Geerpolder Rijsoord - BP REGELS .pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord
Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:
Geerpolder Rijsoord bestemmingsplan NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01 vastgesteld
Datum: Projectnummer:
18ja074
Opdrachtgever:
Opsteller:
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl
Geerpolder Rijsoord
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Bestemmingsregels Agrarisch Groen Tuin Verkeer Water Wonen Wonen - 1 Waarde - Archeologie 4
10 10 11 12 13 14 15 18 21
Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
23 23 24 26 27 28 29
Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
30 30 31
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
2
Regels
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
Het bestemmingsplan "Geerpolder Rijsoord" met identificatienummer NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01 van de gemeente Ridderkerk. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan- en uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6
aan-huis-gebonden bedrijf
het op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en die door de beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing worden uitgeoefend. 1.7
aan-huis-gebonden beroep
het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied, welke door hun beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing worden uitgeoefend. 1.8
achtererf
de gronden met een woonbestemming die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.9
afhankelijke woonruimte
een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
4
1.10
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.11
archeologische deskundige
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.12
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.13
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.14
bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen. 1.15
bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.16
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.17
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18
Bevi-inrichting
bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.19
bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.20
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.21
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
5
1.22
bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.23
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24
bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.25
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.26
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.27
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid. 1.28
deskundige
een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake landbouw, natuur, landschap en/of cultuurhistorie. 1.29
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.30
detailhandel in volumineuze goederen
detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling zoals de verkoop van auto's, motoren, boten, caravans, landbouwwerktuigen, grove bouwmaterialen, keukens en badkamers; bouwmarkten, tuincentra en meubelcentra worden hiertoe eveneens gerekend. 1.31
dienstverlening
het bedrijfsmatig aanbieden, verkopen en/of leveren van diensten aan personen, zoals reisbureaus, kapsalons en wasserettes. 1.32
erf
al dan niet bebouwd perceel met een woonbestemming, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden'.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
6
1.33
erker
een uitbouw aan de voorzijde van de woning, met een maximale breedte van 75% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw, een maximale diepte van 2 m en een maximale hoogte gelijk aan de hoogte van de begane grondlaag van de desbetreffende woning vermeerderd met 0,35 m. 1.34
extensieve dagrecreatie
niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie. 1.35
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.36
geluidsgevoelige objecten
woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.37
hobbykas
een gebouw, dat geheel of vrijwel geheel bestaat uit glas of ander doorzichtig materiaal en dat dient voor het hobbymatig telen van planten. 1.38
hobbymatig houden van dieren
het niet bedrijfsmatig gebruiken van gronden voor het hobbymatig houden van vee. 1.39
hoofdgebouw
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken 1.40
landschapswaarde
de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. 1.41
maatschappelijke voorzieningen
sociale, culturele, medische, educatieve en levensbeschouwelijke voorzieningen. 1.42
mantelzorg
het bieden van zorg aan eenieder die aantoonbaar hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.43
natuurwaarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en fauna. 1.44
NEN
door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
7
1.45
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.46
overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.47
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak. 1.48
peil
voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen op een afstand van 5 m of minder uit de bestemming 'Verkeer' of 'Verkeer - Verblijfsgebied': de hoogte van die weg; voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen op een afstand van meer dan 5 m uit de bestemming 'Verkeer' of 'Verkeer - Verblijfsgebied': de gemiddelde hoogte van het aangrenzend terrein. 1.49
Staat van Bedrijfsactiviteiten
de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.50
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.51
Wgh-inrichting
bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.52
windturbine
een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties ten behoeve van de waterhuishouding. 1.53
zijerf
de gronden met een woonbestemming die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn tussen de voorgevel- en de achtergevellijn van het gebouw.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
8
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
breedte van en dakkapel
de maximaal toegestane breedte van een dakkappel ten opzichte van de breedte van daken wordt gemeten langs een horizontale lijn die de betreffende dakkapel in het verticale midden doorsnijdt. 2.4
breedte, lengte en diepte van een hoofdgebouw
de diepte en de breedte van een hoofdgebouw worden gemeten daar waar deze maten het grootst zijn, met dien verstande dat erkers en aan- en uitbouwen niet worden meegerekend. 2.5
de dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7
hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.8
de inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10
vloeroppervlakte
de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van een agrarisch bedrijf, zoals onderstaand genoemd: 1. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; 2. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond. met daaraan ondergeschikt: b. extensieve dagrecreatie en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; c. kleinschalige natuur- en landschapsontwikkeling; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals in- en uitritten, ontsluitingswegen en voet- en fietspaden, bruggen, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeve van het bergen van water. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a.
