Concept Agressieprotocol raads- en commissieleden gemeente Ridderkerk 2026
Tekst van het document
Agressieprotocol raads- en commissieleden gemeente Ridderkerk 2026 1. Inleiding Lokale politici moeten benaderbaar kunnen zijn, midden in de samenleving kunnen staan en het politieke debat vrij kunnen voeren. Zij moeten hun publieke taken zonder dwang of druk kunnen uitoefenen en besluiten kunnen nemen op basis van argumenten, niet op basis van intimidatie. De verhouding tussen de Ridderkerkse samenleving en de gemeenteraad is over het algemeen constructief. Inwoners weten de weg naar de raad te vinden, participeren in het debat en dragen bij aan een levendige lokale democratie. Juist die verbinding is waardevol en verdient bescherming. Dat maakt het des te belangrijker om heldere normen te stellen wanneer die verhouding onder druk komt te staan. Want tegelijkertijd krijgen politieke ambtsdragers steeds vaker te maken met schelden, beledigen, intimidatie, bedreigingen, stalking en in enkele gevallen fysiek geweld. Dit hoort niet bij het politieke ambt. Agressie tegen politieke ambtsdragers is onacceptabel, omdat het niet alleen de persoon raakt, maar ook het democratisch proces ondermijnt. Met dit protocol leggen we één duidelijke norm vast: Emotie mag. Agressie accepteren we niet. Misdragingen worden altijd gemeld. Melden helpt omdat het zichtbaar maakt wat er gebeurt, herhaling voorkomt en zorgt dat niemand er alleen voor staat. 2.
Doel en reikwijdte Dit protocol beschrijft hoe raad en organisatie handelen bij normoverschrijdend gedrag richting politieke ambtsdragers. Het protocol geldt voor raadsleden en commissieleden. Agressie kan ook gericht zijn op een politieke partij of partijgelieerde personen in plaats van op een individuele ambtsdrager. Dit valt buiten de formele reikwijdte van dit protocol. De griffier of burgemeester is ook in die gevallen beschikbaar als eerste aanspreekpunt. 3. Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn leidend. 1. We spreken elkaar aan op gedrag. Goede omgang tussen inwoners en bestuur begint bij wederzijds respect. 2. Dit protocol geldt zonder uitzondering, ook wanneer normoverschrijdend gedrag afkomstig is van een ander raadslid of commissielid. 3. Emotie en teleurstelling kunnen voorkomen en vragen om herkenning, erkenning en een oplossingsgerichte aanpak. 4. Wanneer gedrag over de grens gaat, is dat nooit aanvaardbaar — frustratie verklaart het gedrag, maar rechtvaardigt het niet. 5. Op normoverschrijdend gedrag volgt altijd een passende reactie vanuit de gemeente. Waar mogelijk gebeurt dit met hoor en wederhoor. 6. We staan voor elkaar. Grensoverschrijdend gedrag richting één ambtsdrager wordt door collega’s zichtbaar afgekeurd. 7. Incidenten gebruiken we om te leren en onze werkwijze aan te scherpen. 2 van 8 4. Gedeelde norm Emotie mag.
Agressie accepteren we niet. Dit is de norm die centraal staat in dit protocol. Uitingen van agressie richting politieke ambtsdragers worden altijd gemeld, of ze nu online of offline plaatsvinden. Deze norm geldt voor iedereen en in alle situaties. 5. Begrippen In dit protocol gebruiken we de volgende begrippen. • Agressie: elke vorm van verbale agressie, bedreiging, intimidatie of fysiek geweld in relatie tot de uitoefening van de publieke taak. • Ambtsdrager: raadslid of commissielid van de gemeente Ridderkerk. • Emotioneel gedrag: boosheid, teleurstelling of geëmotioneerde reacties zonder sprake van agressie. • Incident: Een voorval waarbij sprake is van agressie, bedreiging, intimidatie of ander normoverschrijdend gedrag richting een politieke ambtsdrager in de uitoefening van de publieke taak. • Incidentenregister (GIR): Het gemeentelijke systeem waarin incidenten formeel worden geregistreerd ten behoeve van vastlegging, opvolging, dossiervorming en het signaleren van herhaling of patronen. • Normoverschrijdend gedrag: gedrag dat de grens van veilige en respectvolle omgang overschrijdt, of dat na aanspreken niet stopt. • Stop-gesprek: een gesprek dat de burgemeester voert met de persoon die zich schuldig heeft gemaakt aan normoverschrijdend gedrag, met als doel het gedrag een halt toe te roepen. De boodschap is helder: dit gedrag accepteren we niet.
