Handhavingsuitvoeringsprogramma Wabo 2023 Ridderkerk.pdf
Tekst van het document
HANDHAVINGS UITVOERINGSPROGRAMMA 2023 Ridderkerk Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk 31-01-2023
Inhoudsopgave Inleiding
2
1. Beleidsvelden 1.1 Overzicht Beleidsvelden en prestatie-indicatoren
3 3
2. Monitoring en ontwikkeling 2.1 Wijze van monitoring 2.2 Landelijke prioriteiten en ontwikkelingen 2.3 Opleidingen en competentieontwikkeling 2.4 Toezichtprotocollen
5 5 5 7 7
3. Handhaving 3.1 Borging processen 3.2 Transparantie termijnen overtredingen en zwaarte sanctie 3.3 Strategie stilleggen bouw- en sloopwerkzaamheden 3.4 Afstemming handhavingspartners
9 9 9 9 9
4. Werkplan 4.1 Aanwezige formatie 4.2 Kwaliteitscriteria wet VTH 4.3 Wabo-inspecteurs 4.4 Juristen Handhaving 4.5 Constructeurs 4.6 Administratieve ondersteuning
11 11 11 12 14 14 15
5. Actiepunten 2023
16
1
Inleiding Op 29 januari 2019 heeft het college van Ridderkerk het “Handhavingsbeleidsplan Wabo 2019-2023 gemeente Ridderkerk” (hierna: “Handhavingsbeleidsplan’’) vastgesteld. Dit plan geeft beleidsmatige invulling aan het handhavend optreden van de gemeente die is verbonden aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (veelal bouw-, sloop- en milieuactiviteiten). Om praktische invulling te geven aan de uitvoering van het “Handhavingsbeleidsplan’’ is dit “Uitvoeringsprogramma Toezicht en juridische handhaving 2023” (hierna: uitvoeringsprogramma) opgesteld. Hierin staat welke activiteiten in het jaar 2023 worden uitgevoerd. Het uitvoeringsprogramma wordt ter informatie voorgelegd aan de gemeenteraad. In het jaarverslag wordt gerapporteerd over het bereiken van de gestelde doelen en de uitvoering van de activiteiten uit het uitvoeringsprogramma. In het “Handhavingsbeleidsplan” wordt onderscheid gemaakt tussen zeven beleidsvelden. In dit uitvoeringsprogramma worden per beleidsveld de doelstellingen en prioriteiten benoemd. Aangegeven wordt welke activiteiten worden uitgevoerd en welke resultaten daarbij behaald moeten worden. Ook wordt aangegeven op welke wijze de uitvoering van de toezicht- en handhavingstaken worden gemonitord, welke ontwikkelingen er spelen en op welke wijze handhaving plaatsvindt.
Ten slotte is een werkplan opgenomen waarin uiteen wordt gezet op welke wijze de in het handhavingsbeleidsplan en het uitvoeringsprogramma gestelde doelen en taken worden geprioriteerd. Met het toezicht op en handhaven van de wet- en regelgeving willen we bereiken dat de regels worden nageleefd in onze gemeente. Zo proberen we risico’s te voorkomen en zorgen we voor een veilige, leefbare, gezonde en duurzame leef-, woon- en werkomgeving voor burgers en bedrijven.
2
1. Beleidsvelden In het “Handhavingsbeleidsplan” wordt onderscheid gemaakt in een zevental beleidsvelden waarbinnen toezicht plaatsvindt. Van de beleidsvelden worden een korte omschrijving en prestatie-indicatoren gegeven. 1.1 Overzicht Beleidsvelden en prestatie-indicatoren In onderstaand overzicht wordt per beleidsveld aangegeven op welke wijze controle en klantcontact plaatsvindt en binnen welke termijn dat plaatsvindt. Toelichting
Indicatoren
Verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen
1.
Het gaat hier om het naleven van de voorschriften van een verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Er wordt onder andere gecontroleerd op voorschriften uit het Bouwbesluit, de Bouwverordening en het bestemmingsplan.
Verleende vergunningen worden in de 3 maanden nadat zij onherroepelijk zijn geworden ten minste 1x gecontroleerd.
2.
Alle verleende vergunningen hebben binnen 5 werkdagen een eigenaar/behandelaar. Dit is inzichtelijk voor collega’s (administratie en KCC).
3.
Met alle aanvragers van verleende vergunningen wordt binnen 5 werkdagen telefonisch contact opgenomen.
4.
Als er sprake is van voorschriften m.b.t. nog in te dienen stukken wordt er binnen 2 weken na verlening een startbrief gestuurd/contact opgenomen met de vergunninghouder en gemachtigde.
1.
Meldingen met betrekking tot illegale bouw en het bouwen in afwijking van de vergunning worden voor 100% onderzocht. Meldingen m.b.t constructieve en brandveiligheid hebben de hoogste prioriteit. Van alle meldingen wordt binnen 4 weken een constatering gedaan en een PV opgemaakt.
1.
Controles van gemeentelijke en Rijksmonumenten vinden plaats als er sprake is van een omgevingsvergunning. Op signaalbasis wordt gecontroleerd of er geen illegale verbouwingen plaatsvinden aan monumenten.
1.
Alle meldingen voor sloopactiviteiten worden gecontroleerd.
Constructieve veiligheid en brandveiligheid gebruiksfase Het gaat hier om periodiek toezicht op algemene voorschriften van brandveiligheid en constructieve veiligheid uit het Bouwbesluit. Naast projectmatig toezicht, vindt toezicht ook klachtgericht plaats.
