EvR Antwoorden Pilots Jeugdhulp op school.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Jeugdhulp op School pilots speciaal onderwijs en regulier onderwijs Algemene informatie •
Vragensteller: Cora van Vliet - Echt voor Ridderkerk
•
Vergaderdatum: 4 september 2025
•
Portefeuillehouder: E.M. Piena
•
Datum vraag: 1 september 2025
•
Datum antwoord: 4 september 2025
Vragen en antwoorden Vraag 1 In punt 1.2 staat dat het college de pilot wilt voortzetten door deze te verplaatsen van het niet-reguliere onderwijs naar het reguliere onderwijs. Het doel is te voorkomen dat jongeren tussen wal en schip raken binnen het reguliere onderwijssysteem. a. Is onderzocht waarom deze jongeren precies tussen wal en schip vallen? b. Op welke manier wil het college dit concreet (laten) aanpakken? Antwoord 1 a. Ja in gesprekken met de samenwerkingsverbanden, scholen en schoolbesturen komt geregeld naar voren door welke factoren kinderen tussen wal en schip vallen. Zoals kinderen die wachten op een speciaal onderwijs plek of op jeugdhulp via een individuele beschikking, maar vanwege wachtlijsten niet geplaatst kunnen worden. b. Wat betreft de pilot jeugdhulp op school wil het college de jeugdhulp plaats laten vinden op een school i.p.v. op een externe locatie en de jeugdhulp voor meerdere leerlingen tegelijk laten plaatsvinden. Hierdoor wil het college bewerkstelligen dat leerlingen eerder en laagdrempeliger hulp kunnen ontvangen. Zo voorkomen we bij deze leerlingen dat hun problemen te laat ontdekt worden, zij moeten wachten op een vorm van jeugdhulp door wachtlijsten en de inhoud van de begeleiding beter aansluit op de dagelijkse praktijk van de leerling.
Vraag 2 De pilot is uitgevoerd binnen het niet-reguliere onderwijs met een specifieke doelgroep. Zijn de uitkomsten zomaar te vertalen naar het reguliere onderwijs? De indicaties die de jongeren hebben zijn mogelijk anders, de kenmerken van de doelgroep kunnen verschillen en/of de begeleiding en randvoorwaarden zijn vaak totaal verschillend. Antwoord 2 De uitkomsten zijn niet zomaar te vertalen. We kijken naar de werkzame factoren die naar voren komen in de pilot op speciaal onderwijs en die ook toegepast kunnen worden op het regulier onderwijs. De jeugdhulp die binnen de pilots geboden wordt is wel hetzelfde. Daarnaast hebben leerlingen op het speciaal onderwijs ook andere zorgbehoeften. Vraag 3 Stel dat er jongeren op het reguliere onderwijs 18 jaar of ouder zijn (bijvoorbeeld door doublures in de eerste schooljaren). In het document van 28 november 2024 staat dat jongeren boven de 18 jaar onder een andere wetgeving vallen. Hoe wordt hier dan mee omgegaan? Antwoord 3 Binnen de pilot wordt gekeken naar de school waar de leerling onderwijs volgt en niet naar de leeftijd. Vraag 4 In de praktijk blijkt dat er vaak te laat wordt ingegrepen, pas wanneer kinderen al een beschikking of indicatie hebben en de problemen zich opstapelen.
Kunnen we in de pilot op het reguliere onderwijs misschien al eerder inzetten, om te voorkomen dat problemen zich in een later stadium ontwikkelen? Antwoord 4 Ja dat kan. De pilot is juist bedoeld om de jeugdhulp eerder en op de schoollocatie in te zetten, zodat problemen eerder verholpen kunnen worden en zich niet gaan opstapelen. Vraag 5 Onder punt 1.3 – Resultaten van de pilot staat dat de pilot is uitgevoerd op twee scholen: De Burcht en het Máxima College. Deze scholen hadden in 2022 samen slechts 4 thuiszitters. Per mei 2025 is dit aantal gedaald naar 1 thuiszitter gezamenlijk. In punt 1.3 wordt de pilot omschreven als een zeer grote positieve bijdrage aan de afname van thuiszitters. Er wordt gesproken over een “succesvolle pilot”. Hierover heeft EvR de volgende vragen:
a. Zijn dit niet te kleine aantallen? Dus zijn de resultaten met zulke lage cijfers wel betrouwbaar? b. De pilot vond plaats binnen het niet-reguliere onderwijs, bij een specifieke doelgroep met indicaties. Zijn de uitkomsten zonder meer toepasbaar op het reguliere onderwijs, waar men deze pilot juist wil voortzetten? c. Daadwerkelijke uitkomst van 4 naar 1. Wat is de achtergrond van deze uitkomst? Bereikten kinderen de leeftijd van 18 jaar of gingen ze terug naar reguliere onderwijs of juist weer naar de eigen school? d. Wanneer is het een succesvolle pilot? Welke uitkomsten dragen dit? Antwoord 5 a. Elke thuiszitter is er één te veel en kost de maatschappij gemiddeld €50.000,- tot € 100.000,-. De succesvolle pilot is niet alleen te stoelen op het terugdringen van het aantal thuiszitters. Ook de ervaringen van intern begeleiders, zorgcoördinatoren en leerlingen. b. Zie antwoord op vraag 2. c. De 4 leerlingen bij de 0 meting hebben een plek gekregen in een vorm van onderwijs. De ene leerling die nu thuiszit is weer een andere leerling dan bij de 0 meting. De pilot op het speciaal onderwijs heeft bijgedragen aan het voorkomen van thuiszitters, waardoor het aantal thuiszitters minder is geworden. Dit komt doordat een leerling eerder de juiste hulp krijgt en daardoor niet uitvalt op school. d. Wanneer de hoofddoelen doelen worden bereikt: 1.
