Einduitspraak beroep omgevingsvergunning appartementengebouw d.d. 20 september 2024 .pdf
Tekst van het document
uitspraak RECHTBANK
ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 23/2679. ROT 23/3768, ROT 23/3810. ROT 23/3811 en ROT 23/3812
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 september 2024 in de zaak tussen ROT 23/2679
(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) n ,
e
cisers.
gemachtigde: mr. R. van Nooijen, ROT 233768
(geanonimiseerd) ). (geanonimiseerd) < R iciderkerk. iser, de erven van B gemachtigde: mr. ing. B.M. Brandenburg-Stroo, ROT 23/3810
(geanonimiseerd) n ROT
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) N .
iaererk oisers.
23/3811
(geanonimiseerd) (. (geanonimiseerd) «e e E
oiser.
gemachtigde: mr. O.V. Wilkens, ROT 23/3812
(geanonimiseerd) … N (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) KE ,
«e e
ciscrs.
hierna gezamenlijk te noemen: eisers, en
het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk. verweerder. (geanonimise rd) N (geanonimiseerd) gemachtiede: H
Als derde-partij neemt aan de gedingen deel: Stichting Wooncompas (Wooncompas), te Ridderkerk. vergunninghoudster. gemachtigde: mr. V.A.C. de Gier.
Procesverloop
Voor een weergave van het procesverloop tot aan de tussenuitspraak van 7 juni 2024 (de tussenuitspraak) verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak. In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het besluit van 20 april 2023 (het bestreden besluit) in strijd is met artikel 16.2.1.. onder d. van de planregels van het bestemmingsplan “Centrum Ridderkerk” en heeft zij verweerder in de gelegenheid gesteld
dit gebrek te herstellen.
Bij besluit van 2 juli 2024 (het herstelbesluit) heeft verweerder gebruik gemaakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen.
zaaknummers: ROT 23/2679, ROT 23/3768, ROT 23/3810, ROT 23/3811 en ROT 23/3812
w
Bij brieven van 9, 25 en 29 juli alsmede 3 augustus 2024 hebben respectievelijk (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) n N
(geanonimiseerd) NNN
(geanonimiseerd) n ziens ijze op het herstelbesluit naar voren gebracht. B
Verder heeft Wooncompas bij brief van 31 juli 2024 een zienswijze ingediend.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c‚ en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), heeft de rechtbank besloten dat een nader onderzoek ter
zitting achterwege blijft en heeft zij het onderzoek op 12 september 2024 gesloten.
Bij mailbericht van 13 september 2024 heeft mr. Brandenburg-Stroo meegedeeld dt(geanonimise rd)
(geanonimiseerd) B
? augustus 2024 is overleden en dat de erven het beroep wensen voort te zetten.
Overwegingen
jh
Voor een weergave van de relevante feiten en het wettelijk kader verwijst de
2.
_ Zoals opgenomen in de rechtsoverwegingen 6 Um 6.2. van de tussenuitspraak zal de
rechtbank naar de tussenuitspraak. Deze uitspraak bouwt daarop voort.
(geanonimiseerd) rechtbank het beroep van B(bekend onder zaaknummer ROT 23/3811) niet-
ontvankelijk verklaren.
Daarnaast zal de rechtbank in het licht van rechtsoverwegingen tussenuitspraak het bestreden besluit deels vernietigen, waarbij (geanonimiseerd) proceskosten van n
3.
