CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept nota beantwoording wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag.pdf

Commissie Samen leven RK 4 maart 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Ter kennisneming: overige stukken76.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 9

Er wordt overigens helaas niet duidelijk ingegaan op het feit dat de verwarmingsbronnen voor het water overwegend ten behoeve van RES-1 zou moeten worden gedaan, zelf voortvarend aan de slag te gaan, de verdere ontwikkelingen geen schone bronnen zijn en voor een deel op termijn ook zullen moeten verdwijnen. De Rotterdamse haven maakt geen onderdeel uit van de concept-RES. Daarmee is in het verband van de voorliggende concept-RES onduidelijk hoe de transitie van de verwarmingsbronnen zal gaan plaatsvinden. Een niet onbelangrijk aandachtspunt is dat het met de RES met belangstelling volgend. Dat geldt temeer distributiebedrijf, dat wordt ingeschakeld, het monopolie voor de levering heeft. Warmte in gebieden zonder warmtenet Het gebruik van restwarmte zal (slechts) voor een deel omdat er bij de energietransitie zaken moeten worden van de gemeente kunnen worden ingezet. De andere delen van de gemeente zullen het overwegend moeten doen met elektrische systemen. Ook hierdoor zal het gedaan met partijen, die er toe doen. Elektriciteitsproductie elektriciteitsgebruik na het beëindigen van de 3 gasdistributie behoorlijk toenemen.

Daar komt bij dat vooral in de oudere woningvoorraad en oudere bedrijfspanen concepten Een belangrijk landelijk knelpunt is dat veruit de grootste als het gebruiken van elektrische warmtepompen en het “0 op de meter principe” moeilijk of alleen tegen zeer hoge kosten te realiseren zijn. Het op lage temperatuur hoeveelheid aan elektriciteit in Nederland wordt opgewekt verwarmen vraagt immers een zeer grondig geïsoleerd pand, vloerverwarming en radiatoren die met lage temperatuur goed kunnen functioneren. In de nieuwbouw en in gasgestookte energiecentrales. Aan deze manier van intensieve renovatie kan dat van meet af aan worden meegenomen, maar voor de bestaande voorraad ligt dat echt anders. Dat kan tot gevolg hebben dat, als er geen nieuwe produceren zal een einde moeten komen, zowel om redenen slimme en innovatieve alternatieven komen, velen zullen gaan beslissen om als het gas verdwijnt (naast elektrisch koken) over de stappen op een elektrische CV ketel. Die is heel eenvoudig in te passen, is niet heel erg duur, maar vraagt wel veel stroom. Of die transitie veel duurder gaat worden, dan men nu betaalt, hangt af van het elektriciteitstarief van het gas, als de CO2 uitstoot. In het door het kabinet uitgewerkte klimaatakkoord wordt ervan uitgegaan dat In van de private productie van wind- en zonenergie en van de distributiebedrijven.

Omdat het landschap hiervan nog verder versnipperd dreigt te gaan worden, zou een en ander wel eens averechts kunnen gaan uitpakken. Maar dat neemt niet weg dat het verstandig is om er rekening mee te houden, dat in de bestaande wat oudere bebouwing om de 2030 70 procent van alle elektriciteit komt uit hernieuwbare investeringskosten laag te houden massaal op elektrische CV ketels zal worden overgestapt en dat dit een toename van de elektriciteitsvraag met zich mee zal brengen. Lokale bronnen, dat wil zeggen met windturbines op zee en land en elektriciteitsnet Er is zeer waarschijnlijk een grondige update nodig van het stedelijke elektriciteitsnet. De concept-RES doet er melding van dat de knelpunten bij wijze van met zonnepanelen op daken en in zonneparken. De spreken onder schot zijn, maar wie er nu de regie heeft, anders dan de netwerkbeheerder, en hoe die wordt aangestuurd is onduidelijk. Voor de gemeente is het van belang conceptRES gaat uit van een regionale bijdrage aan de proactief te acteren om te voorkomen dat Rijswijk bij de uitvoering achteraan gaat lopen. Groene waterstof en biogas Tenslotte. Ik vind het jammer dat in de concept-RES een nationale opgave met een bandbreedte van 3,2 – 2,8 TWh afwachtende houding wordt ingenomen ten aanzien van groene waterstof en biogas.

Dat is wat opmerkelijk, omdat dit goede alternatieven zijn voor fossiele brandstoffen, aan grootschalige wind- en zonne-energie (tot 2030), dat is bijvoorbeeld ook voor het vrachtverkeer. En als tweede voorbeeld: groene waterstof kan in principe, met enige aanpassingen van branders e.d., gebruikmaken van het bestaande gasnet. tussen de 9 en 8 % van de nationale opgave.

N.a.v. de bekendmaking m.b.t. bovenstaand onderwerp in ‘Groot Rijswijk’, dd. 3/9 stuur ik u hierbij mijn input. Gelet op de datum hoop ik dat deze informatie toch nog meegenomen kan worden. Een opvallend (positief) punt in de bijbehorende stukken vond ik dat er gekozen wordt voor een aanpak die (o.a.) past bij de inwoners. Omdat niet iedere inwoner hetzelfde is betekent dit in mijn ogen dat we t.z.t. een keuze kunnen maken uit een aantal energiebronnen. Kijkend naar de huidige ontwikkelingen m.b.t. warmtenetten in bijv. Amsterdam (Sluisbuurt/Bijlmer) heeft dit grote voordelen; inwoners gaan soepeler mee in de plannen en gemeenten zijn minder tijd/energie kwijt aan lobby/rechtszaken. Het resultaat: een snellere transitie naar een schonere energievoorziening. Lang verhaal kort: leg straks niet 1 oplossing op aan ons als inwoner. Alvast bedankt en succes met dit lastige onderwerp

53

Antwoord In deze inbreng is een brede kijk terug te zien op tal van elementen die een rol spelen in de energieopgave, dank daarvoor. Veel van deze elementen zullen herkenbaar in de RES 1. terugkomen. Niet limitatief zal hieronder op enkele elementen worden ingegaan. Het pleidooi om lokaal niet te wachten op de RES wordt herkend en is leidend in de regionale aanpak. De RES versterkt datgene wat er lokaal al gebeurt en biedt inzichten, kennis en gezamenlijke kansen voor versnelling/versterking van de aanpak. Innovatie wordt aangehaald, meer specifiek getijdencentrales. De RES kent en horizon tot 2030 en wordt geacht inzicht te geven in die duurzame energiebronnen (elektriciteit) die ook tot die tijd een significante bijdrage kunnen leveren aan de energiedoelen van de regio (en Nederland). Innovatie, ook getijdencentrales hebben nog een aanloop nodig om in die scope me te kunnen. Neemt niet weg dat áls dit een vlucht neemt het in een herijking van de RES meegenomen kan worden. Dat vindt iedere 2 jaar plaats. Zon op daken zal ook in de RES 1.0, conform de geuite wens een grote factor zijn in de regionale aanpak. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor gemeenten. Die bieden de randvoorwaarden voor een stevige aanpak, de regio kan daarbij ondersteunen in b.v.

