BP Rijksstraatweg 169-175, toelichting en regels versie vaststelling.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan RIJKSSTRAATWEG 169-175, RIJSOORD Gemeente Ridderkerk
STATUS:
VASTGESTELD
DATUM:
PM
IMRO IDN:
NL.IMRO.0597.Rijksstraatweg169-VG01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Adviesburo Docter Hooftlaantje 34 3344 EK Hendrik Ido Ambacht
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 3 januari 2022 10 maart 2022 28 mei 2022 PM
VERSIE 2e versie 1e versie 1e versie 1e versie
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
4
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende beheersverordening 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 8
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Bestaande ruimtelijke en functionele structuur
9 9
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren
11 11 12
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
15 15 17 23 25
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid waterschap Hollandse Delta 5.4 Waterhuishouding
29 29 29 30 30
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
35 35 45 49 51
Hoofdstuk7 Juridische planbeschrijving 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels
53 53 53 53
Hoofdstuk8 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Communicatie 8.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
57 57 57 57
Regels
59
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Toelichting
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
60 60 65
5
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Bestemmingsregels Groen Tuin Water Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waterstaat - Waterkering
66 66 67 68 69 72 74 76
Hoofdstuk3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
77 77 78 80 81 82 83
Hoofdstuk4 Artikel 16 Artikel 17
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
84 84 85
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Kavelpaspoorten Rijksstraatweg 169-175, kavel 1 en 2
Bijlage 2
KRW-toets planontwikkeling
Bijlage 3
Akoestischonderzoek
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 5
Onderzoek archeologie
Bijlage 6
Notitie stikstofdepositie
Bijlage 7
Ecologisch onderzoek
Bijlage 8
Omgevingsdialoog
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op de percelen Rijksstraatweg 169 – 175 in Rijsoord staat bedrijfsbebouwing en de woonboerderij Landzigt. Het voortzetten van bedrijfsmatige activiteiten in een bebouwingslint past niet bij het streven van de gemeente om niet-agrarische bedrijven te stimuleren om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of te verplaatsen naar een bedrijventerrein. In verband hiermede is gezocht naar een passende vervolgfunctie. Een woonfunctie op deze locatie wordt aanvaardbaar geacht, zodat het bebouwingslint kan worden opgewaardeerd. De verouderde bedrijfsbebouwing op nummers 173 en 175 wordt gesloopt om plaats te maken voor twee vrijstaande woningen. Het cultuurhistorisch waardevolle voorhuis van de boerderij (gemeentelijk monument) op nummer 169 blijft behouden. De schuur achter het voorhuis wordt opgeknapt en deels vervangen. Naast deze woning komt een schuur, passend bij de karakteristieke eigenschappen van de boerderij. Om de beleefbaarheid met de Waal te vergroten zal een gedeelte van het plangebied openbaar toegankelijk worden gemaakt. Hiervoor wordt een pad aangelegd vanaf de Rijksstraatweg naar de Waal met aan weerszijde hiervan water. Bij de Waal wordt een zitbank geplaatst om van het uitzicht te kunnen genieten. De twee woningen leveren een bijdrage aan de behoefte naar dure koopwoningen voor de doelgroep doorstromers.
Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het nieuw te ontwikkelen gebied ligt tussen de woningen Rijksstraatweg 167 en 177. Aan de overzijde van de weg staat op nummer 144 een woning. De gronden ten westen hiervan zijn als grasland in gebruik. In zuidelijke richting wordt het plangebied begrensd door de Waal. Een situatietekening van het plangebied en omgeving is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Situatietekening plangebied en omgeving. Plangebied rood gestippeld omlijnd.
Toelichting
7
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
1.3
Vigerende beheersverordening
Voor onderhavig plangebied geldt de volgende beheersverordening: Beheersverordening "Rijsoord"
Raadsbesluit 12 september 2013
Uitspraak ABRvS n.v.t.
De percelen Rijksstraatweg 169, 171, 173 en 175 zijn bestemd voor 'Bedrijfsdoeleinden' in milieucategorie 2 met de dubbelbestemming 'Waterkering' (figuur 2). Op nummer 175 is een hout verwerkend bedrijf toegestaan (B(2)h). De gronden ten oosten van nummer 169 en ten zuiden van de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' tot de Waal zijn bestemd voor 'Tuinen'. De gevraagde herontwikkeling naar wonen is hiermee in strijd.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding beheersverordening 'Rijsoord'. (Plangebied rood gestippeld omlijnd).
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie. De planbeschrijving van de nieuwe toestand is opgenomen in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor de realisatie van het bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. De Waterparagraaf is opgenomen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 omvat de omgevingsaspecten, te weten milieu, archeologie en natuur. Hierin worden ook uitvoeringsaspecten beschreven. In Hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de economische uitvoerbaarheid, het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening en de uitkomsten van de inspraak.
