BP Rijksstraatweg 169-175 - bijlagen versie vaststelling.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan RIJKSSTRAATWEG 169-175, RIJSOORD Gemeente Ridderkerk
STATUS:
VASTGESTELD
DATUM:
PM
IMRO IDN:
NL.IMRO.0597.Rijksstraatweg169-VG01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Adviesburo Docter Hooftlaantje 34 3344 EK Hendrik Ido Ambacht
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 3 januari 2022 10 maart 2022 28 mei 2022 PM
VERSIE 2e versie 1e versie 1e versie 1e versie
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Kavelpaspoorten Rijksstraatweg 169-175, kavel 1 en 2
Bijlage 2
KRW-toets planontwikkeling
Bijlage 3
Akoestischonderzoek
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 5
Onderzoek archeologie
Bijlage 6
Notitie stikstofdepositie
Bijlage 7
Ecologisch onderzoek
Bijlage 8
Omgevingsdialoog
1
Kavelpaspoorten Rijksstraatweg 169 - 175
Kavel 1, 2
Februari 2022 - concept
2 | Kavelpaspoorten Rijksstraatweg
Inleiding Wat kenmerkt het Dijkenlandschap? Dijklinten liggen verhoogd in het landschap. Karakteristiek is het zicht dat je tussen de bebouwing door op het achterliggende landschap hebt. Geen dijklint is hetzelfde. De hoogte van de dijken verschilt. Er zijn enkele dijklinten (met alleen een weg op de dijk) en dubbellinten (met zowel een weg boven als onderaan de dijk). Dijklinten zijn soms eenzijdig en dan weer tweezijdig bebouwd. Ook zijn de dijklinten dichter bebouwd naarmate ze dichter bij de bebouwde kom liggen, waardoor ze een meer kleinschalig en intiemer karakter hebben. Kortom: iedere dijk is anders en deze verschillen willen we graag behouden en benadrukken.
Kavelpaspoorten Rijksstraatweg | 3
Toelichting Deze ontwikkeling aan de Rijksstraatweg is
Dit document beschrijft hoe dit erf en de
inpassing. Naast dat één toerit nodig is om het
onderdeel van een groter geheel, namelijk de
woningen vormgegeven moeten worden.
een erf te laten zijn, is dit ook verkeerskundig veiliger.
naastgelegen boerderij, dat aangewezen is als gemeentelijk monument. Deze boerderij verdient
Dijkerf
het om een prominente positie te krijgen vanaf de
Een dijkerf bestaat uit een ensemble van
Karakter locatie
Rijksstraatweg.
gebouwen rondom een gemeenschappelijk erf.
De kavels liggen met de voorzijde aan de
Er wordt 1 inrit gecreërd om deze 2 woningen
Rijksstraatweg. Aan de achterzijde grenst het
Op deze plek zijn op dit moment een verzameling
te kunnen ontsluiten. Er ontstaat dus een erf,
kavel aan de Waal.
van bedrijfspanden georganiseerd. Deze liggen
waaraan deze twee woningen toegankelijk
In het kader van de Waalvisie en het
wat verder op het erf, waardoor het zicht op
zijn, maar er kan wel een duidelijk scheiding
dijkenlandschap worden de zichtlijnen vanaf de
het Rijksmonument prominenter wordt. Dit
gecreëerd worden door middel van een groene
dijk naar de Waal behouden.
uitgangspunt blijft behouden. De wens is om op dit gebied twee woningen te ontwikkelen, samen met een naastgelegen openbaar pad naar de Waal. Door dit openbaar pad wordt het kavel van de monumentale boerderij ruimtelijk gescheiden van het kavel van de 2 nieuw te bouwen woningen. Om deze reden zouden deze twee woningen samen een ensemble moeten vormen. Er ontstaat hierdoor een dijkerf.
Schetsvoorbeeld van hoe een erf ingericht kan worden, waardoor een ensemble ontstaat van twee verschillende typen hoofdgebouwen met eventueel bijgebouwen en een gezamenlijke inrit.
4 | Kavelpaspoorten Rijksstraatweg
Toelichting Dijkwoning
Architectuur schuurwoning
Bijbehorend bouwwerk (kavel 1 en 2)
Het hoofdgebouw is georiënteerd op
Een woning met de eenvoudige uitstraling en
• Footprint: maximaal 75m2
de dijk. Bijgebouwen staan achter de
architectuur van een bijgebouw (doorgaans)
• Kapvorm: zadeldak
voorgevellijn van het hoofdgebouw. Kleinschalige
uitgevoerd in (combinatie met) houtendelen, en/
• Kaprichting: vrij
individuele bebouwing, boven of onderaan
of andere lichte materialen.
• Goothoogte: maximaal 3 m • Dakhelling: gelijk aan het hoofdgebouw
de dijk, afgewisseld met doorzichten naar het achtergelegen open landschap.Gebouwen
Kavel 1; Dijkwoning
zijn vormgegeven als eenvoudige en heldere
Uitgangspunten hoofdgebouw
Alleen bij de schuurwoning kan het bijgebouw
volumes.
• Footprint: maximaal 144 m2
geïntegreerd worden in het hoofdgebouw. Bij de
• Woningbreedte maximaal 18 meter
dijkwoning is dit niet mogelijk.
Architectuur dijkwoning
• Diepte woning maximaal 8 meter
Dijkwoningen zijn doorgaans van (gepleisterde/
• Kapvorm: zadeldak
Gemeentelijk monument
gekeimde) baksteen, of (zwart gepotdekselde)
• Kaprichting: evenwijdig aan de dijk
Het perceel met daarop de boerderij is ter
houten delen. De kap bestaat uit keramische
• Goothoogte: maximaal 4 meter
beoordeling van de Monumentencommissie.
pannen. Er worden streekeigen materialen
• Nokhoogte: maximaal 9 meter
Om die reden wordt hiervoor dan ook geen kavelpaspoort gemaakt. De locatie van het te
toegepast, in natuurlijke en OudHollandse kleuren
Kavel 2; Schuurwoning
bouwen bijgebouw is wel aangegeven op de
Uitgangspunten hoofdgebouw
tekening.
Schuurwoning
• Footprint: maximaal 144 m2
De oeverschuur staat in het landschap,
• Woningbreedte maximaal 8 meter
Erfinrichting en beplanting
op afstand van de dijk. Een schuurwoning
• Diepte woning maximaal 18 meter
In het buitengebied staat het landschap
bestaat uit één laag met kap. Dakkapellen zijn
• Kapvorm: zadeldak
centraal. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarom
bij dit type niet toegestaan. Schuurwoningen zijn
• Kaprichting: haaks op de dijk
zorgvuldig worden ingepast. Dat betekent dat de
vaak onderdeel van een erf.
• Goothoogte: maximaal 4 meter
bebouwing niet te opvallend mag zijn, en er uit
• Nokhoogte: maximaal 9 meter
ziet alsof het gebouw ook echt op die plek thuis hoort. Kavelpaspoorten Rijksstraatweg | 5
deze streek.
meter boven het zomerpeil van de Waalboezem.
