CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

BP-Oosterpark-toelichting.pdf

Gemeenteraad RK 23 mei 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Vaststelling groencompensatieplan "Kwaliteitsimpuls Oosterpark" en vaststelling bestemmingsplan Oosterpark (2023)23.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

OOSTERPARK Ridderkerk bestemmingsplan 23 mei 2024

1/2

DATUM KENMERK

23-05-2024 NL.IMRO.0597.BP2023Oosterpark-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

BP Oosterpark Ridderkerk ir. L.C. Snel

OPDRACHTGEVER Gemeente Ridderkerk PROJECTNUMMER 20230612 AUTEUR STATUS

2/2

M. van der Berg, MSc Ter vaststelling

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Ligging plangebied

9

1.3

Vigerend bestemmingsplan

10

1.4

Leeswijzer

11

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

13

2.1

Bestaande situatie

13

2.2

Toekomstige situatie

14

Ruimtelijk beleidskader

17

3.1

Inleiding

17

3.2

Rijksbeleid

17

3.3

Provinciaal beleid

18

3.4

Gemeentelijk beleid

32

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

39

4.1

Verkeer en parkeren

39

4.2

Ecologie

42

4.3

Bodemkwaliteit

47

4.4

Archeologie

51

4.5

Cultuurhistorie

55

4.6

Bedrijven en milieuzonering

56

4.7

Wegverkeerslawaai

58

4.8

Externe veiligheid

58

4.9

Kabels en leidingen

62

4.10

Luchtkwaliteit

62

4.11

Water

64

4.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

67

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

69

5.1

Algemeen

69

5.2

Opbouw regels

69

5.3

Bestemmingen

69

Hoofdstuk 3

3/142

Hoofdstuk 6

4/142

Uitvoerbaarheid

73

6.1

Economische uitvoerbaarheid

73

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

73

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het Oosterpark te Ridderkerk staat op het punt te worden heringericht tot een toekomstbestendig park met meer natuur- en recreatiewaarde. Tussen 1975 en 1985 is het Oosterpark aangelegd, het is een van de grotere parken in de omgeving van Ridderkerk. Inmiddels speelt er een aantal ruimtelijke ontwikkelingen in het Oosterpark die van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit. Zo wordt het park gedeeltelijk heringericht, zijn plannen voor uitbreiding van het sportcomplex en voor een geluidsscherm om de inwoners van Drievliet-Het Zand en Oost te beschermen tegen geluidshinder. De gebruiks- en belevingswaarde van het park wordt parallel daaraan versterkt en er wordt duidelijk ingezet op het creëren van een groene en gezonde leefomgeving waardoor een hogere recreatie- en natuurwaarde van het Oosterpark ontstaat. Het geluidsscherm wordt landschappelijk ingepast. Het Oosterpark kan een grote bijdrage leveren aan de fysieke en mentale gezondheid van de gebruikers en omwonenden rondom het Oosterpark. De gemeente ziet in voornoemde ontwikkelingen een kans om met een integrale aanpak een kwaliteitsslag in het Oosterpark te maken te maken en zodoende een toekomstbestendig park neer te zetten met meer natuur- en recreatiewaarde. Het eerdere bestemmingsplan Oosterpark uit 2021 is deels onherroepelijk en in werking.

De regeling voor de aanleg van het geluidsscherm en de uitbreiding van het sportcomplex zijn door de Raad van State echter vernietigd. Omdat beide ontwikkelingen nog altijd gewenst zijn (deels wel in een andere vorm) is dit nieuwe gewijzigde bestemmingsplan opgesteld. Het sportcomplex heeft een gewijzigde indeling gekregen. Door deze nieuwe indeling blijft het Essenlaantje intact. Daarnaast is een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Ook is een groencompensatieplan opgesteld om de bomen die gekapt worden door de uitbreiding van het sportcomplex en de aanleg van het geluidsscherm te vervangen én direct bij te dragen aan de verbetering van de biodiversiteit in het park.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het zuiden van de gemeente Ridderkerk en grenst in het zuiden aan de A15 en in het westen aan de A16. In het noorden wordt het plangebied begrenst door de Oosterparkweg en in het oosten door de Rotterdamseweg. De gronden zijn grotendeels in gebruik als park met daarbinnen o.a. een kinderboerderij en een sportcomplex. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

9/142

Figuur 1.1 - ligging plangebied (bron: Google maps)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerende bestemmingsplan is het 'Bestemmingsplan Oosterpark' dat deels onherroepelijk in werking is en vastgesteld is op 14 oktober 2021. In dit plan ontbreekt een regeling voor de uitbreiding van het sportcomplex. Deze is vernietigd door de Raad van State. Ook de regeling voor het geluidsscherm ontbreekt, omdat deze is vernietigd door de Raad van State.

Figuur 1.2 - 'bestemmingsplan Oosterpark' Ter plaatse van het sportcomplex geldt de beheersverordening 'Rijkswegen en het Oosterpark' dat is vastgesteld op 12 december 2013. Deze beheersverordening verving destijds het bestemmingsplan 'Oosterpark en Gorzen' en is vastgesteld op 29 mei 1995. Een beheersverordening is gericht op instandhouding van de bestaande planologische situatie. De beheersverordening geeft de regels en verbeelding weer zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Oosterpark en Gorzen'. Daarnaast is er in de beheersverordening een archeologische regeling toegevoegd. De wijzigingsbevoegdheden, bevoegdheden om nadere eisen op te stellen en procedurele bepalingen uit 'Oosterpark en Gorzen' zijn in de beheersverordening niet van toepassing.

10/142

Figuur 1.3 - bestemmingsplan 'Oosterpark en Gorzen' (bron: Ruimtelijke plannen)

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de huidige en toekomstige inrichting van het park en de (planologische) situatie beschreven. Hoofdstuk 3 bevat het vigerende beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten toegelicht en in hoofdstuk 5 komt de artikelsgewijze toelichting aan de orde. Hierin staat welke keuzes zijn gemaakt bij het opstellen van de regels. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

11/142

12/142

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Tussen 1975 en 1985 is ten zuiden van de wijken Drievliet-Het Zand en Oost in Ridderkerk het Oosterpark aangelegd. Het Oosterpark is met zijn 64 hectare een van de grotere parken in de woonomgeving van Ridderkerk en dient als buffer tussen de woonwijken en de snelwegen A15 en A16. Het park is destijds in twee delen aangelegd. Het meer landschappelijk "vrij" ingerichte westelijk deel en het meer op de polderstructuur geënte oostelijk deel. Het park bestaat voornamelijk uit bospercelen, water, grasvelden en wandel- en ruiterpaden. Binnen de door groen en water gevormde structuur zijn diverse recreatie- en sportvoorzieningen aanwezig. In de noordrand, ontsloten van de Oosterparkweg, zijn ook enkele woningen en bedrijfspercelen aanwezig, waaronder een tuincentrum (zie ook figuur 2.2).