8
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Bestaande ruimtelijke en functionele structuur
Het lint van de Rijksstraatweg/Waaldijk is een zeer divers lint. Aan het lint staan vooral woningen. Daartussen staan her en der andere functies zoals horeca, maatschappelijke functies of bedrijven. De bebouwing langs dit lint is zeer divers. De woningen verschillen erg van maat en schaal, architectuur, bouwjaar en kaveloppervlak. Op enkele plekken staan nog oude bouwsteden met ensembles van (voormalige) agrarische bedrijven. Naastgelegen woningen Rijksstraatweg 177/177a. Tegenover gelegen woning op nr. 144.
Grasland tegenover plangebied.
Oostelijk gelegen lintbebouwing.
Specifiek In het plangebied staan op de percelen Rijksstraatweg 169, 171, 173 en 175 meerdere bedrijfsgebouwen en een boerderijwoning. Het voorhuis van de boerderij is aangewezen als een gemeentelijk monument. De gronden achter het bebouwingslint tot de Waal zijn ingericht als tuin. De bestaande bebouwing (uitgezonderd de boerderij) wordt gesloopt. Een luchtfoto van het plangebied is opgenomen in figuur 3.
Toelichting
9
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Figuur 3: Luchtfoto bestaande situatie. Plangebied rood gestippeld omlijnd. De te behouden woonboerderij Landzicht.
Tuin achter de percelen met de Waal hierachter.
Te slopen bebouwing op nrs. 171 en 173.
Te slopen bedrijfsbebouwing op nr. 175.
10
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 1,2 ha. De hoofdopzet van het inrichtingsplan aan de Rijksstraatweg 169-175 sluit goed aan op de visie van het desbetreffende landschap. Als leidraad voor de herontwikkeling met twee nieuwe woningen is het door de gemeente opgestelde kavelpaspoort van februari 2022 aangehouden, zoals opgenomen in Bijlage 1. De bestaande woonboerderij Landzigt wordt behouden. Naast deze woning wordt een nieuwe schuur opgericht, passend binnen het ensemble van een boerenerf. De begane grond dient voor stalling van auto's en fietsen met en bergingsruimte op de verdieping. De architectuur wordt hierop afgestemd. Na sloop van de overige bedrijfsbebouwing kunnen twee nieuwe woningen worden opgericht die samen een ensemble moeten vormen. Er ontstaat hierdoor een dijkerf met een gemeenschappelijk erf. Er wordt één inrit gecreërd om deze twee woningen te kunnen ontsluiten. Er ontstaat dus een erf, waaraan deze twee woningen toegankelijk zijn, maar er kan wel een duidelijk scheiding gecreëerd worden door middel van een groene inpassing. Dijkwoning Het hoofdgebouw is georiënteerd op de dijk. Bijgebouwen staan achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw. Kleinschalige individuele bebouwing, boven of onderaan de dijk, afgewisseld met doorzichten naar het achtergelegen open landschap. Gebouwen zijn vormgegeven als eenvoudige en heldere volumes.
De nokrichting staat evenwijdig aan de Rijksstraatweg. Schuurwoning De oeverschuur staat in het landschap, op afstand van de dijk. Een schuurwoning bestaat uit één laag met kap. Dakkapellen zijn bij dit type niet toegestaan. Schuurwoningen zijn vaak onderdeel van een erf. De nokrichting van de woning staat haaks op de Rijksstraatweg. Beide woningen krijgen een goot- en bouwhoogte van respectievelijk maximaal 4 en 9 meter met een inhoud van maximaal 1.000 m³ per woning. Langs de Waal kan per woonperceel een botenhuis worden opgericht van 20 m² met een bouwhoogte van maximaal 1,2 m. De gronden tussen en achter de woonpercelen krijgen de bestemming 'Tuin', zodat doorzichten naar de Waal en het Waalbos behouden blijven. Tussen de twee nieuwe woningen en het woonperceel van de boerderijwoning wordt een semi openbaar pad van circa 4 m breed aangelegd naar de Waal met aan beide kanten een hoge groene haag. Aan de voorzijde wordt ruimte vrijgehouden voor het stallen van fietsen voor passanten. Aan weerszijden van het pad zullen achter de woonpercelen twee sloten van 5 meter breed worden gegraven die uitmonden op de Waal. Hierdoor ontstaat er een natuurlijke barrière tussen privé- en openbaar terrein. Ter hoogte van de Waal worden enkele zitbanken geplaatst, zodat bezoekers kunnen uitrusten en genieten van het zicht op de Waal. Het verkavelingsplan is opgenomen in figuur 4.
