CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Geerpolder Rijsoord - BP TOELICHTING.pdf

Commissie Samen wonen RK 30 maart 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 3: Vaststelling bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord29.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Samengevat betekent dat (onder meer) dat initiatiefnemers, die aan kunnen tonen dat hun projecten per saldo geen stikstof uitstoten of aan kunnen tonen dat deze geen significante effecten op Natura 2000-gebieden hebben, weer vergund kunnen worden. Tot slot is op 1 juli 2021 de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer 3 resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura-2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft onder meer de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering maakte een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. De vrijstelling gold voor de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van projecten. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak Porthos echter de partiële vrijstelling van tafel geveegd. Dit betekent dat bij het maken van een stikstofberekening (AERIUS) voor de gebruiksfase van projecten, tevens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van projecten meegenomen zullen moeten worden.

AERIUS Calculator Om voor afzonderlijke projecten het effect op Natura 2000-gebieden aan te tonen is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Het rekeninstrument AERIUS Calculator berekent zowel de stikstof- als ammoniakdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000gebieden. Met het rekeninstrument kan de uitstoot van stikstof/ammoniak en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. De uitkomst van de berekening geeft inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan voor wat betreft stikstof en ammoniak. Op 21 februari 2023 heeft Ad Fontem BV aan de hand van de actuele AERIUS Calculator versie 2022 de AERIUS-berekening uitgevoerd voor het project Geerpolder. Hoewel er NOx en NH3 vrijkomt als gevolg de beoogde ontwikkeling, is door uitvoering van deze berekening aangetoond dat dit niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. In de aanleg- en gebruiksfase ligt de emissie dan ook niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van de berekende emissie, tijdens de aanleg- en gebruiksfase, vindt er dan ook géén meetbare verhoging van de depositie NOx of NH3 plaats in Natura 2000-gebieden. Het project leidt derhalve niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000gebieden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden.

De AERIUS-rapportage is als bijlage aan deze Toelichting toegevoegd.

71

Soortenbescherming: quickscan Flora & Fauna Ten aanzien van het deelaspect ‘soortenbescherming’ heeft het ecologisch adviesbureau EcoTierra in mei 2018 en maart 2019 een quickscan Flora & Fauna uitgevoerd5, waarbij met name is gekeken naar (potentieel) aanwezige beschermde soorten. De quickscan heeft aangetoond dat er binnen het plangebied geen beschermde planten, jaarrond beschermde nesten van vogels of beschermde verblijfplaatsen van Habitatrichtlijnsoorten of niet vrijgestelde soorten voorkomen. Er hoeft geen nader onderzoek hoeft plaats te vinden. Een ontheffing op grond van de Wnb is daarmee niet noodzakelijk. De rapportages van de quickscans Flora & Fauna uit 2018 en 2019 zijn als bijlage aan deze Toelichting toegevoegd. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming heeft geen significante impact op het aspect Ecologie in dit deel van Rijsoord. Conclusie Het aspect ‘Ecologie’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.9

Milieueffectrapportage (m.e.r.) In de Wet milieubeheer en het hieraan verbonden Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is vastgelegd dat voorafgaande aan een ruimtelijke plan, dat voorziet in een (grootschalige) ontwikkeling met (belangrijke) nadelige milieugevolgen, een milieueffectrapprt (MER) moet worden opgesteld. De activiteiten waarvoor een MER moet worden opgesteld zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r.. Conform het Besluit m.e.r. kan een plan/project m.e.r.(beoordelings)plichtig kan zijn op (met name) de volgende manieren: ˗ Een plan/project is m.e.r.-plichtig als er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het plan wordt genoemd in kolom 3 van deze onderdelen. ˗ Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het plan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.-beoordelingsplichtig. Woningbouw is in het Besluit m.e.r.

gekoppeld aan de omschrijving onder D-11.2, kolom 1: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Als de ontwikkeling ook voldoet aan de drempelwaarde (kolom 2), dan is er sprake van een m.e.r.-plicht. Dit is het geval als de activiteit betrekking heeft op: ˗ Oppervlakte van 100 hectare of meer, ˗ Aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of ˗ Bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Blijft de ontwikkeling onder de drempel, dan is sprake van een informele m.e.r.-beoordeling. Dit wordt ook wel de vormvrije m.e.r.-beoordeling genoemd. De vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt uitgevoerd middels een zogenoemde ‘Aanmeldingsnotitie’, waarin aandacht moet worden besteed aan twee onderdelen: 5 Doorgaans is een quickscan flora en fauna 3 jaar geldig, mits het plangebied niet ingrijpend is veranderd of het gebruik

ervan drastisch gewijzigd. Voor het plangebied Geerpolder is dat niet het geval en zijn de gegevens uit de quickscans nog steeds bruikbaar.

72

˗

˗

Een beschrijving van de voorgenomen activiteit c.q. ontwikkeling, met name een beschrijving van de fysieke kenmerken van de activiteit en een beschrijving van de locatie hiervan, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijkste gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is.