gebouwen, waaronder kassen, zijn niet toegestaan.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 onder a voor de bouw van schuilstallen, met inachtneming van het volgende: a. de schuilstallen mogen uitsluitend gebruikt worden voor het hobbymatig houden van dieren zoals genoemd in lid 1.38; b. de schuilstal dient noodzakelijk te zijn vanuit het oogpunt van dierwelzijn; c. de oppervlakte mag niet meer dan 40 m² bedragen; d. de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen; e. de schuilstal is gelegen op een afstand van ten minste 50 m van een bestemmingsvlak met de bestemming Wonen; f. bij de schuilstal dient ten minste 0,75 ha (7.500 m2) aaneengesloten grond te behoren (en ter plaatse beschikbaar is), waarop de schuilstal wordt gebouwd; g. de schuilstal dient verzien te worden van een goede landschappelijke inpassing.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
10
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. beplantingen; b. parkeren ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; c. calamiteitenontsluiting ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen calamiteitenontsluiting'; d. bij deze bestemming behorende voet- en fietspaden, in- en uitritten naar aangrenzende percelen, nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, kunstuitingen, bermen en water. 4.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
11
Artikel 5 5.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden: a. zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. maken geen deel uit van het erf, zodat de bepalingen, die vergunningvrij bouwen in de zin van artikel 2 van bijlage II van het Bor mogelijk maken, voor deze gronden niet van toepassing zijn. 5.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte en vormgeving van erfafscheidingen dient plaats te vinden in overeenstemming met het beeldkwaliteitsplan en (indien van toepassing) de kavelpaspoorten zoals opgenomen in Bijlage 2 en Bijlage 3 bij de regels; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; d. in afwijking van het gestelde onder a mogen binnen deze bestemming (delen van) erkers, aan- en uitbouwen worden gebouwd voor zover deze behoren bij naastgelegen hoofdgebouwen en welke in maat en schaal ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw; e. het bouwen binnen de bestemming dient plaats te vinden in overeenstemming met het beeldkwaliteitsplan en de kavelpaspoorten zoals opgenomen in Bijlage 2 en Bijlage 3 bij de regels;
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
12
Artikel 6 6.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, voet- en fietspaden; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, bermen, geluidswerende voorzieningen, voorzieningen voor openbaar vervoer, nutsvoorzieningen, afvalinzameling, kunstuitingen, groen en water. 6.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 8 m.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
13
Artikel 7 7.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de wateraanvoer en -afvoer, alsmede voor de waterberging; b. oevers; c. verkeer te water; 7.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. duikers, waterovergangen, keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd indien en voor zover deze noodzakelijk zijn voor oeververbindingen, de veiligheid van het verkeer te water of voor een doelmatig kwaliteit- en kwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
14
Artikel 8 8.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, paden, een ontsluitingsweg, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling en water. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Algemeen a. het bouwen binnen de bestemming dient plaats te vinden in overeenstemming met het beeldkwaliteitsplan en de kavelpaspoorten (indien van toepassing) zoals opgenomen in Bijlage 2 en Bijlage 3 bij de regels. 8.2.2
Hoofdgebouw
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen worden binnen het bestemmingsvlak gebouwd; b. het aantal wooneenheden binnen het bestemmingsvlak bedraagt ten hoogste 1, tenzij door middel van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is aangegeven; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld': gestapelde woningen; d. de goothoogte van een hoofdgebouw mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m) aangegeven hoogte bedragen; e. de inhoud van een hoofdgebouw (inclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume' maximaal het met de aanduiding aangegeven volume bedragen; f. de oppervlakte van het hoofdgebouw, met uitzondering van hoofdgebouwen bij de aanduiding gestapeld, bedraagt ten hoogste 125 m2;; g. de bouwhoogte bedraagt minimaal 2,22 x de goothoogte, met als maximum de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)’ aangegeven hoogte bedragen ; h. de dakhelling van het hoofdgebouw bedraagt minimaal 40° en maximaal 50°; i. uitbreiding van bestaande hoofdgebouwen mag uitsluitend plaatsvinden in de vorm van aan- en uitbouwen; j. woningsplitsing en -samenvoeging is niet toegestaan. k. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - coulissewoning' gelden de volgende bepalingen: 1.