Toelichting
11
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Figuur 4: Verkavelingsplan (indicatief).
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1 Verkeer Het plangebied wordt ontsloten (tweerichtingsverkeer) vanaf de Rijksstraatweg met aan weerszijde vrijliggende fietspaden. De maximum snelheid is 50 km/uur. In westelijke richting is Barendrecht bereikbaar. Het centrum van Ridderkerk is in oostelijke richting via de Geerlaan aan te rijden. ]De kavels en het voetpad naar de Waal grenzen direct aan de Rijksstraatweg en het naastliggende fietspad. Het fietspad maakt onderdeel uit van de regionale fietsroute F15. Om het voor fietsers ook aantrekkelijk te maken om even bij de Waal de kijken worden ter hoogte van het voetpad fietsrekken geplaatst voor het stallen van enkele fietsen te maken op eigen terrein, zodat deze niet op het fietspad worden neergezet. Bezoekers van het voetpad per auto kunnen parkeren op het parkeerterreintje tegenover nummer 185.
Rijksstraatweg.
12
Ruime parkeergelegenheid naast 'Landzicht'.
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
3.2.2 Parkeren Elke initiatiefnemer van een bouwplan is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het gemeentelijke 'Verkeersplan Ridderkerk 2011-2015, Module Parkeren'. Nieuwbouwplannen worden hieraan getoetst. De parkeerplaatsen dienen in beginsel op eigen terrein te worden gerealiseerd. Uitgegaan dient te worden van de maximum parkeernorm in rest bebouwde kom/ weinig stedelijk. De gemeentelijke parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1: Parkeerkencijfers woningen. rest bebouwde kom Categorie koop, vrijstaand 2,7
Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning
Op basis van deze normering zijn afgerond 3 parkeerplaatsen per woning nodig. Per woning is hiervoor op eigen terrein voldoende ruimte, zodat het plan in de parkeerbehoefte kan voorzien. De aanleg van voldoende parkeerplaatsen wordt geborgd in Artikel 15 Overige regels. Verder worden fietsrekken bij het voetpad geplaatst voor bezoekers die van het uitzicht op de Waal willen genieten.
Toelichting
13
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
14
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken.
Toelichting
15
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van een bestaand bedrijfsperceel naar woondoeleinden met drie woningen in een bestaand bebouwingslint. 4.1.2 Barro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze (14) belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.
Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Ad behoefte Er is sprake van een behoefte. Dit blijkt onder andere uit paragrafen 4.2.2 en 4.3.4. De invulling van het plangebied met drie woningen, waarvan twee nieuwbouw, voor de doelgroep doorstromers sluit goed aan bij de provinciale en gemeentelijke ambitie, waarbij gestreefd wordt naar duurzame woningen in een bebouwingslint. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte.
Ad bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in een bebouwingslint van Rijsoord. De invulling van het plangebied met twee nieuwe woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op.
16
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen tegen deze planontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 15 maart 2022 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Programma ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vraagt om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Bouwen naar behoefte De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd.
Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Bouwen binnen bestaand bebouwd gebied speelt in op de behoefte aan binnenstedelijk wonen. De provincie wil dat de Ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Omgevingskwaliteit
Toelichting
17
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.
Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De ondergrond (eerste laag) van het plangebied wordt gevormd door rivierklei en veen in een rivierdeltacomplex. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil herkenbaar houden tussen komgronden en oeverwallen.
In de laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van zeekleipolders aan een dijklint. Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. De bebouwing staat op of tegen de dijk. Er is weinig ruimte voor nieuwe bebouwing. Als richtpunten worden onder andere aangehouden: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de laag van de stedelijke occupatie is het plangebied niet specifiek aangeduid. De gronden aan de overzijde van de weg zijn aangeduid als glastuinbouwgebied (figuur 6). In de laag van de beleving is het plangebied aangeduid als recreatiegebied in een groene buffer aan een fiets- en wandelroute (figuur 6). Recreatieterreinen liggen veelal op de overgang van de stedelijke dynamiek naar het luwe buiten. Een wezenlijk kenmerk van de recreatiegebieden is het openbaar parkkarakter. In groene bufferzone vinden geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen plaats.
Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. Toetsing aan kwaliteitskaarten Het plangebied ligt aan een bebouwingslint. Verrommeling wordt tegengegaan, omdat bedrijfsactiviteiten worden beëindigd en verouderde bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. In de plaats hiervan komen alleen twee nieuwe woningen. Doorzichten worden verbeterd vanaf de Rijksstraatweg, terwijl het gebied achter de nieuwe woonbestemming groen wordt ingericht met een openbaar pad naar de Waal waar zitbanken worden geplaatst. Deze kleinschalige ontwikkeling is inpasbaar, waarbij de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde met een pad naar de Waal wordt opgewaardeerd. Het voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie.
