CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

CDA-antwoorden-Ondernemersfonds Ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven RK 27 november 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 3: Ondernemersfonds Ridderkerk2.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen vergaderstukken gemeenteraad Ridderkerk Ondernemersfonds Ridderkerk Algemene informatie •

Vragensteller: Marcella van der Heijde-Keijzer, CDA

•

Vergaderdatum: 27 november 2025

•

Portefeuillehouder: Henk van Os

•

Datum vraag: 17 november 2025

•

Datum antwoord: 25 november 2025

Vragen en antwoorden Vraag 1 Van wie komt, in eerste instantie, het idee voor het instellen van een ondernemersfonds. De gemeente of de ondernemers? Antwoord 1 In het collegeprogramma 2022 – 2026 Hart voor een toekomstbestendig Ridderkerk staat bij punt 70 dat er onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden voor een ondernemersfonds in Ridderkerk. Binnen Ridderkerk zijn er een aantal (wijk)bedrijventerreinen en winkelcentra georganiseerd middels een BIZ. Deze dient echter iedere 5 jaar opnieuw ingesteld te worden. Bestuurders van de BIZ’en zoeken naar continuïteit. Een ondernemersfonds is daar een prima alternatief of aanvulling voor. Op Donkersloot zijn er een aantal ondernemers al jaren bezig om zichzelf te organiseren maar krijgen het niet van de grond. Een ondernemersfonds gaat hen daarbij helpen en werpt nog voor inwerkingtreding al zijn vruchten af. Inmiddels is Stichting Donkersloot Connect in oprichting. Vraag 2 In de aanbiedingsbrief Ridderkerk gestuurd door de stuurgroep, wordt gesproken over een verdeling 90% - 10% m.b.t. Ridderkerk-breed-budget. De 10% komt onder andere ten goede aan het ondersteunen van samenwerkingsprojecten met het onderwijs of een groot sportief/cultureel evenement.

Aan welke voorwaarden of criteria moeten wij dan denken voor het toekennen of inzetten van dit budget voor maatschappelijke initiatieven? Zijn deze criteria er al of hoe worden deze opgesteld om te zorgen de verdeling tussen de diverse maatschappelijke organisaties eerlijk is? Hoe voorkomen we dat er ’wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ principe ontstaat en dit potje

bijvoorbeeld in het voorjaar al leeg is en initiatieven die later in het jaar komen, hier niet meer in mee kunnen? Antwoord 2 Een aanvraag aan het fonds moet aan een aantal criteria voldoen: -

De aanvraag dient een collectief doel binnen de gemeente;

-

De activiteit draagt bij aan het vestigingsklimaat en/of de leefbaarheid van Ridderkerk;

-

De activiteit valt niet onder de reguliere taken van de gemeente;

-

De activiteit moet nog plaatsvinden;

-

Er is voldoende budget binnen het fonds beschikbaar om de activiteiten te kunnen

betalen. Daarbij zal het nog op te richten fondsbestuur eventuele overige gewenste criteria bepalen. De regie over het bepalen van die criteria laten we nadrukkelijk bij de ondernemers. Het moet een fonds ‘voor en door ondernemers’ worden. Een voorbeeld van hoe dit in de praktijk kan worden vormgegeven, is te zien bij het Ondernemersfonds Zwijndrecht, waar diverse toetsingscriteria van kracht zijn: www.ondernemersfondszwijndrecht.nl/toetsingscriteria. Overigens kiest Zwijndrecht ervoor om alleen projectgewijs financiering toe te kennen. De wens in Ridderkerk is om deels ook met jaarbegrotingen per gebied te werken omwille van de efficiëntie en slagvaardigheid van het fonds. Veel fondsen kiezen voor ruim opgezette criteria om zo min mogelijk obstakels aan de voorkant te plaatsen. De criteria dienen dan vooral om planmakers/collectieven te stimuleren om goed na te denken over de motivatie en uitvoering van een plan. Sliedrecht heeft zelfs geen criteria aan de voorkant. Hardinxveld-Giessendam, en Alblasserdam alleen een paar heel algemene. Dordrecht heeft er iets meer maar in de praktijk zijn het vooral handvatten voor het indienen van een plan.