kelders zijn toegestaan uitsluitend binnen het bestemmingsvlak; 2. in afwijking van het bepaalde in artikel 12.1 onder b en c zijn geen dakkapellen toegestaan; 3. in afwijking van het bepaalde onder artikel 12.1 onder a zijn dakopbouwen niet toegestaan; 4. in afwijking van het bepaalde onder artikel 8.2.2 lid f de oppervlakte van het hoofdgebouw ten hoogste 200 m2 bedraagt. 5. aan de kopse zijde van de woningen zijn dakoverstekken toegestaan met een maximum diepte van 2 m; deze worden niet meegerekend bij de bepaling van de inhoud van het gebouw; 6. hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergelegenheid zijn uitsluitend toegestaan indien deze: a. niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en de ontsluitingsweg naar de woningen; b. stedenbouwkundig en landschappelijk goed ingepast zijn; c. voorzien zijn van een automatisch sluitende horizontale garagedeur. l. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - gaardewoning' gelden de volgende bepalingen: 1. kelders zijn toegestaan uitsluitend binnen het bestemmingsvlak; 2. in afwijking van het bepaalde onder artikel 12.1 onder a zijn dakopbouwen niet toegestaan; 3. In afwijking van artikel 8.2.2 lid f mag de oppervlakte van een hoofdgebouw worden
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
15
vergroot tot 200 m2 met dien verstande dat per 1 m2 aan extra hoofdbebouwing er 1 m2 van de omvang aan toegelaten bijbehorende bouwwerken volgens artikel 8.2.3 lid i in mindering wordt gebracht. 4. aan de kopse zijde van de woningen zijn dakoverstekken toegestaan met een maximum diepte van 2 m; deze worden niet meegerekend bij de bepaling van de inhoud van het gebouw; 5. hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergelegenheid zijn uitsluitend toegestaan indien deze: 1. niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en de ontsluitingsweg naar de woningen; 2. stedenbouwkundig en landschappelijk goed ingepast zijn; 3. voorzien zijn van een automatisch sluitende horizontale garagedeur. m. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - hofwoning' gelden de volgende bepalingen: 1. kelders zijn toegestaan uitsluitend binnen het bestemmingsvlak; 2. In afwijking van artikel 8.2.2 lid f mag de oppervlakte van een hoofdgebouw worden vergroot tot 200 m2 met dien verstande dat per 1 m2 aan extra hoofdbebouwing er 1 m2 van de omvang aan toegelaten bijbehorende bouwwerken volgens artikel 8.2.3 lid i in mindering wordt gebracht. 3. hellingbanen ten behoeve van ondergrondse parkeergelegenheid zijn uitsluitend toegestaan indien deze: a. niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en de ontsluitingsweg naar de woningen; b. stedenbouwkundig en landschappelijk goed ingepast zijn; c.
voorzien zijn van een automatisch sluitende horizontale garagedeur. 8.2.3
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden binnen het bestemmingsvlak gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding – coulissewoning' geen aan-, uit- en bijgebouwen toegestaan. c. aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd, met uitzondering van erkers; d. de diepte van aan- en uitbouwen van aaneengebouwde hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw; e. de diepte van aan- en uitbouwen van vrijstaande hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw; f. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 met een maximum van 4 meter; g. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn voorzien van een dakhelling die gelijk is aan de hellingshoek van het hoofdgebouw; h. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 2,5 meter; i. het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste: 1.
50% van de bij het hoofdgebouw behorende perceel, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; 2. 65 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende perceel ten minste 200 m² en ten hoogste 250 m² bedraagt; 3. 75 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende perceel meer dan 250 m² bedraagt; j. de maximale omvang van vrijstaande bijgebouwen bedraagt 75 m2.
8.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 2 m;
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
16
c.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
8.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de situering en de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,5 m in de zijerfscheiding wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onnodige nadelige veranderingen teweegbrengt in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat: daardoor de gebruikswaarde van het te bebouwen erf niet onevenredig wordt geschaad; de goothoogte van (delen van) gebouwen niet wordt teruggebracht tot minder dan 2,5 m; geen inbreuk wordt gemaakt op het bepaalde in lid 8.2.3 onder i ten aanzien van het maximaal te bebouwen gedeelte van de gronden.
