CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept nota beantwoording wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag.pdf

Commissie Samen leven RK 4 maart 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Ter kennisneming: overige stukken76.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 9

Wij achten o.b.v. onderzoek zon op 40% van de geschikte daken als een realistische ambitie, daarmee sturen we aan op een lineaire opbouw van het aantal panelen tot 2050 waarbij 100% van de geschikte daken de ambitie is. maar gemeenten zijn vrij te streven naar een hoger percentage. Het plaatsen van zonnepanelen op niet gebruikte kassen is vanuit andere belangen (verdringing) niet altijd wenselijk. Op de bedrijfsdaken is dat uiteraard wel een mogelijkheid. Er is binnen de glastuinbouw meer draagvlak voor zonnepanelen op waterbassins en overhoeken en dat kan bijdragen aan het realiseren van het in de RES opgenomen percentages. We onderschrijven uw inzicht dat energie tot de elementaire levensbehoeften van mensen behoort. Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten en wordt expliciet benoemd als publiek belang dat geborgd moet worden. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners (en daarmee de toegankelijkheid), voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen. Dank voor uw inbreng.

In het proces naar de RES 1.0 wordt in systeemanalyses kwalitatief gekeken naar de systeemsamenhang en mogelijke oplossingen om piekbelastingen op te kunnen vangen en een evenwichtig energiesysteem te kunnen garanderen.

189

Zorg dat alle inwoners toegang blijven houden tot een betaalbare leverantie van energie. Neem dit uitgangspunt op bij de verdere ontwikkeling van de RES in de komende periode en voorkom hiermee dat de specifieke aandacht voor de RES de basisvraag omtrent beschikbaarheid van energie gaat verdringen.

34

Deze wens is in lijn met de verhaallijnen zoals in de RES beschreven. Deze zijn t.o.v. de Concept RES nader uitgewerkt en bieden een basis voor gebiedsprocessen op lokaal niveau. Hierbij staan gemeenten aan de lat om techniek- en ontwerpkeuzes te maken. De regio ondersteunt hier in met verschillende onderzoeken, zoals het ontwerpende onderzoek, waar bij verschillende verhaallijnen benoemd wordt of het ruimtelijk wenselijker is om een ontwikkeling in een lijnopstelling te zetten.

Het afstemmen van aanbod en vraag tussen particulieren en bedrijven is geen onderdeel van de RES. Wel wordt in de systeemanalyse in algemene zin gekeken naar wat er nodig is om te komen tot een betrouwbaar, toekomstbestendig en efficiënt energiesysteem. Het balanceren van vraag en aanbod van de energiestromen en de noodzaak van omvorming en opslag wordt benoemd. Deze omschrijving zal kwalitatief van aard zijn. Het op lokaal afstemmen van dit type vraag en aanbod zal onderdeel moeten zijn van lokale projecten.

Het klopt dat keuzen in de gemeentelijke transitievisie warmte (TVW) van invloed kunnen zijn op het energiesysteem als geheel. In de Regionale Strategie Warmte (RSW) is met name gekeken naar de rol die bovengemeentelijke uitwisseling van warmte kan spelen om de lokale warmtetransitie te versterken. Een grotere elektriciteitsvraag leidt overigens niet automatisch tot een grotere regionale opgave voor opwek: het is niet de ambitie van de regio om in haar eigen elektriciteitsbehoefte te voorzien. Wel kan dit gevolgen hebben voor het elektriciteitsnet. Deze gevolgen zijn door de provincie ZuidHolland onderzocht in een systeemstudie. De uitkomsten zijn kwalitatief en algemeen van aard meegenomen in de RES 1.0.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 129

Organisatie PijnackerNootdorp

130

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering Meer aandacht voor besparing

Toelichting Thema In deze concept RES wordt energiebesparing nauwelijks als deeloplossing genoemd. Een enkele keer wordt het Algemeen aangehaald, maar nergens wordt er dieper op ingegaan. Waar bijvoorbeeld bij brandstoffen al concrete keuzes gemaakt lijken te zijn en de zoekgebieden voor windmolens en PV-velden al gedefinieerd worden in deze RES, staat er over de uitvoering van energiebesparing niets. Geen ambitie, geen plan van aanpak. Sterker nog, op de plekken waar er wel dieper op ingegaan wordt, lijkt het zelfs ontmoedigd te worden, in het bijzonder: p.18 deel A: "Aandacht is nodig voor de effecten van verbeteren van woningisolatie in relatie tot ventilatie. In potentie een negatief effect op de gezondheid van de bewoners." p.32 deel B: "Er zitten grenzen aan het verbeteren van de energie-efficiëntie: een woning maximaal isoleren is weliswaar energie-efficiënt, maar dit leidt niet altijd tot een evenredige verlaging van de energiekosten. Soms is het verstandiger om tot een zeker niveau te isoleren, en niet verder. Want het uiteindelijke doel is niet alleen een duurzaam, maar ook een betrouwbaar en betaalbaar energievoorziening." Onze fractie wenst meer (positieve) aandacht voor energiebesparing in de RES en een concreet plan van aanpak om deze besparing te realiseren in alle velden (woningen, industrie, glastuinbouw, transport, etc.).

PijnackerNootdorp

Lange termijnvisie

Waar enerzijds (terecht) gewaarschuwd wordt om niet te investeringen in technologie die op lange termijn niet Warmte wenselijk is, waar het waterstofgas betreft, lijkt men dit argument vergeten als het gaat over regionale energierotondes. Bij de dimensionering en business case gaat men uit van restwarmtestromen die gebaseerd zijn op een veelal op fossiele brandstoffen gebaseerde industrie en het verbranden van afval. Twee bedrijfstakken die binnen enkele decennia totaal omgevormd zullen zijn, waarbij de hoeveelheid restwarmte naar verwachting ook sterk zal zijn gereduceerd. De lange termijnvisie voor deze investering ontbreekt, terwijl de hele warmtestrategie eraan opgehangen wordt. Een 'lock-in' situatie waarbij we onnodig lang afhankelijk blijven van fossiele industrie en afvalverbranding dreigt hier. Het is wat onze fractie betreft noodzakelijk om deze keuze in de RES opnieuw tegen het licht te houden en op zijn haalbaarheid op de lange termijn te toetsen. In het bijzonder vragen wij hierbij aandacht voor (het tegengaan van) voorgenoemde lock-in situatie. Ook de nadrukkelijke keuze voor biogas en 'blauwe' waterstof is onverstandig met het oog op de lange termijn. Biogas is schaars en beter (hoogwaardiger) inzetbaar als chemische bouwsteen dan als brandstof. Blauwe waterstof is gebaseerd op fossiele brandstof en daarmee per definitie niet houdbaar op de lange termijn.

Daarbij komen nog de problematiek en risico's van CO2 opslag. Ook hier speelt het risico te lang te blijven hangen in een tijdelijke oplossing. Volledige inzet op duurzame elektriciteit lijkt onze fractie een veel betere investering dan inzet op deze twee tijdelijke brandstoffen.

131

PijnackerNootdorp

Overige bedenkingen

De term 'pijplijn projecten' voor alle projecten die al gepland staan, is wat onhandig, want kan verward worden met letterlijke aanleg van pijpen.