Enkele fondsen zijn strikter en vragen aan de voorkant meer, bijvoorbeeld in termen van communicatie / vertegenwoordiging (Zwijndrecht, Utrecht heeft zelfs een volledig digitaal invulsysteem) De besluitvorming over aanvragen vindt op democratische wijze plaats. In de gebieden gebeurt dat door het collectief ter plaatse. De adviesraad van het fonds gaat over de 10% gemeentebreed. In de adviesraad zijn de verschillende gebieden vertegenwoordigd. De adviesraad zal de balans bewaken over het budget en bijvoorbeeld kijken naar een juiste spreiding van financiering over het jaar. Als het budget op is zal de initiatiefnemer moeten wachten tot het volgende jaar als er weer budget beschikbaar is. Overigens kunnen gebieden buiten de gestelde 10% altijd besluiten om meer gemeentebreed te investeren als die wens er is en er meer goede initiatieven binnenkomen die vragen om een overstijgende aanpak.

Vraag 3 a. Kunt u een lijst geven welke maatschappelijke partners en verenigingen nog meer betrokken zijn naast OKK, V.V. Rijsoord, Aafje en SOB? b. Kunt u toelichten welke positieve en negatieve reacties vanuit de andere maatschappelijke partners en verenigingen bekend zijn? Hoe staan zij, naast de ondernemers uit de stuurgroep e.d., tegenover het instellen en samenwerken van/met een ondernemersfonds? Antwoord 3 a. In het voortraject is er alleen met deze partijen gesproken. Als het fonds er zou komen, dan kunnen maatschappelijke organisaties zich ten alle tijden wenden tot het bestuur van het ondernemersfonds voor initiatieven mochten zij niet al onderdeel zijn van een trekkingsgebied. b. Dat is niet bekend. Het merendeel van de opbrengsten in het fonds worden opgebracht door ondernemers, vandaar dat de nadruk daarop ligt. In de categorie ‘maatschappelijk’ zit daarbij veel vastgoed waar de gemeente een financiële verantwoordelijkheid voor heeft (overheidsgebouwen, basis- en voortgezet onderwijs, sportaccommodaties). Er is in eerste aanleg gesproken met een aantal maatschappelijke organisaties met een substantiële vastgoedpositie.

Vraag 4 Kunt u aangeven hoeveel en welke ondernemers aan de voorkant zijn benaderd en kunt u concreet aangeven welke ondernemers positief en negatief hebben gereageerd op het instellen van een ondernemersfonds? Antwoord 4 Via de bestaande collectieven, te weten BIZ Cornelisland, BIZ Dillenburgplein, BIZ Vlietplein, BIZ Winkelhart, Ondernemersvereniging Boelewerf, coöperatieve vereniging Nieuw Reijerwaard, Duurzaam Donkersloot en ondernemersvereniging RONDO zijn de besturen en/ of achterbannen benaderd. Zoals in de brief van de bestuurders van deze partijen is te lezen zijn zij overwegend positief over de invoering van een ondernemersfonds. Vraag 5 U geeft aan dat door de verhoging van het OZB-tarief niet-woningen de lasten voor gemeentelijk vastgoed ook stijgen, zoals sporthallen en sportvelden. Kunt u een volledige lijst geven voor welke sportverenigingen/accommodaties, sporthallen en mogelijk ook culturele verengingen of andere maatschappelijke partners (buiten scholen) deze OZB verhoging bij instellen ondernemersfonds van toepassing is? Antwoord 5 Zie bijlage ‘Gemeentelijk vastgoed 2025 bijlage bij vragen CDA Ondernemersfonds’.