8.4
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning is niet toegestaan; b. de handel in en opslag van consumentenvuurwerk, softdrugs en hallucinogene middelen is niet toegestaan; c. het inrichten van de 2de verdieping van een woning als een woonverblijf is niet toegestaan, met uitzondering van de woningen met de bouwaanduiding gestapeld; d. onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen en/of bijgebouwen voor kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven, voor zover: 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd wordt; 2. het vloeroppervlak in gebruik voor kantoor- en/of praktijkruimte niet groter is dan 30% van het vloeroppervlak van hoofdgebouwen en erfbebouwing, met een maximum van 70 m²; 3. ten behoeve van de kantoor- en/of praktijkruimte wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 4. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 5. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van toegestane aan-huis-gebonden beroepen; 6. het beroep of de activiteit door de bewoner wordt uitgeoefend. 8.4.1
Voorwaardelijke verplichting
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik en/of het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming zonder het voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructies, van de woningen waarop het stap 3-besluit in Bijlage 4 van toepassing is, dient ten minste het verschil tussen de gecumuleerde geluidbeasting vanwege het wegverkeer (exclusief de aftrek als bedoeld in artikel 110g Wet geluidhinder) en 28 dB te bedragen; b. de luchtgeluidisolatie (DnT,A,k) van de rijwoningen en de tweekappers, waarop het stap 3-besluit in Bijlage 4 van toepassing is, dient ten minste 57 dB te bedragen. 8.4.2
Ruimte voor Ruimte
Voor de woningen aangeduid als kavel 13 tot en met 50 op Bijlage 1 van de regels kan eerst een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend wanneer is aangetoond dat de benodigde ruimte voor ruimte rechten voor de bouw van deze woningen zijn verkregen en de in deze rechten betrokken kassen en bedrijfsopstallen worden gesloopt.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
17
Artikel 9 9.1
Wonen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, paardenbakken, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse parkeervoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling. 9.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 9.2.1
Hoofdgebouw
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. het aantal wooneenheden binnen het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1, tenzij door middel van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is aangegeven; c. de inhoud van een hoofdgebouw (exclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) mag maximaal 650 m3 bedragen; d. de goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 4 m, tenzij door middel van de aanduiding 'maximum goothoogte' anders is aangegeven; e. de voorgevel van hoofdgebouwen dient in de naar de weg toe gekeerde bestemmingsgrens met de bestemming 'Tuin' te worden gebouwd; f. de afstand tot de perceelsgrens van vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de niet-aaneengebouwde zijde dient ten minste 3 m te bedragen; g. de diepte van nieuwe hoofdgebouwen bedraagt, gemeten vanaf de voorgevel, maximaal 12 m, met dien verstande dat de diepte van meer dan twee-aaneengebouwde woningen ten hoogste 10 m bedraagt. 9.2.2
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd, met uitzondering van erkers; c. de diepte van aan- en uitbouwen van aaneengebouwde hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw; d. de diepte van aan- en uitbouwen van vrijstaande hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw; e. het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste: 1. 50% van de bij het hoofdgebouw behorende zij- en/of achtererf, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; 2. 65 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf ten minste 200 m² en ten hoogste 250 m² bedraagt; 3. 75 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 250 m² en ten hoogste 500 m² bedraagt; 4. 100 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 500 m² bedraagt; f.
de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m; g. de aan- en uitbouw mag worden voorzien van een kap of schuin dak met een hoogte van maximaal 1 m; h. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; i. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m; j. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
18
9.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; d. ten behoeve van paardenbakken gelden de volgende bouwregels: 1. paardenbakken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; 2. per bouwvlak is ten hoogste één paardenbak toegestaan; 3. de maximale maatvoering van een paardenbak bedraagt 800 m2; 4. paardenbakken dienen achter het hoofdgebouw en binnen het bouwvlak gerealiseerd te worden; 5. het woon- en leefklimaat van derden mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij in ieder geval een afstand van minimaal 25 m wordt aangehouden ten opzichte van (bedrijfs)woningen van derden; 6. lichtmasten en geluidsvoorzieningen zijn niet toegestaan. 9.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de situering en de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,5 m in de zijerfscheiding wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onnodige nadelige veranderingen teweegbrengt in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat: a. daardoor de gebruikswaarde van het te bebouwen erf niet onevenredig wordt geschaad; b. de goothoogte van (delen van) gebouwen niet wordt teruggebracht tot minder dan 2,5 m; c. geen inbreuk wordt gemaakt op het bepaalde in lid 9.2.2 onder e ten aanzien van het maximaal te bebouwen gedeelte van de gronden. 9.4
Afwijken van de bouwregels
9.4.1
Situering hoofdgebouwen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.1 onder e, teneinde een andere situering van de hoofdgebouwen op bouwpercelen mogelijk te maken, met dien verstande dat de afstand van de voorgevel van hoofdgebouwen tot de bestemmingsgrens met de bestemming 'Tuin' niet meer dan 3 m mag bedragen. 9.5
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan; b. de handel in en opslag van consumentenvuurwerk, softdrugs en hallucinogene middelen is niet toegestaan; c. onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen en/of bijgebouwen voor kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en aan-huis-gebonden bedrijven, voor zover: 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd wordt; 2. het vloeroppervlak in gebruik voor kantoor- en/of praktijkruimte niet groter is dan 30% van het vloeroppervlak van hoofdgebouwen en erfbebouwing, met een maximum van 70 m²; 3. ten behoeve van de kantoor- en/of praktijkruimte wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 4. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 5. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van toegestane aan-huis-gebonden beroepen;
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
19
6. het beroep of de activiteit door de bewoner wordt uitgeoefend.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
20
Artikel 10 10.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden ter plaatse van terreinen met een redelijk hoge archeologische verwachtingswaarde. 10.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 10.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c. het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 200 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
10.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 10.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 24.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 200 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. e. gericht zijn op het normale onderhoud, gebruik en beheer van de betreffende gronden;
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
21
f.