Figuur 2.1 - luchtfoto van het plangebied (bron: Google Maps)

Figuur 2.2 - voorzieningen in het park Functioneel Het park is ingericht als recreatiegebied voor de bewoners van Drievliet-Het Zand /Ridderkerk. Door het park lopen veel wandelpaden en enkele fietspaden en een ruiterpad. Verder zijn er veel grasvelden en is er een zwemplas aanwezig met een zwemstrand. Verder is er een aantal andere voorzieningen aanwezig, zoals een sportcomplex, tuincentrum, pannenkoekboerderij, kinderboerderij, enkele woningen en een gasdrukmeet- en regelstation. Het park is in beheer bij Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ)/Staatsbosbeheer. De NRIJ bezit de gronden en Staatsbosbeheer beheert de gronden.

13/142

Landschappelijke inrichting Het park is overwegend ingericht met vakken gemengd bosplantsoen waarbij de onderliggende slotenstructuur in het oostelijke deel nog deels intact en zichtbaar is. In het park staan vrij veel inheemse bomen zoals populier, es, esdoorn, wilg, els eik, zoete kers e.d. Op incidentele locaties zijn soorten als kastanje, noot, berk en beuk aangeplant. Het park is waterrijk ingericht, met sloten, singels en grotere waterpartijen waaronder een zwemplas. Ten oosten van de zwemplas is in het verleden een helofytenfilter aangelegd om de waterkwaliteit op orde te houden. Sportcomplex In het oosten van het plangebied ligt een sportcomplex waar drie verenigingen zijn gehuisvest. Het gaat hier om midgetgolfclub 'De hole ridders', tennisvereniging 'd'Oudelande' en honk- en softbalvereniging 'de Ridderkerk Rowdies'. Het sportcomplex heeft een eigen parkeerterrein aan de Oosterparkweg. Parkeren en ontsluiting In het park zijn verschillende parkeerplaatsen aanwezig. Deze liggen allen aan de Oosterparkweg. In totaal zijn er vijf parkeerplaatsen, waarvan één voor het sportcomplex en één voor het tuincentrum. De Oosterparkweg fungeert als ontsluiting voor vrijwel alle toegangswegen naar het park en voor alle aanwezige voorzieningen.

Overig Verder zijn in het park een tuincentrum, een pannenkoekboerderij, een kinderboerderij, enkele woningen en een gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. Ook loopt er een hogedruk gasleiding parallel aan de Oosterparkweg en ligt er een tweede hogedruk gasleiding ten westen van het sportcomplex.

2.2

Toekomstige situatie

De honk- en softbalvereniging Ridderkerk Rowdies wil uitbreiden middels het verplaatsen van een van haar velden en wil een nieuw clubgebouw realiseren. Ook is de gemeente voornemens een geluidsscherm aan te leggen langs de A15 om de geluidsoverlast in de wijken Drievliet-Het Zand en Oost te verminderen. Door de ruimtelijke impact van de ontwikkelingen heeft de gemeente besloten het park integraal aan te pakken. Het doel van de integrale aanpak is om te komen tot een toekomstbestendige inrichting van het Oosterpark met een toename in de recreatie- en natuurwaarde. Hieronder worden de wijzigingen ten aanzien van de huidige situatie beschreven.

Figuur 2.3 - beoogde inrichting Oosterpark

14/142

Geluidsscherm Tussen de A15 en het Oosterpark in komt een geluidsscherm om de geluidsoverlast in de wijken Drievliet-Het Zand en Oost te verminderen. Dit geluidsscherm wordt circa 1.730 meter lang en 6 meter hoog. Het scherm komt te staan op gronden van de NRIJ. Het geluidsscherm wordt landschappelijk ingepast. Uitbreiding sportcomplex Op het sportcomplex waar binnen de tennisvereniging, midgetgolfvereniging en de honk-/softbalvereniging liggen, wordt het softbalveld verplaatst omdat de huidige maatvoering van het veld niet meer voldoet aan de eisen die de bond stelt. De Ridderkerk Rowdies willen ook een nieuw clubhuis bouwen. Het sportcomplex wordt in zuidelijke richting uitgebreid. Op de locatie van het huidige noordoostelijke veld (softbalveld) komt de uitbreiding van de parkeerplaats te liggen. De parkeerplaats krijgt 82 parkeerplaatsen. In het noordoosten blijft het honkbalveld gelegen en het softbalveld verplaatst naar het zuidoosten. Tevens wil de honk- en softbalvereniging het oude clubgebouw saneren en een nieuw clubgebouw oprichten. De vereniging streeft ernaar het nieuwe clubgebouw te realiseren tussen beide backstops en de tennisvereniging. Het ontwerp van het clubgebouw is nog niet afgerond. De inrichting zoals afgebeeld in figuur 2.4 is ruimtelijk gezien het uitgangspunt.

Figuur 2.4 - inrichting aanpassing parkeren en velden sportcomplex

15/142

Inrichting Oosterpark De gemeente wil door de aanpak van het Oosterpark de recreatie- en natuurwaarden verhogen. Daarbij wil de gemeente ook het water anders inrichten. Enkele sloten van de kenmerkende slotenstructuur worden gedempt. De hoofdwatergangen zoals deze nu aanwezig zijn worden daarbij niet gewijzigd. Voor de verbetering van de recreatieen natuurwaarden is het groencompensatieplan 'Kwaliteitsimpuls Oosterpark' opgesteld, zie Bijlage 2 bij de regels. De uitvoering en instandhouding van dit groencompensatieplan is geborgd in de regels voor de ontwikkeling van het geluidsscherm en de uitbreiding van het sportcomplex. Pannenkoekboerderij De pannenkoekboerderij wil in de toekomst enige uitbreidingsmogelijkheden hebben om op de huidige locatie uit te breiden met een uitgiftecorner voor snacks/ijs. In het geldende bestemmingsplan Oosterpark (vastgesteld 14 oktober 2021) is het bouwvlak van de pannenkoekboerderij daarom uitgebreid en het bebouwingspercentage verlaagd, zodat per saldo een kleine uitbreidingsmogelijkheid ontstaat. Met voorliggend plan worden hier geen wijzigingen in aangebracht. Kinderboerderij De gemeente heeft de wens de kinderboerderij op twee aspecten uit te breiden. Enerzijds door een nieuw gebouw te realiseren voor het gebruik ten behoeve van educatie. Anderzijds door een nieuw dierenverblijf te creëren.

