CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

BP-Oosterpark-toelichting.pdf

Gemeenteraad RK 23 mei 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Vaststelling groencompensatieplan "Kwaliteitsimpuls Oosterpark" en vaststelling bestemmingsplan Oosterpark (2023)23.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

60/142

Beknopte verantwoording van het groepsrisico Uit de berekeningen zoals uitgevoerd in bijlage 1 blijkt dat het groepsrisico van de aardgasleidingen W-507-01 en W-530-01 in de huidige en toekomstige situatie kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Er kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. In het kader van het wettelijk vooroverleg zal voor de verantwoording aanvullend advies gevraagd worden aan de veiligheidsregio. In de beknopte verantwoording wordt ingegaan op de personendichtheid in het invloedsgebied, de hoogte van het groepsrisico, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Groepsrisico Uit berekeningen die zijn uitgevoerd vanwege de ligging in het invloedsgebied van de buisleidingen blijkt dat het groepsrisico in de beoogde situatie onder de oriëntatiewaarde is gelegen. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten, in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard.

Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de regionale brandweer de richtlijnen zoals beschreven in de NVBR publicatie “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid”. Uit de bovengenoemde handreiking volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied goed bereikbaar is. Het plangebied wordt ontsloten via de Oosterparkweg. Vanuit deze "aanvalsweg" kan in zowel westelijke en oostelijke richting van het plangebied worden ontsloten. Gelet op het bovenstaande zijn de bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten goed te noemen. Zelfredzaamheid Het uitgangspunt is dat de meerderheid van de aanwezige personen binnen het plangebied zelfredzaam zullen zijn. De mogelijk aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als minder zelfredzame personen. Er wordt van uitgegaan dat de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Conclusie Er zijn geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten gelegen binnen het PR 10-6 van omliggende risicobronnen. Daarnaast blijkt uit berekeningen die zijn uitgevoerd vanwege de ligging in het invloedsgebied van de buisleidingen dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde is gelegen.

Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende kan worden beschouwd. Het aspect externe veiligheid staat de boogde ontwikkeling niet in de weg. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.

61/142

4.9

Kabels en leidingen

Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie In de paragraaf 'Externe veiligheid' is ingegaan op de aanwezige hogedruk gasleidingen in en nabij het plangebied. De hogedruk gasleidingen en belemmeringenstroken zijn voorzien van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. Met aanwezige overige planologisch gezien niet-relevante leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) hoeft in dit bestemmingsplan geen rekening te worden gehouden. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening beschrijft welke planologisch relevante leidingen via de verbeelding beschermd moeten worden. Naast het sportcomplex ligt een planologisch niet-relevante waterleiding. Deze leiding hoeft volgens de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, paragraaf 7.3.24 en specifiek artikel 7.80, niet specifiek beschermd te worden.Dit is ook elders in Ridderkerk niet gedaan in bestemmingsplannen. Bescherming wordt daarnaast geboden doordat een ieder die in de grond gaat werken een KLIC-melding moet doen. Betreffende leidingbeheerders worden over deze KLIC-meldingen geïnformeerd.

De gemeente coördineert de werkzaamheden rondom het sportcomplex en is bekend met de aanwezigheid van de drinkwaterleiding en houdt hier rekening mee. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Stof

Toetsing van

Grenswaarde

Stikstofdioxide (NO2)

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

Uurgemiddelde concentratie

Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

Max. 35 keer p.j. Meer dan 50 µg / m³

Jaargemiddelde concentratie

25 µg/m³

Fijn stof (PM10)

Fijn stof (PM2,5)

Tabel 4.2 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer

62/142

Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijnstof) in de buitenlucht;  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek De aanpak van het park heeft voornamelijk kwaliteitsverbetering als doel. Verwacht mag worden dat het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied ongeveer hetzelfde blijft. In tabel 4.3 is te zien dat zelfs bij een (fictieve) verkeerstoename van 500 extra voertuigbewegingen per etmaal (een zogenaamd worstcasescenario) er geen nader onderzoek naar luchtkwaliteit nodig is. Er wordt dus ook in die situatie voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving, en nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