18
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Figuur 5: Links: Kwaliteitskaart; Laag van de stedelijke occupatie en rechts Laag van de Beleving. Het plangebied is met zwarte omlijning aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De herontwikkeling met twee nieuwe woningen is in overeenstemming met de opgaven recreatie en ruimte, omdat het plangebied binnen een bestaand bebouwingslint ligt, waarbij gelijktijdig extensieve recreatie mogelijk wordt gemaakt. De richtpunten zijn niet in het geding. Het voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 15 maart 2022 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie als motivering of gedeeltelijke motivering dat de stedelijke ontwikkeling voldoet aan het eerste lid. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de bouw van twee nieuwe woningen in een bestaand bebouwingslint en de herbestemming van een bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning mogelijk.Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang.
Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient
Toelichting
19
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
te zijn onderbouwd. De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig, zoals beschreven in paragraaf 4.3.4 terwijl deze herontwikkeling vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is, omdat bedrijfsactiviteiten plaatsmaken voor woningen in een bebouwingslint. Een toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit.
Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. In artikel 6.9, lid 9 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, ontwikkelingen mogelijk kan maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Dit bestemmingsplan maakt een vervolgfunctie mogelijk van een bedrijf naar woondoeleinden. Verouderde bedrijfsbebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor twee vrijstaande woningen. De belevingswaarde wordt vergroot, omdat er meer doorzichten ontstaan richting de Waal en een openbaar pad wordt aangelegd met extensieve recreatiemogelijkheden langs de Waal. Op kaart 14 van de Omgevingsverordening maakt het plangebied onderdeel uit van een 'groene buffer' met de aanduiding 'recreatiegebied'. Op grond van artikel 6.9b van de Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan voor een gebied in beschermingscategorie 2, zoals opgenomen in kaart 14 in bijlage II (figuur 6) voorzien alleen in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder a (inpassen) en b (aanpassen). Deze planontwikkeling op perceelsniveau past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al staat in de directe omgeving. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan.
20
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Figuur 6: Links Kaart 3 van de Omgevingsverordening 'Regionale Waterkeringen' en rechts Kaart 14 'Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën'. Het plangebied is met zwarte omlijning aangeduid. Regionale waterkeringen Op grond van artikel 2.2 zijn regionale waterkeringen gebieden waarvan de plaats indicatief is verbeeld op kaart 3 in bijlage II en die nader zijn bepaald in de legger, bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet. De Rijksstraatweg is als zodanig aangeduid (figuur 6). Daarnaast is in artikel 6.22 lid 2 opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden waarop een regionale waterkering ligt als bedoeld in artikel 2.2, deze bestemt als waterkering. In verband hiermee wordt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen, zodat de belangen van de waterkering voldoende worden geborgd. Risico's van klimaatverandering In paragraaf 6.2.11 van de herziening van het Provinciaal omgevingsbeleid 2020 (zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 16 juni 2021) is (thans) artikel 6.35a toegevoegd over de gevolgen van de risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d.
droogte, alsmede de effecten van de deze risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie De vervolgfunctie naar Wonen is passend in het bebouwingslint. De ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd. Verder worden extensieve recreatiemogelijkheden mogelijk gemaakt naar de Waal wat in lijn is met de provinciale richtpunten. Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). het plan houdt rekening met de regionale waterkering als genoemd in artikel 6.2.2 door middel van het opnemen van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' op de verbeelding van het bestemmingsplan. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
Toelichting
21
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
4.2.3 Gebiedsprofiel IJsselmonde De provincie Zuid-Holland heeft voor IJsselmonde een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 juli 2013 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Het plangebied is in het gebiedsprofiel aangeduid als polderdijk. Deze dijken vormden ten tijde van de aanleg de bescherming tegen de rivier.
Een deel van de polderdijken heeft tevens een functie als vestigings- en ontginningsbasis en als infrastructuur. Ook functioneren ze als lijnen waarlangs men zich in het landschap kan oriënteren. Op enkele plaatsen zijn de polderdijken verwijderd. Langs de zuidzijde van De Waal en langs de Devel hebben nooit polderdijken gelegen. Deze rivierarmen zijn bij (her)inpoldering in 1331 afgedamd en onderdeel geworden van de aangrenzende polders. ambities zijn onder andere: behoud en versterking van de dijken als structuurdrager van het polderlandschap. De dijkenstructuur gebruiken als basis voor recreatieve routes. Het recreatieve gebruik wordt versterkt door een verbeterde verkeersveiligheid. Dijken in stedelijk gebied zichtbaar en herkenbaar maken, verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Dijken in stedelijk gebied ontwikkelen als verbinding tussen stad en land. Rijsoord Rijsoord is een langgerekt dijkdorp op de oeverwal van De Waal. Evenals Heerjansdam en Oostendam ontleent Rijsoord zijn oorsprong aan dit riviertje. Het dorp ligt van oudsher op beide oevers van de afgedamde rivier. In eerste instantie werd de toen veel bredere Waal overgestoken met een veerschuit. Halverwege de 16e eeuw was het water zodanig smal geworden dat een brug aangelegd kon worden. De aanwezigheid van en het zicht op het water is nog steeds bepalend voor het karakter van Rijsoord.