132

PijnackerNootdorp

Overige bedenkingen

Is er voldoende rekening gehouden met het niet gebruik kunnen maken van de SDE+ regeling in de business case? Algemeen Deze subsidieregeling kent vaak een loting.

35

Communicatie

Antwoord We merken een gedeelde behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dat is begrijpelijk, we erkennen dat het een belangrijk onderwerp is. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen en bekijken we welke invulling besparing binnen de RES krijgt. In het Energieperspectief en de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. De isolatieaanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen. U gaat in uw wensen en bedenkingen in op de risico's op lock-in voor een aantal energiedragers.

In deze reactie gaan we eerst in op restwarmte, en vervolgens op uw opmerkingen over de inzet van groengas en waterstof. Voor wat betreft restwarmte heeft u een punt dat de beschikbaarheid van restwarmte. zeker op de langere termijn, nog onvoldoende inzichtelijk is. Het uitgangspunt van de inzet van restwarmte is dat deze in 2050 geen fossiele oorsprong heeft. In de transitie ernaar toe kan tijdelijk wel restwarmte met fossiele oorsprong worden gebruikt. In het traject naar de RES 1.0 is nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van regionale warmtenetten, waarbij ook in meer detail is gekeken naar de daadwerkelijk beschikbare warmte in het Havengebied en de potentie van geothermie. In de RES 1.0 zal hier dus meer informatie over zijn opgenomen, maar de verwachting is dat er nog niet volledige zekerheid kan worden gegeven over de toekomstige beschikbaarheid. Het risico op lock-in blijft een aandachtspunt, welke ook na de totstandkoming van de RES 1.0 verder zal worden onderzocht. Acties hiervoor zullen in de RES 1.0 worden opgenomen. Voor wat betreft groengas en waterstof stelt u terecht dat deze beter (en hoogwaardiger) inzetbaar zijn als chemische bouwsteen dan als brandstof. Dit is ook de inzet van de regio, welke is opgenomen in de ladder van inzet van groengas en waterstof (zie concept-RES Deel A).

Echter, niet overal in het energiesysteem zal elektriciteit als energiedrager een mogelijke oplossing zijn. Dank voor de opmerking, In de Concept RES is dit reeds gebruikt. De afweging is om dit in de RES 1.0 ook te blijven hanteren. Daarbij wordt een toelichting opgenomen. Dank voor uw inzicht. In de RES 1.0 en met name voor wat betreft het thema Warmte wordt er niet gefocust op het gebruik van huidige regelingen en de verdeling van kosten. Dit volgt in een nadere concretisering. Wel worden de analyses uitgevoerd met en zonder subsidie, zodoende wordt daar de gevoeligheid in aangetoond. Voor elektriciteit geldt dat de beschikbaarheid van subsidies een belangrijke voorwaarde is om tot positieve business cases, en daarmee realisatie, te komen. Dit is in de RES 1.0 meegenomen als randvoorwaarde.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 133

Organisatie PijnackerNootdorp

394

395

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering Overige bedenkingen

Toelichting Hoewel in de RES onderkend wordt dat participatie belangrijk is, hebben ons toch al van verschillende kanten klachten bereikt dat organisaties zich gepasseerd/nietgehoord voelen. Graag meer aandacht en een concreter plan hiervoor.

Thema Communicatie

PijnackerNootdorp

Met het Platform zijn wij van mening dat energie reductie bijzondere aandacht verdiend. Het is namelijk nu niet mogelijk om energie of energiebesparingseisen te stellen bij (ruimtelijke) vergunningsaanvragen voor nieuw te vestigen bedrijven. Terwijl wij als gemeente onszelf wel energie- en uitstootgrenzen opleggen. Het instrumentarium ontbreekt daarvoor. De CDA Fractie ziet graag dat er wel instrumenten beschikbaar komen, zoals een gemeentelijke, sluitende energieadministratie en daarnaast de mogelijkheid op energiegebied criteria te hanteren voor nieuwe bedrijvigheid binnen de gemeentegrenzen. Juist omdat dit op landelijk en provinciaal niveau gedaan zou moeten worden ten behoeve van alle gemeenten in Nederland vindt de CDA het van groot belang dat dit aspect wordt doorgeven aan de hogere niveaus en wordt opgepakt.

Algemeen

PijnackerNootdorp

In de regio is er een overschot aan warmte. Er wordt gesteld dat kan worden benut voor belendende regio’s. Dat Algemeen is op zich uitstekend. Maar er is ook een tekort aan elektriciteit. Daarbij is het ons niet in detail duidelijk of belendende regio’s of de Noordzee onze regio zou kunnen helpen. Het trekken van grenzen is arbitrair. En gelukkig zijn de gemeentegrenzen inmiddels vervangen door regionale grenzen, maar waarom niet nog iets breder kijken, waardoor de leefbaarheid van deze drukbevolkte regio van Nederland niet onnodig ver onder druk zal komen te staan?

36

Antwoord Dank voor de mededeling, we nemen het mee voor zover het communicatie regionale proces betreft. Volgens afspraak is inwonersparticipatie een gemeentelijke aangelegenheid. Partijen die regionaal actief zijn op het onderwerp hebben in het proces een rol kunnen hebben, indien u aangeeft welke partijen nu niet de weg naar de RES organisatie hebben kunnen vinden zullen we actief in contact treden. In communicatie-overleg met gemeenten komen verschillende doelgroepen aan de orde en staat aandacht voor de eigen inwonersparticipatie zowel rechtstreeks, als via maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers op de agenda. De regio vervult hierin desgevraagd en ondersteunende rol, voorziet in informatie b.v. vanuit NPRES en voorziet in regionale producten. We onderschrijven de wens om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dit punt wordt dus overgenomen. Ook onderschrijven we het (nationale) belang om passende wet- en regelgeving te ontwikkelen om ook lokaal, bij nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwbouw of vestiging van bedrijven instrumenten te hebben om ook vanuit energie en co2 reductie te kunnen bijsturen. Besparing en het meenemen van bedrijven in de transitie krijgt ook in de RES 1.0 meer aandacht.

Ter illustratie: de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) ontwikkelt een aanpak voor bedrijventerreinen (‘Next Economy Bedrijventerreinen’), waarin wordt gewerkt aan o.a. energietransitie maar ook andere aspecten die bijdragen aan een toekomstbestendig vestigingsklimaat. De RES en de MRDH werken samen in deze aanpak om de verduurzaming van bedrijven te stimuleren. Regionale samenwerking vindt daarnaast o.a. plaats via Provincie Zuid-Holland en bijv. de regionale energieloketten. Voor bedrijven is in de informatieplicht (Wet Milieubeheer) opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor de handhaving. Een aanvullend instrumentarium vraagt om verdere invulling van landelijke wet- en regelgeving, waarin het Rijk een rol moet spelen. Via de regio kan hiervoor aandacht worden gevraagd middels een lobby richting het Rijk in het traject richting RES 2.0. Wij delen uw inzicht dat er altijd (ook) vanuit grotere schaalniveaus gekeken moet worden naar de energieopgave. Dat gebeurt ook nadrukkelijk. Zowel t.a.v. warmte als elektriciteit. Zo werken we nauw samen met provincie Zuid-Holland om onderzoeken en analyses t.b.v. het warmtesysteem op elkaar te laten aansluiten.

