Evaluatie Jeugdhulp Op School 2024-2025 Ridderkerk.pdf
Tekst van het document
1
Inhoud Inleiding ...................................................................................................................................... 3 Stand van zaken pilot ................................................................................................................. 4 Het proces .............................................................................................................................. 4 Ontwikkeltafels....................................................................................................................... 4 Uitbreiding regulier onderwijs ............................................................................................... 5 Evaluatie ..................................................................................................................................... 6 Kwalitatieve gegevens ............................................................................................................ 6 Kwantitatieve gegevens ......................................................................................................... 8 Conclusie en aanbevelingen ..................................................................................................... 10 Conclusie ..............................................................................................................................
10 Aanbevelingen ...................................................................................................................... 11
2
Inleiding Sinds 2023 loopt er een pilot Jeugdhulp op School op de speciaal onderwijs scholen binnen Ridderkerk. Deze pilot is een onderdeel van de ontwikkelopdracht die gesteld is binnen de aanbesteding lokale jeugdhulp. Doelstellingen van de pilot zijn: -
Verbeteren van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp
-
Voorkomen dat jeugdigen vastlopen/dreigen uit te vallen
-
Inzetten op voorkomen zwaardere jeugdhulp
-
De samenhang in gemeentelijke interventies vergroten
De volgende onderwijsinstellingen en zorgaanbieders nemen deel aan de pilot: School
Aanbieder
De Burcht (SBO)
Distinto
Máximacollege
Pameijer
Naast de al beschikbare jeugdhulp op de school, zoals schoolcontactpersonen en de jeugdverpleegkundige van het Centrum voor Jeugd en Gezin, zetten we een jeugdprofessional in op de school die zonder indicatie jeugdhulp levert. De jeugdhulp bestaat uit ambulante begeleiding. Door deze inzet op de scholen te laten plaatsvinden, willen we voorkomen dat jeugdigen vastlopen in het onderwijs en daardoor mogelijk uitvallen. Daarnaast worden de docenten ondersteund en ontlast door de inzet van de jeugdprofessionals. Tegelijkertijd kunnen de jeugdprofessionals handvatten meegeven aan docenten om met de leerlingen om te gaan. Uit de voorgaande evaluatie is op te maken dat de pilot positief effect heeft op de doelstellingen en de deelnemende scholen zeer tevreden zijn over de hulp op school.
3
Stand van zaken pilot Het proces De pilot is in 2023 gestart op De Burcht en Máximacollege. Elke school heeft een eigen aanbieder die 1 FTE aan Jeugdhulp begeleiding op de school beschikbaar stelt. De pilot kende wat opstartproblemen en is halverwege 2023 pas echt goed gaan lopen op beide scholen. Afgelopen schooljaar (2024-2025) is de pilot goed opgestart en zijn er veel leerlingen begeleid in beide samenwerkingen. De gemeenteraad heeft in september 2025 besloten om de pilot met nog eens twee jaar te verlengen, tot en met eind 2027. Dit biedt de kans om de effecten en ervaringen over een langere periode te volgen en op basis van deze bevindingen de samenwerking verder te optimaliseren.
Ontwikkeltafels De pilot is in 2023 gezamenlijk opgestart met de gemeente Barendrecht. Vanuit dat oogpunt worden er ontwikkeltafels gehouden met alle samenwerkingen (zes samenwerkingen) met als doel elkaar te inspireren en samen te ontwikkelen. De ontwikkeltafels worden tweemaal per jaar gehouden. In 2025 is in april en oktober een ontwikkeltafel georganiseerd. Tevens is in februari 2025 een werksessie georganiseerd voor directeuren, IB’ers en zorgcoördinatoren van het regulier onderwijs om de effecten binnen de pilot in het speciaal onderwijs te bespreken en te brainstormen over de opzet van een pilot Jeugdhulp op School in het regulier onderwijs. In de ontwikkeltafel van april 2025 heeft één van de samenwerkingen zijn aanpak van Jeugdhulp op School gepresenteerd en is er gesproken over het aandachtspunt opschalen van zorg bij een complexe hulpvraag. Het is voor de samenwerkingen vaak onduidelijk hoe de aanmelding bij de verschillende gemeenten loopt, er zijn wachtlijsten en het is niet duidelijk wie de casusregie heeft. In de ontwikkeltafel van oktober is hierop terugkomen door de geldende afspraken ten aanzien van casus- en procesregie te delen. Dit was een goede eerste stap. In de uitvoering moet nog wel aandacht worden gevraagd voor deze afspraken.