De Waaldijk en de Pruimendijk vormen de ruggengraat van het noordelijk deel van het dorp. Deze historische structuur wordt nu echter ruw doorsneden door de belangrijkste route door het dorp, de Rijksstraatweg. Het gebied ten noorden wordt gekenmerkt door planmatige woningbouw en glastuinbouw. De nabijheid van de A15 is door zijn schaal en maat goed zichtbaar en hoorbaar. De fijnmazige en langgerekte verkaveling is echter nog steeds waarneembaar. Ook op de zuidoever van De Waal ligt een kleine uitbreiding van het dorp. Ambities zijn o.a.: Er wordt ingezet op het behoud en de versterking van de historische structuur van het dorp. De barrierewerking van de Rijksstraatweg wordt zoveel mogelijk opgeheven. Met name de routes evenwijdig aan De Waal worden gecontinueerd. Bij de inpassing van (vervangende) nieuwbouw wordt rekening gehouden met de huidige korrel, de nokrichting, het profiel en variatie in bebouwing. Daar waar dorpsgebied grenst aan De Waal wordt ingezet op openbaar toegankelijke oevers. De dijklinten worden opgenomen in het recreatieve netwerk, waarbij het centrum fungeert als concentratiepunt voor routes en attracties. Conclusie Deze planontwikkeling maakt een vervolgfunctie mogelijk van bedrijfsdoeleinden naar twee vrijstaande woningen. Zichtlijnen naar de Waal worden verbeterd.
Er worden extensieve recreatiemogelijkheden toegevoegd door een openbaar pad met zitbankjes aan te leggen. Deze ontwikkeling voldoet aan het provinciale belang met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit zoals is vastgelegd in artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De richtpunten zijn niet in het geding. Deze herontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten en het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel IJsselmonde.
22
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Waalvisie De gemeenten Barendrecht, Ridderkerk, Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht hebben samen met de provincie Zuid-Holland en het waterschap Hollandse Delta de Waalvisie gepubliceerd. Het hoofddoel van deze visie is het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de Waal voor de recreant en voorbijganger. Kenmerkend voor de Waal is de kleinschalige, landelijke en rustieke sfeer met typische doorzichten vanaf de dijken naar het water. Om de Waal beter zichtbaar en beleefbaar te maken worden in deze visie een aantal opgaven benoemd: 1. Vertier en waterplezier: de opgave is om het gebruik en de beleving van de Waal te bevorderen. Er is behoefte aan steigers en ligplaatsen voor booteigenaren. Om te voorkomen dat dit ten koste gaat van de huidige kwaliteiten en het woongenot is ook het herinvoeren van de registratie voor boten en verbetering van de handhaving een aandachtspunt. 2. Onbezorgd wandelen en fietsen: de dijken en wegen langs de Waal moeten veiliger worden. Op een aantal wegen, waaronder de Pruimendijk, moet de snelheid worden teruggebracht naar 30 km/u waarbij autoverkeer zoveel mogelijk te gast is en zich beperkt tot bestemmingsverkeer. Voetgangers en fietsers krijgen prioriteit. 3. Gastvrije Waaloevers: de Waal moet vanaf de oevers op nog meer plaatsen beleefbaar worden gemaakt en bestaande doorzichten moeten behouden blijven.
De opgave is om een aantrekkelijk netwerk van routes, knooppunten en bestemmingen te ontwikkelen. 4. Het verhaal van de Waal: er liggen kansen in het zichtbaar en herkenbaar maken van de geschiedenis van het gebied. 5. Natuurparel de Waal: de Waal als geheel is een waardevolle natuurparel, waar rust en stilte belangrijke waarden zijn. De kwetsbare natuur in het gebied verdient bescherming. 6. De natuur als leermeester: er is een wens voor nieuwe (robuuste) voorzieningen voor natuureducatie. Dit plan maakt vanaf de Rijksstraatweg een openbaar pad mogelijk naar de Waal met zitgelegenheid. Doordat er een gedeelte van het gebied een openbare inrichting krijgt sluit het plan goed aan bij de ambities uit de Waalvisie. Conclusie De toegankelijk van de Waaloever wordt verbeterd door een openbaar voetpad aan te leggen vanaf de Rijksstraatweg. Hierdoor wordt de Waal vanaf de noordzijde ter plaatse beter beleefbaar. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Waalvisie. 4.3.2 Gebiedsvisie Deltapoort 2025 (2012) De Gebiedsvisie Deltapoort 2025 is in februari 2012 vastgesteld onder de verantwoordelijkheid van de stuurgroep Deltapoort. Deze Gebiedsvisie is het ruimtelijk kader (op hoofdlijnen) waarbinnen verschillende ruimtelijke opgaven binnen Deltapoort worden uitgevoerd met als doel het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.