De bebouwing zal hierdoor met ongeveer 300 m² toenemen. Omdat de ontwerpen nog niet zijn afgerond en er enige flexibiliteit nodig is wordt net als nu al gewerkt met een passend bebouwingspercentage voor de hele kinderboerderij. Het bebouwingspercentage voor de kinderboerderij wordt gecorrigeerd van 5 naar 3%. Dit is per abuis verkeerd opgenomen in het geldende plan. Parkeren De parkeervoorziening nabij de Pelikaan wordt opgeheven, omdat deze voorziening nauwelijks gebruikt wordt. De parkeercapaciteit bij het sportcomplex en bij de kinderboerderij wordt uitgebreid. Per saldo zijn er 29 minder parkeerplaatsen beschikbaar. Sanitaire voorziening strandje De NRIJ/Staatsbosbeheer wil een sanitaire voorziening realiseren bij het strandje. Er is nog geen precieze locatie voor deze voorziening. In de regeling voor het gebied is in het bestemmingsplan Oosterpark (vastgesteld 14 oktober 2021) daarom een maximum oppervlakte en een maximum aantal voor dit type gebouwen opgenomen. Met voorliggend plan worden hier geen wijzigingen in aangebracht.

16/142

Hoofdstuk 3 3.1

Ruimtelijk beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een overzicht geboden van de ruimtelijk relevante beleidskaders voor het plangebied. Achtereenvolgens wordt ingezoomd op het geldende rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Samen vormen deze de beleidskaders waar binnen de beoogde ontwikkeling plaats dient te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (2020) en Barro (2020)

In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) formuleert het Rijk een nieuwe integrale aanpak waarin samen met andere overheden en organisaties optimaal kan worden gewerkt aan behoud van een gezond, leefbaar en economische sterk Nederland. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen spelen de volgende vier prioriteiten de komende een grote rol in de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving van Nederland:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Nationale belangen De NOVI is vertaald in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Deze gaat echter pas in zodra de omgevingswet in werking treedt. De voorloper van het BKL is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, het Natuurnetwerk Nederland, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen.

Toetsing en conclusie In de NOVI komen een drietal beleidskeuzes voorbij die relevant zijn voor de aanpak van het Oosterpark. Doordat het een reeds bestaand park is zijn de beleidskeuzes minder indringend, maar desondanks relevant. De drie beleidskeuzes worden hieronder één voor één behandeld. De beleidskeuzes komen voort uit de prioriteiten 3) 'sterke en gezonde steden en regio's' en 4) 'een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied'. Belangrijk om te weten is dat het plangebied grotendeels in het buitengebied ligt, maar tegen stedelijk gebied aan en deels is het stedelijk gebied (ter hoogte van het sportcomplex). Beleidskeuze 3.5 - We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en we verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. De overheid vindt het belangrijk dat inwoners van steden en regio’s gezond kunnen wonen, werken en ontspannen.

17/142

Dit vereist een goede leefomgevingskwaliteit. Gezondheidsbevordering via de leefomgeving is daarbij een instrument van het rijk, GGD's en gemeenten. Daarbij moet o.a. lopen worden gestimuleerd. Ook dient de openbare ruimte voldoende ruimte bieden om te ontspannen, bewegen en spelen en de interactie tussen stadsbewoners te stimuleren. Door het Oosterpark zo aantrekkelijk mogelijk in te richten dat de gebruikers en omwonenden er nog vaker komen wordt invulling gegeven aan deze doelen. Beleidskeuze 3.6 - We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad in een samenhangende aanpak van de stedelijke groenstructuur. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio’s en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. De aanwezigheid van groen en water in en rond de stad vormt een belangrijke factor voor de kwaliteit van het stedelijk leven en de aantrekkelijkheid van de stad. In het Oosterpark is dit reeds aanwezig. De kwaliteit ervan wordt wel verbeterd. Hiermee draagt het bij aan een gezond en prettig woonmilieu en aantrekkelijkheid van de stad. Het Oosterpark vormt een omgeving voor recreëren, ontmoeten en gezond bewegen. Met een juiste inrichting en beheer van het Oosterpark wordt tevens een bijdrage geleverd aan de biodiversiteit in de omgeving.

Beleidskeuze 4.2 - De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal duurzaam benut. Het kabinet zet in op herstel van de biodiversiteit. Daarmee richt het kabinet zich vooral op het vergroten van natuurgebieden, maar de aanpak van het Oosterpark kan hier ook aan bijdragen. Het Oosterpark dat aan de rand van stedelijk gebied ligt vormt een belangrijke habitat voor diverse flora en fauna. Door vergroening en inpassing van meer water in stedelijke gebieden neemt de natuurkwaliteit toe en wordt bovendien bijgedragen aan doelen op het gebied van klimaatadaptatie, welzijn en gezondheid. Het barro bevat geen concreet beleid ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt invulling gegeven aan bepaalde beleidskeuzes in de NOVI omtrent:  het bevorderen van een actieve, gezonde leefstijl;  het versterken van het aanbod en kwaliteit van het groen in de stad;  herstel/vergroten van de biodiversiteit. 3.2.2

Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling (art. 3.6.1 Bro, juli 2017)

Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Als een bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient aan de ladder getoetst te worden. De ladder voor duurzame verstedelijking wordt onder paragraaf 3.3.1 verder behandeld.

3.3

Provinciaal beleid

Het vigerende provinciaal beleid voor het plangebied zijn de Omgevingsvisie Zuid-Holland (1 april 2023) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (1 april 2023). Relevante zaken uit dit beleid worden getoetst aan de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt.

18/142

3.3.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland (1 april 2023)

Landschap De provincie zet in op het versterken en benutten van de verschillen tussen de vier groepen landschappen: kustlandschap, veen(weide) landschap, deltarivierenlandschap en stedelijk landschap. De provincie wil de intrinsieke waarde van de verschillende landschappen behouden, beschermen, op passende wijze benutten en beleefbaar maken. Dit betekent dat zorgvuldig moet worden afgewogen welke ontwikkelingen in welk landschap wenselijk zijn. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het in standhouden, benutten, beleven en versterken van bestaande gebiedskwaliteiten. Door bij ontwikkelingen rekening te houden met het landschap behoudt het ook in de toekomst identiteit waarmee de aantrekkelijkheid om er te wonen, te werken en te recreëren ook behouden worden of zelfs toenemen. Ruimtelijke kwaliteit Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de gebruikswaarde, de toekomstwaarde en de belevingswaarde van een gebied. Het gaat daarbij onder andere om gebiedskenmerken zoals de aard en schaal, om duurzaam gebruik van de ondergrond, de versterking van de ruimtelijke opbouw en de inpassing in de wijdere omgeving. Waar binnen de provincie het beste bepaalde ontwikkelingen plaats kunnen vinden, ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’, is onderdeel van een integrale belangenafweging en bijvoorbeeld terug te vinden in de ruimtelijke hoofdstructuur.

Doelstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen is het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten:  De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal.  Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid.  Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen.  Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is.  In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.

Bij inpassen gaat het om een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De impact op het gebied is klein. Een aanpassing betreft een wijziging in de structuur van een gebied die aansluit bij de huidige gebiedsidentiteit. De impact op het gebied is groter. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuwe gebiedsidentiteit ontstaat. De impact van dit type ontwikkeling op een gebied is enorm. Bij transformatie is het dan ook belangrijk om goed vorm te geven aan de ontwikkeling van een nieuwe ruimtelijke kwaliteit, met vaak ook een nieuwe identiteit.

19/142

De provincie hanteert hiervoor ook wel de kwaliteitskaart, waarin richtpunten voor het gebied zijn opgenomen. De provincie onderscheidt vier lagen: de ondergrond, cultuur- en natuurlandschappen, stedelijke occupatie en beleving. Deze zijn allen van toepassing op het projectgebied. Ieder ondergrond kent zijn eigen richtpunten (specifieke waarden) om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. Laag van de ondergrond Het plangebied ligt in een gebied dat gekenmerkt wordt als Rivierdeltacomplex met rivierklei en veen. Dit is afgebeeld in figuur 3.1. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. Oeverwallen vormen plaatselijk hogere delen in het landschap. De provincie richt zich in dit gebied op het herkenbaar houden van de verschillen tussen de komgronden en oeverwallen. In het plangebied komen geen oeverwallen voor. Er zijn geen relevante richtpunten vanuit deze laag te herkennen.

Figuur 3.1 - laag van de ondergrond (bron: kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland) Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Figuur 3.2 beeld af dat het plangebied in een rivierdeltalandschap en zeekleipolder ligt. Er zijn geen relevante richtpunten vanuit deze laag te herkennen.

Figuur 3.2 - laag van de cultuur- en natuurlandschappen (bron: kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland)

20/142

Laag van de stedelijke occupatie In figuur 3.3 is te zien dat een deel van het plangebied in bebouwd gebied ligt. Het gaat hier om het de huidige contour van het sportcomplex. Ook ligt een groot deel van het plangebied in stads- en dorpsrand. Relevante richtpunten zijn:  Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Bij het Oosterpark is in het noorden sprake van een overlap, terwijl in het zuiden een scherp contrast is met de A15.

Figuur 3.3 - laag van de stedelijke occupatie (bron: kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland) Laag van de beleving Bijna het gehele plangebied is aangemerkt als recreatiegebied, op het sportcomplex na. Ook is het gebied een 'groene buffer', omdat het gebied niet verstedelijkt is. Richtpunten zijn:  Er vinden geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen plaats in de bufferzone.  Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.  Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit ter plaatse en de samenhang tussen het binnenstedelijk en buitenstedelijk groen.  (Her)inrichting van recreatiegebieden is gebaseerd op de ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, de recreatievraag, de landschappelijke kenmerken ter plaatse en de ligging ten opzichte van andere stedelijk groen.  Ontwikkelingen behouden of versterken de openbaarheid van recreatiegebieden.

Figuur 3.4 - laag van de beleving (bron: kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland) Toetsing en conclusie Het plangebied ligt in het gebiedsprofiel van IJsselmonde. Er worden enkele ontwikkelingen toegelaten in het plangebied. Deze raken met name aan de laag van de beleving en de laag van de stedelijke occupatie. Zo wordt het

21/142

park gedeeltelijk heringericht, wordt er ruimte geboden aan uitbreiding van het sportcomplex en wordt er een geluidsscherm gebouwd om de inwoners van Drievliet-Het Zand en Oost te beschermen tegen geluidshinder. De gebruiks- en belevingswaarde van het gebied wordt versterkt en er wordt duidelijk ingezet op het creëren van een groene en gezonde leefomgeving waarbij wordt ingezet op een hogere recreatie- en natuurwaarde van het Oosterpark. Het geluidsscherm wordt landschappelijk ingepast. Er wordt voldaan aan alle relevante richtpunten. Gezonde en veilige leefomgeving De provincie draagt zorg voor een gezonde en veilige leefomgeving. Een omgeving die inwoners als prettig ervaren, uitnodigt tot gezond gedrag en beschermt tegen negatieve invloeden, zoals luchtvervuiling, bodemverontreiniging, veiligheidsrisico’s, geluid, wateroverlast en hittestress. Naast het beschermen wil de provincie een duidelijke verbetering van de huidige leefomgeving bevorderen door de leefomgeving ook op gezond gedrag in te richten. In haar beleid geeft de provincie aandacht aan gezondheid en veiligheid. Het fysieke en sociale domein worden daarmee verbonden. Lopen De provincie wil dat meer mensen meer lopen in een omgeving die daartoe uitnodigt, doordat deze voor lopen veilig, gezond en aantrekkelijk is. Dit geldt zowel voor utilitair als recreatief lopen en zowel in bebouwd gebied als daarbuiten.

Sport, recreatie en water- en groenbeleving In het bedrijvige en dichtbevolkte Zuid-Holland dient er voor al onze inwoners ook ruimte te zijn voor ontspanning en voor sport en recreatie. De provincie zet daarom samen met partners in op een in omvang en kwaliteit goed netwerk en goede voorzieningen, locaties en gebieden voor sport en recreatie. Ons recreatieve routenetwerk (voor fietsen, wandelen, varen en ruiters en menners) speelt daarbij een belangrijke rol. In omvang en kwaliteit optimale sport- en recreatiemogelijkheden dragen bij aan een goed en gezond leef-, woon- en vestigingsklimaat en aan (ook spreiding van) toerisme. Kansrijke verbindingen zijn er met diverse andere maatschappelijke opgaven als natuur, erfgoed, economie, toerisme en klimaat. Sportief en recreatief aantrekkelijke en beweegvriendelijke leefomgeving De provincie streeft naar een beweegvriendelijke leefomgeving en een zo groot mogelijke deelname van onze bewoners aan sport en recreatie, met name van ondervertegenwoordigde groepen, vooral in en dicht bij de woonomgeving (bij voorkeur ‘om de hoek’, o.a. voor sport en spel en het maken ‘ommetjes’).

De provincie streeft ook naar behoud en versterking van de sportieve en recreatieve belevingswaarde van landschap, water en erfgoed en ontwikkelt en verbindt hiervoor onder meer met name de uit oogpunt van belevingswaarde bijzonder waardevolle gebieden inzake landschap (o.a. Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland), water en natuur (o.a. Hollands Plassengebied en onze Nationale Parken NL Delta en Hollandse Duinen) en verbindt sportief en recreatief de groenblauwe netwerken in en om de stad. De provincie draagt samen met partners zorg voor het beheer en het doorontwikkelen van recreatiegebieden, -netwerken en -voorzieningen, waaronder de recreatieve netwerken voor varen, fietsen, wandelen en paardrijden en streeft ernaar deze voor sport geschikter te maken.

