CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek Archeologie Rembrandtweg 257.pdf

Gemeenteraad RK 1 juli 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Woningbouwontwikkeling Rembrandtweg 25711.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk, Gemeente Ridderkerk

Opdrachtgever AKM projectontwikkeling t.a.v. de heer P. van Kruining Henry Dunantlaan 1 2992 KP Barendrecht

Projectnummer 213192 Kenmerk HAMA/RBWR/213192

Eindredactie/kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Paraaf

Datum

23-04-2021

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Colofon Opdrachtgever

AKM projectontwikkeling

Project

Rembrandtweg 257 te Ridderkerk

Projectnummer

213192

Titel

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk, Gemeente Ridderkerk

Datum en versie

23-04-2021, versie 2.0 (definitief)

Auteurs

E.E.A. van der Kuijl, R. de Graaf (dtp, QGIS) en mw. ing. J.F.M. Rohling

Kwaliteitscontrole

E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)

Afbeelding voorzijde:

Luchtfoto met het plangebied binnen het rode kader (PDOK).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

2 van 43

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Inhoud Samenvatting................................................................................................................................... 4 1.

2

3

4

Inleiding.................................................................................................................................... 7 1.1

Inleiding en onderzoekskader ......................................................................................... 7

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ............................................................ 8

1.3

Werkwijze Bureauonderzoek .......................................................................................... 8

1.4

Beleidskaders ................................................................................................................. 9

1.5

Administratieve gegevens ............................................................................................. 11

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 12 2.1

Landschapsgenese ....................................................................................................... 12

2.2

Historische ontwikkeling van het plangebied en haar omgeving .................................. 14

2.3

Archeologische waarden .............................................................................................. 16

2.4

Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................... 19

2.5

Potentiële verstoringen ................................................................................................ 20

2.6

Advies vervolgonderzoek .............................................................................................. 21

Booronderzoek....................................................................................................................... 22 3.1

Werkwijze Booronderzoek ............................................................................................ 22

3.2

Resultaten ..................................................................................................................... 22

Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 24 4.1

Conclusie ...................................................................................................................... 24

4.2

Selectieadvies ............................................................................................................... 24

4.3

Selectiebesluit ............................................................................................................... 25

4.4

Voorbehoud .................................................................................................................. 25

Geraadpleegde Bronnen (door BOOR en door Hamaland Advies)............................................... 27 Websites en overige bronnen .................................................................................................... 28 BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 29

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Samenvatting Hamaland Advies heeft in overleg met Imming Omgevingsmanagement in opdracht van AKM projectontwikkeling voor de herontwikkeling van Rembrandtweg 257 een archeologisch verkennend onderzoek conform de BRL 4003 uitgevoerd. De informatie in dit rapport is deels ontleend aan het door BOOR opgestelde PVE voor de onderzoekslocatie Rembrandtweg 257 te Ridderkerk1, dat is aangevuld met kaartmateriaal en aanvullende gegevens conform de eisen van de BRL SIKB 4002. Het plangebied ‘Rembrandtweg 257’ bevindt zich in Ridderkerk op een afstand van ongeveer 675 meter ten westen van de oude dorpskern. Het betreft een stuk grond dat bebouwd is met een Examencentrum omgeven door de Rembrandtweg in het noorden, een parkeerterrein aan de westzijde van de Adriaen van Ostadestraat in het oosten, het perceel met bedrijfspand aan de Adriaen van Ostadestraat 1 (Notariskantoor mr. Th. M. Jansen) in het zuiden en de Burgemeester de Zeeuwstraat in het westen. Het gaat om een onregelmatig stuk grond met een grootste ‘lengte’ van 57,00 m en een grootste ‘breedte’ van 38,00 m. De oppervlakte bedraagt ca. 1.903 m² met een gemiddelde hoogte van ca. 1,00 m-NAP. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie een appartementencomplex met stallingsgarage op de begane grond. Het gebouw wordt niet onderkelderd. Over de wijze van funderen is vooralsnog geen informatie verstrekt.

Er wordt van uit gegaan dat de fundering op heipalen wordt uitgevoerd. Er is echter nog geen palenplan bekend. Op dit moment is het ontwerp in voorbereiding. Daarmee kan de exacte bodemverstoring nog niet worden bepaald. Vast staat dat het appartementencomplex groter is dan de bestaande te slopen bebouwing (het Examencentrum). Gebruikelijk is dat funderingen vorstvrij dieper dan 0,80 m-mv worden aangelegd. (zie bijlage 1 voor schetsontwerp). Naar verwachting zal tot in de pleistocene zandlagen worden geheid (circa 13,00-15,00 m-mv).2 Het plangebied maakt deel uit van een archeologisch kansrijk gebied. Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart van de gemeente Ridderkerk staat het plangebied aangegeven in een zone met een redelijk hoge verwachting (BOOR 2013). Archeologische waarden zijn te verwachten vanaf 50 cm-mv. Conform het bestemmingsplan ‘Ridderkerk West’ (vastgesteld op 5 juli 2007) geldt voor de locatie een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,00 m-mv en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m². Het plangebied dient vanwege de oppervlakteoverschrijding van de nieuwe ontwikkeling te worden onderzocht.

Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek conform SIKB BRL protocol 4002) dat aangevuld is met een inventariserend booronderzoek (verkennende fase) conform SIKB BRL protocol 4003. Bureauonderzoek Het bureauonderzoek toont aan dat er voor het gehele plangebied een redelijk hoge archeologische verwachting van toepassing is voor vindplaatsen voor de Romeinse Tijd en de Late Middeleeuwen. Deze vindplaatsen kunnen aangetroffen worden in het bodemtraject: top veen (Formatie van Nieuwkoop) - basis overstromingsdek 1373 (Laagpakket van Walcheren). In de basis van het overstromingsdek van 1373 en later worden geen (in situ) archeologische resten verwacht. Deze lagen zullen mogelijk door de fundering van het nieuwe gebouw worden verstoord. Voor de perioden Mesolithicum-Neolithicum geldt een onbekende verwachting. Voor de perioden BronstijdIJzertijd, Vroege Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt geen verwachting. De voorgenomen nieuwbouw van het appartementencomplex in het plangebied zal gepaard gaan met grondroerende activiteiten die groter zijn dan de bestaande bebouwing. Hierbij kunnen de eventueel aanwezige archeologische waarden worden aangetast uit de bovengenoemde perioden. Het terrein is in afwachting van sloop nog bebouwd waarbij funderingen, mogelijke kelders en heipalen de bodem tot onbekende diepte hebben verstoord.