In het Deltapoort-gebied worden vijf themagebieden met een groene hoofdtint onderscheiden. Deze themagebieden vormen tezamen het landschappelijk raamwerk; door thematisering worden de landschappelijke kwaliteiten van het betreffende gebied (en dus het raamwerk) versterkt. De locatie is in de gebiedsvisie gedefinieerd als 'de Tuin van Deltapoort'. Alle themagebieden kennen een bepaalde mate van ontwikkelingsdynamiek. De Tuin van Deltapoort is in de visie van Deltapoort een hoofdzakelijk groen, zeer bedrijvig middengebied dat in dienst van de stad staat: in recreatief opzicht, met landbouw die zich (ook) op de stad richt en een beperkte hoeveelheid groen ingepaste woningen als bijzonder woonmilieu. De Tuin is geen gebied waar openheid wordt nagestreefd. In dit landschappelijk gezien vrij karige gebied wordt een vervolgfunctie voorgestaan: een verouderd bedrijf wordt gesaneerd om plaats te maken voor twee vrijstaande woningen met een openbare verbinding naar de Waal. De groene kwaliteit en betrekkelijke rust van de Rijksstraatweg is als oud dijklint van cruciaal belang. Nieuwe woningen moeten worden ingepast in de typologie van het lint.
Toelichting
23
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Conclusie De twee woningen worden landschappelijk ingepast in het bebouwingslint. De planontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Gebiedsvisie Deltapoort. 4.3.3 Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit Eind mei 2014 hebben de colleges van de samenwerkende gemeenten Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht de Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit vastgesteld. Op basis van de eerder vastgestelde Gebiedsvisie Deltapoort 2025 wordt hiermee aangestuurd op een ruimtelijk kwalitatiever gebied. Hoewel de handreiking met name is bedoeld om spelregels te bieden voor woningen die in het kader van de ruimte voor ruimte regeling worden gebouwd, is een deel van deze regels eveneens toepasbaar op overige ontwikkelingen in het buitengebied. In de Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit staat onder meer welk type huizen en soorten beplanting het beste bij het landschap passen. De handreiking bevat ook veel foto's en afbeeldingen van streekeigen beplanting en er staan voorbeelden in van woningen die goed in het landschap van Deltapoort passen. De gemeenten willen op deze wijze de nieuwe bewoners van het gebied inspireren om de woningen en erven mooi in het landschap van de Deltapoort in te passen. De locatie maakt onderdeel uit van deelgebied 'dijkenlandschap (dijklinten en dubbellinten)'.
Het perceel ligt tegen het dijklint van de Rijksstraatweg aan. De positie van de bebouwing wordt zorgvuldig gekozen en afgestemd op de situatie, rekening houdende met het hoogteverschil. De richting van de hoofdgebouwen is evenwijdig aan de dijk waarbij de bebouwing uit één bouwlaag met kap bestaat. Het erf bestaat uit een ensemble van gebouwen: één hoofdgebouw en eventueel één of meerdere bijgebouwen, zoals een kap-/wagenschuur bij de bestaande boerderijwoning. De architectuur van de hoofdgebouwen en bijgebouwen is op elkaar afgestemd. Conclusie De woningen worden ingepast in het dijklint langs de Rijksstraatweg. Door de positionering van de twee nieuwe woningen wordt ingespeeld op het karakteristieke bebouwingspatroon langs het lint. Ook de kap- en bouwhoogte zullen voldoen aan de spelregels uit de handreiking. De aanvullende spelregels met betrekking tot materiaal- en kleurgebruik, beplanting en erfinrichting zijn uitgangspunt bij de verdere uitwerking van de plannen.
