CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

ChristenUnie antwoorden Ontwerp Omgevingsvisie Ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 22 mei 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Reactie op ontwerp Omgevingsvisie1.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Ontwerp “Omgevingsvisie Ridderkerk” Algemene informatie •

Vragensteller: Corstiaan Knape, ChristenUnie

•

Vergaderdatum: 22 mei 2025

•

Portefeuillehouder: C.A. van der Duijn Schouten

•

Datum vraag: 21 mei 2025

•

Datum antwoord: 22 mei 2025

Vragen en antwoorden Vraag 1 Pagina 25: Hier wordt gesproken over het Warmteprogramma. Dit betreft een programma dat de gemeente eind 2026 gereed moeten hebben en waarin keuzes op wijk en buurt niveau kunnen/moeten worden gemaakt. Is de gemeente Ridderkerk inmiddels gestart met dit programma? Zo ja, Op welke termijn is dit programma naar verwachting gereed en op welke wijze wordt de raad bij het opstellen van dit programma betrokken? Zo nee, wat is de planning en wat zijn de plannen van het college op dit gebied? Antwoord 1 Ja, we zijn gestart met het Warmteprogramma. Het programma is volgens planning eind 2026 gereed. We betrekken u door u te informeren over de voortgang en de ontwikkelingen. Vraag 2 Eerder heeft onze fractie al vragen gesteld over eventuele koppelkansen op het gebied van groen en natuur die verbonden kunnen zijn aan de aanleg van een hoogspanningsleiding over Ridderkerks grondgebied. Zijn er op het gebied van de energietransitie voor Ridderkerk zelf ook voordelen (bijvoorbeeld versnelling van lokale transitie) te koppelen wanneer het trace door Ridderkerk gaat lopen? Zo ja, welke voordelen ziet u? Zo nee, waarom denkt u dat die voordelen er niet zijn?

Antwoord 2 Er vindt overleg plaats met stakeholders. Daarin worden koppelkansen op het gebied van de versnelling van de lokale energietransitie, alsmede op het gebied van groen en natuur verder verkend en onderzocht. Het hoogspanningstracé zou kansen kunnen bieden aan de versnelling van de lokale energietransitie, door het combineren van werkzaamheden met de aanleg en versterking van de lokale energie-infrastructuur, bijvoorbeeld ten behoeve van duurzame energie-opwek of lokale energiehubs. Vraag 3 Op pagina 30 gaat het over het benutten van diploma’s en competenties van werkzoekende statushouders. U denkt die beter te kunnen benutten/inzetten. Welke middelen heeft u hiervoor en op welke manier kunt u de inzet hiervan verbeteren in de komende jaren? Antwoord 3 Velen van de werkzoekende statushouders beschikken over relevante ervaring, diploma’s en vakkennis uit hun land van herkomst, die nu nog te weinig worden ingezet. We zetten in op verbetering langs drie lijnen: 1. Bestaande instrumenten beter benutten: Het leren van de Nederlandse taal is essentieel voor deze groep. Daarnaast maken we gebruik van bestaande instrumenten zoals diplomawaardering via Nuffic (IDW) om eerder verworven competenties in beeld te brengen. Bij het waarderen van diploma’s worden deze vergeleken met het Nederlandse onderwijssysteem.

Op basis daarvan kunnen statushouders een passende vervolgopleiding volgen of gericht zoeken naar werk dat aansluit bij hun kennis en competenties. VluchtelingenWerk Nederland biedt hierbij ondersteuning. De inzet van deze instrumenten kan nog beter. Daarom investeren we in de deskundigheid van klantmanagers en consulenten, zodat zij deze middelen vroegtijdig en effectief kunnen inzetten in het traject van de statushouder. 2. Samenwerking met onderwijs en werkgevers versterken: Bij het bepalen van een passende leerroute of werktraject wordt rekening gehouden met het opleidingsniveau dat in het land van herkomst is behaald. In samenwerking met regionale opleiders werken we aan maatwerkroutes waarin taalvaardigheid, vakkennis en werkervaring worden gecombineerd. We zoeken actief de samenwerking met werkgevers die openstaan voor zijinstroom en zetten praktijkleren en werkervaringsplekken in om de stap naar betaald werk te verkleinen. 3. Gerichte inzet van participatie- en integratiegelden: Binnen de inburgering gebruiken we het PIP (Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie) om de competenties van statushouders in kaart te brengen en te vertalen naar een realistisch pad richting werk. Daarbij benutten we ook de beschikbare middelen voor arbeidsmarktgerichte inburgering, zoals duale trajecten waarbij leren en werken worden gecombineerd.