1 2

Moree, 2021 Archis3 Top Pleistoceen op 16 tot 14 m-NAP

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid, de archeologische verwachting van het gebied, alsmede de bodemverstorende aard van de werkzaamheden die in het kader van de toekomstige ontwikkeling van de nieuwbouw in het plangebied zullen worden uitgevoerd, is een inventariserend veldonderzoek noodzakelijk. Hiervoor is door BOOR een PvE3 en door Hamaland Advies een PvA opgesteld.4 Veldonderzoek De aangetroffen bodemopbouw bestond in alle gevallen uit een subrecente bouwvoor met betonpuin, baksteenpuin, plastic, kleibrokken en brokken veraard veen die in de Moderne Tijd (na 1950) gedateerd kunnen worden. De subrecente bouwvoor gaat scherp over in dekafzettingen van Duinkerke III (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren) op Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) op Afzettingen van Gorkum (Formatie van Echteld). De Afzettingen van Duinkerke III bestaan uit iets zandige klei met schelpgruis en hebben de oudere kalkloze afzettingen overal afgedekt. De overgangen tussen de natuurlijke afzettingen is geleidelijk wat erop wijst dat er niet of nauwelijks sprake is van erosief contact met de oudere afzettingen. De top van het Hollandveen is in alle gevallen veraard, wat erop duidt dat deze enige tijd aan de oppervlakte heeft gelegen, voordat deze werd afgedekt door het overstromingsdek. De basis van het bodemprofiel bestaat uit komafzettingen van Gorkum.

Deze afzettingen bestaan uit een pakket ongerijpte homogene kalkloze grijze of bruingrijze iets humeuze klei.

Selectieadvies Op grond van de resultaten van het booronderzoek is geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn voor menselijke bewoning in de potentieel relevante laag, de basis van het overstromingsdek van Duinkerke III (Laagpakket van Walcheren). Het tweede relevante niveau betreft de top van het Hollandveen, dat in alle boringen onder het overstromingsdek aangetroffen is. De top van het Hollandveen is veraard, doordat het een tijdje aan de oppervlakte heeft gelegen, waardoor het kon gaan oxideren. In theorie was de top van het veraarde veen daardoor bewoonbaar, maar hiervoor zijn geen indicaties aangetroffen, zoals archeologisch vondstmateriaal. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het opsporen van vindplaatsen niet het primaire doel was van het verkennend onderzoek. De basis van het profiel bestaat uit ongerijpte komafzettingen van Gorkum (Formatie van Echteld) die niet geschikt waren voor menselijke bewoning. Op grond van de onderzoeksresultaten adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied te laten uitvoeren. De kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan is nihil.

Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 20 april namens gemeente Ridderkerk door BOOR beoordeeld.5 Behoudens enkele tekstuele opmerkingen die in deze definitieve versie van het rapport verwerkt zijn is BOOR akkoord met het rapport en het selectieadvies. Archeologie Rotterdam adviseert om de in het rapport geformuleerde aanbeveling voor het plangebied ‘Rembrandtweg 257’, namelijk om het terrein vrij te geven voor de geplande ontwikkeling en dus geen vervolgonderzoek uit te voeren, over te nemen als beleidsbesluit. De kans dat er bij de bouwwerkzaamheden waardevolle archeologische resten worden aangetast, wordt als zeer klein ingeschat. De geplande werkzaamheden kunnen daar worden uitgevoerd zonder verdere archeologische bemoeienis.

3

Moore, 2021 Van der Kuijl, 2021 5 Beoordeling door J. Moree met kenmerk: AS21/05062-21/0007295 4

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Ridderkerk (dhr. R. Belder) en de archeologisch adviseur (BOOR, dhr. J.M. Moree) hiervan per direct in kennis te stellen.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in overleg met Imming Omgevingsmanagement in opdracht van AKM projectontwikkeling voor de herontwikkeling van Rembrandtweg 257 (zie Afbeelding 1) een archeologisch verkennend onderzoek conform de BRL 4003 uitgevoerd. De informatie in dit rapport is deels ontleend aan het door BOOR opgestelde PVE voor de onderzoekslocatie Rembrandtweg 257 te Ridderkerk6, dat is aangevuld met kaartmateriaal en aanvullende gegevens conform de eisen van de BRL SIKB 4002.

Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied binnen het rode kader (PDOK).

Het plangebied is gelegen in Ridderkerk. Het plangebied ‘Rembrandtweg 257’ bevindt zich in Ridderkerk op een afstand van ongeveer 675 meter ten westen van de oude dorpskern. Het betreft een stuk grond dat bebouwd is met een Examencentrum dat wordt omgeven door de Rembrandtweg in het noorden, een parkeerterrein aan de westzijde van de Adriaen van Ostadestraat in het oosten, het perceel met bedrijfspand aan de Adriaen van Ostadestraat 1 (Notariskantoor mr. Th. M. Jansen) in het zuiden en de Burgemeester de Zeeuwstraat in het westen. Het gaat om een onregelmatig stuk grond met een grootste ‘lengte’ van 57,00 m en een grootste ‘breedte’ van 38,00 m. De oppervlakte bedraagt ca. 1.903 m² met een gemiddelde hoogte van ca. 1,00 m-NAP. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie een appartementencomplex met stallingsgarage op de begane grond. Het gebouw wordt niet onderkelderd. Over de wijze van funderen is vooralsnog geen informatie verstrekt. Er wordt van uit gegaan dat de fundering op heipalen wordt uitgevoerd. Er is echter nog geen palenplan bekend. Op dit moment is het ontwerp in voorbereiding. Daarmee kan de bodemverstoring nog niet worden bepaald. Vast staat dat het appartmentencomplex groter is dan de bestaande te slopen bebouwing. Gebruikelijk is dat funderingen vorstvrij dieper dan 0,80

6

Moree, 2021

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

m-mv worden aangelegd. (zie bijlage 1 voor schetsontwerp). Naar verwachting zal tot in de pleistocene zandlagen worden geheid (circa 13,00-15,00 m-mv).7 Het plangebied maakt deel uit van een archeologisch kansrijk gebied. Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart van de gemeente Ridderkerk staat het plangebied aangegeven in een zone met een redelijk hoge verwachting (BOOR 2013). Archeologische waarden zijn te verwachten vanaf 50 cm-mv. Conform het bestemmingsplan ‘Ridderkerk West’ (vastgesteld op 5 juli 2007) geldt voor de locatie een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,00 m-mv en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m². Het plangebied dient vanwege de oppervlakteoverschrijding van de nieuwe ontwikkeling te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek conform SIKB BRL protocol 4002) dat aangevuld is met een inventariserend booronderzoek (verkennende fase) conform SIKB BRL protocol 4003.

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? • Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn? • Is aanvullend veldonderzoek door middel van karterende boringen en/of proefsleuvenonderzoek noodzakelijk?

1.3

Werkwijze Bureauonderzoek Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: • Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) • beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); • beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); • beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); • het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); • het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06). Om tot een gespecifieerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.