Ook met landelijke partijen zoals de Gasunie, Energiebeheer Nederland een het Rijk wordt informatie uitgewisseld. Dat leidt dus ook tot betere inzichten over wat er binnen en wat buiten de regio gebruikt kan worden. Voor elektriciteit kennen we een net andere opgave. We behoeven niet onze eigen elektriciteitsvraag in te vullen met windmolens en zonnepanelen. In de regio wordt uitgegaan van de leefbaarheid; draagkracht van het landschap en aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit zijn het kader waarbinnen wordt gezocht naar oplossingen. Gezien de verschillende (ruimtelijke) opgaven in een drukbevolkte regio als de onze, is de integraliteit en samenhang met deze opgaven van belang. In de RES 1.0 is hier aandacht voor. Ook is er is continu contact en samenwerking met de aangrenzende regio's, maar ook provincie, Nationaal Programma RES en het Rijk om de samenhang te borgen. Uiteindelijk is er natuurlijk wel voldoende elektriciteit nodig. Dat zal dus (op termijn)voor een aanzienlijk deel buiten de regio worden opgewekt. De ambitie in de RES 1.0 is dat binnen de regio 8 a 9% van de landelijke doelstelling (35 TWh in 2030) wordt ingevuld.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 396

Organisatie PijnackerNootdorp

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering

Toelichting Thema De CDA fractie is van mening dat de ambitie voor kleinschalig zon (40% van de beschikbare daken) te laag is. Elektriciteit Inmiddels zijn er panelen die een voldoende rendement (ook financieel) hebben om ook op oost, west en zelfs op noord georiënteerde daken voldoende rendement te kunnen genereren. Een doelstelling van 60% zou ons inziens niet misstaan. Ook zon op waterbassins is zeker in glastuinbouwgebieden een uitstekende oplossing die nog volledig wordt genegeerd in de Concept RES van het grootste glastuinbouwgebied ter wereld. De CDA fractie vermoedt een sterke lobby van de grote energiereuzen om deze vormen decentrale energieopwekking sterk te ontmoedigen om zodoende de machtspositie en het voortbestaan van de grote centrale energiebedrijven in stand te houden, zelfs als dat ten koste zou gaan van de energie- en klimaatdoelstellingen.

397

PijnackerNootdorp

Een groot punt van zorg is het draagvlak onder de bevolking. Brede burgerparticipatie is van groot belang. De CDA fractie begrijpt dat er eerst een concept moet liggen, waarop vervolgens inspraak wordt gezocht. De CDA fractie hecht aan intensieve betrokkenheid van de burgers.

398

PijnackerNootdorp

Ook de concurrentie met andere ruimte belangen is een punt van grote zorg. Vandaar dat ook de CDA fractie van Algemeen mening is: eerst een integrale afweging van het ruimtegebruik in de omgevingsvisie, alvorens het deelbelang van de Energietransitie een plek krijgt. Wat daarbij extra zorgen baart, is de duurzaamheid (lange termijn houdbaarheid) van voorgestelde maatregelen. De voorbeelden hiervan zijn: windturbines met een levensduur van ca. 20 jaar dragen niet bij aan de doelstelling voor 2050, houtstook als biomassa is een boekhoudkundige truc gebleken, “van het gas af” wordt inmiddels zelfs door Urgenda niet meer als reëel gezien.

37

Communicatie

Antwoord In de RES 1.0 is een belangrijke rol weggelegd voor zonne-energie in de gebouwde omgeving. Dat is mede ingegeven door het verstedelijkte karakter van de regio. Wij achten o.b.v. onderzoek in 2030 zon op 40% van de geschikte daken als een realistische ambitie, daarmee sturen we aan op een lineaire opbouw van het aantal panelen tot 2050 waarbij 100% van de geschikte daken de ambitie is. Uiteraard zijn gemeenten vrij te streven naar een hoger percentage. In de RES 1.0 is aandacht voor zon op waterbassins in glastuinbouwgebieden zoals het Westland, Voorne-Putten en Oostland. Er is binnen de glastuinbouw draagvlak voor zonnepanelen op waterbassins en overhoeken en dat kan bijdragen aan het realiseren van het in de RES opgenomen percentages. Dit is prominenter in beeld gebracht in de RES 1.0 In de RES wordt onderschreven dat participatie van belanghebbenden van groot belang is voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten ingezet worden. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht (inclusief breed bruikbare producten). In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie als in de communicatieaanpak.

Het gesprek met inwoners is aan gemeenten, die kennen de omgeving en alle andere aspecten die een rol spelen rond energiebeleid en projecten. De inbreng in de RES van datgene dat is opgehaald zal dus via de gemeenten moeten worden gevraagd en begeleid. De betrokkenheid van inwoners in de energietransitie is volop in de aandacht, ook van de media. Hieruit blijkt des te meer dat het succes van de energietransitie mede bepaald wordt door de wil en mogelijkheden die iedere inwoner of organisatie heeft om mee te denken en te doen. Participatie brengt dat in beweging. Hierbij is van belang dat te organiseren op het moment dat die betrokkenheid ook echt betekenisvol is. Dat is in elk geval zo wanneer ontwikkelingen dichtbij zijn en de leefwereld danwel portemonnee van inwoners raken. Idealiter vindt het gesprek plaats rond concrete projecten. De gemeente organiseert dit al volop en dat vraagt ook continue reflectie of dat passend is. Daar waar nodig kan de RES regio faciliteren.

De regio herkent zich zeer in uw standpunt dat goede inpassing van energiemaatregelen een integrale afweging vraagt, onder andere in de omgevingsvisie maar ook rond concrete projecten. Ter ondersteuning van die afwegingen, die door iedere gemeente zelf zullen worden gemaakt biedt de RES handvatten en inzicht. In het proces naar de RES 1.0 is veel aandacht geweest voor de integrale afweging. Dat doen we om goede voeling te houden met de realiseerbaarheid van de regionale ambitie. Zo is b.v. onderzocht welke andere opgaven er zijn, waar die stimulerend of remmend werken op de realisatie en hoe de ambitie zich verhoudt met provinciale en landelijke kaders (VRM, POVI, de NOVI). Daarbij is ook inzicht gebracht in wat omliggende regio's op het gebied van energieopwekking doen. Ook in het verdere proces heeft deze link met andere (ruimtelijke) opgaven een centrale rol en wordt ingezet op bijvoorbeeld dubbel ruimtegebruik. Hier wordt in de RES 1.0 op ingegaan, we onderschrijven het belang van integraliteit. In de regio wordt uitgegaan van bewezen oplossingen waarbij de duurzaamheid van de maatregelen zelf ook de aandacht krijgt. De transitie is daarmee niet klaar als de RES wordt gevolgd. Deze opgave vraagt voortdurend aandacht. Er komen nieuwe technieken, er vallen mogelijkheden af en technieken worden efficiënter. Ook de opinie t.a.v. bepaalde technieken is continu in beweging.

Daarom herijken we iedere 2 jaar de RES om aan te blijven sluiten bij de actualiteit.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 399

Organisatie PijnackerNootdorp

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering

Toelichting Thema Ook is onvoldoende uitgewerkt een visie op innovatie en het effect dat dat zal hebben op de energievoorziening Algemeen en het energieverbruik. Waterstof, gebruik van bestaand gasnet en kernenergie zijn enkele onderbelichte punten, waarbij de CDA fractie hecht aan een eerlijke inzet van subsidie instrumenten. Waarom biomassa wel miljarden subsidies en waarom kernenergie niet? Ook het beschikken over een zo breed mogelijke energiemix is van strategisch belang voor de regio. Niet alles zetten op 1 bron, maar spreiding is van belang.