24 t/m 24.2. van de de rechtbank de
(geanonimiseerd) in bezwaar alsnog zal toewijzen. B
_ Verweerder heeft de omgevingsvergunning met het herstelbesluit door middel van
een aantal gecursiveerde toevoegingen herzien. Verweerder geeft daarbij in zijn toegevoegde overwegingen aan: het gebouw niet in de westelijke perceelsgrens of op minimaal 15 meter van die perceelsgrens wordt gebouwd:
- dat de voorgeschreven afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tot doel heeft ervoor te
zorgen dat de doorgang tussen gebouwen voldoende breed is: dat ter plaatse van de zijgevel echter geen doorgang maar een groenvoorziening langs het gebouw naarde achterzijde is voorzien: dat voor deze groenvoorziening voldoende ruimte is en dat de doorgang voor fietsers en voetgangers tussen het pand Blaak 97- |19 en de nieuwbouw ruim meer dan 15
meter is en blijft:
- dat het bouwplan (mede hierdoor) voldoet aan een goede ruimtelijke orden
= dat het verantwoord is om de vergunning (mede) te verlenen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a sub 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 4 eerste lid, van Bijlage IT van het Besluit omgevingsrecht (Bor) voor de afstand van het gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens. 41
(geanonimiseerd) heeft te kennen gegeven het herstelbesluit summier te vinden. maar dat _ B
hij als gevolg van deze afwijking niet onevenredig in zijn belangen wordt geschaad. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) bestrijden dat de in de planregel voorgeschreven 12. N B positionering van gebouwen ten opzichte van de erfgrens is opgenomen om ervoor te zorgen dat de doorgang tussen gebouwen voldoende breed is. De planregel schrijft immers niet voor dat er een doorgang moet zijn; er mag zelfs in de erfgrens gebouwd worden. Ook de bij
zaaknummers: ROT 23/2679. ROT 23/3768, ROT 23/3810, ROT 23/3811 en
ROT 23/3812
3
het bestemmingsplan behorende toelichting biedt geen steun voor de uitleg die verweerder geeft aan het doel van de planwetgever. De uitleg van verweerder ligt ook niet voor de hand. Het herstelbesluit is dan ook ondeugdelijk gemotiveerd. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Volgens —-en-zou het veel eerder in de rede liggen dat de betreffende planregel is bedoeld om vanuit stedenbouwkundig opzicht een zekere openheid in de woonbebouwing te garanderen, dan wel zelfstandige bouwblokken een duidelijk herkenbare ruimtelijke uitstraling te doen hebben. De overwegingen in het herstelbesluit besteden aan deze aspecten geen aandacht.
Voor zover het door verweerder gestelde doel wel aan de betreffende planregel ten (geanonimiseerd) grondslag zou liggen, wijst BRerop dat het voor de hand ligt dat de door verweerder veronderstelde groenstrook feitelijk als doorgang gebruikt gaat worden. Het vormt de kortste route vanaf het achtererf. waar de bergingen zijn gesitueerd. naar de Blaak en vandaar naar het centrum. Er is niet gebleken van maatregelen, bijvoorbeeld in de vorm (geanonimiseerd) van hekwerken, om deze doorgang te blokkeren. Volgens BENhad een daartoe strekkende voorwaardelijke verplichting in het herstelbesluit moeten worden opgenomen. Nu, in het licht van het vorenstaande, het herstelbesluit van 2 juli 2024 ondeugdelijk is gemotiveerd, is het door de rechtbank geconstateerde gebrek in het bestreden besluit niet weggenomen.
(geanonimiseerd) 43. _ en
(geanonimiseerd) stellen verder da indien verweerder, zoals hij stelt, een B
groenvoorziening langs het gebouw naar de achterzijde heeft voorzien, verweerder dan. om
dit te verankeren, het bestemmingplan had moeten wijzigen naar de bestemming ‘tuin’, Op de voorziene groenvoorziening rust nu namelijk de enkelbestemming ‘wonen’.
De stelling van verweerder dat “de doorgang voor fietsers en voetgangers tussen het pand
(geanonimiseerd) =n (geanonimiseerd) 97-119 en de nieuwbouw ruim meer dan 1,5 meter is en blijft”, achten B onjuist. De doorgang die resteert tussen pand 97-1 19 en de erfgrens behoort toe aan een
derde partij. namelijk de Vereniging van Eigenaars van het genoemde pand. Deze doorgang is sinds jaaren dag afgesloten door een vast hekwerk. Deze grond is in eigendom van de VVE van het pand 97-119.
Tijdens de zitting verklaarde verweerder “dat de vergunninghouder om aan de voorgeschreven 1,5 meter uit het bestemmingsplan te voldoen. bij machte was om de erfgrens te verleggen richting pand 97-119". Dit verweer hield geen stand in verband met de genoemde eigendomssituatie. Nu stelt verweerder wederom ten onrechte dat ditzelfde
perceel gebruikt gaat worden voor de doorgang van fietsers en voetgangers. Nergens wordt
aannemelijk gemaakt hoe hij dit (blijvend) realiseert.