Verder is in deze bijeenkomst de stand van zaken per gemeente gedeeld; in Barendrecht wordt Jeugdhulp op School in het speciaal onderwijs structureel ingezet vanaf 2026 en in Ridderkerk wordt de pilot in het speciaal onderwijs met twee jaren verlengd (2026 en 2027). Tegelijkertijd wordt in Ridderkerk een pilot Jeugdhulp op School in het regulier onderwijs gestart, ook voor twee jaren (2026 en 2027). Vervolgens zijn bij de deelnemers aandachtspunten opgehaald voor de pilot in het regulier onderwijs. Bij de afsluiting gaven de deelnemers aan voorlopig geen behoefte te hebben aan nieuwe ontwikkeltafels in 2026 aangezien de pilot in het speciaal onderwijs goed loopt en men al veel met elkaar heeft gedeeld en geleerd. Regelmatige afstemming met de gemeente blijft bestaan en uitwisseling van ervaringen en tips met de scholen die gaan deelnemen aan de pilot in het regulier onderwijs is altijd mogelijk, in verschillende vormen.
4
Uitbreiding regulier onderwijs Tijdens de werksessie met het regulier onderwijs bleek er al veel enthousiasme om de pilot uit te breiden naar het regulier onderwijs. Op 11 september jl. heeft de gemeenteraad ingestemd met het voorstel om de pilot Jeugdhulp op School ook in het regulier onderwijs te starten vanaf 2026 en hiervoor budget vrij te maken voor de komende twee jaren. Gezien het beschikbare budget kunnen zes scholen deelnemen aan de pilot in het regulier onderwijs, hierin wordt een vertegenwoordiging van zowel primair als voortgezet onderwijs nagestreefd. Dit betekent dat de twee middelbare scholen in het regulier onderwijs, het Portus Farelcollege en het Gemini College, zijn benaderd voor deelname. In het primair regulier onderwijs gaat het om meerdere scholen, waarvan er vier kunnen deelnemen aan de pilot. Daarom is een rangschikking gemaakt op basis van objectieve gegevens zoals het aantal cliënten voor ambulante jeugdhulp en Generalistische Basis GGZ per school, het aantal indicaties voor ambulante jeugdhulp en Generalistische Basis GGZ per school, de zorgwaarden van deze indicaties per school en het aantal leerlingen op de school woonachtig/ingeschreven in Ridderkerk. Alle schoolbestuurders, schooldirecteuren en samenwerkingsverbanden zijn middels een brief geïnformeerd over dit proces. Daarna zijn de betreffende scholen benaderd voor deelname.
Inmiddels is bekend dat het Portus Farelcollege en het Gemini College ook daadwerkelijk deelnemen. In het primair onderwijs doen OBS de Piramide, CBS De Regenboog, de Rehobothschool en OBS de Reijer mee aan de pilot. Momenteel worden de voorbereidingen getroffen om de pilot per februari 2026 te laten starten op deze scholen.
