CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

D Advies BMR - Verordening Burgeradviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 2023.pdf

Gemeenteraad RK 14 december 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Verordening Burgeradviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 20237.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgerplatform Minima Ridderkerk (BMR) In Ridderkerk klinkt elke stem In Ridderkerk wordt elke stem gehoord Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders van Ridderkerk t.a.v. wethouders de heer E. Pina en mevrouw F. Stip c.c.: de heer S. Rambharos Ridderkerk, 2 oktober 2023 Betreft: Gevraagd advies Verordening Adviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 2023 Geacht College, Middels dit schrijven wil het Burgerplatform Minima Ridderkerk, hierna te noemen het BMR, advies uitbrengen ten aanzien van de nieuwe (concept-)Verordening Adviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 2023. Wij willen u hartelijk danken voor de geboden mogelijkheid om mede de Verordening vorm te geven. Na een intensieve periode van gezamenlijke inspanningen om tot een voor alle partijen acceptabel resultaat te komen, moet er geconstateerd worden dat er bij het BMR nog steeds grote zorgen bestaan over de toegezonden Verordening, zoals deze nu voorligt.

Het BMR kan dan ook niet instemmen met deze verordening. Hieronder wordt daar nader op ingegaan. Eerst kijken we terug op de evaluatie Participatie Ridderkerk van vorig jaar, vervolgens naar de procesgang /aanloop tot deze nieuwe verordening, een inhoudelijke beoordeling op hoofdlijnen, conclusies en het advies. 1. Terugblik /evaluatie 2022 Het BMR en het MBR hebben in april 2022 aanbevelingen gedaan n.a.v. de door het college opgestelde “Evaluatie Participatie in Ridderkerk” van maart 2022. De kernelementen van onze reactie waren (vooral) gericht op verbetering en beheersing van de participatieprocessen, meer aandacht voor de balans gemeente-burger (macht en tegenmacht). De burgerplatforms zouden signalen uit de samenleving meer rechtstreeks kenbaar kunnen maken en ook meer zichtbaar moeten zijn. Dat beide platforms zich willen inzetten op een zo mogelijk hoger participatieniveau en participatie via een goede dialoog tot stand komt. De adviesfunctie en de totstandkoming van de adviezen sterke verbetering verdient. Inzet willen plegen op borging van een veel betere en meer integrale adviesgang en inbedding in het (gemeentelijk) proces en tijdspanne essentieel is. En er ook aandacht gevraagd is voor meer (structurele) ambtelijke capaciteit gelet op de toename van taken.

Burgerplatform Minima Ridderkerk

1

Advies BMR Verordening Adviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 2023

Het citaat van het vorig college in de evaluatie van 2022 was: “(…) een goede participatie leidt tot een betere besluitvorming (…), het levert een productieve kracht op (…) en de democratische processen worden versterkt…”. Dat is ook voor ons een belangrijk vertrekpunt geweest. 2. Procesgang / aanloop Voor het zomerreces van vorig jaar zijn de beide platforms bij de kennismaking met de wethouders dhr. E. Piena en mw. F. Stip op de hoogte gesteld van de visie van het college met de melding om van 2 naar 1 adviesplatform te gaan. In januari dit jaar is dat ambtelijk vertaald naar een ”blauwdruk” voor de nieuwe opzet Adviesorgaan Sociaal Domein. Focus lag daarbij op van 2 naar 1, vergaande structuurelementen, stevige afbakening van taken en bevoegdheden van het nieuwe adviesorgaan. Allereerst ontbrak en ontbreekt het nog steeds vanuit het college van een echte en urgente motivering om beide platforms te integreren tot één adviesraad. Beide platforms hebben een eigen missie, visie en werkwijze en de nodige expertise op hun respectievelijke aandachtsvelden. De adviezen van zowel het MBR als het BMR waren nimmer in tegenspraak met elkaar en gaven altijd een breder perspectief binnen de aandachtsvelden van het sociaal domein. Ondanks forse inspanningen van beide platforms in de afgelopen periode, zoals het maken van de zgn.

“Matrix” – een vergelijking tussen de neergelegde visie van de gemeente en wat minimaal van belang is voor de platforms – plus een inzet van de platforms om meer in dialoog met elkaar te komen en het gesprek daarover aan te gaan i.p.v. te kaderen en zenden, is er o.i. weinig meer veranderd aan de blauwdruk van begin dit jaar. Onze zorg zit en zat niet zozeer in het samengaan van beide platforms, maar wat uiteindelijk in deze verordening is opgenomen. De afstand met de genoemde verbeterpunten uit de evaluatie van vorig jaar is alleen maar groter geworden. Wij vinden dan ook dat de verordening die thans voorligt eerder een (forse) stap terug is dan een verbreding/verdieping van de participatie en vergroting van de meerwaarde van een adviesraad. 3. Inhoudelijke beoordeling. Visie: De platforms hebben gevraagd om een visie te hanteren, zoals bijvoorbeeld dat de zorgvraag van de burger leidend zou moeten zijn, bij het opstellen van de verordening. Dit is niet gehonoreerd en derhalve niet opgenomen in de verordening. Een duidelijke visie is een broodnodig vertrekpunt en kan gebruikt worden als leidraad bij het vormgeven van bijvoorbeeld een verordening of regeling. Het BMR mist niet alleen een duidelijke visie over de adviesfunctie, maar ook met betrekking tot de onafhankelijkheid van de in te stellen adviesraad.

Domein: Waar gaat de voorgestelde adviesraad over; Bij wet is geregeld dat de adviesbevoegdheid van een adviesraad zowel kan gaan over de beleidskaders, als over de uitvoering binnen het Sociale Domein en de Bestaanszekerheid (armoede, minima, schuldhulpverlening, inkomenszekerheid). Vaak is er binnen de gemeente een scala aan beleid geformuleerd, maar schort het aan (ambtelijke) creativiteit, uitvoeringskracht (klantgerichtheid) en voldoende capaciteit. Veel regelingen zijn van Rijkswege van toepassing, door maatwerk en directe aandacht kan lokaal het verschil gemaakt worden.

