ChristenUnie antwoorden Voorbereidingsbudget Trelleborg locatie
Tekst van het document
1 van 4 Vragen over vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Onderwerp: Voorbereidingsbudget Trelleborg locatie Vragensteller: Matthijs Roobol, ChristenUnie Behandelvergadering: commissie Samen wonen, 25 juni 2026 Portefeuillehouder: wethouder Van der Duijn Schouten Datum vraag: 23 juni 2026 Datum antwoord: 25 juni 2026 Vraag 1 Welke percelen en gronden vallen binnen de begrenzing van de gebiedsontwikkeling Trelleborg en maakt het gebied tussen de Molensteeg en de PC Hooftstraat daar volledig onderdeel van uit? Antwoord 1 Het Trelleborg terrein beslaat het grootste deel van het plangebied. Op verzoek van de gemeente zijn in een vroeg stadium ook de aangrenzende gronden betrokken bij de planvorming. Dit betreft de: • Gemeentelijke gronden ten oosten van het Trelleborgterrein; • Gronden van BPD ten zuiden van het Trelleborgterrein (zie onderstaande afbeelding).
2 van 4 Vraag 2 Welke onderzoeken, analyses en werkzaamheden zijn sinds de start van de initiatieffase uitgevoerd en tot welke concrete inzichten en keuzes hebben deze geleid? Antwoord 2 Sinds de start van de initiatieffase zijn onderzoeken uitgevoerd naar de waterhuishouding en bodemgesteldheid van het plangebied. Het waterhuishoudkundig onderzoek heeft inzicht gegeven in de benodigde waterberging en is meegenomen in de optimalisatie van het stedenbouwkundig schetsontwerp. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan een onderzoek naar bodem- en watergestuurd ontwikkelen. De overige onderzoeken worden uitgevoerd binnen het gebiedsprogramma. Hierbij wordt verder onderzocht welke ruimtelijke mogelijkheden en beperkingen er zijn voor de ontwikkeling van het plangebied. Vraag 3 Op basis van welke ruimtelijke beleidsmatige uitgangspunten is het aantal van circa 500 woningen bepaald? Zijn eerder andere woningaantallen onderzocht en zo ja, welke? Antwoord 3 Op basis van welke ruimtelijke beleidsmatige uitgangspunten is het aantal van circa 500 woningen bepaald? Het aantal van circa 500 woningen betreft een indicatieve inschatting en is nog niet definitief vastgesteld. Binnen het gebiedsprogramma wordt onderzocht wat het ruimtelijke laadvermogen van het plangebied is, rekening houdend met het geldende beleid en de gebiedskenmerken.
Daarbij worden onder andere de Omgevingsvisie, de Visie op Bouwhoogte, de parkeernormen, mobiliteit, groen, water en ruimtelijke kwaliteit betrokken. Zijn eerder andere woningaantallen onderzocht en zo ja, welke? Er worden gedurende de planvorming verschillende scenario's en varianten onderzocht. Het exacte aantal woningen maakt onderdeel uit van deze afweging. Momenteel wordt onderzocht welk woningbouwprogramma ruimtelijk en beleidsmatig haalbaar is binnen het plangebied, waarbij wordt gestuurd op een optimale balans tussen woningbouw, leefkwaliteit en de geldende beleidskaders. 3 van 4 Vraag 4 Geldt het uitgangspunt van faciliterend grondbeleid ook voor de gronden binnen het plangebied die eigendom zijn van de gemeente? Zo ja, welke inhoudelijke en financiële afwegingen liggen aan deze keuze ten grondslag? Antwoord 4 Ja. Op dit moment geldt het uitgangspunt van faciliterend grondbeleid voor de gehele gebiedsontwikkeling, inclusief de gemeentelijke gronden. Deze keuze past bij de huidige fase van de ontwikkeling, waarin de haalbaarheid, samenwerking tussen partijen en de gewenste gemeentelijke rol nog worden uitgewerkt. Faciliterend grondbeleid biedt daarbij flexibiliteit en maakt het mogelijk plankosten via kostenverhaal op ontwikkelende partijen te verhalen.
Daarnaast kan verkoop van gemeentelijke gronden tegen marktconforme voorwaarden financieel aantrekkelijker zijn dan deelname in een grondexploitatie, waarbij de gemeente ook meer risico draagt. Gedurende de definitiefase wordt onderzocht of een actiever grondbeleid met een grondexploitatie alsnog wenselijk en noodzakelijk is. Vraag 5 Er wordt een verkeersonderzoek voorzien. Welke verkeerskundige knelpunten zijn op voorhand al in beeld rondom de Trelleborg-locatie? Antwoord 5 Op voorhand zijn enkele verkeerskundige aandachtspunten in beeld, maar deze worden nader onderzocht in het nog uit te voeren verkeersonderzoek. Het gaat met name om: • De ontsluiting van het plangebied op het omliggende wegennet; • De verkeersafwikkeling op de aansluitende gebiedsontsluitingswegen; • De uitkomsten van het verkeersonderzoek, met name ten aanzien van de ontsluiting en verkeersintensiteiten, kunnen aanleiding geven om te bezien of en waar binnen het plangebied kleine ruimtelijke aanpassingen nodig zijn om het langzaam verkeer (voetgangers en fietsers) aanvullend te beschermen; • De effecten van extra verkeersbewegingen op de omliggende woonstraten; • De parkeercapaciteit binnen het plangebied en mogelijke druk op de omgeving. 4 van 4 Het verkeersonderzoek binnen het gebiedsprogramma is bedoeld om deze aandachtspunten nader te kwantificeren en waar nodig oplossingsrichtingen uit te werken.
Pas op basis daarvan kunnen definitieve conclusies worden getrokken over de verkeerskundige inpasbaarheid van de ontwikkeling. Vraag 6 Welke concrete reguliere voortgangsmomenten worden bedoeld waarop de raad wordt geïnformeerd over de ontwikkeling van het project, en op welke momenten in de initiatief- en definitiefase wordt de raad betrokken bij keuzes en besluitvorming over de gebiedsontwikkeling? Antwoord 6 De raad wordt betrokken vanuit haar budgetrecht bij het voorbereidingsbudget en eventuele vervolgfinanciering. Daarnaast wordt de raad geïnformeerd over de voortgang van het project via de reguliere planning- en controlcyclus. Bij het opstellen van het gebiedsprogramma wordt expliciet aan het adviesbureau meegegeven dat de betrokkenheid van raad en commissie onderdeel moet zijn van het (participatie)proces.