400

PijnackerNootdorp

De CDA Fractie vindt het dus onbegrijpelijk dat kernenergie volstrekt buiten de concept RES is gehouden. Er is al een kleine onderzoekkerncentrale aanwezig in de regio, de Maasvlakte biedt ruimte (er worden kolencentrales buiten gebruik gesteld, met bestaande passende elektriciteitsinfrastructuur) en ook belendende regio’s zouden kunnen voorzien in een deel van de elektriciteitsbehoefte van onze regio om zo de businesscase van een grote kerncentrale sluitend te kunnen maken. Het CDA wenst nadrukkelijk dat kernenergie als optie op landelijk én regionaal niveau wordt betrokken in de energiestrategie.

401

PijnackerNootdorp

Ten slotte stelt de CDA fractie dat er binnen haar gemeente en directe omgeving geen draagvlak is voor windturbines. Vanwege de dichte bebouwing en spaarzame natuurgebieden is er geen draagvlak onder de bevolking en er is geen politiek draagvlak voor zoekgebieden in en rond de gemeente, ook niet langs infrastructuur zoals de A12 of het Prins Clausplein.

38

Elektriciteit

Antwoord Innovatie speelt een belangrijke rol in de regio en met name in de energietransitie. Het gaat dan zowel om efficiëntere productie en apparaten (vraagzijde), slim transport en voorkomen van extra investeringen in netten, als de aanbodzijde. Maar zoals ook gesteld kan het gaan om energiedragers zoals waterstof, wat gemaakt worden met fossiele of duurzame energie (en een tussenvariant waarbij de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen). Dat wordt ook onderkend in de RES. Daarom lopen er twee sporen. Enerzijds wordt er ingezet op wat (qua technieken) nu al kan om dichter bij de 2030 doelstelling te komen, dat is namelijk de opdracht vanuit het Klimaatakkoord en anderzijds wordt continu inzicht verkregen in welke technieken zich lenen voor opschaling. Betaalbaar, betrouwbaar, veilig en schoon zijn daarbij belangrijke criteria. Die kennis ontwikkelen we in de RES niet zelf maar benutten we vanuit de aangesloten partijen. Rond waterstof wordt de aansluiting met de partijen in de Economic Board Zuid-Holland, taskforce Energie (o.a. TU Delft, Innovation Quarter, Havenbedrijf en Stedin) onderhouden om laatste inzichten mee te kunnen nemen. Nieuwe technieken, maar ook ontwikkelingen zoals kernenergie of thorium worden nauwlettend gevolgd om wanneer daartoe aanleiding is deze op te nemen in de regionale aanpak en de energiemix.

Daarvoor dient ook de tweejaarlijkse herziening van de RES. Waterstof en Groengas kennen een positie in de RES binnen hoofdstuk 'Brandstoffen'. De achtergrondnotitie Brandstoffen is met de RES 1.0 geactualiseerd. Het stimuleringsbeleid vanuit het Rijk is geen onderdeel van de RES, wél signaleren we mogelijke knelpunten en maken deze inzichtelijk voor partijen. De mogelijkheid om te kiezen voor kernenergie is inderdaad in de RES vooralsnog buiten beschouwing gelaten. Op dit moment is er in Nederland geen sprake van uitbreiding van de rol van kernenergie en de discussie hieromtrent is momenteel te weinig concreet om dit mee te nemen als optie om per 2030 gerealiseerd te hebben. Het besluit om een kernenergiecentrale te bouwen hangt af van landelijke besluitvorming en indien hier daadwerkelijk toe wordt besloten zal de bouw zeker 10 jaar vergen, en daarmee niet in 2030 (focus van de RES) gerealiseerd zijn. In de RES richten we op ons energiebronnen die voldoende 'volwassen' en opschaalbaar zijn. E.e.a. bezien vanuit de regionale beschikbaarheid daarvan. In de RES-regio Rotterdam Den Haag zijn door de Rijksoverheid geen locaties aangewezen voor de plaatsing van kerncentrales. In de RES 1.0 zal hierover een tekst worden opgenomen. Elke twee jaar wordt de RES herzien; zodra er landelijk meer duidelijkheid is geschept, zal dit in de RES worden opgenomen.

In de RES 1.0 wordt geen uitspraak gedaan over specifieke ontwikkellocaties. Voor zover dat mogelijk is wordt invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken. Daarmee worden opties voor windmolens en zonnevelden niet buiten onderzoek gehouden.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 193

Organisatie PZH

Onderwerp/steekwoorden Procesparticipatie en lokaal eigendom

Korte formulering Procesparticipatie door inwoners en bedrijven:

Toelichting Geef richting de RES1.0 en daarna (meer) inhoud aan procesparticipatie door inwoners en bedrijven. Daarbij geven wij de volgende uitgangspunten mee: - Betrek verschillende doelgroepen uit de samenleving, waaronder specifiek jongeren. Gebruik nieuwe concepten zoals bijvoorbeeld een burgerraad. - Zorg dat participatiemogelijkheden voor inwoners en belanghebbenden niet wordt ingeperkt door de coronacrisis, zorg dat er mogelijkheden zijn om mee te denken, doen en werken op een veilige manier (analoog en digitaal). - Begin zo vroeg mogelijk met de participatie (want ook het scheppen van kaders en bepalen van uitgangspunten en criteria gebeurt het beste samen met de samenleving). - Behaal tijdens het participatieproces minimaal het niveau (de trede) van meewerken/meedoen/dialoog op de participatieladder. - Zorg dat de verwachtingen voor deelnemers aan de voorkant gemanaged worden. - Zorg voor dat deelnemers aan het participatieproces op een gelijk kennisniveau worden gebracht, zodat de dialoog op een gelijkwaardig niveau gevoerd kan worden. - Zoek meekoppelkansen met andere lopende participatietrajecten in de gemeente, bijvoorbeeld rond de transitievisies warmte en omgevingsvisies/omgevingsplannen. Neem in de RES1.0 op hoe het traject rondom de participatie is verlopen, hoe de deelname eruit zag, wat de belangrijke uitkomsten waren en deze zijn meegenomen in het proces.

Thema Communicatie

Antwoord Dank voor de inbreng. Draagvlak is een belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten zelf ingezet worden. Inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht/breed bruikbare producten. Richting RES 1.0 en in de RES 1.0 wordt hieraan aandacht besteed zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak.

194

PZH

Procesparticipatie en lokaal eigendom

Procesparticipatie door inwoners en bedrijven:

Communicatie

Procesparticipatie door gemeenteraden, Provinciale Staten en algemene besturen van de waterschappen

Betrek de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemene besturen van de waterschappen goed bij het proces richting de RES1.0 en de keuzes die daarin gemaakt worden.

Algemeen

Procesparticipatie en lokaal eigendom

Lokaal eigendom/ financiële participatie

Bedenking: In de meeste RES’en is 50% lokaal eigendom opgenomen als streven, maar nog te weinig uitgewerkt hoe dit gerealiseerd gaat worden.