Planvorming Geerpolder Het plan Geerpolder kan worden gezien als een activiteit waarvoor een vormvrije m.e.r.beoordeling dient te worden uitgevoerd. De hierbij van toepassing zijnde aspecten komen inhoudelijk aan bod in voorliggende Toelichting. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming vormt geen m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit. Conclusie Voorliggende Toelichting van de partiële herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ geeft inhoudelijk invulling aan de aspecten, van belang bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling van het plan Geerpolder. Deze Toelichting zal in relatie tot de (separate) m.e.r.-besluitvorming tevens worden gekoppeld aan een Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling.

73

6

JURIDISCHE TOELICHTING

6.1

Planopzet en systematiek De beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

6.2

Toelichting op de regels Opbouw In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar aanduidingen op de verbeelding (plankaart). Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige

74

gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.

De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. Bestemmingen Agrarisch Gronden met als bestemming ‘Agrarisch’ mogen worden gebruikt voor grondgebonden veehouderij en akker- en vollegrondstuinbouw. Gebouwen zijn niet toegestaan.

Middels een omgevingsvergunning is het mogelijk hiervan af te wijken en een schuilstal te realiseren voor het hobbymatig houden van dieren. Tot slot zijn er regels opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

75

Groen Kenmerkende groenstroken binnen het plangebied zijn bestemd met de bestemming ‘Groen’. Binnen deze bestemming zijn beplanting, voet- en fietspaden, in- en uitritten naar aangrenzende percelen, speelvoorzieningen en (ondergrondse) voorzieningen voor afvalinzameling toegestaan. Tuin Op de gronden waar erfbebouwing niet is toegestaan, om daarmee de openheid te behouden, is de bestemming ‘Tuin’ opgenomen. Deze bestemming is toegekend aan gronden die gebruikt worden als tuin bij de aangrenzende woonbestemming. De gewenste ruimtelijke kwaliteit is in dit kader nader aangeduid in het Beeldkwaliteitsplan en de betreffende Kavelpaspoorten, welke tevens onderdeel vormen van de regels van dit bestemmingsplan. Binnen dit alles zijn erfafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Verkeer De wegen inclusief bijbehorende voet- en fietspaden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Verkeer’. Tevens is de bestemming bedoeld voor parkeervoorzieningen, bermen, geluidswerende voorzieningen, voorzieningen voor openbaar vervoer, afvalinzameling, kunstuitingen, groen en water. Water De watergangen inclusief de bijbehorende oevers zijn voorzien van de bestemming ‘Water’. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en voorzieningen die ten dienste staan van de bestemming, zoals keermuren en duikers zijn toegestaan.

Wonen De toekomstige woningen zijn bestemd tot ‘Wonen’. Naast de functie wonen zijn de gronden bestemd voor bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven. De regels voor ‘Wonen’ bevatten bepalingen die de maatvoering en de situering van de woningen bepalen en die de hoeveelheid woningen binnen het bestemmingsvlak beperkt. Daarnaast is er voor de vrijstaande woningen een maximale inhoudsmaat opgenomen, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen. Tot slot is vanwege de hoge geluidbelasting op enkele woningen bepaling opgenomen die borgt dat de 2de verdieping niet voor woondoeleinden wordt gebruikt. Wonen – 1 De (bestaande) vrijstaande woningen zijn bestemd als ‘Wonen-1’. Hiervoor geldt een maximale inhoudsmaat van 650 m3. Binnen deze bestemming is een getrapte regeling voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen opgenomen, afhankelijk van de oppervlakte van het zij- en achtererf. Tevens is in beide bestemmingen een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven, waarbij maximaal 70 m2 ten dienste hiervan mag worden gebruikt. Waarde – Archeologie 4 Ter bescherming van de archeologische waarden die mogelijk in het gebied voorkomen, is een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen, afgestemd op het gemeentelijk archeologiebeleid.

Voor deze gronden geldt dat bouwen en een aantal genoemde werken en werkzaamheden, waarbij archeologische waarden in het geding kunnen zijn, slechts mogelijk zijn na voorafgaande toetsing door het bevoegd gezag aan de archeologische waarden.

76

7

UITVOERBAARHEID

7.1

Maatschappelijke haalbaarheid Participatie omwonenden en vooroverleg met gemeente In 2015 is de initiatiefnemer gestart met een eerste verkenning naar de mogelijkheden tot het creëren van een woongebied binnen het plangebied Geerpolder volgens de RvR-regeling. Naar aanleiding van deze verkenning is de initiatiefnemer in samenwerking met de stedenbouwkundige afdeling van de gemeente Ridderkerk op zoek gegaan naar een gebiedseigen inpassing van woningen op deze schaal, waarbij van meet af aan het devies is geweest ‘Woningen te gast in het landschap’. De beleidskaders van de provincie en de gemeente zijn hierbij leidend geweest. Op basis van bovengenoemde aandachtspunten is een schetsplan opgesteld dat in juli 2016 is besproken met destijds wethouder V.A. Smit die in zijn schriftelijk antwoord de grondhouding van de gemeente ten aanzien van het plan als volgt verwoordde: “Positief punt aan uw schetsontwerp is dat het leidt tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering door de sanering van kassen. Dit is een streven waar de gemeente positief tegenover staat, en een belangrijke reden waarom de gemeente mee wil werken aan een ruimte voor ruimte ontwikkeling in de Geerpolder”. Het plan was echter nog onvoldoende uitgewerkt om een volledige instemming te verkrijgen.