Tabel 4.3 - NIBM-tool In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit 2022 (https://www.cimlk.nl/kaart). De dichtstbijzijnde maatgevende wegen betreffen de Oosterparkweg en de A15. Uit de kaart blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De hoogste concentraties luchtverontreinigende stoffen langs deze wegen/rondom het Oosterpark bedroegen in 2021: 29,2 µg/m³ voor NO2, 18,5 µg/m³voor PM10 en 10,3 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uurgemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,6 dagen. Aangezien direct langs deze wegen ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende

63/142

weg ligt. Bij de aanpak van het bomen- en groenareaal in het Oosterpark zal rekening worden gehouden met de aanbevelingen uit het rapport 'Groen voor lucht in Ridderkerk' uit 2012. Sporten en schone lucht De GGD Rotterdam Rijnmond geeft het advies om zo ver mogelijk van vervuilende bronnen, zoals een snelweg te sporten. Er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de honk- en softbalvereniging de Ridderkerk Rowdies ergens anders binnen Ridderkerk te huisvesten. Aangezien dit niet mogelijk is kan er worden gesteld dat het te verkiezen is om wel te sporten (beter dan niet sporten), ook als de locatie waarop dat gebeurd niet optimaal is qua luchtkwaliteit. Op de beoogde locatie is de fijnstofconcentratie (PM10) 18.0 µg/m³ (bron: NSL-monitoringstool). Dit is 22.0 µg/m³ onder de Wettelijk norm en 2.0 µg/m³ onder de norm van de WHO. Doordat de komende jaren auto's steeds schoner worden zullen de achtergrondconcentraties verder dalen en zal de lucht schoner worden. Conclusie Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en kan gewoon/veilig sportbeoefening plaatsvinden.

4.11 Water Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Hollandse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkelingen. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal:  Provinciaal Waterplan  Provinciale Structuurvisie  Verordening Ruimte

64/142

Waterschapsbeleid In het Waterbeheerprogramma (WBP) (2022-2027) staan de doelen van het waterschap Hollandse Delta:  waterveiligheid (dijken en duinen)  versterkte duinen  meer biodiversiteit op de dijken  minder CO2-uitstoot, vergoten  meer innovatie  voldoende schoonwater Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplicht gesteld. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied of 1.500 m2 of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur.

De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding. Het waterschap geeft in volgorde de voorkeur aan de volgende gelijkwaardige voorzieningen:  Nieuw te graven oppervlaktewater in de directe nabijheid van de verhardingtoename;  Nieuw te graven oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied;  Nieuw te graven oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of een eventueel alternatief. Onderzoek Huidige situatie Algemeen De bodemsituatie bestaat uit kalkrijke poldervaaggronden met lichte klei. In het gebied geldt grondwatertrap VI. Dat betekent dat de hoge grondwaterstand tussen 40 - 80 cm onder het maaiveld ligt en de lage grondwaterstand meer dan 120 cm onder het maaiveld ligt. Waterkwantiteit In figuur 4.14 is te zien dat er veel watergangen en een ruime hoeveelheid water in het plangebied aanwezig zijn. Deze watergangen worden beheerd door verschillende partijen; het waterschap (blauw), het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (geel) en de gemeente Ridderkerk (oranje). Voor de hoofdwatergang geldt een beschermingszone van 3,5 meter. Voor de andere watergangen is dit 1 meter.

Het Oosterpark is opgedeeld in twee peilgebieden 1) Drievliet en Oosterpark-west en 2) Polders Nieuw- en Oud Reijerwaard. In het peilgebied Drievliet en Oosterpark-west geldt een vast peil van -2 meter onder NAP. In het peilgebied Polders Nieuw en Oud Reijerwaard geldt een seizoensgebonden peil van -2,25 onder NAP in de zomer en -2,40 onder NAP in de winter.