Monumenten Het gaat hier om het voorkomen van verloedering of verandering van monumentale waarden. Er wordt gecontroleerd op het naleven van de voorschriften van een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument. Het wijzigen van een monument zonder vergunning is niet toegestaan. Slopen Het gaat hier om het naleven van de voorschriften voor sloopactiviteiten uit het Bouwbesluit 2012. Tijdens de sloopfase wordt op de locatie gecontroleerd of volgens de voorschriften wordt gesloopt. Daarnaast wordt gecontroleerd op het slopen zonder melding. Na melding van sloopwerkzaamheden kunnen vanuit de gemeente voorwaarden worden verbonden aan de sloop, bijvoorbeeld met betrekking tot afvalscheiding, veiligheid en beperking van hinder. Toezicht op verwijderen van asbest is een taak voor de DCMR.
Alle sloopmeldingen hebben binnen 5 werkdagen een eigenaar/behandelaar. Dit is inzichtelijk voor collega’s (administratie en KCC). Met alle aanvragers van sloopmeldingen wordt binnen 5 werkdagen telefonisch contact opgenomen.
3
Vergunningsvrij bouwen (incidenteel toezicht) Het gaat hier om klachten (signalen) en meldingen door toezichtpartners of anderen. Daarnaast wordt illegale bouw opgespoord door de toezichthouders gedurende reguliere buitentaken. Naar aanleiding van een klacht of melding wordt een mogelijke overtreding onderzocht.
Algemene Plaatselijke Verordening (Wabo-onderdelen)
2.
Meldingen met betrekking tot illegale sloop worden voor 100% onderzocht. Van de meldingen wordt binnen 1 week een constatering gedaan en een PV opgemaakt.
1.
Meldingen met betrekking tot illegale bouw en het bouwen in afwijking van de vergunning worden voor 100% onderzocht. Van de meldingen wordt binnen 4 weken een constatering gedaan en een PV opgemaakt.
2.
Meldingen illegaal gebruik worden 100% onderzocht. Van de meldingen wordt binnen 4 weken een constatering gedaan en een PV opgemaakt.
3.
Alle meldingen hebben binnen 5 werkdagen een eigenaar/behandelaar. Dit is inzichtelijk voor collega’s (administratie en KCC).
4.
Als er geen sprake is van een anonieme melding wordt er altijd binnen 5 werkdagen contact opgenomen met de melder.
Zie indicatoren vergunningvrij bouwen (incidenteel toezicht).
Het gaat hier om het naleven van de regels vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening die Wabovergunningplichtig zijn. Toezicht zal plaatsvinden op illegale aanleg van in- en uitritten en het illegaal kappen van bomen. Ruimtelijke ordening en milieu Het gaat hier om toezicht op de regels uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gemeentelijke bestemmingsplannen, de Wet milieubeheer en andere aanverwante regelingen.
Het toezicht op milieu is belegd bij de DCMR Milieudienst Rijnmond. De DCMR heeft een eigen toezichtstrategie en de gemeente speelt een coördinerende en beslissende rol bij handhaving. Toezicht wordt weliswaar uitgevoerd door de DCMR, maar de handhavingsbesluiten worden genomen door het college. Toezicht op ruimtelijke ordening is onderdeel van de controles op verleende omgevingsvergunningen en wordt daarnaast op basis van signaaltoezicht gecontroleerd.
4
2. Monitoring en ontwikkeling Monitoring en evaluatie zijn van belang om na te kunnen gaan of toezicht en handhaving volgens planning verloopt, of de doelstellingen worden gehaald en of eventueel bijsturing hiervan gewenst is. In dit hoofdstuk wordt de wijze van monitoring behandeld en bekijken we de toekomstige (landelijke) ontwikkelingen. 2.1 Wijze van monitoring Jaarlijks wordt een “Jaarverslag Handhaving Wabo” opgesteld waarin wordt gerapporteerd over de uitvoering van de in dit Handhavingsuitvoeringsprogramma Wabo geplande activiteiten in relatie tot de gestelde prioriteiten. Ook wordt hierin gerapporteerd of de doelstellingen zijn gehaald en hoe de afstemming met de toezicht- c.q. handhavingspartners gestalte heeft gekregen. In dit jaarverslag vindt tevens een evaluatie plaats. In artikel 7.6 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is bepaald dat de resultaten en de voortgang van de uitvoering van het Handhavingsuitvoeringsprogramma Wabo en het bereiken van de gestelde doelen met behulp van een geautomatiseerd systeem moet worden bewaakt. In dit systeem moeten ook de in het kader van handhaving verkregen gegevens worden geregistreerd. In onze gemeente worden de gegevens met behulp van de geautomatiseerde systemen Squit, greenvalley en Mylex bewaakt. Een aantal gegevens kan nu nog niet uit Squit, greenvalley of Mylex worden gehaald, maar wordt apart geregistreerd.
Monitoring en evaluatie zijn van belang om na te kunnen gaan of toezicht en handhaving volgens planning verloopt, of de doelstellingen worden gehaald en of eventueel bijsturing gewenst is. Voor een goede monitoring is een goede registratie essentieel. Wettelijk (op grond van artikel 10.6 van de Regeling omgevingsrecht (Mor) is de gemeente verplicht in ieder geval het volgende te registreren: 1. uitgevoerde controles; 2. geconstateerde overtredingen; 3. opgelegde bestuurlijke sancties; 4. processen-verbaal; 5. ontvangen klachten over mogelijke overtredingen. Wijzigingen software en monitoring in het kader van de Omgevingswet In het kader van de invoering van de Omgevingswet, welke recent is uitgesteld naar 1 januari 2024, is er voor gekozen om van softwareleverancier te wisselen. In 2022 is een nieuw VTH-systeem geïmplementeerd; Squit van het bedrijf Roxit. Op dit moment wordt dit systeem op basis van de huidige regelgeving en processen gebruikt. Het nieuwe systeem moet in 2023 aangepast worden op de nieuwe procedures die de Omgevingswet en de Wkb met zich meebrengen en moet worden aangesloten op het landelijke informatieportaal; het DSO. Deze noodzakelijke implementatie vindt plaats in de loop van 2023. Om informatie inzichtelijk te maken vanuit de VTH software wordt gebruik gemaakt van het programma Cognos. In 2022 is Cognos gekoppeld aan het nieuwe VTH systeem.