Burgerplatform Minima Ridderkerk

2

Advies BMR Verordening Adviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 2023

Hoe kadert de gemeente de sociale wetgeving af waarover de adviesraad advies kan indienen? Het gaat volgens de tekst over burgerschap en inwonersperspectief, dus ook over uitvoering. Er is in de praktijk veel overlap tussen beleid en uitvoering. Een adviesraad kan zowel over beleid, als over de effecten van de uitvoering een zinvolle bijdrage leveren. Het BMR zou dit explicieter geformuleerd willen zien in de nieuwe Verordening. En dan zijn er ook nog de beperkingen opgenomen (in artikel 3, lid 3) om signalen – alleen – bij de ambtelijke organisatie neer te leggen. Daarmede komt de adviesraad nog verder op afstand te staan. Signaleren is overigens nog wat anders dat dat de verordening de mogelijkheid biedt gevraagd advies uit te kunnen brengen over bijv. jaarplannen, armoedemonitor etc. Dat ontbreekt nu. Adviesfunctie: Gevraagd en ook ongevraagd advies. Een van de cruciale taken van het platform is de adviesfunctie. Dit was al een fors zorgpunt in de vorige periode. Veel platformleden zijn intussen afgehaakt, omdat adviezen grotendeels of in het geheel niet werden overgenomen, dan wel van een inadequaat antwoord werden voorzien. De platforms hebben vroegtijdig zeer bruikbare suggesties aangedragen hoe de adviesrol en de afstemming verbeterd zou kunnen worden. Er zou de komende maanden een pilot worden opgestart voor enkel een paar adviezen, hoe hiermee om te gaan.

De gemeente heeft eerder aangegeven dat er mogelijk onvoldoende capaciteit en inzet zou kunnen zijn voor een dergelijke totstandkoming van een advies. Thans ligt deze verordening echter voor en geeft dit onvoldoende kaders en borging van een betekenisvolle advisering en signaalfunctie. In de huidige regeling wordt een ongevraagd advies ter kennisneming van de Raad gebracht. Dit is een zeer belangrijke signaalfunctie, waarvan het onduidelijk is of dat gehandhaafd blijft. Het BMR acht het van groot belang dat ook het ongevraagd advies terecht kan blijven komen bij de Raad, zoals dit nu ook gebruikelijk is. En er (meer) transparantie is over welke onderwerpen een adviesorgaan (gevraagd en ongevraagd) advies uitbrengt en dat alle adviezen altijd openbaar worden. Vrijheid van handelen / de signaal functie: Het platform is gehangen aan het college en het ambtelijk apparaat. In de opzet van deze verordening en de eerder gegeven (mondelinge) toelichtingen wordt het adviesorgaan door de gemeente gezien in de functie van: “werkt voor het College”, en “het College goed bediend wordt” en er geen behoefte is aan “wetenschappelijke” platformadviezen. U kunt de adviezen van het BMR over bijvoorbeeld de afdoeningstermijnen SHV, het plan van aanpak extra inzet bij schulden e.d. nog eens nalezen hoe praktisch onze adviezen waren opgesteld.

Diverse passages in de verordening als in artikel 8 kaderen de “afhankelijkheid” van het adviesorgaan, maar hoe het College in een afzonderlijk artikel de relatie en onafhankelijkheid van het adviesorgaan waarborgt, wil versterken en afstand bewaart t.o.v. van haarzelf is niet opgenomen. Inrichting/structuur van het adviesorgaan Tot op heden hebben de platforms ruim voldoende expertise en deskundigheid geleverd en waardevolle bijdragen en adviezen ingebracht. De gemeente heeft gemeend in de concept-verordening een inrichting van het adviesorgaan tot in detail voor te schrijven, zoals maximaal aantal leden, werkgroepenindeling en -aantallen, functies, taken van de ondersteuner etc.

Burgerplatform Minima Ridderkerk

3

Advies BMR Verordening Adviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 2023

Het versterkt het beeld des te meer dat het adviesorgaan gehangen is aan het college en in het verlengde van het ambtelijk apparaat functioneert. Wij vinden dat dit een disbalans is en op gespannen voet staat met de zogenaamde onafhankelijkheid van een adviesorgaan. De gemeente zou veel meer over het “wat” moeten gaan en het adviesorgaan over het “hoe” en haar eigen (interne) organisatie. Daarnaast zijn in de verordening bepalingen opgenomen waarin alleen het College de bevoegdheid heeft leden te benoemen en uit hun functie te ontheffen. Daarbij opmerkende dat dit weliswaar gebeurt op voordracht van de adviesraad, echter de uitvoering ligt bij het College en theoretisch kan het College op eigen initiatief handelen. Hiermee is de onafhankelijkheid van de adviesraad in het geding. De samenstelling van de adviesraad beoogt een grotere diversiteit aan mensen die een expertise hebben en/of input kunnen leveren m.b.t. het sociale domein. inbreng over actuele ontwikkelingen, (nieuwe) wetgeving, uitvoeringsregels en effectiviteit van gemeentelijke regelgeving en handelen is o.i. een eerste vereiste. Als dat ook zo bedoeld is, geeft de voorliggende omschrijving van de verordening forse beperkingen aan. Dit ontneemt de adviesraad de vrijheid om leden uit alle lagen van de gemeente aan te dragen voor een lidmaatschap.

Door dit exclusiviteitscriterium bestaat er binnen ons platform (grote) zorg dat er mensen met inhoudelijke kennis en kunde verloren gaan en uitgesloten worden. Het aantrekken van nieuwe leden wordt ook lastiger hiermee. Door op voorhand betrokken mensen vanuit het maatschappelijk werkveld uit te sluiten kan de kwaliteit en praktische toepassing van de advisering alsmede de signaalfunctie beperken. Het BMR is van mening dat zoals het nu wordt vermeld, het (nagenoeg) iedereen uitsluit die bij een maatschappelijke organisatie werkt of betrokken is. Dat kan niet de bedoeling zijn. Facilitering Het is prima dat er middelen worden vrijgemaakt voor een “ledenvergoeding”, echter dat onverlet de bovengenoemde bezwaren. 4. Conclusies: •

In de kern is het nieuwe adviesorgaan volgens de ontvangen concept-verordening alleen voor de advisering van het college en het ambtelijk apparaat en ook letterlijk “gehangen” aan de gemeente zelf. Onafhankelijkheid is meer dan geen gemeentelijke inmenging in de redactie van de adviezen;

•

Elementen uit de gemeentelijke evaluatie van 2022 als verbreding (grotere integraliteit) van het domein, een verdergaand participatie-niveau en een dialoogmodel gemeente-platforms gezamenlijk inhoud willen geven, zijn verder weg dan ooit;

•

Participatie gaat in deze opzet niet verder dan de wettelijke verplichting tot het hebben van een adviesorgaan Sociaal Domein. De belangrijke advies- en signaalfunctie beperkt zich tot de bovenstaande route en hiërarchische communicatielijnen;

•

Een essentiële taak en rol van een adviesorgaan, zijnde de advisering, gaat in deze verordening niet verder dan vermelding dat er gevraagd en ongevraagd advies uitgebracht kan worden; De voorwaarden daartoe, de borging van zowel deze procedure als het veiligstellen van de signaalfunctie (als naar de raad ook bij een ongevraagd advies) is niet vastgelegd. Er moet o.i. hierover eerst meer duidelijkheid komen alvorens deze verordening kan worden vastgesteld.

