CU en GL Antwoorden Woonruimtebemiddeling en Bestuursovereenkomst SvWrR.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Woonruimtebemiddeling en Bestuursovereenkomst Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam Algemene informatie ∗
Vragenstellers: R.M. Kooijman (ChristenUnie) en B. Ros (GroenLinks)
∗
Vergaderdatum: 30 januari 2025
∗
Portefeuillehouder: C.A. van der Duijn Schouten
∗
Datum vraag: 23 januari 2025
∗
Datum antwoord: 29 januari 2025
Vragen en antwoorden Deel 1: Over de lokale woonsituatie en woningzoekenden Vraag 1 Hoeveel woningen zijn er in 2023 en 2024 via Woonnet Rijnmond beschikbaar gesteld? En welk deel (graag in absolute aantallen en percentages) van de Ridderkerkse woningen is in 2023 en 2024 naar lokale woningzoekenden gegaan? Antwoord 1 2023
2024
Totaal aantal aangeboden woningen
453
nnb**
Totaal aantal verhuringen
440
426
Totaal aantal verhuringen aan inwoners Ridderkerk
172
nnb**
Verhuringen via directe bemiddeling
276
230
Verhuringen via directe bemiddeling aan
128
46,4%
89
38,7%
148
53,6%
141
61,3%
woningzoekenden uit Ridderkerk Verhuringen via directe bemiddeling aan woningzoekenden van buiten Ridderkerk *
Verhuringen via Woonnet Verhuringen via Woonnet aan woningzoekenden uit
2023
2024
164
196 44
26,8%
nnb**
120
73,2%
nnb**
Ridderkerk Verhuringen via Woonnet aan woningzoekenden van buiten Ridderkerk * Het betreft hier verhuringen aan woningzoekenden uit de regio Rotterdam, van buiten de regio Rotterdam of waarvan de herkomst onbekend is. ** Omdat de Monitor Woonruimtebemiddeling 2024 nog niet gereed is, beschikken we nog niet over alle cijfers over 2024. ∗
Vraag 2 Hoe verhouden aantallen beschikbaar gekomen woningen en reagerende woningzoekenden en verhuringen zich tot elkaar, uitgesplitst naar Ridderkerkse woningzoekenden en woningzoekenden van buiten Ridderkerk? Antwoord 2 De aantallen beschikbaar gekomen en verhuurde woningen zijn toegelicht in vraag 1. Uit onderstaande tabellen blijkt dat de groei van het aantal woningzoekenden naar een woning in Ridderkerk fors is gestegen, terwijl het aanbod van woningen door de jaren heen redelijk constant bleef.
*Monitor Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2023 pagina 38
*Monitor Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2023 pagina 38
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het aantal actief woningzoekenden per regiogemeente weergegeven tussen 2013 en 2023. Ten opzichte van de andere regiogemeenten is de stijging van het aantal actief woningzoekenden naar een woning in Ridderkerk zeer fors. ACTIEVEN
2023
23 tov 13
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
Rotterdam
87.878
151% 85.537 82.368 75.935 71.929 67.991 55.944 45.512 62.490 57.171 58.264
Ridderkerk
29.821
1438% 32.839 28.903 27.126 19.896 16.453 12.123
9.718
3.453
2.054
2.074
Barendrecht
18.018
228% 19.238 21.448 16.842 15.250 13.892 10.950
6.666
6.533
7.092
7.894
Albrandswaard
14.362
327% 14.244 18.808 17.642 11.139
9.095
5.526
5.181
4.612
6.280
4.398
Lansingerland
23.394
469% 15.755 20.384 18.847 15.407 11.945
9.480
6.623
7.525
4.837
4.986
Capelle aan den Ijssel
41.326
300% 38.105 34.997 35.210 26.632 20.604 17.403
9.902 11.256 12.053 13.755
Krimpen aan den Ijssel
35.063
591% 31.845 29.344 27.794 22.569 16.379 12.266
7.388
8.268
7.809
5.931
Maassluis
26.363
342% 30.396 21.756 21.510 17.411 12.857 10.441
7.482
8.846
7.612
7.718
Vlaardingen
37.438
261% 36.912 35.226 31.946 30.309 23.969 18.296 15.012 16.396 13.971 14.335
Schiedam
35.835
228% 25.771 26.851 33.932 27.719 23.808 17.021 16.321 21.285 17.803 15.702
Nissewaard
46.261
365% 39.802 38.858 34.807 29.704 24.170 19.837 14.341 15.771 13.319 12.673
In de jaren 2019 tot en met 2023 steeg het aantal woningzoekenden in de regio met 17,2%. Het aantal geadverteerde woningen steeg in die jaren met 5%.