De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland • Geomorfologisch, geologisch, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; • Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart gemeente Ridderkerk • Bestemmingsplannen • Digitaal beschikbare archeologische rapporten en publicaties in Archis3 of Dans-easy en indien niet aanwezig opgevraagd bij het bevoegd gezag. • Informatie uit het PvE 2021005 van BOOR8

7 8

Archis3 Top Pleistoceen op 16 tot 14 m-NAP Moree, 2021

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

1.4

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De Wamz is een wijzigingswet, waardoor o.a. de Monumentenwet, de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten zijn gewijzigd. Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.

Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van de AMZ-cyclus. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing.

De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.

Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Zuid-Holland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd en nader uitgewerkt in de “Nota Archeologie, provincie Zuid Holland” Op het gebied van monumenten, archieven, archeologie, bibliotheken en media vervult de provincie een aantal taken die wettelijk zijn bepaald: Voor het provinciale beleid zijn drie hoofddoelen te onderscheiden: A. voorlichting, kennisoverdracht en draagvlakverbreding; B. instandhouding en behoud (van archeologisch erfgoed in de grond); 1. actieve bescherming 2. beheer en benutting bodemarchief 3. toetsing en advisering 4. begeleiding en stimulering van non destructief archeologisch onderzoek 5. handhaving C. inpassing en hergebruik (van het archeologisch erfgoed boven de grond). 1. begeleiding en stimulering van destructief archeologisch onderzoek 2. depots voor bodemarchief Het beleid van de Provincie Zuid-Holland richt zich, conform het Rijksbeleid en de Erfgoedwet op het behouden van archeologische waarden op de plaats waar de waarden zijn aangetroffen. Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient onderzoek te worden gedaan naar de aanwezigheid van

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

archeologische waarden in het plangebied. Het provinciale beleid aangaande archeologie staat vermeld in de vier verschillende Streekplannen van Zuid-Holland. Volgens kaart 1b Archeologie waarden van de Cultuur historische atlas van Zuid-Holland9 maakt het areaal van het plangebied geen deel uit van een terrein met Rijksbescherming (terreinen van zeer hoge archeologische waarde) noch van een terrein van provinciaal belang (terreinen van hoge archeologische waarde) noch van een ‘Oude dorps- of stadskern’.

Gemeentelijk beleid De Archeologische Waardenkaart (AWK) Ridderkerk bestaat uit twee kaarten: de Archeologische Kenmerkenkaart en de hierop gebaseerde Archeologische Waarden- en Beleidskaart (BOOR 2013). Volgens de Archeologische Waarden- en Beleidskaart is het plangebied ‘Rembrandtweg 257’ gelegen in een gebied met een redelijk hoge archeologische verwachting. De archeologische waarden zijn te verwachten vanaf een diepte van 50 cm onder het maaiveld. Grondwerkzaamheden (inclusief heien) die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m² en tevens dieper reiken dan 50 cm beneden het maaiveld dienen te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek. Conform het bestemmingsplan ‘Ridderkerk West’10 geldt voor de locatie een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,0 meter beneden het maaiveld en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 vierkante meter.

9

http://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas op 19 maart 2021 www.ruimtelijke plannen.nl vastgesteld op 5 juli 2007

10

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

1.5

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Uitvoerder, Beheer en plaats documentatie

Bevoegd gezag

Toetser namens het bevoegd gezag Provincie, Gemeente, Plaats Adres, Toponiem

Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem Gemeente Ridderkerk, afdeling Sturing en Beleid de heer R. Belder Postbus 271, 2980 AG Ridderkerk 010-506 1723 r.belder@bar-organisatie.nl Archeologie Rotterdam (BOOR), team Beheer en Beleid Zuid-Holland, Ridderkerk, Ridderkerk

CMA/AMK Status en nr. Kadastrale gegevens

Rembrandtweg 257 X,Y NW 100.214, 431.619 NO 100.270, 431.640 ZO 100.271, 431.600 ZW 100.240, 431.587 Ca. 1,0 m-NAP met variaties van 0,75 m-NAP in het zuidelijk deel tot 1,10 m-NAP en het noordelijk deel Geen Ridderkerk, sectie H Perceel 3999

Archis3 Onderzoekmeldingsnummer

4995777100

Oppervlakte plangebied Huidig grondgebruik Toekomstig grondgebruik

1.903 m² Gebouw, groen en erfverharding Gebouw, groen en erfverharding Formatie van Echteld (klei) Formatie van Nieuwkoop (hollandveen) op Formatie van Echteld (voormalige Afzettingen van Gorkum) met inschakelingen van Formatie van Nieuwkoop (hollandveen) op Basisveen op Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen Vlakte van Getij-Afzettingen Kalkrijke poldervaaggronden, zware zavel Gereguleerd in de bebouwde kom Mesolithum-Neolithicum, Romeinse Tijd en Late Middeleeuwen A/B

RD-coördinaten

Hoogte plangebied

Geologie

Geomorfologie: extrapolatie Bodemtype: extrapolatie Grondwatertrap Periode

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

2

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese11 Het plangebied is gelegen in de Archeoregio van het Hollands veen- en kleigebied. De regio is gesitueerd in het West-Nederlandse Bekken, een actief depocentre van het Noordzeebekken. Vanaf 60.000 jaar geleden waren zowel de Rijn als de Maas actief in het gebied. De afzettingen van de Rijn en Maas behoren tot de Formatie van Kreftenheye. De overgang van het laatste glaciaal (Weichselien) naar het huidige interglaciaal (Holoceen) resulteerde in een verandering van het riviertype van ‘vol’ vlechtend gedurende het Laatste Glaciale Maximum (LGM), circa 21.000 jaar geleden, naar meanderend in het Midden-Holoceen. Ten noorden en zuiden van het LGM-dal van de Rijn en de Maas vormden zich eolische zanddekken (dekzanden, Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Tussen 14.500 en 9.000 jaar geleden ontwikkelden zich stroomgordels die de bodem van het rivierdal verlaagden. Bij vergrote waterafvoer werden dunne lagen siltige klei als leem afgezet in de komgebieden (Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen). Op het moment dat de verlaging van de overstromingsvlakte tot een eind kwam in het vroege Holoceen en de rivieren volop gingen meanderen, nam de sedimentatie van de Laag van Wijchen toe. De stroomgordels uit de periode Jongere Dryas - Vroeg-Holoceen worden gekenmerkt door diep ingesneden geulen.