5
Evaluatie In het najaar van 2024 en in het voorjaar van 2025 is wederom geëvalueerd. Uit deze evaluatiemomenten blijkt dat vooruitgang is geboekt ten aanzien van enkele eerder geconstateerde aandachtspunten. Uiteraard zijn er ook ontwikkelpunten die nog steeds aandacht vragen. De positieve resultaten en de ontwikkelpunten worden hieronder toegelicht. Daarna wordt ingegaan op de kwantitatieve gegevens, waarbij in deze evaluatie ook inzicht wordt gegeven in de ontwikkelingen in kosten voor ambulante jeugdhulp op de deelnemende scholen.
Kwalitatieve gegevens Wat gaat goed? -
De samenwerking loopt goed en is op beide scholen ingebed in de werkwijze. Dit wordt bevestigd door het feit dat personele wisselingen in de bezetting geen grote invloed hebben op de samenwerking.
-
De jeugdprofessionals maken onderdeel uit van het schoolteam en zijn herkenbaar voor docenten, kinderen en ouders.
-
De positie, rol en verantwoordelijkheid van de verschillende functies binnen het zorgteam van de school wordt steeds duidelijker (jeugdprofessional, schoolcontactpersoon en intern begeleider/ondersteuningscoördinator). De jeugdprofessional is verantwoordelijk voor zorgvragen gericht op de schoolsituatie, het ondersteunen van leerlingen (zowel individueel als in groepsverband) en het ondersteunen van de leerkracht. De schoolcontactpersoon is verantwoordelijk voor zorgvragen gericht op met name de thuissituatie, opvoedvragen en het ondersteunen van ouders bij een doorverwijzing, bijvoorbeeld naar het wijkteam, en de intern begeleider/ondersteuningscoördinator heeft een signaal- en regiefunctie.
-
Voor de kinderen en jongeren van beide scholen is Jeugdhulp op School een veilige haven binnen de school waarin zij op een laagdrempelige manier in de vertrouwde omgeving kunnen werken aan hun ontwikkeldoelen. Een ontwikkeldoel kan bijvoorbeeld zijn ‘voor jezelf opkomen’, ‘rekening houden met de grenzen van de ander’ of ‘verschillende emoties herkennen’. In lastige situaties biedt het een veilige plek waarin zij zich even terug kunnen trekken om te reguleren.
-
Door op deze manier de verbinding tussen onderwijs en zorg direct op school vorm te geven, kunnen problemen op sociaal en emotioneel vlak tijdig worden aangepakt en wordt voorkomen dat leerlingen vastlopen. De scholen merken op dat in een groot gedeelte van de gevallen jeugdhulp preventief kan worden ingezet, nog voordat er sprake is van ernstige problematiek die tot uitval kan leiden.
6
-
Op één van de scholen heeft onder meer de inzet van Jeugdhulp op School ervoor gezorgd dat een leerling die was uitgevallen weer terug kon keren naar school. Bij de kwantitatieve gegevens wordt hier verder op ingegaan.
-
Bovendien worden hulpvragen van leerlingen op deze wijze veel eerder behandeld en sluit de hulp meer aan op de context van de school. Zo kan dezelfde leerling in meerdere situaties op school (individueel, in groepsverband, tijdens pauze momenten etc.) begeleid worden.
-
Beide scholen zetten in op groepstrajecten, met een positief effect. Door samen met anderen in een groep te leren, kunnen de leerlingen van en met elkaar leren. Dit zorgt voor meer onderling begrip en steun, wat de effectiviteit van het traject vergroot en het leerproces versnelt.
-
Ook vindt kennisoverdracht plaats; leerkrachten krijgen handelingsadviezen van de jeugdprofessional over een leerling die wordt begeleid en vragen zelf ook om adviezen over andere leerlingen in hun klas.
Wat zijn ontwikkelpunten? -
De kracht van groepstrajecten kan nog beter benut worden.
-
Werkafspraken tussen de partijen worden vaak nog mondeling gemaakt, het zou helpend zijn om deze schriftelijk vast te leggen en de werkprocessen duidelijk te omschrijven.