In 2023 streven we ernaar om het huidige niveau van informatieontsluiting verder uit te bouwen, de informatieontsluiting aan te passen aan de processen onder de Omgevingswet en eventuele quick-wins te implementeren. 2.2 Landelijke prioriteiten en ontwikkelingen De Rijksoverheid geeft elk jaar wel enkele aandachtspunten of onderzoeksopdrachten aan gemeenten. Aanleiding hiervoor zijn vaak calamiteiten in het land. De actie die hierop door gemeenten plaatsvindt, is meestal een projectmatige aanpak (inventarisaties, voorlichtingsacties en dergelijke). In dit Handhavingsuitvoeringsprogramma Wabo 2023 wordt hier de nodige tijd voor gereserveerd, te weten 20 uur. In 2020 en 2021 is bijvoorbeeld, in samenwerking met de VRR, onderzoek gedaan naar breedplaatvloeren, in 2019 naar brandgevaarlijke gevels, het jaar daarvoor ook naar breedplaatvloeren. Naast de bovengenoemde onderzoeksopdrachten en aandachtspunten, krijgen gemeenten ook jaarlijks te maken met nieuwe ontwikkelingen in wet- en regelgeving die van invloed zijn op de werkprocessen en waarvoor tijd moet worden gereserveerd. In 2023 zijn dit de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de voorbereiding op de Label C verplichting voor kantoorgebouwen.
5
Label C Per 1 januari 2023 is het voor kantoren verplicht om tenminste aan energielabel C te voldoen. Vanaf deze datum moet een kantoorgebouw, waarbij de gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties 50% of meer beslaat van de totale oppervlakte én de oppervlakte aan kantoorfuncties groter is dan 100 m2, minimaal een geregistreerd energielabel C hebben. Voldoet het pand niet aan deze eisen, mag het formeel per 1 januari 2023 niet meer als kantoor functioneren. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit 2012. In 2022 zijn door een interne projectgroep, in samenwerking met het zakelijk energieloket, voorbereidingen getroffen. Er is bureau- en veldonderzoek gedaan en in de zomer van 2022 zijn alle bedrijven die aan de Labelplicht moeten voldoen geïnformeerd door middel van een informatiebrief. Van de in totaal 159 panden die begin 2022 in beeld waren zijn er inmiddels nog 75, waarvan er thans 12 een traject bij het Energieloket volgen. Uitgangspunt is dat in januari 2023 alle kantoren zijn aangeschreven en dat alle panden voor eind 2023: a) een energielabel C of hoger hebben, b) aan een minnelijk traject deelnemen, of c) na hercontrole in een handhavingstraject terecht komen. In de bijlage van dit uitvoeringsprogramma is de handhavingsstrategie voor de Label C verplichting verder uitgewerkt.
Omgevingswet De Omgevingswet beoogt met de bundeling van diverse wetten een verdergaande integratie en vereenvoudiging van verschillende vergunningenstelsels. In 2023 zullen alle medewerkers van het team Toezicht en Juridische handhaving Wabo deelnemen aan trainingen, cursussen en project- en werkgroepen rond de implementatie van de Omgevingswet. Er is regelmatig afstemming tussen diverse medewerkers van het team en het programmateam Omgevingswet. Recent is de inwerkingtreding van de Omgevingswet opnieuw uitgesteld naar 1 januari 2024. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen hevelt uitvoering van de technische toetsingen aan het Bouwbesluit en het toezicht op de technische aspecten uit het Bouwbesluit over naar private partijen. In 2019 is begonnen met het inventariseren van de impact van deze wetgeving en het voorbereiden van proefprojecten met gevolgklasse 1. Dit zijn o.a. grondgebonden woningen en kleine bedrijfspanden. In 2020 heeft een organisatie brede inventarisatie plaatsgevonden van alle acties die in het kader van de invoering van de wet moeten plaatsvinden. Omdat de implementatie cluster-overstijgend is, is er gekozen om de invoering van de wet op projectbasis uit te voeren. De uitvoering van alle bedrijfsmatige en juridisch noodzakelijke wijzigingen zullen door het projectteam worden uitgevoerd of gecoördineerd.
Net als de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging ook opnieuw uitgesteld tot 1 januari 2024. Voor beide wetten is een goed werkend digitaal stelsel (DSO) noodzakelijk. Effecten De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit te verbeteren en introduceert de onafhankelijke kwaliteitsborger. Door de Wkb verandert de rol van gemeenten tijdens het bouwproces. Een deel van de bouwtechnische toets zal worden uitgevoerd door private kwaliteitborgers. In eerste instantie alleen voor de laagste risicoklasse 1. Daarnaast vervalt voor de kleinste bouwwerken zoals schuttingen, schuurtjes en dakkapellen de bouwtechnische toets (gevolgklasse 0). De privatisering van het technische bouwtoezicht door de Wkb zal vanaf inwerkingtreding gefaseerd in werking treden op basis van gevolgklassen. De gevolgklassen bestaan uit type gebouwen met verschillende risicoprofielen. Vanaf inwerkingtreding worden gebouwen in gevolgklasse 0 vergunningvrij voor de bouwtechnische toets. De gebouwen in gevolgklasse 1 worden overgedragen aan de markt. Voor gevolgklasse 2 en 3 zijn straks 2 vergunningen nodig (de ‘knip’). Onder gevolgklasse 1 vallen onder meer grondgebonden woningen, bijgebouwen en kleine bedrijfspanden.