kennisdeling en ondersteuning bij processen die bovengemeentelijk zijn en met stakeholders die ook in andere gemeenten een rol hebben zoals de koepels van woningbouwcorporaties. De geuite wens om de warmtevoorziening via o.a. de Warmtelinq verder te brengen staat stevig in de RES 1.0. Daarbij wordt terecht onderkend dat voor een soepele realisatie de randvoorwaarden er nog niet allemaal zijn. Het gaat dan om aanwijzingsbevoegdheden voor gemeenten maar ook om goede wettelijke basis om te kunnen omgaan met monopolyposities. In de RES 1.0 wordt daarbij nadrukkelijk geothermie én restwarmte benoemd als belangrijke pijlers voor de warmtetransitie. De afstemming tussen de RES en het Rotterdamse havengebied krijgt steeds meer vorm doordat er ook een energiestrategie voor het havencluster moet komen. Die strategie gaat ook over de verduurzaming van bronnen en inzet van waterstof in de procesindustrie. Daarop kan de RES inspelen met regionale aanpak. Ook wordt de relatie tussen warmteopties in woningen en kosten nader geduid. Hoe daarmee wordt omgegaan krijgt met name vorm in de warmte transitievisies die gemeenten maken. Dat gaat dan ook over isolatie, aanpassingen in de installatie en financiering daarvan. Tot slot wordt de positie van biogas en groene waterstof aangehaald. In de RES 1.0 is opnieuw onderzoek gedaan naar de mogelijke kansen van beide gassen in de gebouwde omgeving.

Dat heeft niet geleid tot een wezenlijk ander regionaal standpunt. De toepassingen buiten de gebouwde omgeving, zoals zwaar transport en procesindustrie zijn veel aannemelijker op de korte en middellange termijn.

Elektriciteit

Hartelijk dank voor uw standpunt. In de RES 1.0 wordt m.n. vanuit de inhoudelijke mogelijkheden naar de i.c. warmteopties gekeken. Dat resulteert erin dat gemeenten inzicht krijgen in de kansen die er zijn buiten de gemeentegrenzen en daarmee kunnen werken aan goed, passende aanpakken voor het verduurzamen van de warmtevraag van woningen. Daarbij is de gemeentelijke aanpak bepalend en kosten voor de inwoners/huiseigenaren spelen een belangrijke rol. Daarbij is het streven om die optie aan te kunnen bieden die zowel bijdragen aan de co2 doelen als betaalbaar zijn. Daarbij kan het zijn dat er soms verschillende keuzes te maken zijn en soms zullen die keuzes beperkter zijn. De regio onderschrijft het belang van participatie bij het creëren van draagvlak. In de RES 1.0 zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan verschillende doelgroepen, verschillende niveaus van participatie en de mogelijkheden dit te stimuleren. Daarmee is communicatie en participatie primair aan gemeenten. De regio kan daarbij een faciliterende rol spelen. De regio onderschrijft de opvatting dat zon langs infrastructuur een belangrijke rol moet innemen en daarom brengen wij dit in de RES 1.0 maximaal tot uitdrukking. Tevens benoemen wij ook de kansen voor wind langs infrastructuur.

Wel moet rekening gehouden worden met het feit dat we voor de uitvoering van zon en wind langs infrastructuur afhankelijk zijn van andere partijen, zoals bijvoorbeeld Rijkswaterstaat. Daarnaast zullen we structureel monitoren welke technieken ver genoeg zijn om een significante rol te spelen in het energiesysteem. Zodra technieken - zoals zon op gevels - ver genoeg zijn, nemen we ze mee in de tweejaarlijkse actualisatie van de RES. We zien potentie voor het ontwikkelen van windenergie in Hoek van Holland. Het zoekgebied wordt in de RES 1.0 breed aangegeven. Binnen het brede zoekgebied zal in het proces dat volgt op de vaststelling van de RES 1.0 door de gemeente nauwkeurig in beeld worden gebracht welke locaties daarvoor het meest geschikt zijn. In dat zoekproces toetsen we ook nadrukkelijk aan ecologische randvoorwaarden. Duingebieden vinden we geen geschikte locaties voor windmolens. We delen dus uw opvatting dat windmolens in het duingebied bij Hoek van Holland onwenselijk zouden zijn.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 137

Organisatie Rotterdam

138

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering Kleinschalige windmolens op bedrijventerreinen:

Toelichting Naast het zoeken naar nieuwe locaties voor windparken maken ook repowering en wind op industrieterreinen een belangrijk onderdeel uit van het realiseren van de ambities voor de regio. Voor individuele windmolens zijn de Rotterdamse industrieterreinen ook potentiegebied. In het traject naar de RES 1.0 moet er ook aandacht komen voor ondersteuning van ondernemers om kleinschalige windmolens te realiseren.

Rotterdam

Relatie met verduurzaming van de haven:

Rotterdam ziet het echter als gemiste kans dat het havenindustrieel complex buiten de reikwijdte van de RES valt, Algemeen aangezien daar de grootste uitdaging in onze regio ligt om te vergroenen. In de uitwerking van de RES 1.0 zien we graag de relatie met de verduurzamingsopgave van het havenindustrieel complex terugkomen.

139

Rotterdam

Rekening houden met vogeltrek:

Wij vragen de vogeltrek en andere milieuaspecten zo vroeg als mogelijk mee te wegen bij het aanwijzen van Elektriciteit windlocaties in de zoekgebieden. Daarnaast willen wij dat er in het traject naar de RES 1.0 onderzocht wordt of er aangesloten kan worden bij initiatieven die aanvaringen tussen vogels en windmolens tijdens de vogeltrek proberen te voorkomen.

140

Rotterdam

Concreet uitwerken hoe restwarmte in de regio te benutten:

De restwarmte die wij in Rotterdam ter beschikking hebben moet zo goed en snel mogelijk in de rest van de regio Warmte ingezet kunnen worden. Vanuit de gemeente Rotterdam vinden wij het belangrijk dat er samenhang komt tussen de bestaande en toekomstige transportleidingen in de regio en dat er afspraken gemaakt worden hoe we hierin met elkaar samenwerken.

141

Rotterdam

Geen biomassa in de RES

Voor ons vormen de Rotterdamse visie duurzame biomassa en het SER-advies “biomassa in balans” het vertrekpunt om de inzet van biomassa in de RES te beschrijven. Vanuit de visie en het advies wordt de voorkeur gegeven aan het benutten van (duurzame) biomassa als grondstof in plaats van brandstof. We zien dat uitgangspunt graag vertaald in de RES 1.0.

Brandstoffen

142

Rotterdam

Kansen voor Rotterdam als waterstofhub:

Brandstoffen

Het Havengebied maakt formeel geen onderdeel uit van de RES, maar is voor de ontwikkelingen rondom waterstof wel degelijk relevant. We zullen deze kansen prominenter naar voren laten komen in de RES 1.0.

143

Rotterdam

Een definiëring van groengas:

Door de sterke uitgangspositie van de Rotterdamse haven met onder meer de huidige energiestromen en de ervaring met de productie van waterstof, het werk dat is verricht in het kader van het Rotterdams Klimaatakkoord en de samenwerking met het Havenbedrijf en andere regionale partijen, is Rotterdam goed gepositioneerd om een zeer sterke waterstofhub te worden in Noordwest-Europa. Wij vertalen deze ambitie graag naar de RES 1.0. De Concept RES beschrijft de inzet van groengas als duurzame transitiebrandstof. Wij werken in het traject naar de RES 1.0 graag samen aan een verdere definiëring van groengas, waarbij we ingegaan op de vervaardiging, gebruik van natuurlijke bronnen en de (indirecte) uitstoot van koolstofdioxide.