Beplanting speelt daarbij een heel belangrijke
Water
Handreiking ruimte voor ruimtelijke kwaliteit
rol. In het landelijk gebied hoort een typisch
Tussen de twee nieuwe kavels en het bestaande
De handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit
landelijke architectuur, met
erf van de monumentale boerderij wordt een
is een inspiratiekader voor de architectuur en de
een erfinrichting en beplanting die past bij de
openbaar pad naar de Waal toe gerealiseerd.
inrichting en beplanting van woningen gelegen
streek. Naast het ontwerp van de woning is ook
Een deel van Kavel 2 zal worden voorzien van
in het Waallandschap. Dit document is te
een helder inrichtingsplan gewenst dat getoetst
een brede watergang van 5 meter breed, zodat
downloaden op: http://www.
kan worden aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit.
er een natuurlijke barrière ontstaat tussen privé
mooiijsselmonde.nl/meer-informatie.
en openbaar terrein. Vergunningsvrijbouwen
De randen van het erf zijn (deels) beplant. Gebouwde erfsfscheidingen zijn niet toegestaan.
Boothuizen
De voorwaarden voor vergunningvrijbouwen vindt
Aan de zij- en achterkant bestaat de beplanting
In het geldende beheersverordening Rijsoord
u op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/
uit inheemse soorten met een landschappelijke
staat beschreven dat boothuizen in de
bouwregelgeving/checken-of-vergunning-nodig-
uitstraling.
bestemming Tuin zijn toegestaan. Deze dienen
is-voor-ver-bouwen/vergunningvrij-bouwen-en-
haaks te liggen op de oeverlijn, met de toegang
verbouwen
Tuinbestemming
op een afstand van 3 meter uit de oeverlijn moet
Een belangrijk uitgangspunt voor het bouwen
komen te liggen en hebben een oppervlakte van
in het Dijkenlandschap is het behouden en
maximaal 20 m2. Ook bedraagt de maximale
creëren van zichtlijnen vanaf de weg, in dit geval
bouwhoogte van een te realiseren boothuis 1,20
de Rijksstraatweg, naar het achterliggende landschap (de Waal). Dit betekent dat op deze bestemming niet gebouwd mag worden en enkel lage beplanting mag worden toegpast om dit zicht te behouden. De tuin in het achtergebied heeft in dit gebied ook een heel open karakter in
6 | Kavelpaspoorten Rijksstraatweg
Rijksstraatweg 900 800
800
D
1400
S
1800
Bijgebouw boerderij
1800
500
300
Kavel 1
Kavel 2
Bestaande boerderij (Gemeentelijk monument)
de Waal
Kavelpaspoorten Rijksstraatweg | 7
Referenties Dijkwoning Kavel 1
Een dijkwoning bestaat uit één bouwlaag met Rijksstraatweg
kap, georiënteerd op de dijk. Met de kaprichting evenwijdig aan de dijk.
900 800
800
D
S
1800 1800
300
Kavel 1
8 | Kavelpaspoorten Rijksstraatweg
Kavel 2
Een dijkwoning heeft deze streek natuurlijke 1400 materialen. Er kan zowel voor een lichte kleur steen worden gekozen als een rode baksteen. Het gebruik van hout en riet is ook denkbaar.
Bijgebouw boerderij Dakkapellen zijn eenvoudig en subtiel of geven een extra accent aan de voorzijde van de 500 woning.
Bestaande boerderij (Gemeentelijk monument)
Referenties Schuurwoning
Rijksstraatweg Kavel 2
900
800
D
1400
S
1800
Bijgebouw boerderij
1800
300
Een schuurwoning bestaat uit één bouwlaag met kap, georiënteerd op de dijk. Met de kaprichting haaks op de dijk.
500
Een schuurwoning heeft in deze streek natuurlijke materialen waaronder een lichte kleur baksteen. Daarnaast zijn materialen als glas, staal en riet ook denkbaar bij een ontwerp voor een schuurwoning. Naast de oriëntatie op de dijk heeft de achterzijde ook een open karakter naar de Waal toe. Kavelpaspoorten Rijksstraatweg | 9
KRW-TOETS ONTWIKKELING RIJKSSTRAATWEG TE RIDDERKERK
KRW-TOETS ONTWIKKELING RIJKSSTRAATWEG TE RIDDERKERK Kenmerk: Versie: Datum: Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole: Opdrachtgever:
Contactpersoon:
20210923/rap01 definitief 27-9-2021 Nadine Bleile & Jochem Hop Jochem Hop Tim Vriese Adviesburo Docter Hooftlaantje 34 3344 EK Hendrik Ido Ambacht Jeroen Docter
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
© ATKB voor natuur en leefomgeving. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding.
INHOUD Inleiding................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ..................................................................... ..................................... 1
Aanleiding Doel Leeswijzer
1 1 1
Achtergrond ................................................................ ................................................................................................ .............................................................................................. .............................................................. 2
Onderzoeksgebied Huidige ecologische kwaliteit Beschrijving ingreep
2 4 4
Toetsingskader Ecologische kwaliteit ................................................................ .......................................................................................... .......................................................... 7
Algemeen Fytoplankton Overige waterflora Macrofauna Vis
7 7 8 10 11
Conclusies ................................................................ ................................................................................................ ............................................................................................... ............................................................... 13 Literatuur ................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................ 14
FOTO’S Foto 1 Foto 2 Foto 3
De Waal (IJsselmonde), gezien vanaf het plangebied. .............................................................3 Oever van het plangebied (A) begroeid met groot hoefblad (B) en gele lis (C) en sloot aan de westkant (D). ............................................................................................................................5 Ondanks de oeverbeschoeiing van de insteekhaventjes vindt emerse vegetatie hier een geschikte plek, veelal in hoekjes, zoals zichtbaar in bovenstaande foto. In de bestaande insteekhaven groeit emerse vegetatie achter een aanwezige steiger......................................9
FIGUREN Figuur 1 Figuur 2
Begrenzing van het waterlichaam de Waal. .............................................................................3 Plangebied in huidige situatie en beoogde nieuwe situatie (Variant A). ..................................6
Tabellen Tabel 1
Ecologische toestand waterlichaam de Waal…………………………………………………………………….. 4
INLEIDING AANLEIDING Adviesburo Docter is bezig met de ontwikkeling van een terrein langs de Waal te Rijsoord. De locatie bevindt zich binnen de begrenzingen van het waterlichaam “De Waal”. Dit waterlichaam is in beheer van Waterschap Hollandse Delta. De beoogde nieuwe situatie (Variant A) is voorgelegd aan het waterschap. Omdat de geplande werkzaamheden de ecologische kwaliteit van het waterlichaam niet blijvend significant mogen verslechteren, dient de ontwikkeling getoetst te worden middels het toetsingskader Ecologische Waterkwaliteit van het waterschap.
DOEL Het doel van voorliggend rapport is het doorlopen van het toetsingskader Ecologische Waterkwaliteit om vast te stellen of de geplande werkzaamheden leiden tot een eventuele blijvende significante verslechtering van de ecologische waterkwaliteit.
LEESWIJZER Na deze inleiding wordt in hoofdstuk twee ingegaan op het onderzoeksgebied, de huidige ecologische kwaliteit en een beschrijving van de ingreep. Hoofdstuk drie gaat in op het toetsingskader en behandelt deze aan de hand van de verschillende relevante kwaliteitselementen. In hoofdstuk vier worden de conclusies en aanbevelingen voorkomend uit dit rapport gepresenteerd, gevolgd door de gebruikte literatuur.