Aan de noordoostzijde van de stroomgordels ontstonden tot 15 meter hoge rivierduinen (Laagpakket van Delwijnen), die gevormd werden door zand dat uit de rivierbeddingen werd geblazen gedurende perioden van lage waterafvoer (debiet). Een gevolg van vooral het stijgen van de zeespiegel door het afsmelten van de ijskappen na het LGM was het onderlopen van het Noordzeegebied; de kustzone met strandwallen en dergelijke verschoof geleidelijk in de richting van de huidige Nederlandse kust. De stijgende zeespiegel had ook gevolgen op land door de daaruit resulterende stijgende grondwaterstand. Hierdoor ontstonden hier vanaf het Boreaal moerassen waarin zich veen vormde (Basisveen Laag, voorheen Basisveen). Zo’n 9.000 jaar geleden, op de overgang van het Boreaal naar het Atlanticum, kwam het gebied direct binnen de mariene invloedssfeer te liggen. Door de holocene transgressie veranderde het Rijn-Maas riviersysteem in een complex estuarien systeem met frequente stroomgordelverleggingen en verschillende grote zeegaten. De hiermee geassocieerde getijdenafzettingen worden tot het Laagpakket van Wormer gerekend (voorheen Afzettingen van Calais). Vóór 7.000 jaar geleden mondde de Rijn in de regio Ridderkerk uit, maar tussen 7.000 en 2.000 jaar geleden deed de rivier dat in de Leidse regio. De Maas mondde gedurende het gehele Holoceen uit in de Ridderkerkse regio.

Na de forse landwaartse verschuiving van de zone met fluviatiele sedimentatie in het Laat Boreaal - Midden-Atlanticum verminderde de snelheid van de relatieve zeespiegelstijging; sindsdien bleef het zeeniveau mondiaal gezien ongeveer constant. In de periode na het Atlanticum was het voornamelijk de verdergaande isostatische bodemdaling die bijdroeg aan de relatieve zeespiegelstijging in Nederland. Uiteindelijk veranderde na het Midden-Atlanticum het evenwicht tussen het creëren van bergingsruimte voor het sediment en het aanbod van sediment ten gunste van de laatste en kwam een eind aan de landwaartse verschuiving van de kustafzettingsmilieus. Dit geschiedde diachroon langs de kust als een gevolg van variaties in sedimentaanbod. In de volgende millennia sloten de zeegaten één voor één: in Zuid-Holland onderbraken alleen het Rijnestuarium bij Leiden en het Maas-estuarium bij Ridderkerk het strandwallensysteem in het kustgebied. Gedurende het Subboreaal ontwikkelde zich een uitgestrekt veenpakket (Hollandveen Laagpakket, Nieuwkoop Formatie, voorheen Hollandveen) tussen de riviertakken, lokaal als oligotrofe hoogveenkussens.

De mariene transgressies in het Subatlanticum, met vorming van de Laagpakket van Walcheren (voorheen Afzettingen van Duinkerke), gaan vanaf de Late Middeleeuwen samen met menselijke activiteiten als ontginning en indijking van stukken land en het winnen van veen.12 Afgaande op de Toelichtingen bij de Geologische Kaart van Nederland 1:50.000 op de GeoTop en op door Archeologie Rotterdam in de nabije omgeving van het plangebied verzamelde aardkundige informatie bestaan de diepere delen van de ondergrond van het plangebied uit klastische sedimenten, behorend tot de Formatie van Kreftenheye. De top van de Formatie ligt in de omgeving van het plangebied op ongeveer 14,5 m - NAP (ongeveer 13,5 m - mv). De Formatie bestaat uit geulafzettingen (grindhoudend zand) die worden afgedekt door komsedimenten (klei en leem). De 11 12

Tekst grotendeels ontleend aan Moree, 2021. Hijma e.a. 2009, 15-17

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

komafzettingen worden tot de Laag van Wijchen gerekend. Op de Laag van Wijchen bevindt zich een laag veen (Basisveen, thans Basisveen Laag). Hierop rust een dik pakket klastische komafzettingen (klei en gyttja; Afzettingen van Gorkum, thans Formatie van Echteld) waarin op verschillende niveaus lagen veen (Formatie van Nieuwkoop) voorkomen. Op de paleogeografische reconstructie13 wordt rond 5500 voor Chr. een ‘Echteld’ stroomgordel aangegeven die zich vanuit de Alblasserwaard naar het westen toe voortzet tot in IJsselmonde. Plangebied ‘Rembrandtweg 257’ ligt net ten noorden van de strook met de stroomgordelafzettingen. De Formatie van Echteld wordt afgedekt door een pakket veen (Formatie van Nieuwkoop). De top van de natuurlijke sequentie bestaat uit een dek van al of niet sterk siltige klei, ook behorend tot de Formatie van Echteld, dat is gevormd na de overstromingen van de Riederwaard in 1373. Met de vorming van de Polder Nieuw Reijerwaard in 1441 kwam een eind aan de natuurlijke sedimentatie in het plangebied. Archis3 geeft aan dat de top van pleistocene Afzettingen zich op een diepte van 16,00 tot 14,00 m -NAP bevinden.14 In het plangebied zelf is dit op een diepte van ca. 13,00 tot 15,00 m-mv. Op de geomorfologische kaart15 is het plangebied door de ligging in de bebouwde kom niet gekarteerd. De wel gekarteerde gebieden liggen ca.

400 meter westelijk en bestaan uit een vlakte van Getijdeafzettingen. De verwachting is dat deze ook in het plangebied aanwezig zullen zijn.

Vlakte van Getijde-afzettingen

Afbeelding 2: Geomorfologische kaart met het plangebied binnen het rode kader (Archis3)

Het plangebied is op de Bodemkaart16 door de ligging in de bebouwde kom niet gekarteerd. De wel gekarteerde gebieden liggen ca. dan 200 km verder en bestaan uit kalkrijke poldervaaggronden met zware zavel. De verwachting is dat deze ook in het plangebied aanwezig zullen zijn.

13

Vos van 2018 (geraadpleegd via BOORIS) Archis3 15 Archis3 16 Archis3 14

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Kalkrijke poldervaaggronden, zware zavel

Afbeelding 3: Bodemkaart met het plangebied binnen het rode kader (Archis3)

De grondwatertrap in het plangebied is gereguleerd door de ligging in de bebouwde kom. Van een natuurlijke grondwaterstand zal geen sprake meer zijn. Op het Actuele Hoogtebestand Nederland17 heeft plangebied een maaiveldhoogte die varieert van circa 0,75 m-NAP tot 1,1 m-NAP. De hoogtes vallen op de hoogtekaart in één kleurcategorie en is daardoor geen verschil waarneembaar. De hoogtekaart is daarom niet afgebeeld. Voor het plangebied zijn bij het bodemloket en bij de provincie geen milieukundige meldingen bekend.18