Er wordt besproken welke grenzen gelden en wat er moet veranderen om contact mogelijk te houden. • Team OOV: Het team Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente. Dit team adviseert de burgemeester bij risico-inschatting en eventuele maatregelen, en ondersteunt bij de afstemming met politie en andere betrokkenen. De ambtelijke ondersteuning van ambtsdragers komt vanuit de griffier. 6. Rollen en verantwoordelijkheden Voor een snelle en eenduidige aanpak werken we met vaste aanspreekpunten. Iedereen, ook getuigen of collega-bestuurders kan een incident melden. De melder hoeft niet de direct betrokken ambtsdrager te zijn. Rol Verantwoordelijkheid Griffier Ambtelijk aanspreekpunt voor raadsleden en commissieleden. Neemt de melding aan, informeert de burgemeester en begeleidt de betrokken ambtsdrager gedurende het gehele proces. Ambtelijk leidend bij de uitvoering van dit protocol: registreert incidenten in het incidentenregister, coördineert de opvolging en ondersteunt de betrokken ambtsdrager bij de voorbereiding van aangifte. 3 van 8 Rol Verantwoordelijkheid Burgemeester Naast de griffier aanspreekpunt bij een incident. Bestuurlijk regiehouder: bepaalt in overleg de passende respons en voert het stop-gesprek. Team OOV Adviseert bij risico-inschatting en eventuele maatregelen. Ondersteunt bij afstemming met politie. Wordt betrokken via de burgemeester.
Melder Degene die het incident meldt. Dit hoeft niet altijd de direct betrokken ambtsdrager te zijn; ook getuigen of collega-politici kunnen een melding doen. Betrokken ambtsdrager De ambtsdrager (raadslid of commissielid) die direct te maken heeft gehad met het normoverschrijdend gedrag of de agressie. Wordt ook wel aangeduid als de betrokkene. 7. Preventie Om incidenten zoveel mogelijk te voorkomen, is er aandacht voor voorbereiding en weerbaarheid. Politieke ambtsdragers worden bij de start van een nieuwe raadsperiode geïnformeerd over dit protocol, de aanspreekpunten en de beschikbare ondersteuning. Waar nodig worden aanvullende afspraken gemaakt over risicovolle bijeenkomsten, online veiligheid en digitale weerbaarheid. Ook kan periodiek training of voorlichting worden aangeboden over het herkennen van grensoverschrijdend gedrag en het handelen in spanningsvolle situaties. Vroegtijdig signaleren is essentieel. Ambtsdragers worden gestimuleerd om signalen of vermoedens van een gevaarlijke situatie actief door te geven aan de griffier of de burgemeester, ook als er nog geen concreet incident heeft plaatsgevonden. De burgemeester bepaalt, na advies van OOV, of inzet van extra beveiliging noodzakelijk is. In het gemeentehuis is tijdens openingstijden en tijdens raads- en commissievergaderingen beveiliging aanwezig.
De beveiliging is verantwoordelijk voor de orde en veiligheid in de openbare ruimtes van het gebouw, waaronder de publiekshal en de publieke tribune. Ambtsdragers kunnen zich bij onveilige of dreigende situaties direct wenden tot de beveiliging. Tijdens een vergadering berust de ordehandhaving bij de voorzitter; deze kan de beveiliging inschakelen om iemand uit de vergaderruimte te (laten) verwijderen. Aanwijzingen van de beveiliging worden opgevolgd. 8. Melden, bespreken, registreren en aangifte Elk incident dat een ambtsdrager belemmert om de publieke taak veilig en onbelemmerd uit te oefenen, wordt gemeld. Dat geldt voor fysiek gedrag, telefonische contacten, brieven, e-mail en uitingen via social media. In bijlage 1 staat een praktisch schema met gedragsindeling en de bijbehorende basishandelingen. Incidenten worden vastgelegd in een incidentenregister dat wordt bijgehouden door de griffier. Het register is toegankelijk voor de griffier en de burgemeester. Er vindt regelmatig afstemming tussen burgemeester en griffier plaats over dit register. Registraties worden bewaard volgens de geldende bewaartermijnen in het kader van de Archiefwet. 4 van 8 9. Stappenplan bij agressie Dit stappenplan beschrijft hoe wordt gehandeld bij agressie, bedreiging of intimidatie richting politieke ambtsdragers.