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
1 van 14
ACHTERGROND ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied is gelegen in het waterlichaam “De Waal (IJsselmonde)” (zie figuur 1). Dit waterlichaam ligt in het beheersgebied van Waterschap Hollandse Delta (WHD). In de factsheet van het waterlichaam de Waal is een karakterschets opgenomen, die als volgt is; “…De Waal is een in de 14e eeuw afgesloten rivierarm. Hij loopt van Heerjansdam in het zuiden, via Rijsoord, naar Hendrik Ido Ambacht en wordt beheerd en gebruikt als meer. Het totale oppervlak van het waterlichaam is 74 ha met een lengte van circa 9 km. Sinds 1950 wordt het water als voorraadbekken gebruikt voor aanvoer van water naar de polders. Het waterlichaam heeft over de gehele lengte een diepte van meer dan 2,50 m. In het deel westelijk van de spoorbrug is in 1970 zand gewonnen waardoor de waterdiepte hier is vergroot naar circa 15-20 m. Langs de oevers van het waterlichaam zijn over de gehele lengte rietkragen te vinden. Op veel plaatsen zijn de oevers en de rietkragen door beschoeiing beschermd. Voornamelijk in het smallere deel bij Hendrik Ido Ambacht, waar veel pleziervaart plaatsvindt, zijn de oevers en rietkragen beschermd. Het waterlichaam heeft een belangrijke recreatiefunctie in de regio, met zwemmen, zeilen, roeien en vissen als veel voorkomende activiteiten…” Er zijn enkele menselijke activiteiten en effecten die van invloed zijn op de toestand van de Waal.
Deze zijn samengevat in de factsheet en het stroomgebiedbeheersplan, zoals navolgend weergegeven. “…Door de afdamming en bedijking is de Waal geïsoleerd geraakt van het riviersystem. Dit voorkomt vrije uitwisseling van soorten. Wel worden er grote hoeveelheden rivierwater ingelaten en doorgegeven naar de polders op IJsselmonde. Dit is de belangrijkste bron van belasting. Ook komen er nog enkele rioolwater overstorten op de Waal uit. Daarnaast heeft de Waal een hoge toxische druk als gevolg van gewasbeschermingsmiddelen en zware metalen. In het verleden waren ook hoge PAK’s concentraties aanwezig. Het waterpeil wordt strak gehandhaafd volgens het peilbesluit...” In en rondom het waterlichaam zijn in het verleden diverse maatregelen genomen ten behoeve van de biologische waterkwaliteit. Deze zijn in het stroomgebiedbeheersplan als volgt beschreven; “…In het waterlichaam is 1 km natuurvriendelijke oever gerealiseerd alsmede een grote vispaaiplaats. Het meest oostelijke deel van de Waal is samen met de zijsloten gebaggerd. Gemeente Ridderkerk heeft een aantal overstorten gesaneerd en in het achterliggende gebied 15 ongerioleerde lozingen aangesloten op de riolering.
Een volledig overzicht over de uitgevoerde maatregelen in de periode 2010 t/m 2021 bevindt zich in de factsheet KRW van het waterlichaam…” Voor de toekomst zijn, voor zover bekend, nog geen verdere maatregelen voorgesteld.
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
2 van 14
Figuur 1
Foto 1
Begrenzing van het waterlichaam de Waal (bron: Stroomgebiedbeheersplan).
De Waal (IJsselmonde), gezien vanaf het plangebied.
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
3 van 14
HUIDIGE ECOLOGISCHE KWALITEIT De huidige ecologische kwaliteit van het waterlichaam de Waal is beschreven in de Factsheet KRW van Waterschap Hollandse Delta, waaruit onderstaande tabel is overgenomen. De biologische waterkwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van de kwaliteitselementen macrofauna, overige waterflora, vis en fytoplankton. Tijdens de laatste rapportageperiode (2017) voldeed alleen het kwaliteitselement fytoplankton aan de gestelde doelen. Macrofauna en overige waterflora zijn als matig beoordeeld. Het kwaliteitselement vis kreeg een ontoereikende beoordeeling. In totaal is de ecologische kwaliteit van de Waal in 2017 als ontoereikend beoordeeld. Recente beoordelingen (2020) hebben een score van respectievelijk 0,54 voor fytoplankton, 0,33 voor macrofauna, 0,30 voor overige waterflora en 0,33 voor vis. Tabel 1
Ecologische toestand waterlichaam de Waal IJsselmonde (bron: factsheet WHD)
Voor de komende planperiode zijn de doelstellingen voor waterplanten, macrofauna en vis bijgesteld naar een Goed Ecologisch Potentieel (GEP) van respectievelijk 0,45; 0,45 en 0,40. De doelen voor fytoplankton zijn ongewijzigd gebleven. De volgende knelpunten belemmeren in de huidige situatie de ontwikkeling van een goede waterkwaliteit (stroomgebiedbeheersplan): - te weinig ruimte voor oeverplanten; - vast peil; - toxische druk door gewasbeschermingsmiddelen; - belasting met nutriënten door inlaat rivierwater.
BESCHRIJVING INGREEP Op foto 2 is de huidige inrichting van het plangebied weergegeven. Figuur 2 geeft een impressie van de huidige staat van het terrein en een overzicht over de geplande werkzaamheden (Variant A). De geplande ingreep in het waterlichaam betreft de aanleg van twee insteekhaventjes met steigers en de realisatie van drie bootshuizen op een terrein langs de Waal te Rijsoord. In het midden van het terrein zullen twee nieuwe sloten (insteekhaventjes) worden gegraven, met een lengte van circa 50 meter, met daartussen een pad voor openbaar gebruik. Hierdoor zullen twee aparte percelen ontstaan. De sloten zullen
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
4 van 14
circa 5 meter breed en 1 meter diep worden. Zoals zichtbaar in figuur 1 maken dergelijke sloten onderdeel uit van het waterlichaam. Het pad zal een breedte van 2,5 meter hebben. De oevers van de twee sloten zullen worden begrensd door damwanden en beschoeiingen van hout. De inrichting van de oever langs de Waal zal volgens het voorstel (Variant A) blijven bestaan. De toekomstige inrichting van de oever zal echter worden bepaald door de nieuwe eigenaren van de twee percelen. De totale oeverlengte van het terrein bedraagt ongeveer 120 meter. In de huidige situatie bestaat de oever over de gehele lengte uit een puinhoudende oeverbescherming om de oever tegen afkalven te beschermen. Het gaat hierbij om puin uit gesloopte bebouwing, tegels, bakstenen, beton en ander bouw- en sloopafval. De oever is volledig begroeid met groot hoefblad (zie foto 1). Daarnaast groeit er op enkele plekken enige gele lis en grote lisdodde. Het waterbodemsubstraat bestaat uit zand. De waterdiepte langs de oever bedraagt ongeveer 0,6 meter en er is bodemzicht gemeten. In het midden van de oever bevindt zich een steiger. In het westen is het terrein begrensd door een sloot met een diepte van ongeveer 0,4 meter en een beschoeiing van hout. In deze sloot zijn enkele submerse waterplanten aanwezig (bedekking 2%).
A
B
C
D
Foto 2
Oever van het plangebied (A) begroeid met groot hoefblad (B) en gele lis (C) en sloot aan de westkant (D).
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
5 van 14
Figuur 2
Links: plangebied in huidige situatie en rechts: beoogde nieuwe situatie (Variant A) met te realiseren haventjes, steigers, boothuizen en inhammetjes (bron: ESRI Nederland, beeldmateriaal.nl (links) en Adviesburo Docter (rechts)).