plaatsvinden in bestaande weg- en leidingcunetten.
10.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 10.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
22
Hoofdstuk 3 Artikel 11
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
23
Artikel 12 12.1
Algemene bouwregels
Overschrijding goothoogte
De goothoogte mag worden overschreden door: a. dakruimten, mits: 1. het gezamenlijk oppervlak van (nagenoeg) horizontale dakvlakken niet meer bedraagt dan 50% van het gezamenlijk grondoppervlak van de af te dekken gedeelten van het bouwwerk; 2. de hoogte van de overschrijding ten opzichte van de aanwezige goothoogte niet meer dan 4,5 m bedraagt; 3. de breedte van enig deel van een gevelvlak van deze dakruimte, geen dakkapel zijnde, niet meer bedraagt dan 40% van de breedte van de onderliggende gevel dan wel in opwaartse richting geleidelijk afneemt tot deze maat; b. dakkapellen op woningen, voor zover gelegen aan de voor- of zijgevel, waarvan de gezamenlijke breedte per dakvlak niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de voor- en zijgevel en waarvan de hoogte niet meer bedraagt dan 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximumhoogte van 1,5 m; c. dakkapellen op woningen, voor zover niet gelegen aan de voor- of zijgevel van een pand, waarvan de afstand tot de zijgevel of de woningscheidende muur niet minder dan 0,5 m bedraagt met een maximumhoogte vanaf de onderzijde van de dakkapel van 1,5 m; d. (delen van) bouwwerken, waarvan de grootste horizontale doorsnede niet meer dan 1 m² bedraagt en door trappenhuizen, lichtstraten, koepels en liftkokers; e.
technische ruimten voor klimaatregeling, koeling en dergelijke met een maximale oppervlakte van 4 m2. 12.2
Overschrijding bouwhoogte
De bouwhoogte mag worden overschreden door antennes met ten hoogste 6 m. 12.3
Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 12.4
Bestaande maten
Met betrekking tot bestaande maten geldt het volgende: a. voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: b. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; c. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; d. in geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; e. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.
12.5
Voldoende parkeergelegenheid
a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
24
worden gebouwd wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. b. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
25
Artikel 13
Algemene gebruiksregels
Voor het gebruik van de gronden geldt het volgende: a. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning is niet toegestaan; b. het gebruik van bed & breakfast-kamers en kampeerboerderijen voor permanente bewoning is niet toegestaan.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
26
Artikel 14 14.1
Algemene afwijkingsregels
Maten en bouwgrenzen
Tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is, kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
27
Artikel 15 15.1
Algemene wijzigingsregels
Overschrijding bestemmingsgrenzen
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. 15.2
Waarde archeologie
Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken van de bestemming Waarde - Archeologie geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
28
Artikel 16 16.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
29
Hoofdstuk 4 Artikel 17 17.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 17.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het 17.1 sub a met maximaal 10%. c. 17.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijn 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 17.2 sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in 17.2 sub a na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. 17.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
30
Artikel 18
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan: Geerpolder Rijsoord.
bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord NL.IMRO.0597.BP2022RVRGEERLAAN-VG01
31