Het geeft houvast voor de eerste beoordeling, de opvolging van incidenten en het bepalen van een passende reactie. Veiligheid staat altijd voorop; incidenten worden zorgvuldig vastgelegd en de betrokken ambtsdrager staat er niet alleen voor. Na de eerste stappen en registratie zijn er drie opties: geen verdere afhandeling, interne aanpak (Route A) of aangifte (Route B). Bij alle opties kan in overleg altijd een melding bij de politie worden gedaan, ook zonder dat dit leidt tot een formele aangifte. Stap 1 – Eerst veiligheid Als er direct gevaar is, wordt direct 112 gebeld. Bij minder spoed maar wel onveiligheid wordt contact opgenomen met de politie via 0900 8844. Waar nodig worden direct maatregelen genomen om de veiligheid van de melder en de omgeving te waarborgen. Bij incidenten in het gemeentehuis kan de beveiliging direct worden ingeschakeld voor ondersteuning ter plaatse. Stap 2 – Melding bij de griffier of burgemeester De melder meldt het incident zo snel mogelijk bij de griffier of de burgemeester. In de praktijk zal de burgemeester vaak als eerste worden benaderd. De griffier informeert de burgemeester wanneer de melding bij hem binnenkomt, en spreekt af wie de betrokken ambtsdrager begeleidt. Griffier en burgemeester houden elkaar op de hoogte over het verloop.
Als de melder niet de betrokken ambtsdrager zelf is, neemt de begeleider ook contact op met die ambtsdrager om het incident te bespreken en te bepalen welke ondersteuning nodig is. Stap 3 – Feiten en bewijs vastleggen De begeleider (griffier of burgemeester) legt samen met de betrokken politicus en/of melder de feiten vast. De betrokken ambtsdrager bewaart zoveel mogelijk direct beschikbaar bewijsmateriaal: e-mails, appberichten, screenshots, social mediaposts, brieven, foto’s, camerabeelden en namen van getuigen. De begeleider ondersteunt hierbij en zorgt voor gestructureerde opslag. Leg ook kort vast wat de impact is op de betrokken ambtsdrager en op de taakuitoefening. Stap 4 – Registratie door griffier en advies van OOV Bij alle gevallen van verbale agressie of ernstiger wordt een formele melding opgesteld. De griffier registreert het incident in het incidentenregister (zie ook bijlage 1). Team OOV adviseert over vervolgstappen. De bewaartermijn volgt de gemeentelijke archiefregels. Stap 5 – Keuze aanpak en vervolg Na de eerste beoordeling bepalen de burgemeester en griffier, met advies van OOV en indien gewenst politie, welke aanpak passend is. Daarbij wegen zij de ernst van het incident, eventuele herhaling en de vraag of sprake is van strafbare feiten mee.
De melder of betrokkene wordt hierbij actief betrokken, over de mogelijke aanpak geconsulteerd en geïnformeerd over de gekozen vervolgstap. Op basis van deze afweging zijn er drie mogelijke uitkomsten. Het incident kan worden geregistreerd zonder verdere opvolging, wanneer vastlegging wel nodig is maar aanvullende maatregelen op dat moment niet passend zijn; dit besluit wordt gemotiveerd vastgelegd en teruggekoppeld aan de betrokkene. Ook kan worden gekozen voor een lokale aanpak binnen de organisatie. Bij ernstige 5 van 8 incidenten of strafbare feiten kan daarnaast worden gekozen voor de aangifteroute. Bij alle uitkomsten kan in overleg een melding bij de politie worden gedaan. Route A: De interne aanpak door de gemeente Stap 6A – Uitnodiging stop-gesprek De griffier of OOV plant het stop-gesprek, afhankelijk van de gekozen aanpak, zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vijf werkdagen. De betrokkene ontvangt hiervoor een schriftelijke uitnodiging. In ernstigere situaties of bij herhaling kan de politie aansluiten; dit wordt per geval beoordeeld door de burgemeester in afstemming met OOV. Stap 7A – Stop-gesprek voeren Het stop-gesprek wordt gevoerd door de burgemeester. Afhankelijk van de aanpak kan een medewerker van OOV aansluiten voor risico-inschatting en dossiervoering. De boodschap is helder: dit gedrag accepteren we niet.