Burgerplatform Minima Ridderkerk

4

Advies BMR Verordening Adviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 2023

Mogelijke argumenten dat dit niet in de verordening hoeft te worden opgenomen maar in een andere regeling of convenant , is geen reden om daar nu geen duidelijkheid over te verschaffen; •

De structuur, inrichting, werkwijze en wie wel en wie niet zitting mag nemen is vanaf het begin door gemeente als harde randvoorwaarde ingebracht en blijvend dichtgezet. Aanpassingen ingebracht door de platforms zijn marginaal gehonoreerd;

•

Het op voorhand uitsluiten van mensen met inhoudelijke kennis en expertise, betrokken vanuit het maatschappelijke werkveld die geen directe financiële en of zakelijke relatie met de gemeente hebben, geeft een verkeerd signaal af. Het beperkt ook de bezetting en inzetbaarheid van een goed functionerend adviesorgaan;

•

Het samenvoegen van MBR en BMR - van 2 naar 1 - heeft als kapstok gediend om tot dit model te komen. Het doet geen recht aan de meerwaarde die beide platforms hebben gehad in de afgelopen jaren. Een echte argumentatie van de voordelen is nooit door de gemeente aangetoond, behalve dat deze er wellicht voor de gemeente zijn m.b.t. haar eigen efficiency en benodigde capaciteit voor beantwoording van adviezen ed.;

•

De onkostenvergoeding is nieuw, hetgeen op zich positief is, maar kan je ook zien als een tegemoetkoming vanwege het voordeel voor de gemeente. De (aanzienlijke) gemeentelijke kosten van inschakeling adviseurs en ambtelijke capaciteit voor het sociaal domein zullen anders vele malen groter zijn, nog los van de krapte op de arbeidsmarkt.

5. Advies: Het BMR kan dan ook niet instemmen met de thans voorliggende verordening gegeven onze inhoudelijke reactie en bovenstaande conclusies. Voor de volledigheid merken wij op dat na het adviesverzoek door beide platforms schriftelijke vragen gesteld, deze zijn na digitaal overleg op 14 september 2023, op 22 september 2023 schriftelijk beantwoord (zie bijlage 1+2). Het BMR heeft de antwoorden op de vragen van het MBR opgevraagd en deze ontvangen, zie de bijlage 3. Deze beantwoording is betrokken bij dit uitgebrachte advies. Het BMR draagt geen kennis van stukken die nadien nog zijn gewisseld tussen het MBR en de gemeente. In afwachting van uw reactie, Namens het Burgerplatform Minima Ridderkerk, Ger Scholtens, voorzitter

Bijlage 1 Vragen BMR aan gemeente Bijlage 2 Antwoorden gemeente op vragen van BMR dd 22 september 2023 Bijlage 3 Antwoorden gemeente op vragen van MBR dd 22 september 2023

Burgerplatform Minima Ridderkerk

5

Bijlage 1

Eerste reactie/vragen van het BMR op de ontvangen concept verordening Adviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 2023 t.b.v. input voor de toelichting door de gemeente op 15 september 2023. Dit is geen pre-advies. Paragraaf 2 De adviesraad Sociaal Domein Artikel 2 De samenstelling van de adviesraad beoogt een diversiteit aan mensen die een expertise hebben en/of input kunnen leveren m.b.t. het sociale domein. Inbreng over actuele ontwikkelingen, (nieuwe) wetgeving, uitvoeringsregels en effectiviteit van gemeentelijke regelgeving en handelen is o.i. een eerste vereiste. Als dat ook zo bedoeld geeft de voorliggende omschrijving van de verordening beperkingen aan. Hoe wordt dit door de gemeente gezien? Artikel 3 Hoe kadert de gemeente de sociale wetgeving af waarover de Adviesraad advies kan indienen. Het gaat volgens de tekst over burgerschap en inwonersperspectief. Kan de gemeente wat meer specifiek zijn wat dat inhoudt? Er is in de praktijk veel overlap tussen beleid en uitvoering. Een adviesraad kan zowel over beleid als over de effecten van de uitvoering een zinvolle bijdrage leveren. Waarom is dat niet opgenomen? Waarom is in lid 3.

de beperking opgenomen om signalen – alleen - bij de ambtelijke organisatie neer te leggen? Artikel 4 Wie bepaalt welk advies gevraagd of ongevraagd geagendeerd wordt? Zijn er bepaalde criteria-waaraan een advies moet voldoen om geagendeerd te kunnen worden in de gemeenteraadsvergadering? Waarom is er geen protocol opgenomen voor een door de Adviesraad uitgebracht ongevraagd advies? Deze mogelijkheid is van wezenlijk belang voor een goed functioneren van de Adviesraad, een effectieve participatie alsmede een goed vervullen van de signaalfunctie in brede zin. Artikel 5 Geeft het functioneren van de burgerplatforms BMR en MBR in de afgelopen jaren aanleiding tot opnemen van dit artikel dat expliciet handelt over het aantal vergaderingen, de wijze van totstandkoming overleg, agendering etcetc? Paragraaf 3 Functies binnen de Adviesraad Artikel 6 Is het inwonerschap in Ridderkerk een harde eis of kan hier individueel van afgeweken worden indien iemand een werkomgeving heeft in Ridderkerk en maatschappelijk betrokken is, zou o.i. van waarde kunnen zijn voor een adviesraad. Een individuele toetsing kan hierin voorzien. Gezien de stelling dat bestuurders van door gemeente gesubsidieerde organisaties uitgesloten worden van deelname, kunnen wij concluderen dat er in het verleden problemen zijn ontstaan.