22/142

Toetsing Met de aanpak van het Oosterpark zet de gemeente Ridderkerk in op het toekomstbestendig maken van dit park. Zo blijft het park nu en in de toekomst een aantrekkelijke locatie om te verblijven. Het bevordert een gezonde, vitale en gelukkige bevolking die gebruik kunnen maken van recreatiemogelijkheden om de hoek in combinatie met sport in een kwalitatief verbeterde omgeving. Daarmee levert Ridderkerk zowel op fysiek als op mentaal vlak een grotere bijdrage aan de gebruikers en omwonenden van het park. Van belang hierbij is dat de recreatie- en natuurwaarde wordt verhoogd ten opzichte van de huidige situatie. Met dit bestemmingsplan wordt op een toekomstbestendige manier een bijdrage geleverd aan de vraag van gebruikers en bewoners om een gezondere leefomgeving, mensen worden op deze manier uitgenodigd om meer te gaan bewegen. Bestaande fietspaden blijven bestaan. Bestaande wandelpaden blijven bestaan of worden verlegd. De uitbreiding van het sportcomplex draagt ook bij aan het bieden van meer sportmogelijkheden en draagt daarmee bij aan meer beweging, aan een gezondere leefomgeving en gezondere mensen. Groenblauwe stedelijke structuur De groenblauwe stedelijke structuur is een samenhangend stelsel van verschillende groenblauwe ruimtes en routes in en rondom het stedelijk gebied.

Van een fijnmazige netwerk van groenblauwe plekken binnen het bebouwd gebied, via meer grofmazige robuuste groenblauwe routes die steden en stad en land met elkaar verbinden, tot aan de grote groenblauwe gebieden buiten het bebouwd gebied. De provincie zet in op een groenblauwe stedelijke structuur waarin voldoende groen en water aanwezig zijn om de leefbaarheid, gezondheid en natuurwaarden te behouden en te versterken, ook in tijden van extreme wateroverlast en extreme droogte en hitte. Er ligt een opgave om deze integrale structuur te behouden en waar nodig te versterken. In het verlengde hiervan wil de provincie de biodiversiteit in het stedelijk gebied duurzaam te behouden en te versterken. Voor overgangsgebieden van stedelijk gebied naar open landschap zet de provincie Zuid-Holland in op het behouden van de belangrijke contrastkwaliteit tussen de dynamiek en dichtheid van de stad en de luwte van de aangrenzende groene ruimte. Daarom zijn enkele overgangsgebieden aangewezen als groene buffer en worden als zodanig beschermd. Toetsing Het gebied is aangewezen als groene buffer. Het is mogelijk om in groene buffers ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren. Ook stedelijke ontwikkelingen, zoals de verplaatsing van een sportveld zijn mogelijk. Het is van belang dat de schaal en het karakter van het gebied in stand worden gehouden.

De verplaatsing van het sportveld neemt een deel van het Oosterpark in, maar doordat de gemeente alle ontwikkelingen in het Oosterpark tegelijk aan pakt kan gesproken worden van een integrale aanpak. Daarmee boet het gebied zowel op schaal als karakter niet in en kan er zelfs worden gesproken van een kwaliteitsverbetering van het park. Verstedelijking Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Er dient getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen:  Bouw naar behoefte;

23/142

    

Bouw primair binnen bestaand stads- en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; versterk de langzaam vervoersrelaties; Bouw voldoende betaalbare woningen; Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met bodemdaling en klimaatadaptatie en -mitigatie, vitale dorpen en verstedelijking, functiemenging en meervoudig ruimtegebruik, economische toplocaties, gezonde verstedelijking, energietransitie, circulair en natuurinclusief bouwen; Realiseer in samenhang met het stedelijk netwerk robuuste en klimaatadaptieve recreatie- en natuurgebieden.

Toetsing De honk- en softbalvereniging Ridderkerk Rowdies beschikt nu niet over velden met de juiste maatvoering. Om hieraan te voldoen is het noodzakelijk om de velden anders te situeren. Op de huidige locatie zijn twee velden (een combinatieveld en een softbalveld) aanwezig. Deze twee velden vallen binnen het stedelijk gebied. De verplaatsing van het veld vindt gedeeltelijk plaats buiten het door de provincie gedefinieerde stedelijk gebied. Het stedelijk gebied is weergegeven in figuur 3.3. Om ongebreidelde groei buiten de stedelijke zones tegen te gaan dient middels een zogenaamde ladderonderbouwing onderbouwd te worden waarom de uitbreiding/ontwikkeling buiten (maar wel in aansluiting op) het stedelijk gebied plaats vindt. Allereerst dient daarvoor te worden bekeken of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In de jurisprudentie worden 'sportfaciliteiten' omschreven zijnde een stedelijke ontwikkeling. Sportfaciliteiten zijn daarin onderdeel van de 'overige stedelijke functies'. Ook is de uitbreiding groter dan 500 m². Vervolgens dient te worden onderbouwd waarom er behoefte is aan een uitbreiding van het sportcomplex en waarom dit niet binnen stedelijk gebied opgevangen kan worden. Op dit moment beschikken de Ridderkerk Rowdies over zowel een honkbal- als een softbalveld dat met huidige maatvoering (in verband met het niveau waarop gespeeld wordt) te klein is.

Als gevolg hiervan ontstaan problemen met de trainingscapaciteit en het spelen van wedstrijden. Momenteel is er dispensatie afgegeven om wedstrijden te mogen spelen op het combinatieveld. Er is daarom urgentie om het nieuwe grotere softbalveld te regelen. Met de verplaatsing van het softbalveld ontstaat er weer voldoende ruimte om op niveau wedstrijden te kunnen spelen en training te kunnen geven. Binnen de gemeente is tijdens de totstandkoming van het bestemmingsplan dat in 2021 is vastgesteld gekeken naar de meest wenselijke locatie om de vereniging te huisvesten. Daarbij moet de vereniging goed bereikbaar blijven voor de jeugd. Opties om de vereniging aan de andere kant van Ridderkerk te verplaatsen heeft door de te grote reisafstand, voor met name de jongste leden, niet de voorkeur. Ook locaties waarbij grond moest worden aangekocht waren te duur of anderszins niet mogelijk, omdat de grond niet verkocht werd/in bruikleen gesteld of omdat de procedures te lang duren. Omdat 65% van de leden komt uit de nabijgelegen wijk Drievliet-Het Zand en op de huidige locatie voldoende uitbreidingsruimte is, is de optie om de Ridderkerk Rowdies te verplaatsen/laten uitbreiden in het Oosterpark de meest reële optie. De gemeente heeft meerdere locaties in het Oosterpark onderzocht. Ook heeft er in overleg met omwonenden en de sportverenigingen nog nader onderzoek plaatsgevonden.