Actief woningzoekenden * Geadverteerde woningen *
2019 90662 10876
2020 96711 10638
2021 102826 11852
*obv tabel 2.1 Monitor Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2023 pagina 5
2022 102372 11516
2023 106261 11440
2023 tov 2019 117,2 % 105,2 %
Vraag 3 In de concept antwoordbrief aan SvWrR wordt gesteld ‘U geeft aan dat wij nog niet volledig gebruik maken van de ruimte om woningen met voorrang toe te wijzen aan woningzoekenden met maatschappelijke en / of economische binding. Wij constateren dat een deel van deze ruimte gebruikt wordt voor woningzoekenden met een urgente woonvraag en herhuisvesting van bewoners van herstructureringsprojecten. Ook worden in Ridderkerk relatief veel woningen, in 2023 63% van de verhuurde woningen, toegewezen door middel van directe bemiddeling. Ongeveer de helft van deze woningen wordt ook toegewezen aan woningzoekenden met een lokale binding’. Kunt u uitleggen wat u hiermee precies wilt zeggen? Wordt hier bedoeld dat Ridderkerk de volledige benutting van het met voorrang toewijzen niet kàn benutten ivm woningzoekenden met een urgente woonvraag en vanwege herstructureringsprojecten? Antwoord 3 Ridderkerk kan de volledige 50% wel benutten, echter binnen die 50% worden ook woningzoekenden met een voorrangspositie, zoals een urgentie- of een herhuisvestingsverklaring, gehuisvest. Daardoor is er binnen de 50% minder ruimte voor toewijzing van woningen aan woningzoekenden die binding hebben met Ridderkerk maar niet urgent zijn.
Vraag 4 In de conceptbrief aan het Samenwerkingsverband staat onder andere: ‘ Wij zien dat het aantal woningzoekenden dat naar een woning in Ridderkerk zoekt de afgelopen jaren hard is gestegen. Van 12.123 actief woningzoekenden in 2017 naar 29.821 actief woningzoekenden in 2023, een stijging van 246%. Ter vergelijking, het aantal actief woningzoekenden in de gehele woonregio steeg in datzelfde tijdvak met 144%.’ Kunt u de tabel tonen (of een duidelijke verwijzing geven waar we deze tabel kunnen vinden) waaruit deze informatie blijkt, en waarin ook het aantal woningzoekenden in de andere gemeenten binnen het Samenwerkingsverband staan genoteerd? Antwoord 4 Bij het antwoord op vraag 2 is de tabel gepresenteerd met de groei van het aantal woningzoekenden in Ridderkerk. De groei van het aantal woningzoekenden in de regio blijkt uit onderstaande tabel.
*Monitor Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2023 pagina 8
Vraag 5 Is er ook een relatie tussen het aantal woningzoekenden en het aanbod van woningen? In gemeenten waar meer woningen beschikbaar komen (er meer roulatie is), is het wellicht aannemelijk dat er ook meer mensen zoeken naar een woning? Hoe verhoudt zich het aantal woningen dat in 2017 en in 2023 werden aangeboden in Ridderkerk? En hoe was die verhouding in de andere gemeenten binnen het Samenwerkingsverband? Antwoord 5 Wanneer we kijken naar het aantal aangeboden woningen en het aantal actief woningzoekenden uit vraag 2 dan lijkt dat verband er niet te zijn. Het aantal aangeboden woningen schommelt licht per jaar maar is op hoofdlijnen redelijk constant, het aantal huishoudens dat in Ridderkerk naar een woning zoekt is fors gestegen. De stijging van het aantal woningzoekenden in de regio is kleiner dan in Ridderkerk en in de regio is het aantal aangeboden woningen door de jaren heen licht gestegen.