-
Het is noodzakelijk om vast te leggen wie de regie voert in de casuïstiek en wie stuurt op de werkprocessen/de samenwerking tussen de partijen.
-
Bij complexe hulpvragen, wanneer begeleiding van de schoolcontactpersoon of de jeugdprofessional niet voldoende is om de hulpvraag te beantwoorden, lopen de zorgteams op scholen vaak nog vast. Het is niet altijd duidelijk hoe de aanmelding bij de verschillende gemeenten loopt, er zijn wachtlijsten en het is niet duidelijk wie de casusregie heeft. Voor deze problematiek is er geen eenduidige oplossing, het vergt afstemming met meerdere partijen en gemeenten. Er is wel aandacht hiervoor in de afstemming op het vlak van beleid en uitvoering.
-
Eerder zijn binnen de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond procesafspraken omtrent grensverkeer gemaakt. Het is nog onduidelijk wat de status is van deze afspraken en de toepassing in de praktijk is nog niet merkbaar. Daarom is een nadere verkenning nodig aangaande grensverkeer afspraken.
7
Kwantitatieve gegevens
Behandelingen Binnen de pilot is het mogelijk om individuele behandeling aan te bieden, maar wordt ook gestimuleerd om groepsbehandeling in te zetten waar mogelijk. Hieronder de aantallen per school wat betreft individuele behandeling en groepsbehandeling. Schooljaar 2024-2025 School De Burcht (SBO) Máximacollege
Individuele behandeling 41 leerlingen 13 leerlingen
Groepsbehandeling 19 leerlingen 55 leerlingen
NB. Soms krijgt een leerling zowel individuele behandeling als groepsbehandeling.
Thuiszitters De term ‘thuiszitters’ refereert aan kinderen en jongeren die al langer dan 4 weken niet naar school gaan zonder geldige reden. Op De Burcht was er geen sprake van thuiszitters dit schooljaar. Aan het begin van het schooljaar konden drie leerlingen op het Máximacollege worden aangemerkt als ‘thuiszitter’ en het is mede door de inzet van Jeugdhulp op School gelukt één thuiszitter weer naar school terug te laten keren.
Ontwikkeling cliënten en zorgwaarde ambulante jeugdhulp De ontwikkelingen ten aanzien van het aantal cliënten met een indicatie voor ambulante jeugdhulp en de bijbehorende zorgwaarde per school verschaffen ook informatie over de effecten van de pilot. Indien de gegevens van schooljaar 2022-2023, de periode voordat de pilot liep, worden vergeleken met de gegevens van schooljaar 2024-2025, is bij beide scholen een dalende trend zichtbaar in het aantal cliënten en de zorgwaarde. De Burcht Schooljaar 2022-2023 2024-2025
Cliënten met indicatie voor ambulante jeugdhulp 13 cliënten 11 cliënten
Zorgwaarde ambulante jeugdhulp € 103.915 € 57.560
Cliënten met indicatie voor ambulante jeugdhulp 19 cliënten 11 cliënten
Zorgwaarde ambulante jeugdhulp € 160.037 € 109.134
Máximacollege Schooljaar 2022-2023 2024-2025
8
Deze ontwikkelingen onderstrepen het preventief karakter van Jeugdhulp op School. Dit neemt niet weg dat voor sommige leerlingen de geboden hulp onvoldoende is. Jeugdhulp op School draagt in deze gevallen bij aan het tijdig signaleren van problematiek en ondersteunen in de opschaling van de hulpvragen.