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
6 van 14
TOETSINGSKADER ECOLOGISCHE KWALITEIT ALGEMEEN De toetsingskaders van Waterschap Hollandse Delta zijn beschreven in de nota toetsingskaders en beleidsregels voor het watersysteem 2014. Het toetsingskader dat relevant is voor de ecologische kwaliteit is opgenomen als “TK-09” en is omschreven als: “Het aanbrengen en hebben van werken mag de ecologische kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen niet blijvend significant verslechteren”. In de praktijk betekent dit dat, indien er sprake is van een verslechtering, dit gecompenseerd dient te worden. Dit kan enerzijds door het creëren van nieuw geschikt areaal, of door het verbeteren van de kwaliteit van het reeds bestaande areaal. In de volgende paragrafen wordt het toetsingskader behandeld aan de hand van de vier kwaliteitselementen waaraan de biologische kwaliteit van het waterlichaam wordt beoordeeld, namelijk fytoplankton, overige waterflora, macrofauna en vis. In de paragrafen wordt ingegaan op de wijze waarop de ecologische toestand beoordeeld wordt, de mogelijke effecten van de ingreep en de eventuele gevolgen hiervan op de beoordeling van de ecologische kwaliteit. Bij de beoordeling van de effecten is gebruik gemaakt van de referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water 2021-2027 (Molen et al., 2018).
FYTOPLANKTON In waterlichamen van het type M20 wordt het kwaliteitselement fytoplankton beoordeeld op basis van abundantie en soortsamenstelling. Als indicator voor abundantie wordt het 90-percentiel van de concentratie chlorofyl-a in het zomerhalfjaar gebruikt (Molen et al., 2018). Het zomerhalfjaar loopt hierbij van 1 april tot en met 30 september. De soortsamenstelling van het fytoplankton wordt beoordeeld aan de hand van bloeien van ongewenste soorten. De beoordeling is een toets op antropogene invloeden, zoals een belasting met nutriënten of de inlaat van gebiedsvreemd water. De metingen worden verricht op een representatief meetpunt in het waterlichaam. Veelal is dit meetpunt in het midden van het waterlichaam gelegen. Het kwaliteitselement fytoplankton is in de Waal in 2017 als goed beoordeeld. Factoren die van invloed zijn op de hoeveelheid en samenstelling van het fytoplankton zijn onder andere de mate van lichtinval, de organische belasting en begrazing door filteraars en groter zoöplankton. Het gaat hierbij om de invloed van deze factoren op het waterlichaam als geheel. De voorgenomen wijzigingen in het plangebied zijn zeer lokaal en hebben geen effect op factoren als de organische belasting en het inlaten van gebiedsvreemd water. De nieuwe inrichting van het plangebied zal dan ook geen effect hebben op het kwaliteitselement fytoplankton.
Tijdens de werkzaamheden kan er in theorie wel sprake zijn van vertroebeling van het water als gevolg van de werkzaamheden en eventuele vaaractiviteiten. Door bootschroeven zou het, zeker in ondiep water, tot opwerveling van bodemsubstraat kunnen komen met als gevolg een vermindering van het doorzicht van
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
7 van 14
het water. Dergelijke effecten zijn echter zeer lokaal en tijdelijk van aard, waardoor er geen sprake zal zijn van een effect op het kwaliteitselement fytoplankton.
OVERIGE WATERFLORA Voor de overige waterflora wordt de beoordeling uitgevoerd op basis van abundantie en soortsamenstelling. Voor de abundantie wordt het relatieve voorkomen van verschillende groeivormen van macrofyten gebruikt als indicator. De volgende hoofdgroepen van groeivormen worden hierbij onderscheden (Molen et al. 2018).: - Submerse vegetatie: planten met ondergedoken bladeren; - Drijvende vegetatie: planten met drijvende bladeren die niet tot de groeivorm kroos of flab horen; - Emerse vegetatie: planten met boven het wateroppervlak uitstekende bladeren voor zover niet behorend tot de groeivorm oeverbegroeiing; - Kroos: kleine drijvende plantjes die een afsluitende laag op het wateroppervlak kunnen vormen; - Flab: Drijvende draadalgen die een omvangrijke massa op het wateroppervlak kunnen vormen; - Oeverbegroeiing: gesloten begroeiing op de oever (tussen de hoog- en laagwaterlijn). De abundantie wordt uitgedrukt als bedekkingspercentage van de groeivormen en wordt alleen beoordeeld in de zones waar de groeivorm onder referentieomstandigheden verwacht mag worden (begroeibaar areaal). Van de groeivormen Emers, drijvend, kroos en flab loopt het begroeibaar areaal tot een meter diepte (Bijkerk, 2004). Voor de groeivorm Submers beslaat het begroeibaar areaal voor dit watertype het gehele waterlichaam tot een diepte van drie meter (Bijkerk, 2014; Molen et al., 2018).
Voor de soortsamenstelling bestaat er een lijst met kenmerkende soorten per watertype. De soortsamenstelling wordt beoordeeld op basis van de aangetroffen soorten uit deze lijst (Molen et al., 2018). Voor de beschrijving van de vegetatie in een waterlichaam worden in grote plassen meerdere locaties zowel voor de oeverbegroeiing als voor de watervegetatie bemonsterd. Waterplantenbegroeiingen worden in de zomerperiode tussen begin juni en eind augustus opgenomen (Bijkerk, 2014). De abundantie en soortsamenstelling van watervegetatie worden bepaald door een aantal factoren waaronder het lichtklimaat onder water en de beschikbaarheid van voedingsstoffen. Op het moment wordt de kwaliteit van de overige waterflora in de Waal als matig beoordeeld (factsheet). Als knelpunten voor watervegetatie is de beperkte ruimte voor oeverplanten, de toxische druk door gewasbeschermingsmiddelen en de belasting met nutriënten door inlaat van rivierwater aangegeven. Zoals eerder aangegeven is er in het plangebied sprake van een puinhoudende oeverbescherming. Dit om afkalven van de oever te voorkomen. Een dergelijke oever biedt weinig ruimte voor oeverplanten, zoals in de praktijk ook is gebleken. Met uitzondering van een enkele gele lis en grote lisdodde is de oever grotendeels begroeid met groot hoefblad. Emerse vegetatie is hierdoor slechts beperkt aanwezig.
Submerse vegetatie is niet waargenomen, wat het resultaat kan zijn van golfwerking op deze locatie. De inrichting van de oever langs de Waal zal volgens het voorstel (Variant A) vooralsnog blijven bestaan. Er is hiermee geen effect op het kwaliteitselement overige waterflora. De toekomstige inrichting van de oever zal echter worden bepaald door de nieuwe eigenaren van de twee percelen.
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
8 van 14
Op de locaties van de boothuisjes en de ingang van de nieuwe insteekhaventjes zal de huidige oeverzone moeten wijken. Door de realisatie van de twee insteekhaventjes komt echter nieuw areaal voor vegetatie beschikbaar. Vanuit de functie als haventje worden de oevers beschoeid met damwand. Ondanks dat een dergelijke oeverinrichting normaliter weinig ruimte biedt voor emerse vegetatie, zullen de kansen voor deze vegetatie toch toenemen. In dergelijke insteekhaventjes zijn namelijk luwe zones te vinden waar de invloed van golfslag beperkt is en er ruimte voor vegetatie is. Op deze locaties is de ontwikkeling van emerse vegetatie mogelijk. In de bestaande insteekhaven is dit duidelijk zichtbaar (zie foto 3). In figuur 3 zijn enkele kansrijke plekken voor deze vegetatieontwikkeling weergegeven.
