen kerk. Als Christelijke school verbonden aan de Opstandingskerk zijn de twee gebouwen gedurende de bestaansgeschiedenis onlosmakelijk aan elkaar verbonden geweest. Dit uitte zich naast het gebruik ook in de gelijktijdige bouw van de kerk en de school in 1889 en van de pastorie en de schoolmeesterswoning in 1916. Hoewel de functie van het schoolgebouw is gewijzigd en het kerkgebouw buiten gebruik is gesteld, vormen de gebouwen hiermee nog altijd één ensemble.
Architectuurhistorische waarden Het gebouw heeft weinig architectuurhistorische waarden. Hoewel latere wijzigingen voor een deel zijn teruggedraaid, blijft het gebouw door de vele aanpassingen nog slechts beperkt representatief voor de geschiedenis van de architectuur aan het eind van de 19e eeuw en begin 20e eeuw. De voornaamste betekenis komt voort uit de herkenbaarheid van de voormalige functie als schoolgebouw, wat nog altijd terug te leidden is uit de huidige indeling van zowel het interieur als het exterieur. De functie als schoolgebouw is bijvoorbeeld goed herkenbaar aan de het entreeportaal, de hoge ramen in de gevel en de indeling van het gebouw met de klaslokalen langs één lange hal. Bouwhistorische waarden De bouwgeschiedenis van de Museumschool is af te lezen uit de latere aanbouwen aan het gebouw. Hierdoor is de ontwikkeling van het gebouw door de bestaansgeschiedenis te herkennen. Door uitbreidingen en overige aanpassingen aan het exterieur en het interieur is de authenticiteit van het gebouw echter sterk afgenomen, waarmee de Museumschool vanuit de bouwhistorie slechts beperkt van waarde is. Waarden vanuit de gebruikshistorie De gebruikshistorie van de Museumschool is het meest waardevolle aspect van het gebouw.
De ondertekening van de capitulatie in 1940 is een belangrijke gebeurtenis in de Nederlandse geschiedenis en is nadrukkelijk hetgeen dat het voormalige schoolgebouw betekenis geeft. Dit moment onderscheid het schoolgebouw van vergelijkbare schoolgebouwen in Nederland en de andere gebouwen in de omgeving. Vanuit de hoge waarde uit de gebruikshistorie is het van belang om het schoolgebouw in de toekomst te behouden, al dan niet in een museale functie, zodat het verhaal van de capitulatie verteld kan blijven worden. De school had verder ook waarde voor Rijsoord als eerste schoolgebouw van het dorp. Later volgde nog de 2e Christelijke school en de kleuterschool, maar lange tijd heeft het gebouw aan de Rijksstraatweg als enige deze belangrijke functie voor het dorp vervuld. Deze rol geeft het gebouw waarde vanuit de gebruikshistorie voor de omgeving van Rijsoord.
10
Waardestellende plattegrond
Op de onderstaande waardestellende plattegronden worden de waarden van de begane grond en de zolderverdieping van de Museumschool aangegeven. Hierbij zijn de fysieke onderdelen van het gebouw gewaardeerd op basis van de mate waarop elk onderdeel van belang is voor de cultuurhistorische waarde van het gebouw. De waardestelling is conform de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek opgedeeld in drie categorieën: -
Blauw: hoge monumentwaarden Groen: positieve monumentwaarden Geel: indifferente monumentwaarden
Onderdelen met hoge monumentwaarden zijn bijzonder waardevol voor het gebouw en dienen ten aller tijden behouden te blijven binnen toekomstige situaties. Onderdelen met een positieve monumentwaarden zijn van betekenis voor het gebouw, maar niet cruciaal voor de cultuurhistorische waarde en onderdelen met een indifferente waardering zijn niet van betekenis en kunnen mogelijk verwijderd of gewijzigd worden, zonder negatieve gevolgen voor de cultuurhistorische waarde van het gebouw. Op de plattegrond op de volgende pagina is te zien dat het klaslokaal waar op 15 mei 1940 de capitulatie is ondertekend als hoog monumentaal is gewaardeerd. Dit is het geval omdat deze gebeurtenis verreweg het meest belangrijke aspect is van de Museumschool en dit het gebouw waardevol maakt in de Nederlandse geschiedenis. De muur van de voorgevel is als hoog monumentaal gewaardeerd, tot de uitbouw van 1939. Dit is het geval omdat het (gerestaureerde) gedeelte uit 1913, ondanks wijzigingen aan het exterieur, nog altijd bijdraagt aan de uitstraling van het gebouw. Dit deel van het gebouw is duidelijk en prominent herkenbaar op foto’s van capitulatie en maakt het gebouw herkenbaar als de locatie van de ondertekening van de capitulatie. Ook vanuit de voormalige functie als schoolgebouw heeft de Museumschool enkele elementen van hoge monumentwaarde.