Vraag 6 Op pagina 4 punt 2.1.2 geeft u aan dat er kansen zijn om de lasten over meerdere schouders te verdelen, maar dat de betreffende BIZ-gebieden er niet op achteruit mogen gaan. Neem als voorbeeld BIZ Dillenburgplein: betekent het dat bijvoorbeeld ondernemers op het Margrietplein nu mee gaan betalen aan activiteiten op het Dillenburgplein? Antwoord 6 Dat klopt en andersom kan het ook; dat ondernemers op het Dillenburgplein meebetalen aan activiteiten op het Margrietplein. Met de bestaande collectieven is besproken dat bij een ruimer werkgebied er ook een verantwoordelijkheid is om open te staan voor initiatieven buiten het eigen winkelcentrum. Daarbij zijn er ook veel mogelijkheden voor de ondernemers om wijk breed op te trekken. Bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, bereikbaarheid en promotie. Vraag 7 In het onderzoeksrapport wordt ingegaan op het feit dat het instellen van een BIZ arbeidsintensief is. Is het opzetten van een ondernemersfonds waarin iedereen meedoet, niet ook arbeidsintensief? En begrijpen wij het goed dat een BIZ nog steeds naast het fonds blijft of kan blijven bestaan? Antwoord 7 Het opstarten van een ondernemersfonds is arbeidsintensief. Bij bewezen resultaten is een fonds wel veel eenvoudiger om in stand te houden dan een BIZ (waar de periodieke herpeiling moet worden uitgevoerd). Een BIZ kan naast het fonds blijven bestaan.

Een BIZ kan er ook voor kiezen om na de invoering van het ondernemersfonds te stoppen als de einddatum van de BIZ is bereikt. Vraag 8 Corneliszand wil de BIZ (volgens onderzoeksrapport) op laten gaan in het fonds en voor Donkersloot zou het juist mooi zijn om de verenging Duurzaam Donkersloot mee te laten doen in het ondernemersfonds. Kunt u toelichten in hoeverre het voor het ondernemersfonds voor- en nadelen heeft om een BIZ wel of niet te laten bestaan? Antwoord 8 Voor het fonds maakt het wel of niet voortbestaan van de BIZ niet uit. Enige verschil kan zijn dat bij een BIZ gebruikers ook meebetalen. Daarbij geldt voor sommige gebieden (de winkelgebieden) de dubbeling van BIZ en fonds wenselijk is om voldoende budget te verkrijgen. Bij het stoppen van een BIZ is een positief effect dat de organisatiegraad van de BIZ overgezet kan worden naar een stichting/ vereniging voor het betreffende trekkingsgebied. Vraag 9 Veel ondernemers zorgen zelfstandig/individueel voor steun/sponseren juist (kleine) evenementen en initiatieven in Ridderkerk, van een financiële bijdrage tot bijdrage in

goederen/middelen. Kunnen ondernemers, met het instellen van een ondernemersfonds, nog wel zelfstandig kiezen om dit te doen of moeten de vrijwilligers en organisatoren van deze (kleine) evenementen zich dan tot het ondernemersfonds richten? Antwoord 9 Ondernemers kunnen blijven steunen/ sponseren, de landelijke praktijk wijst uit dat hier niets aan veranderd. De bestuursleden van het fonds zullen zich nog buigen over de vraag of organisatoren van evenementen zich tevens kunnen melden bij het fonds. Vraag 10 Op pagina 3 van het raadsvoorstel geeft u aan dat met de komst van een ondernemersfonds het economisch klimaat in Ridderkerk versterkt en “dat maakt Ridderkerk ook aantrekkelijker voor nieuwe partijen”. Kunt u toelichten wat u hier precies mee bedoelt en waarom is Ridderkerk nu minder of niet aantrekkelijk voor nieuwe partijen en hoe een fonds hier expliciet aan bijdraagt? Antwoord 10 Als een bedrijventerrein of winkelcentrum schoon, veilig en netjes is dan straalt dat af op (nieuwe) ondernemers, op (nieuwe) werknemers en op de leefomgeving. En dat draagt weer bij aan het voorzieningenniveau binnen de gemeente. Als een bedrijventerrein verloedert of een winkelcentrum meer en meer leegstand heeft, dan heeft dat een neerwaarts effect en stoot dat ondernemers en werknemers af, trekt criminaliteit aan, oftewel; het draagt niet bij aan het vestigingsklimaat en samenleving.