Is dit daadwerkelijk zo geweest? Is er sprake geweest van belangenverstrengeling die de geloofwaardigheid van de gemeente en/of het platform heeft beïnvloed of in negatief daglicht heeft gesteld?

Door dit exclusiviteitscriterium bestaat er binnen ons platform (grote) zorg dat er mensen met inhoudelijke kennis en kunde verloren gaan en uitgesloten worden. Het aantrekken van nieuwe leden wordt ook lastiger hiermee. Door op voorhand betrokken mensen vanuit het maatschappelijk werkveld uit te sluiten kan de kwaliteit en praktische toepassing van de advisering alsmede de signaalfunctie beperken. Voor BMR is het niet duidelijk wat het college verstaat onder “maatschappelijke functie”? Zoals het nu wordt vermeld sluit het iedereen uit die bij een maatschappelijk organisatie werkt of betrokken is. Is dat de bedoeling? Artikel 7 Waarom hecht de gemeente eraan de structuur/indeling van de Adviesraad zo expliciet in te richten? Was daar gelet op de ervaringen van de gemeente in de afgelopen periode reden toe? Waarom is niet gekozen voor een aandachtsgebied(werkgroep) Bestaanszekerheid i.p.v. Armoede. Zeker gelet op de actualiteit. Artikel 8 Het woord onafhankelijkheid is in deze door de gemeente opgestelde verordening een belangrijk begrip. Kan het college uitleggen wat precies onafhankelijkheid betekent? En hoe kan de gemeente de onafhankelijkheid van een adviesraad waarborgen. De expliciete omschrijving van de onafhankelijkheid van de “adviesraad” geeft ons juist een gevoel van wantrouwen naar elkaar waar vertrouwen de basis zou moeten zijn.

Een platform of een adviesraad is een samenstelling van mensen met dezelfde normen en waarden die iets willen betekenen voor de Ridderkerkse samenleving. Zie ook artikel 8 lid 3 en 4. Wat beschreven wordt in artikel 8 lid 3 en 4 grijpt ons inziens terug op artikel 6 lid 3. Dit versterkt het gevoel van wantrouwen jegens de leden. Artikel 9 Kan indien nodig afgeweken worden van het aantal overleggen? Paragraaf 5 Slotbepalingen Artikel 13 Kunt u uitleggen wat er bedoelt met “het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen”? En wie bepaalt de noodzaak daartoe, alleen het college en of ook de Adviesraad? Is dit gebonden aan een bepaalde tijd na ingang van deze verordening? En is de toevoeging of aanpassing een eenzijdig besluit of gebeurt dit in overleg? “Inzake gevallen waarin deze niet voorziet beslist het college, na daartoe advies te hebben ingewonnen van de adviesraad sociale domein”. Is dit een bindend advies of is dit een vrijblijvend advies? Artikel 14. Lid 3: Is bedoeld dat de huidige verordening gelijktijdig wordt ingetrokken als de voorliggende verordening door de gemeenteraad wordt vastgesteld? Zijn er onderdelen in de oude verordening die (nog) worden opgenomen in een convenant, huishoudelijk reglement of iets dergelijks. En zo ja welke onderdelen zijn dat? BMR/14 sept 2023

Bijlage 2

Korte antwoorden op vragen verordening adviesraad – gemeente – 22-9-2023 Artikel 2 Als lid van de adviesraad is expertise op een bepaald vlak binnen het sociaal domein een toegevoegde waarde, maar geen vereiste. Vanuit de adviesraad gaat het om het ophalen van de behoeften en knelpunten van inwoners. Inwoners kunnen lid worden op basis van ervaringen in de belevingswereld van kwetsbare inwoners uit de eigen omgeving. Expertise moet komen van ervaringen en niet vanuit bijv. professie. Artikel 3 De adviesraad kijkt vanuit inwonersperspectief (positie vanuit cliënt, mantelzorger, actieve vrijwilliger zorg en welzijn en burger actief én inactief binnen sociaal domein) naar de te adviseren stukken. Hetgeen tussen haakjes wordt daarmee bedoeld. Signalen over beleid én uitvoering zijn belegd en bespreekbaar. En ook wanneer beleid wordt opgesteld of herzien en het ligt ter advies bij de adviesraad, kunnen signalen overgenomen worden in het formele advies. Deze twee moment blijven behouden. Artikel 4 Als het past binnen een gebied van het sociaal domein zijn gevraagd en ongevraagd advies welkom. Dit zijn processtappen ontwikkeld met de MBR die terugkomen in het convenant. Artikel 5 De gemeente stelt een adviesraad in. Het is voor een verordening heel gebruikelijk om aantallen en doelen van de vergadering op te nemen.

Als de adviesraad er een iets andere invulling aan wil geven, is daar ruimte voor. Er zijn geen redenen waardoor dit problemen zou veroorzaken. Artikel 6 De adviesraad draait om participatie van burgers die in Ridderkerk wonen. Het gaat om inwoners van Ridderkerk en hun belevingswereld. Dit is de kern van de adviesraad. Het uitsluiten van bestuurders van door gemeente gesubsidieerde organisaties is ongeacht situaties in het verleden een belangrijke bepaling om op te halen wegens belangenverstrengeling en onafhankelijkheid. Alle schijn hiervan moet voorkomen worden. Dit is een standaardbepaling voor deze verordening. De opmerking m.b.t. inhoudelijke kennis en kunde slaat terug op het antwoord bij artikel 2. Vanzelfsprekend wordt niet iedereen met een maatschappelijke functie uitgesloten. Zoals benoemd gaat het om functies die rechtstreeks de onafhankelijke advisering kunnen beïnvloeden of daarvan de schijn zou kunnen wekken. Artikel 7 Het is heel gebruikelijk om alle aspecten van de dienstverlening op te nemen. De huidige verordening is sterk verouderd. De structuur en indeling is de norm van dergelijke verordeningen.