4.3.4 Regioakkoord Nieuwe woningmarktafspraken Regio Rotterdam In het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam, zoals vastgesteld tijdens de Regiotafel Wonen op 23 januari 2019 van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam maken de veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen, waaronder de gemeente Ridderkerk, zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 uit te breiden. De gemeenten en de woningcorporaties zetten zich ook in voor een betere balans van het woningaanbod in de regio. De regionale doelen zijn vastgesteld en de afspraken laten zien welke bijdrage iedere gemeente daaraan levert. In de periode tot 2030 worden zo voldoende woningen gerealiseerd en daarnaast wordt de sociale woningvoorraad beter verspreid. Ook ten aanzien van de betaalbaarheid en de beschikbaarheid van de corporatiewoningen zijn aanvullende afspraken gemaakt. Zo zorgt de regio ervoor dat de corporatiewoningen daadwerkelijk terecht komen bij de doelgroep waarvoor deze bedoeld is. De regio ligt in grote lijnen op koers voor 2030. De regionale doelstellingen, zoals die zijn vastgesteld en in het Regioakkoord zijn opgenomen, betreffen het realiseren van voldoende woningen in de totale voorraad. Concreet: de streefvoorraad bedraagt 638.300 woningen in 2030.
Op basis van de gemaakte afspraken is het woningbouwprogramma voor Ridderkerk vastgesteld op 830 woningen. Conclusie Met de voorgestane ontwikkeling worden twee woningen in het dure koopsegment toegevoegd aan de woningvoorraad waaraan veel behoefte is. Het plan is opgenomen in de Regionale Planmonitor Wonen. Deze woningbouwontwikkeling maakt onderdeel uit van de berekende groei van 830 woningen die voor Ridderkerk is opgenomen. De ontwikkeling is in overeenstemming met het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam.
24
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 De gemeenteraad heeft op 14 september 2017 de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 vastgesteld. In deze omgevingsvisie anticipeert de gemeente op het in werking treden van de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast beoogt de gemeente Ridderkerk met deze nieuwe visie in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de vraag naar levensloopbestendige woningen en de druk op de detailhandelsstructuur. Verder bevat de omgevingsvisie aanpassingen in de beleidsambities ten opzichte van de Structuurvisie Ridderkerk 2020. De omgevingsvisie beoogt de ruimtelijke kwaliteit van Ridderkerk als rustige en aantrekkelijke woongemeente met een goede binnenstedelijke groenstructuur en omliggend groen te behouden en waar mogelijk te versterken. Visie parels aan de rivier Oevers langs het water bieden kansen voor recreatieve mogelijkheden. Daar kan je immers genieten van een prachtig uitzicht en van de dynamiek op het water. Ridderkerk heeft vanaf het water gezien twee heel verschillende gezichten. Langs de oevers van de Nieuwe Maas en de Noord zie je in enkele gevallen nog de overblijfselen van de scheepsbouwindustrie. De oevers van de Waal boden van oudsher ruimte aan de landbouw (vlas) en de kleinschalige fruitteelt. Beide oevers zijn lang niet altijd toegankelijk.
De oevers van de Noord en Nieuwe Maas zijn in enkele gevallen bezet door niet-watergebonden bedrijven die een recreatief gebruik verhinderen. Langs de Waal is veel bebouwing te vinden, waardoor de rivier vanaf het land verscholen ligt achter die bebouwing. Als kansen zich voordoen om locaties langs het water te transformeren naar recreatieve gebieden, groen en/of woningbouw in een groene omgeving, benut de gemeente deze mogelijkheden. Daarbij houdt zij continu de afweging tussen de veiligheid op het water (met name het drierivierenpunt) en de ontwikkelingen langs de oever, in het oog. Conclusie De visie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. Het plangebied maakt onderdeel uit van het bebouwingslint langs de Waal. Een bedrijf maakt plaats voor woningbouw overeenkomstig het uitvoeringsprogramma van de Waalvisie (figuur 7). De Waal wordt beter zichtbaar met een openbaar pad en zitgelegenheid aan het water met zicht op het aan de overzijde van de Waal gelegen Waalbos. Gesteld kan worden gesteld dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
Toelichting
25
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Figuur 7: Uitsnede Visie parels aan de rivier. 4.4.2 Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 De gemeenteraad van Ridderkerk heeft in zijn vergadering van 1 juli 2021 de Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 vastgesteld. De nieuwe Woonvisie vormt een actueel kader voor het woonbeleid. De woonvisie wordt leidend bij de initiëring en uitvoering van nieuwe woningbouwontwikkelingen en gaat fungeren als beoordelingskader voor het college en de gemeenteraad. In de nieuwe Woonvisie wordt voorgesteld meer woningen te bouwen tot 2030 dan het bod dat in 2018 voor het Regioakkoord is gedaan. De meest recente Trendraming van de woningbehoefte van de provincie Zuid-Holland uit 2019 duidt op een grotere woningbehoefte dan in het Regioakkoord is benoemd. Dit betekent in ieder geval een opgave van afgerond 900 woningen voor de periode 2021 tot 2030. Maar de opgaven en knelpunten in de woningmarkt zijn zo groot, dat de gemeente meer ruimte wil geven voor woningbouw in Ridderkerk. Voorwaarde is wel, dat de kwaliteit van de plannen goed is en de plannen inspelen op de gemeentelijke visie en beleid. Meer realiseren dan de gemaakte regionale woningmarktafspraken (uit 2019) betekent ook dat de gemeente voor dit surplus wil openstaan voor het extra toevoegen van sociale corporatievoorraad. Het uitvoeringsprogramma 2021-2023 geeft de concrete uitwerking van de Woonvisie aan voor de komende jaren.