65/142

Figuur 4.14 - stelsel van watergangen in het plangebied (bron: legger WSHD) Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet binnen de kern-/beschermingszone van een waterkering. Toekomstige situatie Algemeen Uitgangspunt is dat het huidige watersysteem en waterpeil gehandhaafd blijft. Hoofdwatergangen blijven geheel ongewijzigd. Het Oosterpark is en blijft een waterrijk park. Door de diverse ontwikkelingen en aanpak van het park verandert er wel wat, de veranderingen worden hieronder beschreven en gekwantificeerd. Vanuit het kader om meer biodiversiteit te creëren in het park worden extra mantelzomen, natuurvriendelijke oevers en kruidenrijke vegetatie aangelegd. Deze zijn omschreven in het groencompensatieplan. Waterkwantiteit De gemeente Ridderkerk is van plan om in het waterrijke Oosterpark nog meer water te realiseren. Er wordt in totaal zo'n 15.000 m² aan nieuw wateroppervlak toegevoegd. Ook wordt een deel van de bestaande sloten gedempt, bijvoorbeeld nabij het sportcomplex en het geluidsscherm. Het gaat daarbij om totaal zo'n 7.000 m². In totaal wordt er 5.000 m² extra aan open water gecreëerd. Uitgangspunt is dat de (beperkte) ruimtelijke ontwikkelingen weinig invloed hebben op de totale omvang van het verharde oppervlak. Er wordt per saldo in elk geval geen verharding toegevoegd door de verplaatsing van parkeerplaatsen en de aanleg van nieuwe paden.

Bij de uitbreiding van het sportterrein zal ook wel enige verharding moeten worden gerealiseerd, meer dan 1.000 m2, waarvan een klein deel bebouwing zal dat echter niet zijn. De toevoeging van verhard oppervlak door de plaatsing van het geluidsscherm zal uitgaande van de lengte van ruim 1700 meter maximaal 2.000 á 3.000 m2 zijn. De totale extra verharding komt hierdoor, naar boven afgerond, uit op maximaal 4.500 m2. Hiervoor zou uitgaande van 10% compensatie van het extra verhard oppervlak een oppervlak van 450 m2 aan extra water volstaan. Uitgaande hiervan wordt geconcludeerd dat met de realisering van 5000 m² aan open water ruimschoots wordt voldaan aan de gebruikelijke eisen. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende

66/142

voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aanof afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de 'Keur'. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De voorgenomen ontwikkelingen hebben een positieve invloed op het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Er wordt namelijk meer water gecreëerd dan nodig ter compensatie van de verharding door de ontwikkelingen.

Het plangebied bevat overigens al veel water in verhouding tot de hoeveelheid bebouwing en verharding zodat de waterhuishoudkundige balans zeer positief is.

4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planm.e.r.-plichtig, projectm.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2).

67/142

De beoogde ontwikkeling betreft de aanpak van het Oosterpark waar de huidige functies in het gebied blijven bestaan. Het sportcomplex breidt uit. De overige functies, zoals de pannenkoekboerderij en kinderboerderij blijven bestaan zoals die reeds zijn toegestaan in het deels onherroepelijke plan. Ook wordt een geluidsscherm mogelijk gemaakt. Deze aanduiding is vernietigd in het deels onherroepelijke plan en was reeds toegestaan binnen het bestemmingsplan Oosterpark en Gorzen, zij het met een maximale bouwhoogte van 5 meter. Het geluidsscherm betreft geen stedelijk ontwikkeling. De mogelijkheid om een sanitaire voorziening te realiseren bij het zwemstrand blijft gehandhaafd. Alle ontwikkelingen zijn naar aard en omvang beperkt te noemen. De aanpak van het park levert een verbetering op van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Bovendien blijven de beoogde ontwikkelingen ruim onder de drempelwaarde, zoals deze gesteld zijn in het Besluit milieueffectrapportage. Uit de diverse onderzoeken uit de voorgaande paragrafen blijkt ook dat veelal sprake is van een positieve of in elk geval geen negatieve invloed van de voorgestelde ontwikkelingen op de (milieu) kwaliteit. Zo neemt bijvoorbeeld de geluidsbelasting in het gebied en de omgeving af door de aanleg van geluidsscherm en wordt het gebied (nog) waterrijker.

Een aandachtspunt is wel het nader onderzoek dat noodzakelijk is naar diverse diersoorten. Uit dit onderzoek moet duidelijk worden in hoeverre en welke beschermende en mitigerende activiteiten/maatregelen nodig zijn om de uitvoering van de beschreven ontwikkeling uit te kunnen voeren. Gelet op de context (het park) waarin de ontwikkelingen plaatsvinden is het echter zeer aannemelijk dat de eventueel noodzakelijke maatregelen in acht kunnen worden genomen. De gemeente heeft hiervoor een groencompensatieplan opgesteld. In het groencompensatieplan zijn de mitigerende maatregelen opgenomen die normaliter leiden tot goedkeuring van de ontheffingsaanvraag voor deze soorten. Uitgaande van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het uitvoeren van een milieueffectrapportage vanwege de voorgenomen activiteiten niet aan de orde is.

