CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

CU-antwoorden aanvullende vragen Verordening inburgering Ridderkerk 2025.pdf

Gemeenteraad RK 20 maart 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 8: Verordening inburgering Ridderkerk 2025653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Verordening inburgering Ridderkerk 2025 Algemene informatie •

Vragensteller: Lydia Vergunst, ChristenUnie

•

Vergaderdatum: 20 maart 2025

•

Portefeuillehouder: F. Stip

•

Datum vraag: 13 maart 2025

•

Datum antwoord: 19 maart 2025

Vragen en antwoorden Vraag 1 Wordt er bij de verrekening van de bestuurlijke boete op basis van artikel 19 rekening gehouden met de aflossingscapaciteit van een inburgeringsplichtige? Antwoord 1 De Wet Inburgering en de bijbehorende uitvoeringsregeling hanteren een gefixeerd boetestelsel* met vaste boetebedragen per overtreding, waar de gemeente niet van mag afwijken. De gemeente heeft geen bevoegdheid om de boetes te matigen op basis van de aflossingscapaciteit van de inburgeringsplichtige. Echter, op grond van artikel 5:46, leden 2 en 3, van de Algemene wet bestuursrecht, kan de boete wel worden gematigd als de betrokkene aannemelijk maakt dat de boete onevenredig hoog is gezien de bijzondere omstandigheden van het individuele geval, zoals verminderde verwijtbaarheid, beperkte ernst van de overtreding en geringe financiële draagkracht. Hoewel de meeste asielstatushouders een geringe financiële draagkracht kunnen aantonen, is dit op zichzelf onvoldoende juridische grond om te matigen, omdat dan de boete nooit zou worden opgelegd. De Raad van State heeft, onder verwijzing naar Europees recht, overwogen dat het bestuur en de rechter in beginsel moeten uitgaan van de door de wetgever vastgestelde bestraffende sancties. Terughoudendheid moet betracht worden bij het matigen van de boete omdat daardoor de expliciete keuze van de wetgever niet wordt gerespecteerd.

*Onderstaand de relevante wetsartikelen •

Wet inburgering 2021 – hoofdstuk 7

•

Besluit inburgering 2021 – hoofdstuk 7

•

Regeling inburgering 2021 - hoofdstuk 7

•

Algemene wet bestuursrecht - artikel 5:46

Vraag 2 Hoe wordt er omgegaan met de fictieve draagkracht als er sprake is van preferente schulden? Hoe voorkomen we dat een inburgeringsplichtige in deze situatie onder het wettelijk minimum komt? Antwoord 2 Bij de verrekening van bestuurlijke boetes met de bijstandsuitkering wordt doorgaans rekening gehouden met een fictieve draagkracht van 5% van de toepasselijke bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag. Wanneer een inburgeringsplichtige te maken heeft met preferente schulden, kan dit de financiële draagkracht verder beperken. Hoewel de wet geen specifieke bepalingen heeft voor het aanpassen van de fictieve draagkracht in dergelijke situaties, is het belangrijk dat gemeenten bij de verrekening van boetes zorgvuldig omgaan met de financiële situatie van de betrokkene. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de standaard fictieve draagkracht in deze specifieke situatie passend is, of dat aanpassing nodig is om te voorkomen dat de inburgeringsplichtige onder het sociaal minimum komt. Door maatwerk toe te passen en rekening te houden met de individuele omstandigheden, kan de gemeente ervoor zorgen dat de inburgeringsplichtige niet onder het wettelijk minimum terechtkomt bij de verrekening van bestuurlijke boetes.

Vraag 3 Kunt u zich vinden in de wijziging van artikel 19 zoals weergegeven in het onderstaande tekstvoorstel? Waarom wel/niet? Tekstvoorstel artikel 19 Verordening inburgering Ridderkerk 2025: Artikel 19 lid 1: (blijft gelijk) De gemeente kan de bestuurlijke boete die op grond van de wet aan de inburgeringsplichtige is opgelegd, verrekenen met de algemene bijstandsuitkering. Onder verrekenen wordt in dit artikel verstaan verrekenen zoals geregeld in artikel 4.93 van de Awb. De gemeente houdt hierbij rekening met een fictieve draagkracht van 5 procent van de bijstandsnorm die van toepassing is, inclusief vakantietoeslag. Artikel 19 lid 2: Bij het verrekenen van de bestuurlijke boete op grond van lid 1 wordt rekening gehouden met de aflossingscapaciteit van de inburgeringsplichtige met dien verstande dat deze niet onder het sociaal minimum komt.

Antwoord 3 Het toevoegen van lid 2 aan artikel 19 is niet wenselijk, aangezien noch de Wet Inburgering noch de Algemene wet bestuursrecht de gemeente de bevoegdheid geven om (beleids)regels op te stellen over het matigen van boetes. Bovendien is aflossingscapaciteit geen zelfstandige grond om te matigen in de Awb of jurisprudentie, maar een van de omstandigheden die kan worden afgewogen vanuit het beginsel van financiële draagkracht. Daarom is het aanpassen van artikel 19 in de voorgestelde vorm niet in lijn met de huidige wet- en regelgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1151/documents/40370