Algemeen

PZH

Procesparticipatie en lokaal eigendom

Lokaal eigendom/ financiële participatie

Wens: Geef in de RES1.0 aan hoe (50%) lokaal eigendom en financiële participatie wordt gerealiseerd en bereikbaar wordt voor iedereen. Leg ook de relatie met eventuele benodigde aanpassingen in het omgevingsbeleid.

Algemeen

198

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Integraliteit en omgevingsvisie

Wens: De keuzes die uiteindelijk landen in de RES1.0 hebben consequenties voor de omgeving. Daarom is het belangrijk dat bij de keuzes integrale afwegingen worden gemaakt waar ook de andere aspecten van de leefomgeving worden meegenomen. Maak inzichtelijk wat de keuzes betekenen voor de doorwerking in ander (ruimtelijk) beleid en welke ambities en regels er straks in de gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies en omgevingsplannen (-verordening) moeten landen.

Algemeen

Dank voor de inbreng. Voor de RES 1.0 zal de Handreiking van Nationaal Programma RES het uitgangspunt zijn waarin opgenomen stappen, visie, aanpak communicatie/participatie in de regio. De uitvoering van de inwonersparticipatie is volgens afspraak een aangelegenheid van de gemeenten, waarbij de regio ondersteunend is met algemeen toepasbare kennis/communicatie. Gemeenteraden, PS en algemene besturen van waterschappen worden betrokken in het proces naar de RES 1.0. We delen het inzicht dat dit essentieel is voor goede procesparticipatie en een breed gedragen RES 1.0. U maakt een terecht punt. In de RES 1.0 krijgt dit meer aandacht: de (ambtelijke) voorkeur is uitgesproken dat aan dit streven lokale invulling (in lijn met overige participatie) wordt gegeven. Het NPRES ontwikkelt hiervoor handreikingen. U maakt een terecht punt. In de RES 1.0 krijgt dit meer aandacht: de (ambtelijke) voorkeur is uitgesproken dat aan dit streven lokale invulling (in lijn met overige participatie) wordt gegeven. Het NPRES ontwikkelt hiervoor handreikingen. Bedankt voor uw aanwijzingen: deze onderwerpen hebben in de RES 1.0 een nadere uitwerking gekregen. Tegelijkertijd zal dit ook naar de RES 2.0 en verder aandacht blijven vragen. De mate van concreetheid die we in de RES 1.0 met elkaar bereiken geeft ons in elk geval de mogelijkheid om ruimtelijke vertalingen te maken.

Hierbij is ook een belangrijke rol weggelegd voor de gemeenten, die aan zet zijn om de integrale afweging en ontwikkeling van een locatie te maken/doen.

195

PZH

Procesparticipatie en lokaal eigendom

196

PZH

197

199

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Besparen

Bedenking: Besparen is in de meest RES’en nog weinig uitgewerkt / geconcretiseerd.

Algemeen

39

In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 200

Organisatie PZH

Onderwerp/steekwoorden Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Korte formulering Besparen

Toelichting Wens: Neem in de RES1.0 op hoe de regio komt tot een strategie/uitvoeringsprogramma voor besparing.

Thema Algemeen

Antwoord In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen.

201

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Zon op dak:

Wens: Geef in de RES1.0 concreet aan wat de potentie is van zon op dak en met welke strategie de regio zon op dak wil realiseren.

Elektriciteit

Dit heeft in de RES 1.0 veel aandacht. Met behulp van Kadasterdata zijn de potentiële daken, huidige benutting en dus de resterende potentie inzichtelijk gemaakt. De daadwerkelijke verzilvering van deze potentie is een lokale aangelegenheid: elke gemeenten is gevraagd zelf een plan te ontwikkelen hoe dit te realiseren. Samenwerking binnen de regio wordt daarbij gefaciliteerd en toegejuicht.

202

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Warmte

Bedenking: De afstemming tussen aanbod van warmte in de regio Rotterdam-Den Haag en de vraag naar warmte Warmte buiten de regio lijkt nog onvoldoende plaats te hebben gevonden.

203

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Warmte

Wens: Het is wenselijk om de vraag en het aanbod van warmte binnen en tussen de regio’s goed af te stemmen. Warmte Daar kan de provincie een rol in spelen.

204

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Warmte

Warmte

205

PZH

Energie infrastructuur

206

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Wens: Maak richting de RES1.0 de vraag naar en het aanbod van warmte binnen de regio verder inzichtelijk. Ontwikkel een bronnenstrategie en ga op zoek naar alternatieven voor het geval er geen restwarmte van buiten de regio beschikbaar is of komt. Bedenking: De noodzaak tot opslag (van elektriciteit en warmte) is nog onderbelicht en biedt ook kansen in de RES’en. Wens: Blijf hierover in gesprek met de partners en zorg dat ambities en maatregelen in de RES1.0 aansluiten bij wat mogelijk is

207

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Doorkijk naar 2050 en innovatie

Bedenking: Innovatie is onderbelicht in de RES’en, ook omdat focus ligt op de periode tot 2030 en bestaande technieken.

Algemeen

208

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Doorkijk naar 2050 en innovatie

Wens: Neem in de RES1.0 een doorkijk naar het beoogde energiesysteem in 2050 en de RES2.0 op en benoem hoe innovatieve technieken een rol (kunnen) spelen op deze termijn.

Algemeen

209

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Doorkijk naar 2050 en innovatie

210

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Haalbaar en betaalbaar

Wens: Neem daarin ook de verwachte toename van de vraag naar koelte mee. De toenemende vraag naar koelte Algemeen kan besparingsmaatregelen mogelijk teniet doen en heeft een relatie met bijvoorbeeld het zoeken naar mogelijkheden voor koelte-opslag en de Transitievisies Warmte. Wens: Maak richting de RES1.0 de haalbaarheid en betaalbaarheid van de plannen inzichtelijk. Geef daarbij aan Algemeen wat daarbij de invloed is van keuzes die zijn gemaakt voor duurzame opwek van elektriciteit (in relatie tot bijvoorbeeld de benodigde aanpassing van de infrastructuur) en de inzet van warmtebronnen.

211

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Haalbaar en betaalbaar

Wens: Houd bij de RES rekening met de doorlooptijden, niet alleen voor de ruimtelijke planvorming, maar ook Algemeen met het feit dat benodigde investeringsbeslissingen, bijvoorbeeld voor infrastructuur, genomen moeten worden lang voordat deze infrastructuur er ook is en gebruikt kan gaan worden

212

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Locatiekeuze en uitwerking scenario’s

Wens: Neem de provinciale omgevingsvisie als uitgangspunt mee bij de uitwerking van scenario’s.