68/142

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Dit bestemmingsplan vormt het juridische kader voor het plangebied. Op basis van dit bestemmingsplan zal de beoogde ontwikkeling zonder verdere uitwerking van de bestemmingen of andere planologisch-juridische procedures kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast vervult het plan, na realisatie van de ontwikkeling een belangrijke beheer- en gebruiksfunctie. Iedere functie in het plangebied is voorzien van een daarop toegesneden bestemmingsregeling. De planopzet biedt enige flexibiliteit voor de beoogde aanpak van het park en biedt tegelijkertijd rechtszekerheid voor de gebruikers van de aangrenzende gebieden. De in het plan vastgelegde omvang van de diverse functies is vastgelegd op de verbeelding en in de bestemmingsregeling. Door deze wijze van bestemmen zijn de functies ruimtelijk begrensd. Ingevolge de Wro, het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd en gepresenteerd te worden en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. Er is een aantal standaarden door het Ministerie van VROM ontwikkeld, waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). In dit bestemmingsplan is van deze standaarden voor zover van toepassing gebruikgemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q.

landelijke bestemmingsplannen gediend. Het bestemmingsplan is tevens afgestemd op de terminologie en regelgeving zoals opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De regeling is zo veel mogelijk afgestemd op het gemeentelijk handboek voor bestemmingsplannen en het vigerende bestemmingsplan 'Oosterpark en Gorzen' en beheersverordening 'Rijkswegen en het Oosterpark'.

5.2

Opbouw regels

De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen, die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan (zie paragraaf 5.3). Het derde hoofdstuk gaat in op de algemene bepalingen. De overgangs- en slotbepalingen maken onderdeel uit van het vierde hoofdstuk.

5.3

Bestemmingen

Bedrijf - Gasdrukmeet- en regelstation Deze gronden zijn bestemd voor het bestaande gasdrukmeet- en regelstation. Detailhandel Op deze locatie zit een tuincentrum met koffiehuis/lunchgelegenheid. Als hoofdbestemming is 'Detailhandel' opgenomen. Ook is er ondergeschikte vorm van horeca aanwezig behorend bij de bloemenwinkel. Het gaat om een koffiehuis/lunchroom. Deze is middels de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1' opgenomen.

69/142

Groen Kenmerkende groenstroken binnen het plangebied zijn bestemd met de bestemming 'Groen'. Binnen deze bestemming zijn beplanting, geluidswerende voorzieningen en voet- en fietspaden toegestaan. Recreatie Voor het grootste deel van het park is gekozen voor de bestemming Recreatie. Het Oosterpark is een park waar de gehele familie kan recreëren. Binnen het bestemmingsvlak mogen gebouwen gebouwd worden tot een maximum van 20 m² en een goothoogte van 2,5 m, voor bijvoorbeeld een sanitaire voorziening. Er geldt een maximum bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde van 5 meter. Hiermee kunnen eventuele speelvoorzieningen mogelijk worden gemaakt. Aanduiding Kinderboerderij Binnen de bestemming 'Recreatie' is de aanduiding 'kinderboerderij' opgenomen voor de kinderboerderij en de uitbreidingsmogelijkheden voor dierenverblijven en een gebouw voor educatie/een natuurvereniging. Middels een bebouwingspercentage van 3% is een bepaalde mate van flexibiliteit ingebouwd om de nieuwe bebouwing binnen te realiseren. De totale oppervlakte van de aanduiding betreft 21.368 m2. Parkeerplaatsen De parkeerterreinen zijn opgenomen met een aanduiding 'parkeerterrein' binnen de bijbehorende bestemmingen (Sport en Recreatie). De aanduiding is ruim opgenomen om de huidige vakken gelegd om enige aanpassing mogelijk te maken.