De uitbreiding zal plaatsvinden op en ten zuiden van het sportcomplex. Voordeel is dat de locatie grenst aan stedelijk gebied. Het huidige complex is immers gelegen binnen stedelijk gebied. Uitbreiding aan de rand van dit stedelijk gebied op voornoemde redenen is daardoor goed te onderbouwen. Daarbij ook de kanttekening dat

24/142

de Raad van State heeft in haar uitspraak van 22 maart 2023 onder 8.1 aangegeven dat de gemeenteraad toereikend gemotiveerd heeft waarom niet voor een verplaatsing van de honk- en softbalvereniging naar een andere locatie is gekozen. De Raad van State stelt dat hierbij de raad ook mag meewegen dat de honk- en softbalvereniging in de huidige situatie al in het Oosterpark is gevestigd en dat een uitbreiding op de bestaande locatie ook om die reden meer voor de hand ligt dan een volledige verplaatsing van de vereniging naar een locatie elders in de gemeente. Omdat de uitbreiding binnen het Oosterpark plaats vindt heeft de gemeente besloten dat indien er bomen gekapt worden voor de uitbreiding van de Ridderkerk Rowdies dat deze bomen en natuur gecompenseerd worden in het Oosterpark en tegelijkertijd ook moeten zorgen voor een verbetering van de biodiversiteit. De compensatie voor de uitbreiding van het sportpark vindt plaats in het Oosterpark. Hiervoor heeft de gemeente een groencompensatieplan opgesteld. Belangrijk is immers dat de uitbreiding van de sportvoorziening zo min mogelijk impact heeft op de bestaande beplanting, biodiversiteit en op de kwaliteit en belevingswaarde van het park.

In de regels van dit plan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat bij uitvoering van de nieuwe inrichting van het sportcomplex en de bomen die daarmee verloren gegaan worden gecompenseerd binnen het park. Ook de bereikbaarheid van de huidige locatie/uitbreiding is goed. Door de verplaatsing van de velden wordt de parkeerplaats uitgebreid tot 82 parkeerplaatsen. Momenteel biedt de parkeerplaats een capaciteit van 66 parkeerplaatsen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de verplaatsing van het veld een stedelijke ontwikkeling is. Onderbouwd is waarom behoefte is aan de verplaatsing en dat de gekozen locatie, buiten stedelijk gebied, de best mogelijke optie is. Bovendien wordt in het plan rekening gehouden met de biodiversiteit en kwaliteit van het park door in de regels met een voorwaardelijke verplichting de compensatie voor uitbreiding van het sportcomplex vast te leggen. Ook de ontsluiting van de locatie is geen probleem. Er wordt voor extra parkeercapaciteit nabij de sportvelden gezorgd. De verplaatsing van de sportvelden is de enige stedelijke ontwikkeling, conform de definitie voor stedelijke ontwikkelingen, in het plangebied. 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (1 april 2023) In de Omgevingsverordening heeft de provincie regels gesteld om de provinciale hoofdbelangen uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland 2040 juridisch te borgen.

Gemeenten moeten bij het maken van ruimtelijke plannen deze regels in acht nemen. De Omgevingsverordening is daarmee een kaderstellend instrument van de provincie voor gemeenten. Uit de Omgevingsverordening is voor het voorliggende bestemmingsplan alleen artikel 6.9 (a, b en d) en 6.10 relevant. De voorgenomen ontwikkeling wordt hierna aan beide artikelen getoetst. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap.

25/142

3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau.

Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als opgenomen in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d, 6.9e, 6.9f en 6.9g, zijn van toepassing, tenzij een zwaarwegend openbaar belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 6.9e, in de weg staat. 9.

Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 12. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het bestemmingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie.

26/142

Toetsing Het Oosterpark wordt aangepakt. Deel van de aanpak is de aanleg van het geluidsscherm over een lengte van circa 1,7 km en de verplaatsing van het sportveld. Deze ontwikkelingen passen, mede dankzij de omvang van het Oosterpark, goed bij de aard en schaal van het gebied. Voor de uitbreiding van het sportcomplex wordt een watergang gedempt, looppad verwijderd en bomen gekapt. In het groencompensatieplan dat is opgesteld staat hoe er, middels aanplanting, gecompenseerd wordt voor deze bomen. De uitbreiding respecteert tevens een van de belangrijkste structuren en fietsroutes in het park, namelijk het naastgelegen Essenlaantje. Het Essenlaantje is gelegen ten oosten van het sportcomplex. Met de aanleg van het scherm lijkt in eerste instantie sprake te zijn van aanpassing, maar door de afscheidende werking van het scherm tussen het park en de A15 is ook hier sprake van inpassing. De groenbeleving wordt versterkt doordat de stilte in het gebied zal toenemen. Het gebied wordt aantrekkelijker voor recreatie en het woonklimaat van de naastgelegen wijk verbeterd. Voor de aanleg van het geluidsscherm worden bomen gekapt. In het groencompensatieplan dat is opgesteld staat hoe er, middels aanplanting, gecompenseerd wordt voor deze bomen én er tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de toename van de biodiversiteit in het park.

Het plan voorziet ook in een aanpassing van de bestaande waterstructuur. Met name het oosten van het plangebied is de oorspronkelijke slotenstructuur nog deels intact en zichtbaar. In de nieuwe inrichting van het park verdwijnt een deel van deze slotenstructuur of wordt minder herkenbaar. De impact van deze wijziging is beperkt. Er is geen sprake van een wijziging op structuurniveau. Het groencompensatieplan voorziet onder andere ook in de aanleg van natuurvriendelijke oevers om zowel ruimtelijke kwaliteit aan het park toe te voegen als een verbetering van de biodiversiteit te realiseren. Verder is het Oosterpark gelegen in de beschermingscategorieën buitengebied, recreatiegebied en groene buffer. Hierna volgt de inhoud van deze artikelen uit de provinciale verordening en de toetsing hieraan. Artikel 6.9a - Beschermingscategorie 3 Buitengebied 1. Een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied waarvan de plaats geometrisch is verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die tevens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorps gebied. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: d. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; e.

de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; f. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; g. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Artikel 6.9b - Beschermingscategorie 2 - Recreatiegebied Een bestemmingsplan voor een locatie binnen recreatiegebied waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voor zover: h. de ontwikkeling geen beperking oplevert voor de openbare toegankelijkheid van het gebied, rekening houdend met het huidige gebruik van het gebied;

27/142

i.

de ontwikkeling gericht is op de vergroting van de diversiteit en de kwaliteit van het recreatiegebied en ook de recreatieve waarde van het gebied zal versterken; j. de ontwikkeling past bij de uitstraling en het recreatieve gebruik van het gebied; k. de ontwikkeling bijdraagt aan de samenhang tussen binnenstedelijke en buitenstedelijke groen- en waterstructuren; l. de ontwikkeling zo mogelijk gekoppeld wordt aan recreatie knooppunten en cultuurhistorisch erfgoed. Artikel 6.9d - Beschermingscategorie 2 Groene buffers 1. Een bestemmingsplan voor een locatie binnen groene buffers waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek; b. de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; c. de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; d. de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. Het plangebied is onderdeel van het gebiedsprofiel 'IJsselmonde'.