1

Er moet een indeling zijn die aansluit op de werkorganisaties. Bestaanszekerheid valt ook onder het Rijk, niet alleen de gemeente. Hierdoor is er voor Armoede gekozen. Als de wijziging gewenst is kan het aangepast worden. Artikel 8 Onafhankelijkheid wordt in eerste instantie bepaald door de criteria van een lid in artikel 6. Verder zijn de leden in artikel 8 een uitleg van de onafhankelijkheid. De nieuwe verordening moet punten hebben die duurzaam houdbaar zijn. Het is spijtig dat het individuele leden raakt, wat uiteraard niet de bedoeling is. Het zijn echter wel hele gewone aangelegenheden die vastgelegd moeten worden. Het heeft niets met wantrouwen te maken en het gaat niet om individuele personen. Artikel 9 Ja, er kan indien nodig afgeweken worden van het aantal overleggen. Artikel 13 In de verordening legt de gemeente een kader vast. Die kaders worden verder uitgewerkt in eventuele nadere regels. Dit gebeurd bij veel andere verordeningen ook. De nadere regels kunnen ook weer ter advisering bij de adviesraad voorgelegd worden. Ook kunnen ze in het convenant opgenomen worden. In het kader van de sociale wetgeving bestaat er geen bindend of vrijblijvend advies. De gemeente geeft inhoudelijk reactie op het advies van adviesraad. Artikel 14 De oude verordening blijft van toepassing tot het moment dat de leden van de nieuwe adviesraad zijn geïnstalleerd.

Verder nog twee aandachtspunten: 

De voorgestelde naam ‘Adviesraad Sociaal Domein’ is gekozen omdat het de kaders bepaald van het advies, namelijk het sociaal domein. In de voorgestelde naam vanuit de adviesraad, de ‘Burgeradviesraad Ridderkerk’ (als ik het goed heb), ontbreekt deze afbakening. Voorstel is om er dan tussen te zitten: Burgeradviesraad Sociaal Domein Ridderkerk. De adviesraad en gemeente bepalen de naam in samenspraak. De term ‘convenant’ wordt vanuit de gemeente liever niet gebruikt voor het document naast de verordening. Iets in de richting van reglement, nadere afspraken of procesdocument hebben de voorkeur. Dit kan dus nog wijzigen.

2

Bijlage 3

Korte antwoorden in het groen – gemeente – 22-9-2023 Concept verordening Adviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 2023 Vragen/opmerkingen/suggesties van MBR Op 25 augustus heeft het college verzocht om een advies uit te brengen over de Verordening Adviesraad Sociaal Domein Ridderkerk 2023. De adviestermijn loopt af op 2 oktober. Op 15 september zal de gemeente een ambtelijke toelichting geven op de nieuwe verordening. De input die we nu leveren zien we als reactie op het 1e concept.

Enkele vragen/algemene opmerkingen vooraf 1. Wordt na het overleg van 15 september een nieuwe versie ter advisering aangeboden. Zo ja, dan ontvangen we die graag uiterlijk 22 september. 2. De verordening neemt een aantal voor ons belangrijke afspraken niet over en komt hiermee dus terug van het eerder bereikte compromis. Wij nemen aan dat dit niet de bedoeling is. 3. Er zijn diverse punten in de verordening opgenomen waarover het gesprek nog niet was afgerond. Het zijn meestal punten die een uitwerking zijn van eerder overeengekomen hoofdonderwerpen en die gemakkelijk kunnen worden ondergebracht in het convenant en het daarbij behorend procesdocument. 4. De gebruikte taal is een aantal keren complex, onduidelijk en kan soms op meerdere manieren worden geïnterpreteerd. Wij pleiten voor een helder taalgebruik. 5. In de verordening zijn enkele nieuwe punten opgenomen waarover nog geen overleg was geweest. Het zijn meestal punten waarbij de balans tussen ‘kaderstelling door de gemeente’ en ‘ruimte voor de uitvoering door de Burgeradviesraad net weer doorslaat naar inperking van de benodigde ruimte. Dit vinden we jammer, omdat dit ons hindert om signalen op te halen uit de samenleving en daardoor minder toekomen aan deze kerntaak. Het zou prettig zijn als die balans meer in evenwicht blijft.

We hebben onze vragen/opmerkingen/suggesties gerangschikt naar drie categorieën: Categorie 1: Verhelderingsvragen over items die afwijken van compromissen die het MBR en de gemeente hebben bereikt 28 juni (uitgangspunten en matrix) 18 juli (onderscheid tussen punten die enerzijds aan de orde komen in de verordening en anderzijds in het convenant, de nieuwe werkwijze met meerdere dialoogmomenten) en 17 augustus (de contouren van de begroting). Categorie 2. Verhelderingsvragen over items die afwijken van de huidige praktijk en als nieuwe punten zijn ingebracht. Ook de items waarover het gesprek nog niet was afgerond en waarover de gemeente eenzijdig haar visie in de verordening heeft opgenomen. Categorie 3. Vragen over items die onduidelijk of merkwaardig zijn in de opbouw van de verordening. De categorieën 1 en 2 bevatten de meest prangende problemen. Wij vertrouwen er op dat hiervoor goede oplossingen komen zodat een constructieve samenwerking zich verder kan ontwikkelen.

1

Categorie 1. Items die afwijken van de bereikte compromissen 1. Artikel 2, lid 2: een eventuele uitbreiding van het maximum van 14 leden bij onvoldoende capaciteit is opgenomen in de verordening, maar is ondergebracht in een toelichting en daardoor geen wezenlijk onderdeel van de verordening. Voorstel om deze expliciet op te nemen bij dit artikel. Wordt overgenomen. 2. Artikel 2, lid 3 waarom is het aspect 'kennis' hier is weggelaten en waarom worden de vereiste vaardigheden van de leden beperkt tot het aspect 'ervaring' is niet besproken. Kennis is nu bestaande praktijk en een wezenlijk overdeel van de vereiste kwaliteiten. Voorstel dit opnieuw toe te voegen. (Professionele) kennis is een goede toegevoegde waarde, maar moet geen vereiste/voorwaarde zijn. Kennis opnemen kan er namelijk toe leiden dat inwoners die willen toetreden teveel afstand voelen. Inwoners kunnen lid worden op basis van ervaringen in de belevingswereld van kwetsbare inwoners uit de eigen omgeving. Kennis moet komen van ervaringen en niet vanuit professie. 3. Artikel 4 n.a.v. lid 6. In het op 28 juni ingebracht document hebben we aangegeven dat de uitgebrachte adviezen na 6 weken openbaar zijn. Dit aspect komt niet terug in de verordening. Dit is een essentieel punt in verband met transparantie naar de burger wat de adviesraad doet met de signalen van de burgers.