Deel 2: Over het besluit om nu de bestuursovereenkomst niet te ondertekenen Vraag 6 Waarom heeft het college besloten nu al de bestuursovereenkomst niet te ondertekenen, in plaats van het debat over een lokaal systeem af te wachten? Antwoord 6 De vorige Bestuursovereenkomst liep op 31 december 2024 af en de nieuwe Bestuursovereenkomst is per 1 januari 2025 in werking getreden. Daarom moest een besluit over het al dan niet ondertekenen van de nieuwe Bestuursovereenkomst genomen worden voor 1 januari 2025. Vraag 7 Wanneer is het besluit in het college genomen en wat was de uiterste datum om een keuze te maken over het al dan niet ondertekenen? Antwoord 7 Het college heeft op 3 december 2024 besloten de bestuursovereenkomst niet te tekenen. Ondertekening zelf was gepland voor de regiotafel van 13 december 2024. Vraag 8 Heeft het college dit besluit vooraf afgestemd met het Samenwerkingsverband? Zo ja, wat waren de uitkomsten van die gesprekken? Antwoord 8 Het Samenwerkingsverband is meegenomen in de bestuurlijke wens van Ridderkerk om de positie van de Ridderkerkse woningzoekenden te versterken en daartoe een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem te gaan gebruiken. Vanuit het Samenwerkingsverband is aangegeven dat er geen ruimte was voor een uitzonderingspositie voor Ridderkerk.
Vraag 9 Heeft het college andere alternatieven overwogen, zoals aanvullende afspraken binnen de regionale samenwerking, om meer recht te doen aan lokale belangen? Zo nee, waarom niet? Antwoord 9 Vanuit de regio is voortdurend de insteek geweest om te komen tot een voor alle gemeenten gelijkluidende verordening met de mogelijkheid bepaalde onderdelen wel of niet te gebruiken zoals de voorrang voor vitale beroepsgroepen of het opnemen van betaalbare koop in de verordening. Het college heeft binnen deze context geen ruimte gezien om aanvullende afspraken te maken over de positie van Ridderkerkse woningzoekenden.
Vraag 10 Heeft het college overwogen om de bestuursovereenkomst voorlopig wél te ondertekenen en parallel een onderzoek naar een lokaal systeem uit te voeren? Waarom is hiervoor niet gekozen? Antwoord 10 Het onderzoek naar de haalbaarheid van een lokaal systeem is in 2024 uitgevoerd en met de commissie besproken. Op basis van de bespreking met de commissie heeft het college besloten te beginnen met de voorbereidingen voor de ontwikkeling van een lokaal systeem. Het college vond het niet logisch om een Bestuursovereenkomst te ondertekenen die uitgaat van uniforme uitvoering van woonruimtebemiddeling terwijl er gewerkt wordt aan een eigen verordening en een eigen systeem dat in de loop van 2025 operationeel moet zijn. Vraag 11 Heeft het college overwogen om bij een ander regionaal samenwerkingsverband aan te sluiten om de jaarlijkse en incidentele kosten te drukken? Bijvoorbeeld woonkeus Drechtsteden? Antwoord 11 Nee dat heeft het college niet overwogen. De lijn van het college is dat Ridderkerk weliswaar op het terrein van woonruimtebemiddeling een eigen koers wil varen maar dat het college uitvoering blijft geven aan de overige afspraken die in regionaal verband gemaakt zijn zoals de Woondeal.
Vraag 12 Kan het college uitleggen waarom de belangen van Ridderkerk beter gediend zouden zijn door een snelle exit uit de regionale samenwerking, terwijl de gevolgen op lange termijn nog onduidelijk zijn? Antwoord 12 De wens is om de positie van de Ridderkerkse woningzoekende te versterken en het college acht hiervoor een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem wenselijk. Binnen de regionale samenwerking is daar geen ruimte voor. Daarom heeft het college er voor gekozen om op het terrein van woonruimtebemiddeling niet regionaal samen te werken en een lokale huisvestingsverordening en lokaal woonruimtebemiddelingssysteem te ontwikkelen. Vraag 13 Waarom legt het college de waarschuwingsbrieven van het Samenwerkingsverband (aan de raad) en Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland (aan het college) naast zich neer? Antwoord 13 Het college heeft kennisgenomen van de brieven van het Samenwerkingsverband en de provincie. De zienswijze van het college op de brieven wordt in de antwoordbrieven door het college toegelicht.