Zo is de functie als schoolgebouw duidelijk herkenbaar aan de het entreeportaal, de hoge ramen in de gevel en de indeling van het gebouw met de klaslokalen langs één lange hal. Deze elementen zijn kenmerkend voor de architectuur als voormalig schoolgebouw. De overige twee klaslokalen aan de voorzijde van het gebouw aan weerzijde van het capitulatielokaal zijn als positief monumentaal gewaardeerd. De reden hierachter is dat in de drie lokalen aan de voorzijde van het schoolgebouw de oorspronkelijke indeling van het interieur nog goed behouden is gebleven, in tegenstelling tot de lokalen aan de achterzijde. De interieurs van de ruimtes zijn weliswaar gewijzigd, maar vanuit de authenticiteit van de indeling, die aansluit op de indeling van de voorgevel, zijn deze ruimtes als positief monumentaal gewaardeerd. De indeling van de lokalen aan de achterzijde van het schoolgebouw is na de Tweede Wereldoorlog nog gewijzigd. Omdat in deze ruimtes niet langer de historische indeling van de school te herkennen is, zijn deze ruimtes als indifferent monumentaal gewaardeerd. De achtergevel van het gebouw is zichtbaar gewijzigd en daarmee eveneens van indifferente monumentwaarde. De indifferente waardering geldt ook voor de gehele zolderverdieping, inclusief de voorgevel.
Met de plaatsing van de mansardekap in de tweede helft van de 20e eeuw is het dak niet langer representatief voor de laat 19e-eeuwse architectuur van het voormalige schoolgebouw. Door de wijzigingen aan het dak en de zolderruimte is de verdieping van de Museumschool van indifferente monumentwaarde.
11
12
13
De ondertekening van de capitulatie in het schoolgebouw is één van de belangrijkste momenten voor Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De capitulatie leidde de bijna vijf jaar aan Duitse bezetting in en maakt de Museumschool een, hoewel nog voor velen onbekende, zeer bepalende locatie voor de Nederlandse geschiedenis. Dit verhaal wordt op meerdere plekken in Nederland verteld, maar het is uniek dat er nu een plek is in Nederland waar de fysieke verbinding met dit verhaal zo prominent aanwezig is. Zodoende is de Museumschool prominent militair erfgoed in Nederland, ookal is dit niet direct aan het gebouw af te lezen. Waar op andere plekken alleen wordt gesproken over de capitulatie, is dit moment voor de Museumschool onderdeel van de identiteit van de locatie. In de Museumschool is het gevoel bij de plek aanwezig, waarmee bezoekers zich een betere voorstelling van dit moment kunnen maken. Het verhaal van de capitulatie kan op deze wijze beter dan elders overgebracht worden op gebruikers. Vanwege de unieke verbinding van het gebouw met de capitulatie bestaat hier een uitgelegen kans om dit onderbelichtte verhaal in de Nederlandse geschiedenis te vertellen op een manier die nog niet eerder voorkomt.
Gelet op de bijzondere betekenis van het gebouw in de Nederlandse militaire geschiedenis en het gebrek aan aandacht voor de capitulatie in 15 mei 1940, verdient de verhaallijn van de capitulatie een plek in toekomstige situatie van de Museumschool.