Er moet eerst een reactie van de gemeente gekomen zijn voordat het advies openbaar gemaakt kan worden. Door 6 weken op te nemen staat dit vast en gaat het bij eventuele vertraging in het proces in tegen de reguliere processen van de gemeente. 4. Artikel 6, lid 1 en lid 2. Zoals het er nu staat is de onafhankelijkheid van de Adviesraad – zoals afgesproken - niet geborgd. Mogelijk is onbedoeld bij de formulering iets niet goed gegaan. Voorstel nieuwe formuleringen: Lid 1a: De Adviesraad Sociaal Domein is verantwoordelijk voor de werving en selectie van leden en voor de voordracht aan het college voor benoeming, schorsing en ontslag. Lid 1.b. Het college benoemt, schorst en ontslaat de leden alleen op voordracht van de Adviesraad Sociaal Domein, met uitzondering van het bepaalde lid 7 b. Wordt overgenomen. 5. Artikel 6, lid 3 sub e. Wat hier staat is niet besproken noch overeengekomen. Het betreft een heel ingewikkelde zin waarvan de portee te verstrekkend kan zijn. Als wordt bedoeld dat een lid geen arbeidsovereenkomst of prestatiecontract mag hebben bij een instelling zoals genoemd onder lid 3 sub c, dan komt dit overeen met de huidige praktijk en is er geen bezwaar. Wordt herschreven. 6. Artikel 6, lid 7 sub b.

Het tweede deel van de zin, nl: ‘en/of in geval van het niet nakomen van afspraken gemaakt in de verordening, het convenant of het huishoudelijk reglement’ is niet besproken en gaat tegen te strekking in van de gemaakte afspraken. Als de adviesraad zich niet houdt aan de afspraken in de verordening of het convenant, dan kan de adviesraad daarop worden aangesproken, niet de individuele leden. Voorts is het huishoudelijk reglement een interne aangelegenheid van de Adviesraad; dit staat geheel los van de bevoegdheid van de gemeente. Deze zin in een inbreuk op de eigen verantwoordelijkheid van de adviesraad. Wij stellen voor het tweede deel van de genoemde zin te schrappen. Het tweede deel van de zin betreft een standaardbepaling voor een verordening en is op deze manier dus juridisch belegd. De zinsnede duidt niet op dat het college op basis van het huishoudelijk reglement een lidmaatschap kan beëindigen. Sub b is een opsomming van drie punten. De adviesraad kan dus op basis van het huishoudelijk reglement beargumenteren waarom het lidmaatschap van een lid beëindigt moet worden. 2

7. Artikel 6, lid 7 sub c: toevoegen: ‘tenzij dit functioneel niet verantwoord is (zie artikel 2, lid 3)’’ Deze toevoeging kan ertoe leiden dat er uiteenlopende redenen gegeven kunnen worden om leden te behouden, indien zij niet functioneren. Functioneel is erg breed en doet geen recht aan de kaders gesteld in sub b. Dit moet voorkomen worden. 8. Artikel 11: dit artikel bevat een beperking t.o.v. de huidige situatie en wijkt af van wat is besproken. Voorstel nieuwe teksten: Lid 1. Toevoegen: gemeentelijke communicatiefaciliteiten (vb Blauwkai, gemeentelijke website, advies e.d.); Gemeentelijke communicatiefaciliteiten zijn van de gemeente en er kan van gebruik gemaakt worden in samenspraak/overleg met de gemeente. Het valt daarmee niet onder faciliteiten waar de adviesraad direct en in elk geval recht op heeft. Lid 2: Het college neemt jaarlijks een budget op in de begroting ten behoeve van de Adviesraad Sociaal Domein. Dit budget is bestemd voor ondersteuning (zie lid 10), deskundigheidsbevordering, communicatie, organisatie en activiteiten, als ook voor de vrijwilligersvergoeding. Onder het vergoeden van onkosten vallen kosten als communicatie en organisatie en activiteiten. Dit hoeft dan niet zo specifiek in het lid te staan, omdat er meer aspecten onder kunnen vallen. 9.

Artikel 15, lid 2 Wat betreft de leden die langer dan vijf jaar actief zijn is toegezegd dat ze nog drie jaar lid kunnen zijn van de adviesraad, tenzij dit functioneel niet verantwoord is en de continuïteit van de expertise als bedoeld in artikel 2, lid 3 in het geding is. Deze laatste toezegging kunnen we niet terugvinden in de verordening. Wordt overgenomen.

3

Categorie 2. Nieuwe items 1. Artikel 4 en 5 kunnen in zijn geheel over naar het convenant en in dit kader nader worden besproken. Bevat nu veel onduidelijkheden. Zie PS Beide artikelen betreffen hoofdlijnen die nader uitgewerkt worden in het convenant. Zijn er hierin specifieke onderdelen die jullie liever in het convenant willen zien? 2. Artikel 6, lid 2, tweede zin (verklaring omtrent gedrag). Graag motiveren of deze bepaling voor deze situatie wordt toegepast en welke type VOG wordt gevraagd in relatie tot deze adviesfunctie. Enerzijds is er begrip voor het motief betrouwbare overheid, anderzijds o.i. haaks op participatie en inclusie. In het aanvraagformulier Verklaring Omtrent het Gedrag Natuurlijke Personen (VOG NP) wordt onder 2.3 Specifiek screeningsprofiel ’55 juridische dienstverlening’ geselecteerd en onder 2.4 Algemeen screeningsprofiel ’41 verlenen van diensten (advies etc.)’. Artikel 6, lid 3-d; Waarom een bestuurslid van een politieke partij is wordt aangemerkt als een actieve politieke functie is niet toegelicht. O.i. is dit vrijwilligerswerk voor een maatschappelijke organisatie en is dit onterecht toegevoegd bij de lijst van uitsluitingen om in aanmerking te komen voor het lidmaatschap Een politieke partij heeft zitting in de gemeenteraad. Iemand die actief lid is, is betrokken bij de gemeenteraadsfractie.