Geluidsscherm Op de aanduiding 'geluidscherm' mag een geluidsscherm worden gerealiseerd van maximaal 8 meter hoog. Met deze hoogte wordt een eventuele ophoging van het nu beoogde scherm van 6 meter direct mogelijk gemaakt. Horeca Deze bestemming is toegekend aan de pannenkoekboerderij. Door middel van een bebouwingspercentage (55%) en goothoogte (3 m) zijn de bouwmogelijkheden aangegeven. Sport De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor sportvelden en gebouwde sportvoorzieningen met verenigingsgebouwen en daarbij behorende ondergeschikte horeca (categorie 1b). Het sportcomplex in het Oosterpark huisvest een Tennis-, Midgetgolf- en Honk-/Softbalvereniging. Deze intensieve vorm van recreatie is op de verbeelding opgenomen als bestemming 'Sport' om in één oogopslag aan te geven dat er een verschil is met de rest van het park, wat bestaat uit extensieve recreatie. Er is per vereniging een bouwvlak opgenomen met een bijbehorend bebouwingspercentage voor het gehele vlak waar de club velden/gebouwen heeft of kan hebben. Ook is de maximum goothoogte aangegeven. Voor het sportcomplex zijn er beperkte uitbreidingsmogelijkheden toegekend. Het bouwvlak voor het honkbal- en softbalveld bedraagt 26.926 m2. Daarvan mag 7,5% bebouwd worden (bijna 1.500 m²).

70/142

De maximale bouwhoogte voor tribunes/overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt 5 meter. De maximale bouwhoogte van respectievelijk ballenvangers en lichtmasten bedraagt 10 en 30 meter. Voorwaardelijke verplichting parkeren Binnen de bestemming Sport is voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is bepaald dat het perceel met de aanduiding 'specifieke vorm van sport - uitbreiding sportcomplex' niet conform de bestemming 'Sport' en de daarbij behorende voorzieningen in gebruik mag worden genomen indien het totaal aantal parkeerplaatsen voor gemotoriseerd verkeer binnen de bestemming minder dan 82 bedraagt en het aantal parkeerplaatsen voor fietsen minder dan 132 bedraagt en de parkeerplaatsen onverminderd in stand worden gehouden. Tuin Op de gronden waar erfbebouwing niet wenselijk is, is de bestemming 'Tuin' opgenomen. Op de gronden met de bestemming Tuin zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Verkeer - verblijfsplaats Voor de uitrit van enkele parkeerplaatsen, het pad naar de woningen/nutsvoorziening en het tuincentrum. Deze bestemming is gericht op het verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de genoemde aangrenzende bestemmingen. Water De gronden die aangewezen zijn voor water zijn bestemd voor waterlopen ten behoeve van de waterhuishouding.

Binnen deze bestemming mag alleen worden gebouwd indien dit noodzakelijk is voor bijvoorbeeld oeververbindingen, of ten behoeve van de kwantiteit en kwaliteit van het oppervlaktewater. Er geldt een maximum bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde van 5 meter. Hiermee kunnen eventuele speelvoorzieningen in de recreatieplas mogelijk worden gemaakt. Wonen De gronden die aangewezen zijn voor Wonen zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Daar waar van toepassing is het aantal woningen op de verbeelding aangegeven. Er geldt een maximum goothoogte van 4 meter. De diepte van nieuwe hoofdgebouwen is 12 meter. Leiding - Gas De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een aardgasleiding met de daarbij behorende bouwwerken en andere werken. De belangen van de dubbelbestemming zijn primair ten opzichte van de belangen van de ander daar voorkomende bestemmingen. Waarde - Archeologie 3 en 4 De archeologiebestemmingen zijn geheel overgenomen, zoals deze ook in de beheersverordening 'Rijkswegen en Oosterpark' stonden.

71/142

Waterstaat - Waterstaatkundige functie In het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de belangen van de waterstaatkundige functie van bepaalde (hoofd-)watergangen. Deze functie is daarom vooropgesteld ten opzichte van de op deze gronden samenvallende functies. Regeling hoogtes Er is gekozen om alleen goothoogtes op te nemen voor gebouwen. De maximale bouwhoogte is de goothoogte +5 meter. De maximale bouwhoogte staat in de algemene bouwregels beschreven. Algemene gebruiksregels - voorwaardelijke verplichting uitvoering groencompensatieplan Binnen de algemene gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die de gemeente verplicht om het groencompensatieplan vast te stellen en uitvoering hiervan te verzekeren, uiterlijk op het tijdstip van de aanvang van de werkzaamheden ten behoeve van één of beide ontwikkelingen: de aanleg van het geluidsscherm en de uitbreiding van de sportvelden. Pas daarna mogen de gronden binnen deze aanduidingen worden gebruikt in lijn met de bestemming.