Voorkomen dat jeugdigen vastlopen/dreigen uit te vallen en 2. Inzetten op voorkomen zwaardere jeugdhulp worden bereikt en/of dat er bijkomende positieve effecten gemeten worden. Zoals in de pilot op speciaal onderwijs dat ook de Jeugdhulp op School medewerker en de docenten expertise uitwisselen met elkaar. Vraag 6 In punt 1.4 – Jeugdhulp binnen de schoolcontext wordt gesteld dat begeleiding binnen de schoolcontext veel meer effect heeft dan begeleiding op een externe locatie. Ook binnen het reguliere onderwijs zijn er leerlingen met een individuele beschikking voor jeugdhulp. Wanneer de begeleiding daar op school wordt geboden, zou dit volgens de pilot een groter positief effect hebben. Binnen het speciaal onderwijs is de situatie echter wezenlijk anders: iedere leerling heeft daar een beschikking (zij het met verschillende indicaties). De geboden hulp valt daardoor minder op en leidt niet tot stigmatisering. Binnen het reguliere onderwijs kan dit juist een tegengesteld effect hebben. Vandaar onze vragen: a. Bestaat er een risico dat leerlingen met een beschikking juist meer worden gestigmatiseerd of buitengesloten, omdat hun extra ondersteuning zichtbaar wordt? b. Het feit dat deze kinderen op regulier onderwijs zitten met een indicatie, wijst er juist op dat deelname zonder opvallende extra ondersteuning in principe mogelijk is.
Wordt dit door een label als “laagdrempelige ondersteuning” niet onbedoeld ondergraven?
Antwoord 6 a. Jeugdhulp op School is net als de schoolcontactpersoon een medewerker die met leerlingen gesprekken voert. Bij de pilot op speciaal onderwijs krijgen niet alle leerlingen Jeugdhulp op School en daar wordt aangegeven dat leerlingen ook uit zichzelf aangeven dat zij gesprekken willen met de medewerker. Mocht er al sprake zijn van extra zichtbaarheid van de ondersteuning, dan schatten wij het aangegeven risico laag in. b. Van scholen krijgen we regelmatig berichten over dreigende thuiszitters. De laagdrempelige ondersteuning is bedoeld om deze dreiging af te wenden. Het door een leerling gebruikmaken van Jeugdhulp op School wil overigens ook niet zeggen dat de leerling hierdoor opvallend extra ondersteuning krijgt. Vraag 7 In punt 1.6 wordt aangegeven dat gemeenten verplicht zijn om de samenwerking tussen onder andere scholen, jeugdzorgaanbieders en wijkteams te verbeteren. Volgens het raadsvoorstel heeft de pilot in het speciaal onderwijs deze samenwerking versterkt en de onderlinge kennisuitwisseling bevorderd. Hierbij onze vragen: a. Wat maakt dat de samenwerking door de pilot daadwerkelijk verbeterd is? b. In het document van 28 november 2024 staat dat integraal werken nog ruimte had voor verbetering. -
Wat is er sindsdien concreet aangepakt?
-
Wat is er geleerd en hoe is dit verbeterd?
-
Welke lessen kunnen worden meegenomen naar de toekomstige samenwerking?
Antwoord 7 a. De deelnemende scholen geven aan goed samen te kunnen werken met de jeugdhulpaanbieders die Jeugdhulp op School bieden; ze hebben korte lijnen met elkaar doordat ze aanwezig zijn in het schoolgebouw, tijdens de begeleiding van de leerling wordt rekening gehouden met de context van de school, de aanbieder denkt goed mee met het triageren van de hulpvraag en de Jeugdhulp op School medewerker geeft ook tips en adviezen aan de docenten. b. De schoolcontactpersoon en de Jeugdhulp op School medewerker zijn meer gaan afstemmen en samen gaan werken in casussen. Dit betekent dat wanneer het vraagstuk bij ouders ligt de schoolcontactpersoon dit oppakt en de vraagstukken van de leerling worden opgepakt door de Jeugdhulp op School medewerker. Hiervan is geleerd dat het nodig is om alle leerlingen die in aanmerking komen voor hulp getriageerd moeten worden door intern begeleider, schoolcontactpersoon én Jeugdhulp op School medewerker. Deze voorwaarde wordt bij instemming pilot regulier meegenomen in het projectkader.
Vraag 8 In het raadsvoorstel wordt een bedrag gevraagd als investering voor de beide pilots (regulier en niet regulier onderwijs). Vanuit de pilot op speciaal onderwijs is gebleken dat jeugdhulp op de school organiseren bijdraagt aan vroegtijdig problemen bij leerlingen signaleren en zwaardere zorg voorkomen kan worden. Vandaar onze vragen: a. Hoeveel geld is er met de pilot tot nu toe bespaard op zwaardere zorg? b. Is er te zijner tijd, bij de start op het reguliere onderwijs, een indicatie te geven van de te verwachten besparingen? Dit gebaseerd op de scholen die meedoen, het aantal kinderen dat een beschikking heeft, enzovoorts. Antwoord 8 a. Dit wordt vanaf heden gemonitord. b. Ja dit zou kunnen, maar of deze verwachting uit zal komen is van vele factoren afhankelijk. Vandaar het voorstel van een pilot, zodat gevolgd kan gaan worden hoeveel de besparing is. Maar het blijft lastig om een financiële vertaalslag te maken van de inzet van bepaalde (preventieve) inzet, omdat je niet weet wat de kosten zouden zijn geweest wanneer de inzet niet was gedaan. Tevens spelen er ook andere factoren mee, die invloed hebben op de zorgkosten.