Afname, formatieve wijzigingen door privatisering gevolgklasse 1 Wkb Het invoeren van de privatisering van gevolgklasse 1 (nieuwbouw) van de Wkb zal resulteren in een lagere capaciteitsvraag (en daarmee een beoogde afname van formatie) van met name het team Wabo-toezicht en Juridische Handhaving. De afname is geleidelijk. In de overgangsjaren worden in de toezichtfase op de oude manier vergunningen gecontroleerd die voor de inwerkingtredingsdatum zijn aangevraagd. De privatisering van gevolgklassen
6
2 en 3 volgen pas na 2028 en zijn de komende jaren niet van invloed op de structurele formatie. Tegenover deze afname staan een aantal indirecte gevolgen van de Wkb en de Omgevingswet. Deze gevolgen bestaan onder andere uit een toename van het aantal handhavingszaken en extra toezichtwerkzaamheden op het gebied van bouwveiligheid. Toename handhavingstaken Gebaseerd op het rapport van Berenschot ‘Wkb: analyse risico’s voor gemeenten/omgevingsdiensten’ is er een aantal kostenposten voor de VTH taken te onderscheiden die na inwerkingtreding van zowel de Omgevingswet als de Wkb ontstaan. Enkele kostenposten zijn direct, andere zijn geleidelijk na de inwerkingtreding. Deze posten worden nader toegelicht in het nieuw op te stellen VTH-beleid. 1: Controles/handhaving voortkomend uit risicobeoordeling/borgingsplan 2: Controles/handhaving na bericht kwaliteitsborger 3: Controles/handhaving en juridische processen (bij oplevering of afkeuring opleverdossier) 4. Intensivering toets en toezicht bouwveiligheidsplannen. 5: Toename: controles/handhaving bouwtechnische gebreken bij controle OPA (BBLvrije bouwwerken) 6: Input/terugkoppeling VTH-medewerkers voor wijzigingen Omgevingsplan Tabel 1: type extra werkzaamheden De extra werkzaamheden zorgen gezamenlijk voor een geleidelijke toename van de handhavingskosten.
De besparing door de Wkb en de extra kosten in het kader van handhaving zijn eerder al opgenomen in de begrotingscycli voor de komende jaren, maar worden noodzakelijkerwijs aangepast vanwege het uitstel van de twee wetten. Herzien Beleidsplannen VTH In 2019 heeft het college van Ridderkerk het “Handhavingsbeleidsplan Wabo 2019-2023” vastgesteld. In 2023 zal dit beleidsplan worden herzien. Hierbij zullen de wijzigingen in de werkwijze door de invoering van de Omgevingswet en de Wkb een hoofdrol spelen. 2.3 Opleidingen en competentieontwikkeling Voor een goede uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kwaliteitseisen opgenomen. Provincies en gemeenten zijn samen verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken. Deze liggen vast in zogenaamde “kwaliteitscriteria”. De kwaliteitscriteria hebben betrekking op de kritische massa (beschikbare formatie), vereiste opleidingsniveaus, competentieontwikkeling en borging van processen. In 2023 wordt een deel van het beschikbare opleidingsbudget gebruikt om medewerkers op te leiden op het gebied van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Daarnaast is er blijvend aandacht voor technische en vakinhoudelijke competenties.
2.4 Toezichtprotocollen Het integraal Toezicht Protocol is een gezamenlijk product van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland, Platform milieuhandhaving grote gemeenten en Brandweer Nederland (voorheen de Nederlandse vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding). Het integraal Toezichtprotocol wordt door de Rijksoverheid ondersteund en geaccepteerd als landelijk standaard hulpmiddel bij de uitvoering van het omgevingstoezicht. Het “integraal Toezicht Protocol (iTP)” wordt toegepast bij het controleren van verleende vergunningen en is als onderdeel van het handhavingsbeleid vastgesteld door het college. Toepassing van dit protocol legt bestuurlijk de door het Rijk geaccepteerde diepgang van controles vast. De inspecteurs moeten inhoudelijk goed op de hoogte zijn van die diepgang en daar naar handelen. Ook het minimaal aantal vereiste bezoeken ligt per categorie bouwwerk vast. Het iTP is geïntegreerd in het nieuwe softwareprogramma Squit.
7
Het vastgestelde toetsprotocol voor constructieve adviezen is gebaseerd op de breed gedragen “Eindrapportage Methodiek constructief toetsen bouwplannen gemeente Utrecht”. Uit deze eindrapportage zijn de toetsprotocollen 1 en 2 vastgesteld. Toetsprotocol 1 beschrijft het werken onder normale werkdruk en toetsprotocol 2 beschrijft het werken onder verhoogde werkdruk (piekdruk).