72/142

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De gemeenteraad heeft in 2020 budget beschikbaar gesteld voor de aanpassing van het sportpark en voor de bouw van het geluidsscherm. Voor de totale aanpak in het park is in juni 2021 budget beschikbaar gesteld. In januari 2023 is nog een aanvullend budget vrijgemaakt voor het geluidsscherm. Kortom, de gemeente beschikt over voldoende middelen om de ontwikkeling van het park uit te voeren. Het doel van de integrale aanpak van het park is om naast de twee grote ontwikkelingen ook het totaalbeeld voor het Oosterpark kwalitatief te verbeteren. Op die manier sluiten deze ontwikkelingen logisch aan op de rest van het bestaande park. Een belangrijk uitgangspunt voor de aanpak is handhaven wat al een goede kwaliteit heeft en ingrepen doen waar verbeteringen mogelijk en noodzakelijk zijn om het park toekomstbestendig te maken. We gaan naar een duurzaam bosbeheer waarin ruimte is voor duurzame houtsoorten, die ook de ruimte krijgen om te groeien en groot te worden.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De gemeente Ridderkerk is in het kader van de participatie in 2020 (voorafgaand aan het bestemmingsplantraject) en 2021 al verschillende keren met de ondernemers, omwonenden en gebruikers van het Oosterpark in gesprek gegaan. Er zijn gesprekken gevoerd over het huidige gebruik van het park en er is geïnventariseerd naar mogelijk toekomstige ontwikkelingen in het park. Op verschillende momenten daarna is met betrokkenen het ontwerp opnieuw besproken en aangepast. Uiteindelijk is een aanpak geformuleerd voor het hele Oosterpark. Doordat een deel van het voorgaande plan vernietigd is zijn opnieuw gesprekken gevoerd. Deze gesprekken hebben zich gericht op de uitbreiding van het sportcomplex. De gesprekken zijn in de vorm van een overlegtafel waarbij de Ridderkerk Rowdies, Tennisvereniging Oudelande en 3VO Biotoop (als beroep instellende partij) met elkaar tot een gedragen uitwerking van het sportcomplex zijn gekomen. Er zijn twee overleggen geweest. Hieruit is een door alle partijen gedragen variant van de indeling van de sportvelden gekomen. Er zijn gesprekken gevoerd met twee van de drie particulieren (die beroep hadden ingesteld) door twee wethouders. Eén particulier heeft niet gereageerd op het verzoek om een gesprek. Tijdens deze gesprekken heeft één particulier een voorstel gedaan voor een alternatieve veldindeling.

Met deze veldindeling zou de tennisaccommodatie in zijn geheel naar het zuiden verschuiven. Het nieuwe softbalveld zou dan worden gemaakt op het huidige softbalveld (verder van de betreffende particulier). Hierdoor zou er ook geen extra ruimte zijn voor groen en parkeren tussen de woonwijk en het sportpark. Tevens levert dit extra kosten op in verband met de verplaatsing van het gehele tennispark inclusief clubhuis. In de eerdere onderzoeken is een variant van dit alternatief ook al onderzocht en als ongewenst afgewogen. In een gesprek met de andere particulier is onder andere in gegaan op het compensatieplan en op het borgen van voldoende parkeerplaatsen. Er is uitleg gegeven over de wijze waarop de gemeente dit denkt te realiseren in het bestemmingsplan.