2.2

Historische ontwikkeling van het plangebied en haar omgeving Rond het jaar 1000 werden de veengebieden op IJsselmonde ontgonnen. Door het graven van sloten werd het veen ontwaterd, zodat het gebied geschikt werd voor bewoning en landbouw. De oudste middeleeuwse bewoningssporen zijn in het hart van IJsselmonde te vinden op een veenondergrond. Vindplaatsen uit de 11e - 13e eeuw in Ridderkerk zijn bekend uit het Reyerbos. Door het inklinken van de bodem als gevolg van het ontwateren van het veen kwamen de ontgonnen gebieden zo laag te liggen dat ze door dijken beschermd moesten worden tegen binnendringend water. Op den duur ontstond zo in de centrale en oostelijke delen van het huidige IJsselmonde een groot rondom bedijkt gebied, de Riederwaard. De oudst bekende vermelding van de waard dateert uit 1214. Het plangebied bevond zich in die periode in het oosten van de Riederwaard. In de periode 1373-1375 gaat de Riederwaard als gevolg van overstromingen verloren. In de eeuwen die volgden op de rampjaren 1373-1375 werd het overstroomde land van de Riederwaard in fasen weer ingedijkt. In de omgeving van Ridderkerk werd in 1404 de Polder Oud Reijerwaard als eerste gevormd, in 1441 gevolgd door de Polder Nieuw Reijerwaard, waarin het plangebied is gelegen.

17 18

AHN3.nl www.bodemloket.nl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

In een oorkonde uit 1064, waarover onder historici een discussie over de echtheid bestaat en die mogelijk van enige decennia later dateert, is sprake van een reeks goederen en kerken waaronder Riede iuxta Merewede (‘Riede bij de Merwede’). Het dorp Riede of Ridderkerk is langs de Merwede - die eertijds tussen de Riederwaard en de huidige polder Donkersloot stroomde - ontstaan. Op de Kadastrale kaart 1811-183219 is het plangebied gelegen op een aan de zuidzijde van de ‘Blaak Watering’ gesitueerd perceel 1033 dat in gebruik is als weiland (zie Afbeelding 4). Het perceel is in eigendom van de heer Frank Lagendijk, bouwman uit Ridderkerk.20 Boer Lagendijk bezit ook een ‘erf tuin huis gebouw’ aan de ‘Lage dyk’, wellicht was dit de boerderij waar hij woonde. De boerderij aan de perceel Lagendijk 88 heet ‘Bouwlust’ en dateert - getuige het opschrift op twee palen van het toegangshek bij de inrit - uit 1741. In het plangebied ontbreekt bebouwing. Op het eerste Bonneblad van 1883 ligt het plangebied nog steeds op het perceel dat als weiland in gebruik is (zie Afbeelding 5). Dit is in 1965 ook nog het geval. In de westelijke omgeving is de wegenstructuur en de bebouwing van Ridderkerk aanwezig (zie Afbeelding 6). Pas in 1970 is het plangebied omgeven door wegen (zie Afbeelding 7). Pas in 1984 is het huidige gebouw gerealiseerd (zie Afbeelding 1 op pag.

7) Dit blijft zo tot in de huidige tijd.

Afbeelding 4: situatie 1832 (https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl)

19 20

minuutplan Ridderkerk, Zuid Holland, sectie A, blad 03 oorspronkelijk aanwijzende tafels perceel 1033

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Afbeelding 5: situatie 1883 (topotijdreis.nl)

Afbeelding 6: situatie 1965 (topotijdreis.nl)

2.3

Afbeelding 7: situatie 1970 (topotijdreis.nl)

Archeologische waarden Uit BOORIS, het archeologisch informatiesysteem Archeologie Rotterdam, is het volgende bekend: In het plangebied is niet eerder archeologisch onderzoek verricht. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische waarden bekend. De dichtstbij zijnde vindplaats bevindt zich op ongeveer 740 meter afstand van ‘Rembrandtweg 257’ (vindplaatsnummer 18 - BOORvindplaatscode 14-25, een vindplaats nabij de kerk in de dorpskern met vondstmateriaal uit de 15e18e eeuw). Hieronder wordt - per periode - een kort overzicht gegeven van de relevante gegevens van de vindplaatsen die zich binnen een straal van 1 km van het plangebied bevinden. Van een aantal is informatie over de stratigrafische positie van de archeologische resten voorhanden. De opsomming is conform de beschrijving in de Inventarisatie van vindplaatsen in de gemeente

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Ridderkerk, die door BOOR in 2012 werd opgesteld.21 Het gaat uitsluitend om vindplaatsen uit de Romeinse tijd en uit de Late Middeleeuwen.22 In het gebied binnen een straal van 1000 meter van het plangebied zijn geen vindplaatsen uit de perioden Mesolithicum – IJzertijd, Vroege Middeleeuwen en Nieuwe Tijd bekend. In het gebied binnen een straal van 1000 meter van het plangebied bevindt zich een vindplaats uit de Romeinse tijd: vindplaatsnummer 10a - BOOR-vindplaatscode 14-13. Het gaat om een scherf terra sigillata aardewerk. Booronderzoek wijst uit dat de vondsten waarschijnlijk afkomstig zijn uit de basis van een laag klei, die gelegen is op een veenpakket. De vindplaats is vooralsnog niet te duiden. Vindplaatsnummer 10a (900 meter ten noordwesten van het plangebied) BOOR-vindplaatscode 14-13 Archis-vondstmeldingsnummer(s) Archis-waarnemingsnummer(s) 23326 Ligt binnen Monumentnummer Toponiem Reijerbos I Plaats Ridderkerk RD-coördinaten 99.700/432.350 Complextype en beschrijving Onbekend, het gaat om een scherf terra sigillata aardewerk. Datering Romeinse tijd Stratigrafische positie Het booronderzoek van 2004 wijst uit dat de vondsten waarschijnlijk afkomstig zijn uit de basis van een laag klei, die gelegen is op een veenpakket. Diepteligging Tussen 1,76 en 1,86 m - NAP (=0,99-1,09 m - mv).

Soort en jaar onderzoek Vondsten scholieren bij het graven van een kanovijver en het opwerpen van heuvels met de uitgegraven grond in 1979 en booronderzoek BOOR in 2004. Bron(nen) Van Trierum e.a. 1988, 50.

In het gebied binnen een straal van 1000 meter van het plangebied zijn twee vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen A bekend: vindplaatsnummers 11 en 10b - BOOR-vindplaatscodes 14-07 en 14-13. Het gaat in beide gevallen om scherven Andenne aardewerk (alleen in vindplaatsnummer 10b), Pingsdorf en kogelpot die zijn aangetroffen bij het graven van waterpartijen. De vondsten bevonden zich in een niveau op de overgang veen (Hollandveen Laagpakket) naar de er op liggende laag klei (Formatie van Echteld) op een diepte van 0,8 m tot 0,99-1,09 m-mv. De vindplaatsen zijn vooralsnog lastig te duiden.