8
3. Handhaving In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de wijze waarop met overtredingen wordt omgegaan die bij de diverse controles en aan de hand van meldingen worden geconstateerd. Er wordt ingegaan op de wijze waarop handhaving in de processen is geborgd, hoe sancties en andere maatregelen worden vastgesteld, welke strategie wordt aangehouden voor het stilleggen van werkzaamheden en hoe en wanneer afstemming en samenwerking plaatsvindt met handhavingspartners. 3.1 Borging processen De handhavingsprocessen moeten worden geborgd. De processen voor een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang zijn opgenomen en beschreven in het “Handhavingsbeleidsplan’’. Daarnaast zijn de verschillende werkprocessen voor handhaving opgenomen in het programma Squit. Samenwerking met handhavingspartners is eveneens opgenomen in de processen. Hierdoor wordt integraal toezicht geborgd. 3.2 Transparantie termijnen overtredingen en zwaarte van de sanctie Vooraf is moeilijk vast te stellen welke termijnen en sancties worden aangehouden bij overtredingen. In het “Handhavingsbeleidsplan’’ is de sanctiestrategie opgenomen. Sancties worden opgelegd aan de hand van deze strategie. De sanctiekeuze en de wijze van optreden is afhankelijk van het soort overtreding en de verwijtbaarheid van de overtreder.
Voor de hoogte van een geldelijke sanctie wordt gekeken naar de (mogelijke) gevolgen van de overtreding voor het milieu, de veiligheid, de gezondheid, de precedentwerking etc. Ook wordt gekeken naar wat de kosten van het herstellen van de overtreding zouden zijn. De hoogte van een dwangsom ligt over het algemeen hoger dan de herstelkosten om de overtreder te bewegen zelf de overtreding op te heffen. Om het voor de overtreder zo transparant mogelijk te maken, is het noodzakelijk om zowel in de vooraankondiging als in het besluit een duidelijke belangenafweging te maken. Ook is het noodzakelijk om duidelijk te motiveren waarom bepaalde termijnen worden aangehouden en waarom bepaalde sancties worden opgelegd. 3.3 Strategie stilleggen bouw- en sloopwerkzaamheden Er kunnen zich situaties voordoen waarbij op basis van spoedeisende bestuursdwang bouwwerkzaamheden worden stil gelegd. Dit gebeurt in ieder geval bij: onomkeerbare situaties, zoals sloopwerkzaamheden of kap van een boom, waarbij de werkzaamheden op het punt staan te beginnen of niet zijn afgerond; bij (mogelijk) gevaarlijke situaties; als voortgang van de overtreding leidt tot verergering van de (gevolgen van de) overtreding; bij illegale bouw-, of aanlegwerkzaamheden.
In alle gevallen geldt: stilleggen tenzij het middel tot gevolg heeft dat belangen van betrokken partijen in onevenredige ernstige mate worden geschaad. Er wordt bij het al dan niet stilleggen van de werkzaamheden onderscheid gemaakt tussen het stilleggen bij activiteiten zonder omgevingsvergunning en activiteiten in afwijking van een omgevingsvergunning. Gedeeltelijke stillegging kan plaatsvinden op onderdelen van de verleende omgevingsvergunningen (bouw) en sloopmeldingen. Dit onderscheid is uitgewerkt in het Handhavingsbeleidsplan. 3.4 Afstemming handhavingspartners Uitgangspunt van de Wabo is integraal toezicht en integraal handhaven. De Wabo verplicht het college af te stemmen met andere betrokken toezicht- en handhavingspartners. De belangrijkste partners zijn de DCMR en de VRR. Bij het afstemmen gaat het om wanneer, wat en waar gecontroleerd moet worden en op welke wijze gehandhaafd moet worden als dat nodig is. Regulier toezicht vindt plaats op basis van de faseringsketen. De verschillende fases zijn: planfase, realisatiefase, gebruiksfase en sloopfase. Per fase wordt (meerdere keren) toezicht gehouden door een toezichthouder. De overgangen tussen de fasen zijn belangrijke momenten voor afstemming met de partners. Deze afstemming kan belangrijk zijn voor zaken die in een andere fase aan de orde komen.
9
Eén keer in de zes weken vindt er in BAR-verband integraal handhavingsoverleg plaats. Bij dit overleg zijn vertegenwoordigers van de gemeenten, de DCMR, politie en de VRR aanwezig. Tijdens dit overleg worden de handhavingsprocessen besproken en wordt op bepaalde handhavingszaken inhoudelijk ingegaan.
10
4. Werkplan Om de doelstellingen, prioriteiten, indicatoren, resultaten en activiteiten adequaat uit te voeren is voldoende personele capaciteit nodig. Hieronder wordt voor het komende jaar op programmatische wijze inzicht verschaft in de verwachte werkzaamheden en benodigde capaciteit voor het team Wabo Toezicht en Juridische Handhaving. 4.1 Aanwezige formatie Het team toezicht en juridische handhaving Wabo bestaat uit een teamleider, Wabo-inspecteurs, juristen en constructeurs. Per functie is de formatie in fte weergeven voor de gemeente Ridderkerk en voor het totale team. Deze getallen zijn afgerond en zijn gebaseerd op de beschikbare uren aan de rechterzijde. Ook de beschikbare uren zijn voor Ridderkerk en het totale team weergeven. Per fte zijn 1.400 beschikbare uren aangehouden. Uitgangspunt is de beschikbare capaciteit inclusief vacatureruimte. In 2023 is de volgende formatie beschikbaar: Tabel 2: Formatie team Toezicht en Juridische Handhaving Wabo 2023 Formatie toezicht en juridische handhaving Wabo 2023 Teamleider Wabo-inspecteurs Administratieve ondersteuning Constructeurs* Juristen handhaving Vacatureruimte jurist
Ridderkerk Totaal
Uren Ridderkerk
Uren Totaal
0,4
1
560
1.400
2
5
2.800
7.000
0,4
1
560
1.400
1
2,2
1.144
2.860
1
2,5
1.400
3.500
0,4
1
560
1.400
Totaal 5,08 12,7 7.024 17.560 * vanwege het vitaliteitsverlof van de constructeurs is uitgegaan van 1.300 i.p.v. 1.400 vrij beschikbare uren. Vacatureruimte Op dit moment is er nog vacatureruimte voor 1 extra handhavingsjurist. Daarnaast zullen in 2023 2 fte Wabo inspecteurs en 1 fte constructeur met inhuur worden ingevuld. Extra incidentele inzet naar aanleiding van uitstel Omgevingswet Door het verloop van personeel en de krapte op de arbeidsmarkt kan een deel van de huidige formatie niet structureel worden ingevuld. Er zijn daarom extra incidentele middelen nodig. Op die manier kunnen we door middel van ingehuurde medewerkers deze taken uitvoeren. In de eerste tussenrapportage van 2023 zal hiervoor een incidentele bijdrage worden opgenomen. In de kadernota voor de begroting van 2024 wordt de formatie structureel bijgesteld naar aanleiding van de toe- of afname van het aantal aanvragen voor Omgevingsvergunningen, de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb. 4.2 Kwaliteitscriteria wet VTH Voor de Wabo-inspecteurs en juristen handhaving is in de wet VTH een wettelijke minimum formatie opgenomen als onderdeel van de kwaliteitscriteria. Sinds 2016 stelt de wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (wet VTH) kwaliteitscriteria aan de uitvoering van Wabo-taken.