Vraag 14 Waarom is de gemeenteraad niet eerder betrokken bij dit besluit, gezien de gevolgen hiervan? Antwoord 14 De bespreking in de commissie op 16 oktober 2024 was voor het college een zeer helder signaal. Het college is van mening dat het aangaan van deze Bestuursovereenkomst een bevoegdheid van het college is. Daarom heeft het college het besluit genomen. Vanwege het belang van dit besluit heeft het college de raad met een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Deel 3: Over de gevolgen van het niet ondertekenen van bestuursovereenkomst Vraag 15 Hoe wordt de wettelijke verplichting tot schaarsteonderbouwing en afstemming met Gedeputeerde Staten ingevuld zonder de regionale samenwerking en bijbehorende rapportages? Antwoord 15 De opdracht tot het vervaardigen van schaarsteonderzoeken en de afstemming met Gedeputeerde Staten wordt door het Samenwerkingsverband gedaan namens en in opdracht van de regiogemeenten die hier zelf verantwoordelijk voor blijven. De schaarsteonderbouwing van RIGO is reeds in ons bezit. De afstemming met Gedeputeerde Staten zullen wij zelf verzorgen. Vraag 16 Hoe verhoudt het besluit zich tot reeds gemaakte afspraken in het Regioakkoord en de Regionale Woondeal, waarin Ridderkerk als deelnemende gemeente is opgenomen? Antwoord 16 Het Regioakkoord en de Regionale Woondeal zijn voornamelijk gericht op woningbouw en woningmarktafspraken.
Deze documenten zijn in regionaal verband voorbereid. De besluitvorming over deze documenten vindt op lokaal niveau plaats. Het college acht zich verbonden aan de reeds gemaakte afspraken. Het college heeft aan de provincie aangegeven open te blijven staan voor dergelijke afspraken waarbij de besluitvorming op lokaal niveau plaatsvindt met oog voor de belangen van de Ridderkerkse woningzoekenden. Vraag 17 Hoe denkt het college de monitoring en evaluatie van woonruimtebemiddeling zelfstandig op te zetten zonder gebruik te maken van de regionale infrastructuur van het Samenwerkingsverband? Antwoord 17 Het college blijft medewerking verlenen aan het tot stand komen van de regionale monitor Woonruimtebemiddeling. Met het Samenwerkingsverband zullen wij afstemmen welke informatie
benodigd is. Bij het opstellen van een programma van eisen voor een lokaal systeem zal er ook aandacht zijn voor het vergaren van de informatie die noodzakelijk is voor monitoring en evaluatie. Vraag 18 Hoe verwacht het college invulling te gaan geven aan lokale regelgeving rond toewijzingen van woningen? Blijven de regionale regels grotendeels overeind? Hoe gaat u het proces inrichten om te komen tot een Ridderkerkse verordening? Antwoord 18 Wij richten een projectgroep in die woonruimtebemiddeling op lokaal niveau moet organiseren. Deze projectgroep zal het opstellen van een lokale huisvestingsverordening en het realiseren van een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem begeleiden. Wij verwachten in april – mei een concept-verordening aan u voor te leggen waarin de lokale keuzes zijn verwerkt. Nadat uw raad deze concept-verordening heeft vastgesteld zullen wij deze voorleggen aan Gedeputeerde Staten conform artikel 6 van de Huisvestingswet. Vervolgens zullen wij de definitieve verordening inclusief het advies van GS en onze reactie daarop ter besluitvorming aan uw raad voorleggen. Tegelijkertijd starten wij de voorbereidingen voor de aanschaf, inrichting en implementatie van het lokale woonruimtebemiddelingssysteem.
Vraag 19 Is het college voorbereid op eventuele juridische of (inter)bestuurlijke gevolgen van het niet naleven van regionale afspraken, zoals die met woningcorporaties, de provincie of in het kader van de Woondeal? Antwoord 19 In de ogen van het college is hier geen sprake van het niet nakomen van afspraken. Ook in de brieven aan de provincie en het Samenwerkingsverband benadrukken wij dat de Woondeal en het Regioakkoord wat ons betreft worden nagekomen. Het college is er zich van bewust dat er gevolgen kunnen zijn. Wanneer deze gevolgen zich voordoen zal het college naar bevind van zaken handelen en uw raad daarover informeren. Deel 4: Over de positie van Ridderkerk in de regio Vraag 20 Heeft het college al een formele reactie ontvangen van het Samenwerkingsverband naar aanleiding van het besluit om niet tot ondertekening over te gaan? Zo ja, kan de raad daarvan een afschrift ontvangen? Zo nee, wordt een dergelijke reactie nog verwacht? Antwoord 20 Nee, er is nog geen formele reactie ontvangen. Het is aan het Samenwerkingsverband of zij (formeel) reageert. Informeel heeft men nogmaals laten weten voor Ridderkerk geen uitzonderingspositie te willen maken.