Als er dan van de gemeenteraadsfractie betrouwbare informatie ontvangen wordt past het niet bij de onafhankelijkheid en neutraliteit van de adviesraad. 3. Artikel 7, lid b. Het huishoudelijk reglement is een interne aangelegenheid van de Adviesraad, en is geen bevoegdheid van het college. Ten onrechte opgevoerd als een aspect van deze verordening. Het college dient op de hoogte te zijn van de inhoud van het huishoudelijk reglement. Het opstellen en ernaar handelen ligt bij de adviesraad. 4. Artikel 8, lid 2, deelname op persoonlijke titel. Toelichting ontbreekt. Als met dit artikel impliceert dat de leden persoonlijk aansprakelijk zijn voor het advies, of hun werkzaamheden inzake de advisering, ontstaat een geheel nieuw discussiepunt. Dit releveert anderzijds bij ons de vraag of de leden zijn verzekerd tegen aansprakelijkheid en hoe/waar dit is geregeld. Persoonlijke titel impliceert niet de persoonlijke aansprakelijkheid van leden op een advies, maar betekent dat inbreng geleverd kan worden zonder dat verantwoording aan een ander afgelegd moet worden. Aansprakelijkheid is dus niet aan de orde, want uiteindelijk is de gemeente dat. Hiermee verantwoordelijkheid geven aan mensen die aan burgerparticipatie doen is niet aan de orde. 5. Artikel 9: Voorstel dit artikel in zijn geheel onder te brengen in het convenant. Bijvoorbeeld Lid 1.

De ondersteuner is geen inhoudelijke functie, en maakt in die zin geen onderdeel uit van het overleg. De adviesraad is inhoudelijk opdrachtgever voor de ondersteuner en is in die zin niet in de positie om het secretariaat van de het bestuurlijk overleg te voeren. De ondersteuner kan wel een concept verslag maken; dit verslag dient dan door de gemeente én de adviesraad gezamenlijk worden vastgesteld. Dit laatste kan worden benoemd in het convenant. Het benoemen van deze punten van art. 9 horen in de verordening. Zoals eerder benoemd worden specifieke onderdelen in het convenant uitgewerkt. 6. Artikel 10. Ondersteuning In dit artikel is vindt een vermenging plaats van de onderscheiden verantwoordelijkheden van de gemeente als facilitator en de adviesraad als inhoudelijke opdrachtgever. Tevens zijn in dit artikel bepalingen opgenomen over de uitwerking, terwijl het overleg tussen de gemeente en de Adviesraad nog niet is afgerond. Tenslotte is deze functie nog niet helemaal uitgekristalliseerd zodat er ruimte moet zijn voor aanpassingen naar bevind van zaken. Door nu zaken tot in detail vast te leggen in een verordening beperkt dit zowel het college als de adviesraad als een 4

functionele verandering gewenst is. Het voorstel is om dit artikel in zijn geheel als volgt te vervangen door een tekst met de hierna volgende inhoud: Lid 1. De gemeente faciliteert de Adviesraad Sociaal Domein een ondersteuner die van een zodanige omvang is zodat de Adviesraad Sociaal Domein op een verantwoorde wijze haar taken kan uitvoeren. Lid 2. De Adviesraad Sociaal Domein is inhoudelijk opdrachtgever van de ondersteuner. De gemeente geeft op geen enkele wijze inhoudelijke sturing aan de ondersteuner. Lid 3. De ondersteuner gaat vertrouwelijk om met informatie die hij heeft verkregen bij het uitoefenen van zijn functie. Lid 4. De taken van de ondersteuner en andere relevante aspecten worden nader uitgewerkt in het convenant. De huidige beschrijvingen zijn niet limitatief van aard en dienen terug te komen in de verordening. Dit algemene takenpakket is goed om mee te nemen in de verordening. 7. Artikel 12. Lid 3 Over de voorwaarden voor toekenning van een vrijwilligersvergoeding is nog geen overleg geweest. Voorstel om de tekst van lid 3 ‘In overleg kan de vergoeding naar rato van aanwezigheid bij vergaderingen worden bijgesteld.

Dit wordt verder uitgewerkt in het huishoudelijk reglement’ te vervangen door: Over de voorwaarden voor toekenning van een vrijwilligersvergoeding worden nadere afspraken gemaakt in het convenant.’ De huidige passage dient in de verordening te blijven staan. 8. Artikel 13. Nadere regels en huishoudelijk reglement Het huishoudelijk reglement is een interne aangelegenheid van de Adviesraad Sociaal Domein. Afgesproken is dat de gemeente zich niet inlaat met interne aangelegenheden. Voorstel om in de titel het woord ‘huishoudelijk reglement’ en de titel te vervangen door Nadere regels en convenant en de daarna lid 1 en lid 2 te vervangen door: Lid 1. Het college kan in het Convenant nadere afspraken maken met de Adviesraad Sociaal Domein ter uitvoering van het deze verordening. Lid 2 vervalt Lid 3 vervangen door nieuw lid 2: In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college, gehoord de raadscommissie Samen Leven en na daartoe advies te hebben ingewonnen van de Adviesraad Sociaal Domein en de landelijke Koepel Adviesraad Sociaal Domein.. Zie antwoord bij vraag 2.3.

5

Categorie 3. Onduidelijkheden 1. Artikel 1, definities: aantal belangrijke begrippen niet opgenomen in de definitielijst, o.a. Sociaal Domein, convenant, huishoudelijk reglement, procesdocument, signaalfunctie (expliciet gevraagde en spontaan aangereikte signalen, artikel 3 lid 3). 1ste aandachtstreepje: verandering van het aspect 'organisatorische taken' in 'praktische taken', dit is een inperking van wat is afgesproken. Voorts wisselende woordgebruik voor dezelfde functie ‘algemeen ondersteuner’, ‘ondersteuner’, ‘facilitator’. Wordt overgenomen en uitgewerkt. 2 Artikel 2 titel: er is gekozen voor de beperkte titel 'samenstelling' en niet voor de meer complete en duidelijker titel 'instelling en samenstelling'. Wordt overgenomen. 3. Artikel 3 lid 1, eerste zin: deze zin gaat over de visie op de Adviesraad. Deze visie past o.i. beter in het artikel 2 over de instelling en samenstelling van de adviesraad, en minder bij het artikel over doelstelling, werkwijze en bevoegdheden. Kunt u motiveren waarom u deze visie heeft ondergebracht bij artikel 3 en niet bij artikel 2. Wordt overgenomen. Artikel 3 lid 1. In de tekst is opgenomen om gevraagd en ongevraagd te adviseren over genoemde aspecten. Wordt hiermee bedoeld over ‘burgerschap’ en ‘inwonerperspectief’? In dit geval kunnen die aspecten beter als zodanig worden benoemd en meer smart worden geformuleerd.