Op deze manier maken we optimaal gebruik van eerder verworven kwalificaties.

Vooruitblik: De komende jaren willen we verder investeren in regionale kennisdeling en in het bouwen van een overzichtelijke ‘sociale kaart’ van initiatieven, werkgevers en opleidingen die openstaan voor deze doelgroep. Door vroegtijdige screening en intensieve samenwerking met onze partners kunnen we statushouders sneller begeleiden naar een plek waar zij hun talenten kunnen inzetten – voor zichzelf én voor de samenleving. Vraag 4 De ambities bij de kernwaarden Groenblauwe oase luidt: “Wij willen de groene gebieden in Ridderkerk beter met elkaar verbinden en waar mogelijk aansluiten op de hoofdgroenstructuur. We willen onze landschappelijke en cultuurhistorische waarden behouden en versterken. We sluiten ons aan bij de landelijke doelstellingen om in 2050 een waterrobuuste, klimaatbestendige en aardgasvrije gemeente te zijn. Om dit te bereiken, richten we ons op het creëren en/of benutten van de daarvoor benodigde ruimte” Welke concrete ideeën of plannen heeft het college hierbij en hoe denkt het college dit te gaan bereiken in de komen jaren? Welke stakeholders zijn daarbij nodig? Antwoord 4 De gemeenteraad heeft op 15 mei 2025 de Visie buitengebied vastgesteld. In die visie staan mogelijke ontwikkelingen, waaronder die van het toevoegen van woningbouw in combinatie met het versterken/verbeteren van de Groene kraag.

Dat betekent dat we als gemeente afhankelijk zijn van grondeigenaren, maar ook van overheidsinstanties, zoals bijvoorbeeld het Waterschap Hollandse Delta en de provincie Zuid-Holland. Vraag 5 U houdt rekening met de komst van een hoogspanningsstation op locatie Bolnes Zuid. Staat dit station los van de mogelijke komst van een 380 KV hoogspanningsverbinding op onze gronden of zijn deze twee ontwikkelingen direct aan elkaar gekoppeld? Antwoord 5 Deze ontwikkelingen staan los van elkaar. Vraag 6 Pagina 60: Er wordt momenteel gewerkt aan een gebiedsvisie voor Centrum-Oost. De gemeenteraad heeft al diverse uitnodigen ontvangen voor inloopavonden. Als ChristenUnie fractie zijn wij o.a. bij de laatste inloopavond aanwezig geweest waar 3 scenario’s werden getoond en besproken die gebruikt worden als input voor het PlanMER en NRD. In alle drie de scenario’s werd tijdens de inloopavonden een flink ingrijpende transitie getoond voor het gebied. En transitie waar onze fractie in basis positief tegenover

staat. Het viel ons wel op dat alle drie de scenario’s deels afwijken van het idee dat onze fractie had en heeft bij de mogelijkheden voor dit gebied. Door de nieuwe werkwijze onder de omgevingswet komen commissie en raad pas weer in beeld nadat het programma is vastgesteld door het college. (Begin 2026). Kunt u inzicht geven op welke momenten de commissie en raad buiten de participatiemomenten om nog invloed uit kan oefenen op de strategische keuzes die er voor het gebied gemaakt worden? Antwoord 6 Wij zijn van plan om na de zomer een commissieconsultatie te organiseren over de omgevingsverkenning. Vraag 7 Pagina 60 bevat de volgende tekst en opsomming: “Op het moment van schrijven voorziet de gemeente de volgende vrijwillige programma’s: -

Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie;

-

Dijken van Ridderkerk: Handvatten voor behoud en ontwikkeling;