Brandstoffen

De zorgen over de duurzaamheid van de bronnen voor biomassa zijn terecht. De Rijksoverheid werkt hierom met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa. Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie. In de RES 1.0 zullen we aansluiten bij deze definitie.

54

Thema Elektriciteit

Antwoord In het Energieperspectief 2050 is repowering meegenomen. Ook in de verhaallijn bedrijventerreinen is in de concept RES-rekening gehouden met energieopwekking, al is dat regionaal beperkt tot zonne-energie. Dat neemt niet weg dat er lokaal breder gekeken kan worden en windmolens tevens inpasbaar zijn. Het realiseren van kleine windmolens is op dit moment nog geen onderdeel van de scope van de RES-aanpak maar kan dat zeker zijn in de gemeentelijke aanpak. Productie die daaruit voortkomt telt mee in de regionale ambitie en monitoring. Indien daarin ontwikkelingen zijn, zowel in techniek als kansen voor grootschalige toepassing nemen we dat mee in de tweejaarlijkse actualisatie van de RES. Bij de totstandkoming van de opdracht van de RES is expliciet gekozen om de energievraag-kant van het HIC buiten beschouwing te laten (1. Vanwege disproportionele omvang, 2. Vanwege eigen aanpak/proces aan de klimaattafel Industrie en de te vormen Cluster energiestrategie (CES). Wel is afgesproken om de uitwisseling van energie en de regionale meerwaarde mee te nemen in de RES, dat wordt o.a. op de thema's warmte en brandstoffen expliciet en intensief gedaan.

In de RES 1.0 (en daarna) zullen we bij de concretisering van de zoekgebieden vogeltrek en andere milieuaspecten nadrukkelijk meewegen, zodat bij de uitwerking per gebied een integrale afweging kan worden gemaakt waar alle betrokken partijen, technische inzichten en initiatieven worden meegenomen. In de RES 1.0 zal het gebruik van restwarmte een belangrijke plek innemen. Uiteindelijk is het wel aan gemeenten zelf om te bepalen op welke manier en wanneer ze deze restwarmte gaan benutten. Alle gemeenten in de regio zijn meegenomen bij de onderzoeken die nu in het kader van de RES 1.0 plaatsvinden naar de kansen van bovengemeentelijke warmte-uitwisseling. In het onderzoek worden de bestaande leidingen als uitgangspunt genomen, waarbij restwarmte uit de haven naast aardwarmte de belangrijkste bron is. Ondanks de overschakeling van de industrie naar duurzame bronnen zal in de industrie veel warmte vrij blijven komen. Om goed zicht te hebben op de beschikbaarheid van restwarmte op de lange termijn wordt nu verder onderzoek gedaan. Op basis van de resultaten zullen de cijfers over de beschikbaarheid richting RES 2.0. worden geactualiseerd.

Wij onderschrijven de uitgangspunten van het Duurzaamheidskader Biogrondstoffen gezien deze voortbouwt op het SER-advies ‘Biomassa in Balans', waarbij biomassa zoveel mogelijk wordt ingezet voor een hoogwaardige toepassing (als biogrondstof) en niet/ zo min mogelijk als laagwaardige toepassing, zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 144

Organisatie Rotterdam

145

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering Aandacht voor biodiversiteit:

Toelichting Gelet op de afnemende biodiversiteit, vragen we aandacht voor de ambitie om met beleidskeuzes in de RES biodiversiteit niet te verstoren en waar mogelijk te verbeteren.

Thema Algemeen

Antwoord De regio herkent en onderkent het belang van biodiversiteit in de energietransitie. Het maakt onderdeel uit van een scala aan aspecten die een rol kunnen spelen bij energieprojecten. Bij de ontwikkeling van (schone) energieprojecten moet biodiversiteit vanzelfsprekend een rol spelen en onderdeel vormen van de zorgvuldige afwegingen die gemeenten maken rond projecten. Het is uiteindelijk aan gemeenten zelf te bepalen in welke mate dat wordt gedaan.

Rotterdam

Positieve neveneffecten van de energietransitie:

De reductie van de CO2-uitstoot is het voornaamste doel van de energietransitie. Deze en onder andere Algemeen fijnstofreductie hebben ook aanzienlijk positieve gezondheidseffecten. Daarnaast kan er met de energietransitie ook bijgedragen worden aan het terugdringen van energiearmoede wanneer er gewaakt wordt over de betaalbaarheid. Naast de opgave en de stappen in de energietransitie die worden voorgesteld in de RES, zouden ook positieve neveneffecten sterker benadrukt moeten worden.

146

Rotterdam

Aandacht voor hittestress en koeling:

Vanwege klimaatverandering wordt ingeschat dat de vraag naar koeling (explosief) zal toenemen wat een groot Algemeen effect kan hebben op (o.a.) de behoefte aan schoon opgewekte elektriciteit. Wij vinden dat hittestress en koeling een prominentere rol moet krijgen in het hoofdstuk Warmte van de RES 1.0.

29

Schiedam

Ruimtelijke implicaties

De ruimtelijke implicaties van een duurzame energievoorziening zijn terecht benadrukt in de concept RES. Echter Algemeen ontbreekt het op lokaal niveau vaak aan specifieke kennis om in samenwerking met stedenbouwkundigen, planologen en landschapsarchitecten, de inpassing van deze systemen verder te kunnen concretiseren. Het regionale samenwerkingsverband kan worden versterkt door bijvoorbeeld een specialistengroep te organiseren die de gemeenten uit deze regio kan ondersteunen bij het maken van de juiste keuzes.

30

Schiedam

Duurzame alternatieven & ecologische implicaties

De waardevolste energiebronnen en -dragers in een duurzaam energiesysteem zijn degene met de meeste opbrengst i.c.m. de minste negatieve consequenties voor mens en milieu. Echter zijn er verschillende nieuwe alternatieven waarbij vraagtekens worden gezet m.b.t. de ecologische voetafdruk. Het is zaak om hier een beter beeld van te krijgen, alvorens een gedegen afweging kan worden gemaakt betreft hoe en in welke mate de nieuwe technieken in de regio kunnen worden geïmplementeerd. Enkele voorbeelden zijn:

Wij zijn het met u eens dat de reductie van CO2-uitstoot en fijnstof positieve gezondheidseffecten kent, dit vormt de basis van de transitie die we doormaken. In de Concept-RES kwam dit aan bod in algemene bewoordingen. In de RES 1.0 zullen we nadrukkelijker aandacht besteden aan de positieve neveneffecten van de energietransitie. Koeling is een onderbelicht onderwerp in de RES, terecht dat u dit onderwerp aankaart. We zetten dit onderwerp op de agenda voor de RES 2.0. Hittestress is overigens voor een groot deel een lokale aangelegenheid, met de eigen ruimtelijke inrichting (meer groen minder stenen/asfalt) kan de stad hitte-eiland - effecten fors verminderen. Ook de bouw van woningen en de aanleg van groene daken verminderen de hittestress in de stad. Om de RES verder te ontwikkelen is het belangrijk dat eenieder in staat is zijn/haar bijdragen te leveren. Daar waar de regio kan ondersteunen, kunnen we onderzoeken of deze ondersteuning geboden kan worden. We staan met elkaar voor deze opgave. Suggesties als deze, die zien op de realisatiefase na vaststellen van de RES 1.0 kunnen onderdeel worden van een uitvoeringsstrategie. Deze zal na vaststelling van de RES 1.0 nader worden uitgewerkt. In de RES wordt van energiebronnen gebruik gemaakt van die bronnen die voldoende 'volwassen' zijn en opschaalbaar zijn. E.e.a. bezien vanuit de regionale beschikbaarheid daarvan.

