CU antwoorden Plan van aanpak Jeugdhulp Ridderkerk 2025-2026.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Plan van aanpak Jeugdhulp Ridderkerk 2025/2026 Algemene informatie •
Vragensteller: Ard Haan, ChristenUnie
•
Vergaderdatum: 28 november 2024
•
Portefeuillehouder: wethouder E.M. Piena
•
Datum vraag: 26 november 2025
•
Datum antwoord: 28 november 2024
Vragen en antwoorden Vraag 1 In het beleid staat: ‘niet alle problematiek is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Ouders, onderwijs en samenleving hebben een eigenstandige verantwoordelijkheid’. Dat is zeker waar, maar een groot deel van de hulp wordt gevraagd door ouders die het echt niet meer zien zitten. Hoe stimuleert de gemeente een sterkere samenwerking met kerken, buurtinitiatieven en vrijwilligersorganisaties als aanvulling op professionele jeugdzorg? Antwoord 1 Het voorveld is essentieel. In actienummer 3 van actielijn ‘Basis op orde’ worden maatschappelijke partners in beeld gebracht. Onderliggende vraag is in hoeverre de vraag vanuit de samenleving aansluit bij het aanbod van o.a. kerken, buurtinitiatieven en vrijwilligersorganisaties. Jaarlijks sluit het wijkteam aan op het diaconaal overleg met alle voorgangers van kerken en moskeeën. Op elke school is een keer per week een wijkteammedewerker aanwezig. Ook met Facet is periodiek contact. Al jaren is er indien nodig direct contact tussen bijvoorbeeld voorgangers en de wijkteams. Kortom: de bestaande lijnen zijn kort. Vraag 2 Worden maatschappelijke organisaties zoals kerken, moskeeën en buurthuizen en scholen actief betrokken bij dit plan? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet? Antwoord 2
In de reguliere overleggen met de maatschappelijke partners worden zij geïnformeerd. Ook komt het aanbod van de betreffende maatschappelijke partners in het voorveld aan de orde. Vraag 3 De overgang van 18- naar 18+ is een kwetsbaar moment, de ondersteuning hier is maar weinig uitgewerkt. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat jongeren die 18 jaar worden niet buiten de boot vallen als hun hulp overgaat naar andere wetgeving? Worden jongeren betrokken bij het ontwikkelen van beleid rondom deze overgang? Zo ja, op welke manier? Antwoord 3 Hulpverleners houden in de werkprocessen rekening met het perspectief na 18 jaar. De hulpverlening kan in de overgangsperiode van 18-min naar 18-plus gecontinueerd worden vanuit de verlengde Jeugdwet (tot 23 jaar) of overgedragen aan de WMO, WLZ of Zorgverzekeringswet. Het plan van aanpak voorziet in het opstellen van apart beleid, werkwijze of afwegingskader om te borgen dat voorliggende wetten bij 18-plus worden benut, zodat er geen onnodig gebruik wordt gemaakt van de Jeugdwet. Deze situatie is met name bedoeld voor situaties waarbij jeugdigen bijvoorbeeld in gesloten setting de leeftijd van 18 jaar bereiken. Het uitgangspunt is dat jeugdigen actief worden betrokken bij het perspectiefplan. Dit is geregeld in de Jeugdwet.