-

Programma Centrum-Oost;

-

Gebiedsprogramma Polders Bolnes-Slikkerveer.”

a. Wat maakt dat u wel kiest voor een vrijwillig programma Polders Bolnes-Slikkerveer maar die keuze (nog) niet maakt voor bijvoorbeeld Polder de Oude Molen? b. Wat maakt dat u wel kiest voor een vrijwillig programma klimaatadaptatie maar die keuze (nog) niet maakt voor een mogelijk programma “Versterking Groene Kraag”? Antwoord 7 a. Het gebiedsprogramma is qua begrenzing hier te ruim geformuleerd. Dit corrigeren we in de definitieve omgevingsvisie. We willen een vrijwillig gebiedsprogramma Bolnes-Zuid gaan opstellen. Voor Polders Slikkerveer-Bolnes ligt in het gebied Bolnes-Zuid onze wens voor transformatie naar natuur en recreatie, een urgente opgave vanuit Tennet/Stedin voor een hoogspanningstation (oplossen netcongestie) en een urgente opgave voor waterberging vanuit het Waterschap Hollandse Delta. Voor polder Oude Molen geldt dat particuliere grondeigenaren zich hier een gezamenlijk beeld over moeten vormen. Dat betekent dat zij een marktinitiatief doorlopen, waarvoor een principeverzoek nodig is. De Visie buitengebied geeft al de randvoorwaarden waaraan de initiatiefnemer moet voldoen. Uiteindelijk, als het college akkoord is, moeten we een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) doorlopen. Het verschil tussen Bolnes-zuid en de Oude Molen, is dat het bij de Oude Molen om een gebiedsontwikkeling gaat, terwijl we bij Bolnes-Zuid strategische keuzes maken.

b. Omdat de Visie buitengebied, en daarmee de omgevingsvisie, al een wensbeeld aangeeft. Bovendien betreft klimaatadaptatie een thema, daar waar het versterken van de Groene kraag meerdere thema’s omvat en dus visievorming is. Dit is daarom meegenomen in de Visie buitengebied. Vraag 8 Pagina 53: U kiest als het gaat om het versterken van de Groene Kraag om een regulerende en samenwerkende rol als sturingsrol. Draagt het voorgestelde beleid, met de gekozen rollen, daadwerkelijk bij aan het versterken van de groene kraag? Zo ja, op welke wijze is dit het geval? Zo niet, wat is er aanvullend vanuit de raad nodig om wel het verschil te maken? Antwoord 8 We hebben een vastgestelde Visie buitengebied waarin we voor het buitengebied aangeven op welke wijze we de Groene Kraag willen versterken. Dit is onze regulerende en sturende rol. Initiatiefnemers komen met plannen en wij toetsen die aan de Visie buitengebied/Omgevingsvisie. De samenwerkende rol zien wij vooral in bijvoorbeeld samenwerken met andere overheden (zoals het waterschap) en partijen om de gewenste ontwikkelingen te realiseren en de financiële middelen bij elkaar te krijgen. Bovendien kan de gemeente meedenkend zijn als het gaat om bestaand beleid.

Vraag 9 Pagina 64: “De gemeente wil verder onderzoeken welke instrumenten we kunnen gebruiken om de transformatie van Donkersloot mogelijk te maken;” Om welk deel van Donkersloot gaat deze transformatie en kunt meer duiding geven over aanleiding en doel van een eventuele transformatie. Antwoord 9 Donkersloot bestaat uit twee gebieden: Donkersloot-Noord (ten noorden van de Rotterdamseweg) en Donkersloot-Zuid (ten zuiden van de Rotterdamseweg) waar Centrum-Oost onderdeel van is. Voor Centrum-Oost wordt een gebiedsprogramma opgesteld om eventuele transformatie in beeld te brengen. In de Economische Visie en Integraal Veiligheidsbeleid is ondermijning op de bedrijventerreinen als belangrijk aandachtspunt genoemd. Voor Donkersloot-Noord wordt gekeken welke instrumenten (eventueel planologisch) kunnen worden ingezet om dit aan te pakken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1216/documents/40849