Vindplaatsnummer 10b (900 meter ten noordwesten van het plangebied) BOOR-vindplaatscode Archis-vondstmeldingsnummer(s) Archis-waarnemingsnummer(s) Ligt binnen Monumentnummer Toponiem Plaats RD-coördinaten Complextype en beschrijving Datering Stratigrafische positie Diepteligging Soort en jaar onderzoek Bron(nen)

14-13 23326 Reijerbos I Ridderkerk 99.700/432.350 Onbekend. Het gaat om scherven Paffrath, Pingsdorf en Andenne aardewerk. Late Middeleeuwen A Het booronderzoek van 2004 wijst uit dat de vondsten waarschijnlijk afkomstig zijn uit de basis van een laag klei, die gelegen is op een veenpakket. Tussen 1,76 en 1,86 m - NAP (=0,99-1,09 m - mv). Vondsten scholieren 1979 bij het graven van een kanovijver en het opwerpen van heuvels met de uitgegraven grond en booronderzoek BOOR in 2004. Van Trierum e.a. 1988, 67

Vindplaatsnummer 11 (890 meter ten noordnoordwesten van het plangebied) BOOR-vindplaatscode Archis-vondstmeldingsnummer(s) Archis-waarnemingsnummer(s) Ligt binnen Monumentnummer Toponiem Plaats RD-coördinaten Complextype en beschrijving

21 22

14-07 797 Veldweg Ridderkerk 100.160/432.520 Onbekend. Het gaat om scherven Pingsdorf en kogelpot aardewerk. De vondsten kwamen aan het licht bij het graven van een waterpartij. Waarschijnlijk in het talud zijn over een afstand van 100 meter insnijdingen in schone klei waargenomen. Mogelijk gaat het om de resten van een oude verkaveling.

Gout de Kreek en Moree 2012 Moree, 2021 2.5.3.2

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Datering Stratigrafische positie Diepteligging Soort en jaar onderzoek Bron(nen)

Late Middeleeuwen A De vondsten bevonden zich in een niveau op de overgang veen (Hollandveen Laagpakket) naar de er op liggende laag klei (Formatie van Echteld). 0,8 meter - mv. Waarneming en vondstmelding van de heer G. van den Beemt in 1972. BOORIS en Archis.

In het gebied binnen een straal van 1000 meter van het plangebied zijn drie vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen B bekend. Het gaat om de vondst van een steengoed kan (vindplaatsnummer 19 - BOOR-vindplaatscode 14-12) en de documentatie tijdens rioleringswerkzaamheden van het ophogingspakket van de Westmolendijk (vindplaatsnummer xx - BOOR-vindplaatscode 14-26). Op grond van 14C-dateringen kan de aanvang van het opbrengen van grond van de dijk in de 13e eeuw worden geplaatst. Het vondstmateriaal (vooral aardewerk) dat uit de vrijgekomen grond werd verzameld heeft een sterk uiteenlopende datering van de Romeinse Tijd tot en met de 15e eeuw. De derde vindplaats betreft waarnemingen die op verschillende locaties zijn gedaan gedurende rioleringswerkzaamheden in de Kerksingel rond de oude kerk van Ridderkerk (vindplaatsnummer 18 - BOOR-vindplaatscode 14-25). Nabij de oostelijke toegang tot het kerkterrein binnen de singel werd tot anderhalve meter diepte donkere, vuile grond met stukken rechthoekige leistenen dakpannen, botmateriaal en Hollandse IJsselstenen aangetroffen. Daaronder bevond zich een ‘schone’ grijze klei met een bodemfragment van een steengoedkan (14e-15e eeuw), enkele rood geglazuurde scherven en een fragment van mogelijk een middeleeuwse leren schoen. Vlakbij werd een 2 tot 3 meter lange ‘muur van kloostermoppen met dezelfde oriëntatie als de singel’ waargenomen.

Tegenover de zuidwestelijke toegang tot het kerkterrein zijn in grotendeels verstoorde grond botten met snijsporen, rood geglazuurd aardewerk, baksteen en een ronde leistenen speelschijf (Late Middeleeuwen) gevonden.

Vindplaatsnummer 19 (1100 meter ten oostzuidoosten van het plangebied) BOOR-vindplaatscode Archis-vondstmeldingsnummer(s) Archis-waarnemingsnummer(s) Ligt binnen Monumentnummer Toponiem Plaats RD-coördinaten Complextype en beschrijving Datering Stratigrafische positie Diepteligging Soort en jaar onderzoek Bron(nen)

14-12 404066 417241 Molendijk Ridderkerk 101.280/431.250 Onbekend, het gaat om de voet van een steengoed kan. Late Middeleeuwen B (15e eeuw) Melding van vondst bij vergraven dijksloot door de heer W. van Dijken rond 1969. -

Vindplaatsnummer 18 (740 meter ten oosten van het plangebied) BOOR-vindplaatscode Archis-vondstmeldingsnummer(s) Archis-waarnemingsnummer(s) Ligt binnen Monumentnummer Toponiem Plaats RD-coördinaten Complextype en beschrijving

14-25 Kerksingel Ridderkerk 100.985/431.635 Onbekend, het gaat om waarnemingen die op verschillende locaties zijn gedaan gedurende rioleringswerkzaamheden in de Kerksingel rond de oude kerk van Ridderkerk. De best te duiden observatie werd gedaan nabij de oostelijke toegang tot het kerkterrein binnen de singel. Aan de hand van deze locatie zijn de vindplaatscoördinaten van de vindplaats bepaald. Tot anderhalve meter diepte is hier donkere, vuile grond aanwezig, waarin grote stukken rechthoekige leistenen dakpannen, botmateriaal en Hollandse IJsselstenen zijn aangetroffen. Hieronder bevond zich een ‘schone’ grijze klei met een bodemfragment van een steengoed kan (14e-15e eeuw), enkele roodgeglazuurde scherven en een fragment van mogelijk een middeleeuwse leren schoen. Vlakbij deze locatie werd door arbeiders een 2 tot 3 meter lange ‘muur van kloostermoppen, met dezelfde oriëntatie als de singel’ waargenomen. Hier ten westen van bevonden zich houten balken in een verder schone laag klei zonder vondstmateriaal, die onder een ongeveer 1 meter dikke laag zand was gelegen. Tegenover de zuidwestelijke toegang tot het kerkterrein zijn in grotendeels verstoorde grond botten met snijsporen, roodgeglazuurd aardewerk, baksteen en een ronde leistenen speelschijf (Late Middeleeuwen, geïdentificeerd door de conservator Middeleeuwen van het Rijksmuseum van Oudheden) gevonden.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Datering Stratigrafische positie

Diepteligging Soort en jaar onderzoek

Late Middeleeuwen B (waarschijnlijk begin 15e eeuw) - Nieuwe tijd tot begin 18e eeuw. Zie boven. In een boring aan de zuidzijde van de kerk bleek dat de ondergrond wordt gevormd door een pakket veen. De top van het veen bevond zich op 5,45 m - mv (= 5,20 m - NAP. Op het veen rust een dikke laag klei. De basis van de klei is lichtzandig, niet venig en bevat iets hout; het bovenste traject is niet zandig en afwisselend niet tot matig venig. De bovenste trajecten zijn niet venig en licht tot matig zandig en bevatten af en toe enig hout. Rond 2,06 m - mv (= 1,81 m NAP) gaat de klei over in een vuile klei met af en toe een brokje houtskool, mortel en bot. Boven 1,30 m - mv (= 1,05 m - NAP) is de klei sterk humeus, donker gekleurd en bevat veel brokjes mortel en baksteen. Het maaiveld ligt op 0,25 m + NAP. Zie boven. Vondstmelding K.L. Wilson (Ridderkerk) in 2001 en booronderzoek BOOR in 2004.