De beoogde mix van die bronnen is in het Energieperspectief 2050 weergegeven en is nog altijd de onderlegger onder de regionale aanpak. Deze aanpak is gebaseerd op feitelijke informatie en analyse, niet o.b.v. meningen. Innovaties van nu kunnen in de toekomst breed toepasbaar zijn. Die informatie is echter pas beschikbaar als dat moment er is en dat is niet nu. Daarom zullen bepaalde keuzes minder succesvol blijken dan andere en dat vraagt om aanpassingsvermogen en tevens inzet op die aspecten die nu met een voldoende mate van zekerheid gerealiseerd kunnen worden. Iedere 2 jaar wordt de RES herijkt en is er een natuurlijk momentum om die innovaties die er klaar voor zijn een grote(re) rol te geven in de strategie.

Algemeen

Groengas: de biomassa benodigd voor groengas kan worden verkregen vanuit diverse bronnen. In de position paper brandstoffen wordt bijvoorbeeld kroos, maaisel en bagger genoemd als nieuwe potentiële bron. Voor een provincie waar de natuur al flink onder druk staat, roept dit de volgende vragen op. Wat is het effect van systematische onttrekking van organisch materiaal op een toch al broos ecosysteem? Bestaat het risico dat de ecosystemen en biodiversiteit in de regio hiermee nog verder onder druk komen te staan? Welke bronnen van biomassa zijn het minst schadelijk voor mens en milieu, en welke het meest? Geothermie en WKO systemen: bij het aanleggen van bodemenergiesystemen kan bodemverontreiniging de diepere water vervoerende lagen infiltreren die voor drinkwatervoorziening worden gebruikt. Bij geothermie en gesloten energiesystemen worden er chemische additieven gebruikt die kunnen gaan lekken, aldus Drinkwaterplatform. De gemeente Schiedam vraagt aandacht voor de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) en de aanvullende Strategische Voorwaarden (ASV’s) waar de drinkwatersector en de provincies momenteel aan werken. Water-, golf- en getijdekracht: zijn voorbeelden van alternatieve manieren van energie opwekking die onuitputtelijk zijn en waarbij geen schadelijke stoffen vrijkomen.

Wel dient rekening gehouden te worden met het leven onderwater bij het implementeren van dit soort technieken. In de concept RES lijkt energie uit waterkracht vooralsnog geen rol te spelen. Gezien de potentie van wateren en waterwegen in de regio is dit een gemiste kans, daarom pleit Schiedam voor een haalbaarheidsstudie van deze bron in aanloop naar een RES 2.0.

31

Schiedam

Gedrag

Het is duidelijk dat middelen, kennis en kunde bij menig gemeente ontbreken om meer inzicht te krijgen in bovengenoemde kwesties. Desalniettemin is diepere kennis over de nieuwe alternatieven van essentieel belang. Zo vergroten we de kans dat de keuzes die we nu maken voor de toekomst, in de toekomst de juiste keuzes Gezien de vaak paradoxale vraagstukken inherent aan het gebruik van energie (in welke vorm dan ook), lijkt Algemeen energiebesparing misschien wel de meest effectieve oplossing om klimaatverandering tegen te gaan. Energiebesparing wordt volgens de concept RES nagenoeg uitsluitend gerealiseerd door isolatie van gebouwen. Alhoewel het belang van goede isolatie evident is, valt minstens een vergelijkbare besparing te behalen met kleine aanpassingen in het dagelijks gedrag. Hier staat in de concept RES weinig tot niks over geschreven. Derhalve pleit Schiedam ervoor dat de component ‘gedrag’ meer aandacht verdient in de RES 1.0. Momenteel ontstaan er nieuwe initiatieven, zoals www.iedereendoetwat.nl van de RVO, die op duurzaam gedrag aansturen. Door deze initiatieven regionaal en lokaal meer te stimuleren blijft het duurzame energievraagstuk niet alleen een technische aangelegenheid, maar is het ook een collectieve missie voor een beter en gezonder leven waar iedereen aan kan bijdragen.

55

Gedrag is, naast isolatie, inderdaad een component met invloed op de energievraag. De RES regio is hierbij echter niet het juiste schaalniveau om deze gedragsbeïnvloeding te realiseren. Wij zien dit meer als een taak van de nationale overheid of van lokale campagnes. Aangezien het effect van gedragsaanpakken nog ongewis is, is hier in de RES geen expliciete rekening mee gehouden.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 32

Organisatie Schiedam

Onderwerp/steekwoorden Kaarten

33

Schiedam

Leesbaarheid

34

Schiedam

Omrekentabellen/voorbeelden

226

Schiedam

Inleiding op alle wensen en bedenkingen van Schiedam (filter op Schiedam om deze te zien)

227

Schiedam

227+228+229 hoort bij elkaar

228

Schiedam

227+228+229 hoort bij elkaar

229

Schiedam

227+228+229 hoort bij elkaar

230

Schiedam

230+231+232+233 hoort bij elkaar

231

Schiedam

230+231+232+233 hoort bij elkaar

232

Schiedam

230+231+232+233 hoort bij elkaar

233

Schiedam

230+231+232+233 hoort bij elkaar

234

Schiedam

235

Schiedam

Nawoord op alle wensen en bedenkingen van Schiedam (filter op Schiedam om deze te zien)

Korte formulering

Toelichting De kaarten in de concept RES zijn aan de kleine kant en vaak niet duidelijk uit te lezen. Waar het gebiedsontwikkelingen betreft acht Schiedam het wenselijk om in de RES 1.0 met grotere en gedetailleerdere kaarten te werken die meer tot de verbeelding spreken.

Thema Algemeen

Antwoord Dank voor de input. Leesbaarheid en aantrekkelijkheid heeft een belangrijke rol gespeeld in het (doelgroepgericht) schrijven en opmaken van het product RES 1.0. Het blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een samenvatting. in de RES 1.0 hebben we meer aandacht voor de leesbaarheid van het gehele stuk, inclusief de kaarten. Met zowel detaillering als de omvang is rekening gehouden. Momenteel vertoont de concept RES veel tekstuele herhalingen die de leesbaarheid van het document niet ten goede Communicatie komen. Het participatieproces Dank voor de input. kan belemmert Leesbaarheid worden en aantrekkelijkheid wanneer de inhoud heeftvan eende RES te uitgebreid staat beschr belangrijke rol gespeeld in het (doelgroepgericht) schrijven en opmaken van het product RES 1.0. Het blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een samenvatting. Er komen veel energetische termen aan bod in de concept RES, omrekentabellen en concrete voorbeelden (bijv. Algemeen Dank voor de input. Leesbaarheid en aantrekkelijkheid heeft een in aantal woningen) kunnen van pas komen bij een beter begrip van de omvang van de energietransitie. belangrijke rol gespeeld in het (doelgroepgericht) schrijven en opmaken van het product RES 1.0. Het blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een samenvatting.