44. _ Wooncompas is van mening dat het vermeende gebrek met het herstelbesluit is hersteld. Zowel het perceel waar het bestreden besluit op ziet (kadastraal bekend als
gemeente Ridderkerk. sectie H, nummer 6839) als de daaraan grenzende percelen ter plaatse van Blaak 7-119 (kadastraal bekend als gemeente Ridderkerk, sectie H. nummer 7100) zijn inderdaad in eigendom van Wooncompas. Uit de uitsnede van de planverbeelding blijkt dat er tussen deze panden momenteel al een
weg zit en het oude gebouw op de perceelsgrens stond. De aanwezige weg blijft ongewijzigd in stand en de nieuw te bouwen appartementen komen verder van de erfgrens te staan dan reeds het geval is. Tussen de weg en de nieuw te bouwen appartementen komt een groenstrook. Zoals verweerder heeft aangegeven, is het doel van planregel 16.2.1.. onder d
dat er voldoende ruimte voor een doorgang is. Doordat er (nog steeds) een doorgang is en er
zaaknummers: ROT 23/2679, ROT 23/3768, ROT 23/3810, ROT 23/3811 en ROT 23/3812
4
een brede groenstrook komt, is de afwijking van planregel 16.2.1.. sub d in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Bovendien is Wooncompas van mening dat planregel 16.2.1.. onder d niet strekt tot bescherming van de belangen van eisers waardoorzij niet in hun belangen (kunnen) worden geschaad door de afwijking van planregel 16.2.1.. onder d. 5; De rechtbank is van oordeel dat, wat de doelstelling van artikel 16.2.1.. onder d. van de planregels ook is geweest, verweerder gerechtigd is hier, middels zijn afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 2° van de Wabo in
samenhang met artikel 4, eerste lid, van Bijlage II van het Bor, van af te wijken. Verweerder geeft in het herstelbesluit gemotiveerd aan dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening omdat tussen het gebouw en de zuidelijke perceelsgrens een groenvoorziening langs het gebouw naar de achterzijde is voorzien, waar voldoende ruimte voor is. De door (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) n E -
(geanonimiseerd) z B
bedoeling van de planwetgever over artikel
16.2.1.. onder d, kan
hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan afdoen, nu verweerder (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) z cstc het artikel afwijkt. Niet is door N B
gemotiveerd van dat er van een goede ruimtelijke ordening geen sprake is. (geanonimiseerd) De stelling van Ben
(geanonimiseerd) dat cr in dit geval sprake had moeten zijn van een B
bestemmingsplanwijzing mist doel. Uit de tekst van artikel 2.12, eerste lid, aanhefen onder
a, sub 2° van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 4 van bijlage IT van het Bor. volgt dat een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. De bevoegdheid om vergunning te verlenen om met voornoemd artikel 4 af te wijken van het bestemmingsplan beperkt zich niet tot het bouwwerk waarvan het gebruik wordt gewijzigd, maar kan ook worden toegepast voor het aansluitende terrein waarvan het beoogde gebruik afwijkt van de (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) geldende bestemmingsplan. Een bestemmingsplanwijziging, zoals Ben beogen. is dus niet nodig.
Al hetgeen is aangevoerd over de (eigendom en) doorgang voor fietsers en voetgangers tussen het pand 97-119 en de nieuwbouw maakt niet dat het herstelbesluit in die zin
ondeugdelijk is. Het bouwplan voldeed feitelijk niet aan het planvoorschrift, dat indien niet
in de perceelsgrens wordt gebouwd de afstand tussen de perceelsgrens en de gebouwen tenminste 15 meter moet bedragen, hetgeen verweerder bij het herstelbesluit aan de hand
van een ruimtelijke onderbouwing (plaatsing van een groenvoorziening langs het gebouw)
afdoende heeft gecorrigeerd. Waar thans de groenstrook is voorzien, bestond er in de oude situatie (ook) geen doorgang zodat naar het oordeel van de rechtbank de kwestie inzake (het
eigendom van) de doorgang voor fietsers en voetgangers tussen het pand 97-119 en de nieuwbouw relevantie mist. Het herstelbesluit wijzigt immers niet de feitelijke situatie van (geanonimiseerd) de doorgang voor fietsers en voetgangers ter plaatse. Dat er volgens BENNa!s vevolg van de groenstrook een voorwaardelijke verplichting in het herstelbesluit opgenomen zou moeten worden in de zin van het blokkeren van de doorgang middels hekwerken, deelt de
rechtbank niet. Afdoende is dat het gebruik ter plaatse als groenstrook is voorgeschreven. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Niet is door N e
(geanonimiseerd) o estcld dat zij door deze afwijking ernstig in EB
hun belangen worden geschaad noch is aangevoerd dat in dit verband onvoldoende met hun belangen rekening is gehouden.