Aandacht diende te worden besteed aan een betere differentiatie van het woningaanbod, dus niet alleen maar vrijstaande woningen van 900 m3 maar ook twee-onder-één-kap woningen en drie-onder-één-kap woningen; een goede ontsluiting (ook voor nooddiensten) met een informeel karakter; een stevig groen raamwerk met een fundament in de oorsprong van de locatie; aansluiting met en voortzetting van het langzaam verkeer netwerk in de omgeving en draagvlak vinden binnen Rijsoord. Met betrekking tot het punt ‘draagvlak vinden binnen Rijsoord’ heeft de initiatiefnemer zijn ambities voor het plan Geerpolder in december 2017 gepresenteerd aan het Wijkoverleg Rijsoord. De basis van het plan en de daarmee samenhangende ruimtelijke kwaliteit werden daar goed ontvangen. Vervolgens is in 2018 de opzet van het plan nader in detail uitgewerkt en is het plan tevens besproken met de Provincie Zuid-Holland. Eerst alleen door de gemeente op 6 maart en later ook in het bijzijn van de initiatiefnemer. Hier werd waardering uitgesproken voor de doorontwikkeling van het plan. Tevens is het plan benoemd als een voorbeeld van hoe om te gaan met de RvR-regeling, door het verzamelen van rechten en deze in te passen in een kwalitatieve oplossing voor verdichting van de polder, waar het wonen te gast is in het landschap.

In december 2018 heeft de initiatiefnemer wederom de Wijkraad Rijsoord op de hoogte gebracht van de vorderingen omtrent de planvorming en de procedure. Waar in 2018 het fundament voor de stedenbouwkundige opzet werd gelegd is er in 2019 gestart met de vormgeving van de woningen en de differentiatie binnen deze woningen, in zowel volume als type. Uiteindelijk is in samenspraak met de gemeente besloten om als het ware alle woontitels die beschikbaar zijn voor dit gebied samen te voegen en dit totale aantal kubieke meters te verdelen over meerdere woningen van verschillend volume. De ruime opzet van de polder en de basis uitgangspunten van het plan maken het mogelijk om met behoud van ruimtelijke kwaliteit meerdere eenheden in te passen. Op deze wijze is het mogelijk om betaalbaar(der)e woningen aan te kunnen bieden binnen het plangebied. Aanvullend zorgt deze differentiatie voor een meer divers beeld binnen het plangebied. In december 2020 is er in twee sessies een eerste planpresentatie gegeven voor de direct omwonenden van het plangebied. Hier werd in algemene zin zeer positief gereageerd op het plan, met name vanwege de ruime opzet en het natuurlijke karakter van de planopzet.

77

Procedurele aspecten Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 23 december 2022 tot en met 2 februari 2023 ter inzage gelegen. Daarnaast lagen in deze periode ook het ontwerp Beeldkwaliteitsplan, ontwerp Stap-3 besluit Stad- en milieubenadering en het ontwerpbesluit Hogere waarden Wet Geluidhinder ter inzage. Op 19 januari 2023 is een inloopavond georganiseerd. Bezoekers konden hier het plan bekijken en vragen stellen aan de gemeente of de ontwikkelaar. De avond is door circa 30 personen bezocht. Bezoekers konden op de avond ook een zienswijze opschrijven. Hiervan is gebruik gemaakt door drie personen. Tijdens de terinzageleggingstermijn zijn in totaal 7 zienswijzen ingediend. Het ontwerpbestemmingsplan is daarnaast toegestuurd aan de volgende overlegpartners: ˗ Waterschap Hollands Delta ˗ Veiligheidsregio VRR ˗ Provincie Zuid-Holland De in voornoemde periode ontvangen zienswijzen en adviezen zijn door de gemeente samengevat weergegeven en beantwoord in de ‘Nota zienswijzen bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord’, die als bijlage aan deze Toelichting is toegevoegd. Met inachtname van de ontvangen zienswijzen en adviezen zal het bestemmingsplan ter vaststelling aan de gemeenteraad van Ridderkerk worden voorgelegd. Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Na bekendmaking ligt het bestemmingsplan 6 weken ter inzage.

Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt in voorkomend geval met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2

Economische uitvoerbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de financiële haalbaarheid van het plan te worden aangetoond te worden. Dit om te voorkomen dat recht gaat gelden dat niet realistisch blijkt te zijn. Met het oog op artikel 6.12 Wro is er geen aanleiding om een exploitatieplan vast te stellen, omdat de kosten anderszins verzekerd zijn middels een tussen de gemeente en de ontwikkelende partij afgesloten anterieure overeenkomst. Het bestemmingsplan is hiermee financieel uitvoerbaar en wordt geconcludeerd dat het kostenverhaal verzekerd is.

78

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/946/documents/34306