Onderdeel zijnde van de energieregio Rotterdam Den Haag wil Schiedam haar verantwoordelijkheid nemen bij Algemeen Dank voor uw reactie. De balans tussen regionale samenwerking en het verwezenlijken van de regionale energiestrategie. Ongeacht het feit dat iedere gemeente de transitie op eigen lokale autonomie is inderdaad een continu 'spel' waar we met elkaar bodem zelf vorm moet geven, wordt het belang van regionale samenwerking erkent en benadrukt. Niet in de aandacht aan (moeten blijven) geven. Het is goed te lezen dat u daar laatste plaats omdat wederzijdse afhankelijkheid een essentiële factor blijkt te zijn voor een succesvolle realisatie actief aan deelneemt; het RES-proces is een nauwe samenwerking. van een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen. Daarnaast spelen er tal van andere beleidsprocessen en uitdagingen in de samenleving waar de energietransitie integraal mee kan worden vervlochten. Dat is dan ook de reden dat de gemeente Schiedam tot de onderstaande zienswijze op de concept RES is gekomen. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Elektriciteit Fijn dat de gemeente Schiedam het uitgangspunt het benutten van 40% van de geschikte daken onderschrijft en zien uit naar de aanpak a.Elektriciteit die uw gemeente kiest.

De regio biedt desgevraagd ondersteuning in i.Het behalen van de doelstelling om 40% van het geschikte dakoppervlak te voorzien van zon- en/of data, monitoring en vooral kennisdeling. windinstallaties per 2030. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Elektriciteit Dit heeft in de RES 1.0 meer aandacht gekregen dan in de RES 1.0: Dit aspect wordt in nauwe samenhang gezien met overige vormen van a.Elektriciteit participatie. Het NP RES ontwikkeld hiervoor handreikingen en de ii.Het bewerkstelligen van minstens 50% lokaal eigendom bij grootschalige zonne- en windenergie projecten. participatiecoalitie is beschikbaar om gemeenten en lokale coöperaties te ondersteunen. Dit, en de vertaling naar omgevingsbeleid, is een lokale aangelegenheid, waarbij de genoemde handreikingen kunnen helpen. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Elektriciteit De regio spreekt steun en waardering uit voor uw standpunt dat u de energiedoelstellingen t.a.v. de zoekgebieden A4 en A20 meeneemt in a.Elektriciteit uw afwegingen, en zo bijdraagt aan de regionale doelstellingen. In de iii.Bij het verwezenlijken van gebiedsontwikkelingen, overeenkoms g de aangewezen zoekgebieden A4 en A20 periode na de RES 1.0 wordt ingezet op gebiedsprocessen om de uit de concept RES, de energietransitie doelstellingen mee te nemen in het afwegingskader.

beoogde ontwikkelingen in te gaan vullen. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Warmte Hartelijk dank voor die notie b.Warmte i.Het inze en op gebruik van aard- en restwarmte voor het verwarmen van woningen, gezien de regionale potentie die deze energiebron te bieden heeft. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Warmte Voor de totstandkoming van de RSW maken we zoveel mogelijk b.Warmte gebruik van de informatie uit de gemeentelijke TVW's. In veel gevallen ii.Middels de Transi evisie Warmte de benodigde warmtevraag van Schiedam, nu en in de toekomst, in kaart te is deze echter nog niet gereed. De RSW kan derhalve ook gebruikt brengen en kenbaar te maken voor concretisering van de lokale en regionale warmte-infrastructuur. worden voor het opstellen en/ of aanscherpen van de TVW. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Warmte b.Warmte iii.Erop toezien dat de bron van restwarmte uit deze regio geen fossiele oorsprong zal hebben per 2050, meegerekend het Haven Industrieel Complex. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Warmte b.Warmte iv.De randvoorwaarden voor het realiseren van een warmte-infrastructuur verder helpen ontwikkelen.

De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Communicatie b.Communica e i.Schiedam een ac eve rol wenst te spelen in het communica e- en kennisdelingsproces. Schiedam hoopt met deze zienswijze, waarin onze intenties worden benadrukt en aandachtspunten Elektriciteit meegegeven, een nieuwe impuls te bieden ter verrijking van de concept RES tot een volwaardige en breed gedragen RES 1.0. Als afsluitende opmerking wil Schiedam het volgende delen. Gezien de beperkte capaciteit voor grootschalige windprojecten in de stad, realiseren we ons dat daarmee de druk op andere gemeenten, die ruimtelijk gezien meer mogelijkheden hebben, groter wordt. Voor deze gemeenten willen we onze waardering uitspreken, want het is goed mogelijk dat Schiedam in de toekomst een beroep moet doen op duurzame elektriciteit die elders wordt opgewekt. Tegelijkertijd zien we mogelijkheden om de potentie die de stad wel te bieden heeft optimaal te benutten, zodat ook Schiedam een waardige bijdrage kan leveren aan de energetische opgave van de regio, het land en de wereld.

56

Hartelijk dank voor die notie, die in lijn licht met uitgangspunt zoals opgenomen in het regionale Energieperspectief 2050.

Hartelijk voor die nota en als partner van de RES is Schiedam hier van harte voor uitgenodigd. Dank voor deze inbreng. Schiedam is actief betrokken in de communicatiewerkgroep Als regio zoeken we naar de manier waarop we met elkaar kunnen bijdragen aan de realisatie van de nationale doelstelling van 3,2 - 2,8 TWh. En spreekt steun en waardering uit voor de ambitie van de gemeente Schiedam om haar bijdrage daaraan naar vermogen te leveren.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 111

Organisatie Vlaardingen

112

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering Biomassa in Vlaardingen RES

Toelichting Verzoekt het college: In de lokale uitwerking van de RES in Vlaardingen een uiterste inspanning te leveren om geen verder gebruik te maken van houtige biomassa.

Thema Warmte

Vlaardingen

Biomassa binnen RES

Verzoekt het college: Als gesprekspartner en mede-ontwikkelaar van de RES Rotterdam-Den Haag zich in te zetten om geen ruimte te bieden aan nieuwe initiatieven op het gebied van houtige biomassa;

Warmte

113

Vlaardingen

Extra windmolen in plaats van zonneveld RESVerzoekt het college: Als gesprekspartner en mede-ontwikkelaar van de RES Rotterdam – Den Haag zich uit te spreken dat het wenselijk is in te zetten op een windmolen op een nader te bepalen locatie binnen de gemeente Vlaardingen, in plaats van het aanleggen van een zonneveld in een groenstrook langs de A20 in Vlaardingen.

Elektriciteit

114

Vlaardingen

Er warmpjes bij zitten

Warmte

Verzoekt het college: Te inventariseren welke kansen nu benut kunnen worden om in de toekomst eventueel zo eenvoudig mogelijk aan te kunnen sluiten op de warmtenetten om op deze manier de energietransitie vorm te geven.

57

Antwoord De RES regio initieert geen warmteprojecten. De verantwoordelijkheid voor goedkeuring van projecten ligt bij de gemeentelijke overheden. In de RES schetst de regio de mogelijkheden voor een regionaal warmtesysteem. Het verstoken van houtige biomassa is geen onderdeel van het onderzoek dat hiervoor in uitvoering is. Op nationaal niveau is ook aandacht voor de inzet van houtige biomassa voor warmteprojecten. Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/1 6/duurzaamheidskader-biogrondstoffen). Ik verwijs u graag naar het antwoord op de voorgaande wens en bedenking van uw raad. Voor de volledigheid is het antwoord hier nogmaals opgenomen. De RES regio initieert geen warmteprojecten. De verantwoordelijkheid voor goedkeuring van projecten ligt bij de gemeentelijke overheden. In de RES schetst de regio de mogelijkheden voor een regionaal warmtesysteem. Het verstoken van houtige biomassa is geen onderdeel van het onderzoek dat hiervoor in uitvoering is. Op nationaal niveau is ook aandacht voor de inzet van houtige biomassa voor warmteprojecten.

Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/1 6/duurzaamheidskader-biogrondstoffen). Indien er locaties zijn die vanuit de gemeente voorkeur hebben kunnen deze altijd worden ingebracht binnen het RES proces en dragen daarmee bij aan de opgave die er gezamenlijk is. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniek specifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Bij alternatieve invulling of nieuwe projecten, al dan niet ter vervanging zullen bovengenoemde criteria ook van belang zijn. Er staat de gemeente echter niets in de weg dit te onderzoeken en de regio ondersteunt dit graag met kennis en informatie. In onderzoek naar benodigde instrumenten wordt gekeken naar wat er nodig is om de transitievorm te geven.

Er wordt niet op uitvoeringsniveau onderzocht hoe de fysieke aansluitingen eenvoudiger gemaakt kunnen worden. (verwijzen naar bijv. onderzoeksprogramma Warming-up?)

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 115

Organisatie Vlaardingen

116

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering Energiebesparing RES

Toelichting Verzoekt het college om: Regionaal aan te dringen om naast de vele mogelijkheden in de regio Rotterdam-Den Haag voor hernieuwbare energie, ook de potentiële energiebesparingen te onderzoeken en in kaart te brengen, en deze op te nemen in een volgende RES.

Thema Algemeen

Vlaardingen

Rol participatie binnen de RES RotterdamDen Haag

verzoekt het college: Een uitgebreide inventarisatie te maken van burgerparticipatie in de Regionale Energiestrategieën en, aan de hand van de hieruit voortkomende best practices, bewonersparticipatie bij de RES 1.0 actief te stimuleren; Een participatieplan Regionale Energie Strategie, waarin ook de totstandkoming van de warmtevisie per wijk wordt meegenomen, en deze tijdig ter consultatie aan de raad voor te leggen; De Regionale Energie Strategie 1.0 in een vroegtijdig stadium te bespreken met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Communicatie

117

Vlaardingen

Haalbaar en betaalbaar RES

Verzoekt het college: Als gesprekspartner en mede-ontwikkelaar van de RES Rotterdam – Den Haag te pleiten voor de betaalbaarheid van de energietransitie voor inwoners, om er voor te zorgen dat hoge investeringen voor inwoners worden voorkomen.

Algemeen

52

Wassenaar

Maak beter inzichtelijk wat de huidige en toekomstige energieverbruiken zijn.

In de Concept-RES zijn de huidige en te verwachten toekomstige energieverbruiken van verschillende energiedragers, zoals warmte en elektriciteit, aangegeven. De totstandkoming hiervan is echter onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Voor een goed overzicht van het energiesysteem zal het goed zijn om de huidige en toekomstige energieverbruiken van zowel elke energiedrager als het gehele energiesysteem, inclusief de netwerken en infrastructuur, toe te lichten en te onderbouwen. Ook zal het helpen als de wijze waarop 27% warmtebesparing wordt behaald concreet wordt aangegeven. Zet daarbij in op een helder en technologieneutraal handelingsperspectief, zoals "op basis van alle verduurzamingsmaatregelen die zich binnen 5 of 10 jaar terugverdienen''. Hierbij vragen wij overigens speciale aandacht voor de (on)mogelijkheid van kostenneutrale isolatie bij monumenten en overige lastig te isoleren gebouwen.

Warmte

58

Antwoord We merken een gedeelde behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dat is begrijpelijk, we erkennen dat het een belangrijk onderwerp is. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen en bekijken we welke invulling besparing binnen de RES krijgt. In het Energieperspectief en de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom het thema Warmte is dit het uitgangspunt. Isolatie is dan ook stap 1 in de RES aanpak. Dit levert een energiebesparing op van circa 25%. In de RES 1.0 is hier verder onderzoek opgenomen. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen.

Antwoord bestaat uit meerdere onderdelen: 1) NPRES heeft een inventarisatie van burgerparticipatie in de Regionale Energiestrategie (dat is buiten scope van RES R DH), relevante best practices uit andere regio's worden gedeeld. 2) Het participatieplan RES R DH omvat niet de warmtevisie per wijk omdat dit volgens afspraak een aangelegenheid is van de gemeenten zelf (die dit zelf met de raden bespreken), 3) het bespreken van de RES 1.0 met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties is volgens afspraak een aangelegenheid van de gemeenten zelf, de regio ondersteunt de gemeenten met algemene kennis/communicatie op gebied van participatie. De voorbeelden van hoe de gemeenten dit doen worden onderling gedeeld. Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten en daarmee ook de toegankelijkheid voor inwoners, voor bedrijven, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Binnen het thema Warmte vormt betaalbaarheid een van de belangrijkste waarden waarnaar is gekeken. Er wordt onderzocht welke instrumenten nodig zijn om de betaalbaarheid van de transitie te borgen. Kostenverdeling is op dit moment nog niet aan de orde.

Wel wordt gekeken naar de totale maatschappelijke kosten en de verdeling over de keten, echter is dit algemeen van aard en bedoeld om een vergelijking tussen alternatieven te kunnen maken. Zie voor nadere invulling paragrafen: De onderbouwing van de inschattingen van toekomstige energieverbruiken in de concept RES (het Energieperspectief 2050) is terug te vinden in het Energieperspectief zelf (zie www.resrotterdamdenhaag.nl). In de RES 1.0 zal het toekomstig energieverbruik worden geactualiseerd op basis van de laatste kennis. Hierbij zal duidelijk worden aangegeven waar de toekomstige vraagcijfers op zijn gebaseerd, en worden verwezen naar de bronnen van deze informatie. In elke volgende versie van de RES zal de nieuwste kennis over deze gegevens worden opgenomen. Om nog specifiek terug te komen op uw vraag over de besparing op de warmtevraag: In de regio Rotterdam Den Haag is in het Energieperspectief 2050 de ambitie uitgesproken dat woningen in de regio geïsoleerd moeten worden. Minimaal naar label C, maar als beter mogelijk is, of de verwarmingstechniek dit vereist, dan kan zwaarder worden geïsoleerd. CE Delft heeft berekent wat het uitvoeren van deze ambitie betekent voor de warmtevraag. Een isolatie naar label C is technisch haalbaar. Bij het opstellen van de ambitie is niet gekeken naar de financiering van deze oplossing.

Dit laatste is een terecht punt van aandacht, wat in de Transitievisie warmte, en in de nationale maatregelen, aandacht verdiend.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 53

Organisatie Wassenaar

54

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering Maak inzichtelijk hoe het toekomstige energiesysteem eruit ziet in zowel opwekking, opslag als afname rekening houdend met dag- en nachtritmes en seizoenverschillen.

Toelichting Het huidige energiesysteem bestaat uit een vraag gestuurd systeem. De productie wordt aangepast naar de energievraag die er op dat moment is. Hernieuwbare energieproductie is alleen beschikbaar wanneer de zon schijnt of wanneer het waait in geval van zonne- en windenergie. Dit is een aanbod gedreven energiesysteem. In dit hernieuwbare energiesysteem sluiten aanbod en verbruik niet op elkaar aan. Voor een goed werkend en toekomstbestendig energiesysteem zal verder uitgewerkt en toegelicht moeten worden hoe dit aanbod gestuurde systeem goed en betrouwbaar functioneert. In de RES 1.0 zal inzichtelijk gemaakt moeten worden: 1) of het technisch mogelijk is om vraag en aanbod van duurzame energie op jaarbasis in balans te krijgen, en 2) hoe het toekomstig systeem eruit zal zien met hernieuwbare opwekking, opslag en afzet van energie.