Bij het ontwikkelen van nieuw beleid wordt de Burgeradviesraad Sociaal Domein Ridderkerk (hierna: Burgeradviesraad) hierover geraadpleegd. De Burgeradviesraad vertegenwoordigt de doelgroep jongeren. Vraag 4 Op pagina 5 geeft u aan dat Integraal werken nog ruimte voor verbetering laat zien. Kunt u een aantal voorbeelden geven? Zo ja, hoe denkt u de verbetering in gang te zetten? Zo nee, waarom niet? Antwoord 4 Een verbeterslag is te maken door goed systemisch uit te vragen of er overige zorgen zijn. Deze eventuele zorgen kunnen vallen onder verschillende wetten binnen het cluster Sociaal (WMO, Participatie) en zelfs clusteroverstijgend. Te denken valt aan het cluster Ruimte (Wonen) en cluster Samenleving (Veiligheid). Vraag 5 Op pagina 6, tweede aandachtspunt onder de kop: Beleidsmatige uitgangspunten schrijft u: “De gemeente zoekt de randen van de wet op als de kosten niet in verhouding staan tot de maatschappelijke opbrengsten.” Kunt u praktische voorbeelden geven van situaties waarin kosten mogelijk niet in verhouding staan tot de opbrengsten en hoe de gemeente daarbij de randen van de wet opzoekt? Antwoord 5 In de huidige Jeugdwet hebben we te maken met een heel ruimhartige zorgplicht. Het Rijk is voornemens de Jeugdwet aan te passen en de reikwijdte van de zorgplicht in te perken. Zolang deze wetswijziging niet
is doorgevoerd, kan de raad overwegen via de verordening de toegang tot jeugdhulp meer te begrenzen en daarmee te sturen op de kosten. De maatschappelijke dialoog die daarvoor nodig is, moet echter in eerste instantie op landelijk niveau gevoerd worden. Dit neemt niet weg dat we hier vooruitlopend lokaal ook de dialoog over kunnen voeren. Bijvoorbeeld door na te denken over de betekenisgeving van ‘eigen kracht’ en ‘gebruikelijke zorg’. Vraag 6 Bovenaan pagina 7 merkt u op dat de kwaliteit van jeugdhulp goed is, maar niet het beste. Goed is goed genoeg. Is het juist dat dit principe wordt gehanteerd om overbodige kosten te vermijden? Zo niet, hoe moet dit dan uitgelegd worden? Zo ja, hoe wordt voorkomen dat dit ten koste gaat van kwetsbare jongeren? Kunt u voorbeelden geven van mogelijke situaties waarin “het beste” werd geleverd en nu “goed genoeg” voldoende zou zijn? Antwoord 6 Vragen als deze passen in het maatschappelijk debat dat gevoerd moet worden over de reikwijdte van de huidige Jeugdwet. Die discussie wordt op landelijk niveau gevoerd, en zal uiteindelijk moeten leiden tot een wijziging van de Jeugdwet. Zie ook het antwoord op vraag 5. Vraag 7 Er wordt eveneens op pagina 7 geschreven dat politieke keuzes van invloed kunnen zijn op het bereiken van de doelen.
Doelt u op landelijke keuzes of gemeentelijke keuzes? Welke keuzes van de Ridderkerkse raad kunnen de doelen in gevaar brengen? Antwoord 7 Hier wordt o.a. bedoeld het beschikbaar stellen van financiële middelen voor jeugdhulp vanuit het Rijk en de keuzes in de reikwijdte discussie. Vraag 8 Op pagina 9 onder punt 9 staat RBOK Maatregel 26: Geen lokale hulp op regionaal contract. In bijlage 1 staat onder kostenbeheersingsmaatreglen: Geen lokale hulp op regionaal contract E. Is hier sprake van een verschrijving? En kunt u kort toelichten wat hiermee wat deze maatregel betekent? Antwoord 8 Hier is inderdaad bedoeld ‘Regionaal contract E’. De visie is ‘nabij en passend’ zorg verlenen. Het uitgangspunt is dus om lokaal zorg in te zetten. Bovendien is lokale zorg over het algemeen minder duur dan regionaal ingekochte zorg. Het komt in de praktijk voor dat bijvoorbeeld huisartsen of gecertificeerde instellingen naar het regionaal aanbod verwijzen. Gemeenten zetten in om dit te voorkomen.