Foto 3
Ondanks de oeverbeschoeiing van de insteekhaventjes vindt emerse vegetatie hier een geschikte plek, veelal in hoekjes, zoals zichtbaar in bovenstaande foto. In de bestaande insteekhaven groeit emerse vegetatie achter een aanwezige steiger.
Figuur 3
Locaties in de toekomstige insteekhavens waar emerse vegetatie zich kan ontwikkelen (rood omcirkeld). Mogelijk kan ook achter de boothuisjes enige emerse vegetatie gaan groeien. (bronafbeelding: Adviesburo Docter).
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
9 van 14
Submerse vegetatie is vrijwel niet waargenomen in het plangebied. In de bestaande insteekhaven was sprake van enige bedekking (circa 2% van het oppervlak). Voor de oevers is geen vegetatie waargenomen, al was dit in de praktijk lastig vast te stellen als gevolg van het veelvuldig aanwezige groot hoefblad. De afwezigheid van submerse vegetatie voor de oevers kan, zoals eerder aangegeven, onder andere het resultaat zijn van golfslag. Net als voor de emerse vegetatie geldt ook voor submerse vegetatie dat luwe zones in de insteekhaventjes hiervoor geschikt habitat kunnen vormen. Dit geldt in het bijzonder voor de locaties/hoekjes waar de waterdiepte enigszins beperkt is. De realisatie van de insteekhaventjes en steigers zal in theorie leiden tot een hogere intensiteit van pleziervaart op deze locatie. Scheepvaart kan, onder andere door de beroering van de waterbodem of direct contact met vegetatie, een negatief effect hebben op deze vegetatie. In de praktijk zal dit effect echter nihil zijn doordat submerse vegetatie op het moment ontbreekt en in de toekomst vooral in de luwe zones van de insteekhavens aanwezig zal zijn, buiten de vaarzone. Daarnaast zal de intensiteit van de vaaractiviteiten in de praktijk waarschijnlijk beperkt zijn.
Op basis van voorgaande wordt er op de locatie van het plangebied geen negatief effect op de beoordeling van de overige waterflora verwacht, maar biedt de realisatie van de insteekhavens juist kansen om de huidige waarde van de oevers te verbeteren. Vooral de luwe zones in de insteekhavens kunnen van belang zijn voor emerse- en submerse vegetatie. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de oeverzone in het plangebied (120 meter huidige oever + circa 200 meter oever van de insteekhavens) slechts een fractie is van de oever van het waterlichaam (0,8%). Eventuele (positieve) effecten zullen in de praktijk op waterlichaamniveau niet meetbaar zijn.
MACROFAUNA De beschrijving van de ecologische toestand van een waterlichaam op basis van macrofauna wordt uitgevoerd door beschrijving van de abundantie en soortsamenstelling van kenmerkende, positief dominante en negatief dominante taxa (Molen et al., 2018). Negatief dominante soorten zijn soorten die bij dominant voorkomen een slechte ecologische toestand indiceren. Positief dominante soorten kunnen in de referentiesituatie dominant voorkomen. Kenmerkende soorten zijn soorten die in de referentiesituatie bij uitstek in het betrokken watertype voorkomen. Voor de opname van macrofauna wordt de oeverzone op meerdere locaties met een macrofaunanet bemonsterd. De bemonstering vindt bij voorkeur in het voorjaar plaats. In diepe meren zijn indicerende taxa vooral op niet te grote diepte aanwezig. Dit betreft soorten van zandbodem, van groot water met open bodem en van de golfslagzone. Ook soorten van voedselarm water kunnen vertegenwoordigd zijn, als de plas sinds lange tijd geïsoleerd is (Molen et al., 2018). Soorten die van nature ontbreken zijn soorten die duiden op aanvoer van oppervlaktewater van elders of soorten met een voorkeur voor een harde oeverbescherming. Op het moment wordt de toestand van macrofauna in de Waal als matig beoordeeld (factsheet). De huidige oeverbescherming van het plangebied is verhard met puin.
Dit biedt geschikt habitat voor macrofauna-soorten met een voorkeur voor een harde oeverbescherming. Zoals in voorgaande alinea beschreven zijn dit soorten die van nature juist ontbreken in diepe meren. In de referentiesituatie geldt dat
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
10 van 14
de oeverzone van diepe meren een rijk ontwikkelde helofyten vegetatie kent, waarbij soorten als mattenbies, kleine lisdodde en riet een belangrijke rol spelen (Molen et al., 2018). Zoals in voorgaande paragraaf weergegeven is het de verwachting dat vooral in de insteekhaventjes de kans op ontwikkeling van emerse vegetatie aanwezig is. De habitatdiversiteit in het plangebied zal hierdoor toenemen. Het is de verwachting dat het aantal positief dominante en kenmerkende soorten hierdoor kan toenemen, wat een positief effect op de beoordeling van de waterkwaliteit zal hebben. In hoeverre het open water van de insteekhaventjes een effect heeft op de beoordeling van de kwaliteit is lastig in te schatten. Het ontbreken van hard substraat op deze bodem is positief, wat eveneens het geval is indien er sprake is van een (enigszins) zandige bodem. Net als bij de overige waterflora dient opgemerkt te worden dat eventuele (positieve) effecten op het niveau van het waterlichaam niet meetbaar zullen zijn. Het plangebied vormt wederom slechts een fractie van het relevante areaal binnen het waterlichaam.
VIS Voor het kwaliteitselement vis wordt de beoordeling in waterlichamen van het type M20 alleen op basis van de abundantie uitgevoerd. De soortsamenstelling wordt niet beoordeeld. Voor de beoordeling is het aandeel brasem en karper, het aandeel baars en blankvoorn, het aandeel plantminnende soorten en het aandeel zuurstoftolerante soorten belangrijk. Beoordeling van de visstand vindt plaats op basis van de bestandschatting van het waterlichaam als geheel. Dit visbestand bestaat uit de visstand in het open water, evenals de visstand in de oeverzone (naar oppervlakte gewogen gemiddelde). In 2017 is de visstand als ontoereikend beoordeeld (factsheet). Voor de beoordeling van de visstand is de oeverzone in de praktijk vooral belangrijk voor plantminnende en zuurstoftolerante soorten als (kleine) snoek en zeelt. Deze soorten hebben een voorkeur voor plantenrijk habitat, dat vaak in de oeverzone is te vinden. Daarnaast kunnen deze soorten, vanwege de grote afmetingen die ze kunnen bereiken, een relatief groot aandeel in de visbiomassa hebben. De huidige, verharde, oeverzone biedt weinig geschikt substraat voor plantminnende soorten. De aanwezige vegetatie staat vrijwel geheel op de oever, waardoor er niet echt sprake is van emerse vegetatie. Ook submerse vegetatie ontbreekt.