9
Conclusie en aanbevelingen
Conclusie Deze evaluatie laat zien dat de pilot inmiddels goed loopt op beide scholen. De samenwerking loopt goed en is op beide scholen ingebed in de werkwijze. De positie, rol en verantwoordelijkheid van de verschillende functies binnen het zorgteam van de school wordt steeds duidelijker en de jeugdprofessionals maken onderdeel uit van het schoolteam en zijn herkenbaar voor docenten, kinderen en ouders. Door op deze manier de verbinding tussen onderwijs en zorg direct op school vorm te geven, kunnen problemen op sociaal en emotioneel vlak tijdig worden aangepakt en wordt voorkomen dat leerlingen vastlopen. Een ander positief effect is dat de hulp meer aansluit op de context van de school. Zo kan dezelfde leerling in meerdere situaties op school (individueel, in groepsverband, tijdens pauze momenten etc.) begeleid worden. De ervaring is dat in een groot gedeelte van de gevallen jeugdhulp preventief kan worden ingezet, nog voordat er sprake is van ernstige problematiek die tot uitval kan leiden. Het afgelopen schooljaar zijn veel leerlingen begeleid in beide samenwerkingen, zowel individueel als in groepsverband. Met name in het voortgezet onderwijs wordt steeds meer ingezet op groepstrajecten, met een positief effect. Men merkt dat een behandeling in groepsverband meer onderling begrip en steun creëert en daarmee de effectiviteit van het traject vergroot.
Indien de zorgkosten van ambulante jeugdhulp van het afgelopen schooljaar worden vergeleken met de zorgkosten van het schooljaar voor de start van de pilot, is bij beide scholen een dalende trend zichtbaar. Deze constatering onderstreept het preventief karakter van Jeugdhulp op School. De ontwikkelpunten die naar voren komen in deze evaluatie zijn vrijwel gelijk aan de ontwikkelpunten uit de vorige evaluatie. Het gaat om het goed vastleggen van werkafspraken, deskundigheidsbevordering van onderwijspersoneel structureel inbedden in de werkwijze, de externe samenwerking versterken bij complexere hulpvragen en het komen tot regionale grensverkeer afspraken. Dit zijn processen die blijvend aandacht vragen.
10
Aanbevelingen Binnen de pilot wordt expertise uitgewisseld tussen de jeugdprofessional en leerkrachten binnen individuele trajecten. Het is aan te bevelen om dit nog meer uit te breiden in de werkwijze van Jeugdhulp op School zodat deskundigheidsbevordering voor leerkrachten een vast onderdeel wordt van de samenwerking. De begeleiding binnen de pilot richt zich voornamelijk op het kind in de schoolcontext. Als dit passend is bij de hulpvraag, is dit voldoende. Bij complexe hulpvragen, wanneer begeleiding van de schoolcontactpersoon of de jeugdprofessional niet voldoende is om de hulpvraag te beantwoorden, lopen de zorgteams op scholen vaak nog vast, onder andere door onduidelijkheid over de casusregie en wachtlijsten bij het wijkteam. Deze problematiek is bekend en krijgt aandacht binnen beleid en uitvoering. Het is van belang hier blijvend aandacht op te vestigen binnen de pilot en de samenwerking met het wijkteam te versterken. Een verkenning aangaande grensverkeer afspraken met regiogemeenten dient gestart te worden. De middelen voor Jeugdhulp op School worden aan de school toegekend en alle leerlingen van de school kunnen hier gebruik van maken. Aangezien de deelnemende scholen een regiofunctie hebben, ontvangen ook leerlingen uit andere gemeenten jeugdhulp begeleiding. Meerdere gemeenten hanteren dezelfde werkwijze, zoals gemeente Rotterdam en gemeente Barendrecht.
In het verleden zijn binnen de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond procesafspraken omtrent grensverkeer gemaakt. Het is nog onduidelijk wat de status is van deze afspraken en de toepassing in de praktijk is nog niet merkbaar. Wel is duidelijk dat de gemeenten Rotterdam en Barendrecht voornemens zijn de procesafspraken over grensverkeer te actualiseren en toe te passen. Het is opportuun om bij deze ontwikkelingen aan te sluiten. Een aandachtspunt hierbij is hoe om te gaan met de begeleiding in groepsverband aangezien hier veel gebruik van wordt gemaakt in Ridderkerk.
11