Hierna worden de kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop getoetst. IJsselmonde is van origine een open zeekleipolderlandschap. Het Oosterpark is gelegen op de dorpsrand van Ridderkerk en is een van de dagrecreatiegebieden op het eiland IJsselmonde. Open zeekleipolderlandschap Na de grote stormvloeden in de 14e eeuw is IJsselmonde in de loop van honderden jaren door bedijking van opwassen en aanwassen ontstaan. De op- een aanwaspolders zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden door de grote mate van verstedelijking die op het eiland heeft plaatsgevonden. Grote delen van en soms gehele polders zijn bebouwd. In andere polders overheerst het agrarische gebruik, met voornamelijk akkerbouw en tuinbouw. Van oudsher hebben deze polders een open karakter. Vaak is de poldergrens nog goed herkenbaar als beplante dijk in landelijk gebied en als oud bebouwingslint in stedelijk gebied. Het open karakter van deze polders is aangetast door verspreide glastuinbouw en de ontwikkeling van o.a. recreatiegebieden met een groenstructuur die niet geënt is op de polderstructuur. De nog open delen van de zeekleipolders staan onder grote druk van verstedelijking en functieverandering van agrarisch naar recreatief gebruik. De relevante ambities bij dit onderdeel zijn:  Versterken van de polders als onderscheidende ruimtelijke eenheden met een eigen karakter.

Bij (nieuwe) ontwikkelingen (recreatie, natuur, verbreden landbouw) uitgaan van een sterke en eigen identiteit per polder. Eenheid en herkenbaarheid gaan voor absolute openheid.  Behoud van het open karakter van de polders door het behouden dan wel versterken van zichtrelaties tussen oriëntatiepunten, zoals kerktorens, en polderranden.  Versterken van de polderdijken, randen en verkaveling als structuurdrager van de polders.

28/142

Het Oosterpark is een voorbeeld van de aanleg van recreatiegebied met groenstructuur die niet geënt is op de polderstructuur. De laatste restanten polderstructuur zijn terug te vinden in de slotenverkaveling in het oostelijk deel van het plangebied. Dit biedt ook enige openheid in zichtlijnen. De eigen identiteit van deze polder prevaleert boven absolute openheid. Daarom is aanpassing aan de slotenstructuur geoorloofd. Kwaliteit van de stads- en dorpsrand Stads- en dorpsranden die grenzen aan recreatieve groengebieden gaan uit van een geleidelijke overgang tussen bebouwd gebied en landschap. Het landschap is volledig getransformeerd: dag- en verblijfsrecreatie, sportvelden en volkstuincomplexen of te wel stedelijke en landelijke functies vloeien in elkaar over. Het zijn over het algemeen stevig beplante gebieden met daarin verschillende recreatieve functies. De gebieden zijn dooraderd met recreatieve routes die over het algemeen goed aansluiten op de aanliggende woongebieden. De hoogopgaande beplanting verzacht de overgang tussen stad en land, maar de inrichting is weinig specifiek. De ambities bij dit onderdeel zijn:  Stedelijke en landelijke functies vloeien in elkaar over en worden in samenhang ontworpen. Positionering, schaal, omvang en ligging van nieuwe ontwikkelingen worden daarop afgestemd.

 De afwisseling in gebruik en inrichting bevorderen door de recreatieve groengebieden te differentiëren en zoveel mogelijk aan te sluiten op de ruimtelijke kwaliteiten van het omliggende landschap.  De toegankelijkheid en beleefbaarheid van de recreatieve groengebieden verbeteren door openbare routes te handhaven dan wel te versterken. De groengebieden, waaronder sportvelden, een gezicht geven richting de stads- of dorpsrand. Het Oosterpark kent een geleidelijke overgang richting de dorpsrand met de aanwezigheid van sportvelden, het tuincentrum en enkele parkeerplaatsen aan de noordzijde van het park. De overgang van het sportcomplex naar de wijk Drievliet-Het Zand wordt verzacht door de aanleg van meer groen aan de noordzijde van het sportcomplex en ter plaatse van huidige parkeerplaatsen. De gemeente streeft naar het verhogen van recreatie- en natuurwaarde met de aanpak van het park. Hiermee wordt de algehele kwaliteit van het park versterkt en verbeterd, maar dit draagt niet specifiek bij aan de gestelde ambities. Vrijetijdslandschap In het gebied IJsselmonde bevinden zich meerdere vrij toegankelijke stedelijke uitloopgebieden en dagrecreatiegebieden. Zo kent Ridderkerk het Oosterpark aan haar zuidkant. De recreatiegebieden zijn parkachtig ingericht en kennen verschillende voorzieningen. Veel gebieden worden intensief gebruikt.

In de gebieden liggen wandelroutes en vaak zijn ze ook aangesloten op het fietsknooppuntennetwerk. Veel van de recreatieterreinen gaan echter geen landschappelijke relatie aan met het polderlandschap in de omgeving. De relevante ambities bij dit onderdeel zijn:  Versterken van de diversiteit van de recreatiegebieden. Hiervoor kan aangesloten worden bij karakteristieken van de omgeving, zoals de cultuurhistorie, de ligging aan de Oude Maas of in de polder. Hierbij ook uitgaan van de behoeftes van diverse recreantengroepen;  De verschillende recreatiegebieden met elkaar verbinden door een uitgebreid routenetwerk. Uitgangspunt zijn logische en aangename routes voor verschillende modaliteiten; voor ieder wat wils;

29/142

Stedelijke uitloopgebieden benutten bij de vormgeving van de stad- en dorpsranden en het verbinden van stad en land (zie ook Kwaliteit in stad- en dorpsrand);

