ChristenUnie antwoorden Verordeningen Woonruimtebemiddeling.pdf
Tekst van het document
Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Verordeningen Woonruimtebemiddeling Algemene informatie •
Vragensteller: R.M. Kooijman
•
Vergaderdatum: 27 november 2025
•
Portefeuillehouder: wethouder Van der Duijn Schouten
•
Datum vraag: 25 november 2025
•
Datum antwoord: 27 november 2025
Vragen en antwoorden Vraag 1 Het raadsvoorstel is besproken en vastgesteld in de B&W-vergadering van 11 november 2025. Op diezelfde dag heeft Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland een brief verstuurd naar Provinciale Staten Zuid-Holland, met daarin een voorgenomen besluit aanwijzing art. 99 Wgr Ridderkerk. Een dag later, 12 november, heeft de gemeente Ridderkerk een afschrift hiervan ontvangen. Was het besluit van GS al bekend bij behandeling van dit voorstel in de B&W-vergadering? Zo ja, welke overwegingen hebben u toen doen besluiten om dit voorstel evengoed door te zetten naar de raad? Zo nee, wat betekent deze nieuwe ontstane situatie volgens de visie van het college ten aanzien van het voorliggende raadsvoorstel? Antwoord 1 Wij waren bekend met de mogelijkheid dat GS een aanwijzing zou kunnen geven. Wij hebben dat ook als kanttekening 1.2 opgenomen in het raadsvoorstel waarmee uw raad ons in februari opdracht gaf woonruimtebemiddeling lokaal te organiseren. Ondanks de voorgenomen aanwijzing door GS is het een bevoegdheid van de raad om huisvestingsverordeningen vast te stellen. Wij zijn van mening dat de aan uw raad aangeboden huisvestingsverordeningen passen bij de wens van uw raad om de positie van woningzoekenden met binding aan Ridderkerk te versterken.
Vraag 2 In het raadsvoorstel wordt als argument aangegeven dat in de Verordening Woonruimtebemiddeling Ridderkerk 2026 is opgenomen dat het maximaal toewijzen van sociale huurwoningen aan
woningzoekenden met binding aan Ridderkerk dwingend in de verordening is opgenomen. Kunt u aangeven waarin (los van de keuze voor een lokaal systeem) dit maximaal toewijzen dwingender is beschreven dan in de verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024? Antwoord 2 In het raadsvoorstel wordt de vergelijking gemaakt met de nieuwe regionale verordening. In artikel 2.2.7 van de Verordening Woonruimtebemiddeling Ridderkerk 2026 is opgenomen dat voor ten hoogste 50% van de huisvestingsvergunningen voorrang wordt verleend aan woningzoekenden met binding aan Ridderkerk. In de nieuwe regionale verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 is in artikel 2.2.7 dat bij 50% van de huisvestingsvergunningen voorrang kan worden verleend. In de Ridderkerkse verordening is het een opdracht aan de verhuurders van sociale huurwoningen, in de regionale verordening is het beschreven als mogelijkheid. Vraag 3 Bij de behandeling in de commissie van november 2025 werd bij bespreking van de 2e bestuurlijke lus bestemmingsplan Woongebied Ridderkerk door de wethouder op vragen vanuit Partij 18PLUS aangegeven dat het nog niet opportuun is om uitgangspunten die zijn opgenomen in de nog aan te nemen wet Versterking Regie Volkshuisvesting nu al mee te nemen in lokale besluiten.
In de nieuwe lokale verordening woonruimtebemiddeling wordt echter, in lijn met deze wet, al wel de positie van statushouders aangepast, en krijgen deze geen voorrang meer. Waarom kan in dit geval de wet Versteking Regie Volkshuisvesting wél al worden meegenomen? Antwoord 3 Los van wat er uiteindelijk in Wet Versterking Regie Volkshuisvesting wordt opgenomen over voorrang voor statushouders is het op grond van artikel 12 van de Huisvestingswet aan de raad om te bepalen of statushouders voorrang krijgen. In het voorstel voor de Verordening Woonruimtebemiddeling Ridderkerk 2026 hebben wij geen voorrang voor statushouders opgenomen. Vraag 4 In het raadsvoorstel wordt aangegeven onder de kanttekening 2.2 dat een gevolg (vanuit de wet Versterking Regie Volkshuisvesting) van eventuele verplichte samenwerking ten aanzien van het huisvesten van aandachtsgroepen kan betekenen dat aandachtsgroepen van buiten Ridderkerk in Ridderkerk gehuisvest kunnen gaan worden. Wat betekent deze consequentie voor de verwachting vanuit het college ten aanzien van de succesvolle werking van het hebben van een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem?
Antwoord 4 Het betekent dat er alleen van de aandachtsgroepen waarvan de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting mogelijk gaat voorschrijven dat er regionaal samengewerkt moet worden mogelijk ook woningzoekenden van buiten Ridderkerk verplicht in Ridderkerk gehuisvest moeten worden. Voor alle andere woningzoekenden geldt dat de raad, binnen de kaders van de Huisvestingswet, regels voor de toewijzing van door de raad bepaalde categorieën van woonruimten kan stellen. Vraag 5 We verbazen ons over de tekst die in het raadsvoorstel is opgenomen onder Inclusiviteitstoets. Bent u het met ons eens dat het nu eerder een exclusiviteitstoets is? Graag uw antwoord toelichten. Antwoord 5 Nee dat zijn wij niet met u eens. Wij sluiten namelijk geen woningzoekenden uit. Vraag 6 Een aantal stakeholders maken zich zorgen over het ontbreken van een specifieke klachtenprocedure rond woningtoewijzing. Het college geeft aan dat dit moet gebeuren via de standaard gemeentelijke klachtenprocedure. Voorziet de gemeentelijke klachtenprocedure al, en is er iets te zeggen over het aantal klachten dat kan worden verwacht? Is dat een enkeling per jaar, of gaat dat om grotere hoeveelheden klachten? Antwoord 6 De gemeentelijke klachtenprocedure voorziet in het behandelen van diverse soorten klachten over besluiten van de gemeente. Daar passen ook de klachten over verleende huisvestingsvergunningen onder.
Omdat de huisvestingsvergunning verleend wordt voor een woning die aan de woningzoekende wordt toegewezen, verwachten wij niet veel klachten.