Hiermee wordt duidelijk met welke acties het college de komende jaren aan de slag gaat. De gemeente staat open voor nieuwe initiatieven als deze voldoen aan het afwegingskader zoals genoemd in paragraaf 9.1 van de Woonvisie. In de Woonvisie is ook opgenomen dat er nog steeds behoefte is aan woningen in het duurdere segment. Conclusie De vervolgfunctie naar Wonen draagt bij aan de kwantitatieve en kwalitatieve bouwopgave door 2 woningen in de dure koopsector toe te voegen op een herontwikkelingslocatie. Het plan voldoet aan het afwegingskader. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Woonvisie.
26
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
4.4.3 Welstandsbeleid Ridderkerk De gemeenteraad heeft de welstandsnota in 2009 vastgesteld. De welstandsnota bestaat uit gebiedsgerichte, objectgerichte en algemene welstandscriteria. Voor de gebieden waar de objectgerichte criteria onvoldoende zijn om de ruimtelijke kwaliteit van die buurt of wijk te behouden of te versterken zijn gebiedsgerichte criteria gemaakt. Deze criteria bestaan uit het benoemen en vastleggen van enerzijds de architectonische kwaliteiten en/of de architectonische kenmerken van deze gebieden en anderzijds ter plaatse veelvoorkomende, relatief kleine, bouwplannen. Ook deze criteria zijn enerzijds bedoeld om te worden gebruikt als uitgangspunt voor een plan en anderzijds als toetsingskader. Voor de lintbebouwing langs de Rijksstraatweg geldt een bijzonder welstandsregime. Bij wijzigingen dient het kleinschalige karakter, het afwisselende beeld met doorzichten en de individualiteit van de bestaande bebouwing behouden te blijven. Conclusie Bij uitwerking van de bouwplannen wordt rekening gehouden met de objectgerichte en gebiedsgerichte criteria van de Welstandsnota. 4.4.4 Duurzaamheid In het nationale Klimaatakkoord (2019) is de doelstelling vastgesteld om de CO2 uitstoot met de helft te verminderen in 2030 ten opzichte van 1990. In 2050 moet het hele land nagenoeg CO2 neutraal zijn. Er moet niet alleen veel gebeuren, maar ook in samenhang.
Om aan deze gezamenlijke doelstelling uitvoering te kunnen geven, heeft de raad de nieuwe Klimaatvisie Ridderkerk en de Regionale Energie Strategie 1.0 in juni 2021 vastgesteld. Een belangrijk thema hierbij is de warmtetransitie oftewel het uitfaseren van aardgas als fossiele brandstof. Hiertoe is in december 2020 de Warmtevisie Ridderkerk vastgesteld, waarin staat hoe we aardgas gaan uitfaseren uit de gebouwde omgeving en de overstap maken naar een aardgasvrij Ridderkerk in 2050. Fossiele brandstoffen, zoals aardgas, behoren daarmee straks tot de verleden tijd. Landelijk is daarom de opgave geformuleerd dat 1,5 miljoen woningen (ongeveer 20%) in 2030 van het aardgas af moet zijn om tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te komen in 2050. Er ligt daardoor een grote opgave voor de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad in Ridderkerk: van het beperken van het energieverbruik, het isoleren van woningen, het plaatsen van zonnepanelen, naar aardgasvrij wonen. Door herstructurering en transformatie kan ook de kwaliteit van de woningvoorraad en de woonomgeving in een aantal wijken sterk verbeteren. En het woningaanbod zal dan ook beter aansluiten bij de veranderingen in de behoefte in de komende jaren. Zoals opgenomen in de Warmtevisie start de gemeente in 2021 met het opstellen van het eerste wijkplan, namelijk het wijkplan voor Bolnes.
Woonvisie; thema 3 duurzame woningvoorraad Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp in de Woonvisie. Er is een aparte paragraaf opgenomen voor het thema 'duurzame woningvoorraad'. In deze paragraaf komt onder andere de gemeentelijke ambitie aan de orde om in 2050 een energieneutrale en klimaatadaptieve gemeente te zijn en dat zij wil bijdragen aan de ambitie van het rijk om in 2050 een circulaire economie te bereiken. Tevens komen de ambities voor het vergroten van de biodiversiteit en het verminderen van de milieubelasting aan de orde. Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas van Zuid-Holland.