De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) in het omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De wettelijke minimumformatie voor de BAR-organisatie is voor het team toezicht en juridische handhaving als volgt:
11
Tabel 3: wettelijke minimumformatie toezicht en juridische handhaving Wabo 2023 Wettelijke minimumformatie VTH 2023
Aanwezige formatie BARorganisatie
Benodigde capaciteit t.o.v. de werklast
Wabo-inspecteurs
6
6,11
Juristen handhaving (inclusief uren teamleider)
4
4
Constructeurs
2,2
2,2
Dit overzicht gaat uit van aanwezige formatieve ruimte. In de praktijk zullen niet alle vacatures direct worden ingevuld vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Mogelijk zullen ingehuurde medewerkers worden ingezet die, vanwege de kosten, minder uur beschikbaar zijn of extra kosten met zich mee brengen. Structurele wijzigingen De werkzaamheden en daarbij behorende formatie voor het team Wabo-Toezicht en Juridische Handhaving zal naar verwachting als gevolg van de invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) structureel wijzigen. De effecten worden verder uitgewerkt in het nieuwe beleidsplan. 4.3 Benodigde capaciteit Wabo-inspecteurs In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de werkdruk verder uitgewerkt welke prioriteiten er voor de Waboinspecteurs en Juristen handhaving worden gesteld om met de bezetting de taken uit te voeren, en zullen aanbevelingen worden gedaan voor de korte en middellange termijn, waarbij rekening wordt gehouden met de invoering van de Omgevingswet en de Wkb. De Wabo-inspecteurs zijn verantwoordelijk voor het controleren van verleende omgevingsvergunningen en het behandelen van Wabo gerelateerde meldingen en handhavingsverzoeken. Daarnaast hebben zij een aantal neventaken, waaronder het uitvoeren van integrale controles en het meewerken aan ministeriële onderzoeken op gebied van bouwveiligheid.
Controle verleende vergunningen Voor 2023 is een aanname gemaakt voor de werklast van de Wabo-inspecteurs. In 2020 en 2021 zijn er significant meer vergunningen verleend dan eerdere jaren. In de onderstaande tabel staat de ontwikkeling van de werklast voor het controleren van vergunningen en meldingen van de afgelopen jaren en de aanname voor 2023. Alhoewel het aantal aanvragen in 2022 grofweg gelijk is gebleven ten opzichte van 2021, zijn er minder woningbouwprojecten en vrijstaande woningen aangevraagd. Doordat de nadruk verschuift van uitbreidingslocaties naar bouwlocaties binnen de bebouwde kom wordt toezichthouden echter complexer. We verwachten dat de werkdruk in 2023 ten opzichte van eerdere jaren gelijk blijft. Er is daarom tussen de 4 en 4,5 fte nodig om alle controles t.b.v. verleende vergunningen in 2023 uit te voeren op basis van de huidige werkwijze. Tabel 4: werklast controles verleende omgevingsvergunningen
werklast
2017 (uren) 2018 (uren) 2019 (uren) 2020 (uren) 2021 (uren) 2022
2023
5.442,34
benodigde fte: 3,89
5.947,36
5.542,82
6.803,18
6.000
6.000
6.000
4,25
3,96
4,86
4,28
4,28
4,28
Handhaving, meldingen en handhavingsverzoeken In 2022 zijn ca 85 bouwgerelateerde meldingen en handhavingsverzoeken binnengekomen en behandeld door de inspecteurs. Circa 40 meldingen minder dan in 2021. Er is de afgelopen jaren sprake van een lichte afname van het aantal handhavingszaken. Een verdere uitwerking volgt in het jaarverslag. Voor 2023 is de aanname dat het aantal meldingen en verzoeken gelijk zal blijven ten opzichte van het voorgaande jaar. De verwachting is dat er ongeveer 100 meldingen en handhavingsverzoeken zullen worden behandeld. Per zaak
12
zijn de inspecteurs hier ongeveer 10 uur mee bezig. In totaal is er 1.000 uur nodig om alle meldingen/ handhavingsverzoeken te behandelen. Dit komt neer op een totaal van ca. 0,7 fte. Neventaken Naast het controleren van verleende vergunningen en het behandelen van meldingen en handhavingsverzoeken hebben de Wabo-inspecteurs ook een aantal neventaken. In de onderstaande tabel staan de neventaken met de daarbij behorende uren per inspecteur. Tabel 5: Neventaken Preventief toezicht op monumenten, preventieve wijkgerichte controles illegale bouw en strijdig gebruik van gronden en gebouwen Toezicht op (brand)veiligheid bestaande gebouwen (integrale controles)
Medewerking aan opdrachten vanuit de Rijksoverheid
Neventaken
Kennisvergroting vakgebied
Werkoverleg/seminars/trainingen
Per fte Totaal (6 inspecteurs)
In 2023 vindt een globale inventarisatie en controle plaats van alle gemeentelijke en Rijksmonumenten.