Zoals in voorgaande paragrafen is te lezen, bieden de insteekhaventjes kansen voor de ontwikkeling van enige vegetatie. Dit kan een positief effect hebben voor de plantminnende en zuurstoftolerante soorten, hoewel het niet de verwachting is dat dit effect in de praktijk meetbaar is. Effecten op de visstand als gevolg van eventueel verlies aan paaihabitat in de huidige oeverzone zijn niet waarschijnlijk. Hoewel niet direct terug te zien in de beoordeling van het kwaliteitselement “vis”, kunnen de insteekhaventjes en de bijbehorende steigers en bootshuizen, in de vorm van structuur, eveneens een toegevoegde waarde hebben in de schuilmogelijkheden voor vissen. Met een waterdiepte van circa 1,0 meter kunnen de insteekhaventjes eveneens een functie vervullen als overwinteringshabitat voor (kleine) vis als blankvoorn en baars. In de wintermaanden is vaak zichtbaar dat jonge vis zich in dergelijke kleine zijsloten, dicht bij bebouwing, kan gaan clusteren.
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
11 van 14
Op basis van voorgaande kan gesteld worden dat er op de locatie van het plangebied geen negatief effect op de beoordeling van de visstand verwacht wordt, maar biedt de realisatie van de insteekhavens juist kansen om de huidige beperkte waarde van de oevers te verbeteren. Op basis van voorgaande wordt er op de locatie van het plangebied geen negatief effect op de beoordeling van de overige waterflora verwacht, maar biedt de realisatie van de insteekhavens juist kansen om de huidige beperkte waarde van de oevers te verbeteren.
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
12 van 14
CONCLUSIES -
De huidige oevers in het plangebied worden gekenmerkt door een puinhoudende verharding, waardoor er weinig ruimte is voor kenmerkende oever- en watervegetatie. Enige gele lis en grote lisdodde is aanwezig. Op de oevers groeien grote hoeveelheden groot hoefblad.
-
De geplande inrichting van het gebied zal naar verwachting de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewaterlichaam niet significant verslechteren (fytoplankton, overige waterflora, macrofauna en vis). Eerder zal er sprake zijn van een positief effect op de ecologische kwaliteit door kansen voor vegetatie in de luwe zones van de insteekhavens en daarmee voor macrofauna en vis. Op het niveau van het waterlichaam zal dit effect naar verwachting niet meetbaar zijn.
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
13 van 14
LITERATUUR Bijkerk, R. red., 2014. Handboek hydrobiologie. Biologisch onderzoek voor de beoordeling van Nederlandse zoete en brakke oppervlaktewateren. STOWA, Utrecht. Haag, C., Veenstra, J., Everdij, L. & Teuling, W., 2014. Nota toetsingskader en beleidsregels voor het watersystem 2014. Waterschap Hollandse Delta, Ridderkerk. Molen, D.T. van der, Pot, R., Evers, C.H.M., Herpen, F.C.J., van & Nieuwerburgh, L.L.J. van, 2018. Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water 2021-2027. STOWA 2018-49. ISBN 978.90.5773.813.5. Uitgave Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, Amersfoort. Samenvatting van het ontwerp Stroomgebied Beheerplan 3 in de KRW-waterlichamen in het beheersgebied van waterschap Hollandse Delta.
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
14 van 14
KRW-toets ontwikkeling Rijksstraatweg te Ridderkerk | definitief | 20210923/rap01
15 van 1
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Rijksstraatweg 169-175 te Ridderkerk-Rijsoord (2112/084/SH-01, versie 0)
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (toetsing Wet geluidhinder)
in opdracht van Adviesburo Docter T.a.v. de heer J. Docter Hooftlaantje 34 3344 EK HENDRIK IDO AMBACHT betreffende locatie Rijksstraatweg 169-175 Ridderkerk-Rijsoord documentkenmerk 2112/084/SH-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 23 februari 2022
opgesteld door:
gecontroleerd door:
ing. C.P. Kuijken
ir. M.C.J. van de Ven - Verrijt
Projectleider geluid & bouwfysica
Senior projectleider geluid & bouwfysica
Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021/
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
2
Uitgangspunten
2
2.1
Locatiegegevens
2
2.2
Gegevens wegverkeer
2
2.3
Modellering
3
3
Wet- en regelgeving
4
3.1
Berekeningsmethode
4
3.2
Randvoorwaarden Wgh
4
3.2.1 Inleiding
4
3.2.2 Geluidzones
4
3.2.3 Artikel 110g
4
3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied
5
3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012)
5
3.2.6 Normen geluidbelasting
6
4
Rekenresultaten en toetsing
7
4.1
Geluidbelasting wegverkeerslawaai
7
4.2
Cumulatieve geluidbelasting
7
4.3
Geluidwering gevels (GA;k)
8
5
Samenvatting en conclusie
9
Bijlagen Bijlage 1:
Situatietekening van het plan
Bijlage 2:
Verkeersgegevens wegverkeer
Bijlage 3:
Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai
Bijlage 4:
Grafische weergave akoestisch model wegverkeerslawaai
Bijlage 5:
Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
1 Inleiding In opdracht van Adviesburo Docter is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van het beoogde plan aan Rijksstraatweg 169-175 te Ridderkerk-Rijsoord. Het plan betreft de sloop van bedrijfsgebouwen, waarvoor in de plaats 2 vrijstaande woningen worden opgericht. De monumentale boerderij Landzigt gaat ook gebruikt worden als woning. Naast deze boerderij komt een grote schuur. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan Het akoestisch onderzoek dient derhalve te worden uitgevoerd vanwege de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. In onderhavige rapportage is deze zogenaamde “Nieuwe situatie” getoetst aan de normstelling van de Wet geluidhinder (verder: Wgh) en is aangegeven wat hiervan de consequenties zijn. Op basis van de resultaten van deze toetsing is vervolgens beoordeeld of voor de woningen extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. De aspecten spoorweglawaai, luchtverkeerslawaai en industrielawaai zijn in het onderhavige onderzoek niet beschouwd.
pagina 1 van 9
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
2 Uitgangspunten 2.1 Locatiegegevens Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van Rijsoord, gemeente Ridderkerk en is kadastraal bekend als sectie D, nummers 4457 en 4458 van de gemeente Ridderkerk. In bijlage 1 is een situatietekening van het plan opgenomen. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Rijksstraatweg, Hoogzandweg en Waalweg.