Vraag 21 Heeft het college in kaart gebracht hoe omliggende gemeenten en woningcorporaties reageren op het besluit om uit de regionale samenwerking te stappen? Antwoord 21 Nee wij hebben dat niet formeel in kaart gebracht. Uit onze bestuurlijke en ambtelijke contacten hebben wij wel een beeld gekregen hoe met name omliggende gemeenten hierover denken. Vraag 22 Heeft het college over dit besluit nog ambtelijk en/of bestuurlijk gesproken met provincie en/of het ministerie van Volkshuisvesting? Hoe wordt er vanuit deze overheidslagen gekeken naar de keuze van het college? Antwoord 22 Er zijn inderdaad contacten met de provincie en het rijk. Beide bestuurslagen geven aan niet gelukkig te zijn met de keuze van het college. Tot concrete vervolgacties heeft dat nog niet geleid. Vraag 23 Uit de conceptbeantwoording van de brieven aan GS en SvWrR geeft het college aan dat ze openstaat voor regionale samenwerking als het gaat om woningmarktafspraken. Aan welke regionale tafel denkt het college deze afspraken te kunnen maken, wanneer zijn geen deel meer uitmaakt van de SvWrR? Antwoord 23 Zowel ambtelijk als bestuurlijk zijn er contacten met de provincie en gemeenten in de regio. In deze contacten zullen wij de lijn benadrukken die ook in onze antwoordbrieven staat, namelijk dat wij open blijven staan voor woningmarktafspraken met de regio en de provincie.
In onze contacten zullen wij ook bespreken hoe Ridderkerk zijn aandeel in deze afspraken bespreekbaar kan maken. Deel 5: Over de inhoudelijke keuze om een eigen lokaal systeem op te zetten Vraag 24 Wat zijn de belangrijkste beleidsmatige en/of inhoudelijke redenen voor het college om de bestuursovereenkomst niet te ondertekenen en een voorstel te doen voor een lokaal woonruimtesysteem? Antwoord 24 Het college denkt dat met een lokale huisvestingsverordening en een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem de positie van Ridderkerkse woningzoekenden verstevigd wordt. Onder andere omdat de verwachting is dat 1) zich minder woningzoekenden van buiten Ridderkerk in het lokale systeem zullen inschrijven en 2) urgent woningzoekenden van buiten Ridderkerk niet automatisch urgent zijn in Ridderkerk.
Samenwerking met betrekking tot woonruimtebemiddeling is een belangrijk onderdeel van de Bestuursovereenkomst van het SvWrR. Deze samenwerking beoogt het bieden van gelijke kansen aan alle woningzoekenden in de regio en een uniform beleid op het gebied van het verlenen van voorrang aan woningzoekenden met een urgente woningvraag (urgentieverlening). Met ondertekening van de bestuursovereenkomst zou Ridderkerk zich verbinden aan afspraken van een in de regio vormgegeven uniforme werkwijze, waarbij onder andere wordt uitgegaan van een gelijkluidende verordening en het gebruik van hetzelfde woonruimtebemiddelingssysteem (Woonnet Rijnmond). Daarom heeft het college besloten de bestuursovereenkomst niet te ondertekenen. De gevraagde uniforme uitvoering van woonruimtebemiddeling uit de Bestuursovereenkomst past niet bij het vergroten van de kansen van lokale woningzoekenden door het opstellen van een lokale huisvestingsverordening en het gebruik van een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem. Vraag 25 Welke analyses en data zijn gebruikt om de gevolgen van dit besluit voor Ridderkerkse woningzoekenden en de woningmarkt in kaart te brengen? Antwoord 25 Wij baseren ons op de cijfers uit de regionale monitor Woonruimtebemiddeling. Vraag 26 Uit het door het college gepresenteerde onderzoek op 16-10-2024 leek het college niet positief over de invoering van een lokaal systeem.
