ChristenUnie antwoorden Onderbouwing BOPA Noldijk 41 (Wevershoeve)
Tekst van het document
1 van 3 Vragen over vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Onderwerp: Onderbouwing BOPA Noldijk 41 (Wevershoeve) Vragensteller: Matthijs Roobol, ChristenUnie Behandelvergadering: commissie Samen wonen, 1 oktober 2026 Portefeuillehouder: wethouder Van Os Datum vraag: 26 september 2026 Datum antwoord: 1 oktober 2026 Vraag 1 Het college stelt dat hier sprake is van bindend adviesrecht omdat het plan voorziet in meer dan 11 nieuwe woningen. Kan het college toelichten op welke grond het bindend adviesrecht van de raad in dit geval van toepassing is terwijl er ruimtelijk gezien maar 5 woningen bijkomen? Antwoord 1 Er zijn in de bestaande situatie geen woningen; in de nieuwe situatie komen er 13 woningen. Dus er worden er 13 woningen gebouwd. Dat is meer dan 11. Daarom geldt het bindend adviesrecht. Ook het realiseren van woningen in een gebouw geldt juridisch gezien als het ‘bouwen’ van woningen. Vraag 2 Het college stelt dat het project financieel alleen haalbaar is met aanvullende nieuwbouw.
Kan het college inzichtelijk maken waarom precies vijf schuurwoningen noodzakelijk zijn voor de financiële haalbaarheid? Is onderzocht of het project ook met minder schuurwoningen haalbaar zou zijn en welke ruimtelijke en financiële consequenties dergelijke varianten hebben? Antwoord 2 De ontwikkelaar staat op het standpunt dat het bijbouwen van vijf woningen in dit geval nodig is voor een goede business case. Onder deze voorwaarde is de ontwikkelaar geïnteresseerd in de herontwikkeling van de Wevershoeve. De gemeente heeft beoordeeld dat het op het achtererf bouwen van vijf woningen mogelijk is op een stedenbouwkundig verantwoorde manier.
2 van 3 In de afgelopen jaren hebben meerdere initiatiefnemers (projectontwikkelaars) een poging gedaan om tot herontwikkeling van de locatie over te gaan. De financiële haalbaarheid was daar steeds de reden dat het niet tot verwerving is overgegaan door deze initiatiefnemers. De huidige initiatiefnemer acht het met dit plan wel financieel haalbaar. Vraag 3 Het college geeft aan dat de nieuwe provinciale Omgevingsverordening de bouw van de vijf schuurwoningen zo goed als uitsluit, maar dat deze aanvraag vanwege het overgangsrecht nog onder de oude Omgevingsverordening valt. Kan het college toelichten hoe het overgangsrecht in dit geval van toepassing is? Antwoord 3 Er moet worden getoetst aan het overgangsrecht omdat de aanvraag op tijd is ingediend (op 15 juli 2026; dit is voordat de nieuwe Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking is getreden, te weten op 1 september 2026). Het overgangsrecht is opgenomen in artikel 7.41ii van de geldende Zuid-Hollandse Omgevingsverordening: Artikel 7.41ii (overgangsrecht) 1.
Als voor de inwerkingtreding van deze paragraaf een wijziging van het omgevingsplan ter inzage is gelegd of een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is ingediend, zijn de artikelen7.41bb, 7.41cc, 7.41dd, eerste lid, b tot en met j, 7.41ee, 7.41ff en 7.41gg niet van toepassing als wordt voorzien in een stedelijke ontwikkeling groter dan 3 ha. 2. Als voor de inwerkingtreding van deze paragraaf een wijziging van het omgevingsplan ter inzage is gelegd of een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is ingediend, is deze paragraaf niet van toepassing als wordt voorzien in een stedelijke ontwikkeling kleiner dan 3 ha. Vraag 4 Is er bij de beoordeling van het plan ook gekeken naar de parkeerbehoefte van bezoekers van het aangrenzende recreatiegebied en naar de mogelijke gevolgen voor de parkeerdruk op de Noldijk en voor omwonenden? Antwoord 4 Er is geen rekening gehouden me de parkeerbehoefte van de bezoekers van het recreatiegebied. Het plan Wevershoeve voorziet in haar eigen parkeerbehoefte. De parkeerdruk verslechtert niet door 3 van 3 deze situatie. Bewoners en bezoekers van de nieuwe woningen zullen niet op de dijk parkeren of stilstaan (er komen geen woningtoegangen aan de dijk), maar op het gemeenschappelijke terrein op het achter- en zijerf van de Wevershoeve.
Vraag 5 Wat is er concreet met de bezwaren en zorgen van omwonenden gedaan voordat het ruimtelijke hoofdprincipe van de ontwikkeling is vastgelegd? Kan het college aangeven welke punten tot aanpassingen van het plan hebben geleid en welke bezwaren niet zijn overgenomen en waarom? Antwoord 5 De oorspronkelijke ‘scheve’ ruimtelijke opzet van de vijf schuurwoningen is veranderd in een rechthoekige opzet. Hiervoor bestond trouwens een cultuurhistorisch motief. Deze rechthoekige ruimtelijke opzet is iets gunstiger voor de buren aan de noordzijde van de Wevershoeve (minder verlies van uitzicht). In bijlage 8 bij de BOPA-onderbouwing is, op de pagina’s 14, 16 en 17, nog de oude ‘scheve’ ruimtelijke opzet van de schuurwoningen te zien. De bezwaren tegen het feit dat er überhaupt woningen worden bijgebouwd op het achtererf van de Wevershoeve, hebben niet geleid tot verandering van de plannen. Nog niet alle door te voeren aanpassingen van het bouwplan in verband met bezwaren en zorgen vanuit de omgeving zijn al uitgekristalliseerd. Mogelijk krijgt de kopgevel van de meest zuidwestelijk gelegen schuurwoning ondoorzichtig gemaakte ramen, in verband met de relatie tot het meest nabije buurperceel.