2.2 Gegevens wegverkeer De verkeersgegevens van de bovengenoemde wegen zijn verstrekt door de gemeente Ridderkerk. Van de wegen zijn prognosegegevens en schattingen van het jaar 2030 voorhanden. Deze gegevens worden overgenomen voor het maatgevende jaar 2032. Voor de voertuigverdeling over de dag-, avond- en nachtperiode is gebruik gemaakt van het door het ministerie van VROM uitgegeven rapport “bepaling van verkeersgegevens ten behoeve van de Wet geluidhinder”, GF-DR-35-01. De Rijksstraatweg is als een gemeentelijke hoofdweg beschouwd. De wegen Hoogzandweg en Waalweg zijn als regionale wegen beschouwd. Voor de verdeling over lichte-, middelzware- en zware voertuigen is aansluiting gezocht bij de aangeleverde verkeerscijfers. Alle verstrekte verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 2. De verkeersinvoergegevens inclusief de maximumsnelheid en wegdektype worden gepresenteerd in navolgende tabellen 2.1 tot en met 2.3. Tabel 2.1: gegevens wegverkeer Hoogzandweg Hoogzandweg maximumsnelheid: 60 km/uur wegdek: asfalt (referentiewegdek) jaar: 2030/2032
etmaalintensiteit: 585 mvt. dag
avond
nacht
gemiddeld per uur (%)
6,41
3,67
1,05
lichte mvt. (%)
85,47
85,47
85,47
middelzware mvt. (%)
10,26
10,26
10,26
zware mvt. (%)
4,27
4,27
4,27
pagina 2 van 9
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
Tabel 2.2: gegevens wegverkeer Rijksstraatweg Rijksstraatweg maximumsnelheid: 50 km/uur wegdek: SMA-NL5 Microflex jaar: 2030/2032
etmaalintensiteit: 800 mvt. dag
avond
gemiddeld per uur (%)
6,47
3,57
nacht 1,01
lichte mvt. (%)
100,00
100,00
100,00
middelzware mvt. (%)
-
-
-
zware mvt. (%)
-
-
-
Tabel 2.3: gegevens wegverkeer Waalweg Waalweg maximumsnelheid: 60 km/uur wegdek: asfalt (referentiewegdek) jaar: 2030/2032
etmaalintensiteit: 535 mvt. dag
avond
gemiddeld per uur (%)
6,41
3,67
nacht 1,05
lichte mvt. (%)
93,46
93,46
93,46
middelzware mvt. (%)
4,67
4,67
4,67
zware mvt. (%)
1,87
1,87
1,87
2.3 Modellering Voor de locatie en afmetingen van de woningen is uitgegaan van de in bijlage 1 opgenomen situatietekening. De hoogtes van de beoogde nieuwe gebouwen zijn gemodelleerd conform opgave van de opdrachtgever. Als maatgevende toetshoogte voor de begane grond van de nieuwe woningen is 1,5 meter boven maaiveld aangehouden. Voor de eerste en tweede verdieping is respectievelijk 4,5 en 7,5 meter gehanteerd. Voor alle punten is gerekend met invallend geluid. Voor de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van een akoestisch model in Geomilieu, versie 2021.1. Alle gebouwen en hoogtelijnen zijn verkregen uit de dataset 3D geluid zoals beschikbaar gesteld op PDOK. De invoergegevens van deze objecten zijn steekproefsgewijs gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd of aangevuld. In de berekeningen is als rekenparameter bodemfactor 0,00 (akoestisch hard) aangehouden met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden. De ingevoerde bodemgebieden zijn als akoestisch zacht (bodemfactor 1,00) en akoestisch half hard/zacht (bodemfactor 0,50) gemodelleerd. De akoestisch zachte bodemgebieden betreffen groenvoorzieningen. De akoestisch half harde/zachte bodemgebieden betreffen tuinen. Er hoeft ter hoogte van het plangebied geen hellingcorrectie of optrekcorrectie te worden toegepast.
Tevens zijn er geen akoestisch relevante kruispunten of rotondes in de directe omgeving van het bouwplan aanwezig.
pagina 3 van 9
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
3 Wet- en regelgeving 3.1 Berekeningsmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaardrekenmethode 2” zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De invoergegevens van het akoestisch model wegverkeerslawaai zijn weergegeven in bijlage 3. Een grafische weergave van deze invoergegevens is weergegeven in bijlage 4.
3.2 Randvoorwaarden Wgh 3.2.1 Inleiding De maat voor de geluidbelasting van een weg wordt uitgedrukt in de L den-waarde. Lden is de geluidbelasting in dB op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00 - 19.00 uur, van 19.00 - 23.00 uur en van 23.00 - 07.00 uur van een jaar, zoals omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189).
3.2.2 Geluidzones Volgens de Wgh hebben wegen een zone die zich aan weerszijden van de weg uitstrekt vanaf de as van de weg (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: •
ligging binnen een woonerf;
•
een maximumsnelheid van 30 km/uur.
In tabel 3.1 is de breedte van de geluidzones weergegeven. Tabel 3.1: breedte van de geluidzones langs wegen soort gebied stedelijk
buitenstedelijk
aantal rijstroken
breedte geluidzone (m)
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
3.2.3 Artikel 110g Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidbelasting op de gevel van pagina 4 van 9
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
woningen of op andere geluidgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast. Conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 bedraagt voornoemde aftrek:
a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wgh 56 dB is;
b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wgh 57 dB is;
c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden;
d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wgh.
3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied Binnen de Wgh is de toetsing van de geluidbelasting afhankelijk gesteld van de ligging van het bouwplan. Volgens artikel 1 van de Wgh wordt onderscheiden: •
Stedelijk gebied:
het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII van de Wgh, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
•
Buitenstedelijk gebied:
het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van de hoofdstukken VI en VII, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012) Binnen het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is middels artikel 3.5 de mogelijkheid geboden om voor wegen met een snelheidsregime van 70 km/uur of meer rekening te houden met de toekomstige effecten van Europees bronbeleid. Artikel 3.5 schrijft hierover het volgende: •
bij de berekening van het equivalent geluidniveau vanwege een weg wordt, voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, 2 dB in mindering gebracht op de wegdekcorrectie bepaald overeenkomstig bijlage III bij deze regeling of als het wegdek bestaat uit dicht asfaltbeton, in afwijking van het gestelde in paragraaf 1.5 en 2.4.2 van bijlage III een wegdekcorrectie van 2 dB in rekening gebracht;
•
in afwijking van het eerste lid wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen: a.
Zeer Open Asfalt Beton;
b.
tweelaags Zeer Open Asfalt Beton, met uitzondering van tweelaags Zeer Open Asfalt Beton fijn;
pagina 5 van 9
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
c.
uitgeborsteld beton;
d.
geoptimaliseerd uitgeborsteld beton;
e.
oppervlakbewerking.
3.2.6 Normen geluidbelasting Artikel 82 tot en met 85 van de Wgh geven nadere uitleg met betrekking tot de geluidbelasting in zogenaamde “Nieuwe situaties” (er dient een ruimtelijke procedure te worden gevolgd). De zogenaamde voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Is de geluidbelasting lager dan 48 dB dan legt de Wgh geen restricties op aan het onderhavige plan. Wordt deze voorkeursgrenswaarde overschreden dan kan door de gemeente een hogere waarde worden vastgesteld. Indien de geluidbelasting lager is dan de maximale ontheffingswaarde, kan de gemeente ontheffing verlenen indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB onvoldoende doeltreffend zijn dan wel op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In navolgende tabellen 3.2 en 3.3 worden de normen uit de Wgh weergegeven. Tabel 3.2: normen geluidbelasting in stedelijk gebied normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een stedelijk gebied voorkeursgrenswaarde
48 dB
maximale ontheffingswaarde
63 dB
maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw
68 dB
Tabel 3.3: normen geluidbelasting in buitenstedelijk gebied normen voor nog niet-geprojecteerde woningen in een buitenstedelijk gebied voorkeursgrenswaarde
48 dB
maximale ontheffingswaarde
53 dB
maximale ontheffingswaarde; agrarische bedrijfswoning
58 dB
maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw, buiten de bebouwde kom
58 dB
maximale ontheffingswaarde; vervangende nieuwbouw gelegen binnen de bebouwde kom, binnen de zone langs
63 dB
een autoweg of autosnelweg
De locatie in onderhavig onderzoek is gelegen in het stedelijk gebied en betreft de nieuwbouw van woningen. Derhalve bedraagt de maximale ontheffingswaarde 63 dB.
pagina 6 van 9
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
4 Rekenresultaten en toetsing 4.1 Geluidbelasting wegverkeerslawaai In tabel 4.1 zijn per bron de berekeningsresultaten van de toetspunten samengevat weergegeven. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. Tabel 4.1: geluidbelasting t.g.v. het wegverkeer op de Rijksstraatweg, Hoogzandweg en Waalweg toetspunt
alle
toetshoogte
geluidbelasting
voorkeurs-
maximale ontheffings-
(m)
incl. artikel 110g Wgh
grenswaarde
waarde
(dB)
(dB)
(dB)
≤48
48
63
alle
Voor alle beschouwde wegen geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Derhalve is een procedure hogere waarde niet aan de orde.