Energie infrastructuur

40

Systeemanalyse Algemeen

Algemeen

Focus ligt op deze regio, maar uitwisseling krijgt wel de aandacht. Zo is de regio betrokken bij een provinciebrede studie naar de mogelijkheden om warmte uit te wisselen buiten de RES regio. Dank voor uw zienswijze. Er vindt afstemming met andere regio's plaats, goed om te weten dat de provincie hier eventueel een rol in kan spelen. Dit nemen we mee. We onderschrijven uw wens, dit is dan ook het beoogde resultaat van de RSW in de RES 1.0. Hierin wordt inderdaad een bronnenstrategie opgenomen. U maakt een terecht punt. In de uitvoeringslijn Systeem zal de noodzaak van opslag worden opgenomen als aandachtspunt. Dank voor uw inzicht, we delen de noodzaak om in gesprek te blijven met partners. Zo zijn de netbeheerders continu in het gesprek betrokken. Daarnaast maakt de uitvoeringslijn Systeemsamenhang gebruik van de algemene inzichten die uit systeemstudie ZH volgen. Het vormt een punt van aandacht. Het klopt dat de focus op de periode tot 2030 ligt. Innovaties worden echter vanzelfsprekend meegenomen in de RES zodra deze beproefd bijdragen aan de opwekking van duurzame energie. De RES focust zich vooralsnog op de horizon tot 2030 en gaat t.a.v. de onderdelen van het energiesysteem uit van bewezen oplossingen. Innovaties worden vanzelfsprekend in de RES meegenomen zodra deze beproefd bijdragen aan opwekking van duurzame energie.

Om de RES actueel te houden wordt deze elke twee jaar herzien. Om o.a. te bepalen welke rol (huidige) innovaties kunnen spelen wordt er actief gemonitord. Dank voor uw inzicht, u maakt een terecht punt. Het onderwerp koeling staat op onze radar en zal naar verwachting een steviger onderdeel van de RES 2.0 uitmaken. We erkennen dat haalbaarheid en betaalbaarheid belangrijke aandachtspunten zijn en nadrukkelijk onderdeel vormen van de totstandkoming van de plannen. Daar waar mogelijk worden deze inzichtelijk gemaakt, waarop regiopartijen hun keuze kunnen baseren. Dank voor uw signaal. Het is ons bekend dat doorlooptijden van belang zijn voor de ruimtelijke planvorming en benodigde investeringsbeslissingen. Deze zijn in de regio besproken. Zo is het vollooprisico een expliciet punt van aandacht bij uitvoeringslijn Warmte en kan na de aanleg van een leiding deze niet gelijk volledig benut worden. De provinciale omgevingsvisie is inderdaad meegenomen in de uitwerking van de zoekgebieden. Deze worden bekeken in samenhang met de POVI (en andere bovenregionale kaders).

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 213

Organisatie PZH

Onderwerp/steekwoorden Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Korte formulering Locatiekeuze en uitwerking scenario’s

Toelichting Wens: In de verdere uitwerking van de ruimtelijke scenario’s richting de RES1.0 is het belangrijk dat een zorgvuldige afweging wordt gemaakt waarbij er nadrukkelijk aandacht is voor de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit, de netimpact en de juiste energiemix, de betaalbaarheid en participatie.

214

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Locatiekeuze en uitwerking scenario’s

Wens: Zoek tijdig afstemming met Provinciale Staten over concrete scenario’s en locatiekeuzes, zodat ook wij een Algemeen zorgvuldige afweging kunnen maken in het provinciale omgevingsbeleid.

215

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Locatiekeuze en uitwerking scenario’s

Wens: Zie nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rondom energie ook als kans om een gebied integraal op te waarderen en te versterken. Zoek naar meekoppelkansen bij de ontwikkeling van locaties voor energieopwekking: bijvoorbeeld voor biodiversiteit, groen, recreatie, tegengaan bodemdaling, versterken landschappelijke kwaliteit.

Algemeen

216

PZH

Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd

Locatiekeuze en uitwerking scenario’s

Wens: Heb aandacht voor de samenhang in ruimtelijke kwaliteit tussen de Zuid-Hollandse regio’s onderling en buurregio’s in de andere provincies.

Algemeen

293

Ridderkerk

Draagvlak inwoners

Wens om de strategie uit te werken hoe In de RES is veel aandacht voor de productie van duurzame energie, maar weinig aandacht hoe de verbruiker kan Communicatie draagvlak en bewustwording kan worden worden overtuigd om vrijwillig van het gas af te gaan. De teksten zijn erg algemeen en komen neer op dat er goed gecreëerd onder inwoners om vrijwillig van zal worden gecommuniceerd. Graag wat meer uitwerking hoe dit effectief kan plaatsvinden. Het wordt nu het gas af te gaan. afgeschoven naar de individuele gemeenten.

294

Ridderkerk

Windenergie

Voorkeur voor zon langs de A15 bij de gemeente Ridderkerk en bedenking tegen windturbines.

Volgens de groene lijn op de overzichtskaart op blz. 16 wordt de A15 kansrijk geacht voor zon en wind. Ridderkerk heeft overlast van het verkeer op de snelwegen en er zijn al 3 windmolens gepland in het naastgelegen Nieuw-Reijerwaard. Extra geluidoverlast is niet acceptabel en ook ruimtelijk is het ‘vol’. Graag de groene lijn wijzigen van dit gedeelte op de overzichtskaart in een gele lijn met voorkeur voor zon.

41

Thema Algemeen

Elektriciteit

Antwoord We onderschrijven uw inzicht. Regionaal zijn hier op de onderwerpen ruimtelijke inpassing, netimpact/systeemefficiëntie en acceptatie handreikingen in gedaan. Tegelijkertijd vraagt dit continue aandacht van gemeenten en andere betrokken partijen bijvoorbeeld gedurende de ontwikkeling van alle zoekgebieden. Dank voor uw aanwijzing. De samenhang met de POVI wordt meegenomen, waarbij tevens gesprekken met de provincie worden gevoerd. Dank voor uw aanwijzing, ruimtelijke ontwikkelingen hebben onze aandacht. In de uitvoeringslijn Elektriciteit is er bijvoorbeeld een toets gedaan op zoeklocatie-niveau; op de samenhang met bovenregionale visies en ruimtelijke kaders, zoals van de provincie of het rijk (NOVI). Hetzelfde geldt voor de samenhang met aangrenzende RES-regio’s en opgaven zoals het Groene Hart. Er is gekeken of op de in ontwikkeling zijnde plannen zoals straks in de RES 1.0 opgenomen, in lijn zijn met bovenregionale uitgangspunten (in ontwikkeling). Er is aandacht besteed aan het versterken en koppelen van opgaven en of er evt. aanpassing nodig is om de potentie wél te verzilveren. Dit wordt in de RES 1.0 opgenomen. Dank voor uw aanwijzing. Dit is de focus (geweest) van het proces naar de RES 1.0. In de uitvoeringslijn Elektriciteit hebben gemeenten voor het invullen van de gebiedspaspoorten de mogelijkheid om integrale afwegingen te maken.

Regionaal zijn hier op de onderwerpen ruimtelijke inpassing, netimpact/systeemefficiëntie en acceptatie handreikingen in gedaan. Er is goed contact met de buurregio's en daar waar nodig wordt er afgestemd over de samenhang in ruimtelijke kwaliteit. Bovendien is er in een onderzoeksvraag gekeken in welke specifieke zoekgebieden extra afstemming nodig is met buurt-RESsen omdat de zoekgebieden dichtbij elkaar liggen en daardoor invloed kunnen hebben op elkaar. Het zodanig beïnvloeden of overtuigen van verbruikers om van het gas af te gaan vraagt om een gedragsverandering. Gedrag is een component met invloed op de energievraag. De RES regio is hierbij echter niet het juiste schaalniveau om deze gedragsbeïnvloeding te realiseren. Wij zien dit meer als een taak van de nationale overheid of van lokale campagnes. Aangezien het effect van gedragsaanpakken nog ongewis is, is hier in de RES geen expliciete rekening mee gehouden. Wel kunnen subsidies en andere regelingen dit gedrag een duwtje in de juiste richting geven. In de RES 1.0 worden randvoorwaarden gesteld aan het Rijk (o.a. financiering, subsidieregelingen en meer). In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniek specifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie.

Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). Dit levert de zoekgebieden op die in de Concept RES zijn opgenomen. In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Het kan zijn dat uw voorbeeld omwille van technische of geluidsnormen onhaalbaar zal blijken voor windenergie voor de periode tot 2030. Die afweging wordt niet op regionaal niveau gemaakt maar is aan de gemeente. Ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken, o.m. door te zoeken naar combinaties met andere opgaven.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 295

Organisatie Ridderkerk

Onderwerp/steekwoorden Betaalbaarheid

Korte formulering Toelichting Thema Wens om de strategie uit te werken hoe de Momenteel wordt de betaalbaarheid als uitgangspunt benoemd, maar ontbreekt een strategie hoe dit tot stand Algemeen kosten beheersbaar blijven voor onze te brengen. De RES is vooral op productie van energie gericht en is erg mager met strategie voor de afnemers van inwoners in vergelijking met de huidige energie. situatie op fossiele energiedragers.

296

Ridderkerk

Concept RES

De acties met betrekking tot circulariteit De classificatie ‘mogelijk’ maakt de invulling om te voldoen aan circulariteitsambities onterecht vrijblijvend. van zonnepanelen en windturbines worden aangeduid als “Mogelijk”. “Mogelijk” vervangen door “vereist” of ten minste “zeer wenselijk”

Elektriciteit

297

Ridderkerk

Concept RES

Bij een dergelijke installatie komt biogene Er is nogal wat te doen over biomassa installaties en duidelijkheid kan verontrusting wegnemen. Co2 vrij. Vermeld hoe en waar deze uitstoot wordt opgeslagen en geef aan wat er uiteindelijk gebeurt met de uitstoot.

Brandstoffen

298

Ridderkerk

RES

Doelstelling als betaalbaarheid is een belangrijk element voor onze inwoners.

299

Ridderkerk

RES

Niet alle inwoners zullen gebruik kunnen Voor inwoners, die niet aangesloten kunnen worden op restwarmte, blijven slechts duurdere energievormen ter Warmte maken van de voorziening van de beschikking. Om deze groep enigszins tegemoet te komen, vinden wij het initiatief van een lokale energie restwarmte. Als alternatief zal deze groep coöperatie van belang. Door kleinschalig energie op te wekken, (wind of zon) zou door samenwerking als afhankelijk zijn van relatief dure elektriciteit producent en consument schone en relatief goedkope energie kunnen worden verkregen. voorziening voor verwarming.

300

Ridderkerk

RES

Er moet een krachtige participatie komen van de overheid naar de burger toe.

301

Ridderkerk

RES

Onze wens is, dat voor energieopwekking Onze wens is, dat voor energieopwekking van zon. De optimalisatie van daken wordt toegepast. Daarmee heeft van zon. De optimalisatie van daken wordt de inzet van z.g. zonneweiden niet onze voorkeur toegepast. Daarmee heeft de inzet van z.g. zonneweiden niet onze voorkeur

Met een productieoverschot aan restwarmte in deze regio, lijkt restwarmte de meest reële optie voor deze Warmte omgeving. Echter als toekomstige gebruikers moet er ook voldoende prijstransparantie zijn. De referentie tussen energieprijzen en trends in relatie tot de factuurprijs van restwarmte moet een betrouwbaar en meetbaar beeld geven voor inwoners schone en relatief goedkope energie kunnen worden verkregen.

Gedurende het gehele traject moet ruim voldoende worden geparticipeerd met de inwoners. De mate van kennisoverdracht naar de burger zal leidend zijn voor het succes van zo’n enorm project

42

Communicatie

Elektriciteit

Antwoord Dank voor uw aandachtspunt. Betaalbaarheid heeft onze nadrukkelijke aandacht en waar mogelijk wordt daar concreet invulling aan gegeven. Zo combineert de uitvoeringslijn Warmte planvorming met publieke belangen als betaalbaarheid. Dit gaat hand in hand. Ook de uitvoeringslijn elektriciteit kijkt m.b.v. de netimpactanalyses op welke wijze de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk gehouden kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld door het combineren van zon en wind bij een aansluiting op het net, of door het opwekken van energie dichtbij de vraag ernaar te realiseren. Dit zal verder vorm krijgen in de nadere concretisering van locaties voor opwekking van hernieuwbare energie, een proces wat na de vaststelling van de RES 1.0 verder zal lopen. Circulariteit van zonnepanelen en windturbines wordt in de concept RES door de regio inderdaad als voorwaardelijk bestempeld. De vertaling hiervan naar daadwerkelijke ontwikkelingen is een lokale aangelegenheid: op lokaal niveau kunnen dergelijke ambities worden vastgelegd in omgevingsbeleid, zodat ontwikkelingen van windturbines en zonnepanelen geschieden met circulaire materialen. De genoemde acties en activiteiten zijn om deze reden als 'mogelijk' bestempeld: regionaal kunnen hier geen verplichtingen over worden uitgesproken, slechts adviseren om dit in het omgevingsbeleid op te nemen.

De ambitie van de initiatiefnemers van de Groen Gas Installatie Nieuw Reijerswaard is om vrijkomende CO2 op te vangen en nuttig in te zetten in de glastuinbouw of de (frisdrank)industrie. Een zinsnede hierover zal worden opgenomen in de RES 1.0. Betaalbaarheid en rechtvaardigheid zijn twee belangrijke belangen die geborgd moeten worden voor een duurzaam energiesysteem. Richting de RES 1.0 worden modelstudies uitgevoerd die hierin verder inzicht geven in de wijze hoe deze belangen geborgd worden. En welke randvoorwaarden of (juridische) instrumenten er nodig zijn om te zorgen dat de belangen worden geborgd. Binnen de RES kijken we naar bovengemeentelijke kansen om warmte zo optimaal mogelijk in te zetten in de regio. De gemeenten bepalen echter zelf welke keuzes ze hierin maken .Indien voor relatief duurdere warmteopties wordt gekozen kan uw suggestie bijdragen aan de betaalbaarheid en ook de betrokkenheid van de opgave, In de regio wordt tevens ingezet op kennisdeling, Het voorbeeld dat geschetst wordt zou daarin ook voor anderen inspirerend kunnen werken. Dank voor de input. Draagvlak is een belangrijke voorwaarden voor het slagen van de Energietransitie. Dat wordt in de RSE 1.0 maar ook in tal van landelijke studies onderschreven. Inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd maar is een aangelegenheid van de gemeenten.

