CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

CDA antwoorden Participatie verordening Gemeente Ridderkerk

Commissie Samen leven RK 1 oktober 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Participatieverordening gemeente Ridderkerk428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 van 2 Vragen over vergaderstukken Onderwerp: Participatie verordening Gemeente Ridderkerk Vragensteller: Marcella van der Heijde-Keijzer, CDA Behandelvergadering: commissie Samen leven, 1 oktober 2026 Portefeuillehouder: wethouder Stip Datum vraag: 28 september 2026 Datum antwoord: 1 oktober 2026 Vraag 1 In artikel 9 - 3b (hoofdstuk 4 verordening) staat dat een verzoek in strijd kan zijn met vastgesteld beleid. Kan het college voorbeelden geven van verzoeken die mogelijk in strijd zijn met vastgesteld beleid? Antwoord 1 Een verzoek om overheidsparticipatie kan bijvoorbeeld in strijd zijn met vastgesteld gemeentelijk beleid als het initiatief niet past binnen een vastgesteld programma, gebiedsvisie, plan of beleidskader, bijvoorbeeld omdat daarin al is bepaald welke ontwikkeling, inrichting of functie gewenst is. Een fictief voorbeeld is als een groep inwoners diftar in willen voeren terwijl de gemeenteraad een afvalbeleidsplan heeft vastgesteld waarin wordt afgerekend met een vast tarief per huishouden. Vraag 2 Wanneer is er exact sprake van onvoldoende of voldoende draagvlak bij omwonenden zoals in artikel 9 - 5a genoemd? Welke kaders voor percentages of aantallen zijn er en wanneer zou iets een twijfelgeval kunnen zijn. Graag toelichten met enkele concrete voorbeelden. Antwoord 2 Er zijn geen vaste percentages of aantallen opgenomen voor het vaststellen van draagvlak.

De beoordeling hiervan is contextafhankelijk en vindt plaats op basis van de aard van het initiatief en de omvang van de gevolgen en de groep die wordt geraakt.

2 van 2 Factoren die hier een rol kunnen spelen zijn onder andere: • hoeveel omwonenden of andere belanghebbenden zijn geïnformeerd of geraadpleegd; • of de geraadpleegde groep representatief is voor de betrokken omgeving; • hoe groot de gevolgen van het initiatief zijn voor de directe leefomgeving; • of er sprake is van inhoudelijke, onderbouwde en zwaarwegende bezwaren; • en of het participatieproces zorgvuldig is verlopen. Vraag 3 Het college kan nadere regels opstellen volgens artikel 13, is de nota betrokken samenleving daarvoor niet het uitgangspunt? Graag toelichten. Antwoord 3 Ja, de Nota Betrokken Samenleving is nadrukkelijk een belangrijk uitgangspunt voor de uitvoering van de participatieverordening. De mogelijkheid om nadere regels op te stellen is gebruikelijk om op te nemen in een verordening. Met de huidige nota als uitgangspunt ziet het college geen reden om nadere regels op te stellen. Vraag 4 Naast het aangeven van kaders waarmee inwoners betrokken kunnen worden, wordt in het voorstel ook omschreven dat de wens er is om initiatieven vanuit inwoners te stimuleren. Hoe wil dit college dit concreet anders doen dan voorgaande jaren? Antwoord 4 De wens is niet nieuw maar overheidsparticipatie was nog niet in een lokale verordening opgenomen. De Nota Betrokken Samenleving bevat wel overheidsparticipatie als instrument.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1251/documents/43752