Er wordt besproken welke grenzen gelden en wat er moet veranderen om contact mogelijk te houden. Een vertegenwoordiger van de politie kan als de situatie dat vraagt aansluiten bij het gesprek. Stap 8A – Maatregelen en begrenzen van contact Als het nodig is, volgt een maatregel. De burgemeester besluit hierover in overleg met de griffier en op advies van OOV. Afhankelijk van de situatie kan dit bijvoorbeeld een schriftelijke waarschuwing zijn, een lokaalverbod (toegangsverbod tot het gemeentehuis of een vergaderruimte), een dienstverleningsverbod (waarbij dienstverlening alleen op afspraak en via OOV plaatsvindt) of een via de juridische weg opgelegd contactverbod. Stap 9A – Evaluatie en besluit over vervolg De burgemeester besluit, met input van de griffier en advies van OOV, of de maatregel kan stoppen of verlengd moet worden. OOV stelt hiertoe een advies op, mede op basis van informatie van de griffier over de situatie van de betrokken ambtsdrager. De burgemeester koppelt de uitkomst terug aan de betrokken ambtsdrager en zorgt dat deze niet voor verrassingen komt te staan. Route B: De aangifteroute Stap 6B – Aangifte doen met bewijs en context De aangifte wordt voorbereid op basis van de beschikbare feiten en het verzamelde bewijsmateriaal. Daarbij wordt ook de impact van het incident op de betrokkene en op de uitoefening van de publieke taak meegenomen.
Eventuele schade wordt, voor zover bekend, direct in de aangifte betrokken. De griffier ondersteunt bij de voorbereiding en afhandeling; OOV adviseert waar nodig, zodat de betrokken ambtsdrager zoveel mogelijk wordt ontzorgd. Stap 7B – Privégegevens beschermen en registratie als publieke taak Waar mogelijk wordt in de aangifte een werkadres gebruikt in plaats van een privéadres. Ook wordt bij de politie aangegeven dat sprake is van agressie tegen iemand met een publieke taak, zodat dit op de juiste manier wordt geregistreerd en beoordeeld. Stap 8B – Controle, terugkoppeling en contact 6 van 8 Voor indiening wordt de aangifte gecontroleerd op juistheid en volledigheid. Daarnaast worden afspraken gemaakt over het contact met de politie en de terugkoppeling over het vervolg. De burgemeester houdt de melder of betrokkene op de hoogte van belangrijke stappen en uitkomsten. Stap 9B – Vervolg strafproces Na de aangifte kan de politie onderzoek doen. Het Openbaar Ministerie beslist vervolgens over het verdere strafrechtelijke vervolg. Waar nodig blijft er tijdens dit proces bestuurlijke en ambtelijke afstemming plaatsvinden.
Afhankelijk van de aard en ernst van het incident kan aanvullend politie- instrumentarium worden ingezet, waaronder: • een beveiligingsadvies of risicoanalyse door de politie; • persoonsbeveiliging of bewaking op locatie; • stelselmatige dadergerichte aanpak (SDA) bij herhaalde dreiging of stalking; • registratie als geweld tegen een persoon met een publieke taak (VPT), indien dit nog niet in stap B7 is gebeurd; • afstemming met de wijkagent over het signaleren van mogelijke nieuwe incidenten. Nazorg en evaluatie gelden altijd, bij alle routes. Stap 10 – Nazorg en ondersteuning De griffier organiseert het eerste nazorgcontact. Bij ernstige incidenten blijft ook de burgemeester bestuurlijk betrokken. Ondersteuning kan bestaan uit een vast aanspreekpunt, praktische hulp, begeleiding en waar nodig professionele ondersteuning (rechtsbijstand, psychosociale hulp). Er is ook aandacht voor de impact op de thuissituatie. Waar nodig kan aanvullende externe ondersteuning worden ingezet. Daarbij kan ook gebruik worden gemaakt van het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur, dat politieke ambtsdragers ondersteunt bij vragen en nazorg na een incident. Stap 11 – Evaluatie en leren Na afronding van een incident evalueert de griffier wat er is gebeurd en welke lessen kunnen worden getrokken. OOV werkt hierbij mee vanuit zijn adviserende rol. Leerpunten worden vastgelegd in het incidentenregister.
Jaarlijks kijken griffier en burgemeester uiterlijk in februari in een vaste afstemafspraak terug op alle gemelde incidenten. Waar nodig worden werkwijzen, communicatieafspraken of dit protocol zelf aangepast. Aansluitend komen burgemeester, griffier en gemeentesecretaris in maart bijeen om de jaarlijkse ervaringen vanuit raad, college en organisatie samen te brengen en te bezien of bredere aanpassingen nodig zijn. 10. Communicatie: terughoudend en beperkt Communicatie over incidenten is maatwerk. Uitgangspunt is dat terughoudend en beperkt wordt gecommuniceerd. Per incident wordt beoordeeld of communicatie nodig is, met welk doel en in welke vorm. De burgemeester en griffier stemmen dit per geval af met de betrokken ambtsdrager. Daarbij wordt rekening gehouden met de aard en ernst van het incident, de veiligheid van betrokkene, de bestuurlijke context en mogelijke gevolgen voor het verdere proces. Als communicatie plaatsvindt, gebeurt dat zorgvuldig en afgestemd. Daarbij staat voorop dat agressie en intimidatie niet worden genormaliseerd en dat de positie en veiligheid van de betrokken ambtsdrager worden beschermd.