Het fonds draagt hier expliciet aan bij door initiatieven die nu niet van de grond komen, zoals bijvoorbeeld collectieve surveillance beveiliging op Donkersloot, wel mogelijk te maken. Het wordt daarmee nog aantrekkelijker om in Ridderkerk te vestigen. Het economisch vestigingsklimaat van Ridderkerk wordt nu al goed gewaardeerd. Vraag 11 In het onderzoeksrapport (pagina 9) wordt aangegeven dat een fondsmanager in dienst staat van de ondernemers. Hoe wordt dit in Ridderkerk ingeregeld als het professionele capaciteit betreft. Zijn er kosten aan deze fondsmanager te verwachten of gaat dit op vrijwillige basis? Het woord professionele capaciteit en in dienst staan van roept die vraag bij ons op. Antwoord 11 Het is aan de trekkingsgebieden om te bepalen hoe professionele capaciteit wordt ingeregeld. Een suggestie vanuit de stuurgroep is om een betaalde fondsmanager aan te stellen die geheel Ridderkerk ontzorgt, zoals er nu al een betaalde centrummanager en diverse betaalde parkmanagers voor Ridderkerk zijn. Door als gebieden gezamenlijk te investeren kan een schaalvoordeel worden bereikt ten opzichte van de huidige situatie. Het succes van een fonds valt of staat met het informeren en activeren van trekkingsgebieden en daar kan de fondsmanager een belangrijke rol in spelen. Daarbij kan een fondsmanager zichzelf grotendeels

terugverdienen via landelijke subsidies, een win win situatie omdat het trekkingsgebied er ook van profiteert. Vraag 12 In het onderzoeksrapport en het raadsvoorstel wordt gesproken over de positieve impuls die een ondernemersfonds kan geven en dat er door een fonds meer nauwgezet met elkaar opgetrokken wordt en de krachten gebundeld voor een impuls aan de lokale economie. Kan u voorbeelden geven van impulsen of hoe dit in gemeentes gaat waar al een ondernemersfonds is. Antwoord 12 Een fonds zorgt voor een betere organisatiegraad van ondernemers over de hele gemeente. Per gebied zijn de effecten daarbij merkbaar. Bedrijventerreinen worden veiliger, winkelgebieden sfeervoller en er is meer samenwerking met onderwijs, sport en zorg. Die effecten zijn zichtbaar in alle fondsen. In Ridderkerk zijn we deels al bekend met die positieve effecten vanuit de gebiedsorganisatie (BIZ). Het fonds zorgt ervoor dat straks álle gebieden mee kunnen profiteren. Een goed georganiseerde omgeving zorgt voor een hogere aantrekkingskracht op bedrijven, zorgt voor een prettigere omgeving voor personeel, zorgt voor meer koopkrachtbinding.

Een blik op de websites van diverse fondsen laat een reikwijdte van projecten zien die zonder fonds niet van de grond zouden komen en een impuls geven aan de lokale economie: PijnackerNootdorp, Nieuwkoop, HardinxveldGiessendam, Alblasserdam, Sliedrecht, Westerveld (Dr.), Hendrik-Ido-Ambacht, Wijk bij Duurstede, Enkhuizen, Dordrecht. Vraag 13 Na 5 jaar zal de ’proefperiode’ geëvalueerd worden. Vindt er in de tussentijd, bijvoorbeeld na 2 jaar, ook een tussentijdse evaluatie plaats, zodat er nog bijgestuurd zou kunnen worden. Graag toelichten waarom. Antwoord 13 Er is geen tussenevaluatie gepland. Wel dient het fondsbestuur jaarlijks verantwoording af te leggen aan gemeente middels een jaarverslag, dat is tevens een goed moment om te bespreken hoe het fonds loopt. De ervaring leert dat nieuwe fondsen een paar jaar nodig hebben om te komen tot een goedlopend en volwaardig fonds. Vraag 14 Waarom is ervoor gekozen om, al voor dat de raad over dit voorstel heeft kunnen spreken, een groot artikel in de Blauwkai van 13 november te plaatsen en de website al online te zetten? Zijn alle ondernemers, buiten de stuurgroep, hier bijvoorbeeld ook vooraf van op de hoogte gebracht? Antwoord 14

We vinden het belangrijk om zo veel als mogelijk bekendheid te geven aan het voornemen tot oprichting van het fonds. Hier zetten we diverse kanalen voor in zoals de ondernemersnieuwsbrief, de Blauwkai en het laten maken van een website. Ook kunnen belanghebbenden er hun vragen stellen. We hebben niet alle ondernemers hiervan op de hoogte gebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1192/documents/42288