Dit werd naar onze mening ook als zodanig benadrukt door de portefeuillehouder tijdens die commissie. Heeft het college nu een andere mening? Wat is er dan gewijzigd? Antwoord 26 Het onderzoek heeft de voor- en nadelen van een lokaal systeem in kaart gebracht. Tijdens de commissie zijn deze besproken. Het was niet onze intentie om een standpunt ten aanzien van deze voor- en nadelen uit te dragen. Vraag 27 Wat betekent dit besluit voor de aansluiting van Ridderkerkse woningzoekenden op de regionale woningmarkt, bijvoorbeeld als zij buiten de gemeente willen verhuizen? Antwoord 27 Woningzoekenden uit Ridderkerk die zich buiten Ridderkerk willen vestigen kunnen zich inschrijven in het woonruimtebemiddelingssysteem van de regio of gemeente van hun voorkeur als zij voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen voor woningen die in die regio of gemeente vallen onder de aldaar geldende huisvestingsverordening. Vraag 28
Hoe worden kwetsbare woningzoekenden, zoals urgenten en uitstromers uit instellingen, in Ridderkerk adequaat geholpen zonder een uniforme regionale aanpak? Antwoord 28 Woningzoekenden die in Ridderkerk wonen en in aanmerking willen komen voor urgentie kunnen, net zoals nu het geval is, een urgentie aanvragen bij de gemeente Ridderkerk. Voor uitstromers uit een instelling geldt dit als Ridderkerk de gemeente is waar zij woonden voor de opname in de instelling, wat nu ook zo is. Vraag 29 Is het gewenste nieuwe beleid van dit college om het voor urgent woningzoekenden van buiten Ridderkerk moeilijker te maken om een woning in Ridderkerk te krijgen? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de aangekondigde regels binnen de nieuwe Wet regie volkshuisvesting? Antwoord 29 Urgent woningzoekenden van buiten Ridderkerk kunnen ook in de nieuwe situatie een urgentie aanvragen voor een woning in Ridderkerk. Deze aanvraag moet dan gedaan worden bij het college van Ridderkerk. Bij de beoordeling van de aanvraag zal dan getoetst worden of er gegronde redenen zijn om in Ridderkerk te willen wonen en niet in de gemeente waar de aanvrager woonachtig is. De Wet Versterking Regie Volkshuisvesting ziet op een verdeling van aandachtsgroepen, waaronder urgente woningzoekenden, over de gemeenten in de regio op basis van een “fair share”.
Hoe dat er precies uit komt te zien is nog niet duidelijk, net als nog niet duidelijk is hoe dat “fair share” voor Ridderkerk er dan uit komt te zien. In regionaal verband zal dan moeten worden besloten hoe die verdeling er uit komt te zien en hoe de uitvoering vorm gegeven wordt. Vraag 30 En zo ja, hoe gaat het college dan om met urgente woningzoekenden die vanuit een bijzondere woonsituatie willen terugkeren naar Ridderkerk? Antwoord 30 Zie het antwoord op vraag 29. Vraag 31 Hoe waarborgt het college dat Ridderkerkse woningzoekenden niet worden benadeeld door verschillen in regels of langere wachttijden door het verlaten van de regionale aanpak? Antwoord 31 De wachttijd op een woning, de mediane inschrijfduur, is voor woningzoekenden zonder urgentie of voorrang met 8 jaar de langste in de regio. Wij verwachten dat woningzoekenden uit Ridderkerk juist voordeel hebben bij een lokale aanpak.
Vraag 32 Hoe gaat het college eventuele negatieve gevolgen van dit besluit uitleggen aan Ridderkerkse woningzoekenden die mogelijk worden benadeeld? Antwoord 32 Zie het antwoord op vraag 31. Vraag 33 En hoe gaat het college ervoor zorgen dat woningzoekenden van buiten Ridderkerk, die nu aangesloten zijn via Woonnet Rijnmond, ook op eenzelfde wijze worden geïnformeerd als daadwerkelijk wordt overgegaan op een lokaal systeem? Antwoord 33 Wij zullen via onze eigen communicatiekanalen bekend maken hoe woningzoekenden in aanmerking kunnen komen voor een woning in Ridderkerk. Deze communicatiekanalen kunnen ook gebruikt worden door woningzoekenden van buiten Ridderkerk. Wat ons betreft is hier ook een rol weggelegd voor Woonnet Rijnmond. Vraag 34 Bij een lokaal systeem zullen Ridderkerkers die een huis buiten Ridderkerk zoeken in meerdere systemen ingeschreven worden. Dat zijn extra kosten voor onze inwoners. Is het college bereid om die extra kosten voor haar rekening te nemen? Op zijn minst voor de minima? Antwoord 34 Als Ridderkerkers een woning buiten Ridderkerk willen zoeken kunnen zij zich inschrijven in het systeem van de regio of gemeente waar ze een woning zoeken. Ze zijn niet verplicht zich dan ook nog in te schrijven in het Ridderkerkse systeem. Ze kunnen zich in meerdere systemen inschrijven, maar dat is een eigen keuze.