7 van 8 Bijlage 1: Responstabel gedrag en opvolging Categorie gedrag Korte duiding en voorbeelden Basishandeling in het moment Melden (wie en wanneer) Registreren in GIR (wanneer) Reactie richting betrokkene Aangifte / politie Nazorg en vervolg Emotioneel gedrag of stevige kritiek (geen agressie) Boosheid, teleurstelling, veel vragen, kritiek op beleid, besluit of werkwijze, zonder persoonlijke aanvallen. Blijf rustig. Luister actief. Benoem emoties. Vat samen. Maak afspraken over vervolg of doorverwijzing. Melden als de taakuitoefening wordt belemmerd, als het gedrag aanhoudt of als er een risico op escalatie is. Meld bij griffier of burgemeester en betrek OOV indien nodig voor advies. Geen registratie, tenzij er herhaling is of een patroon ontstaat. Zo nodig korte terugkoppeling over afspraken of vervolg. Geen sanctie. Doel is de-escalatie en voortzetting dienstverlening. Geen. Alleen aangifteroute als het gedrag overgaat in bedreiging of geweld. Check-in met betrokkene. Leg leerpunten vast als dit vaker voorkomt. Verbale agressie (persoonlijk gericht) Schelden, kleineren, discrimineren, bewust provoceren of beledigen. Persoonlijk gericht op ambtsdrager of medewerker. Stel een duidelijke grens. Benoem het gedrag. Geef één kans om te stoppen en het gesprek normaal te vervolgen. Beëindig het gesprek als het doorgaat.
Altijd melden wanneer het gedrag aanhoudt na de grensstelling of wanneer het gesprek wordt beëindigd. Meld bij griffier of burgemeester. Griffier registreert en informeert OOV voor advies en opvolging. Registreren in GIR wanneer het gedrag aanhoudt, wanneer het gesprek is beëindigd, bij herhaling of wanneer de impact groot is. Binnen 48 uur een passende reactie op de norm. Dit kan bijvoorbeeld een schriftelijke waarschuwing zijn of een uitnodiging voor stop-gesprek via de interne aanpak (route A) Politie inschakelen bij strafbare feiten of wanneer er sprake is van een reële dreiging (aangifte is Route B). Een politiemelding zonder aangifte is ook een mogelijkheid. Nazorg voor betrokkene. Monitor herhaling. Bij herhaling opschalen naar stop-gesprek en mogelijke maatregel. 8 van 8 Categorie gedrag Korte duiding en voorbeelden Basishandeling in het moment Melden (wie en wanneer) Registreren in GIR (wanneer) Reactie richting betrokkene Aangifte / politie Nazorg en vervolg Bedreiging of intimidatie Dreigen met geweld, intimidatie, stalking, seksuele intimidatie of het wekken van angst of onveiligheid. Stop contact direct. Zorg voor veiligheid. Verzamel bewijs en leg vast wat er is gebeurd. Altijd direct melden bij griffier of burgemeester. OOV wordt betrokken via de burgemeester. Altijd registreren in GIR door griffier. Direct normstelling.
Binnen 48 uur opvolging en besluit over maatregelen. In beginsel melding of aangifte. Politie betrekken voor advies en registratie als geweld tegen publieke taak. Nazorg en veiligheidsinschattin g. Overweeg contactbeperking, lokaalverbod of dienstverleningsafsp raak. Fysiek geweld of vernieling Slaan, schoppen, spugen, vastpakken, gooien met voorwerpen, vernielen of andere fysieke agressie tegen personen of goederen. Veiligheid eerst. Neem afstand. Bel 112. Beveilig de omgeving. Leg bewijs en schade vast. Altijd direct melden bij griffier of burgemeester. OOV wordt betrokken via de burgemeester. Altijd registreren in GIR door griffier. Direct opvolging. Binnen 48 uur besluit over maatregelen en communicatie. Dienstverlening stopt direct. Aangifte doen bij strafbare feiten. Schade altijd verhalen waar mogelijk. Nazorg, eventueel opvang en medische ondersteuning. Evaluatie en maatregelen om herhaling te voorkomen.