Thema Systeemanalyse

Wassenaar

Zonne-energie: Werk de zoeklocaties uit met lokaal voldoende draagkracht.

Het aanpakken van kansrijke zoeklocaties, die vanuit landschappelijke en ruimtelijke inpassing mogelijk zijn, levert meer op dan inzetten op zoeklocaties met een lage draagkracht. De draagkracht vanuit landschappelijke waardes en ruimtelijke inpassing voor grootschalige zonsystemen in open velden of in natuur is in Wassenaar gering. In de Wassenaarse Structuurvisie 2025 is derhalve aangegeven dat er geen ruimte is voor grootschalige zonopwekking (zonneweides) en windmolens. Uit een informatiebijeenkomst met Wassenaarse betrokkenen is naar voren gekomen dat de draagkracht voor grootschalige zonsystemen op daken, infrastructuur en parkeerplaatsen wordt herkend.

Elektriciteit

55

Wassenaar

Windenergie: Laat voldoende ruimte voor De Wassenaarse Structuurvisie 2025 geeft aan dat er geen ruimte is voor windmolens in het buitengebied. Elektriciteit de lokale eisen en wensen voor uitwerking Wassenaar geeft de voorkeur aan inpassing van energieopwekking met behoud van de culturele en van de zoeklocaties. landschappelijke waarden. Met name in haar buitengebieden. Uit de inpassingsinventarisatie binnen de RES naar mogelijke locaties voor windturbines binnen de zoeklocaties in de gemeente Wassenaar, is naar voren gekomen dat er nauwelijks locaties geschikt zijn voor windenergie. Mede door deze beperkte ruimte is er in de gemeente Wassenaar gering draagvlak voor windenergie. Een zoeklocatie zonder lokale randvoorwaarden is niet wenselijk.

56

Wassenaar

Maak een bijgewerkt Energieperspectief 2050

De ontwikkelingen op het gebied van hernieuwbare energie gaan zeer snel en de kans is groot dat uitgangspunten snel achterhaald zijn. Het Energieperspectief 2050 is bij de vaststelling van de RES 1.0 alweer 2 jaar oud. In dat kader kan de regio de suggestie doen om naast de uitvoerbare stappen voor 2030 ook enkele pilots voor te stellen, die van betekenis kunnen zijn na 2030. De actualisatie van de RES in een versie 2.0 en verder vereist tevens dat de langetermijnvisie in de vorm van het Energieperspectief om de twee jaar wordt geactualiseerd.

Algemeen

57

Wassenaar

Benoem expliciet andere opwekkingstechnologieën in relatie tot de huidige keuzes:

Hoewel de RES 1.0 zich met name richt op een haalbare energiestrategie voor 2030 ligt de focus wel degelijk op een energieneutrale samenleving in 2050. In de RES 1.0 zal meer aandacht besteed moeten worden aan andere technieken zoals (Thorium-) kernenergie, waterstofproductie en de toepassing hiervan en innovaties die ook na 2030 interessant worden en kunnen bijdragen aan de einddoelstelling voor 100% hernieuwbare energieopwekking. De focus ligt nu alleen op zon- en windenergie.

Algemeen

59

Antwoord Op hoofdlijnen is er inzicht in de vraag en aanbod van energie in deze regio en de verwachtte ontwikkeling van de vraag hiernaar. De systeemstudie ZH geven aan de hand van vier scenario's inzicht in de systeemeffecten van de transitie. Deze uitkomsten zijn meegenomen in de RES 1.0. Dit zijn algemene bevindingen, er zijn geen aanvullende berekeningen uitgevoerd. In algemene - kwalitatieve - termen zal worden gekeken wat er nodig is voor een betrouwbaar, toekomstbestendig en efficiënt energiesysteem. Belangrijk is ook te beseffen dat niet de RES verantwoordelijk is voor het balanceren van het energiesysteem, zo is wettelijk geregeld dat voor elektriciteit die taak bij de netbeheerders ligt. Wel zal de RES aangeven welke leidende principes van belang zijn, hierbij is ook aandacht voor de disbalans tussen vraag en aanbod. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard.

Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. Innovatie speelt een belangrijke rol in de regio en m.n. in de energietransitie. Dar geldt voor de periode tot 2030 maar nog meer voor de periode daarna. Dat wordt ook onderkend in de RES. Daarom lopen er twee sporen.

Enerzijds wordt ingezet op wat (qua technieken) nu al kan om dichter bij de doelstelling te komen en anderzijds wordt steeds inzicht verkregen in welke technieken zich lenen voor opschaling. Betaalbaar, betrouwbaar, vellig en schoon zijn daarbij belangrijke criteria. Die kennis ontwikkelen we in de RES niet zelf maar benutten we vanuit de aangesloten partijen. b.v.. rond waterstof wordt de aansluiting met de partijen in de Economic Board Zuid-Holland , taskforce Energie (o.a. TUDelft, Innovation Quarter, Havenbedrijf en Stedin) onderhouden om laatste inzichten mee te kunnen nemen. Per uitvoeringslijn wordt aandacht gegeven aan innovatie'. Pilots kunnen zeker batig zijn om ervaringen op te doen met nieuwe technieken. De RES 1.0 legt de nadruk op de ontwikkelmogelijkheden die er vandaag zijn en waarbij opschaling mogelijk is op grote schaal. Die opgave ligt er vanuit het Klimaatakkoord. Realisatie dient voor 2030 gereed te zijn en vergunningen zullen daarom in 2025 moeten zijn afgegeven. In die tijdshorizon kunnen dus enkel beproefde technieken een betekenisvolle rol spelen. Daarnaast wordt nadrukkelijk de horizon 2050 in beeld gehouden. Nieuwe technieken, maar ook ontwikkelingen zoals Kernenergie of thorium worden nauwlettend gevolgd om wanneer daartoe aanleiding is deze op te nemen in de regionale aanpak en de energiemix.

Daarvoor dient ook de 2 jaarlijkse herziening van de RES. Voor wat betreft Kernenergie ligt het primaat, zowel voor onderzoek als t.b.v. realisatie niet op regionaal niveau. Waterstof en Groengas kennen een positie in de RES. De achtergrondnotitie Brandstoffen is met de RES 1.0 geactualiseerd.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 58

Organisatie Wassenaar

Onderwerp/steekwoorden

59

Wassenaar

Maak de rol van hernieuwbare Over productie en gebruik van hernieuwbare gassen is veel onbekend. Hierdoor is er geen beeld of dit brandstoffen (waterstof en groen gas) noodzakelijk gaat worden in de toekomst en hoeveel opwek hiervoor nodig zal zijn. Wij achten het wenselijk dat duidelijk, zowel in kwaliteit als in kwantiteit. de RES 1.0 duidelijker aangeeft waarvoor deze hernieuwbare gassen worden gebruikt ( = kwalitatief), hoeveel hiervan beschikbaar (=kwantitatief) is en welke eisen dit stelt aan het totale energiesysteem.

