CU antwoorden Vaststelling belastingverordeningen en tarieven 2025.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Vaststelling belastingverordeningen en tarieven Algemene informatie •
Vragensteller: R.M. Kooijman, ChristenUnie
•
Vergaderdatum: 28 november 2024
•
Portefeuillehouder: C.A. van der Duijn Schouten
•
Datum vraag: 26 november 2024
•
Datum antwoord: 28 november 2024
Vragen en antwoorden Vraag 1 Deze vraag heeft betrekking op de Onroerende Zaakbelasting. Op pag. 2 wordt aangegeven dat waardestijging van niet-woningen hoger is (1%) dan van woningen (0,2%). De Waarderingskamer sprak in juni 2024 over een verwachte stijging van 2,5-4,5% voor woningen, en voor niet-woningen 0-2,5%. Kunt u een toelichting geven op de nu gebruikte percentages? Antwoord 1 De tekst op pagina 2 van het voorstel slaat terug op de totstandkoming van de tarieven in de begroting welke u in november heeft vastgesteld. De stijgingspercentages van 0,2% voor woningen en 1% voor nietwoningen waren gebaseerd op de in juni voor Ridderkerk gegeven voorlopige schatting van SVHW. Bij het vaststellen van de definitieve OZB percentages gaan we uit van de meer recente schatting uit september. Deze bedraagt voor woningen 2,2% en voor niet-woningen 1,5%. Deze schattingen volgen na de beoordeling van de marktgegevens van verkochte woningen en niet-woningen in Ridderkerk ten opzichte van de vorige WOZ-waarden. Deze gegevens zijn specifieker dan de gegevens van de Waarderingskamer die een bandbreedte van gemiddelde waardestijgingen aangeven. Vraag 2 In de tabel bovenaan pagina 3 gaat het percentage eigenaren niet-woningen veel meer omhoog dan bij eigenaren woningen.
Wij zouden verwachten (mede in het licht van de gekozen verwachte ontwikkeling van de WOZ-waarden) dat het percentage niet-woningen veel minder sterk zou stijgen. Kunt u deze stijging toelichten?
Antwoord 2 Wat u stelt is juist, uitgaande van de voorlopige verwachte waardeontwikkeling. In de meest recente schatting stijgt de waarde van de woningen meer (2,2%) dan die van niet-woningen (1,5%) en stijgt derhalve het OZB percentage van woningen minder hard dan dat van niet- woningen. Bij de vaststelling van de definitieve OZB-tarieven geldt als uitgangspunt de meest actuele WOZ-gegevens van SVHW uit september. Op basis hiervan zijn de tarieven opnieuw berekend voor de definitieve vaststelling van de belastingverordeningen waarin deze tarieven zijn opgenomen. Vraag 3 Deze vraag gaat over het Kwijtscheldingsbeleid gemeentelijke belastingen. Waar komen de percentages 64% en 71% vandaan? Waar zijn deze waarden op gebaseerd? Antwoord 3 Het vigerend beleid ten aanzien van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen kent eengedeeltelijke kwijtschelding van afvalstoffenheffing en rioolheffing. Vóór 2023 is het gedeelte van het belastingbedrag dat in aanmerking komt voor kwijtschelding steeds in bedragen uitgedrukt. Met de overgang naar SVHW met ingang van 2023 is dit absolute bedrag herrekend naar een percentage. Dat percentage is sindsdien ongewijzigd gebleven. Hiermee is niets veranderd ten opzichte van voorgaande jaren en maakt het voor SVHW makkelijker uit te voeren.
Vraag 4 Geen vraag, maar een compliment: dit jaar ziet de tabel met tarieven afvalstoffenheffing 2025 er overzichtelijk en compleet uit! Dank voor het compliment.