De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht en breed bruikbare producten. In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak, ook voor de periode na de RES 1.0. Zon op daken is een belangrijke pijler in de regionale ambitie. Ook in de voorkeursvolgorde zoals deze in het Energieperspectief 2050 is verwoord is uw wens terug te vinden. Via de verhaallijnen is nader inzicht gegeven in welke type landschappen zich op welke manier lenen voor energieopwekking. Daarbij opgemerkt dat de meeste productie van deken zal moeten komen en er terughoudender met zon in veldopstelling wordt omgegaan. Deze volgorde is nadrukkelijk niet in tijd. Processen zonnevelden en zon op daken lopen parallel, de mate van zorgvuldigheid, sturen op meekoppelen van andere opgaven en publieke waarden is daarbij wel heel anders bij zon op velden dan op daken. Enkel de realisatie van zon op daken zal overigens niet voldoende zijn om de nationale ambitie van 35 TWh te behalen, er zal ook op andere vormen moeten worden ingezet.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021

Nr 302

Organisatie Ridderkerk

Onderwerp/steekwoorden Inpasbaarheid

Korte formulering Toelichting Thema De opgave en urgentie spreekt uit deze We dragen met deze concept RES voor 8 tot 9% bij aan nationale opgave klimaatakkoord. In verstedelijkt gebied. Algemeen concept RES. Bestuurlijke afspraken Inpassing vraagt veel aandacht. In samenvatting wordt echter aangegeven dat geen cijfermatige doelstellingen moeten straks echter niet alleen gaan over worden geformuleerd. Toch maakt onze fractie zicht nog wel zorgen over inpasbaarheid in onze regio. te behalen resultaat, in de uitwerking moet Voorkomen moet worden dat straks de harde cijfers van te realiseren TWh de maat gaat bepalen. ook altijd oog blijven voor inpasbaarheid.

Antwoord Dank voor uw aandachtspunt. In de vorm van aandacht voor de draagkracht van het landschap, gebiedsprocessen én aandacht voor samenhang met ander (bovenregionaal) beleid kijken we gezamenlijk hoe we onze ambitie invulling kunnen geven. Inpasbaarheid vormt een belangrijk onderdeel van de verdere uitwerking.

303

Ridderkerk

Warmtenet

In onze regio wordt voor groot deel ingezet Hoe toekomstvast is een warmtenet? Blijft er in onze regio altijd een overschot aan warmte? En hoe voorkomen op restwarmte/warmtenet. Hoe we dat we afhankelijk worden van 1 of een enkele commerciële partij die alleen door aandeelhouders gestuurd toekomstvast is dat? Is het rendabel te wordt? krijgen? En hoe voorkom je monopolypositie en daarmee hoge tarieven?

In de RSW 1.0 gaan we de bovengemeentelijke warmte-uitwerking verder invulling geven. Hier is ook aandacht voor de tekomstvastheid van deze oplossingen, de financiële haalbaarheid en welke randvoorwaarden of (juridische) instrumenten er nodig zijn om te zorgen dat de belangen worden geborgd. Een belangrijk aspect daarbij is de ontwikkeling van geothermie en de verduurzaming van de huidige restwarmtebronnen. Dat zal niet vanzelf gebeuren en vraagt landelijke maar ook provinciale en lokale sturing. De geschetste afhankelijkheid is op dit moment nadrukkelijk onderwerp van gesprek in de wet collectieve warmtevoorziening die in de maak is. Hierbij wordt in de huidige fase een rol voor de ACM voorzien om nadelige effecten van een monopolie te minimaliseren.

304

Ridderkerk

Zonneweides en natuur

De aanleg van zonneweides mag niet ten koste gaan van bestaande natuur (inclusief klaverbladen langs de rijkswegen). Natuur moet ook beleefbaar blijven. Ook maken we ons zorgen over kappen van (oude) bomen t.b.v. aanleg warmtenet

17

Rijnland

18

19

Warmte

Voorkomen moet worden dat zonneweides en warmtenetten het aanwezige groen in onze stedelijke omgeving Elektriciteit verder reduceren. We plaatsen zonnepanelen dan ook liever tegen steen en beton (bijv. geluidsschermen) dan in of op het groen (ook het groen en water bij bijv. Ridderster heeft natuurkwaliteit). Kies liever voor steen/beton of evt. akkers.

In de RES 1.0 is gekozen voor een aanpak vanuit de draagkracht van het landschap, en verdere uitwerking in lokale gebiedsprocessen. Op deze manier kijken we naar mogelijkheden om bij te dragen aan de nationale doelstelling van 35 TWh op een manier die past bij onze regio. In de verhaallijnen zijn ook ontwerp-/kwaliteitscriteria verwoord die ingaan op de elementen uit deze wens. Daarmee is hieraan gehoor gegeven. met dien verstande dat dit altijd aandacht vraagt in lokale gebiedsprocessen t.b.v. realisatie.

Rijnland vraagt extra aandacht voor de uitwerking van de participatie

Het is noodzakelijk voor een breed draagvlak om een participatieplan op te stellen voor de resterende fase tot RES 1.0 en verder voor zowel bestuurders als inwoners, ingelanden, bedrijven en organisaties. Voor de meeste regio’s is de participatie en communicatie al voorzien in de periode na concept-RES, desalniettemin vraagt Rijnland extra aandacht hiervoor.

Rijnland

Rijnland energieneutraal in 2025. Daarnaast verkennen we op welke wijzen

De concept-RESsen sluiten aan bij de ambities van Rijnland. Warmte Rijnland streeft ernaar om in 2025 evenveel energie duurzaam op te wekken als het jaarlijks verbruikt. We streven ernaar om dit zoveel mogelijk lokaal en additioneel te doen. Dit betekent dat Rijnland in 2025 ruim 600 TJ duurzame energie opwekt in de regio’s. Zo gaat Rijnland de komende jaren 3 miljoen kubieke meter (ca. 70 TJ) extra biogas produceren uit zuiveringsslib. Dit biogas is een hoogwaardige energiedrager die kan worden ingezet voor de omgeving. Ook zien wij aquathermie als een belangrijke potentiële warmtebron voor de gebouwde omgeving. Rijnland werkt dan ook aan een verdere uitwerking van de condities en randvoorwaarden, en de mogelijke rol die Rijnland hierin kan innemen. Om ervaring en expertise op te doen participeren we nu, en ook de komende jaren, met partners in onderzoeken en pilotprojecten.

Rijnland

Rijnland ziet kansen voor een integrale benadering van de maatschappelijke opgaven en bevordering van multifunctioneel landgebruik

De energietransitie heeft invloed op de gehele fysieke leefomgeving, zowel boven- als ondergronds. Dit vraagt om Algemeen een integrale belangenafweging met andere ruimtelijke opgaven, zoals de woningbouwopgave, klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel en de circulaire economie. Wanneer zonneweides en windmolens gecombineerd kunnen worden met een extensiever landbouwkundig gebruik biedt dat kansen voor peilverhogingen en daarmee beperking van bodemdaling en/of verzilting. Ook kunnen combinaties gevonden worden met waterberging, biodiversiteit, en/of CO2-vastlegging in de bodem.

Het aangedragen punt krijgt aandacht en wordt meegenomen. Draagvlak en acceptatie van belanghebbenden zijn belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten ingezet worden. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht (inclusief breed bruikbare producten); zoals weergegeven in plan van aanpak (dec 2019) en updates. Tevens inspelend op actualiteit. In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak, ook voor de periode na de RES 1.0. Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. In de RES 1.0 wordt er aandacht besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om over grote afstanden te transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten. Het is belangrijk dat de waterschappen, als RES-partner, hun mogelijkheden om van aquathermie gebruik te maken verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten, en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron. In het proces naar de RES 1.0 is veel aandacht geweest voor de integrale afweging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/792/documents/28056