24
In 2023 alleen incidenteel op basis van signaaltoezicht of op verzoek VRR. Dit is conform onze afspraken met de VRR. Bijvoorbeeld de onderzoeken naar brandveiligheid gevels en breedplaatvloeren van de afgelopen 2 jaar. Participatie in werkgroepen, inspecties D&H wet, ondersteuning collega’s. Leeswerk/zelfstudie. Bijvoorbeeld nieuwe bouwtechnieken die bij te controleren projecten worden toegepast of kennis van het bouwbesluit en jurisprudentie bij handhaving. In 2023 vinden extra overleggen, trainingen en seminars plaats in het kader van de Omgevingswet en Wkb.
-
20
60
70
90
264 1.585 (1,13 fte)
Als de uren die nodig zijn om omgevingsvergunningen te controleren, meldingen en handhavingsverzoeken in behandeling te nemen en de neventaken uit te voeren bij elkaar worden opgeteld, komt dit uit op een totaal van 6,11. Er is in 2023 6 fte beschikbaar. De opbouw hiervan is 4,28 fte voor het controleren van omgevingsvergunningen volgens de huidige werkwijze, 0,7 fte voor het in behandeling nemen van meldingen en handhavingsverzoeken en 1,13 fte voor diverse neventaken. Geleidelijke afname toezichttaken bij inwerkingtreding Omgevingswet en Wkb Het invoeren van de privatisering van gevolgklasse 1 (nieuwbouw) van de Wkb zal resulteren in een lagere capaciteitsvraag (en daarmee een beoogde afname van formatie) van Wabo-toezicht en Juridische Handhaving. De afname is geleidelijk. In de overgangsjaren worden in de toezichtfase op de oude manier vergunningen gecontroleerd die voor inwerkingtreding van de wetten zijn aangevraagd. Medio 2024 is naar verwachting circa 0,2 fte minder nodig om de toezichtstaken voortkomend uit omgevingsvergunningen te controleren. Dit neemt in 2024 en 2025 verder af. Benodigde capaciteit De in 2023 beschikbare 6 fte is waarschijnlijk voldoende om alle toezichtstaken op het gewenste kwaliteitsniveau uit te voeren. Aangezien de werkzaamheden veelal vraag gestuurd zijn en daardoor lastig in te plannen zullen ook in 2023
13
op piekmomenten door de inspecteurs zelf prioriteiten worden gesteld. Door het verloop van personeel en de krapte op de arbeidsmarkt kan de vacatureruimte niet structureel worden ingevuld. Er zijn daarom extra incidentele middelen nodig. Op die manier kunnen we door middel van ingehuurde medewerkers deze taken uitvoeren. 4.4 benodigde capaciteit handhavingsjuristen Wabo De handhavingsjuristen behandelen onder meer juridische procedures die te maken hebben met overtredingen in de bebouwde omgeving. Zij werken hierbij samen met de Wabo inspecteurs en de afdelingen Openbare orde en veiligheid en Toegang. Wanneer er een overtreding is geconstateerd door de Wabo-toezichthouder wordt in eerste instantie geprobeerd om dit ter plekke op te lossen. Wanneer dit niet lukt wordt er gehandhaafd. Aan de hand van de constateringen van de toezichthouders voeren de handhavingsjuristen de volgende taken uit: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
opstellen voornemen besluit, zienswijzebehandeling, opstellen besluit, advisering college (portefeuillehouders overleg), invorderings-/kostenbeschikking (inclusief zienswijzebehandeling), behandeling bezwaar/beroep, opstellen beslissing op bezwaar (eventueel wederom advisering college), bewaken termijnen.
Hoewel de handhavingsjuristen organisatorisch geplaatst zijn binnen het cluster Ruimtelijke ontwikkeling, is een aanzienlijk deel van de beschikbare tijd nodig ten dienste van de werkzaamheden die binnen het cluster Openbare Orde en Veiligheid plaatsvinden. Het betreft de handhaving van onder andere de Alcoholwet, APV-vergunningen en Kinderopvang. Ongeveer 30% van de handhavingsprocedures zijn geen zaken die voortkomen uit constateringen op het gebied van het bouwbesluit of de Wabo. In 2022 is 1,4 fte extra beschikbaar gesteld ten behoeve van het werven van handhavingsjuristen. Door het uitbreiden van de capaciteit kunnen de juristen meer tijd vrijmaken voor neventaken zoals het voorbereiden op de komst van de Omgevingswet en de Wkb. In 2023 zal ook capaciteit nodig zijn voor de handhavingszaken die ontstaan door Label C. Benodigde capaciteit De benodigde capaciteit van de handhavingsjuristen is moeilijk te kwantificeren op basis van het aantal procedures. De hoeveelheid tijd die nodig is om een handhavingsprocedure te doorlopen is daar te bewerkelijk voor. Dit hangt af van onder andere het al dan niet meewerken van de aangeschreven partij, de aard van de overtreding en eventuele bezwaar- en/of beroepsprocedures. Daarnaast zijn er voor een deel van de handhavingsprocedures geen wettelijke termijnen. Dit geldt met name voor de procedures die voortkomen uit meldingen.