Bron(nen) -

Vindplaatsnummer xx (1000 meter ten oostzuidoosten van het plangebied) BOOR-vindplaatscode Archis-vondstmeldingsnummer(s) Archis-waarnemingsnummer(s) Ligt binnen Monumentnummer Toponiem Plaats RD-coördinaten Complextype en beschrijving

Stratigrafische positie Diepteligging Soort en jaar onderzoek Bron(nen)

2.4

14-26 3992437100 Westmolendijk-Molensteeg Ridderkerk 101.205/431.350 Dijk, het gaat om de ophogingen van de Westmolendijk tussen de polder Oud Reijerwaard (uit 1404) en de verlande meander van de Merwede om de polder Donkersloot. Het stuk dijk maakte deel uit van het dijkenstelsel om de middeleeuwse Riederwaard. Het ingepolderde deel van de meander ter hoogte van de vindplaats wordt aangeduid als Het Zand. Het vondstmateriaal (vooral aardewerk) dat uit de vrijgekomen grond werd verzameld heeft een sterk uiteenlopende datering van de Romeinse Tijd tot en met de 15e eeuw. Datering Late Middeleeuwen B, de 14C-dateringen van de diepst in het dijklichaam gelegen rietlagen wijzen op een aanleg van de dijk in de tweede helft van de 13e eeuw. Waarneming BOOR op 11 juni en 14 juli 2015 tijdens rioleringswerkzaamheden. Zijl 2015 (BOORnotitie 22)

Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de verworven informatie over onder meer de historische situatie, de bodemopbouw ter plaatse (waarbij de diepteligging is gebaseerd op de vooronderzoeken in de omgeving) en de bekende archeologische waarden in (de omgeving van) het plangebied kan de archeologische verwachting voor het plangebied worden opgesteld (zie Tabel 2). Op grond van de verworven informatie over de bodemopbouw en de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie kan de archeologische verwachting voor de bovenste 5 meter van de bodem in ‘Rembrandtweg 257’ worden aangegeven. Van het bodemtraject dieper dan 5 meter beneden het maaiveld is geen of slechts in zeer geringe mate informatie beschikbaar. Om deze reden kan hiervoor geen archeologische verwachting worden opgesteld. Het cartografisch en historisch onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd voor de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. Het (beknopte) bouwhistorisch onderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor de mogelijke aanwezigheid van bouwhistorische waarden in het plangebied. Bestudering van luchtfotonummer 100-432 in de luchtfoto atlas van Uitgeverij 12 Provinciën (genomen op 29 mei 2003) leverde geen aanwijzingen op voor de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied.

Bestudering van het Hoogtebestand Rotterdam 2018 en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) leverden geen aanwijzingen op voor de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied (BOORIS). Voor het gehele onderzoeksgebied geldt dat er in het bodemtraject top veen (Formatie van Nieuwkoop) - basis overstromingsdek 1373 een middelgrote kans is op de aanwezigheid van

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

sporen uit de Romeinse tijd en een middelgrote kans op de aanwezigheid van archeologische sporen uit de Late Middeleeuwen A en B tot 1373. Het is lastig een exacte diepte aan te geven waarop de archeologische waarden kunnen worden verwacht. Afgaand op de resultaten van onderzoeken in de gemeente Ridderkerk bevindt de top van de Formatie van Nieuwkoop (Hollandveen) zich veelal binnen 3,00 m-mv. Dit betekent dat de bovenste 3,00 m hoogstwaarschijnlijk het meest kansrijke bodemtraject vormen. Voor de genoemde perioden gaat het om nederzettingsterreinen/huisplaatsen en om sporen van inrichting en agrarische gebruik van het gebied. Voor de Romeinse tijd geldt dat ook grafvelden en constructies als dammen met duikers in het gebied aanwezig kunnen zijn. De nederzettingsterreinen uit het Romeinse tijd en Late Middeleeuwen A kenmerken zich door het voorkomen van een veelal donker gekleurde, humeuze, vondstrijke ‘vuile’ laag. In het niveau kunnen aardewerk, verbrand en onverbrand bot, natuursteen, glas, metaal, bewerkt hout, as, houtskool, fosfaat en mest en dergelijke voorkomen. In en onder zo’n vondstlaag kunnen zich resten van constructiehout bevinden. Het vondstmateriaal van nederzettingsterreinen uit de Late Middeleeuwen B is grotendeels vergelijkbaar met dat van de er aan voorafgaande perioden, maar komt in grotere dichtheden voor.

Aan het vondstenlijstje kunnen bouwmaterialen als baksteen worden toegevoegd. Tabel 2: Gespecificeerde archeologische verwachting plangebied23

2.5

Periode

Verwachting

Complextype

Mesolithicum

onbekend

Neolithicum

Onbekend

Bronstijd

-

Waarschijnlijk: kampementen Waarschijnlijk: kampementen -

IJzertijd

-

-

Romeinse tijd

Redelijk hoog

Vroege Middeleeuwen Late Middeleeuwen A en B

-

Nieuwe Tijd

-

Redelijk hoog

Stratigrafische positie

Omvang in m²

Diepte-ligging in m-mv

-

-

-

-

-

-

- erf met boerderij - sporen van landinrichting en agrarisch gebruik - dam al dan niet met duiker - grafveld -