73/142

Ter inzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024, ter inzage gelegen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode is aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Binnen de termijn zijn 6 zienswijzen ontvangen, en één pro forma zienswijze van Waterschap Hollands Delta. Zij heeft op 5 februari haar zienswijze ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Nota Zienswijzen. Deze Nota is bijgevoegd in Bijlage 13. Er zijn naar aanleiding van de zienswijzen meerdere kleine wijzigingen doorgevoerd aan de toelichting, de regels als de verbeelding van het bestemmingsplan. Onder andere het groencompensatieplan is aangepast. Zie de Nota Zienswijzen voor een compleet overzicht van de wijzigingen. Er zijn daarnaast twee ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Vooroverleg Het ontwerpbestemmingsplan is ook toegestuurd aan de volgende vooroverlegpartners: Provincie Zuid Holland (via e-formulier), VRR, Waterschap Hollands Delta en Gasunie. De provincie Zuid-Holland heeft ambtelijk aangegeven geen opmerkingen op het plan te hebben. Waterschap Hollands Delta heeft een zienswijze gegeven op het plan. Van de Gasunie heeft de gemeente geen reactie ontvangen. De VRR heeft onderstaand advies uitgebracht op het plan.

Advies VRR: Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van gewenste maatregelen voor (beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties wordt de 1% letaliteitscontour van het meest geloofwaardige scenario gebruikt. Het Oosterpark ligt tussen de aardgasbuisleiding W-530-01 en de A15. In de herontwikkeling worden verschillende nieuwe objecten gebouwd waar de VRR de volgende maatregelen voor adviseert: Omgevingsmaatregelen 1. De VRR adviseert rondom de te realiseren gebouwen nabij het Oosterpark zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde 'Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR' biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven. Voor een maatwerkadvies verwijs ik naar de collega's van de afdeling Operationele Informatie. Zij zijn bereikbaar via bluswater@vr-rr.nl. Bouwkundige maatregelen 2. Het wordt afgeraden om objecten binnen het belemmeringsgebied te realiseren. Het belemmeringengebied bedraagt tenminste 4 meter van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding (artikel 5.18). 3. Construeer eventuele (her)ontwikkeling van (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen de 1% letaliteitscontour (15 meter vanuit het hart van de leiding) van de W-530-01 zodanig dat aanwezigen bij een (dreigende) fakkelbrand goede ontvluchtingsmogelijkheden hebben.

Voor het ontvluchten is het wenselijk om minimaal één (nood)uitgang van de W-530-01 af te richten en deze in voldoende mate aan te laten sluiten op de infrastructuur van de omgeving. Een nooduitgang aan de zuidzijde van het object, richting Oosterparkweg, is hier geschikt voor.

74/142

Installatietechnische maatregelen 4. Construeer het gebouw zodanig dat bij een toxische wolk de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden (conform artikel 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving). Als deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld kan worden is een gebouw geschikt om enkele uren in te schuilen. Organisatorische maatregelen 5. Stel het doen van een KLIC-melding in geval van werkzaamheden aan of rondom het object verplicht. De kans op een incident met een buisleiding hangt namelijk in sterke mate samen met graafwerkzaamheden in de nabijheid van de leiding. Als de ongestoorde ligging van de hogedruk aardgastransportleiding gegarandeerd kan worden, leidt dit tot een grote afname van de kans op een incident. 6. Maak afspraken met de beheerder van de W-530-01 hogedruk aardgastransportleiding over graafwerkzaamheden in nabijheid van honk- en softbalvereniging Ridderkerk Rowdies of de kinderboerderij. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan venstertijden van graafwerkzaamheden, wanneer er bij de honk- en softbalvereniging en/of kinderboerderij weinig/geen mensen aanwezig zijn. 7.

Zorg dat de BHV-organisatie van de honk- en softbalvereniging, de kinderboerderij en de pannenkoekboerderij op de hoogte is van de mogelijkheid van het optreden van een incident op de A15 en een aardgasbuisleiding en weet hoe er op dat moment gehandeld moet worden. Doorgaans is schuilen in het gebouw de beste optie; sluit ramen en deuren, schakel het ventilatiesysteem af, blijf weg bij ramen en schuil bij voorkeur in dat deel van het gebouw dat zo ver mogelijk van het incident af is gelegen. 8. Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand”. Bij het sluiten van een huur-/koopcontract kunnen bewoners op de (externe) veiligheidsrisico's gewezen worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. Op de website www.rijnmondveilig.nl vindt u meer informatie over wat te doen in geval van een incident. Reactie gemeente Het advies van de VRR is bij deze verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. Vaststelling De gemeenteraad is het bevoegd gezag voor de vaststelling van het plan. Na vaststelling ligt het plan nog eenmaal gedurende zes weken ter inzage; de beroepstermijn.

75/142

76/142

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1064/documents/37694