Zaken die wel een termijn hebben of om inhoudelijke redenen prioriteit hebben worden met voorrang behandeld, waardoor sommige procedures een veel langere doorlooptijd hebben dan noodzakelijk. Een hoge werkdruk op piekmomenten vertaalt zich dus met name in het ‘op de plank laten liggen’ van procedures met een lagere prioriteit. Met de beschikbare capaciteit worden in 2023 geen knelpunten verwacht. In 2023 zal de vacatureruimte structureel of incidenteel worden ingevuld. 4.5 benodigde capaciteit constructeurs De constructeurs vervullen een adviserende rol in het vergunningenproces. Zij controleren op basis van een door het college vastgestelde toetsdiepgang alle constructieve stukken behorende bij een vergunningsaanvraag. De uitwerking van deze stukken wordt vaak als voorschrift opgenomen in een vergunning en hoeven pas tijdens de uitvoeringsfase te worden ingediend. In handhavingszaken met een constructief aspect fungeren zij daarnaast ook als adviseur. Ten slotte zijn de constructeurs aangesloten bij landelijke netwerken in het kader van constructieveiligheid en spelen zij waar nodig een rol bij het opstellen van beleid en het uitvoeren van opdrachten vanuit de Rijksoverheid.
14
Toetsdiepgang Het vastgestelde toetsprotocol voor constructieve adviezen is gebaseerd op de breed gedragen “Eindrapportage Methodiek constructief toetsen bouwplannen gemeente Utrecht”. Uit deze eindrapportage zijn de toetsprotocollen 1 en 2 vastgesteld. Toetsprotocol 1 beschrijft het werken onder normale werkdruk en toetsprotocol 2 beschrijft het werken onder verhoogde werkdruk (piekdruk). Vanwege het toegenomen aantal vergunningen is in 2021 besloten aan de vastgestelde toetsprotocollen 1 en 2 uit de methodiek van Utrecht vast te houden maar alle toetsniveaus met 1 punt af te schalen. Door het integraal verlagen van de toetsniveaus verandert de methode niet. Er blijft voldaan worden aan de door de “Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving” gestelde eis dat een gemeente toetsprotocollen moet vastleggen. Benodigde capaciteit De toename van het aantal vergunningen in 2020 en 2021 komt tot uiting in een hoog aantal adviezen n.a.v. later ingediende stukken tijdens de uitvoeringsfase. Om die reden is begin 2021 tijdelijk het toetsniveau iets verlaagd vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet. In 2023 is 2,2 fte beschikbaar. Het aantal vergunningaanvragen blijft ook in 2023 hoog. In 2023 handhaven we daarom het huidige toetsniveau.
Medio 2024 verwachten we, indien de Omgevingswet en de Wkb in januari 2024 in werking treden, een lichte afname van het aantal adviesaanvragen vanwege de Wkb. Bij het opstellen van de nieuwe beleidsplannen wordt nader ingegaan op de aangepaste rol van onze constructeurs in het kader van de VTH-taken. Door het verloop van personeel en de krapte op de arbeidsmarkt kan de vacatureruimte niet structureel worden ingevuld. 4.6. Administratieve ondersteuning Het bleek de afgelopen jaren lastig technisch geschoold personeel te werven. Sinds 2022 wordt daarom een deel van de taken van de toezichthouders uitgevoerd door een administratieve ondersteuner. Taken van deze ondersteuning zijn o.a. het registreren en beleggen van handhavingsmeldingen, terugbelverzoeken afhandelen, periodieke controles uitzetten en kleine, niet technische, vergunningen afhandelen. Op die manier wordt de bouwtechnische kennis van overige toezichthouders optimaal benut.
15
5. Actiepunten 2023 Op basis van de bovenstaande hoofdstukken kunnen de volgende actiepunten, met bijbehorende planning, worden benoemd.
1
2
Actie (Doel) Werkdruk, termijnen en doorlooptijden bewaken.
Wie Alle medewerkers
Planning Geheel 2023
Automatiseren van monitoring en managementinformatie.
Teamleider, beleidsmedewerker
Geheel 2023
Kansen voor verdere digitale dienstverlening monitoren.
3
Beleidscyclus.
Teamleider Beleidsmedewerker
Q2 2023
4
Deelname aan projectwerkgroepen rond de implementatie van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging.
Alle medewerkers
Geheel 2023
5
Label C.
Alle medewerkers
Commentaar De werkdruk, termijnen en doorlooptijden worden bewaakt zodat hier tijdig op gestuurd kan worden. Vanwege de Omgevingswet zal het softwaresysteem Squir worden aangepast. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt gekeken naar kansen om de digitale dienstverlening en de ontsluiting van managementinformatie te verbeteren. De werkzaamheden en daarbij behorende formatie voor het team Wabo-Toezicht en Juridische Handhaving zal naar verwachting als gevolg van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) structureel wijzigen. Deze wijzigingen zullen worden behandeld in een nieuwe beleidscyclus, waarbij de nieuwe 4-jarige beleidsplannen worden vastgesteld voor invoering van beide wetten. Er zal door alle medewerkers deelgenomen worden aan (proef)projecten rond de implementatie van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. Per 1 januari 2023 is het voor kantoren verplicht om tenminste aan energielabel C te voldoen. Naar aanleiding van de in de bijlage toegevoegde handhavingsstrategie zal in 2023 worden gecontroleerd op deze regel. Coördinatie, evaluatie en bijsturing vindt waar nodig plaats.
16