in traject top Hollandveen basis overstromingsdek 1373

< 750

Ca. 0-3 m-mv

-

-

-

- erf met boerderij al of niet op opgeworpen hoogte - verkavelingspatroon -

in traject top Hollandveen basis overstromingsdek 1373

< 750

Ca. 0-3 m-mv

-

-

-

Kleine Kleine

Potentiële verstoringen Het terrein wordt momenteel ingenomen door een bedrijfspand (een Examencentrum) omgeven door groen (grasveld en bosschages). Een klein deel is verhard en is in gebruik als parkeervoorziening. Het bureauonderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor grootschalige diepgaande verstoringen van de bodem anders dan de veronderstelde grondroerende activiteiten die de bouw van het huidige bedrijfspand in het areaal van het plangebied met zich hebben meegebracht. Onbekend is echter hoe diep deze verstoringen reiken. Aangenomen mag worden dat funderingen dieper gaan dan 0,80 m-mv en dat erfinrichting en verharding tot ca 50 cm-mv zullen reiken. In plangebied ‘Rembrandtweg 257’ geldt een archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Romeinse tijd en Late Middeleeuwen A en B voor het bodemtraject top veen (Formatie van Nieuwkoop) - maaiveld. De top het veen ligt naar verwachting binnen 3 m - maaiveld. De realisering van de nieuwbouw in het plangebied zal gepaard gaan met grondroerende werkzaamheden. Op de plekken waar heipalen worden geplaatst zal de bodem plaatselijk tot forse diepte worden geroerd, tot in de top van de pleistocene afzettingen op ongeveer 13 m - maaiveld.

Dit betekent dat in het gehele kansrijke bodemtraject top veen - basis overstromingsdek 1373 eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen worden aangetast.

23

Aangevuld o.b.v Moore, 2021, tabel 1 p18

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

Dit geldt voor het gehele plangebied en voor alle bovengenoemde perioden waarvoor een archeologische verwachting geldt: Late Middeleeuwen A en B en Nieuwe tijd.

2.6

Advies vervolgonderzoek Het bureauonderzoek wijst uit dat het plangebied een archeologische verwachting kent, waarbij vaststaat dat de bouw van het appartementencomplex gepaard zal gaan met grondroerende werkzaamheden. Op grond van deze bevindingen heeft het team Beheer en Beleid het advies voor de gemeente Ridderkerk opgesteld om voorafgaand aan de bouw een archeologisch vooronderzoek - bestaande uit een bureauonderzoek en de verkennende en karterende fasen van een inventariserend veldonderzoek - te laten uitvoeren in het plangebied. Het advies is in een brief van 12 januari 2021 met kenmerk AS21.00383-21.0000528 medegedeeld aan de gemeente Ridderkerk. De gemeente heeft het advies overgenomen als beleidsbesluit en Archeologie Rotterdam in een e-mail van 4 februari 2021 verzocht een Programma van Eisen voor het veldonderzoek op te stellen. Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek dient het veldonderzoek zich te richten op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden uit de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen A en B in het plangebied. Voorafgaand aan het booronderzoek is op basis van het vastgestelde PVE door Hamaland Advies een Plan van Aanpak opgesteld conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4003.24

24

Van der Kuijl, 2021

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem tel: 06-51873933

Project Kenmerk

: BO en IVO Archeologie Plangebied Rembrandtweg 257 te Ridderkerk : HAMA/RBWR/213192

3

Booronderzoek

3.1

Werkwijze Booronderzoek In totaal zijn op 26 maart 2021 vijf (5) boringen rondom de bestaande bebouwing in het plangebied gezet conform het Programma van Eisen (PvE) van BOOR. De boringen zijn uitgevoerd door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA prospector / senior KNA archeoloog). Ten tijde van het onderzoek was de locatie in gebruik als tuin met gras, bloemperken, solitaire bomen en een grote vijver. Boring 4 was in het PvE geprojecteerd in de aanwezige vijver en is enkele meters zuidwaarts verplaatst in het gazon rond de vijver. De maximale boordiepte (boring 5) bedroeg 4,75 meter (5,49 meter – NAP). Alle boringen konden conform de eisen uit het PvE doorgezet worden tot onder het Hollandveen in de ongerijpte komafzettingen (Afzettingen van Gorkum, tegenwoordig Formatie van Echteld). De hoogte van het maaiveld in het plangebied varieert van 0,741 m-NAP bij boring 5 (naast de aanwezige vijver) tot 1,04 m-NAP bij boring 3. De boorlocaties zijn met GPS uitgezet en ingemeten. Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Alle afzonderlijke bodemlagen zijn volledig versneden en verbrokkeld en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.

Tevens is het kalkgehalte van de opgeboorde sedimenten bepaald met behulp van HCl (zoutzuuroplossing). Voorafgaand aan het onderzoek is een KLIC melding gedaan. Na afloop is conform PvE telefonisch contact gezocht met dhr. J.M. Moree van BOOR waarbij de veldwerkresultaten besproken zijn. Op grond van de bespreking van de onderzoeksresultaten is in onderling overleg besloten om geen aanvullende karterende boringen te zetten.

3.2

Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten en de x-, y- en z-coördinaten van de boorpunten wordt verwezen naar Bijlage 3 en 4. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in Bijlage 5. De bodemprofiel (boring 3 t/m 1 en boring 4 t/m 5) is opgenomen in Bijlage 6. Het PvE van BOOR is separaat bijgevoegd (Bijlage 7). Resultaten Uit het uitgevoerde verkennende booronderzoek blijkt dat de archeologische verwachting grotendeels overeen komt met de verwachting uit het bureauonderzoek en het PvE van BOOR. Uit de resultaten van het booronderzoek kan herleid worden dat de bodem in het plangebied bestaat uit een subrecente ophoging van bruingrijze sterk gevlekte roestige klei met betonpuin, baksteenpuin en plastic (boring 1) en brokken klei en veraard veen. In boring 2 bestaat de ophoging uit grof zand en grind met brokken grijze klei. Over het algemeen is de bodemopbouw vanaf een diepte variërend van 80 cm-mv bij boring 1 (1,83 m -NAP) tot 140 cm-mv bij boring 3 (2,31 m -NAP) en boring 5 (2,14 m-NAP) intact. De aangetroffen bodemopbouw bestond in alle gevallen uit een subrecente bouwvoor met betonpuin, baksteenpuin, plastic, grind, kleibrokken en brokken veraard veen die in de Moderne Tijd (na 1950) gedateerd kunnen worden.

De subrecente bouwvoor gaat scherp over in dekafzettingen van Duinkerke III (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren) op Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) op Afzettingen van Gorkum (tegenwoordig Formatie van Echteld). De Afzettingen van Duinkerke III bestaan uit iets zandige klei met schelpgruis en hebben de oudere kalkloze afzettingen overal afgedekt. De overgangen tussen de natuurlijke afzettingen is geleidelijk wat erop wijst dat er niet of nauwelijks sprake is van erosief contact met de oudere afzettingen. Het aanwezige Hollandveen bevat veel houtresten en stukken hout (bosveen). De top van het Hollandveen is in alle gevallen veraard, wat erop duidt dat deze enige tijd aan de oppervlakte heeft gelegen, voordat deze werd afgedekt door het overstromingsdek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/758/documents/29207