14
Canon van Nederland. “Beeldende kunst – Cultuur aan het Drierivierenpunt.” Geraadpleegd 3 september 2024. https:// www.canonvannederland.nl/nl/page/168722/beeldende-kunst. Dortenazoeker. “Schildersdorp Rijsoord 1886-1914.” Geraadpleegd 3 september 2024. https://rijsoord.dordtenazoeker. nl/. Nationaal Archief. “3.09.18 Inventaris van de archieven van de 1e divisie / het 1e Legerkorps (1859) 1873-1941.” Geraadpleegd 2 oktober 2024. https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/3.09.18?query=capitulatie%20 rijsoord&search-type=description Oorlogsbronnen. “Capitulatie te Rijsoord.” Geraadpleegd 4 september 2024. https://www.oorlogsbronnen. nl/bron/https%3A%2F%2Fbeeldbankwo2.nl%2Fnl%2Fbeelden%2Fdetail%2F1a35b9fc-025a-11e7-904bd89d6717b464%2Fmedia%2Fa03ec2a9-79ab-80cf-8018-53c85b78d121. Rijsoord/Rezoord. “Geschiedenis Scholen met de Bijbel Rijsoord.” Geraadpleegd 9 oktober 2024. https://rijsoord.nl/ geschiedenis-scholen-met-de-bijbel-rijsoord/. Stiksma, Kees. Rijsoord, 1986.
.
15
bijlage 2, verhaallijnen
Museumschool, Ridderkerk Haalbaarheidsonderzoek, 11 oktober 2024
1. inleiding
2
Inleiding
HISTORIE Op 14 mei 1940 vond het bombardement op Rotterdam plaats en op 15 mei 1940 is de capitulatie van Nederland getekend in de, inmiddels zogenoemde, Museumschool aan de Rijksstraatweg in Rijsoord. De gemeente Ridderkerk heeft het monument onlangs aangekocht en doet nu i.s.m. COUP onderzoek naar de herbestemmingsmogelijkheden van dit pand. De geschiedenis van deze plek, dat zich kenmerkt door één moment in de geschiedenis, is van nationaal belang. Dit is aanleiding en tevens een belangrijk uitgangspunt in het onderzoek. Belangrijke vragen die in dit onderzoek centraal staan zijn: In hoeverre is het voorgenoemde moment in de geschiedenis de bouwsteen voor het nieuwe programma bij herontwikkeling? Kan het cultuurhistorische verhaal onderdeel uitmaken van een museaal concept dat integraal past binnen de herontwikkeling? Of wordt het een onderdeel van verschillende op zichzelf staande exploitaties en functies onder één dak? Met andere woorden: is het vertellen van het verhaal van de capitulatie uitgangspunt of ondergeschikt aan? En wat voor rol speelt de gemeente in deze diverse scenario’s?
CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK Inmiddels is er cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd naar het pand. Het doel van dit onderzoek is enerzijds om het cultuurhistorisch verhaal nader in kaart te brengen, anderzijds om in beeld te brengen in welke bouwdelen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, en in hoeverre. Aan de hand van dit onderzoek kan vervolgens worden vastgesteld waar ruimte zit om ten behoeve van de toekomstige exploitatie ingrepen in het gebouw te doen.
AMBTELIJKE STARTBIJEENKOMST Bij wijze van aftrap van dit onderzoek is een startbijeenkomst georganiseerd met een brede vertegenwoordiging van de ambtelijke organisatie, op het gebied van erfgoed, toerisme, cultuur, stedenbouw, verkeer, etc. In deze bijeenkomst zijn de ambities, eisen en wensen in beeld gebracht en zijn de mogelijke functies voor het pand verkend. Ook zijn de verschillende belangen en/of wensen van de bewoners van Rijsoord onder de aandacht gebracht, en afgezet tegen eventueel andere invulling bekeken vanuit het perspectief van de bewoners uit Ridderkerk en of verder in Nederland.
DRIE VERHAALLIJNEN Deze startbijeenkomst vormt de basis voor een drietal verhaallijnen die we in dit document presenteren en worden gebruikt om de bestuurlijke participatie vorm te geven: we bieden de drie verantwoordelijk wethouders de mogelijkheid om twee voorkeuren aan te geven. De twee bestuurlijke voorkeuren vormen de basis voor de buurtparticipatie op 16 november a.s. in de Museumschool. Elke verhaallijn volgt eenzelfde opbouw. Het start met een toelichting op het concept en op welke manier het museale deel rondom de capitulatie een plek kan krijgen binnen het geheel. Daarna gaan we in op de functies die wij passend vinden bij dit concept en hoe deze een plek kunnen krijgen in de verschillende bouwdelen (beneden, boven, buitenruimte). Een horeca invulling achten wij geschikt binnen elke verhaallijn, maar met verschillende uitwerkingen. Hier gaan we specifiek op in.
3