zaaknummers: ROT 23/2679, ROT 23/3768, ROT 23/3810, ROT 23/3811 en
ROT 23/3812
6.
5
In het licht van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in
het herstelbesluit in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het verantwoord
is om de vergunning (mede) te verlenen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, ondera, sub 2° van de Wabo in samenhang met artikel 4 eerste lid, van Bijlage II van het Bor voor de afstand van het gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens. LA
Nu het bestreden besluit een gebrek bevatte dat eerst na de tussenuitspraak door
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) middel van het herstelbesluit is hersteld, is het beroep van N N (geanonimiseerd) gegrond. Voorts vernietigt de rechtbank het bestreden besluit, voor zover en B (geanonimiseerd) n RR (geanonimiseerd) ten onrechte geen proceskosten in bezwaar zijn daarbij aan B
toegekend. Doende wat verweerder had moeten doen zal de rechtbank de proceskosten van (geanonimiseerd) : B (geanonimiseerd) i bez aa alsn0g vaststellen en bepalen dat verweerder deze N
moet vergoeden.
8.
De beroepen, voor zover geacht te zijn gericht tegen het herstelbesluit
van 2 juli
2024 zijn ongegrond.
t}
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) . (geanonimiseerd) Omdat de rechtbank de beroepen van e e N
gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder het door hen betaalde griffierecht vergoedt.
10.
(geanonimiseerd) . (geanonimiseerd) De rechtbank veroordeelt verweerder in de door B
gemaakte proceskosten. Deze proceskostenvergoeding wordt met toepassing van het Besluit
proceskosten bestuursrecht berekend. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op in
totaal € 3.435,50, gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
wat betreft de bezwaarfase: | punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting:
wat betreft het proces bij de rechtbank: 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, | punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de ingediende zienswijze naar aanleiding van het herstelbesluit;
een waarde per punt in de bezwaarfase van € 624, een waarde per punt in de beroepsfase van € 875 en een wegingsfactor |.
zaaknummers: ROT 23/2679, ROT 23/3768, ROT 23/3810. ROT 23/3811 en
ROT 23/3812
6
Be:
De rechtbank:
(geanonimiseerd) - verklaart het beroep van Bniet-ontvankelijk: (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) : B (geanonimiseerd) c 1 het bestreden - verklaart het beroep van B N B
besluit gegrond:
(geanonimiseerd) -" B (geanonimiseerd) geen - vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij aan B
vergoeding is toegekend voor de proceskosten in bezwaar;
- vernietigt het bestreden besluit, voor wat betreft de strijdigheid met artikel 16.2.1., onder d, van de planregels van het bestemmingsplan “Centrum Ridderkerk”:
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit:
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het herstelbesluit ongegrond: (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) c de - draagt verweerder op zowel aan N N B E
griffierecht van € 184,00 te vergoeden:
(geanonimiseerd) |s B (geanonimiseerd) ot cen - veroordeelt verweerder in de proceskosten van zowel N
bedrag van € 3.435,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Fransen, voorzitter. en mr. P. Vrolijk en mr. C.M. van Hoorn, in aanwezigheid van mr. A. Vermaat. griffier. De uitspraak is in het
openbaar gedaan op 20 september 2024
N griffier |
5
\
£
/
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 2 Û SEP. 2024 Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak en de tussenuitspraak van 7 juni 2024 kan binnen zes weken na
verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.