Deel 6: Over de kosten en baten van een lokaal systeem Vraag 35 In het raadsvoorstel wordt een fors bedrag genoemd (projectkosten 120.000 euro, jaarlijkse beheerkosten 367.000 euro). Welke baten staan hier tegenover? Met andere woorden: hoeveel Ridderkerkers gaan we jaarlijks helpen met een 367.000 euro kostend lokaal systeem? Antwoord 35 We voorzien hier ook maatschappelijke baten die zich slecht financieel laten kwantificeren. We willen zoveel mogelijk woningzoekende uit Ridderkerk helpen aan een woning in Ridderkerk. Daarnaast zullen er financiële baten zijn bestaande uit de inschrijfgelden van de woningzoekende die zich inschrijven in het systeem.
Vraag 36 In de jaarlijkse beheerkosten zit 300.000 aan personele kosten. Zijn dit kosten die de gemeente zelf kwijt is wanneer ze zelf het beheer van het lokale systeem voor hun rekening gaat nemen? Antwoord 36 Dat klopt. Vraag 37 Tijdens de commissievergadering van 16-10-2024 gaf de wethouder aan dat hij niet zat te wachten op een dergelijke taak, en dat het bijhouden van een dergelijk systeem ook geen taak voor een gemeente zou moeten zijn. Met een schuin oog werd toen al gekeken naar Wooncompas (die overigens zelf ook aangaf hier niet op te zitten wachten). Verwacht de wethouder dat Wooncompas alsnog deze taak voor de gemeente zou willen uitvoeren? En zijn dan de jaarlijkse beheerkosten van 367.000 nog steeds toereikend? Antwoord 37 Wooncompas heeft inmiddels aangegeven het lokale systeem niet te willen beheren. Vraag 38 Wooncompas gaf tijdens de commissievergadering van 16-10-2024 aan ook zelf extra kosten te hebben wanneer de gemeente Ridderkerk overstapt naar een lokaal systeem. Weet het college al hoe hoog deze kosten zullen zijn? Wie betaalt deze kosten? Antwoord 38 Wooncompas heeft hier nog niet met ons over gesproken. Vraag 39 Voor een dergelijk fors bedrag lijkt het niet meer dan logisch dat er ook goed gemonitord wordt of het lokale systeem effectief is.
Op welke wijze denkt het college dit te kunnen monitoren? Welke KPI’s zijn hiervoor geschikt? Antwoord 39 Wij zullen onder andere monitoren: 1) hoeveel woningen er naar woningzoekenden uit Ridderkerk gaan ten opzichte van de huidige situatie. 2) wat de ontwikkeling is van de mediane inschrijfduur ten opzichte van de huidige mediane inschrijfduur. 3) wat de gevolgen zijn voor de huisvesting van urgent woningzoekenden in Ridderkerk Vraag 40 Is het college het met ons eens dat zonder goede KPI’s het niet mogelijk is om de effectiviteit van een dergelijk systeem te meten, waardoor het na enkele jaren dus ook niet mogelijk is om een eventueel besluit tot verlengen (bij gebleken effectiviteit) of opheffen (bij niet behalen van gewenste resultaat) op grond van feitelijke cijfers te kunnen nemen?
Antwoord 40 Ja. Vraag 41 Net als in bijna iedere gemeente in Nederland moeten ook in Ridderkerk harde keuzes gemaakt worden ten aanzien van kosten, ook Ridderkerk zal de komende jaren fors moeten gaan bezuinigen. Vindt het college structureel veel geld uitgeven voor iets wat regionaal al zonder gemeentelijke kosten geregeld wordt nu een logische keuze? Antwoord 41 Ja, wij denken dat wij hiermee de positie van de Ridderkerkse woningzoekende verbeteren en wij vinden dat deze kosten waard.