ChristenUnie antwoorden Participatieverordening gemeente Ridderkerk
Tekst van het document
1 van 2 Vragen over vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Onderwerp: Participatieverordening gemeente Ridderkerk Vragensteller: Lydia Vergunst, ChristenUnie Behandelvergadering: commissie Samen leven, 1 oktober 2026 Portefeuillehouder: wethouder Stip Datum vraag: 30 september 2026 Datum antwoord: 1 oktober 2026 Vraag 1 Hoe borgt het college dat participatie niet alleen wordt ingevuld door de meest mondige inwoners, maar dat ook kwetsbare en minder zichtbare groepen daadwerkelijk worden bereikt? Antwoord 1 Op grond van artikel 4 is er een zorgplicht om inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen tijdig te betrekken en het participatieproces zorgvuldig te laten verlopen. Ook moet vooraf duidelijk zijn wie aan het participatieproces kunnen deelnemen en welke vorm van participatie wordt ingezet. Bij groepen die minder snel uit zichzelf deelnemen zal een actieve en laagdrempelige benadering nodig kunnen zijn, mogelijk met inzet van onze samenwerkingspartners. Hier is aandacht voor bij het opstellen van het participatieplan. Vraag 2 Hoe bewaakt het college dat de participatievorm “meebeslissen” niet schuurt met de democratische en wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeenteraad? Antwoord 2 Zowel in de participatieverordening als in de Nota betrokken samenleving is opgenomen dat ‘meebeslissen’ plaatsvindt binnen vooraf door de gemeente gestelde kaders.
2 van 2 Vraag 3 In artikel 6 is opgenomen dat bij een inspraakprocedure altijd afdeling 3:4 van de algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Waarom is hier voor gekozen? En in welke gevallen kan hiervan worden afgeweken? Antwoord 3 We hebben hierin de modelverordening van de VNG gevolgd. Wij achten de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van Afdeling 3:4 AWB als voldoende. Indien het niet bij wettelijk voorschrift is geregeld kan het bestuursorgaan in afwijking een andere vorm kiezen. Vraag 4 In artikel 8 wordt gesproken over het uitdaagrecht. Wordt hier op dit moment al gebruik van gemaakt? Is de gemeente van plan om dit actief te gaan stimuleren? Graag een motivatie bij uw antwoord. Antwoord 4 Er wordt op dit moment geen gebruik gemaakt van het uitdaagrecht. Het college vindt het wel belangrijk initiatieven vanuit de samenleving te ondersteunen. Dit wordt concreet gemaakt door in deze verordening niet alleen inwonersparticipatie (waarbij de gemeente het initiatief neemt) te regelen maar ook overheidsparticipatie in brede zin, waarbij het initiatief juist bij inwoners of maatschappelijke instellingen ligt. Vraag 5 In artikel 11 staat dat een eindverslag bij overheidsparticipatie mogelijk maar niet verplicht is.
Waarom is hier in dit geval voor gekozen en kunt u situaties noemen waarin er geen eindverslag nodig is? Antwoord 5 Bij inwonersparticipatie is een eindverslag verplicht. Bij overheidsparticipatie inderdaad niet. Het college vindt terugkoppeling na een participatietraject zeer belangrijk. Tegelijkertijd heeft het de voorkeur ruimte te houden voor maatwerkafspraken met de initiatiefnemer, zonder onnodige verzwaring van de administratieve last.