Door het Oosterpark lopen verschillende wandel-, fiets- en ruiterpaden. Behoud en versterking van deze netwerken is gewenst. De Oosterparkweg wordt ingericht als fietsstraat. Het Essenlaantje blijft behouden als fietsroute. Een bestaande wandelroute wordt door de uitbreiding van het sportcomplex iets verlegd. Over de overige wandel-, fietsen ruiterroutes in de buurt van het nieuwe geluidsscherm wordt nog nagedacht en is mede afhankelijk van waar het geluidsscherm exact wordt geplaatst en hoeveel ruimte er is om de routes goed in te passen. Verder is de gemeente voornemens een deel van de laatste restanten slotenverkaveling te verlanden. Hiermee worden de laatste zichtbare restjes polderlandschap tenietgedaan. Dit past in de trend dat veel recreatieterreinen geen landschappelijke relatie met het polderlandschap aangaan. Landschappelijke en stedebouwkundige structuren Het Oosterpark wordt aan vrijwel alle zijden duidelijk begrenst. In het noorden door de Oosterparkweg, in het westen en zuiden door de snelwegen A15 en A16 en in het oosten door de Rotterdamseweg. Het Oosterpark is gelegen in een polder. Deze polder heet 'Oud-Reijerwaard' en de slotenstructuur is ook na de aanleg van het Oosterpark in de jaren '70 en '80 nog gedeeltelijk intact gebleven. Sinds die tijd is het park ook in gebruik als recreatiegebied gericht op families.

Figuur 3.5 - de polder Oud-Reijerwaard (bron: Topotijdreis.nl, jaar: 1972) Tegenwoordig is de verkaveling ondergeschikt geraakt aan het gebruik en de beleving van het park. Dat is de reden waarom het aanvaardbaar wordt geacht verder van deze verkaveling af te stappen, zolang de recreatie- en natuurwaarde en het gebruik en de beleving van het park maar toenemen. Door de realisatie van het geluidsscherm zal de groenbeleving van het gebied verder toenemen. Het park wordt immers stiller waardoor de rust in het park

30/142

beter beleefd wordt. Het scherm wordt daarnaast uitgevoerd in kokospanelen en groen aangekleed, zodat ook de fysieke beleving van het scherm bijdraagt aan de groene setting van het park. Conclusie Met de ontwikkelingen als verplaatsing van het sportveld voor de honk- en softbalvereniging en het mogelijk maken van een geluidsscherm is sprake van inpassing. De ontwikkelingen sluiten aan bij de gebiedsidentiteit, het gebruik en de beleving. Ook met de aanleg van het geluidsscherm is sprake van inpassing. De gemeente heeft een groencompensatieplan opgesteld om het verlies aan bomen/natuur te compenseren voor de verplaatsing van het sportveld voor de honk- en softbalvereniging en het mogelijk maken van een geluidsscherm. Daarnaast wordt met dit compensatieplan ook een toevoeging gedaan aan de kwaliteit van de waterstructuren door natuurvriendelijke oevers aan te leggen met als doel de biodiversiteit te verbeteren. Het gebied is door de provincie aangewezen met de beschermingscategorieën buitengebied, groene buffer en openbaar recreatiegebied. Om aan te tonen dat de ruimtelijke kwaliteit minimaal gelijk blijft is een beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. Toetsing en conclusie In paragraaf 3.3.1 wordt de uitbreiding van het sportcomplex getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit is de enige stedelijke ontwikkeling conform de ladder voor duurzame verstedelijking binnen het plangebied. Artikel 6.10h - Kansen voor biodiversiteit Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit. Toetsing en conclusie De gemeente heeft een groencompensatieplan opgesteld voor het kappen en verplanten van bomen ten gevolge van de verplaatsing van het sportveld en de realisatie van het geluidsscherm.

In dit groencompensatieplan worden ook andere verbeterpunten meegenomen ter verbetering van de natuurkwaliteit van het park, zoals de aanleg van natuurvriendelijke oevers bij de aanpassingen aan de waterstructuren en het realiseren van kruidenrijke vegetatie. Dit komt uiteindelijk ten goede aan de beschermde en niet beschermde flora en fauna die in het park leven, waaronder vleermuizen en vogels, zoals de sperwer en buizerd. In zijn algeheel zal de biodiversiteit op lange termijn door de ingrepen toenemen.

31/142

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Ridderkerk 2035

In september 2017 heeft de gemeente Ridderkerk de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 vastgesteld. Deze visie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen en laat ruimte voor initiatieven vanuit de Ridderkerkse samenleving. De visie vormt een basis voor nieuwe ontwikkelingen en bestemmingsplannen. De identiteit van Ridderkerk is in drie kernwaarden samen te vatten:  Sterke wijken, goed verbonden De meeste wijken in Ridderkerk zijn ontstaan als dorpen en vormen een absolute kernwaarde in Ridderkerk. De sociale cohesie binnen de wijken is dan ook sterk. Dat uit zich in een sterk en hecht verenigingsleven en het feit dat nieuwe bewoners niet kiezen voor Ridderkerk, maar voor een specifieke wijk. De wijken Bolnes, Slikkerveer en Drievliet-Het Zand vliet hebben een levendig wijkwinkelcentrum.  Groen-blauwe oase De aanwezigheid van een rijke, stevige, groene infrastructuur, die de rand van Ridderkerk in een groene jas hult en de woon- en werkgebieden dooradert, is een belangrijke kernwaarde om te behouden en te versterken. Deze groene gebieden en het water dienen als buffer tegen de verstedelijkingsdruk van de regio Rotterdam en de regio Drechtsteden. Daarnaast dragen de groene gebieden en het water bij aan een aantrekkelijke gemeente om in te wonen, werken en recreëren en een aantrekkelijk leefklimaat.

De ‘groen-blauwe kraag’ van Ridderkerk is samengesteld uit de bestaande grotere groengebieden Oosterpark, Reyerpark, Donckse Bos en Donckse velden, de Gorzen, de Grienden en het Waalbos en uit de rivieren de Noord, de Nieuwe Maas en de Waal. Recent heeft de nieuwe inrichting van de Crezéepolder als getijdepark die groene omhulling versterkt.  Kloppend hart Ridderkerk is uniek vanwege de centrale ligging van bedrijventerrein Donkersloot. Ongeveer de helft van het aantal werknemers in Donkersloot woont ook in Ridderkerk. Daarnaast kenmerkt de Ridderkerker zich door een hoog arbeidsethos. Ridderkerk heeft een werkend en kloppend hart, waar een grote diversiteit aan bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en winkels aanwezig is. Gezondheid en leefbaarheid Daarnaast zet de gemeente in op het verbeteren van de Gezondheid en leefbaarheid. In de visie wordt een verdere verbetering van de luchtkwaliteit, veilige speelomgeving voor kinderen en voldoende, veilige en gemakkelijke mogelijkheden om te voet en per fiets te verplaatsen voorgesteld. Ook moet het aantal geluidgehinderden worden teruggebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1064/documents/37694