Klopt deze veronderstelling? De adviesraad kijkt vanuit inwonersperspectief (positie vanuit cliënt, mantelzorger, actieve vrijwilliger zorg en welzijn en burger actief én inactief binnen sociaal domein) naar de te adviseren stukken. Hetgeen tussen haakjes wordt daarmee bedoeld. Artikel 3, lid 4a: Wat is de bedoeling van dit artikel Aangeven dat het vanuit de adviesraad niet wenselijk is om publiekelijk of schriftelijk uitspraken te doen over individuele personen, bestuurders en/of medewerkers van de gemeente om persoonlijke aanvallen te voorkomen. 6. Artikel 3 lid 1. In dit artikel wordt het begrip ‘signaalfunctie’ geïntroduceerd. Dit begrip is niet opgenomen in artikel 1 (definities), en wordt hier verder niet geëxpliciteerd. Zou het niet beter zijn om dit alsnog te doen? Klopt deze veronderstelling? Wordt overgenomen. 7. Artikel 6, lid 3 aanhef en lid 3-e. Aanhef: Ongelukkige formulering. Het aspect van vertrouwelijkheid lijkt geen adequate formulering. Vertrouwelijkheid en onafhankelijkheid komen aan de orde in artikel 8. Suggestie voor een betere formulering: Vanwege behoorlijk bestuur (good governance) en de vereiste onafhankelijkheid zijn de volgende bepalingen van toepassing: Wordt overgenomen. 8. Artikel 7.Er is toegezegd dat de thema’s inclusie en exclusie thema’s zijn die in de 4 werkgroepen expliciet aan de orde komen. Dit komt niet terug in de verordening.

Is hier een reden voor? Wordt niet zo specifiek genoemd omdat het niet de directe focus (gebied binnen sociaal domein) is van de werkgroep. Wordt mogelijk nog overgenomen. 9. Artikel 8: De titel denkt o.i. niet goed de lading. Wij stellen voor de titel te veranderen in ‘Belangenverstrengeling en onafhankelijkheid’. Lid 1. Het onderwerp ‘vertrouwelijkheid’ is reeds afdoende geregeld in artikel 6, lid 3. O. i. kan dit artikel vervallen 6

Lid 3. Eerste zin is een ongelukkige formulering. Suggestie nieuwe formulering: Leden melden (mogelijke) aspecten die kunnen leiden tot (schijn van) belangenverstrengeling vanwege hun rol binnen de Adviesraad Sociaal Domein … Lid 3, laatste zin: toevoegen: ‘…voor andere doeleinden’ Lid 4: eerste zin is een ongelukkige formulering. Suggestie nieuwe formulering: De voorzitter meldt (mogelijke) aspecten die kunnen leiden tot (schijn van) belangenverstrengeling vanwege van zijn of haar rol binnen de Adviesraad Sociaal Domein ….’ Lid 3, laatste zin: toevoegen: ‘…voor andere doeleinden’ Wordt overgenomen. 10. Artikel 11: Faciliteiten. titel vervangen door ‘Overige faciliteiten’ . De ondersteuning is immers ook een faciliteit. Wordt overgenomen.

7

PS. 1.. Artikel 4 , lid 1: overleg betreft in de eerste plaats de aankomende adviesaanvragen en verder de lopende werkprocessen. De aankomende adviesaanvragen worden inzichtelijk gemaakt middels de halfjaarlijkse planning. 2. Artikel 4, lid 2: een wat ongelukkige formulering. Is eigenlijk niet het volgende bedoeld: Het college stelt t.b.v. de Adviesraad Sociaal Domein een jaarplanning op met betrekking tot de onderwerpen die voor een adviesaanvraag in aanmerking komen. Ieder kwartaal verstrekt het college een update van deze jaarplanning. Het opstellen van een jaarplanning (dynamische lijst) is een bevoegdheid van het college, de Adviesraad heeft hierin geen verantwoordelijkheid. Wordt herschreven. 3. Artikel 4, lid 3 t/m 5: wat hier staat is zeer gedetailleerd voor een verordening. Indien er zich een verandering voordoet, moet het college terug naar de raad om de praktijk aan te passen, omdat wat hier staat ‘in beton is gegoten’. Misschien is het handiger om dit op de volgende manier op te pakken: Het college draagt zorg voor het vroegtijdig betrekken van de Adviesraad Sociaal Domein in het proces van advisering. In dit proces wordt voorzien in meerdere dialoogmomenten. Dit wordt verder uitgewerkt in het convenant en het procesdocument.

Door dit hele aspect over te hevelen naar het convenant is er meer tijd om tot zorgvuldiger formuleringen te komen, en kan er ruimte worden gecreëerd om te adequaat te handelen bij veranderende inzichten of omstandigheden. Dit zijn bepalingen op hoofdlijnen en dienen daarom in de verordening opgenomen te worden. Een specifiekere uitwerking hiervan komt terug in het convenant. 4. Artikel 4, lid 6. Het aantal reguliere vergaderingen is nu vastgesteld op maximaal 8. Indien er zich bijzondere omstandigheden voordoen kan het noodzakelijk zijn om extra vergaderingen te beleggen om hierop effectief te kunnen reageren. Verzoek om die mogelijkheid op te nemen in de verordening. Wordt verwerkt.

Verder nog twee aandachtspunten: 

De voorgestelde naam ‘Adviesraad Sociaal Domein’ is gekozen omdat het de kaders bepaald van het advies, namelijk het sociaal domein. In de voorgestelde naam vanuit de adviesraad, de ‘Burgeradviesraad Ridderkerk’ (als ik het goed heb), ontbreekt deze afbakening. Voorstel is om er dan tussen te zitten: Burgeradviesraad Sociaal Domein Ridderkerk. De adviesraad en gemeente bepalen de naam in samenspraak. De term ‘convenant’ wordt vanuit de gemeente liever niet gebruikt voor het document naast de verordening. Iets in de richting van reglement, nadere afspraken of procesdocument hebben de voorkeur. Dit kan dus nog wijzigen.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/925/documents/36300