60

Wassenaar

Communiceer en maak inzichtelijk wat De gemeenten hebben vanuit de regionale samenwerking de taak om de lokale inwoners en ondernemers te Communicatie bewoners en ondernemers kunnen doen en betrekken. De regio kan hierin een belangrijk toevoeging doen door helder aan te geven welk verwachten in het kader van de RES, voor handelingsperspectief bewoners en ondernemers nu en in de toekomst hebben. Hierin zijn we het eens met de nu en in de toekomst. regionaal vastgestelde eisen aan de communicatie(middelen) om begrijpelijk, laagdrempelig en doelgroepgericht te zijn. Dit neemt onder andere het gedragswetenschappelijke inzicht mee dat bij omgevings- en milieu gerelateerde vraagstukken, mensen zich minder laten leiden door kosten-batenanalyses, feiten en argumenten en meer door normen, waarden en gevoelens. Daarom staan we ook achter de aanpak om de draagkracht van het landschap als voorwaarde te verbinden aan de RES. We rekenen op de inzet van de RES om dezelfde boodschap aan alle inwoners in de regio goed te communiceren. Tegelijk zijn wij niet de enige regio die voor deze uitdaging staat. Daarom stellen wij voor ook het Rijk aan te schrijven op hun verantwoordelijkheid voor heldere en eenduidige communicatie van alle rijksdiensten ten aanzien van de energietransitie.

61

Wassenaar

Maak een helder kosten-baten kompas om In de Concept-RES wordt geen aandacht besteed aan de kosten en baten van het C02-neutraal maken van de de energietransitie betaalbaar te houden. samenleving. Wij achten het van belang om inzichtelijk te maken wat de kosten en baten zijn voor de transitie naar het toekomstige CCh-neutraal energiesysteem. Communicatie naar inwoners over de kosten en baten is belangrijk. Dit voorkomt onverwachte verrassingen achteraf en het eventueel verliezen van draagvlak voor deze energietransitie.

236

Wassenaar

326

Westland

Inleiding op wensen en bedenkingen van Wassenaar (filter op Wassenaar om deze te zien)

Korte formulering Stem de uitwerking van de toekomstige warmtevoorziening af in de gemeentelijke Transitievisie Warmte en in de RES.

Toelichting De energievraag van de gebouwde omgeving zal duidelijker worden in de Transitievisie Warmte die elke gemeente voor einde 2021 gaat opleveren. Dan wordt duidelijk wat de energievraag is en welke techniek de voorkeur heeft. Anderzijds biedt de RES een kader waarbij de lokale warmte-invulling concreter kan worden uitgewerkt. Dit vergt goede afstemming tussen beide trajecten. In de huidige planning wordt de Transitievisie Warmte later opgeleverd dan de RES 1.0. Derhalve dient geborgd te worden dat afwijkingen als gevolg van de vastgestelde Transitievisie Warmte in de RES 2.0 opgenomen kunnen worden.

Thema Warmte

Brandstoffen

Algemeen

Als eerste onderschrijven wij graag de meerwaarde van Wassenaar voor de regio. Wassenaar kenmerkt zich door Algemeen een rijke geschiedenis waarbij architectonische en stedenbouwkundige elementen, (groen)structuren en recreatieve waarden haar identiteit bepalen. Naast een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en een woonklimaat met goede voorzieningen, draagt wassenaar bij aan een internationaal vestigingsklimaat. Ook de toeristische aantrekkingskracht van Wassenaar is groot. Onze nadrukkelijke wens is om deze waarden, die soms al eeuwenlang aanwezig zijn, ook voor toekomstige generaties zoveel mogelijk duurzaam te behouden. Naast de opgave om deze waarden te respecteren c.q. te behouden, dan wel te versterken, werken wij hard aan de opgave voor verduurzaming en het grootschalig opwekken van hernieuwbare energie. Ook Wassenaar wil in 2050 CO2 neutraal zijn. De gemeente is d.m.v. afspraken in het klimaatakkoord gecommitteerd aan het opstellen van de RES met de regionale partners. De regionale ambitie om te streven naar een samenleving met een betaalbare, betrouwbare en schone energievoorziening voor iedereen ondersteunen wij van harte. Vanuit deze constructieve opstelling hebben wij in reactie op het Energieperspectief 2050 al een motie ingediend met 6 aandachtspunten. Eén fractie geeft expliciet aan de inhoud van de concept RES niet te steunen.

De fractie betoogt dat het voorliggende concept voor het overgrote deel gebaseerd is op aannames van enkele jaren terug en dat de omstandigheden (Corona, lage olie- en gasprijzen, andere kijk op klimaat) geheel zijn gewijzigd. Daarom kunnen zij zich niet vinden in de voorliggende inhoud. Zij bevelen aan het hele stuk terug te nemen en te actualiseren.

60

Algemeen

Antwoord Het klopt dat er een goede afstemming benodigd is tussen de RES en de Transitievisie Warmte (TVW). De TVW en RES worden dan ook zo goed mogelijk in samenhang met elkaar opgesteld. Tijdens het maken van RES 1.0 nemen we de uitkomsten mee van de TVW die gemeenten gereed hebben. Wanneer uit de regionale analyse andere uitkomsten naar voren komen dan gaan we met elkaar kijken wat de meest gewenste warmte aanpak is. Uiteindelijk ligt de autonomie bij de gemeenten: zij besluiten over de warmtetechnieken in hun gemeente. Wanneer door de tijd heen gemeenten hun TVW gereed hebben zal deze meegenomen worden in volgende analyses (in de RES 2.0 e.v.). Tegelijkertijd kunnen gemeenten de onderzoeksresultaten uit de RES ook benutten voor de totstandkoming van hun TVW. Het klopt dat over de exacte rol van hernieuwbare brandstoffen onzekerheid bestaat, maar op basis van de momenteel beschikbare toekomstscenario's is er een onderbouwde inschatting gemaakt. In de RES wordt hier zowel kwalitatief (ladder van inzet op p33 in deel A) als kwantitatief (deel B p26-28) inzicht in geboden. Inschattingen voor de toekomst blijven echter altijd een mate van onzekerheid houden. De effecten van de energietransitie, en het gebruik van andere energiedragers op het volledige energiesysteem word in de RES 1.0 kwalitatief in beeld gebracht. Dank voor de input.

De regio communiceert in principe niet rechtstreeks met inwoners, dat is voorbehouden aan de gemeenten. Echter in de communicatie, met secundair de doelgroep inwoners, dragen wij eenduidig deze boodschap uit. Ook in contact met Nationaal Programma RES/Rijk wordt uw verzoek naar eenduidigheid nagestreefd. Tegelijkertijd blijft het omvangrijke en complexe materie die veelal nog een vertaalslag nodig heeft door de gemeenten indien gebruikt voor inwonerscommunicatie. De Regio onderschrijft het belang van eenduidige communicatie over alle overheidslagen heen.

Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners, voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen. Dank voor uw reactie, u streeft een mooie ambitie na om Wassenaar in 2050 CO2-neutraal te willen zijn. Fijn om te horen dat u de regionale ambitie ondersteunt en constructief bijdraagt aan de opgave. We onderkennen uw constructieve houding en zien uit naar de verdere toekomstige samenwerking!

Dank voor uw bedenking. De RES 1.0 is een actualisatie van de concept RES. Daarnaast is het proces zo ingericht dat de RES elke twee jaar wordt geactualiseerd, om nieuwe inzichten zodoende te kunnen meenemen.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/792/documents/28056