4.2 Cumulatieve geluidbelasting Ten behoeve van een procedure hogere waarde dient conform artikel 110f Wgh de cumulatieve geluidbelasting te worden bepaald, indien sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron. Allereerst dient vastgesteld te worden of sprake is van een relevante blootstelling door verschillende geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die te onderscheiden bronnen wordt overschreden. Conform de Wgh dienen voor de cumulatie de zoneplichtige wegen en spoorwegen en de geluidbelasting ten gevolge van industrie en/of luchtvaart meegenomen te worden. De cumulatieve geluidbelasting dient bepaald te worden conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (bijlage I, hoofdstuk 2 ‘Rekenmethode cumulatieve geluidsbelasting’). De correctie conform artikel 110g Wgh met betrekking tot wegverkeer wordt hierbij niet toegepast. Dit betekent dat in onderhavige situatie de cumulatieve geluidbelasting niet bepaald hoeft te worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatieve geluidbelasting echter alsnog bepaald voor alle gemodelleerde wegen. De cumulatieve geluidbelasting op de gevels van de beoogde nieuwe woningen is opgenomen in bijlage 5 en bedraagt maximaal 52 dB, exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh.
pagina 7 van 9
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
4.3 Geluidwering gevels (GA;k) Volgens het bouwbesluit dient de karakteristieke geluidwering van de gevel G A;k voor verblijfsgebieden in een woning minimaal de in het vastgestelde besluit hogere waarde opgenomen hoogst toelaatbare geluidbelasting minus 33 dB te bedragen. Een gevel van een nieuwbouwwoning dient bovendien minimaal een GA;k van 20 dB te hebben. Aangezien voor onderhavige woningen geen sprake is van een procedure hogere waarde wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woonen leefklimaat gewaarborgd.
pagina 8 van 9
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
5 Samenvatting en conclusie In opdracht van Adviesburo Docter is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van het beoogde plan aan Rijksstraatweg 169-175 te Ridderkerk-Rijsoord. Het plan betreft de sloop van bedrijfsgebouwen, waarvoor in de plaats 2 vrijstaande woningen worden opgericht. De monumentale boerderij Landzigt gaat ook gebruikt worden als woning. Naast deze boerderij komt een grote schuur. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan Het akoestisch onderzoek dient derhalve te worden uitgevoerd vanwege de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Rijksstraatweg, Hoogzandweg en Waalweg. Voor alle beschouwde wegen geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Derhalve is een procedure hogere waarde niet aan de orde. De cumulatieve geluidbelasting op de gevels van de beoogde nieuwe woningen bedraagt maximaal 52 dB, exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. Aangezien voor onderhavige woningen geen sprake is van een procedure hogere waarde wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht.
Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woonen leefklimaat gewaarborgd.
pagina 9 van 9
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
Bijlage 1:
Situatietekening van het plan
14000 25000
16000
4000
11250
werk:
Verkaveling Rijksstraatweg 173 en 175 Ridderkerk-Rijsoord
Bouwburo
Docter
onderdeel:
Situatie met semi-openbaar pad
opdr.gever: Hooftlaantje 34 3344 EK Hendrik Ido Ambacht T +31 (6) 51198811 E info@adviesburodocter.nl W www.adviesburodocter.nl
Dhr. C.J.A. Groenewold tek:
JDo
gezien
datum: 25-05-2022 schaal: 1:500 en 1:20 maten in mm
werknummer
code
blad
20047 DO 01
Deze tekening is eigendom van adviesburo docter het is een vertrouwelijk document. Zonder schriftelijke toestemming mag het niet worden gekopieerd, gebruikt of de inhoud ervan ter kennis van derden worden gebracht. copyright adviesburo docter
afm: A1
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
Bijlage 2:
Verkeersgegevens wegverkeer
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
Geachte, Bijgaand stuur ik u de gevraagde gegevens. Voor dit gedeelte van de Rijksstraatweg is het niet mogelijk om een groeipercentage aan te geven. De Rijksstraatweg wordt de komende jaren waarschijnlijk afgesloten voor doorgaand vrachtverkeer. Daarom rijdt er in 2030 In het verkeersmodel geen vrachtverkeer. Er rijden in 2030 ook minder personenauto’s dan in 2020 vanwege maatregelen tegen doorgaand verkeer. De waarden voor de Waaldijk, Waalweg en Hoogzandweg zijn schattingen. De Waalweg en de Waaldijk zijn erftoegangswegen met een lage intensiteit. De Waalweg is ter hoogte van Waalweg 55 afgesloten voor alle verkeer, zodat de intensiteiten laag zijn. De Hoogzandweg is ter hoogte van de Rijksstraatweg afgesloten met een poller. Als Bijlage heb ik het actieplan geluid van de gemeente Ridderkerk en gegevens van het vorig jaar op de Rijksstraatweg aangebrachte asfalt bijgesloten. Mocht u vragen hebben dan hoor ik het graag.
Met vriendelijke groet, Verkeer en Mobiliteit | Ontwikkeling leefomgeving en regio | BAR-organisatie De BAR-organisatie werkt voor de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk
Rijksstraatweg tussen Noldijk en Hoogzandweg (verkeersmodel MRDH) Rijksstraatweg tussen Noldijk en Hoogzandweg telling 19-26 april 2021, etmaal weekdag) Waaldijk Waalweg Hoogzandweg
huidig / 2016 2021 hoog Verkeersmodel MRDH 2030 verkeersmodel MRDH verharding auto /etmaal vracht/etmaal auto /etmaal Licht vracht vracht/etmaal auto /etmaal Licht vracht vracht/etmaal 4200 200 3200 200 800 0 0 SMA 5 PMB BeStone Microflex Type B 3363 400 56 750 25 5 750 25 5 asfalt 500 25 10 500 25 10 asfalt 500 60 25 500 60 25 asfalt
Maximum snelheid km/u 50 30 60 60
documentkenmerk: 2112/084/SH-01, versie 0
Bijlage 3:
Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai
Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Rapport: Model:
2112/084/SH-01 bijlage 3
Lijst van model eigenschappen wvl
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
wvl CK #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
CK op 16-2-2022 CK op 16-2-2022 Geomilieu V2021.1
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Zichthoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 1,5 Groepsresultaten Groepsresultaten --0,00 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen
16-2-2022 14:00:28
Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai Model: Groep:
Naam W2 W1 W3
2112/084/SH-01 bijlage 3
wvl versie 0 - Rijksstraatweg 169-175 te Ridderkerk (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Hoogzandweg Rijksstraatweg Waalweg
Type Verdeling Verdeling Verdeling
Hbron 0,75 0,75 0,75
Helling 0 0 0
Wegdek W1 W18 W1
Wegdek Referentiewegdek Microflex Referentiewegdek
V(LV(D)) 60 50 60
Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen
V(LV(A)) 60 50 60
V(LV(N)) 60 50 60