Vraag 9 Achter alle projectresultaten van de drie actielijnen schuilen veel details. Details die wel belangrijk zijn om als raad een weloverwogen keuze te maken om geld al dan niet vrij te maken. Zou u per onderwerp uit de actielijn ‘de basis op orde’ kort willen aangeven wat de concrete impact is voor de jongeren en hun ouders wanneer dit resultaat behaald is. Antwoord 9 Alle projectresultaten komen voort uit de Hervormingsagenda en de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK) van de GRJR, die betrekking hebben op de lokale situatie. Wij onderschrijven deze acties en doelstellingen. In het algemeen geldt dat alle projectresultaten tot doel hebben om zorg en ondersteuning, conform de regiovisie ‘nabij en passend’, adequaat en snel in te zetten. Specifieke impact per maatregel is afhankelijk van de casus. Vraag 10 Zou u per onderwerp uit de actielijn ‘zorg’ kort willen aangeven wat de jongeren en hun ouders hiervan gaan merken, wat de concrete impact is voor de jongeren en hun ouders wanneer dit resultaat behaald is. Antwoord 10 Zie antwoord 9. Vraag 11 Zou u per onderwerp uit de actielijn ‘middelen’ kort willen aangeven concrete impact is voor de jongeren en hun ouders wanneer dit resultaat behaald is. Antwoord 11 Zie antwoord 9.
Vraag 12 Hoe waarborgt de gemeente dat de voortgang van het plan transparant is voor zowel de gemeenteraad als de inwoners? Worden er tussentijdse rapportages gepubliceerd en inspraakmogelijkheden geboden aan inwoners en maatschappelijke organisaties om bij te dragen aan de evaluatie en bijsturing van het plan? Antwoord 12 De raad wordt op de hoogte gehouden over de voortgang van het project, ontwikkelingen die van invloed zijn op het succes van het project, projectresultaten en (tussen)evaluaties. Tussentijds worden geen rapportages gepubliceerd.
De Burgeradviesraad Sociaal Domein is inmiddels geïnformeerd over voorliggend plan van aanpak. Gedurende het project wordt de burgeradviesraad op de hoogte gehouden. Op relevante elementen van het plan, zoals een aanpassing van de verordening Jeugdhulp, is inspraak mogelijk. Vraag 13 In de begroting is ruimte gemaakt voor inzet van een toegangsmedewerker: inzet projectresultaat nr.3 (Actielijn 2 ‘zorg’) Gaat het hier over inhuur voor het wegwerken van de wachtlijsten. Zo ja, over welke wachtlijsten hebben wij het dan en kunt u per wachtlijst aangeven wat de achterstanden zijn? Zo niet, kunt u toelichten waar dit wel voor bestemd is? Antwoord 13 Ja. Het gaat hier om de wachtlijst aanvragen jeugdhulp. Op de wachtlijst staan 110 aanvragen, die zijn onderverdeeld in verlengingsaanvragen (60) en nieuwe aanvragen (50). Bij de verlengingsaanvragen is al hulp ingezet en geborgd. Opgemerkt moet worden dat we bij nieuwe aanvragen triageren. Dit betekent dat urgente zaken met voorrang in behandeling worden genomen. Vraag 14 Op pagina 9 schrijft u onder het kopje: Doelstellingen in actielijn zorg, dat het hier onder meer gaat om een nauwe samenwerking met huisartsen binnen Ridderkerk.
In de RIB van 8 november 2024 waar het gaat over de evaluatie van de pilot POH GGZ jeugd staat een aanbeveling om in te zetten op uitbreiding van een praktijkondersteuner jeugd bij andere huisartsenpraktijken in Ridderkerk. Waarom is deze aanbeveling niet opgenomen in het plan van aanpak jeugdhulp 2024/2025? Bent u het er mee eens dat door de inzet van de praktijkondersteuner veel extra kosten bespaard kunnen worden? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo niet, waarom niet? Antwoord 14 Ja, bij de uitwerking actie 4 van actielijn 2 Zorg wordt deze aanbeveling meegenomen. De inzet van een POH GGZ is van belang met als doel minder jongeren naar de specialistische jeugdzorg te verwijzen.